Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints in lijn met de CSRD-wetgeving

HOGENT
2025
Xander
Vansteenkiste
Korte inhoud – Bachelorproef “Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints”

Deze bachelorproef werd uitgevoerd binnen de opleiding KMO-management aan HOGENT in samenwerking met BOSS paints. Het onderzoek ontwikkelt, implementeert en evalueert een CSRD-conform leveranciersscoremodel dat de duurzaamheidsprestaties van non-paintleveranciers op systematische wijze in kaart brengt.

De centrale onderzoeksvraag luidt:
“Hoe kan BOSS paints een systematische leveranciersranking ontwikkelen en implementeren voor non-paintproducten die voldoet aan de eisen van de CSRD en bijdraagt aan haar duurzame doelstellingen?”

Na een literatuurstudie over duurzaam supply-chain- en ESG-beheer werd een digitale vragenlijst ontworpen op basis van internationale standaarden zoals EcoVadis en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De vragenlijst omvatte thema’s als bedrijfsgegevens, milieu, ethiek en duurzaam aankopen, en werd in vier talen verspreid naar 124 non-paintleveranciers.

De resultaten werden verwerkt in een Excel-geautomatiseerd scoremodel met gewichten en correcties op basis van bedrijfsgrootte. De empirische analyse (respons van 48 leveranciers, goed voor 70% van het aankoopvolume) toonde duidelijke verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen grote ondernemingen en kleinere KMO’s. Structurele tekortkomingen werden vastgesteld op het vlak van CO₂-meting, transportelektrificatie en ketentransparantie.

Daarnaast werd een CO₂-nulmeting uitgevoerd van het inkomend transport van non-paintgoederen. In 2024 bedroeg de uitstoot 819.795 kg CO₂, een stijging van 11,84% tegenover 2022, waarbij drie leveranciers meer dan 54% van de emissies veroorzaakten. Gemiddeld werd 8,61 kg CO₂ per €1.000 aankoopwaarde uitgestoten.

Het model werd in mei 2025 gepresenteerd aan het Supply Chain Team van BOSS paints en formeel geïntegreerd in het aankoopbeleid. De aanbevelingen omvatten verdere benchmarking, de formalisering van een leveranciersgedragscode, en de uitbouw van ketentransparantie en transportoptimalisatie.

Deze bachelorproef bewijst dat datagedreven leveranciersbeheer binnen een KMO niet alleen haalbaar is, maar ook een hefboom vormt voor structurele verduurzaming in lijn met de CSRD-wetgeving.
Meer lezen

Nieuw kapitalisme: Juridische middelen om kapitaal te sturen naar ESG bedrijven

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sara
Faes
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Mijn masterproef omvat een onderzoek naar welke ESG criteria reeds zijn opgenomen in de Belgische Corporate Governance Code en hoe deze laatste kan worden verbeterd opdat ESG de nieuwe bedrijfsfilosofie wordt.
Meer lezen

Radiografisch protocol bij de aan- en verkoop van paarden

Odisee Hogeschool
2025
Fien
Ditvoorts
Radiografische keuringen zijn een essentieel onderdeel bij de aankoop en verkoop van paarden, omdat ze helpen om orthopedische aandoeningen zoals osteochondrose, artrose en botcysten tijdig op te sporen. In België bestaat echter geen uniform radiografisch protocol, waardoor dierenartsen elk hun eigen aanpak hanteren. Dit leidt tot verschillen in beeldvorming, interpretatie en tot mogelijke misverstanden tussen koper en verkoper. Deze bachelorproef stelt een gestandaardiseerd radiografisch protocol voor dat gebaseerd is op literatuurstudie, buitenlandse richtlijnen (Nederland en Duitsland) en een bevraging van Belgische dierenartsen over hun werkwijze. Het protocol is bedoeld om meer uniformiteit, transparantie en betrouwbaarheid in veterinaire keuringen te waarborgen, met aandacht voor zowel diagnostische kwaliteit als stralingsveiligheid.
Meer lezen

Hoe kunnen klanten eenvoudig bouwmaterialen met een lage milieu-impact kiezen voor houten bijgebouwen?

HOGENT
2025
Peter
Vanduffel
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van Ostyn, een producent van houtskeletconstructies voor bijgebouwen, op een eenvoudige manier bewust kunnen kiezen voor duurzame bouwmaterialen op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Aangezien voor bijgebouwen geen normering bestaat rond milieu-impact, is er behoefte aan een eenvoudige methode die transparantie biedt met betrekking tot de duurzaamheid van materialen. Dit werk richt zich op het onderzoeken van een manier waarop Ostyn klanten kan ondersteunen in hun materiaalkeuzes.

De methodologie omvat een vergelijkende analyse van bestaande tools voor milieu-impactberekening, waaronder de Nederlandse Nationale Milieudatabase (NMD) en de Belgische tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials). Hierbij wordt gekeken naar hun toepasbaarheid voor Ostyn’s constructies, met aandacht voor de beschikbaarheid van data en de nauwkeurigheid van de resultaten.

Uit het onderzoek blijkt dat een vergelijking op productniveau binnen een element, zoals gevelbekleding en isolatie, relevanter is dan een analyse op constructieniveau vanwege de standaardisatie van veel onderdelen. Een belangrijke bevinding is dat de beperkte beschikbaarheid van productspecifieke data de betrouwbaarheid van de vergelijkingen beïnvloedt.

De conclusie luidt dat Ostyn met tools als TOTEM de mogelijkheid heeft om klanten te informeren over duurzame opties, mits er geïnvesteerd wordt in betere dataverzameling en heldere communicatie. Verdere ontwikkeling van databases en tools is essentieel om de keuze voor duurzame bouwmaterialen verder te reguleren en normaliseren.

Meer lezen

De interne antenne: naar een sterkere connectie tussen medewerkers en leidinggevenden bij VRT

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Shakira
Van Rymenant
In mijn bachelorproef zocht ik uit hoe het vertrouwen tussen de directie en medewerkers bij VRT kan groeien. Ik sprak met collega’s, analyseerde hun noden en ontwikkelde drie communicatieproducten die zorgen voor meer transparantie, persoonlijk contact en echte verbinding op de werkvloer.
Meer lezen

Oplossingsstrategieën voor het nieuwe demarcatieprobleem: een integratie van Resnik & Elliotts axiologische strategie met Wagners systemische strategie

Universiteit Gent
2025
Jan
Baecke
Niet-epistemische waarden spelen een onvermijdelijke rol bij alle fases van wetenschappelijk onderzoek. Hoe kunnen we legitieme waarde-invloeden onderscheiden van illegitieme? Ik stel een integratie voor van twee reeds bestaande strategieën in de literatuur: de axiologische strategie van David Resnik en Kevin Elliott (2023), en de systemische strategie van Wendy Wagner (2022). Beide strategieën kunnen elkaar in belangrijke mate aanvullen door elkaars individuele tekortkomingen wederzijds op te vangen en weg te werken. Zo zorgt Wagner er institutioneel voor dat de verschillende belangengroepen fysiek rond de discussietafel geraken, maar Resnik en Elliott helpen vervolgens om de “agenda” op te stellen van wat daar inhoudelijk
besproken moet worden indien we de onvermijdelijke waarde-invloeden in wetenschappelijk onderzoek kritisch voor het voetlicht willen brengen.
Meer lezen

Investor protection in ESG ratings: A law and economics approach

KU Leuven
2025
Aline
Soenen
Duurzaamheid speelt vandaag de dag een sleutelrol in de financiële wereld, en roept tegelijk veel vragen op. ESG-ratings worden steeds vaker gebruikt door investeerders, terwijl de betrouwbaarheid en de transparantie ervan niet altijd gegarandeerd zijn. Deze masterthesis analyseert de agency kosten in verband met ESG-ratings. Daarnaast wordt de recente Europese regulering onder de loep genomen om te evalueren of deze adequaat is voor het aanpakken van de huidige uitdagingen, met nadruk op beleggersbescherming. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen in het proces.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

Het gebruik van schoolfeedback uit de Vlaamse toetsen door schoolleiders en leraren

Universiteit Antwerpen
2025
Kaat
De Meutter
Genomineerde longlist Klasseprijs
Het duurzaam verbeteren van onderwijskwaliteit aan de hand van data is een actueel thema binnen het Vlaamse onderwijs. Dit kwalitatieve onderzoek onderzoekt hoe leraren en schoolleiders in het basis- en secundair onderwijs omgaan met de eerste schoolfeedback uit de Vlaamse toetsen en welke factoren het gebruik ervan beïnvloeden. Door middel van 24 semigestructureerde diepte-interviews, gelijk verdeeld over basis- en secundair onderwijs, werd het feedbackgebruik vanuit zowel leraren- als schoolleidersperspectief in kaart gebracht en via een iteratief coderingsproces geanalyseerd.
De resultaten laten zien dat schoolleiders en leraren de schoolfeedback voornamelijk raadplegen, bespreken en interpreteren, terwijl het diepgaander verklaren en het vertalen naar concrete acties ter bevordering van kwaliteitsontwikkeling minder vaak voorkomt. Slechts een beperkt deel van de respondenten ontwikkelt daadwerkelijk gerichte acties, zoals aanpassingen in het curriculum, professionele ontwikkeling of het verbeteren van computervaardigheden van leerlingen. Belemmeringen hierbij zijn onder andere tijdsdruk, beperkte datageletterdheid, de abstracte aard en timing van de schoolfeedback, evenals het ontbreken van mogelijkheden voor trendanalyses. Schoolleiders nemen een cruciale rol op zich in het faciliteren van het gebruik van feedback binnen de school, waarbij transparantie en gerichte professionele ondersteuning als cruciale factoren naar voren komen. Bovendien verschillen de gehanteerde referentiekaders binnen het feedbackdashboard tussen de onderwijsniveaus en bestaat er vooral in kansarme scholen terughoudendheid ten aanzien van de vergelijking met het Vlaams gemiddelde.
Deze studie onderstreept het belang van gerichte professionalisering, het versterken van eigenaarschap bij leraren in het gebruik van feedback en een betere afstemming van de schoolfeedback op de dagelijkse onderwijspraktijk. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor toekomstig onderzoek, waaronder longitudinale studies en onderzoek naar schoolfactoren die datagebruik bevorderen. De bevindingen leveren een waardevolle bijdrage aan de kennis over feedbackgebruik en bieden praktische handvatten voor schoolontwikkeling in Vlaanderen.
Meer lezen

Creatie van een AI Bill of Materials voor veilige, transparante en conforme modeltraining

Universiteit Gent
2025
Wiebe
Vandendriessche
AI-systemen worden steeds complexer, maar de ontwikkeling van tools om hun transparantie en veiligheid te waarborgen blijft achter. Deze scriptie introduceert de AI Bill of Materials (AIBOM), een uitbreiding op de Software Bill of Materials (SBOM), als een gestandaardiseerd en verifieerbaar overzicht van getrainde AI-modellen en hun omgevingen. Het proof of concept platform AIBoMGen automatiseert het aanmaken van ondertekende AIBOMs door tijdens de training datasets, modelmetadata en omgevingsdetails vast te leggen. Het platform fungeert als neutrale derde partij en garandeert dat elke trainingssessie een verifieerbare AIBOM oplevert. Met cryptografische hashing, digitale handtekeningen en in toto attestation wordt de integriteit beschermd tegen manipulatie. Evaluaties tonen aan dat AIBoMGen ongeautoriseerde wijzigingen betrouwbaar detecteert met minimale prestatie-impact. De resultaten laten zien dat AIBoMGen een belangrijke stap vormt richting veilige en transparante AI-ecosystemen die voldoen aan regelgeving zoals de Europese AI Act.
Meer lezen

GEMEENTEFACTOREN EN POPULISTISCH RADICAAL RECHTS STEMGEDRAG

Universiteit Gent
2025
Amaana
Vandenberghe
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze studie onderzoekt welke gemeentelijke factoren in Vlaanderen in 2024 samenhangen met steun voor populistisch radicaal rechtse partijen, met Vlaams Belang als casus. Via een cross-sectionele multivariate regressie op 300 gemeenten worden drie theoretische modellen getoetst: sociaaleconomisch, demografisch-cultureel en psychologisch-institutioneel. We vinden sterkste samenhangen voor een lager aandeel hoger opgeleiden, hoger politiek wantrouwen en negatievere diversiteitshoudingen. Het eindmodel heeft R² ≈ 0,80. De resultaten bieden nieuwe inzichten in de lokale context van PRRP-steun en vormen zo een aanvulling op verklaringen die zich uitsluitend op het individuele niveau richten.
Meer lezen

Hoe komt Just Resilience aan bod in klimaatadaptatiebeleid? Een analyse van procedurele rechtvaardigheid in Belgisch waterbeheerbeleid

Universiteit Gent
2025
Eva
Shaw
Naarmate de klimaatverandering toeneemt, wint het concept Just Resilience aan terrein als een benadering die rechtvaardigheid wil integreren in klimaatadaptatie. Deze thesis onderzoekt één belangrijke dimensie van Just Resilience: procedurele rechtvaardigheid, die betrekking heeft op de eerlijkheid en inclusiviteit van beleidsprocessen.

Met België als casus, een land dat geconfronteerd wordt met toenemende, aan water gerelateerde klimaatuitdagingen, onderzoekt de studie in welke mate procedurele rechtvaardigheid is ingebed in het waterbeheerbeleid, met bijzondere aandacht voor twee kwetsbare groepen: landbouwers en personen met een lage sociaaleconomische status.

Via een mixed-methods benadering, die documentanalyse combineert met semigestructureerde interviews op verschillende bestuursniveaus, beoordeelt het onderzoek hoe de belangrijkste indicatoren van procedurele rechtvaardigheid (i.e, participatie, inclusie, transparantie, consistentie, ethiek/vertrouwen en erkenning van impact) zowel in theorie als in de praktijk worden toegepast.

De bevindingen tonen aan dat, hoewel beleidskaders en -documenten procedurele rechtvaardigheid soms in principe erkennen, de feitelijke uitvoering beperkt en gefragmenteerd blijft. Kwetsbare groepen worden onvoldoende betrokken bij het vormgeven van het beleid dat hen het meest raakt. Deze beperkte betrokkenheid neemt vaak de vorm aan van symbolische of eenmalige consultaties, zonder wezenlijke invloed of blijvende deelname.
Daardoor ontstaat een kloof tussen formele toezeggingen rond participatie en de daadwerkelijke ervaringen van de meest getroffen groepen, wat wijst op een blijvende procedurele lacune binnen het waterbeheer en, ruimer gezien, binnen het klimaatadaptatiebeleid.

De thesis concludeert dat het dichten van deze kloof vraagt om sterkere participatiestructuren en een betekenisvollere betrokkenheid van kwetsbare groepen gedurende het volledige beleidsproces. Ze eindigt met een oproep tot een diepere ethische en politieke inzet voor werkelijk inclusieve klimaatadaptatie.
Meer lezen

Wanneer is te veel, 'te veel'? Over het aantal kinderen per spermadonor (Deelonderzoek: Beleving van Donorkinderen)

KU Leuven
2025
Margot
Indekeu
De limieten op het aantal nakomelingen per donor (de donorquota) werden bepaald in een context van geheimhouding en anonimiteit rond donorconceptie. Ze zijn voornamelijk ingegeven door medische redenen, zoals het voorkomen van consanguïniteit. De opkomst van het internet en DNA-databanken, in combinatie met een maatschappelijke verschuiving naar meer openheid en recente wetswijzigingen, maakt het mogelijk dat nakomelingen van eenzelfde donor met elkaar in contact kunnen komen. Hierdoor is duidelijk geworden dat de wetten en richtlijnen in het verleden niet altijd nageleefd werden en dat er een gebrek is aan internationale wetgeving waardoor donorkinderen soms geconfronteerd worden met een onverwacht aantal donor half-sibilings. Deze onvoorziene contacten brengen nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee, waardoor de psychosociale aspecten van het aantal nakomelingen per donor steeds meer op de voorgrond komen te staan.

In deze masterproef werd onderzocht hoe donorkinderen genetische verwanten die ontstaan zijn uit donaties van dezelfde donor beleven, binnen het bredere maatschappelijke vraagstuk rond donorquota. Om een diepgaand inzicht te verkrijgen in deze belevingen werd gekozen voor een explorerende, kwalitatieve onderzoeksbenadering. Semigestructureerde interviews werden afgenomen en geanalyseerd aan de hand van een thematische analyse, gebaseerd op de aanpak van Braun en Clarke (2006). Aan het onderzoek namen twaalf personen deel uit alleenstaande-moeder, moeder-moeder en moeder-vader gezinnen. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de beleving van de deelnemende donorkinderen gevarieerd en complex is en zich situeert op verschillende niveaus: individueel (bewustzijn rondom donor half-siblings, impact op identiteit), interpersoonlijk (woordgebruik, betekenis van genen en verwantschap, vormgeven aan de relatie, relationele dynamieken, familiale grenzen) en beleidsmatig (kindperspectief, centraal register, donorquota). De deelnemers gaven aan een sterke behoefte te ervaren naar vrijheid om zelf betekenis en vorm te mogen geven aan de genetische connectie met hun donor half-siblings, zonder zich te moeten verdedigen voor hun gevoelens en gedachten. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke behoefte aan informatie en ondersteuning, mede doordat er weinig sociale kaders bestaan om deze relaties te duiden. De meerderheid van de deelnemers vond dat er een internationaal, centraal register moet komen dat transparantie en overzicht biedt over het aantal nakomelingen per donor. Daarnaast was er unanimiteit over de noodzaak van een duidelijk donorquotum dat nageleefd en opgevolgd wordt.

Binnen de klinische praktijk is het belangrijk om begeleiding en ondersteuning te bieden aan donorkinderen bij het verkennen van mogelijke betekenissen van de genetische connectie met donor half-siblings, zonder deze voor hen in te vullen. Daarnaast spraken deelnemers de wens uit om het onderbelichte kindperspectief centraal te stellen in het maatschappelijke en politieke debat rond de praktijk van donorconceptie. Ze voelden daarbij een nood aan erkenning van donorkinderen als personen met eigen rechten en informatiebehoeften.
Meer lezen

Mapping the Margin

KU Leuven
2025
Riet
Nonneman
This thesis explores how architectural practice engages with the socio-
political realities of displacement through methods of subjective storytelling
and spatial observation. Set within the broader frameworks of
temporality and marginality, the focus lies on two reception centres for
asylum seekers in Flanders: Opvangcentrum Westakkers – Rode Kruis
and Rode Kruisopvangcentrum Beveren. It does so by mapping how individuals
negotiate homemaking practices within these temporary and
institutionalised contexts.
By adopting a position of critical proximity, the analysis draws on sketching,
informal interviews, and on-site presence as tools to map space in
both a physical and emotional sense. Through this approach, personal
subjectivity is not masked, but embraced as a lens through which to reveal
hidden spatial narratives and to question the traditional role of the
architect.
This socio-spatial reflection is grounded in intersectional theory, building
on the work of researchers such as Luce Beeckmans, Huda Tayob and
Seethaler-Wari. It seeks to reframe the architectural gaze towards the
margin, as defined by bell hooks, not as a zone of lack or exclusion, but
as a space of resilience, improvisation, and agency. Rather than offering
a design solution, this thesis proposes a method of architectural engagement
that centres listening, mapping, and the empowering of voices that
are often left unheard.
Ultimately, this thesis aims to challenge dominant architectural modes by
foregrounding the potential of alternative, slower, and more humane ways
of reading and working with space, particularly in contexts where uncertainty
and hope coexist.
Meer lezen

TRANSMITIR LA SOSTENIBILIDAD: CÓMO LAS EMPRESAS TURÍSTICAS EN ESPAÑA COMUNICAN LOS ODS (OBJETIVOS DE DESAROLLO SOSTENIBLE) DE LAS NACIONES UNIDAS EN EL MARCO DE LA AGENDA 2030

Universiteit Gent
2025
Laure
Welvaert
Deze masterproef onderzoekt hoe Spaanse toerismebedrijven bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) en dit communiceren. Uit interviews en analyses van websites, jaarverslagen en sociale media blijkt dat bedrijven gemiddeld aan negen SDG’s werken. Hoewel er veel inspanningen zijn, blijft de communicatie beperkt en wordt sociale media nauwelijks gebruikt.
Meer lezen

Balancing Sovereignty, Solidarity and EU Discourse: Türkiye’s Contradictory Approaches to Kurdish Autonomy and Palestinian Rights

KU Leuven
2025
Zozan
Arslan
Mijn masterscriptie onderzoekt hoe de Europese Unie reageert op het standpunt van Turkije over twee gevoelige kwesties: de onderdrukking van de Koerdische minderheid in eigen land en de steun voor de Palestijnse zaak in het buitenland. Door EU-rapporten en toespraken van president Erdoğan te analyseren, laat ik zien hoe Europa haar politieke principes inconsistent toepast. Als het om Koerdische rechten gaat, zijn EU-documenten voorzichtig en bureaucratisch. Maar in het geval van Turkije's steun aan Hamas wordt de taal van de EU scherp en moreel. Deze vergelijking laat zien dat de reacties van de EU niet altijd worden geleid door universele mensenrechtennormen, maar vaak door geopolitieke belangen.
Meer lezen

De internationale doorgifte van persoonsgegevens van de Europese Unie naar China in de wetgeving en de praktijk

KU Leuven
2025
Arne
Vincken
Sinds 2016 delen miljarden gebruikers op TikTok korte video’s waarin ze aspecten van hun dagelijks leven tonen. De applicatie zorgde echter niet alleen voor een expansie aan creativiteit maar ook voor een enorme verzameling van persoonsgegevens. Zo verzamelt het Chinese moederbedrijf, ByteDance, onder andere locatiegegevens, apparaatgegevens en surfgedrag om de beste video’s aan te bieden.1 Er rees al snel de vraag of de gegevens van gebruikers op het EU- grondgebied wel voldoende beschermd worden wanneer ze naar China worden doorgegeven. Daarnaast overwoog de Verenigde Staten een verbod op TikTok vanwege mogelijke bedreigingen voor de nationale veiligheid.2 Binnen Europa groeit de bezorgdheid dat data die naar China wordt geëxporteerd, kan worden ingezet voor de training van kunstmatige intelligentie, mogelijk met steun van de Chinese overheid. Deze masterscriptie onderzoekt de overdracht van persoonsgegevens van de EU naar China, met TikTok als praktijkvoorbeeld. Wanneer data de EU verlaat, is het cruciaal te bepalen of de rechten van EU-inwoners gewaarborgd blijven onder het wetgevingskader en de praktijk van het derde land. Het EU-recht, zoals vastgelegd in de AVG en ondersteund door de arresten Schrems I en Schrems II, vereist namelijk dat deze rechten worden beschermd. Aangezien China niet geniet van een adequaatheidsbesluit, ligt de focus op standaardcontractbepalingen en het beschermingsniveau onder het Chinese wetgevingskader, waaronder de PIPL. Daarnaast wordt onderzocht hoe TikTok meent een gelijkwaardig beschermingsniveau te bieden, onder meer via hun privacybeleid en standaardcontractbepalingen. Ook wordt nagegaan of de gegevens voldoende beschermd zijn tegen bijvoorbeeld overheidsinmenging. De scriptie toont aan dat juridische en praktische problemen bij gegevensdoorgiften blijven bestaan, mede door gebreken in de Chinese wetgeving en TikTok’s beperkte transparantie en onvoldoende waarborgen in hun standaardcontractbepalingen.
Meer lezen

How do political parties affect the financial health of Flemish municipalities?

Universiteit Gent
2025
Ruben
Vander Haeghen
Dit onderzoek bekijkt de invloed van politieke partijen op het financieel beleid van Vlaamse gemeenten. Op basis van een originele dataset van 267 gemeenten (2014–2023) analyseerde ik de rol van politieke ideologie en electorale motieven op vier domeinen: belastingdruk, uitgaven, begrotingssaldo en schuldontwikkeling. De resultaten tonen dat ideologie vooral bepalend is voor belastingbeleid, rechtse besturen heffen systematisch lagere belastingen, terwijl uitgaven stijgen in coalities met ideologische diversiteit door interne onderhandeling. Begrotingstekorten blijken vooral te volgen uit de verkiezingscyclus en pieken in de aanloop naar verkiezingen, ongeacht ideologie. Schuldgroei wordt daarentegen nauwelijks beïnvloed door politieke factoren, een verwijzing naar het minder zichtbare karakter en de lange termijn aard van leningsbeslissingen.
Meer lezen

Family offices: how are they different

Universiteit Gent
2025
Pieter
Rosiers
Een kwantitatief onderzoek naar de impact van kapitaalstructuur - meer bepaald of een bedrijf deel uitmaakt van een family office of van private equity / venture capital. Aan de hand van allerlei testen en robuustheidscontroles, wordt sterk resultaat gevonden dat aantoont dat een family office in impact niet echt verschilt van private equity, maar dat een venture capital fonds véél meer groei kan realiseren binnen zijn portfoliobedrijven dan venture capital.
Meer lezen

De pluriformiteit van de overheid

Universiteit Hasselt
2025
Yorunn
Beeckelaers
Deze scriptie onderzoekt het overheidsbegrip binnen de Belgische rechtsorde met bijzondere aandacht voor de pluriformiteit ervan. De centrale vraag luidt: Wat is het juridische overheidsbegrip en hoe vertaalt de pluriformiteit ervan zich binnen de Belgische rechtsstaat?
Uit de analyse blijkt dat er geen eenduidige en alomvattende definitie bestaat, wat kan leiden tot rechtsonzekerheid en lacunes in de toepassing van het bestuursrecht. Daarnaast concluderen we echter ook dat het niet altijd wenselijk en mogelijk is om dit begrip volledig af te bakenen.
Deze scriptie bespreekt verschillende vormen waarin de overheid zich voordoet in onze staat. Zo
gaan we dieper in op de administratieve overheid, bestuursinstanties en overheidsinstanties en
openbare instellingen en diensten. Elk van deze begrippen kent een eigen juridische kwalificatie die
afhankelijk is van het toepassingsgebied. Ook behandelen we de toepassing van de
imperiumbevoegdheid binnen deze verschillende begrippen.
Daarnaast zullen we ook een rechtsvergelijking doen met onze buurlanden; Nederland en Frankrijk.
Dit toont de verschillende benaderingen en uitkomsten van beide landen en het verschil met België.
Nederland werkt met een functioneel overheidsbegrip in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat
zorgt voor rechtszekerheid en ruime toepasselijkheid. Frankrijk leunt dan weer sterk op de jurisprudentie van de Raad van State. België blijft achter met een fragmentarische regelgeving en een gebrek aan systematische afbakening.
De conclusie van deze scriptie is dan ook dat het streven naar een alomvattende en omlijnde definitie van het overheidsbegrip in België niet wenselijk of haalbaar is. In plaats daarvan moet er sterk worden ingezet op een specifieke benadering waarbij men elke regelgeving individueel bekijkt en specifieke criteria opstelt. Enkel zo kan het overheidsbegrip worden afgestemd op de realiteit van een gelaagde en evoluerende bestuursstructuur.
Meer lezen

De rol van AI bij vroegtijdige ziektevoorspelling in de gezondheidszorg

Thomas More Hogeschool
2025
Kenneth
Punnewaert
Ik onderzocht hoe artificiële intelligentie longontsteking sneller en betrouwbaarder kan opsporen op borstkas-röntgenbeelden, en wat er nodig is om zo een systeem veilig, ethisch en juridisch verantwoord richting een ziekenhuis te ontwikkelen. De vraag kwam vanuit het AZ Sint-Maarten: er is nood aan ondersteuning bij triage van pneumoniedetectie.

Technisch bouwde ik een ResNet152-model en trainde dat op publieke Kaggle-datasets. De reality check volgde met geanonimiseerde pediatrische beelden uit AZ Sint-Maarten: door domain shift miste het eerste model te veel echte longontstekingen . Dat heb ik aangepakt met hertraining op pediatrische data, gericht croppen van het longveld en afstemming van helderheid/contrast. In de tweede evaluatie pikte het model alle echte positieve gevallen op.

Naast de prestaties besteed ik veel aandacht aan ethiek en regelgeving. Alle beelden zijn geanonimiseerd en lokaal verwerkt (GDPR). Met Grad-CAM-heatmaps maak ik beslissingen uitlegbaar. Het systeem ondersteunt artsen zij blijven eindverantwoordelijk. Qua regulering positioneer ik het als potentiële MDR-klasse IIa-software en situeer ik het project rond TRL 3→4: van labprototype naar testen in een relevante klinische omgeving. Ik bouwde ook een lokale Streamlit-interface die beelden uploadt, een voorspelling geeft en de heatmap toont. Conclusie: AI kan echt helpen bij triage en vroege detectie, maar robuuste praktijkinzet vraagt representatieve data, uitlegbaarheid, klinische validatie en moet ethisch verantwoord ontwikkeld worden.
Meer lezen

Op zoek naar de optimale schaal voor intergemeentelijke samenwerking rond jeugdbeleid: de invloed van politieke, economische en organisatorische factoren

Universiteit Gent
2025
Margaux
Cattrysse
Samen sterk voor jongeren
“Alleen kan ik een druppel op een hete plaat zijn. Samen met buurgemeenten voel ik dat we écht verschil maken voor jongeren.” Die uitspraak van een jeugdambtenaar vat mijn onderzoek samen: kleine gemeenten botsen op hun grenzen, maar samenwerking maakt hen sterker.
In dorpen zonder jeugddienst vallen jongeren vaak uit de boot. Wie een skatepark wil, een fuif organiseert of vragen heeft over mentaal welzijn vindt zelden ondersteuning. Grote steden hebben teams van jeugdambtenaren, kleine gemeenten vaak slechts één medewerker of geen. En dat terwijl uitdagingen toenemen: jeugdhuizen verdwijnen, fuiven nemen af en mobiliteit blijft moeilijk.
Samenwerking kan dit keren. Voorbeelden tonen dat het werkt: taxicheques in de Westhoek, OverKop-huizen waar jongeren laagdrempelig hulp vinden of het rijke vrijetijdsaanbod in bestaande samenwerkingen.
Mijn onderzoek naar zes samenwerkingen in Vlaanderen toont dat de ideale schaal ligt tussen drie en zes gemeenten. Vanaf vier wordt het financieel interessant, boven zes dreigt bureaucratie. Vertrouwen en nabijheid maken kleine groepen sterker en slagvaardiger.
Voor jongeren betekent dit geen beleidsnota’s, maar concrete kansen: fuiven die doorgaan, vervoer naar activiteiten, een plek om te chillen. Zoals een jeugdambtenaar zei: “We zien jongeren opnieuw opduiken die we anders kwijt waren.”
De valkuilen zijn bekend: politiek wantrouwen, scheve verdeling, te veel administratie maar met transparantie en duidelijke afspraken zijn ze te vermijden.
De conclusie is helder: alleen red je het niet, samen maak je het verschil.
Meer lezen

What do children with autism need to function in the classroom/on the playground

Universiteit Gent
2025
Camille
Martens
  • Moira
    Chaerle
Kinderen met autisme willen, net zoals alle andere kinderen, graag meedoen op school, zich
goed voelen in de klas en erbij horen. Toch ervaren ze vaak obstakels die hen dat moeilijk
maken. Denk maar aan misverstanden in sociale situaties, onduidelijke communicatie of een
tekort aan de juiste ondersteuning. Deze drempels kunnen ervoor zorgen dat ze zich
onbegrepen of buitengesloten voelen.
In dit onderzoek gingen we in gesprek met kinderen met autisme, hun ouders en hun
leerkrachten. Door al deze stemmen samen te brengen, kregen we een duidelijk beeld van
wat participatie op school voor hen betekent. We ontdekten welke factoren helpen én welke
juist niet helpen om goed te kunnen meedraaien in het reguliere basisonderwijs en écht te
kunnen groeien op school.
Vijf elementen kwamen steeds terug als cruciaal voor een autismevriendelijke
schoolomgeving:
1. Ondersteuning op maat: Kinderen hebben nood aan duidelijke verwachtingen,
voorspelbaarheid en praktische hulp die inspeelt op hun individuele noden
2. Een veilig en verbonden gevoel: Emotionele veiligheid is essentieel. Alleen als
kinderen zich gerust en welkom voelen, kunnen ze zich openstellen en leren
3. Stimuleren van het zelfvertrouwen: Wanneer kinderen gezien worden in hun sterktes,
vertrouwen krijgen en autonomie mogen ervaren, groeit hun zelfvertrouwen
4. Open en eerlijke communicatie: Ouders voelen zich vaak verantwoordelijk voor de
afstemming, maar verlangen naar een echte samenwerking met de school.
Transparantie en wederzijds vertrouwen zijn hierbij onmisbaar
5. Waardering voor een andere manier van denken: Kinderen met autisme beleven de
wereld anders. Wanneer die unieke kijk wordt erkend, in plaats van aangepast of
afgevlakt, ontstaat er verbinding én leerrendement
De kernbooschap? Kinderen met autisme bloeien op in een schoolklimaat waar hun eigenheid
erkend wordt, waar leerkrachten, ouders en kinderen samenwerken, en waar meedoen niet
betekent ‘gelijk zijn aan de rest’ maar ‘aanvaard worden zoals je bent’
Meer lezen

Van pen naar prompt: eindwerken in een AI-era

Vrije Universiteit Brussel
2025
Lennerd
Kevelaerts
De opkomst van generatieve artificiële intelligentie (Gen-AI) stelt het hoger onderwijs
voor nieuwe uitdagingen op vlak van onderwijskwaliteit en evaluatie-aanpak. AI-tools zoals ChatGPT bieden opportuniteiten op vlak van efficiëntie en personalisatie, maar wanneer studenten de tools ongecontroleerd inzetten, kan dit de pedagogische waarde en geloofwaardigheid van opleidingen en hun evaluaties ondermijnen. Gen-AI maakt het mogelijk dat studenten met minimale input uitgebreide, grammaticaal correcte teksten genereren, die al snel de indruk wekken dat ze de materie beheersen.
Vooral bij eindwerken heerst momenteel een spanning tussen technologische
ondersteuning en valide evaluaties van studentenwerk. Waar het eindwerk vroeger volstond om na te gaan of eindcompetenties bereikt werden, blijkt uit dit onderzoek dat Gen-AI deze evaluatie sterk kan vertekenen. Wanneer studenten AI inzetten zonder kritisch inzicht of inhoudelijk begrip, komt de waarde van diploma’s onder druk te staan. Beleidsmatige sturing vanuit de Vlaamse overheid blijft beperkt, waardoor instellingen zelf richting moeten geven aan hun AI-beleid, vaak zonder overkoepelend kader.
Deze masterproef onderzoekt hoe evaluatiemethoden van eindwerken hertekend
kunnen worden om kerncompetenties te blijven borgen in een AI-tijdperk. Via een holistische single-case study binnen het domein Economie en Management werden expertinterviews en documentanalyses gecombineerd. De resultaten tonen aan dat competenties zoals domeinkennis, onderzoeksvaardigheden en kritisch denken essentieel blijven. Klassieke eindwerkvormen, zoals de academische paper, schieten echter tekort in het valide toetsen van deze vaardigheden. Tegelijkertijd wint AI-geletterdheid aan belang als nieuwe en onmisbare competentie.
Vier paradoxen (expertise, innovatie, equity en transparantie) illustreren de spanningsvelden die Gen-AI met zich meebrengt. Opvallend is vooral de vierde, nieuwe
paradox die tijdens de interviews naar voren kwam: de Transparantie Paradox. Deze tot dan toe onbenoemde paradox onderstreept hoe het streven naar transparantie, de controle op authenticiteit kan ondermijnen. Respondenten pleiten voor een verschuiving van productgerichte naar procesgerichte evaluatie, met nadruk op eigenaarschap, transparantie en contextgerichtheid. Beleidsmakers en instellingen worden uitgedaagd om voorbij het klassieke spanningsveld tussen controle en loslaten te denken, richting betekenisvolle vernieuwing van procesevaluatie.
Meer lezen

AUTONOME MONITORING VAN 5G RADIOFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDBLOOTSTELLING MET EEN QUADCOPTER

Universiteit Gent
2025
Jonas
Vermeulen
Deze masterproef beschrijft de ontwikkeling van een autonome quadcopter uitgerust met een frequentieselectieve triaxiale 5G-sensor voor het meten van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV). Het doel was om de blootstelling rond 5G-basisstations nauwkeurig en reproduceerbaar in kaart te brengen. Naast de bouw en kalibratie van het dronesysteem werden ook interferentie door boordelektronica en afschermingseffecten van de drone onderzocht. In een veldcampagne vloog de drone een 2D-raster en visualiseerde de resultaten via heatmaps, met piekwaarden tot 4,25 V/m. Het onderzoek toont aan dat drones een efficiënte, autonome en transparante oplossing bieden voor RF-EMV-monitoring in 5G- en toekomstige 6G-netwerken
.
Meer lezen

Met oog voor de toekomst: een vignettenonderzoek naar de bereidheid van leerkrachten om eye-tracking in te zetten bij begrijpend lezen

Universiteit Antwerpen
2025
Jolijn
Verbergt
Het leesniveau van leerlingen is al jaren een groeiende bekommernis binnen het Vlaamse onderwijs. Begrijpend lezen is immers een vaardigheid die bepalend is voor schoolsucces én voor een volwaardige integratie in de samenleving. Tegelijk ervaren leerkrachten moeilijkheden om zicht te krijgen op het leesproces van hun leerlingen, wat effectieve begeleiding bemoeilijkt. Innovatieve technologieën, zoals eye-tracking en artificiële intelligentie (AI), bieden nieuwe mogelijkheden om dit leesproces zichtbaar te maken en ondersteuning op maat te bieden. Hoewel deze technologie beschikbaar is, wordt ze vandaag nog niet toegepast in het Vlaamse onderwijs.

Deze masterproef speelt in op die leemte door te onderzoeken in welke mate leerkrachten in het lager en secundair onderwijs bereid zijn om AI-technologie die gebruikmaakt van eye-tracking toe te passen bij begrijpend lezen. Daarbij wordt gekeken naar drie aspecten: de factoren die bereidheid beïnvloeden, de kennis die leerkrachten hierbij noodzakelijk achten en het type samenwerking tussen mens en technologie dat zij verkiezen.

Via een kwalitatieve vignettenstudie werden twintig leerkrachten geïnterviewd over deze bereidheid. Leerkrachten zien vooral meerwaarde in technologie die hun didactische rol ondersteunt, maar niet overneemt. De bruikbaarheid van deze technologie werd vooral gekoppeld aan het zichtbaar maken van het leesproces, de mogelijkheden tot differentiatie en zelfreflectie. Gebruiksgemak hing af van een eenvoudig dashboard, makkelijk gebruik in de klas en snel te leren technologie. Daarnaast geven leerkrachten aan nood te hebben aan technologische, didactisch-technologische, technologisch-vakinhoudelijke en ethische kennis. Vertrouwen in AI en transparantie over de werking en besluitvorming zijn essentieel voor leerkrachten om de technologie te aanvaarden. Tot slot benoemden respondenten aandachtspunten zoals verminderde sociale interactie, bezorgdheden rond schermlezen en het belang van menselijke betrokkenheid in het leerproces.

Deze bevindingen tonen aan hoe belangrijk het is om eye-tracking en op eye-tracking gebaseerde AI-technologie in het onderwijs op een manier te gebruiken die de leerkracht ondersteunt en niet vervangt. De technologie moet gebruiksvriendelijk en transparant zijn, maar vooral de professionele autonomie en didactische rol van de leerkracht versterken.
Meer lezen

Enhancing Trustworthiness in Algorithmic Stock Forecasting using Multi-Model Machine Learning and Historical Similarity

Universiteit Hasselt
2025
Xander
Corvers
Deze thesis behandelt het black-box-probleem van machine learning (ML) en het daaruit voortvloeiende gebrek aan gebruikersvertrouwen bij beursvoorspellingen. Er wordt een beslissingsondersteunend systeem geïntroduceerd en geëvalueerd dat de betrouwbaarheid verhoogt. Het systeem combineert hiervoor de voorspellingen van zes uiteenlopende ML-modellen met een transparante, historische analyse. De kerninnovatie is een zoekmachine die historisch vergelijkbare marktperioden identificeert. Vervolgens toont het systeem hoe de modellen in die analoge situaties presteerden: het plaatst hun toenmalige voorspellingen naast de daadwerkelijke marktresultaten.

Een empirisch gebruikersonderzoek vergeleek deze “Multiple Models View” (MMV) met een simplistische interface die slechts één model toonde. De resultaten tonen aan dat de MMV significant betrouwbaarder werd gevonden, het vertrouwen van gebruikers verhoogde en de risico's van voorspellingen effectiever communiceerde. Gebruikers schreven dit toe aan de grotere transparantie, omdat ze meerdere modellen konden vergelijken, en aan de concrete context die de historische prestatie-analyse bood. De thesis concludeert daarom dat de combinatie van meerdere modellen en een historische similariteitsanalyse een krachtige strategie is om weloverwogen gebruikersvertrouwen in complexe, AI-gedreven financiële systemen te creëren.
Meer lezen

Online afspraken in de gynaecologie: Wat houdt de patiënt tegen?

Odisee Hogeschool
2025
Tiany
Goesseye
Uit literatuuronderzoek blijkt dat de acceptatie van technologie in de gezondheidszorg sterk afhankelijk is van zaken zoals gebruiksvriendelijkheid, transparantie en de beschikbaarheid van tijdsloten. Het online afsprakensysteem biedt administratieve voordelen, zoals het verminderen van telefonische oproepen en het geven van meer controle aan patiënten over hun zorgplanning. Deze bachelorproef onderzoekt de factoren die de acceptatie en het gebruik van het online afsprakensysteem binnen de dienst gynaecologie van AZORG Campus Moorselbaan beïnvloeden.
Veldonderzoek binnen de dienst gynaecologie van AZORG laat zien dat zowel patiënten als administratief personeel tegen verschillende problemen aanlopen. De terminologie in de beslisboom is soms te wetenschappelijk, waardoor patiënten het moeilijk vinden om de juiste keuze te maken. Bovendien blijken bepaalde consultaties alleen telefonisch ingepland te kunnen worden, zonder duidelijke uitleg over het waarom. Dit verhoogt de werkdruk voor het secretariaat, omdat patiënten alsnog bellen voor verduidelijking. Een vergelijking met AZ Groeninge (Kortrijk, West-Vlaanderen) en VITAZ (Sint-Niklaas, Oost-Vlaanderen) toont aan dat andere ziekenhuizen ook met problemen kampen, maar dat een transparantere beslisboom en duidelijkere gebruikersinstructies de efficiëntie kunnen verbeteren.
In deze bachelorproef worden enkele concrete aanbevelingen geformuleerd die de toegankelijkheid en efficiëntie van het online afsprakensysteem zouden kunnen verbeteren. Door de beslisboom gebruiksvriendelijker te maken, kan AZORG de werkdruk op het secretariaat van de dienst gynaecologie verlagen en het digitale zorgtraject verder gaan optimaliseren. Dit onderzoek draagt bij aan een bredere analyse van technologiegebruik in de zorgsector en biedt inzichten die toepasbaar zijn voor andere medische disciplines die digitale afspraken willen implementeren of verder willen gaan optimaliseren.
Meer lezen

Herstel boven straf: de Leuvense drugsopvolgingskamer en de nood aan uniforme wettelijke verankering

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Serré
Deze scriptie onderzoekt de juridische basis en structurele werking van de drugsopvolgingskamer (DOK) te Leuven, een relatief recent initiatief binnen het Belgische strafrechtsysteem dat herstelgerichte rechtspraak wil realiseren voor meerderjarige beklaagden met een ernstige verslavingsproblematiek. De DOK biedt een alternatief voor de klassieke strafvervolging waarbij gedragsverandering, maatschappelijke re-integratie en multidisciplinaire begeleiding centraal staan. De centrale onderzoeksvraag luidt: in welke mate is de huidige juridische basis van de DOK te Leuven voldoende, en is een expliciete wettelijke verankering wenselijk om de werking op een uniforme en transparante manier te garanderen?

De aanleiding voor dit onderzoek ligt in de vaststelling dat druggerelateerde criminaliteit vaak samenhangt met onderliggende problematieken zoals verslaving, sociale uitsluiting en psychische kwetsbaarheid. Klassieke bestraffingsmechanismen blijken in deze context vaak ontoereikend om recidive te voorkomen. De DOK tracht deze lacune te vullen door beklaagden de kans te bieden om, onder gerechtelijke opvolging en in samenwerking met justitieassistenten en zorgverleners, te werken aan hun herstel alvorens een definitieve veroordeling volgt.

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden werd een kwalitatieve, multidisciplinaire methode toegepast. Het onderzoek combineert een diepgaande juridische analyse van relevante wetgeving en beleidsdocumenten met field research. Dat field research bestond uit observaties van zittingen van de Leuvense DOK en semigestructureerde interviews met rechters en parketmagistraten die betrokken zijn bij de werking van de DOK. Daarnaast werd een vergelijkende analyse gemaakt met de Gentse drugsbehandelingskamer, die al sinds 2008 operationeel is.

De onderzoeksresultaten tonen aan dat de DOK te Leuven momenteel opereert binnen een hybride juridisch kader. De wettelijke basis ligt hoofdzakelijk in artikel 190sexies van het Wetboek van Strafvordering, dat hersteltrajecten mogelijk maakt binnen het strafprocesrecht. Deze bepaling wordt in Leuven aangevuld met lokale samenwerkingsprotocollen tussen het parket, de rechtbank en hulpverleningsinstanties. Hierdoor blijft de concrete invulling grotendeels afhankelijk van lokale actoren, met als gevolg een aanzienlijke variabiliteit in aanpak, doelgroepselectie en opvolgingsstructuur tussen verschillende gerechtelijke arrondissementen.

Deze situatie creëert juridische knelpunten op het vlak van rechtszekerheid, transparantie en gelijke behandeling. De afwezigheid van een uniforme wettelijke regeling maakt de toepassing van de DOK afhankelijk van toevallige geografische factoren en de betrokkenheid van individuele actoren. De vergelijking met het model in Gent toont aan dat structurele elementen zoals vaste actoren, regelmatige zittingen en een geïntegreerde multidisciplinaire samenwerking essentieel zijn voor een effectieve werking. In Leuven belemmert het ontbreken van deze elementen de impact van het model.

Op basis van deze analyse concludeert de scriptie dat een expliciete wettelijke verankering van de DOK noodzakelijk is. Deze verankering zou moeten voorzien in duidelijke minimumnormen inzake organisatie, rechten en plichten van beklaagden, rolverdeling tussen actoren en samenwerking met de zorgsector.Tegelijkertijd moet er voldoende ruimte blijven voor lokale autonomie en contextspecifieke toepassing. Een hybride wettelijk model, ingebed in het Wetboek van Strafvordering, biedt hiervoor de meeste garanties. Enkel binnen een dergelijk rechtsstatelijk en transparant kader kan de DOK uitgroeien tot een duurzaam en gelijkwaardig alternatief binnen het Belgische strafrecht.
Meer lezen

Hoe beïnvloeden AI-gegenereerde virtuele influencers de merkperceptie en aankoopintentie van de jongere consumenten binnen influencer marketingcampagnes?

Odisee Hogeschool
2025
Assiya
El Youssfi
Virtuele influencers zijn digitale personages die door artificiële intelligentie worden gegenereerd en actief zijn op sociale media. In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe jongeren tussen 18 en 30 jaar deze virtuele profielen ervaring in marketingcampagnes, met focus op hun impact op merkperceptie en aankoopintentie. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een survey bij 388 jongeren, in het kader van hypothetische campagnes voor Philips, uitgevoerd door communicatiebureau AKQA Brussels PR. De resultaten tonen dat jongeren kritisch blijven ten opzichte van virtuele profielen, al erkennen sommigen hun potentieel binnen innovatieve en transparante campagnes. De studie biedt concrete aanbevelingen voor het geloofwaardig inzetten van virtuele influencers in toekomstige communicatie.
Meer lezen