Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Een raamwerk voor het ondersteunen van beslissingen met betrekking tot Agile-initiatieven.

Universiteit Hasselt
2026
Sander
Bollen
Ondanks de status van Agile Software Development (ASD) als industriestandaard,
blijft de definitie ervan in zowel academische literatuur als de professionele praktijk ge-
fragmenteerd en ambigu. Deze conceptuele onduidelijkheid belemmert organisaties in
het effectief selecteren en implementeren van ASD-praktijken die hun specifieke doel-
stellingen ondersteunen. Dit onderzoek introduceert het Collaboration-Flow-Learning
(CFL) raamwerk, een theoretisch en praktisch model dat ASD-concepten deconstru-
eert in drie orthogonale dimensies: Collaboration, Flow en Learning.
Door middel van een synthese van wetenschappelijke en praktische bronnen, aange-
vuld met expertvalidatie geïnspireerd door de Delphi-methode, toont dit werk aan dat
ASD-praktijken en organisatieproblemen consistent in een gedeelde driedimensionale
ruimte kunnen worden gesitueerd. De resultaten wijzen uit dat het raamwerk fungeert
als een methode-onafhankelijke vertaallaag die shared understanding bevordert tussen
diverse stakeholders, van software-ontwikkelaars tot strategisch management. Dit on-
derzoek legt hiermee de fundering voor een holistische softwaretheorie die de kloof
tussen methodologische voorschriften en organisatorische behoeften kan overbruggen.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

De ontbrekende schakel in het recht op werk voor personen met een handicap: Een Europees en internationaal perspectief op inclusieve arbeidsmarkten

Vrije Universiteit Brussel
2026
Gitte
Waege
Deze masterproef bestudeert het internationaal, Europees en Belgisch recht omtrent het thema recht op werk voor personen met een handicap zonder werkervaring. Er wordt extra aandacht besteedt aan redelijke aanpassingen en het non-discriminatiebeginsel. Het verhaal van “Noah”, een hoogopgeleide persoon met een handicap, die geen toegang vindt tot de reguliere arbeidsmarkt, illustreert dat er structurele, administratieve en wettelijke barrières zijn bij de overgang van onderwijs naar werk. Deze thesis analyseert het wettelijk kader rond werk en handicap door de focus te leggen op het VN verdrag voor personen met een handicap, de Europese richtlijn 2000/78/EG en de Belgische wetgeving. Deze analyse toont aan dat er een evolutie gaande is van het medisch model naar het sociaal model van handicap, waarbij de focus niet meer ligt op de handicap maar op de interactie met omgeving barrières. Redelijke aanpassingen zijn een essentieel instrument om toegang te krijgen tot werk. Deze masterproef toont aan dat er een kloof is tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Ondanks de verbeterde toegang tot hoger onderwijs, is de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap significant lager dan personen zonder handicap. Structurele factoren, zoals segregatie van tewerkstelling, en inadequate transitie van de sociale economie naar de reguliere arbeidsmarkt spelen een centrale rol in deze kloof. Deze masterproef concludeert dat het recht op werk juridisch verankerd is, maar omwille van de beperkte afdwingbaarheid en het gebrek aan controle op internationaal en nationaal niveau vertaald het recht op werk voor personen met een handicap zich niet in de praktijk. Redelijke aanpassingen en een inclusieve arbeidsmarkt zijn cruciaal om het recht op werk voor personen met een handicap te verzekeren.
Meer lezen

Fika (Zweden: waar koffi en kake niet zomaar koffie en cake zijn.)

Hogeschool VIVES
2025
Laura
De Pré
Fika is een Zweeds ritueel. Mensen die samen pauzeren, waardoor dit stress reduceert, teamdynamiek verbetert en werktevredenheid vergroot. Het onderzoek werd uitgevoerd op de kritieke diensten van een ziekenhuis in Zweden met als doel te onderzoeken wat de impact was op het welzijn van het zorgpersoneel. Na de verkenning van het concept werd er gekeken naar een mogelijke implementatie in de Belgische zorgsector als welzijnsinterventie.
Meer lezen

BURN-OUT BIJ VROEDVROUWEN IN HET ZIEKENHUIS Impact op de kwaliteit van de zorg, preventie en re-integratie

Arteveldehogeschool Gent
2025
Camille
Hendrickx
Burn-out onder vroedvrouwen in ziekenhuizen vormt een groeiend probleem dat niet alleen het welzijn van de zorgverleners bedreigt, maar ook de kwaliteit van de verstrekte zorg significant vermindert. Deze bachelorproef onderzoekt de impact van burn-out op vroedvrouwen en de directe en indirecte gevolgen voor de patiëntenzorg. Centraal staat de vraag: Welke maatregelen kunnen de impact van burn-out bij vroedvrouwen op de kwaliteit van de zorg verkleinen? Door een uitgebreide literatuurstudie en analyse van bestaande preventie- en re-integratiestrategieën wordt een overzicht geboden van effectieve interventies op micro-, meso- en macroniveau. Daarnaast wordt een preventiebrochure ontwikkeld, gericht op vroedvrouwen en hun leidinggevenden, met praktische tips voor vroegtijdige herkenning en zelfzorg. Uit de bevindingen blijkt dat factoren zoals werkdruk, emotionele belasting en persoonlijke kenmerken bijdragen aan de ontwikkeling van burn-out. Daarnaast worden de negatieve gevolgen voor de zorgkwaliteit benadrukt, waaronder verminderde empathie, toename in fouten en een hogere intentie om het beroep te verlaten. Het belang van preventieve maatregelen en ondersteuning is evident om de veerkracht van vroedvrouwen te versterken en de zorgstandaard te waarborgen. Concluderend onderstrepen de resultaten dat een holistische aanpak, gericht op zowel preventie als re-integratie, essentieel is om burn-out te voorkomen en de continuïteit en kwaliteit van de verloskundige zorg te garanderen.
Meer lezen

AI en toeristische B2B- en B2C-communicatie

Hogeschool PXL
2025
Maartje
Kerfs
Mijn bachelorproef gaat over AI binnen toeristische B2B- en B2C-communicatie. De communicatiemedewerkers van Visit Limburg - een toeristische organisatie die het toerisme in de provincie Limburg ontwikkelt en promoot - wensen artificiële intelligentie te gebruiken om de communicatie met partners én toeristen te verbeteren. Het resultaat is een praktische handleiding met tips over prompten en uitleg over AI-tools.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Stadsvernieuwing in Santo Antônio door een vrouwelijke lens - Een participatief actieonderzoek naar de vrouwelijke beleving van de publieke ruimte

Universiteit Antwerpen
2025
Rosa
Hillebron
Dit onderzoek speelt zich af in het noordoosten van Brazilië, in de deelstaat Pernambuco. Recife heeft als hoofdstad van deze staat met ongeveer 1,5 miljoen inwoners te kampen met sociale uitdagingen. Onveiligheid in de publieke ruimte is een van deze uitdagingen, en is een veelbesproken onderwerp in de samenleving. Zo worden bepaalde plaatsen actief vermeden, zoals de wijk Santo Antônio, een historisch deel van het centrum van Recife. Wat ooit een bruisende en levendige wijk was, heeft nu plaatsgemaakt voor leegstand en criminaliteit. Het begrip onveiligheid is een belangrijk onderdeel van de identiteit van de wijk Santo Antônio, en wordt door iedereen anders ervaren. Zo kunnen vrouwen andere percepties hebben dan mannen in het ervaren van veiligheid, en is deze eerste groep vaak vergeten bij het betrekken van perspectieven voor nieuwe stadsontwikkelingen. In dit onderzoek wordt het genderaspect van veiligheid verder uitgewerkt, en wordt onderzocht hoe vrouwen in de krakersbeweging van Leonardo Cisneiros onveiligheid ervaren in hun mobiliteitspatronen in de wijk Santo Antônio. Hierbij wordt gefocust op aspecten van gendered fear of crime die impact kunnen hebben op de belevingswereld van vrouwen. Via een participatieve actie wordt de ervaring van vrouwen in de publieke ruimte als prioriteit genomen, en wordt er bewustwording gecreëerd rond de problemen die zij ervaren. Dit is een eerste stap in de richting van inclusieve stadsvernieuwing voor Santo Antônio, met de noden van de vrouwen als prioriteit.
Dit onderzoek maakt deel uit van de ISTT-onderzoeksgroep. Het uitgangspunt van deze studio is het doen van een participatief actiegericht onderzoek, ook wel PAR. Participatieve onderzoeksmethoden zoals gezamenlijke workshops en activiteiten staan hierbij centraal, waarbij de onderzoeksgroep meestuurt in de ontwikkeling van het onderzoek.
De resulterende gegevens gaven aan dat er een tekort aan buurtactiviteiten, bewoners, natural surveillance, maintenance en social management is in Santo Antônio. De reden van het gevoel van onveiligheid ligt hierbij vooral in het tekort aan mensen op straat, wat een gebrek aan sociale controle veroorzaakt. Er is behoefte aan activiteiten voor families in de buurt, en meer sociale voorzieningen. Als wordt gekeken naar fysieke aspecten van de publieke ruimte worden meer plaatsen voor kinderen om te spelen en meer faciliteiten zoals winkels en openbare toiletten benoemd die de publieke ruimte aangenamer zouden maken om te bezoeken. Hiervoor zijn zowel ruimtelijke ingrepen nodig die de stadsvernieuwingsdienst Recentro in hun masterplan zou kunnen opnemen, als het herzien van de huidige stedelijke planningspraktijken. Om aan inclusieve stedelijke ontwikkeling te doen vanuit het oogpunt van de vrouw moet er worden gekeken naar het actief opbouwen van nieuwe stedelijke identiteiten in de wijk, zowel op ruimtelijk als sociaal vlak. Ook moet er rekening worden gehouden met de nachtelijke identiteit in het ontwerpproces van de wijk. Kinderen moeten een centrale rol krijgen in het masterplan, omdat ouders en moeders in het specifiek hierdoor ook een plaats krijgen in de publieke ruimte. Tot slot wordt gepleit voor een inclusief investeringsplan, waarbij actief investeerders worden aangetrokken die oog hebben voor sociale initiatieven en verbeteringen in de wijk
Sleutelwoorden: informal feminist placemaking, feminist city, gender, gendered fear of crime, participatory walk, veiligheid, participatory action research, empowerment.
Meer lezen

ERVARINGEN VAN VERPLEEGKUNDIGEN BIJ HUN RE-INTEGRATIE NA AFWEZIGHEID WEGENS STRESSEN/OF VERMOEIDHEIDSKLACHTEN: EEN KWALITATIEVE STUDIE

Universiteit Gent
2025
Ophélie
van Tulden
ACHTERGROND: Burn-out onder verpleegkundigen is een wereldwijd probleem. De
Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt een wereldwijd verwacht tekort van elf miljoen zorgverleners tegen 2030. De oorzaak hiervan is een disbalans tussen de taakeisen, zoals een verhoogde werkdruk en beschikbare hulpbronnen, zoals steun. In dit onderzoek wordt het Job Demands-Resources model als theoretisch raamwerk
gehanteerd om de wisselwerking tussen organisatorische en persoonlijke factoren beter te begrijpen. Onderzoek richt zich vooral op interventies en werkomstandigheden, maar inzicht in de ervaringen van verpleegkundigen bij hun terugkeer door afwezigheid van stress- en/of vermoeidheidsklachten blijft beperkt.
DOELSTELLING: Dit onderzoek tracht inzichten te verkrijgen in de ervaringen en
mogelijke professionele veranderingen van verpleegkundigen tijdens het reintegratieproces.
METHODOLOGIE: Een kwalitatief onderzoek, gebaseerd op principes van de
fenomenologische benadering, werd uitgevoerd aan de hand van individuele,
semigestructureerde interviews. In totaal werden tien interviews afgenomen en
geanalyseerd met behulp van NVivo.
RESULTATEN: De resultaten tonen aan dat sommige verpleegkundigen gevoelens van
angst, spanning en nervositeit ervoeren bij de werkhervatting. Ondersteunende factoren zoals progressieve werkopbouw, psychologische begeleiding en collegiale steun werden als waardevol ervaren. Daarentegen bleken maandelijkse gesprekken en
administratieve taken belemmerend en stressverhogend. Desondanks ontwikkelden alle
verpleegkundigen nieuwe strategieën om met werkgerelateerde stressoren om te gaan,
waaronder het stellen van grenzen, het bewust inplannen van ontspanning en het
aanpassen van hun werkmethoden.
CONCLUSIE: Het re-integratietraject is een complex en individueel gegeven, waar zowel
persoonlijke als organisatorische factoren een rol spelen.
PRAKTISCHE IMPLICATIES: Een return-to-work coördinator kan het reintegratieproces optimaliseren en individualiseren en preventie versterken
Meer lezen

Besluitvorming bij het aanwerven van atypische profielen

KU Leuven
2025
Sarah
Aben
  • Eva
    Totori
Deze masterproef onderzoekt oorzaken van rekruteringsbeslissingen, meer specifiek het effect van profieltype op aanwervingsintentie en de invloed van inertiemechanismen. Daarnaast wordt nagegaan of de relatie tussen inertiemechanismen en aanwervingsintentie wordt gemodereerd door de mate van tijdsdruk, openheid voor ervaring en/of neuroticisme. De hypothesen worden getest door middel van een experimentele vignettestudie uitgevoerd bij 158 recruiters. De resultaten geven weer dat atypische profielen leiden tot een lagere aanwervingsintentie in verhouding tot typische profielen, door het ervaren van sterkere inertiemechanismen. Er zijn echter geen significante effecten gevonden voor de modererende rollen van tijdsdruk, openheid voor ervaring en neuroticisme in de indirecte relatie tussen profieltype en aanwervingsintentie, via inertiemechanismen. Deze resultaten bieden nieuwe inzichten in rekruteringsbeslissingen en hoe ze tot stand komen. De limitaties en praktische implicaties van dit onderzoek worden eveneens besproken.
Meer lezen

FOMO OF JOMO: WAT MISSEN JONGEREN ECHT?

Universiteit Gent
2025
Hymke
Van der Meeren
In dit onderzoek werd nagegaan hoe Fear of Missing Out (FoMO) en Joy of Missing Out (JoMO) het mentaal welzijn en de zelfwaardering van jongeren (18-25 jaar) beïnvloeden. FoMO verwijst naar de angst om sociale activiteiten of ervaringen te missen, terwijl JoMO staat voor de vreugde en rust die men kan ervaren door bewust offline of afwezig te zijn.
Via een grootschalige survey met meer dan 1000 jongeren werd onderzocht hoe deze twee fenomenen samenhangen met mentaal welzijn, zelfwaardering, problematisch smartphonegebruik en sociale vergelijking.
De resultaten tonen dat FoMO een negatieve impact heeft: jongeren die sterker lijden aan FoMO vergelijken zich vaker met anderen en gebruiken hun smartphone problematischer, wat leidt tot meer stress en een lager zelfbeeld. JoMO heeft daarentegen een beschermend en positief effect: jongeren die JoMO ervaren, vergelijken zich minder met anderen, gebruiken hun smartphone gezonder en rapporteren een hoger welzijn en meer zelfwaardering.
De studie concludeert dat een evenwichtige omgang met sociale media cruciaal is. Het ontwikkelen van JoMO kan een tegengewicht vormen voor de schadelijke effecten van FoMO. Dit opent perspectieven voor preventieve initiatieven en educatieve programma’s rond digitale weerbaarheid.
Meer lezen

Recht op deconnectie of altijd verbonden?

Universiteit Gent
2025
Geert
Ostyn
Deze masterproef onderzoekt de Belgische aanpak van de verstoring van de work-life-balance door
techno-invasie, als vorm van technostress. Techno-invasie geeft de werknemer het gevoel dat hij
steeds bereikbaar moet zijn en draagt bij aan de vervaging van de grens tussen werk en privéleven. De
verstoring van de work-life-balance leidt tot een grote toename van burn-out en depressies bij
werknemers. De Belgische wetgever heeft als antwoord op dit probleem een ‘recht op deconnectie’
ingevoerd voor werknemers, met de daarbij horende verplichtingen voor ondernemingen. Het
onderzoek gaat in op de keuzes die de wetgever heeft gemaakt door geen specifieke bepalingen op te
nemen voor telewerkers en de verplichtingen voor de werkgevers te beperken tot ondernemingen die
20 of meer werknemers in dienst hebben.
Centraal staat de vraag wat het recht op deconnectie inhoudt en op welke wijze de ondernemingen
omgaan met hun verplichting om de modaliteiten overeen te komen tot toepassing van het recht op
deconnectie.
Om deze vraag te beantwoorden is eerst gekeken naar de vergelijkbare aanpak in het Franse recht en
het huidige en toekomstige kader van de Europese Unie. Vervolgens focust het onderzoek zich op het
Belgische recht en hoe het vandaag geldende recht tot stand is gekomen.
Het volgende deel van het onderzoek bevat enerzijds een analyse van de concrete inhoud van
ondernemingsakkoorden in de bankensector, en anderzijds de resultaten van een bevraging van
personeelsverantwoordelijken uit deze sector over de feitelijke toepassing van het recht op
deconnectie binnen hun bank.
Tot slot werpt deze masterproef een kritische blik over de Belgische aanpak. Enerzijds blijkt de
wetgeving onvoldoende duidelijk geformuleerd – zo ontbreekt een definitie van het recht op
deconnectie – en anderzijds lijkt er te weinig aandacht te gaan naar de opvolging en handhaving van
dit recht.
Op basis van de bevindingen uit het onderzoek worden daarom ook aanbevelingen aan de wetgever
geformuleerd, met als doel tegemoet te komen aan deze bemerkingen.
Meer lezen

Analysis of Learning Curves in a Social Enterprise: the Impact of a Disability on Learning and Production Output

Universiteit Gent
2024
Henri
Moerkens
Leercurves worden gebruikt om de impact van een beperking op de leersnelheid en de output te analyseren. Dit onderzoek werd toegepast op productiedata uit een maatwerkbedrijf.
Meer lezen

Sociale confrontatie in huis: wat rijke mensen vertellen over hun huispersoneel

Universiteit Gent
2024
Carole
Kesteloot
Groepen met een hogere sociaaleconomische status worden in geringe mate onderzocht in de sociale wetenschappen. Nochtans genieten ze van veel privileges en vormen van macht waar velen niet over beschikken. Wat brengt een ontmoeting in hun woning teweeg met iemand die minder bevoorrecht is en die hun huishoudelijke en zorgtaken komt verrichten? Deze thesis bestudeert de percepties en opvattingen van mensen met een hoge sociaaleconomische status in het Brusselse aan de hand van 20 diepte-interviews. De resultaten duiden op een ambivalent antwoord. Ze zijn bewust van hun privilege en geluk, maar tegelijk zien ze hun personeel als een onmisbaar onderdeel van hun leven en stellen ze deze positie niet in vraag. Ze hebben hun personeel nodig, want zonder hen kunnen ze hun levensstijl niet behouden. Machtsmechanismen van seksisme, racisme en klassisme worden in stand gehouden binnenin het privégebied van mensen met hoge sociaaleconomische status.

Meer lezen

Vaderschapsverlof en productiviteit in de STEM-sector

KU Leuven
2024
Aurélie
Van Haelst
Deze masterthesis onderzoekt de impact van betaald vaderschapsverlof op de productiviteit van onderzoekers in de STEM-sector, met specifieke aandacht voor de verschillende effecten tussen langer en korter verlof. STEM-jobs zijn essentieel voor economische groei en nationale concurrentiekracht, maar nog steeds is er een aanzienlijke ondervertegenwoordiging van vrouwen in deze sectoren. Deze studie maakt gebruik van een Difference-in-Differences analyse om het effect van beleidsveranderingen in Duitsland en Spanje te onderzoeken, waarbij respectievelijk een langer en korter betaald vaderschapsverlof werd geïntroduceerd. De resultaten laten zien dat kort vaderschapsverlof zowel voor mannelijke als vrouwelijke onderzoekers gunstig kan zijn, terwijl langer vaderschapsverlof met name de productiviteit van vrouwelijke onderzoekers verhoogt zonder negatieve effecten op mannelijke onderzoekers. Deze bevindingen suggereren dat vaderschapsverlof kan bijdragen aan een meer evenwichtige werk-privé balans en aan het verkleinen van de genderkloof in de STEM-sector. Beleidsmakers worden aangemoedigd om verlofregelingen te ontwikkelen die rekening houden met de specifieke behoeften van zowel werknemers als werkgevers in deze sector.
Meer lezen

"Zoudt ge graag verder studeren?": gender en studiekeuze in Vlaanderen in de jaren 1970

KU Leuven
2024
Siel
Bosmans
De jaren 1970 werden gekenmerkt door de aanwezigheid van verschillende activistische groepen, waaronder de tweede feministische beweging, en een verdere democratisering van het onderwijs. Beleidsmakers wilden met de invoering van het Vernieuwd Secundair Onderwijs elk kind, van elke socio-economische achtergrond, gelijke kansen geven door onder andere de studiekeuze op een latere leeftijd te plaatsen. Ook feministen pleitten voor gelijke kansen: ze streden ervoor dat meisjes dezelfde kansen als jongens kregen, in onder andere de studie- en beroepskeuzebegeleiding. Het onderwerp van deze thesis is hoe er in de jaren 1970 in Vlaanderen werd omgegaan met studiekeuze en beroepsoriëntering en welke rol gender in die beslissing speelde. Daarbij ligt de focus op twee maatschappelijke ruimtes, de PMS-centra en de openbare omroep BRT, waarbinnen studiekeuze en beroepsoriëntering door verschillende actoren werden aangekaart, vormgegeven, gereproduceerd en bijgestuurd.

In het eerste hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de adviezen en werking van psycho-medisch-sociale centra (PMS) en de toekomstbeelden van de begeleide leerlingen van scholen in regio Leuven-Vilvoorde-Brussel. De analyse richt zich op de PMS-leerlingendossiers aan de hand van een discoursanalyse. Daarnaast worden de gebruikte testen en vragenlijsten als paper technologies benaderd. Het onderzoek in het tweede hoofdstuk richt zich op verschillende uitzendingen van de openbare omroep waarin studiekeuze en beroepsoriëntering werden besproken. De analyse heeft betrekking op de reeks Studiekeuze en beroepsoriëntering uit 1970 en 1971 en twee afzonderlijke programma’s Zin en onzin van het huwelijk uit 1973 en Het gaat niet om die ene pop uit 1975. Welke boodschap droegen de uitzendingen uit en wat maakte dat bij de kijkers los?

In beide maatschappelijke ruimtes waren traditionele genderrollen aanwezig. Zo kregen kinderen en ouders zowel via de PMS-werking als via de BRT-uitzendingen gegenderd advies. Het advies en discours bij de BRT was weliswaar gekenmerkt door een ambiguïteit: de hoofdboodschap was emancipatorisch, maar tegelijkertijd bestendigden de programmamakers door het gebruik van bepaalde beelden traditionele genderrollen. Het PMS-advies en de inhoud en vorm van de gebruikte documenten lagen daarentegen wel grotendeels in lijn met de traditionele genderrollen. Sommige individuele medewerkers doorbraken dat genderstereotype patroon bij individuele gevallen. Bij de kijkers, ouders en leerlingen was het beeld gemengd. Een deel was het niet eens met de traditionele rolpatronen en meende dat vrouwen geschikt waren voor elk beroep en de kans moesten krijgen om eender wat te studeren en worden. Anderen geloofden dat het traditionele rollenpatroon met reden bestond en dat vrouwen en mannen inherent verschilden. Daarnaast blijkt dat ook in de samenleving een genderspecifiek toekomstbeeld voor jongens en meisjes voortleefde. De meerderheid van de kijkers, ouders en leerlingen geloofden dat het huishouden en de opvoeding van kinderen behoorden tot het takenpakket van de vrouw en buitenshuis werken tot dat van de man. Zo gaven tienermeisjes aan dat ze verder wilden studeren en werken, maar dacht een deel al na hoe ze later de huishoudelijke en opvoedende taken zou combineren met buitenshuis werk. Andere meisjes stelden dat beeld wel in vraag. Jongens dachten enkel aan ‘mannelijke’ beroepen en reflecteerden niet over hoe ze later hun gezin met hun job zouden combineren.
Meer lezen

Het is niet al goud wat blinkt: Een onderzoek naar de status van edele materialen binnen de hedendaagse sieraadkunst van 1967 tot nu

KU Leuven
2024
Ebba
Van der Taelen
Wanneer de - relatief korte - geschiedenis van de hedendaagse sieraadkunst onder de loep wordt genomen, valt op dat de status van edele materialen erg fluctueerde. Naar dit aspect van de hedendaagse sieraadkunst is tot op heden weinig diepgaand onderzoek verricht, een hiaat dat deze masterproef tracht op te vullen door informatie die zich vaak in de marges van primaire en secundaire bronnen bevindt te verbinden.

Terwijl in het Westen tot ver in de 20ste eeuw voorname sieraden uit edele materialen - zoals edelmetalen, parels en edelstenen - vervaardigd werden, ontstond er geleidelijk aan een tendens die het roer helemaal omgooide en het juk van traditie wilde afwerpen. De evidentie dat sieraden edele materialen moesten bevatten, werd in de late jaren zestig van vorige eeuw uitgedaagd door creaties die uit alternatieve materialen - zoals papier, hout, plastic en aluminium – vervaardigd werden. De sociale betekenissen van materialen – qualities - werden losgekoppeld van hun natuurlijke eigenschappen – properties - waardoor zowel edele als onedele materialen uit puur esthetische overwegingen in sieraden geïntegreerd konden worden. Deze verschuiving, bekend als material relativism, benadrukte dat de waarde van een sieraad niet langer afhing van de gebruikte materialen, maar eerder van het achterliggende concept en de verrichte artistieke arbeid. Dit markeerde in de late jaren zestig het begin van de hedendaagse sieraadkunst, waarbij materiaalkeuze voortkwam uit artistieke overwegingen in plaats van traditie.
Hoewel sommige sieraadmakers resoluut voor alternatieve materialen kozen en het gebruik van edele materialen stiefmoederlijk behandelden, bleven andere edele materialen trouw en trachtten ze er een nieuwe vormentaal voor te ontwikkelen. In de jaren zestig was er in de Duitstalige sieraadscene bijvoorbeeld nog steeds animo om met edele materialen te werken, terwijl deze in de Nederlandse scene bijna volledig verbannen werden uit ideologische optiek. Edele materialen bleven dus sluimeren in de hedendaagse sieraadkunst én hun gebruik werd door sieraadmakers geïnnoveerd - twee aspecten die in bronnen vaak onderbelicht bleven. De status van edele materialen zou in de daaropvolgende decennia nog vaak fluctueren: in sommige decennia werd het gebruik van edelstenen, edelmetalen en parels op grote schaal omarmd, terwijl deze materialen in andere stiefmoederlijk behandeld werden. Zo kende het klassieke, uit edele materiaal vervaardigde sieraad aan het einde van de jaren tachtig een heuse revival, die zich in de jaren negentig doorzette.

Het in vraag stellen van edele materialen is sinds het ontstaan van de hedendaagse sieraadkunst de facto een belangrijk kenmerk van deze toegepaste kunstvorm geworden, dat zich zowel uit in specifieke sieraadcreaties met het gebruik van edele materialen als onderwerp, als in publiekelijk gevoerde debatten tussen sieraadmakers en -onderzoekers.
Meer lezen

Van Bank tot Winkel: Interpersoonlijke servicescape in een doe-het-zelfzaak

Universiteit Hasselt
2024
Aura
Vanbuel
Mijn scriptie onderzoekt het model servicescapes en hoe dit een rol kan spelen in de toekomstige ontwerpen van retail design. Het eerste deel omvat de literatuurstudie. De betekenis van servicescapes, de relatie tot retail design en welke interpersoonlijke dienstverleningen er bestaan. De belangrijkste conclusie die hieruit voortkwam was dat het interpersoonlijke aspect van servicescapes relevant is voor retail design. Dit heb ik verder in detail onderzocht en hierdoor kwam ik tot een lijst van dienstensectoren die aandacht besteden aan het interpersoonlijke aspect. Finaal kwam de bankensector als meest relevante dienst, om verder te onderzoeken, naar voren. Daarop volgde het veldonderzoek startend met een online enquête om meer inzicht te verkrijgen in de wensen van de hedendaagse klant. Hieruit bleek dat er vooral in de sector 'fashion' en 'bouwmarkt' gebrek is aan interpersoonlijke service. Vervolgens heb ik casestudies van moderne banken, gelegen in Europa, geanalyseerd. Ze zijn een goed voorbeeld van de designstrategieën voor het interieurontwerp van een moderne bank. Dit onderzoek heeft zijn waarde voor retail design en heeft mij geholpen in de ontwikkeling van mijn masterproject.
Meer lezen

Lookism en de Assepoesterbepaling Een studie naar de toepassing van artikel 14 EVRM bij discriminaties wegens fysieke kenmerken (lookism)

KU Leuven
2024
Marie
Eglem
  • Marie
    Eglem
Lookism is een discriminatievorm waarbij gediscrimineerd wordt op grond van het uiterlijk van mensen. Over het onderwerp is al veel inkt gevloeid, maar over de stand van zaken met betrekking tot lookism op Europees mensenrechtelijk niveau is er echter weinig tot geen informatie vindbaar. Bijgevolg onderzocht ik in mijn scriptie, bij wijze van exploratief onderzoek, hoe en in welke mate artikel 14 EVRM beschermt tegen situaties van lookism.
Meer lezen

Participatief ondernemen in de Belgische evenementensector

Hogeschool UCLL
2024
Guillaume
Jacquet de Haveskercke
Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een fiscaal voordelige regeling voor medewerkers in de Belgische evenementensector, gericht op het bevorderen van een eigenaarschapmentaliteit en participatief ondernemen.

Het creeërt een win-win situatie voor zowel bedrijf als werknemer, door zelfontplooiing te bevorderen in lijn met de waarden en normen van het bedrijf. Echter, de implementatie van participatief ondernemen in de evenementensector wordt bemoeilijkt door de flexibiliteit en beïnvloeding van externe krachten. Daarom is het essentieel dat bedrijven duidelijk communiceren over hun cultuur en waarden, en dat werknemers betrokken zijn bij het beleid en de doelen van het bedrijf.
Het onderzoek concludeert dat aandeelhouderschap de ultieme motivator en beloning is voor ambitieuze medewerkers, en dat de praktische uitvoering en verdere testen van dit model de volgende stap zijn. Door input van experts zoals Geert Jansens en Thomas Van Eeckhout, wordt een holistische benadering gehanteerd die juridische, fiscale, economische en sociale aspecten overkoepelt. Dit biedt een robuuste basis voor het implementeren van een fiscaal voordelig en motiverend systeem voor medewerkers in de evenementensector.
Meer lezen

Drivers of Macroeconomic Income Inequality : Theory and an Empirical Analysis

Universiteit Gent
2024
Jaco
De Bacquer
Drijfveren van macro-economische inkomensongelijkheid in OESO-landen, met een specifieke focus op de rol van inflatie.
Meer lezen

Met autismespectrumstoornis voor de klas

Odisee Hogeschool
2024
Arthur
Bettens
In dit populair wetenschappelijk artikel beschrijf ik de sterktes van leraren met ASS die kunnen ingezet worden, waarom een leerkracht met ASS een plaats heeft in het onderwijs, welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn, welke rechten en plichten er op de inclusieve werkvloer gelden. Ook uitdagingen worden uitgelicht en hoe hiermee om te gaan. De informatie heb ik gehaald dankzij een literatuuronderzoek en interviews. De bedoeling van dit artikel is om met de resultaten van het onderzoek toekomstige leerkrachten met ASS te empoweren indien ze twijfelen over dit carrièrepad.
Meer lezen

Vervreemde wereld. Een onderzoek naar de actuele vervreemdingsvormen binnen productie- én consumptie-as van de samenleving

Vrije Universiteit Brussel
2024
Marie
Claerhout
In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre het negentiende-eeuwse marxistische concept van 'vervreemding' nog steeds relevant is in de hedendaagse samenleving, zowel binnen de productie- als de consumptiesfeer van het economische systeem. Een diepgaande reflectie op de moderne samenleving onthult een verontrustende realiteit: vervreemding is niet alleen een historisch artefact, maar eerder een veelvoorkomend
fenomeen dat doorsijpelt in zowel productie- als consumptieprocessen. Op basis van een bijgewerkte interpretatie van Marx' theorie van vervreemding worden de losgekoppelde relaties tussen individuen, hun productie- en consumptieproducten, medemensen en het sociaaleconomische systeem blootgelegd. Moderne ontwikkelingen, waaronder consumentisme en flexibilisering, versterken dit fenomeen. De bevindingen wijzen op de complexiteit en interconnectie tussen moderne economische structuren en culturele systemen en suggereren dat een herwaardering van duurzame alternatieven en gemeenschapsgerichte waarden cruciaal is om
een vervreemde wereld te kunnen transformeren in een verbonden wereld.
Meer lezen

Leerdoeloriëntatie als Moderator tussen Beroepskeuzespijt en Werkgerelateerd Leren

Andere
2024
Michaëla
Jespers
Bij loopbaanovergangen zijn flexibiliteit en leervermogen cruciaal voor aanpassing aan nieuwe rollen, maar kunnen uitdagingen zoals spijt over eerdere carrièrekeuzes het welzijn en de motivatie voor verdere ontwikkeling negatief beïnvloeden. Deze cross-sectionele studie (2024) onderzoekt bij 79 respondenten de samenhang tussen beroepskeuzespijt uit een eerdere functie en de participatie in werkgerelateerd leren binnen een nieuwe functie, met een focus op de modererende rol van leerdoeloriëntatie. Uit de resultaten van de hiërarchische regressieanalyse blijkt dat er aanwijzingen zijn voor een negatieve samenhang tussen beroepskeuzespijt uit een voorgaande functie en informeel leren door persoonlijke bronnen (β = 0.24, p = .033), wat nader onderzoek vereist. Daarnaast is gebleken dat een hoge leerdoeloriëntatie positief samenhangt met informeel leren via omgevingsbronnen (β = 0.31, p = .006), en er zijn aanwijzingen dat leerdoeloriëntatie ook positief gerelateerd is aan formeel leren (β = 0.23, p = .046). Er werd geen significant moderatie-effect van leerdoeloriëntatie gevonden op de relatie tussen beroepskeuzespijt en werkgerelateerd leren. Dit onderzoek levert een waardevolle bijdrage aan de wetenschappelijke kennis over de relatie tussen beroepskeuzespijt en werkgerelateerd leren, waarbij leerdoeloriëntatie als moderator fungeert. Toekomstig onderzoek zou moeten onderzoeken hoe interventies gericht op het verminderen van beroepskeuzespijt en het bevorderen van leerdoeloriëntatie kunnen bijdragen aan verbeterde leerresultaten en welzijn op de werkplek.
Meer lezen

Het Verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Spoorweglieden in de regio Mechelen en de aansluitende zones Leuven, Tienen en Landen

Universiteit Gent
2023
Ruben
Lateur
Verzet door de spoorweglieden in de regio's Mechelen, Leuven, Tienen, Landen en de tussenliggende zones tijdens WOII. Het onderzoek bestaat uit een prosopografie, een analyse van de verzetsactivititeiten en een netwerkanalyse. De erkenningsdossiers van het verzet vormen de empirische basis.
Meer lezen

ViaVia: a way to sustainability? Tourism social entrepreneurship as a catalyst for sustainable development - the case of ViaVia Travelers Cafés

KU Leuven
2023
Jazmin
Cevallos Vintimilla
Sociale ondernemingen hechten naast het economische aspect ook veel aan het sociale, en kunnen zo een hefboom zijn voor duurzame ontwikkeling. In deze scriptie wordt gekeken of een sociale onderneming uit de toeristische sector, de ViaVia Travelers Cafés, effectief duurzaam zijn. Case study ViaVia León (Nicaragua) en vergelijkend onderzoek 10 andere ViaVia's in het Globale Zuiden.
Meer lezen

ADHD bespreekbaar maken op de werkvloer.

AP Hogeschool Antwerpen
2023
Sigrid
Vandemaele
Mensen met ADHD lopen vaak vast op hun werk, door de uitdagingen van hun ADHD-brein en door een gebrek aan kennis over ADHD bij het grote publiek. Met een brochure over ADHD en werk wil deze bachelorproef werkgevers en werknemers op weg helpen om van ADHD een troef te maken in hun organisatie.
Meer lezen

De impact van de politiecultuur op de carrièreontwikkeling van vrouwelijke politiefunctionarissen

Universiteit Gent
2023
Céline
Tronquo
In deze masterproef wordt de hypothese gesteld dat er binnen de politionele wereld sprake is van een gender bias en dat de doorstroom van vrouwelijke politiefunctionarissen naar de hogere kaders niet evident zijn. Door middel van een literatuurstudie en scoping review wordt er dieper ingegaan op het carrièreverloop van vrouwelijke politiefunctionarissen. Hierbij wordt er meer bepaald aandacht gegeven aan de obstakels en uitdagingen waarmee vrouwelijke politiefunctionarissen geconfronteerd worden. Ook wordt er stilgestaan bij het gegeven of de mogelijke (dominante) politiecultuur -cult of masculinity- hier een rol in speelt.
Meer lezen

Verpleegkundige worden: top of flop?

Thomas More Hogeschool
2023
Shauni
Van der Goten
Tijdens deze bachelorproef werd onderzoek gedaan naar welk beeld de wereldbevoking heeft over het verpleegkundig beroep. Er werd gekeken of er nood is aan promotie en op welke manier dit best gebeurd. Als laatste werd een eigenhandig promotiefilmpje gemaakt.
Meer lezen