Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Gevaar voor openbare orde en nationale veiligheid als weigeringsgronden voor verblijf in de Vreemdelingenwet

Ellen Vandennieuwenhuysen
Naar aanleiding van twee ophefmakende wetswijzigingen aan de Vreemdelingenwet werd onderzocht in welke mate deze nog in overeenstemming is met enkele fundamentele mensenrechten en algemene rechtsbeginselen. Meer concreet werd dieper ingegaan op de verwijderingsbeslissingen om redenen van openbare orde en nationale veiligheid.

De evolutie van de DNA-databank Veroordeelden

Mariet Stiers
Mijn scriptie onderzoekt de (nood aan een toekomstige) evolutie (van de voorwaarden) van de DNA-databank Veroordeelden en kadert deze databank.

“Te gek om los te lopen” Het leven van geïnterneerden onder de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij van Vorst (1930-1980).

Emma Minderhout
Geïnspireerd door Roy Porters Patiens History en de subalterniteit onderzoek ik hoe een waaier van actoren afzonderlijk en tezamen de levens van geïnterneerden onder de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij van Vorst bepaalden voor de periode tussen 1930 en 1980.

To be or not to be believed. Discoursanalyse van het geloofwaardigheidsonderzoek tijdens asielprocedures van lesbische, biseksuele en transgender vrouwen.

Loes Verhaeghe
In België gebeurden 4% van de asielaanvragen in de afgelopen tien jaar op basis van iemands seksuele geaardheid of genderidentiteit. Deze studie vraagt zich af welke narratieven bij de beoordelaars in de geloofwaardigheidsprocedure onderliggend zijn om de geaardheid of genderidentiteit van de asielzoekers (niet) te geloven. De resultaten wezen uit dat de beoordelaars door vaste argumenten en linguïstische constructies een beeld van de geschikte LGBT asielzoeker opzetten. Deze zijn gestoeld op inhoudelijke paradoxen, die het arbitraire en tegenstrijdige karakter van het geloofwaardigheidsonderzoek aantonen.

Het rijverbod als autonome straf

Charlotte Persiau
Vandaag bestaat het rijverbod enkel voor verkeersgerelateerde overtredingen, met als enige uitzondering het misdrijf familieverlating. Deze thesis beoogt te bekijken of het ook een effectieve straf kan zijn voor overtredingen die op zich niets te maken hebben met het verkeer, bijvoorbeeld: u pleegt een diefstal en krijgt een rijverbod opgelegd.

Tribunale theater- en performancekunst: Naar een nieuw toneel van de oprechtheid aan de hand van een typologie van de hedendaagse theatrale rechtbank

Steff Nellis
Deze scriptie onderzoekt hoe de populariteit van procesvoering binnen de hedendaagse opvoeringspraktijk valt te karakteriseren en verklaren aan de hand van een typologie van een breed corpus aan theatrale rechtszaak-performances.

Verzekeringsfraude een maatschappelijk probleem

Louis Vergauwe
Verzekeringsfraude komt dagelijks voor. Vanaf het begin, toen ik mijn onderwerp moest kiezen, was ik geïnteresseerd in dit fenomeen. Het leek me een interessant thema. Fraude gebeurt vaker en vaker en kan op verschillende manieren gepleegd worden. In de verzekeringswereld proberen vele verzekerden hun verzekeraar op te lichten. Dit vaak door strafrechtelijke feiten te plegen. Zo ben ik op zoek gegaan naar relevante informatie m.b.t. dit interessant onderwerp.

Verzekeringsfraude is een heel ruim begrip, fraude kan namelijk op verschillende manieren en momenten gepleegd worden. Het solidariteitsprincipe is een heel belangrijke drijfveer voor de verzekeraars om fraude te bestrijden.
Het is heel belangrijk om deze momenten juist te onderscheiden van elkaar. Hebben we fraude bij het omschrijven van het risico, de onderschrijving van het risico of bij het betalen van de premie? In deze beginfases van de verzekeringsonderschrijving is de juiste omschrijving van het risico erg belangrijk. Wanneer dit niet gebeurt, kan de verzekeringsnemer gemakkelijk fraude plegen. Verzekeringsnemers zijn eraan gehouden te handelen als een goede huisvader, dit houdt in dat ze schade beperken en voorkomen. Het risico moet altijd gemeld worden.

Oblivion or Prosecution? The Search for the International Legal Framework on Individual Criminal Responsibility for Cultural Heritage Crimes in Armed Conflict

Kit De Vriese
Deze thesis beantwoordt de vraag of er een consistent, duidelijk en efficiënt rechtskader bestaat voor misdaden tegen cultureel erfgoed.

Bijten blaffende honden niet? De informatiepositie van de burgemeester bij de bestuurlijke aanpak van gewelddadige radicalisering en terrorisme in België en Nederland

Robin Dreesen
De masterscriptie gaat na of en hoe Belgische en Nederlandse burgemeesters geïnformeerd kunnen worden opdat ze bestuurlijke maatregelen zouden kunnen treffen en motiveren. De problematiek rond de informatiepositie van de burgemeester staat daarbij centraal. De focus ligt op de problematiek van gewelddadige radicalisering en terrorisme.

De rol van de Verenigde Naties in de strijd tegen terrorisme

Devin Kumpen
Doorheen de scriptie wordt u geloodst doorheen een kluwen van wetgevende VN antiterrorisme-instrumenten, alsook wordt u een duidelijk overzicht gegeven van het amalgaam aan actoren en instituten die ter zake zijn betrokken.

Naar een zuivere conceptueel-theoretische toepassing van het belang van het kind in het strafrecht. De strafrechtelijke toepassing van artikel 3 IVRK in de kinderschoenen.

Elise Blondeel
Deze masterproef handelt over de huidige problematische wisselwerking tussen enerzijds het strafrechtskader en anderzijds de implementatie van artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Het is actueel onduidelijk welke mogelijkheden diverse actoren van de strafrechtsketen hebben om beide kaders op elkaar af te stemmen en op die manier te komen tot strafrechtelijke beslissingen die ‘het belang van het kind’ waarborgen. De casus van internationale parentale ontvoering wordt gebruikt om deze problematiek te concretiseren.

EHRM en bewijs. Terreurbestrijding als opstap naar vernieuwd digitaal speurwerk: de gespannen verhouding tussen nieuwe bewijsgaringsinstrumenten in het Belgisch strafonderzoek en artikel 6 en 8 EVRM.

Feia Deltour
De recente Wet Digitaal Speurwerk heeft ten voordele van de justitiële actoren een aantal nieuwe en verregaande onderzoeksbevoegdheden in de digitale sfeer in het leven geroepen. Deze staan echter op gespannen voet met de artikelen 6 en 8 EVRM. Deze thesis analyseert kritisch de wetgevende en beleidsmatige aspecten in de materie.

Kindhuwelijken en het internationaal privaatrecht

Frederik Welvaert
Deze masterproef bespreekt de problematiek van kindhuwelijken vanuit internationaal privaatrechtelijk perspectief. Hierbij wordt een rechtsvergelijkende analyse gemaakt van de regelgevingen in België, Zweden en Duitsland. Deze regelgevingen worden daarna getoetst aan enkele fundamentele rechtsbeginselen, zoals het belang van het kind (art. 3 IVRK) en het recht op familieleven (art. 8 EVRM) om finaal tot een eigen, weloverwogen visie te komen betreffende de aanpak van deze problematiek.

Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige. Rechtsbescherming uit art. 6 EVRM bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

Eva Nackaerts
Deze masterscriptie onderzoekt of er voldoende rechtsbescherming aanwezig is voor de belastingplichtige verdachte die een minnelijke schikking afsluit of zijn schuld erkent bij het parket. Hierbij wordt er getoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Naar nieuwe verbale uitingsmisdrijven in de strijd tegen terreur?

Julie Petersen
Het uitgangspunt is de vrijheid van meningsuiting. Nochtans zijn er reeds bijzondere strafbepalingen die op het eerste gezicht deze vrijheid beknotten. Doel van de thesis is vanuit rechtsvergelijkend perspectief de accuraatheid van deze strafbepalingen na te gaan en te onderzoeken of er - in de helaas blijvende strijd tegen terreur - nieuwe zogenaamde "uitingsmisdrijven" moeten worden ingevoerd.

De straffeloosheid bij VN blauwhelmen voor seksuele uitbuiting en misbruik – De huidige tekortkomingen en de nood aan hervormingen

Julie Vanden Hautte
In de media duiken reeds decennia lang aantijgingen op van seksuele uitbuiting en misbruik in hoofde van VN blauwhelmen. Hoewel dergelijke praktijken niet door de beugel kunnen, stoot de berechting van vredeshandhavers op enkele moeilijkheden die berechting verhindert. In mijn onderzoek komen deze hinderpalen aan bod, evenals de hervormingen die hierop een antwoord bieden.

De rechtsbescherming van de belastingplichtige in het kader van de huidige 'una via'-regeling

Stevo Gatsos
In de strijd tegen fiscale fraude heeft de federale wetgever anno 2008 een parlementaire
onderzoekscommissie opgericht. De belangrijkste aanbeveling van deze parlementaire
onderzoekscommissie handelde over het instellen van een una via-regeling in fiscale
strafzaken. Dit heeft finaal geleid tot de wet 20 september 2012 tot instelling van het ‘una
via’-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging
van de fiscale penale boetes, oftewel de Una Via-wet.
Dit una via-principe houdt in dat slechts één weg kan ingeslagen worden in de beteugeling
van inbreuken op de fiscale wetten, hetzij strafrechtelijk met strafsancties, hetzij fiscaaladministratief
met fiscaal-administratieve sancties. De federale wetgever had met de
ontdubbeling van parallelle procedures een efficiënter fraudebeleid voor ogen. Concreet werd
dit gerealiseerd door het una via-overleg tussen de fiscale administraties, het Openbaar
Ministerie en de bevoegde politionele overheden, hetgeen de betrokken actoren in staat
diende te stellen uit te maken wat de meest adequate afhandelingswijze van het concreet
dossier zou zijn.
De federale wetgever heeft met de Una Via-wet eveneens gepoogd het non bis in idembeginsel,
zoals geïnterpreteerd door de Europese rechtscolleges, wettelijk te verankeren. Dit
beginsel belet dat eenzelfde persoon, die reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een
definitieve beslissing, opnieuw voor dezelfde feiten wordt berecht of bestraft. In dit opzicht is
het relevant om ook het strafrechtelijk karakter van administratieve sancties onder de loep te
nemen. Wanneer blijkt dat zowel een strafrechtelijke sanctie als een administratieve sanctie
met een strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM voor dezelfde feiten worden
opgelegd, zal het non bis in idem-beginsel toepassing vinden. Vóór de intrede van de Una
Via-wet voorzagen de fiscale wetboeken expliciet de mogelijk om strafrechtelijke sancties en
administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter te cumuleren. De Una Via-wet, met
respect voor het non bis in idem-beginsel, dient tegemoet te komen aan deze problematiek
door een decumul te voorzien, waarbij dezelfde rechtsonderhorige hetzij strafrechtelijk, hetzij
fiscaal-administratief gesanctioneerd wordt.

Het opzet van dit werk bestaat erin een analyse te maken van de rechtsbescherming van de
belastingplichtige in het kader van de huidige una via-regeling. Het onderzoek naar de
tegemoetkoming aan het non bis in idem-beginsel door de federale wetgever in het una viamodel
staat centraal. Om de evaluatie te kunnen maken of de wet hieraan voldoet is een
grondige uiteenzetting van de draagwijdte van het non bis in idem-beginsel in fiscale
strafzaken vereist. Dit gebeurt aan de hand van de bespreking van de bronnen en de
jurisprudentiële invulling van dit beginsel, met inbegrip van het strafrechtelijk karakter van
administratieve sancties. Vervolgens wordt, het non bis in idem-beginsel indachtig, de Una
Via-wet besproken. De totstandkoming, de onvolmaaktheden en de gedeeltelijke vernietiging
worden hierbij toegelicht. Het sluitstuk van dit onderzoek heeft betrekking op suggesties de
lege ferenda. Hierbij wordt onderzocht of het Nederlands una via-model, het sociaal
strafrecht en het aanrekeningsprincipe soelaas kunnen bieden.

De positie en de belangen van dader en slachtoffer in kaart: een kritische evaluatie over de diverse strafprocedures heen

Margo Ghijs
Een kritische analyse omtrent de positie en belangen van dader en slachtoffer binnen de assisenprocedure en het nieuwe wetsvoorstel inzake de criminele kamers. Houdt dit laatste een fundamentele verbetering in voor beide partijen ten opzichte van de assisenprocedure of is er nog werk aan de winkel?

Woekeraars, uithongeraars, accapareurs, sjacheraars, opkopers, uitzuigers en zeepbaronnen. Prijscontestatie in België na de Eerste Wereldoorlog, 1918-1924.

Martin Schoups
Deze scriptie peilt naar de verschillende manieren waarop de Belgische overheid na de Eerste Wereldoorlog de voedselkwestie trachtte op te lossen. Lage en stabiele prijzen waren daarbij de hoofdbekommernis. Door middel van verschillende interventies werd daarbij komaf gemaakt met de vooroorlogse voedselpolitiek, en beslissingen genomen die tot op de dag van vandaag doorwerken.

Het oudste beroep maar nog steeds geen wettelijk statuut - aanbevelingen voor wetgevende initiatieven

Valérie Schouteden
Haalbaarheid van een sociaal statuut voor sekswerkers. Kan de prostitué(e) ressorteren onder de bestaande sociale statuten als werknemer of zelfstandige?

Notice and Takedown: onderzoek naar de baanbrekende rol van Child Focus in de online bestrijding tegen Child Sexual Abuse Material in een nog klassiek strafrechtelijk denkkader.

Camille De Brabant-Bibi
Het onderzoek naar nieuwe samenwerkingsvormen tussen een gespecialiseerde burgerlijke organisatie, met name Child Focus, en de gerechtelijke en politionele autoriteiten in de strijd tegen online beelden van kindermisbruik.

CYBERPESTEN TUSSEN MINDERJARIGE LEERLINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS. FENOMEENANALYSE, JURIDISCHE KWALIFICATIE EN DE PREVENTIEVE WERKING VAN MAATREGELEN OP HET NIVEAU VAN HET JEUGDPARKET. EEN CASESTUDIE BIJ HET PARKET HALLE-VILVOORDE

David Hublé
Een studie van vijftig dossiers over cyberpesten toont aan dat de online-verwensingen bijzonder ver gaan tot het bevel tot zelfdoding toe. Het federaal parket steunt onze vraag om dat laatste strafbaar te stellen. De jeugdparketten dienen meer in te zetten op herstelbemiddeling, het versturen van waarschuwingsbrieven en het uitnodigen van minderjarige daders om hen te herinneren aan de wetgeving die op hun gedrag van toepassing is.

Adolescente verkrachtingsslachtoffers: Ontwerp van een brochure ter bevordering van veerkracht

Bieke Longeville
In deze bachelorproef wordt een brochure ontworpen voor adolescente verkrachtingsslachtoffers waarvan op basis van wetenschappelijk vooronderzoek kan worden verwacht dat deze het herstel van jongeren na een eenmalige verkrachting stimuleert. Dergelijke informatie op maat van adolescenten bleek tot op heden immers te ontbreken, terwijl zij bijzonder kwetsbaar zijn voor secundaire victimisatie en de ontwikkeling van psychische klachten na verkrachting.

Plea bargaining in het Belgisch strafprocesrecht

Wouter Maes
Toelichting van de nieuwe procedure tot voorafgaande erkenning tot schuld (VES) in België en in verhouding tot plea bargaining in het common law, meer bepaald in Engeland en Wales.

Getolkte gesprekken met minderjarigen in strafrechtelijke context in Italië. Een vergelijkende studie van de belangrijkste uitdagingen voor tolken en de aanbevelingen en wensen voor de toekomst.

Laura Vermeylen
Wat zijn volgens tolken de belangrijkste uitdagingen tijdens getolkte verhoren van minderjarigen en hoe kan daar in de toekomst op ingespeeld worden? Het CO-Minor-IN/QUEST-project verspreidde een enquête in verschillende Europese landen. De data van die enquête bieden een antwoord op de onderzoeksvraag en zo kunnen er aanbevelingen geformuleerd worden.