Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

ASSESSMENT OF DIAGNOSTIC PROTOCOLS OF ACUTE-PHASE APHASIA IN RELATION TO SIGN LANGUAGES [BEOORDELING VAN DIAGNOSTISCHE PROTOCOLLEN VOOR ACUTE AFASIE IN RELATIE TOT GEBARENTALEN]

Vrije Universiteit Brussel
2026
Nina
Driesmans
Deze studie onderzoekt acute afasiediagnostiek binnen de context van
de Vlaamse Gebarentaal (VGT). Afasie, een verworven neurologische
taalstoornis, wordt voornamelijk onderzocht vanuit een westers, eentalig
en audiocentrisch perspectief. Omdat gebarentaligen de visueel-gestuele
modaliteit gebruiken, in tegenstelling tot de oraal-auditieve modaliteit
van gesproken talen, zijn huidige diagnostische instrumenten niet
aangepast aan hun noden. Een rapid review onderzocht de neurale
representatie van gebarentalen in relatie tot afasie. Resultaten uit 29
beeldvormingsstudies tonen aan dat gebarentalen een
linksgelateraliseerd perisylvisch netwerk activeren, vergelijkbaar met
gesproken talen, maar met modaliteitsspecifieke aanpassingen.
Daarnaast leidt schade aan de linkerhersenhelft systematisch tot
verstoring van fundamentele taalaspecten, terwijl schade aan de
rechterhersenhelft visuospatiële vaardigheden selectief beïnvloedt. Een
enquête onder 20 Vlaamse clinici toont aan dat diagnostiek gebaseerd is
op Nederlandstalige instrumenten en informele vertaalmethoden, met
beperkte aandacht voor VGT-gebruikers. Deze bevindingen
onderstrepen de noodzaak van gevalideerde diagnostische instrumenten
voor gebarentaligen, verbeterde training van clinici, en een meer
rechtvaardige gezondheidszorg.
Meer lezen

De rol van verpleegkundigen in de preventie van kathetergeassocieerde urineweginfecties bij gehospitaliseerde CVA-patiënten

Hogeschool VIVES
2026
Florien
Vangheluwe
CVA-patiënten hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van kathetergeassocieerde urineweginfecties als gevolg van immunosuppressie, een neurogene blaas, immobiliteit of een verminderd bewustzijn. Daarnaast is er op de werkvloer onvoldoende kennis over de juiste indicaties voor blaaskatheterisatie, mogelijke alternatieven en de preventieve maatregelen. Dit draagt bij aan onnodige katheterisatie, waardoor het risico op kathetergeassocieerde urineweginfecties verder toeneemt. Deze bachelorproef richt zich op het formuleren van aanbevelingen ter preventie van kathetergeassocieerde urineweginfecties bij CVA-patiënten.
Meer lezen

welke rol speelt de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA)?

Hogeschool VIVES
2026
steffie
dumortier
Deze bachelorproef onderzoekt de rol van de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA). Hemispatiaal neglect kan een grote invloed hebben op de veiligheid, zelfstandigheid en revalidatie van de patiënt, maar wordt in de dagelijkse zorg niet altijd tijdig herkend.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke signalen verpleegkundigen kunnen observeren, welke screeningsmethoden en hulpmiddelen beschikbaar zijn en hoe multidisciplinaire samenwerking kan bijdragen aan een vroegere herkenning en betere begeleiding.

Op basis van de bevindingen werd de Neglectbox ontwikkeld: een praktijkgericht hulpmiddel met onder andere een verpleegkundig zakkaartje, Neglect Compass, kamerindelingskaart, patiëntenwerkboek, familiekaart en verschillende hulpmiddelen voor de patiënt. De box heeft als doel verpleegkundigen en andere zorgverleners te ondersteunen, de patiënt actief te betrekken bij de revalidatie en ook familie handvatten te geven.

De Neglectbox zal binnen AZ Delta in de praktijk worden ingezet, waarbij onder andere de ontwikkelde kamerindelingskaart effectief gebruikt zal worden.
Meer lezen

De zorgvolmachtclausule in de huwelijkovereenkomst: een juridisch en praktijkgericht onderzoek naar de bescherming van echtgenoten bij wilsonbekwaamheid

Universiteit Hasselt
2026
Lisa
Winthaegen
Deze masterscriptie onderzoekt of de opname van een zorgvolmachtclausule in een huwelijksovereenkomst een meerwaarde kan bieden voor de bescherming van echtgenoten in geval van wilsonbekwaamheid, in het licht van artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Het uitgangspunt van het onderzoek is de vaststelling dat het Belgische recht geen automatische vertegenwoordigingsbevoegdheid toekent aan echtgenoten wanneer één van hen wilsonbekwaam wordt. Hoewel het huwelijk rechten en plichten met zich meebrengt, biedt het huidige recht geen sluitende regeling voor situaties waarin één van de partners zijn of haar belangen niet langer zelfstandig kan behartigen. Het onderzoek heeft een interdisciplinair karakter en combineert een rechtsdogmatische analyse met een empirisch onderzoek. In het juridisch luik worden de begrippen wilsonbekwaamheid, handelingsonbekwaamheid, bewindvoering en huwelijksovereenkomst verduidelijkt. Daarnaast wordt het normatieve kader van artikel 12 IVRPH onderzocht, waarin autonomie, zelfbeschikking en gelijkheid voor de wet centraal staan. Vervolgens worden de bestaande beschermingsmechanismen binnen het Belgische recht geanalyseerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen buitengerechtelijke bescherming via de zorgvolmacht en gerechtelijke bescherming via bewindvoering. Ook verschillende huwelijksvermogensrechtelijke instrumenten, zoals de rechterlijke machtiging en de overdracht van bestuursbevoegdheden, worden besproken.
Uit deze analyse blijkt dat geen van de bestaande instrumenten een alomvattende oplossing biedt voor situaties van wilsonbekwaamheid binnen het huwelijk. Bewindvoering is een ingrijpende en formele maatregel, terwijl de zorgvolmacht afhankelijk blijft van een voorafgaand initiatief van de betrokken persoon. De huwelijksvermogensrechtelijke instrumenten zijn bovendien beperkt in hun toepassingsgebied en vereisen doorgaans rechterlijke tussenkomst. Tegen deze achtergrond wordt in deze masterscriptie voorgesteld om een regeling van zorgvolmacht te integreren in de huwelijksovereenkomst. Daarbij gaat het niet noodzakelijk om één afzonderlijke clausule, maar eerder om een geheel van samenhangende bepalingen die echtgenoten vooraf toelaten elkaar aan te duiden als vertegenwoordiger in geval van toekomstige wilsonbekwaamheid.
De voorgestelde regeling wordt vervolgens getoetst aan artikel 12 IVRPH. Uit deze toetsing blijkt dat een dergelijke regeling in belangrijke mate aansluit bij de beginselen van autonomie en ondersteunende besluitvorming die in het verdrag centraal staan. De zorgvolmacht vertrekt immers van een voorafgaande wilsuiting van de betrokkene en laat toe dat deze zelf bepaalt wie hem of haar zal vertegenwoordigen en onder welke voorwaarden. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat voldoende waarborgen noodzakelijk zijn om misbruik te voorkomen en om het evenwicht tussen bescherming en zelfbeschikking te bewaren.
Het empirisch onderzoek bestaat uit tien diepte-interviews met notarissen uit de provincie Limburg. De interviews tonen aan dat de zorgvolmacht in de praktijk steeds belangrijker wordt als instrument van toekomstige bescherming. De notarissen erkennen de voordelen van een geïntegreerde regeling binnen de huwelijksovereenkomst, onder meer op het vlak van rechtszekerheid, efficiëntie en autonomie. Tegelijk wijzen zij op het belang van maatwerk, duidelijke formuleringen en aandacht voor veranderende familiale omstandigheden.
De masterscriptie besluit dat de integratie van een zorgvolmachtclausule in de huwelijksovereenkomst een waardevolle aanvulling kan vormen binnen het Belgische recht. Zij kan bijdragen tot een meer autonomiegerichte en efficiënte bescherming van echtgenoten bij wilsonbekwaamheid en sluit aan bij de doelstellingen van artikel 12 IVRPH. Deze meerwaarde is echter niet absoluut en vereist een zorgvuldige juridische uitwerking met voldoende waarborgen tegen misbruik.
Meer lezen

Onderzoek naar de neurale basis van natuurlijke spraak bij personen met afasie via voxel-wise lesion-symptom mapping

KU Leuven
2025
Sara
Dupont
  • Eline
    Biermans
Ongeveer één op de vier personen met een beroerte krijgt te maken met afasie, een taalstoornis waarbij het begrijpen en/of produceren van taal moeilijk kan verlopen. In deze masterproef zoeken we een link tussen de taalfouten die personen met afasie maken en de exacte locatie van hun hersenletsel. Dit deden we aan de hand van de innovatieve techniek 'voxel-wise lesion-symptom mapping'. Wat ons onderzoek bijzonder maakt, is dat we bij de taaltesten gebruikmaken van natuurlijke spraak. Zo krijgen we een accurater beeld van het dagelijks taalgebruik van de personen met afasie. Deze studie opent nieuwe wegen om te voorspellen welke hersenschade welke taalproblemen veroorzaakt en hoe personen met afasie zullen herstellen.
Meer lezen

Het directe effect van een mondhygiënische behandeling op de slikact bij CVA-patiënten met orofaryngeale dysfagie: een pilootstudie.

Universiteit Gent
2025
Gwendolyn
Blancquaert
Kan iets schijnbaar eenvoudigs zoals mondverzorging het herstel na een beroerte beïnvloeden? Deze pilootstudie onderzocht hoe drie eenvoudige mondverzorgingsmethoden de slikfunctie van patiënten na een beroerte beïnvloeden. De resultaten tonen dat een gezonde mond niet alleen eten aangenamer maakt, maar ook complicaties kan voorkomen. Ontdek hoe een kleine verandering in zorg een grote impact kan hebben op herstel en levenskwaliteit.
Meer lezen

Ontwerp van een passief ontkoppelbaar exoskelet voor de onderste ledematen ter assistentie bij zit-naar-stand

Universiteit Gent
2025
Eline
Killemaes
De overgang van zitten naar staan (sit-to-stand, STS) is een fundamentele dagelijkse activiteit die essentieel is voor het behoud van zelfstandigheid en mobiliteit. Voor ouderen en mensen die een beroerte hebben gehad, wordt deze beweging echter steeds moeilijker door verminderde spierkracht en balans, waardoor het risico op vallen toeneemt. Hoewel er passieve exoskeletten voor de onderste ledematen bestaan die gericht zijn op looprevalidatie, zijn specifieke toestellen die STS-assistentie bieden nog niet beschikbaar op de markt en bevinden ze zich in een vroege ontwikkelingsfase.

Deze thesis presenteert het ontwerp en de evaluatie van een nieuw passief, ontkoppelbaar knie-exoskelet dat de fysieke inspanning tijdens het rechtstaan wil verminderen door gerichte mechanische ondersteuning te bieden. Het systeem maakt gebruik van een veermechanisme in combinatie met een mechanische koppeling, opgebouwd met een fietsschijfrem en twee fietsremklauwen. Tijdens het gaan zitten wordt energie opgeslagen doordat de bovenste remklauw de schijf blokkeert. Wanneer de gebruiker neerzit, schakelt de koppeling over: de onderste remklauw houdt de schijf vast zodat de energie in de veren wordt opgespaard, terwijl het been toch vrij kan bewegen. Bij het rechtstaan wordt deze opgeslagen energie vrijgegeven om de gebruiker te ondersteunen.

Mechanische testen bevestigden dat de koppeling betrouwbaar werkte en niet doorslipte, zelfs onder verhoogde spanning. Hoewel gebruikers positieve feedback gaven en het werkingsprincipe succesvol werd aangetoond, leverden de eerste fysiologische metingen met oppervlakte-EMG gemengde resultaten op. Waarschijnlijk spelen factoren zoals de pasvorm van de braces en variatie in de beweging van proefpersonen hierbij een rol.

Dit onderzoek legt een veelbelovende basis voor de verdere ontwikkeling van hulpmiddelen die de zit-naar-sta beweging ondersteunen en zo bijdragen aan de dagelijkse mobiliteit.
Meer lezen

Design and development of a modular ankle foot orthosis with the aid of additive manufacturing

Universiteit Gent
2025
Ruben
Verscheure
Lower limb muscle weakness is a common symptom in many
neuromuscular conditions and traumatic injuries, often leading to
abnormal gait, instability, and reduced mobility. Ankle-foot orthoses
(AFOs) are widely prescribed to support functional walking, yet current
production methods remain labor-intensive, poorly adjustable, and limited
in their ability to accommodate evolving user needs. This thesis explores
the design and development of a modular, patient-specific AFO using
additive manufacturing (AM), in collaboration with Materialise and
Materialise Motion.
The project follows an adapted Stanford Biodesign methodology,
incorporating clinical research, user feedback, and iterative engineering
across three phases: Identify, Invent, and Develop. By reframing the
design process to account for technical, clinical, and experiential
demands, the resulting AFO aims to better align with the real-world needs
of orthotists and patients. The core innovation lies in a three-part modular
architecture: ankle-cuff, strut, and footplate, each optimized for digital
fabrication and individualized stiffness tuning.
To support this modularity, a parametric CAD workflow and Finite Element
Analysis (FEA) were used to iteratively tune the geometry and stiffness of
individual components. Physical testing under physiological loads
confirmed the reliability of the design, while patient and expert input
reinforced the importance of comfort, fit, and ease of use.
This thesis demonstrates the potential of AM to move beyond cosmetic
customization and deliver functional, adaptable orthoses. While further
clinical validation is required, the proposed system offers a promising step
toward more personalized and efficient orthotic care.
Meer lezen

Autonomic function parameters are predictors of increased limitations in Activities of Daily Living after a 2-year follow-up period in octogenarians: a prospective longitudinal study

Vrije Universiteit Brussel
2024
Jordy
Saren
Background: Neurogenic orthostatic hypotension and blood pressure variability (BPV) may be considered as additional clinical parameters to evaluate pharmaceutical and non-pharmaceutical preventive interventions. This is particularly relevant if these parameters predict difficulties in performing Activities of Daily Living (ADL).

Aim: To explore the predictive value of autonomic function parameters for alternations in ADL mediated by changes in locomotor function in relatively robust octogenarians after a 2-year follow-up period.

Methods: This prospective longitudinal study included 267 participants (mean age: 82.98 ± 2.87 years) from the BUTTERFLY study. Data were collected at baseline and after 6, 12, and 24 months. The two-year follow-up period enabled the examination of both direct and indirect influences of autonomic function on the decline in ADL, mediated by changes in locomotor function, using PROCESS macro mediating logistic regression analysis.

Results: Systolic supine-to-stand BPV was associated with increased dependency in advanced ADL (unstandardized beta = 0.160, p<0.001) after a two-year follow-up in adults aged 80 and above. Visit-to-visit systolic BPV indirectly predicted more a-ADL limitations, mediated by changes in gait speed during year 1. No direct or indirect impact of autonomic function on b-ADL or i-ADL was observed after two years.

Conclusion: Our prospective study demonstrated that various autonomic function parameters predicted increased limitations in ADL among octogenarians after a two-year follow-up period. Consensus on threshold values for defining high BPV is essential for its clinical implementation, even in low cardiovascular risk cohorts.
Meer lezen

Exploring the language and multiple demand network in chronic aphasia through subject-specific fMRI localization

KU Leuven
2024
Laura
Stalmans
  • Katja
    De Meyer
Achtergrond: Eén derde van de personen die een beroerte meemaken, ontwikkelt afasie. Deze verworven taalstoornis brengt moeilijkheden in de communicatie teweeg en gaat dikwijls samen met cognitieve problemen. Tijdens de (sub)acute fasen van het herstel is vaak veel verbetering mogelijk, maar dit proces vertraagt of stabiliseert tijdens de chronische fase. Talrijke studies hebben de potentieel compenserende mechanismen van de rechterhersenhelft en het ‘multiple demand’ (MD) netwerk ter ondersteuning van het taalnetwerk onderzocht. Deze studies maakten vaak gebruik van groepsgemiddelden bij hersenscans. Er is echter behoefte aan specifieker onderzoek gericht op individuele activatie patronen bij post-stroke patiënten met chronische afasie (PWA), a.d.h.v. subject-specifieke fMRI methoden.

Doel van de huidige studie: Wij richten ons op het onderzoeken van de activatie en rol van zowel de rechterhemisferische regio's van het taalnetwerk als het domein-overkoepelende MD netwerk in de chronische fase van afasie. Voor beide netwerken kijken we zowel naar absolute als naar relatieve activatie (lateralisatie-index; LI) in vergelijking met gezonde controles, en we doen dit op individueel-subjectniveau. Bovendien bestuderen we of er een verband bestaat tussen de activatie van deze netwerken en de ernst van taal- of cognitieve stoornissen bij PWA.

Methode: We gebruikten de “single-subject” methode met taakgerichte fMRI om de betrokkenheid van de taalregio’s in de rechterhersenhelft en het MD netwerk tijdens taalverwerking bij chronische afasie te testen. Onze participanten bestonden uit 15 PWA en 13 leeftijdgematchte gezonde controles. We verzamelden fMRI-gegevens tijdens het uitvoeren van een luister- en leestaak (activeert taalnetwerk) evenals een ruimtelijke werkgeheugentaak (activeert MD netwerk). Verder werden er enkele gestandaardiseerde klinische taal- en cognitieve assessments afgenomen. De individuele activatiepatronen van de fMRI-activaties en de relatieve afhankelijkheid van de linker- en rechterhemisfeer (LIs) werden vergeleken tussen de groepen en de relatie met de ernst van afasie en cognitief deficit werd onderzocht a.d.h.v. correlaties met de gedragstaken. De betrokkenheid van het MD netwerk tijdens taalverwerking werd onderzocht door de taalactiviteit binnen subjectspecifieke regio's die actief zijn tijdens de MD taak te onderzoeken.

Resultaten: We vonden een significant groepsverschil voor de activiteit van het taalnetwerk in de linkerhersenhelft tijdens de taaltaken, maar niet voor de rechterhersenhelft, en geen significant groepsverschil voor MD activatie tijdens de MD taak. We vonden ook geen significant verband tussen de activatie van het taal- of MD netwerk en de ernst van afasie of cognitie. Met betrekking tot groepsverschillen in de lateralisatie van de netwerken, vertoonden PWA en gezonde controles vergelijkbare niveaus van lateralisatie van het taalnetwerk tijdens beide taaltaken, terwijl PWA significant minder links-gelateraliseerd activatiepatronen vertoonden in het MD netwerk tijdens de MD taak. Met betrekking tot LI-correlaties werden geen significante correlaties gevonden tussen LI's van het taal- en MD netwerk en de ernst van afasie, maar we vonden wel een positieve relatie tussen sterkere links-gelateraliseerde taalactiviteit tijdens de leestaak en cognitieve prestaties. Ten slotte vonden we geen bewijs voor activatie van het MD-netwerk tijdens taalverwerking.

Conclusie: We vonden geen bewijs voor een compensatiemechanisme t.h.v. de taalregio’s in de rechterhersenhelft bij PWA. Verder vonden we geen bewijs voor een rol van het MD netwerk tijdens passieve, receptieve taalverwerking, wat interessante inzichten biedt in een sterk bediscussieerd onderwerp. Voor de correlaties met de gedragsresultaten suggereren we dat de activatiewaarden in zowel het taalnetwerk als het MD netwerk mogelijk geen doorslaggevend inzicht bieden in de ernst van afasie bij de PWA groep.
Meer lezen

Exploratieve studie naar een benoemtest die rekening houdt met visuele inputstoornissen bij personen met afasie

KU Leuven
2024
Klara
Spooren
  • Jana
    Sevenants
Genomineerde shortlist Eosprijs
Ontwikkeling van een nieuwe benoemtest om personen die een beroerte hebben doorgemaakt maximaal te ondersteunen. Binnen deze test wordt woordvinding getest aan de hand van auditieve input in plaats van de klassieke visuele input. Dit blijkt uit ons onderzoek een gepast alternatief om personen met visuele inputstoornissen optimaal te ondersteunen.
Deze test wordt binnenkort gepubliceerd om patiënten in praktijk te kunnen helpen.
Meer lezen

Recently diagnosed obstructive sleep apnea patients: Knowledge, mindset, and journey

Universiteit Antwerpen
2023
Pauline
Vanhoof
Dit onderzoek toont het belang aan van de kennis en mindset van recent gediagnosticeerde obstructief slaapapneu patiënten. Verder wordt het belang van patiëntgerichte zorg benadrukt.
Meer lezen

The effect of the adaptive immune system on the brain barriers in health and disease

Universiteit Gent
2023
Lore
Van Acker
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
In mijn thesis gingen we op zoek naar de invloed van het adaptief immuunsysteem op de integriteit van de hersenbarrières in gezondheid en in twee neurologische aandoening, namelijk multiple sclerose en de ziekte van Alzheimer. We ontdekten dat T-cellen, en meer specifiek regulatorische T-cellen, een belangrijke rol spelen bij het behouden van deze integriteit. Verden toonden we aan dat het cytokine IL-34 hierbij als boodschapper dient, wat nieuwe perspectieven opent voor het ontwikkelen van therapieën voor diverse neurologische aandoeningen.
Meer lezen

Exploring the processes and dynamics of work-related demands in relation to Flemish critical care nurses’ health: a constructivist grounded theory study on mitigating strategies

Universiteit Gent
2023
Lukas
Billiau
Wereldwijd wordt het verpleegkundig beroep gekenmerkt door een veeleisend takenpakket, wat kan leiden tot gezondheidsklachten en ziekteverzuim. Dit onderzoek tracht een antwoord te formuleren op de vragen hoe de Vlaamse verpleegkundigen tewerkgesteld in de kritische zorg dergelijke blootstelling aan veeleisende werkactiviteiten ervaren en bovendien, wat de sociale en psychologische processen zijn waar ze beroep op doen om de gevolgen van deze blootstelling te verzachten.
Meer lezen

Acinar-to-ductal metaplasia in pancreatic cancer: regulatory genes as a target for therapy

Vrije Universiteit Brussel
2021
Jan-Lars
Van den Bossche
Tot op vandaag blijft pancreaskanker een ongeneeslijke ziekte met weinig hoopgevende statistieken. De wetenschap heeft aangetoond dat een proces waarbij cellen in de pancreas van identiteit veranderen, dat zich voordoet bij o.a. chronische ontsteking, aan de oorsprong kan liggen van pancreaskanker. In deze studie werd onderzocht welke genen hierin een rol spelen, met het oog op het blokkeren van dit proces om zo de ontwikkeling van pancreaskanker te voorkomen.
Meer lezen

Interaction between fam57b and cdipt in a model of 16p11.2 deletion syndrome

Vrije Universiteit Brussel
2020
Adrianna
Vandeuren
Ik bestudeerde de interactie van twee genen die van belang zijn voor het 16p11.2 deletiesyndroom in zebravissen. Door het kijken naar hun gedrag bleek dat de GABA-ergische inhibitorische neuronen een belangrijke rol spelen in het veroorzaken van symptomen.
Meer lezen

Een beroerte overleefd, wat nu met het mentale welbevinden?

Thomas More Hogeschool
2020
Chelsea
Cle
Momenteel bieden verpleegkundigen nog onvoldoende aandacht aan de mentale gezondheid bij de verzorging van een patiëntenpopulatie. Uit onderzoek blijkt dat dit kan worden verklaard door onvoldoende kennis, competenties en attitude. Als oplossing voor dit gebrek aan educatie heb ik een signaalkaart (prototype) ontwikkeld ter ondersteuning voor de verpleegkundige met daaraan gekoppeld een stappenplan voor uiteindelijke implementatie van de signaalkaart.
Meer lezen

De effectiviteit van een mobile stroke unit in UZ Leuven

KU Leuven
2020
Arnout
Demarsin
In deze thesis wordt de impact van de invoer van een mobile stroke unit in UZ Leuven voor patiënten met een ischemische beroerte ingeschat. De meest ingrijpende invloedsfactoren op de effectiviteit van de mobile stroke unit zijn de drieminutenregel en de performantie van de nooddispatch. De gemiddelde tijdswinst tot behandeling voor beroertepatiënten in oost Vlaams-Brabant varieert sterk afhankelijk van de implementatiewijze van de mobile stroke unit.
Meer lezen

Een naaste met afasie ... Wat nu? : Over de beleving en noden van de naasten

Odisee Hogeschool
2019
Eveline
Van Gucht
Hoe beleven naasten van patiënten met afasie deze aandoening en welke ondersteuning hebben zij nodig in de omgang met deze patiënten? Dit onderzoek geeft een unieke inkijk in de ervaring van vijf naasten van afatici. Je wordt hierbij als het ware ondergedompeld in de ervaringen van de respondenten.
Meer lezen

Evolutie van de heelkundige van halsslagaderstenosen

Universiteit Gent
2018
Gilles
Soenens
  • Nathalie
    Moreels
  • Frank
    Vermassen
Halsslagadervernauwing verhoogt het risico op TIA (transiënt ischemisch aanval) en beroerte. Een heelkundige ingreep kan worden uitgevoerd om dat risico in te perken. De laatste jaren is de indicatiestelling en timing voor behandeling van halsslagadervernauwing sterk gewijzigd, dit moet leiden tot een vermindering van lange termijn risico op beroerte.
Meer lezen

Computer-aided diagnosis of ischemia and infarction for the treatment of acute ischemic stroke

Vrije Universiteit Brussel
2018
Ine
Dirks
In deze master thesis werd aangetoond dat machinaal leren de behandeling van patiënten met een acuut herseninfarct kan optimaliseren. De complexe afleiding en interpretatie van zogenaamde parametrische mappen kan vervangen worden door een computermodel dat een voorspelling doet over de locatie en grootte van de zones die in gevaar zijn door de verminderde bloedtoevoer. Bovendien heeft dit model tot bijna de helft minder hersenscans nodig dan de huidige methode.
Meer lezen

Detectie van voorkamerfibrillatie: een tensorgebaseerde methode

KU Leuven
2018
Simon
Geirnaert
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze scriptie beschrijft een nieuwe tensor-gebaseerde methode om voorkamerfibrillatie, een hartritmestoornis, te detecteren in zowel één- als meerkanaals ECG-signalen. Deze scriptie combineert technieken uit de tensoralgebra, signaalverwerking en machine learning. Een dergelijk algoritme is een noodzakelijke tool in de digitale geneeskunde, gezien de opkomst van mobiele sensoren om ECG op te meten (AppleWatch, ...).
Meer lezen

Trunk rehabilitation in the different recovery phases post-stroke: a systematic review and meta-analysis

KU Leuven
2018
Anne
Lubbe
  • Stijn
    Denissen (duo thesis, partner)
  • Liselot
    Thijs (Co-promotor)
In onze systematische review deelden we revalidatie post-CVA op in 5 verschillende fases. Uit onze resultaten blijkt dat patiënten die zich bevinden in de vroege subacute fase na beroerte het meeste functieherstel bekomen door gebruik te maken van het zit en reik protocol. In de hierop volgende fase, de late subacute fase, kan het best gebruik worden gemaakt van gewichtsverplaatsingstherapie. Tenslotte is een patiënt in de chronische fase na zijn/haar beroerte het meest geholpen met selectieve romp oefeningen. Helaas zijn er voor de hyperacute en acute fases geen RCT’s beschikbaar. Het effect van romprevalidatie in deze fasen blijft dus te betwisten.
Meer lezen

De kennis van ziekenhuisverpleegkundigen rond afasie verbeteren door middel van een E-learning module.

Thomas More Hogeschool
2018
Debby
Schaerlaecken
Om goede zorg aan patiënten met afasie te kunnen bieden is het belangrijk om over de juiste kennis te beschikken.
Een goed ontworpen E-learning module kan uitmonden in kennisverwachtingen die vergelijkbaar zijn met, en soms zelfs beter zijn dan traditioneel leren. Een hoog aantal werknemers zouden de kennis erna ook behouden. Daarom is E-learning een goed alternatief om de kennis van verpleegkundigen te verbeteren.
Meer lezen

Evaluation and outcome of triage for patients with transient ischemic attack A two-year analysis of the TIA Clinic of the University Hospitals Leuven

KU Leuven
2017
Nicolas
Vandenbussche
Masterthesis over de triage van patiënten met een TIA in hoog- en laagrisicogroepen. Er wordt onderzocht naar uitkomsten op het vlak van herval van een beroerte. Een analyse van het zorgtraject wordt gemaakt en vergeleken met een historische cohorte.
Meer lezen

Automated analysis of blood vessels with deep learning

KU Leuven
2017
Ruben
Hemelings
Genomineerde shortlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Epidemiologisch onderzoek stelt vast dat de bloedvaten op het netvlies veranderingen ondergaan ten gevolge van onder meer diabetes, beroertes en Alzheimer. Momenteel is de complexe analyse van netvliesbeelden enkel weggelegd voor gespecialiseerde artsen. In dit thesisonderzoek werd een algoritme op basis van deep learning ontwikkeld dat een deel van de analyse automatiseert: het is in staat om de twee verschillende types bloedvaten (slagader en ader) te identificeren op een foto van het netvlies zonder tussenkomst van een arts.
Meer lezen

Ionizing radiation: a road to a senescent cardiovascular system?

Universiteit Antwerpen
2017
Liese
De Ridder
Onderzoek naar de effecten van ioniserende straling op de inductie van senescentie bij endotheelcellen en mogelijke beschermende geneesmiddelen.
Meer lezen

Resting heart rate in permanent atrial fibrillation: predictive for trainability?

KU Leuven
2016
Christophe
Mortelmans
  • Dirk
    Schepers
In deze studie concentreren we ons op patiënten met een chronische vorm van een frequente hartritmestoornis, voorkamerfibrillatie. We bestuderen het (positieve) effect van het volgen van een cardiaal revalidatieprogramma op de inspanningsmogelijkheden. Tevens wordt de vergelijking gemaakt tussen patiënten die bij aanvang een hoge dan wel lage rusthartfrequentie hadden.
Meer lezen

Validation of a new smartphone application (“FibriCheck”) for the diagnosis of atrial fibrillation in primary care

KU Leuven
2016
Christophe
Mortelmans
In deze studie bestuderen we in de eerstelijnszorg een nieuwe applicatie uit de groeiende markt van medische smartphone-apps. We gaan de accuraatheid, voor- en nadelen na van de "FibriCheck"-app m.b.t. de opsporing van voorkamerfibrillatie, een frequente hartritmestoornis met grote impact op de gezondheid.
Meer lezen

Diagnostische biomerkers voor een ischemische beroerte: een meta-analyse

Universiteit Gent
2016
Thomas
Monbailliu
  • Joline
    Goossens
Onderzoek naar biomerkers om de diagnose van een ischemische beroerte te kunnen stellen.
Meer lezen