Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Veiligheid in elke lijn DE IMPACT VAN GESTRUCTUREERD VERPLEEGKUNDIG INTRAVENEUS LIJNBEHEER OP PATIËNTVEILIGHEID, EFFICIËNTIE EN COMFORT

Thomas More Hogeschool
2026
adrian
klein
  • Lesley
    Vandemaele
Achtergrond: Intravasculaire therapie vormt een essentieel onderdeel van de hedendaagse ziekenhuiszorg. Een groot deel van de volwassen gehospitaliseerde patiënten draagt één of meerdere intraveneuze lijnen voor de toediening van medicatie, vloeistoffen, bloedproducten of parenterale voeding. Hierdoor neemt de zorgcomplexiteit aanzienlijk toe. De literatuur beschrijft verschillende risicofactoren voor lijn-gerelateerde complicaties. Voorbeelden zijn onoverzichtelijke lijnconfiguraties, inconsistente labeling en praktijkvariatie. Daarnaast verhoogt de visuele en organisatorische complexiteit de cognitieve belasting van verpleegkundigen. Dit kan leiden tot inefficiënties in de workflow en verminderd patiëntcomfort.
Doelstelling: Deze bachelorproef heeft als doel de effecten te onderzoeken van gestructureerde verpleegkundige interventies voor intravasculair lijnbeheer op patiëntveiligheid, verpleegkundige efficiëntie en patiëntcomfort bij volwassen gehospitaliseerde patiënten met meerdere intraveneuze lijnen.
Methode: Er werd een systematische literatuurstudie uitgevoerd tussen oktober 2025 en november 2025 in de databanken PubMed, CINAHL en Cochrane Library. De selectie richtte zich op volwassen gehospitaliseerde patiënten met intraveneuze lijnen. In totaal werden meer dan 300 artikels geïdentificeerd. Na screening werden relevante systematische reviews, gerandomiseerde studies, observationele studies en kwaliteitsverbeteringsstudies geïncludeerd. Ze werden opgenomen na screening op titel, abstract en volledige tekst. De methodologische kwaliteit van de geselecteerde studies werd kritisch beoordeeld aan de hand van relevante kwaliteitscriteria.
Resultaten: Uit de literatuur blijkt dat gestructureerde interventies, waaronder fysieke fixatie en securement, visuele identificatie en labeling, gebruik van protocollen en checklists en bundelbenaderingen geassocieerd zijn met een reductie van lijn-gerelateerde complicaties en medicatiefouten. Studies tonen significante dalingen in flebitis, extravasatie en infectiepercentages wanneer meerdere interventies gecombineerd worden toegepast. Daarnaast dragen visuele organisatie en standaardisatie bij aan verbeterde nauwkeurigheid bij infusie-identificatie en een vermindering van cognitieve belasting bij verpleegkundigen. Op basis van deze bevindingen werd een prototype ontwikkeld dat fysieke bundeling van infuuslijnen, kleur gecodeerde labeling en systematische line tracing combineert in één geïntegreerd hulpmiddel. Het implementatieplan werd uitgewerkt volgens de PDCA-cyclus
Conclusie: Uit de literatuur kan geconcludeerd worden dat gestructureerd verpleegkundig lijnbeheer potentieel een belangrijke bijdrage levert aan patiëntveiligheid, workflow-optimalisatie en patiëntcomfort. De centrale boodschap van deze bachelor proef is dat veilig intravasculair lijnbeheer niet louter een technische handeling is, maar een gestructureerd veiligheidsproces dat standaardisatie, visuele ondersteuning en klinisch leiderschap vereist. Door lijnbeheer systematisch te organiseren en te integreren in kwaliteitszorg kunnen verpleegkundigen actief
Meer lezen

Metacognitive Insight into Interfering Information During Decision-Making Processes

KU Leuven
2026
Eren
Aslan
The ability to control and suppress unwanted influences on decision-making processes is essential for adaptive behaviour. While research has shown that people can adjust their behaviour following conflict between two competing response alternatives, it remains unclear whether individuals have metacognitive insight into the extent to which conflicting and irrelevant information affects their decisions. Insight into interfering information can facilitate the optimisation of cognitive control strategies during the decision process.

This study aimed to understand whether subjective experiences of interference align with objective conflict modulation and whether these experiences correspond to behavioural performance and conflict levels induced by task manipulations. Fifty-one participants completed a Flanker task in which stimulus congruency and flanker distance were manipulated. After each trial, participants rated the degree of interference on a continuous scale, obtaining a trial-by-trial measure of their metacognitive sense of conflict. Linear mixed-effects models revealed that reaction times, accuracy, and interference ratings were sensitive to congruency and flanker distance. By fitting the Diffusion Model for Conflict (DMC) to empirical data, we showed that flanker distance primarily modulates latent parameters that measure conflict strength. We assessed the relationship between objective and subjective measures of interference by regressing peak amplitude, a proxy of interference in the DMC, and stimulus congruency on subjective reports. To further understand this relationship, simulation techniques were
leveraged to model the relationship between peak amplitude and subjective interference.

The regression model provided evidence that individuals have insight into interfering information during decision-making. Model simulations further supported this claim by generating results that closely replicated the qualitative features of the empirical data. These findings support an account of conflict monitoring theory that bridges behavioural performance, computational modelling and subjective experience. Future research should extend these findings to other conflict tasks and incorporate neuroimaging techniques to further validate the results. Ultimately, combining subjective reports and objective measures of interference offers a more comprehensive approach to understanding adaptive decision-making when interfering information is present.
Meer lezen

Tussen Management en Praktijk: Welzijn en Welbevinden van Roulementsmedewerkers binnen HIC-units in België

Universiteit Gent
2026
Simon
Praet
Deze masterproef onderzocht het welzijn van roulementsmedewerkers op Belgische High & Intensive Care-afdelingen (HIC). Via een mixed-methods onderzoek werd een nationale vragenlijst gecombineerd met interviews met medewerkers en management binnen één HIC-afdeling. De resultaten tonen dat welzijn niet eenvoudig samenhangt met demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, functie of uurrooster. Wel kwamen belangrijke organisatorische factoren naar voren, waaronder personeelsbezetting, uurroosters, teamondersteuning, erkenning en de aanwezigheid van leidinggevenden. Vooral mentale distantie bleek een aandachtspunt. De bevindingen benadrukken daarom het belang van een welzijnsbeleid dat niet alleen inzet op individuele ondersteuning, maar ook op de organisatie van het werk en een goede afstemming tussen management en praktijk.
Meer lezen

Een biofysisch geïnspireerd model van fusiforme cellen voor het bestuderen van intrinsieke en synaptische parameterveranderingen bij tinnitus

Universiteit Gent
2026
Noor
Roelen
Deze thesis onderzoekt hoe veranderingen in de fusiforme cellen en zijn connecties kunnen bijdragen aan tinnitus. Hiervoor werd een computationeel model van fusiforme cellen ontwikkeld dat eerst werd afgestemd op de normale werking van deze cellen. Vervolgens werden mechanismen die in de literatuur met tinnitus worden geassocieerd, vertaald naar veranderingen in het model. De resultaten tonen dat veranderingen in de intrinsieke eigenschappen van fusiforme cellen hun verhoogde spontane activiteit kunnen verklaren, maar dat ook veranderingen in de balans tussen stimulerende en remmende signalen nodig zijn om tinnitusachtige activiteit volledig te reproduceren. Het model biedt zo een kader om de verschillende mechanismen bij tinnitus verder te bestuderen.
Meer lezen

HOE PARK & RIDES EEN ECHTE OPTIE WORDEN IN VLAANDEREN: OP WEG NAAR EEN DUURZAME MOBILITEITSSHIFT

Universiteit Gent
2026
Thomas
De Visscher
Park & Rides moeten autoverkeer aan de stadsrand opvangen en de omslag naar openbaar vervoer versterken, maar hun gebruik verschilt sterk van stad tot stad. Deze masterproef onderzoekt onder welke voorwaarden Park & Rides in Vlaanderen echt werken, en hoe beleid daarop kan inspelen. Via een sequential explanatory mixed-methods design werden eerst de voorkeuren van 400 respondenten in kaart gebracht met een Choice-Based Conjoint-enquête rond kostprijs, frequentie, parkeergarantie en uitstraling. Die resultaten werden vervolgens verdiept met zes interviews met experten en beleidsactoren.

Een gegarandeerde parkeerplaats blijkt voor gebruikers veruit het belangrijkste, gevolgd door kostprijs en frequentie — terwijl beleidsactoren vooral op locatie en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer focussen. Die kloof tussen gebruikersvoorkeuren en beleidspraktijk vormt een centrale bevinding. Het onderzoek mondt uit in concrete aanbevelingen op gebruikers-, stedelijk en Vlaams niveau, met als kern: parkeergarantie, herkenbare communicatie en een geïntegreerd Vlaams kader.
Meer lezen

Anticoagulantia bij coronarografie en PCI

Hogeschool UCLL
2026
Charlotte
Pauwels
Mijn bachelorproef is ontstaan vanuit een probleem dat ik regelmatig tegenkwam tijdens mijn stages en in het werkveld. Er bestonden veel vragen en onduidelijkheden over het al dan niet onderbreken van anticoagulantia bij een coronarografie of PCI. Ook voor mij was het niet altijd duidelijk welke anticoagulantia moesten worden verdergezet en welke tijdelijk moesten worden onderbroken. Die praktijkgerichte uitdaging motiveerde mij om dit onderwerp grondig te onderzoeken.

Met deze bachelorproef wilde ik niet alleen mijn eigen kennis verdiepen, maar ook een wetenschappelijk onderbouwd antwoord bieden op een vraag waarmee veel zorgverleners binnen verschillende disciplines geconfronteerd worden. Mijn doel was om de bestaande onduidelijkheden te verduidelijken en een praktisch bruikbaar overzicht te creëren dat hulpverleners ondersteunt bij het nemen van onderbouwde beslissingen.

Ik ben ervan overtuigd dat deze bachelorproef een meerwaarde kan bieden binnen verschillende disciplines. Door de wetenschappelijke onderbouwing en de praktijkgerichte insteek kan ze bijdragen aan een veiliger en consistenter medicatiebeleid en zo uiteindelijk de kwaliteit van de patiëntenzorg verbeteren.

Deze wedstrijd leek mij dan ook de ideale kans om mijn onderzoek met een breder publiek te delen. Ik hoop dan ook dat dit onderzoek buiten mijn eigen opleiding en werkplek een bijdrage kan leveren in de praktijk. Dit leek mij de ideale kans om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

De primaire doelgroep zijn verpleegkundigen en andere zorgverleners die betrokken zijn bij de voorbereiding en begeleiding van patiënten die een coronarografie of PCI ondergaan. Maar eveneens de patiënten zijn de doelgroep.
Het belangrijkste doel is om in kaart te brengen welke anticoagulantia volgens actuele richtlijnen vóór een coronarografie of PCI moeten worden onderbroken en welke kunnen worden verdergezet. Daarbij wordt gezocht naar een goede balans tussen het risico op bloedingen en het risico op trombose.
Mijn bachelorproef bracht meer duidelijkheid en een evidence-based overzicht van het perioperatieve beleid rond anticoagulantia. Daarnaast werden aanbevelingen voor het verpleegkundig werkveld opgesteld en betere patiënteneducatie.

Het project draagt bij aan persoonsgericht werken doordat er meer aandacht komt voor de individuele situatie en risico’s van elke patiënt. Het beleid rond anticoagulantia is namelijk niet voor iedere patiënt hetzelfde. De uiteindelijke beslissing moet worden afgestemd op onder andere het type anticoagulans en het individuele risico op een bloeding of trombose.
Door verpleegkundigen duidelijke en actuele informatie te geven, kunnen zij patiënten beter en gerichter voorbereiden op hun coronarografie of PCI. Dit vermindert onzekerheid en voorkomt dat medicatie onnodig wordt gestopt of juist niet wordt gestopt. In het project wordt beschreven dat dergelijke fouten kunnen leiden tot uitgestelde ingrepen, extra administratie, kosten en mogelijke complicaties.
Het maakt dus vooral een verschil voor de patiënt, omdat die een veiligere en meer afgestemde zorg krijgt. Daarnaast maakt het een verschil voor verpleegkundigen, omdat zij dankzij een duidelijk overzicht sneller en met meer zekerheid kunnen handelen. Ook voor het zorgproces is er een voordeel: minder fouten en minder onnodig uitgestelde ingrepen kunnen bijdragen aan efficiëntere zorg. Geannuleerde ingrepen brengen een grote kost met zich mee. Denk maar aan artsen en verpleegkundigen die klaar staan voor de ingreep, lege zalen, materiaal dat misschien al geopend is en nu niet gebruikt kunnen worden. Dit project maakt het verschil voor vele doelgroepen.

Dit project kan in de toekomst verder naar andere afdelingen en ziekenhuizen worden uitgebereid. Het is namelijk niet alleen belangijk binnen coronarografiën en PCI, maar eveneens ook belangrijk voor andere ingrepen en afdelingen. Een bredere kennis voor zowel patiënten als voor zorgverleners is belangrijk om de continuïteit van de zorg en de veiligheid van de patiënten te waarborgen.
Meer lezen

AURALISATIE ALS TOOL VOOR INCLUSIEF ONTWERPEN: EEN VERKENNEND ONDERZOEK MET DRIE ERVARINGSDESKUNDIGEN

KU Leuven
2026
Dany
Ye
Traditioneel is het architectonisch ontwerpproces sterk visueel georiënteerd, waarbij de auditieve dimensie van ruimtes vaak pas laat door gespecialiseerde akoestici wordt geanalyseerd. Hoewel de auditieve mogelijkheden in het ontwerp de laatste jaren zijn toegenomen door diverse softwarepakketten, wordt geluid tijdens het creatieve proces nog onvoldoende als ontwerpparameter ingezet. Deze benadering schiet tekort in het waarborgen van auditieve toegankelijkheid voor diverse gebruikersgroepen.

Auralisatie, het auditieve equivalent van visualisatie, biedt een manier om de akoestische beleving van een ruimte al tijdens het ontwerpproces hoorbaar te maken. In dit onderzoek wordt auralisatie benaderd als een verkennende, communicatieve en participatieve ontwerptool die de uitwisseling tussen technische akoestische parameters en subjectieve ruimtelijke ervaring kan ondersteunen binnen inclusieve ontwerppraktijken.

De centrale onderzoeksvraag luidt: "Hoe kan auralisatie, met aandacht voor auditieve diversiteit, worden ingezet als een tool tijdens het ontwerpproces om tot meer inclusieve ruimtelijke ontwerpen te komen?" Een grondige literatuurstudie legt de theoretische basis en identificeert auditieve diversiteit bij mensen met een zintuiglijke beperking of mensen die neurodivergent zijn: mensen met een visuele beperking hebben baat bij enige nagalm voor ruimtelijke oriëntatie, mensen met een auditieve beperking vereisen een korte nagalmtijd voor spraakverstaanbaarheid, en mensen op het autismespectrum hebben vaak behoefte aan een korte nagalm en een laag geluidsniveau om sensorische overbelasting te voorkomen.

Door middel van een kwalitatieve casestudy binnen het kader van het herbestemmingsproject voor het Stadhuis van Leuven, waarbij drie ervaringsdeskundigen werden betrokken, werd onderzocht hoe auralisatie in een concrete ontwerpcontext kan functioneren. De sessies leverden niet alleen ontwerp-gerelateerde inzichten op, maar maakten ook zichtbaar hoe uiteenlopende auditieve ervaringen elkaar kunnen aanvullen of in spanning kunnen staan. Dit benadrukt dat inclusieve akoestiek niet kan worden herleid tot uniforme richtlijnen, maar eerder een proces is van afwegen en contextualiseren.

De bijdrage van dit onderzoek ligt in het verkennen van auralisatie als een communicatieve en participatieve ontwerptool die het begrip van akoestische ruimte-ervaring kan ondersteunen. De resultaten suggereren dat auralisatie kan bijdragen aan het expliciteren van impliciete kennis over geluid en ruimte, en het faciliteren van dialoog tussen architecten en ervaringsdeskundigen. Binnen de beperkingen van dit verkennend onderzoek wordt auralisatie hierbij beschouwd als een hulpmiddel voor participatieve reflectie, eerder dan als een zelfstandige ontwerpoplossing.
Meer lezen

Effectief vergaderen: Een plaats waar ruimte is voor (profi)leren en samen school maken in de zoektocht naar drang in verandering onder dwang

Arteveldehogeschool Gent
2026
Eva
Pauwels
Binnen onze basisschool heerste er al enkele jaren vergadervermoeidheid. Onder meer door het eenzijdige verkeer binnen vergaderingen en het inefficiënte verloop ervan. Het beleidsteam van basisschool Sint-Martinus Zomergem zag hierin een kans om de vergadercultuur om te gooien door van personeelsvergaderingen over te stappen naar professionele leergemeenschappen (PLG's). Deze scriptie gaat over effectief vergaderen, een plaats waar ruimte is voor (profi)leren en samen school maken in de zoektocht naar drang in verandering onder dwang.
Meer lezen

welke rol speelt de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA)?

Hogeschool VIVES
2026
steffie
dumortier
Deze bachelorproef onderzoekt de rol van de verpleegkundige in de vroege herkenning van hemispatiaal neglect bij patiënten na een cerebrovasculair accident (CVA). Hemispatiaal neglect kan een grote invloed hebben op de veiligheid, zelfstandigheid en revalidatie van de patiënt, maar wordt in de dagelijkse zorg niet altijd tijdig herkend.

Aan de hand van een literatuurstudie werd onderzocht welke signalen verpleegkundigen kunnen observeren, welke screeningsmethoden en hulpmiddelen beschikbaar zijn en hoe multidisciplinaire samenwerking kan bijdragen aan een vroegere herkenning en betere begeleiding.

Op basis van de bevindingen werd de Neglectbox ontwikkeld: een praktijkgericht hulpmiddel met onder andere een verpleegkundig zakkaartje, Neglect Compass, kamerindelingskaart, patiëntenwerkboek, familiekaart en verschillende hulpmiddelen voor de patiënt. De box heeft als doel verpleegkundigen en andere zorgverleners te ondersteunen, de patiënt actief te betrekken bij de revalidatie en ook familie handvatten te geven.

De Neglectbox zal binnen AZ Delta in de praktijk worden ingezet, waarbij onder andere de ontwikkelde kamerindelingskaart effectief gebruikt zal worden.
Meer lezen

Wat nog gebaard moet worden

Hogeschool PXL
2026
Anne-Lise
Krekels
Vertrekkend vanuit een persoonlijke ervaring met chronische gynaecologische klachten en diagnoses waar weinig wetenschappelijke kennis over bestaat, ontwikkelt dit onderzoek zich als een autobiografische zoektocht waarin feministische theorie, mythologie en mijn eigen artistieke praktijk met elkaar vervlochten werden.
De centrale vraag binnen deze paper is hoe kan ik opnieuw vat krijgen een soort taal zodat ik de lichamelijke ervaring kan benoemen, die zich niet laat vatten binnen de taal van bestaande medische of patriarchale structuren. In deze zoektocht is de verhouding tussen lichaam, materie, geheugen en taal erg belangrijk. Door middel van een artistiek onderzoek met zelfontgonnen klei uit de Rupelstreek wordt onderzocht of materie kennis kan dragen, oproepen en transformeren.
Theoretisch vertrekt de paper vanuit denkers zoals Simone de Beauvoir, Hélène Cixous, Luce Irigaray, Julia Kristeva, Maurice Merleau-Ponty en Lauren Fournier. Concepten die worden aangehaald zijn: écriture féminine, het semiotische, embodied knowlegde en autotheory. Daarnaast zijn er een aantal mythologische figuren die onvermijdelijk een plekje opeiste in deze paper: Hecate, Ishtar en Diana; als symbolische personificatie.
Deze paper pretendeert geen sluitende definitie van vrouwelijkheid te formuleren, maar creëert een interne denkruimte wat zelfreflectie mogelijk maakt.
Meer lezen

Tweedehands kopen bij De Kringwinkel West: motivaties en barrières. Een verkennende survey naar motivaties, barrières en gedragsverschillen.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Sébastien
Vandenberghe
Deze bachelorproef onderzoekt welke motivaties en barrières samenhangen met het koopgedrag rond tweedehands goederen bij huidige en potentiële klanten van De Kringwinkel West. Het onderzoek combineert een literatuurstudie met een online hoofdbevraging bij 262 volwassenen en een afzonderlijk gerapporteerde aanvullende survey bij 52 respondenten.

Geld besparen, unieke of vintage vondsten en winkelplezier komen naar voren als de sterkste motivaties. Niet vinden wat men zoekt en onzekerheid over garantie, kwaliteit en hygiëne vormen de relatief sterkste gemeten drempels. Schaamte speelt binnen deze respondentengroep een kleinere rol.

Voor De Kringwinkel West wijzen de bevindingen op kansen om bekendheid en winkelbezoek beter te vertalen naar aankoop en herhaalbezoek. De aanbevelingen richten zich op een beter vindbaar assortiment, zichtbare kwaliteits- en netheidscommunicatie en een heldere prijs- en waardecommunicatie. Zo biedt de studie concrete aanknopingspunten voor de praktijk van een sociale circulaire onderneming. Door de niet-representatieve steekproef en de verschillen tussen beide bevragingen zijn de resultaten verkennend; de effecten van de voorgestelde verbeteringen werden niet getest.
Meer lezen

Fysische modellering en validatie van een krachtgeactiveerd afdaalsysteem

KU Leuven
2026
Wannes
Tijskens
Vrijwel elk zeker- en afdaaltoestel leidt het touw langs een vast pad in bochten om, waarbij de energie wordt omgezet in wrijvingswarmte in het contact tussen touw en toestel. Het touw is daardoor tegelijk draagelement en remelement. De Slow-Fall vertrekt van een ander uitgangspunt: de spanning in het touw wordt via de wigwerking van een V-vormige groef omgezet in een axiale kracht op een afzonderlijke wrijvingsrem, waar de energie wordt gedissipeerd. Het toestel werd iteratief ontwikkeld en werkt in de praktijk, maar waarom het werkt was niet gekend. Daardoor kon geen enkele ontwerpvraag beantwoord worden zonder opnieuw te bouwen en te beproeven, wat de verdere ontwikkeling uiteindelijk stillegde.

Deze masterproef bouwt daarom een experimenteel getoetst fysisch model van het toestel. Het mechanisme werd eerst ontleed tot zijn afzonderlijke krachtoverdrachts- en dissipatie-mechanismen, die vervolgens elk op een zelfontworpen testopstelling gekarakteriseerd werden. Het dynamisch gedrag van het klimtouw werd bepaald uit vrije-valproeven, waarbij uit de dempingsenveloppe en de ogenblikkelijke frequentie van het gemeten signaal een nieuw equivalent model werd afgeleid: het KVC-KV-model, waarin een Coulomb-demper als schakelend element de topologie van het touw laat afhangen van de systeemtoestand. Het geeft als enige zowel de tweeledige dempingsenveloppe als de stijgende oscillatiefrequentie tijdens het uitdempen weer. Daarnaast werden de wrijving tussen touw en cilinder, de belastingsafhankelijke capstanwerking van het gripwiel en het V-wiel, en het remkoppel tussen remschijf en remwiel gemeten en in wiskundige vorm gegoten; voor het gewikkelde touwcontact bleek een machtswetmodel nodig in plaats van de wet van Amontons-Coulomb.

De deelmodellen werden samengebracht in een dynamisch model van het volledige toestel, opgesteld met de methode van Lagrange, uitgebreid met een Rayleigh-dissipatiefunctie en met de droge wrijving als niet-conservatieve gegeneraliseerde krachten. Vier gegeneraliseerde coördinaten volstaan; de overgangen tussen de wrijvingsregimes werden als gebeurtenisgestuurde schakelingen geformuleerd en numeriek geïmplementeerd in Matlab. Om het model te toetsen met touw, wikkelingen, rem en last gelijktijdig actief, werd een hoofdtestopstelling ontworpen en gebouwd. Daarin legt een servoaandrijving op het zekeruiteinde een reproduceerbaar verplaatsingsprofiel op, terwijl de krachten over de volledige krachtweg gemeten worden: zekerkracht, lastkracht, axiale kracht op de remschijf en reactiekracht op het geleidingswiel.

De vergelijking met de metingen legde drie afwijkingen bloot, die elk aan een fysisch mechanisme werden toegewezen en met gerichte correcties opgevangen. Daaruit volgt een beschrijving van de werking: de Slow-Fall is een tweetraps krachtversterker. De wikkelingen rond het gripwiel slippen permanent, waardoor de eerste trap een vaste versterking van de zekerkracht levert; de tweede trap ligt niet vast, omdat de lastspanning volgt uit de beweging van de last zelf. Beide bepalen samen de axiale kracht op de rem, waardoor het toestel een teruggekoppeld systeem is: met de zekerkracht verschuift de gebruiker het werkpunt van die terugkoppeling. Het merendeel van de energie wordt effectief in de rem gedissipeerd, wat het uitgangspunt van het ontwerp bevestigt. Ten slotte rangschikt het model de ontwerp-parameters, waardoor ontwerpkeuzes voortaan eerst doorgerekend en pas daarna beproefd kunnen worden.
Meer lezen

De zorgvolmachtclausule in de huwelijkovereenkomst: een juridisch en praktijkgericht onderzoek naar de bescherming van echtgenoten bij wilsonbekwaamheid

Universiteit Hasselt
2026
Lisa
Winthaegen
Deze masterscriptie onderzoekt of de opname van een zorgvolmachtclausule in een huwelijksovereenkomst een meerwaarde kan bieden voor de bescherming van echtgenoten in geval van wilsonbekwaamheid, in het licht van artikel 12 van het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Het uitgangspunt van het onderzoek is de vaststelling dat het Belgische recht geen automatische vertegenwoordigingsbevoegdheid toekent aan echtgenoten wanneer één van hen wilsonbekwaam wordt. Hoewel het huwelijk rechten en plichten met zich meebrengt, biedt het huidige recht geen sluitende regeling voor situaties waarin één van de partners zijn of haar belangen niet langer zelfstandig kan behartigen. Het onderzoek heeft een interdisciplinair karakter en combineert een rechtsdogmatische analyse met een empirisch onderzoek. In het juridisch luik worden de begrippen wilsonbekwaamheid, handelingsonbekwaamheid, bewindvoering en huwelijksovereenkomst verduidelijkt. Daarnaast wordt het normatieve kader van artikel 12 IVRPH onderzocht, waarin autonomie, zelfbeschikking en gelijkheid voor de wet centraal staan. Vervolgens worden de bestaande beschermingsmechanismen binnen het Belgische recht geanalyseerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen buitengerechtelijke bescherming via de zorgvolmacht en gerechtelijke bescherming via bewindvoering. Ook verschillende huwelijksvermogensrechtelijke instrumenten, zoals de rechterlijke machtiging en de overdracht van bestuursbevoegdheden, worden besproken.
Uit deze analyse blijkt dat geen van de bestaande instrumenten een alomvattende oplossing biedt voor situaties van wilsonbekwaamheid binnen het huwelijk. Bewindvoering is een ingrijpende en formele maatregel, terwijl de zorgvolmacht afhankelijk blijft van een voorafgaand initiatief van de betrokken persoon. De huwelijksvermogensrechtelijke instrumenten zijn bovendien beperkt in hun toepassingsgebied en vereisen doorgaans rechterlijke tussenkomst. Tegen deze achtergrond wordt in deze masterscriptie voorgesteld om een regeling van zorgvolmacht te integreren in de huwelijksovereenkomst. Daarbij gaat het niet noodzakelijk om één afzonderlijke clausule, maar eerder om een geheel van samenhangende bepalingen die echtgenoten vooraf toelaten elkaar aan te duiden als vertegenwoordiger in geval van toekomstige wilsonbekwaamheid.
De voorgestelde regeling wordt vervolgens getoetst aan artikel 12 IVRPH. Uit deze toetsing blijkt dat een dergelijke regeling in belangrijke mate aansluit bij de beginselen van autonomie en ondersteunende besluitvorming die in het verdrag centraal staan. De zorgvolmacht vertrekt immers van een voorafgaande wilsuiting van de betrokkene en laat toe dat deze zelf bepaalt wie hem of haar zal vertegenwoordigen en onder welke voorwaarden. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat voldoende waarborgen noodzakelijk zijn om misbruik te voorkomen en om het evenwicht tussen bescherming en zelfbeschikking te bewaren.
Het empirisch onderzoek bestaat uit tien diepte-interviews met notarissen uit de provincie Limburg. De interviews tonen aan dat de zorgvolmacht in de praktijk steeds belangrijker wordt als instrument van toekomstige bescherming. De notarissen erkennen de voordelen van een geïntegreerde regeling binnen de huwelijksovereenkomst, onder meer op het vlak van rechtszekerheid, efficiëntie en autonomie. Tegelijk wijzen zij op het belang van maatwerk, duidelijke formuleringen en aandacht voor veranderende familiale omstandigheden.
De masterscriptie besluit dat de integratie van een zorgvolmachtclausule in de huwelijksovereenkomst een waardevolle aanvulling kan vormen binnen het Belgische recht. Zij kan bijdragen tot een meer autonomiegerichte en efficiënte bescherming van echtgenoten bij wilsonbekwaamheid en sluit aan bij de doelstellingen van artikel 12 IVRPH. Deze meerwaarde is echter niet absoluut en vereist een zorgvuldige juridische uitwerking met voldoende waarborgen tegen misbruik.
Meer lezen

Recurite: Duurzaam afvalbeheer op intensieve zorgen

Universiteit Antwerpen
2026
Quinten
Hensbergen
Op de afdeling intensieve zorgen belandt gemiddeld 46% van het afval in de verkeerde container. Niet door onwil of onwetendheid, maar omdat de fysieke omgeving zorgverleners daar op het drukste moment van hun werkdag onbewust toe dwingt. Deze thesis onderzoekt de menskundige, technische en contextuele factoren die foutieve afvaltriage op intensieve zorgafdelingen beïnvloeden, en vertaalt die inzichten naar een ontwerpgedreven oplossing.

Recurite is een modulaire verzorgingskar die correcte afvalsortering structureel integreert in de bestaande workflow van de zorgverlener. Door PMD, karton en niet-risicohoudend medisch afval op te vangen op de exacte plaats en het exacte moment waarop die stromen ontstaan tijdens de zorghandeling, wordt correct sorteren een vanzelfsprekend onderdeel van de zorgroutine in plaats van een bewuste extra stap.

Het project werd initieel aangevraagd door ZAS Middelheim en is inmiddels opgenomen binnen het Ontzorg-project van het ReuseLab van de Universiteit Antwerpen. Recurite is het eerste product dat afvaltriage aan de bron faciliteert en tegelijkertijd een fysieke inzameloplossing biedt voor circulaire initiatieven rechtstreeks op de ziekenhuisvloer.
Meer lezen

Effectieve verpleegkundige hulpmiddelen en communicatiestrategieën bij medicatie-educatie voor anderstalige patiënten

Hogeschool UCLL
2026
Sushma
Paudel
Deze bachelorproef onderzoekt welke verpleegkundige hulpmiddelen en communicatiestrategieën kunnen bijdragen aan veilige en begrijpelijke medicatie-educatie voor anderstalige patiënten. Taalbarrières kunnen leiden tot misverstanden, foutief medicatiegebruik en verminderde therapietrouw, waardoor ook de patiëntveiligheid in het gedrang kan komen.

Aan de hand van een systematische literatuurstudie werden zes recente wetenschappelijke artikelen geselecteerd en kritisch beoordeeld. De resultaten tonen aan dat een gecombineerde en patiëntgerichte aanpak het meest aangewezen is. Medicatie-informatie in de voorkeurstaal van de patiënt, vereenvoudigde instructies, pictogrammen en de teach-backmethode kunnen het begrip ondersteunen. Digitale vertaalhulpmiddelen kunnen een aanvullende rol spelen, maar zijn bij complexe medische informatie geen volwaardige vervanging voor professionele tolken of menselijke communicatie.

Op basis van de bevindingen werden praktische aanbevelingen en hulpmiddelen uitgewerkt voor de verpleegkundige praktijk, waaronder medicatiekaarten met pictogrammen, een beslisboom voor het omgaan met taalbarrières en een implementatieplan. Hiermee wil deze bachelorproef bijdragen aan toegankelijke, patiëntgerichte en veilige medicatiezorg voor anderstalige patiënten.
Meer lezen

Luchtdichtheid van historisch buitenschrijnwerk: evaluatie van de efficiëntie en optimalisatie van restauratietechnieken

Universiteit Gent
2026
Douwe
Neven
Deze masterproef onderzoekt de luchtdichtheidsprestaties van historisch houten buitenschrijnwerk door middel van een experimentele evaluatie van verschillende restauratiestrategieën. Het onderzoek situeert zich binnen het spanningsveld tussen erfgoedbehoud en eigentijdse energieprestatie-eisen.

De casestudie betreft 19e-eeuwse ramen uit het Materniteitsgebouw op de Bijlokesite te Gent, waarop door aannemersbedrijf Denys diverse restauratietechnieken werden toegepast in het kader van het HeriTACE-project (Universiteit Gent, EU-gefinancierd). Door systematische luchtdichtheidsmetingen volgens EN 1026, EN 12207 en EN 12114 werden vier hoofdconfiguraties vergeleken: originele staat, minimale restauratie met enkelvoudige dichting, experimentele restauratie met meervoudige dichtingen, en een reproductiemodel.

De resultaten tonen dat substantiële verbetering mogelijk is: een halvering van de luchtdoorlatendheid werd gerealiseerd (van q₅₀ ≈ 12 m³/(h·m) naar ≈ 6 m³/(h·m)), resulterend in een overgang van klasse 1 naar klasse 2 voor de minimale restauratie. Deze prestatie bleek echter sterk afhankelijk van drie kritische voorwaarden: een gesloten afdichtingscontour, geometrisch correct sluitend raam, en geverifieerd uniform contact tussen dichting en tegenvlak. Materiaalkeuze bleek secundair. Technieken die gebruik maken van (meervoudige) houten opdeklatten met geïntegreerde dichtingen bleken een meer succesvolle toepassing die de klasse kan verhogen tot klasse 3.

Het onderzoek identificeert de enkelvoudige dichting als een ‘gevoelig optimum’: technisch valide maar praktisch kwetsbaar, aangezien kleine uitvoeringsafwijkingen disproportioneel negatieve effecten hebben. Dit verklaart waarom achterzetramen in de praktijk een robuust alternatief vormen. De masterproef benadrukt dat luchtdichtheidsverbetering van historisch schrijnwerk primair een ontwerp- en procesvraagstuk is, eerder dan een materiaaltechnische interventie.
Meer lezen

Application of Optical Genome Mapping for the detection of structural variants in sarcomas

Universiteit Gent
2026
Jason
Legein
Sarcomen zijn zeldzame kankers die ontstaan in bindweefsel zoals bot, spier en vet. Door hun grote genetische diversiteit is een correcte diagnose vaak complex en vereist ze meerdere aparte moleculaire testen (FISH, copy number-analyse, RNA-sequencing), die elk maar een deel van het genetische plaatje tonen.
Deze masterthesis onderzocht of Optical Genome Mapping (OGM), een nieuwe techniek die het DNA rechtstreeks visualiseert in plaats van het uit te lezen, dit diagnostische traject kan vereenvoudigen. OGM werd toegepast op rhabdomyosarcoom-cellijnen en op patiënt-afgeleide tumoroïden, en de resultaten werden vergeleken met de klassieke cytogenetische technieken. Daarnaast werd het protocol voor het isoleren van ultra-hoogmoleculair DNA uit primair tumorweefsel geoptimaliseerd, aangezien dit de belangrijkste praktische hindernis bleek voor een betrouwbare toepassing van de techniek.
De resultaten tonen dat OGM klinisch relevante afwijkingen kan detecteren in één enkele test, waaronder de kenmerkende PAX3::FOXO1-fusie bij rhabdomyosarcoom en complexe genomische herschikkingen bij een maligne perifere zenuwschedetumor (MPNST), met volledige overeenstemming met de standaardtechnieken. Tegelijk bleek de kwaliteit van het DNA sterk af te hangen van weefseltype, staalgrootte en de tijd tussen operatie en invriezing, factoren die nu voor het eerst systematisch in kaart werden gebracht.
Deze thesis toont aan dat OGM een waardevolle aanvulling kan zijn op de bestaande diagnostische aanpak bij sarcomen, en legt de basis voor verdere optimalisatie richting klinische implementatie.
Meer lezen

Welke operationele, technologische en regelgevende voorwaarden moeten vervuld zijn zodat ING stablecoin-gebaseerde betalingsnetwerken kan gebruiken om internationale transacties sneller en goedkoper te maken dan het huidige correspondentbankmodel?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Johan
Van Steen
Stap 3 gaat over je scriptie zelf. Per veld:
Korte inhoud van je scriptie. Een beknopte samenvatting, neutraler van toon dan je artikel. Dit kun je gebruiken:
Deze bachelorproef onderzoekt onder welke operationele, technologische en regelgevende voorwaarden ING stablecoin-gebaseerde betalingsnetwerken kan inzetten om internationale transacties sneller en goedkoper te maken dan het huidige correspondentbankmodel. Via een kwalitatieve casestudy, gebaseerd op literatuur van onder meer de BIS en de ECB, de MiCA-verordening en expertgesprekken, wordt een voorwaardenkader uitgewerkt op drie niveaus: technologie, organisatie en regelgeving. De analyse toetst dit kader aan drie marktinitiatieven (JPMorgan Kinexys, Société Générale EURCV en het Qivalis-consortium) en mondt uit in een concreet stappenplan voor een MiCA-conforme implementatie.
Meer lezen

Van abstracte data naar intuïtieve feedback: Het potentieel van Mixed Reality op de Meta Quest voor reanimatietraining binnen de geneeskunde.

HOGENT
2026
Dogukan
Uyanik
Traditionele reanimatietraining voor verpleegkundigen steunt vaak op externe 2D-interfaces voor feedback, wat leidt tot het split-attention effect. De hulpverlener moet hierbij de aandacht verdelen tussen de fysieke handeling op de reanimatiepop en een extern scherm, wat de cognitieve belasting verhoogt en de leercurve belemmert. Deze bachelorproef onderzoekt hoe Mixed Reality (MR) technologie dit proces kan optimaliseren door real-time, intuïtieve feedback direct in het gezichtsveld
van de gebruiker te projecteren. Het doel van dit onderzoek was de ontwikkeling van een Proof of Concept (PoC) op de Meta Quest 3, waarbij sensordata van een reanimatiepop in real-time wordt gevisualiseerd via een Unity-applicatie. Een significante technische barrière in dit proces was de gesloten aard van de beschikbare communicatieprotocollen. Hoewel de fabrikant eigen ecosystemen aanbiedt, ontbreekt een publiek toegankelijke en gedocumenteerde SDK die directe integratie met de Meta Quest 3 en de Unityomgeving mogelijk maakt. Daarnaast vormt de beperkte native ondersteuning voor Bluetooth Low Energy (BLE) binnen de standaard Unity-ontwikkelomgeving voor Android-gebaseerde headsets een extra hindernis.
Om dit probleem te overbruggen, is een diepgaand technisch onderzoek uitgevoerd
naar het communicatieprotocol van de pop. Door middel van reverse engineering
technieken waaronder het decompileren van officiële software en het analyseren van Bluetooth Low Energy (BLE) pakketjes via HCI snoop logs en Wireshark op een gerouteerd Android-toestel zijn de verborgen handshakes en datacharacteristics
ontcijferd. Het resultaat is een werkend prototype dat live sensordata (zoals compressiediepte en frequentie) vertaalt naar ruimtelijke visualisaties, waaronder een ghost avatar en een dynamisch reagerend hartmodel. De voorlopige resultaten van deze PoC tonen aan dat MR in staat is om de kloof tussen haptische ervaring en visuele feedback te dichten. Dit onderzoek legt hiermee de technische fundamenten voor een nieuwe generatie medische simulatietools die verpleegkundigen effectiever kunnen voorbereiden op kritieke levensreddende situaties.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

De handel in illegale goederen en diensten in België: een btw-analyse

Universiteit Gent
2026
Loren
Vermeire
Mijn masterproef onderzoekt de btw-behandeling van illegale transacties. Om dit te doen wordt er eerst een juridisch kader uitgewerkt, dat ingaat op alle relevante wetgeving. Vervolgens wordt er een literatuurstudie uitgevoerd, dat alle bestaande literatuur in beeld brengt. Daarna volgt het belangrijkst deel van de studie, de analyse van de relevante rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Er worden 23 arresten en één beschikking besproken. Op basis daarvan wordt een Europese logica uiteengezet, die ook wordt gevisualiseerd in een figuur. Vervolgens wordt aangetoond hoe deze Europese logica wordt gevolgd in België aan de hand van het voorbeeld van btw op prostitutie in België en de Belgische rechtspraak daarrond. Vervolgens worden er enkele implicaties en bedenkingen besproken. En finaal wordt de algemene conclusie (nog eens) uiteengezet.
Meer lezen

Multimodal Large Language Models and Computer Vision for Open Discovery in Educational Augmented Reality

Universiteit Gent
2025
Xander
Vanparys
Genomineerde longlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Tijdens mijn masterproef ontwikkelde ik een slimme assistent die via de smartphonecamera meekijkt met de gebruiker en in 3D aanwijst wat er nodig is. De AI begrijpt zowel tekst als beeld en kan feedback geven wanneer een stap fout loopt. Na succesvolle tests met eenvoudige taken werd het systeem toegepast in twee realistische scenario’s: een medische oefening en het opzetten van een VR-installatie. De resultaten tonen dat zo’n digitale assistent gebruikers effectief kan begeleiden, een eerste stap richting handsfree opleiding via augmented reality.
Meer lezen

ONOPGEMERKT, TOCH VERMOORD. Een kwantitatief onderzoek naar de implicaties en uitdagingen wanneer de doodsoorzaak wordt vastgesteld door artsen die geen specialist zijn in de gerechtelijke geneeskunde

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sofie
Wyloeck
Deze masterproef onderzoekt hoe huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning beoordelen bij het vaststellen van niet-natuurlijke doodsoorzaken. De hoofdonderzoeksvraag: "Hoe beoordelen huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning bij niet-natuurlijke doodsoorzaken en welke factoren dragen bij aan mogelijke tekortkomingen?" wordt in dit onderzoek beantwoord.

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst met 59 respondenten, verzameld via een convenience sampling. Door de korte onderzoeksperiode voor de dataverzameling en de gebruikte steekproefmethode is de representativiteit van de resultaten beperkt. De volledige onderzoeksperiode besloeg acht maanden.

Uit de resultaten blijkt dat vooral huisartsen hun kennisniveau als onvoldoende beoordelen, terwijl urgentieartsen vaker voldoende kennis rapporteren. Bijscholing wordt vooral door huisartsen als moeilijk toegankelijk ervaren. Beide groepen ervaren belemmeringen zoals tijdsdruk en druk vanuit politie of andere hulpverleners. Ze beschouwen de medische voorgeschiedenis, overleg met collega’s uit hun eigen praktijk of dienst en samenwerking met de politie als belangrijke ondersteuningsmiddelen.
Ondanks het gebruik van Ordomedic, maken artsen zelden gebruik van richtlijnen.

De conclusie is dat artsen behoefte hebben aan betere opleiding en ondersteuning bij het vaststellen van doodsoorzaken. Structurele scholing kan twijfels helpen verminderen. Daarnaast is aandacht nodig voor de samenwerking met politiediensten. Ten slotte verdient de invoering van digitale overlijdensaangifte zorgvuldige begeleiding om fouten en variatie in overlijdensregistratie te voorkomen.
Meer lezen

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

Welke sensibiliseringsmethoden zijn het meest effectief in het verbeteren van de pijnbeoordeling bij zorgverleners van ouderen met vergevorderde dementie?

HOGENT
2025
Milena
De Mesmaeker
  • Anouk
    Basslé
  • Camille
    Vanderstraeten
Ouderen met vergevorderde dementie ervaren vaak pijn die onopgemerkt blijft. Via onze bachelorproef onderzochten we hoe sensibiliseringsmethoden, zoals posters, e-learning en casusbesprekingen, zorgverleners helpen om pijnsignalen beter en sneller te herkennen.
Meer lezen

Communicatie tussen scholen en anderstalige ouders: een kwalitatief onderzoek naar de nood aan sociaal tolken in het onderwijs

KU Leuven
2025
Sofie
Knockaert
Ouderbetrokkenheid beïnvloedt de schoolprestaties en het welbevinden van leerlingen (Bakker et al., 2013; Fantuzzo et al., 2004; Menheere & Hooge, 2010; Quezada, 2024). Een beperkte kennis van de schooltaal vormt voor anderstalige ouders een barrière in de communicatie met de school (Baxter & Kilderry, 2024; Beks & Natris, 2008; Benoit et al., 2009; Lawal, 2021; Stassen et al., 2005).
Het recentste Vlaamse regeerakkoord voorziet niet langer een financiële tegemoetkoming voor de inzet van sociaal tolken op school. Het beleid wil inzetten op de kennis van het Nederlands van de ouders en legt het vereiste niveau voor inburgeraars op B1, wat heel ambitieus is. Dit masterproefonderzoek schetst een beeld van de praktijk in Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen: hoe verloopt de communicatie tussen anderstalige ouders en scholen nu? Worden er nog sociaal tolken ingezet en zo ja, hoe worden ze betaald?
152 respondenten van 69 verschillende scholen uit het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen beantwoordden hierover een vragenlijst. Deze antwoorden werden getrianguleerd met 15 semigestructureerde diepte-interviews. Om een zicht te krijgen op de financiering is er tijdens de interviews navraag gedaan bij de geïnterviewde directieteamleden, bij lokale besturen en betrokken instanties zoals het OVSG (Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten).
Het onderzoek toont dat de taalbarrière een optimale communicatie in de weg staat. Ouders beheersen het Nederlands vaak niet of onvoldoende. Volgens de ondervraagde leerkrachten zijn ze daardoor vaker afwezig op contactmomenten en komen ze als minder betrokken over. Scholen zoeken daarom naar oplossingen.
Als er geen tolk is, gebruiken leerkrachten een lingua franca (Engels of Frans), (child) language brokering en vertaalapps. Dat maakt direct contact met de ouders mogelijk, maar de kwaliteit van de communicatie wordt door de respondenten als niet goed beoordeeld. Er is bij leerkrachten onzekerheid of de boodschap is begrepen én frustratie over het verlies aan nuance.
Communicatie met een tolk wordt vooral positief beoordeeld: er is meer vertrouwen dat de boodschap correct wordt overgebracht én begrepen. Tolken maken complexe en diepgaande gesprekken mogelijk en voor leerkrachten is dit bevredigend: de communicatie verloopt in twee richtingen én in het Nederlands.
De grootste belemmering voor het inschakelen van tolken door de scholen zijn de hoge kosten. Omdat de overheid niet meer tussenkomt, springen lokale besturen blijkbaar in. Gegevens van meer dan twintig Vlaamse steden en gemeenten geven blijk van een grote verschillen hierin en suggereren bijgevolg een ongelijke toegang tot tolkdiensten voor de Vlaamse scholen, wat de facto het gelijkekansenbeleid in het onderwijs aantast: voor meer dan één op vier leerlingen in het Vlaams onderwijs is Nederlands niet de thuistaal (Statistiek Vlaanderen, 2025).
Meer lezen

Prototyping novel length measurement instruments

Universiteit Hasselt
2025
Stig
Konings
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie draagt de titel Prototyping Novel Length Measurement Instruments. Het doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een meetinstrument dat meer gericht is op de mens en gebruiksvriendelijker is, in deze scriptie is StoryStick++ ontstaan.
Meer lezen

Political connections, corruption and road traffic safety: a Russian case study

Universiteit Gent
2025
Seppe
Van Den Berge
Een onzichtbaar sociaal mechanisme kwam aan het licht. Dat was geen evidente opdracht, want de gegevens om nepotisme of vriendjespolitiek aan te tonen zijn schaars, van wisselende kwaliteit en bovendien gevoelig. Toch leveren grote, ongefilterde datasets onverwachte schatten op. In mijn datagedreven thesis gebruik ik Russische cijfers om nepotistische effecten op te sporen in een nieuw domein: het verkeer. Een terrein dat tot nu toe grotendeels buiten het onderzoek naar nepotisme bleef, dat zich vooral op de arbeidsmarkt richtte.
Meer lezen

“Het is maar een gsm”: partner phubbing en relationele betekenisgeving

Universiteit Gent
2025
Debbie
Cool
Dit onderzoek laat zien dat phubbing, het negeren van je partner voor je smartphone, een veelvoorkomend fenomeen is dat relaties kan belasten. Hoe partners dit ervaren en ermee omgaan, hangt af van context, intentie en gezamenlijke digitale afspraken. Het benadrukt hoe moderne technologie dagelijkse relaties vormt en het belang van duidelijke communicatie en gezonde digitale gewoonten.
Meer lezen

Parameter Estimation with LISA's Correlated Noise

KU Leuven
2025
Karel
Plets
De laatste tien jaar hebben zwaartekrachtsgolven kunnen detecteren, strekkingen in de ruimte en de tijd. Toch willen we golven met lagere frequenties kunnen meten met behulp van toekomstige ruimtetelescopen, met name de LISA-missie onder leiding van ESA. Voordat LISA gelanceerd wordt, moet er nog veel voorbereid worden, met name het kwantificeren van haar onzekerheden en ruis. Voorlopig gebruikt de LISA-gemeenschap een paar vereenvoudigingen wanneer ze de ruis en de signalen proberen modelleren met behulp van enkele mooie symmetrieën.

Mijn thesisonderzoek heeft echter aangetoond dat zelfs voor heel simpele signalen je in de problemen terechtkomt wanneer je sommige symmetrieën niet aanneemt tijdens het afschatten van de onzekerheden.
Meer lezen