Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Sonocatalytic persulfate activation for degradation of PFOA and ciprofloxacin in aqueous systems

KU Leuven
2026
Jarno
Thys
Deze masterproef onderzoekt een innovatieve methode voor de behandeling van persistente waterverontreinigingen, met focus op het antibioticum ciprofloxacine en de PFAS-verbinding PFOA. Hierbij werden ultrasone golven gecombineerd met persulfaat en verschillende katalysatoren om de verontreinigingen af te breken. Magnetiet bleek van de onderzochte katalysatoren het meest veelbelovend. Voor ciprofloxacine werd onder optimale omstandigheden meer dan 80% verwijdering bereikt, terwijl PFOA aanzienlijk moeilijker af te breken bleek. Daarnaast werd onderzocht hoe waterbestanddelen en hergebruik van de katalysator de efficiëntie beïnvloeden. De resultaten tonen aan dat de combinatie van ultrasound, persulfaat en magnetiet potentieel biedt voor de behandeling van hardnekkige waterverontreinigingen, maar dat verdere optimalisatie nodig is voor een efficiënte toepassing op PFAS.
Meer lezen

Voor als ik het even niet meer weet

LUCA School of Arts
2026
Timo
Schmeits
Hij weet niet altijd wie hij is of waar zijn plek is in de wereld. Daarom schrijft en tekent hij. Door kleine, absurde dingen serieus te nemen, ontstaan verhalen die me helpen om grote vragen te onderzoeken. Zijn scriptie heeft niet alle antwoorden, maar helpen hem zijn vergaarde wijsheid te onthouden.
Timo vergeet snel. Gelukkig maar dat het allemaal op papier staat. Voor als hij het even niet meer weet.
Meer lezen

Van 'hey matekes' tot 'beste burgers': een vergelijkende analyse naar de communicatie van jonge en oudere politici

Universiteit Antwerpen
2026
Max
Mooring
Jongeren zijn structureel ondervertegenwoordigd in Westerse parlementen, en de aanwezigheid van jonge politici wordt vaak naar voren geschoven als een brug tussen jongeren en politiek. Of die aanwezigheid zich ook reflecteert in andere communicatie blijft onderbelicht, zeker in een gemediatiseerde omgeving zoals sociale media. Vertrekkend vanuit theorieën over descriptieve en substantieve representatie worden vijf dimensies van politieke communicatie geanalyseerd: tijdsoriëntatie, representatieclaims gericht op jongeren, privatisering, emotioneel taalgebruik en informaliteit. Een grote dataset aan Facebookberichten (N = 239.525) werd geclassificeerd met behulp van large language models en geanalyseerd aan de hand van logistische regressie. Daarnaast werd een loopbaananalyse uitgevoerd om communicatieveranderingen doorheen politieke loopbanen in kaart te brengen. De bevindingen bieden slechts beperkte steun voor leeftijdsgebonden verschillen in politieke communicatie. Van de vijf dimensies wordt er slechts één consistent bevestigd: jonge politici communiceren informeler dan oudere politici. In de meeste modellen blijken de partij en tijd sterkere voorspellers dan de leeftijd. Bovendien communiceren politici van alle leeftijden na verloop van tijd steeds toekomstgerichter, jongerengerichter, meer over hun privéleven, positiever en informeler. De resultaten suggereren dat de descriptieve aanwezigheid van jonge politici zich niet automatisch vertaalt in inhoudelijk andere communicatie. In de Vlaamse context lijken partij- en mediatiseringsdynamieken zwaarder door te wegen dan de meeste leeftijdsgebonden verschillen, waarbij informaliteit een uitzondering vormt.
Meer lezen

Pictogrammen als ondersteunend hulpmiddel bij medicatiemanagement voor mensen met een taalbarrière in de eerstelijnszorg

Universiteit Antwerpen
2026
Hanne
Jacobs
De toenemende diversiteit in de maatschappij brengt uitdagingen in de gezondheidszorg met zich mee. Patiëntgerichte zorg en veiligheid worden bedreigd door taalbarrières, wat kan leiden tot medicatiefouten en frustraties. Eerstelijnszorginstellingen gebruiken tolkdiensten en vertaalapplicaties om deze barrières te overbruggen. Bovendien tonen studies aan dat hulpmiddelen, zoals pictogrammen met medicatie-instructies, de kennis en therapietrouw kunnen verbeteren. Culturele afstemming van pictogrammen is echter cruciaal voor
effectieve begrijpelijkheid. Deze studie onderzoekt de begrijpelijkheid en moeilijkheidsgraad van USP-pictogrammen voor geneesmiddeleninstructies bij mensen met een taalbarrière in de eerstelijnszorg. Ook relaties met en de invloed van sociodemografische factoren worden geanalyseerd.
Er werd een kwantitatieve cross-sectionele studie uitgevoerd. Twee huisartsenpraktijken, wijkgezondheidscentra en het opvangcentrum Fedasil in Arendonk namen deel. De datacollectie werd uitgevoerd met behulp een digitale, meertalig vertaalde vragenlijst. Begrijpelijkheid van USP-pictogrammen werd beoordeeld volgens de ISO-normen.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

Hey Alexa, help mij leren!

Universiteit Hasselt
2026
Liese
Dewyngaert
Diversiteit wint steeds meer aan belang. Om hierop in te spelen, moeten leerkrachten inzetten op inclusief onderwijs. Tegelijkertijd moet het onderwijs meegaan in een steeds ontwikkelende digitale wereld met AI en virtuele spraakassistenten (VSA’s). Deze technologieën bieden veel potentieel, maar er ontbreekt empirisch onderzoek naar de meerwaarde ervan in het basisonderwijs. Deze masterproef onderzoekt in welke mate de inzet van een VSA voor verlengde instructie bijdraagt aan inclusie en welke vaardigheden de leerlingen nodig hebben om deze technologie te gebruiken. Om dit te beantwoorden, werd een mixed-method quasi-experimentele interventiestudie uitgevoerd bij 30 leerlingen uit het basisonderwijs. Een VSA bood een verlengde instructie binnen de vakdiscipline wiskunde aan. De dataverzameling gebeurde via logboeken, vragenlijsten en transcripties van de gesprekken. De kwantitatieve gegevens werden beschrijvend geanalyseerd en de kwalitatieve gegevens werden verwerkt via een thematische analyse. De resultaten tonen aan dat een VSA een waardevolle ondersteuning kan zijn tijdens een inclusieve verlengde instructie. De extra uitleg werd door de leerlingen als ondersteunend ervaren en stimuleerde actieve participatie en actief denken, wat bijdroeg aan een beter leerstofbegrip. De effectiviteit blijft wel afhankelijk van een doordachte inzet en de kwaliteit van de interactie. Omdat de VSA regelmatig fouten maakte, blijken kritisch denken en andere hogere-orde-denkvaardigheden essentieel. Vooral oudere leerlingen konden deze fouten beter zelfstandig herkennen. Leerlingen hebben daarom aanvankelijk ondersteuning nodig om de VSA doelgericht en kritisch te leren gebruiken.
Meer lezen

Waarom kiezen jongeren voor een politieke carrière?

KU Leuven
2026
Cleo
Pavoncelli
Onderzoek toont aan dat jongeren vaak ondervertegenwoordigd zijn in parlementen (Stockemer & Sundström, 2025). Een gebrek aan vertegenwoordiging kan ertoe leiden dat hun belangen onderbelicht blijven en dat zij vervreemden van het traditionele politieke systeem. Bestaand onderzoek naar jongerenparticipatie richt zich voornamelijk op structurele en institutionele factoren, zoals het kiesstelsel. Deze benaderingen bieden echter geen afdoende verklaring waarom individuen politieke ambitie ontwikkelen en uiteindelijk beslissen om zich kandidaat te stellen (Fox & Lawless, 2005; Lawless, 2011). Daardoor blijft het onduidelijk welke persoonlijke motivaties jongeren tot deze stap aanzetten en welke drempels zij daarbij ervaren.
Een mogelijk verklarend kader is Public Service Motivation (PSM), een concept dat veelvuldig wordt toegepast in onderzoek naar werknemers in de publieke sector. De toepassing ervan in een politieke context is echter nog beperkt onderzocht.
Dit kwalitatieve onderzoek heeft tot doel de motivaties van jonge volksvertegenwoordigers (maximaal 35 jaar bij de start van de legislatuur) in het Vlaams Parlement in kaart te brengen. Hiervoor werden semi-gestructureerde interviews afgenomen bij negen respondenten. Er werd gezorgd voor variatie in leeftijd (zowel respondenten boven als onder de 30 jaar), partijaffiliatie, gender en migratieachtergrond.
De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de omgeving een rol kan spelen in de ontwikkeling van politieke interesse en ideologische voorkeuren. Zowel de interesse voor een politiek mandaat als de specifieke partijkeuze worden echter niet noodzakelijk doorgegeven binnen het gezin. Respondenten wijzen op uiteenlopende motivaties voor hun engagement, waaronder onvrede met huidige situaties, de wens om verandering te realiseren, rolmodellen en de interne partijcultuur. Daarnaast wijst dit onderzoek op de rol van PSM: alle vier dimensies van dit concept komen naar voren in de data. ‘Aantrekking tot beleidsvorming’ lijkt vaker voor te komen bij eerder conservatieve respondenten, terwijl progressieve respondenten vaker verwijzen naar ‘toewijding aan het algemeen belang’ en ‘medeleven’. Voor de dimensie zelfopoffering treden dergelijke verschillen minder duidelijk op. Verder kwantitatief onderzoek is echter nodig om deze tendensen te bevestigen.
Verder wijzen de resultaten op de belangrijke rol van politieke partijen in het lijstvormingsproces. Gevraagd worden door de partij blijkt dan ook een belangrijke factor in de beslissing om zich kandidaat te stellen, evenals in de keuze van het bestuursniveau. Desondanks vertonen de respondenten een uitgesproken voorkeur voor het Vlaams Parlement, voornamelijk omwille van de specifieke bevoegdheidsdomeinen. Tot slot worden verschillende drempels geïdentificeerd. Een politieke carrière nastreven blijkt minder evident voor minderheidsgroepen, zoals vrouwen met een migratieachtergrond. Andere obstakels zijn het bindend karakter van een politieke carrière, en een gebrek aan netwerk en ervaring en de tijdsintensiteit van het mandaat. De respondenten beschouwen hun jonge leeftijd eerder als een troef dan als een nadeel, onder meer vanwege hun grotere voeling met de leefwereld van jongeren.
Meer lezen

Kortverhalen in de klas: een kwalitatieve analyse van "Literatuur op School"

KU Leuven
2026
Rosa
Cleiren
Deze masterproef situeert zich binnen twee parallelle ontwikkelingen in het Vlaams onderwijs: een dalende leesvaardigheid bij leerlingen en een steeds beperktere plaats voor literatuur in het curriculum.
In 2024-2025 startte het Xaveriuscollege in Borgerhout met het driejarig project “Literatuur op School”, dat op een innovatieve manier op die uitdagingen inspeelt door meer literatuur te integreren in het curriculum. Deze masterproef onderzoekt enerzijds hoe het project pedagogisch wordt onderbouwd en praktisch wordt vormgegeven, en anderzijds hoe de betrokken leerkrachten en leerlingen het ervaren op basis van kwalitatief onderzoek.
Het project werd ontwikkeld door Dennis Melsen, een leerkracht Nederlands en filosofie, en heeft als doel om een coherente aanpak van literatuuronderwijs over alle (moderne) talen en graden heen te implementeren. Kortverhalen functioneren daarbij als centraal didactisch instrument: als toegankelijke en meerduidige literaire vorm worden ze zowel in taalvakken als in niet-taalvakken ingezet. Door kortverhalen te koppelen aan concrete lesonderwerpen, verbindt het project vakinhoudelijke doelstellingen met bredere vormende ambities. De lessen binnen het project verlopen via een vast stappenplan, dat de uitvoering van het dialogisch en perspectivisch lezen ondersteunt. Dat stappenplan nodigt de leerlingen uit om zich persoonlijk te betrekken bij de tekst door hun vragen bij
het verhaal te expliciteren en om daarna de antwoorden in groep te bespreken. Onderzoek van Applebee et al. koppelt die vraaggestuurde leeshouding en de uitwisseling van ideeën in een open klasgesprek aan een verhoogde leesvaardigheid. Door eerst met de tekst in dialoog te treden en vervolgens met elkaar, bouwen de leerlingen hun kennis en interpretaties gezamenlijk op en groeit ook hun openheid voor andere perspectieven.
Dit onderzoek gaat na hoe deze principes vertaald worden naar de klaspraktijk. Uit interviews met leerkrachten, focusgesprekken met leerlingen en klasobservaties blijkt dat de doelstellingen van het project grotendeels worden gerealiseerd. Leerkrachten en leerlingen ervaren de lessen als leerrijk, activerend en verfrissend. De dialogische klasdynamiek stimuleert rijke uitwisselingen over de verhalen en de maatschappelijke thema’s die ze aanreiken, waardoor leerlingen tot een ruimer begrip van de
lesinhoud komen. Daarnaast zorgt de herhaalde confrontatie met kortverhalen voor meer
vertrouwdheid met literatuur en voor de frequente oefening van het gebruik van literaire begrippen.

Tegelijk wijst de analyse op enkele praktische en structurele uitdagingen: klasgrootte, tijdsduur, evaluatie, leesvaardigheid en de nood aan meer didactische ondersteuning voor leerkrachten en leerlingen vormen aandachtspunten voor tijdens het laatste projectjaar. Ook de structurele verankering van de methode binnen de taalvakken en de uitbouw van een duurzame leescultuur op school vragen verdere ontwikkeling. Deze masterproef concludeert daarom dat “Literatuur op School” een veelbelovend model is voor een geïntegreerd literatuurbeleid, waarvan de impact nog kan worden versterkt door gerichte ondersteuning en meer systematische inbedding.
Meer lezen

MEROO Ondersteuning bij verslaglegging tijdens de zorgronde

Universiteit Antwerpen
2026
Eva
Visser
Gebruik hiervoor een korte, zakelijke samenvatting. Bijvoorbeeld:
Korte inhoud van je scriptie
Mijn scriptie onderzoekt hoe zorgverleners in de ouderenzorg ondersteund kunnen worden bij het vastleggen van observaties tijdens of direct na een zorgmoment. Uit interviews, een enquête en workflowanalyse bleek dat rapportage vaak pas later gebeurt, waardoor zorgverleners veel informatie moeten onthouden tijdens een drukke zorgronde. Dit vergroot de mentale belasting en kan ervoor zorgen dat details verloren gaan.
Als antwoord hierop ontwikkelde ik MEROO: een product-service-systeem met een borstgedragen wearable, NFC-tags, een laadstation en een digitale inbox. Zorgverleners kunnen korte observaties inspreken op het moment dat ze ontstaan. De opnames worden later verwerkt tot conceptnotities, die de zorgverlener controleert voordat ze in het cliëntendossier worden overgenomen.
Met een proof of concept testte ik de technische haalbaarheid van opnemen, transcriberen en controleren. MEROO wil administratieve druk verminderen, zonder de zorgverlener te vervangen. Het systeem brengt rapportage dichter bij het zorgmoment en creëert meer ruimte voor directe, menselijke zorg.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Naar een inclusieve en prikkelregulerende leeromgeving: Architectuur voor kinderen met een autismespectrumstoornis

Universiteit Hasselt
2026
Kato
Martens
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Daan
    Driessen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Deze masterproef onderzoekt hoe architectuur, materialiteit en bouwfysische principes kunnen bijdragen aan een prikkelregulerende en voorspelbare leeromgeving voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Het onderzoek combineert literatuurstudie, case study-analyse en materiaalonderzoek en vertaalt de inzichten naar concrete ontwerpprincipes. Deze worden toegepast in een nieuw schoolontwerp voor De Wissel in Zwartberg, waarin ruimtelijke leesbaarheid, verschillende gradaties van prikkels, natuur, overgangsruimtes en comfort samenkomen. Het project wordt gekaderd binnen een bredere regeneratieve toekomstvisie voor Zwartberg, waarin ecologische, sociale en maatschappelijke aspecten met elkaar worden verbonden.
Meer lezen

De crisis van de grote schaal

Universiteit Hasselt
2026
Kaat
Daelemans
Wat als de weg naar minder criminaliteit en minder herval (70% nu in België) niet begint met hogere gevangenismuren, maar met betere gebouwen? Die vraag staat centraal in de opmerkelijke masterproef van Kaat Daelemans (UHasselt) die onderzoekt hoe doordachte architectuur bijna ex-gedetineerden kan helpen om opnieuw volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Het resultaat is een concreet ontwerp voor een nieuwbouw transitiehuis: een plek waar mensen in de laatste fase van hun straf stap voor stap leren zelfstandig wonen, werken en leven. En het gebouw kan nadien zonder probleem ook weer hergebruikt worden voor andere doeleinden: wonen of gemeenschapsfuncties voor de hele buurt. Transitie en hergebruik.
Meer lezen

Communicatie over het verlangen naar het levenseinde: ervaringen van verpleegkundigen met ouderen in woonzorgcentra

Vrije Universiteit Brussel
2026
Esmee
Sterckx
De gemiddelde levensverwachting blijft stijgen, maar ook het aantal jaren waarin mensen leven met een verminderde gezondheid neemt toe. Hierdoor groeit de behoefte aan langdurige woonzorgvoorzieningen. Hoewel een daling in levenstevredenheid doorgaans pas optreed in de allerlaatste levensfase, ervaart een groeiende groep ouderen eerder moeilijkheden met het latere leven. In sommige gevallen leidt dit tot een verlangen naar het levenseinde. De context van een woonzorgcentrum kan deze gevoelens versterken. Binnen deze context vervullen verpleegkundigen een sleutelrol. Toch voelen verpleegkundigen zich regelmatig machteloos in deze situaties. Deze studie onderzoekt hoe verpleegkundigen hun communicatie over het verlangen naar het levenseinde met ouderen in woonzorgcentra ervaren.
Meer lezen

De taken en verantwoordelijkheden van de mondhygiënist in de oncologische zorgsetting binnen het ziekenhuis

Hogeschool UCLL
2026
Laura
Janssens
  • Mauranne
    Lazard
Mondproblemen komen vaak voor tijdens kankerbehandelingen en kunnen een aanzienlijke impact hebben op het welzijn van patiënten en het verloop van de behandeling. Toch blijft mondzorg binnen de oncologische zorg vaak onderbelicht en ontbreekt een vast aanspreekpunt. Uit een literatuurstudie en interviews met zorgprofessionals blijkt dat de mondhygiënist een belangrijke rol kan spelen in preventie, screening en opvolging van mondproblemen. Voor een succesvolle integratie zijn echter duidelijke taakafspraken, structurele financieringen multidisciplinaire samenwerking noodzakelijk.
Meer lezen

Rittenplanning voor het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs

KU Leuven
2026
Indra
Coppens
Deze masterproef onderzoekt hoe een geautomatiseerd planningsalgoritme kan bijdragen aan beter leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. Het ontwikkelde algoritme stelt automatisch rittenplanningen op en werd gebruikt om de impact van factoren zoals het aantal bussen, aankomstvensters en de planningsschaal te analyseren. De ontwikkelde dataset, wiskundige formulering en het algoritme kunnen bijdragen aan toekomstig onderzoek naar het verbeteren van het leerlingenvervoer.
Meer lezen

Leiderschap in turbulente tijden. Een studie naar hoe leidinggevenden omgaan met onzekerheid, verandering en druk in multinationale consultancyorganisaties

Vrije Universiteit Brussel
2026
Mika
Gillioen
Deze masterproef onderzoekt hoe senior leiders in multinationale consultancyorganisaties omgaan met hoge werkdruk, onzekerheid en internationale complexiteit. Op basis van 19 semigestructureerde diepte-interviews met leiders van Senior Manager tot topmanagement, bij zes internationale organisaties, wordt nagegaan hoe zij betekenis geven aan hun leiderschap. De analyse combineert het Job Demands-Resources-model (JD-R) met de sensemaking-traditie en maakt gebruik van abductieve template-analyse.

Daaruit komen drie mechanismen naar voren, die bij een deel van de respondenten samengaan. Bij 11 van de 19 respondenten functioneert sensemaking als hulpbron om veeleisende situaties hanteerbaar te maken. Bij eveneens 11 respondenten wordt maatschappelijke waarde wel erkend, maar speelt ze geen rol in hoe zij hun leiderschap vertellen. Bij 5 respondenten krijgt internationale ervaring een identiteitsvormende betekenis.

De kernbijdrage is een verschuiving van wat leiders hebben naar wat ze doen: omgaan met turbulentie wordt benaderd als een proces van betekenisgeving. Sensemaking wordt daarbij voorgesteld als een mogelijke procesmatige hulpbron binnen het JD-R-model: een analytische herconceptualisering, geen uitgewerkt nieuw model.
Meer lezen

Assessing the social impact of electronics fabrication

Universiteit Gent
2026
Laura
Sondakh
De groei van de elektronica-industrie gaat gepaard met toenemende gevolgen. De impact op het milieu wordt reeds onderzocht, maar de sociale gevolgen blijven onderbelicht. In dit werk wordt een werkwijze voorgesteld om de sociale gevolgen van de productie van PCBA’s te analyseren. Eerst worden de stappen overlopen voor de productie van IC’s, PCB’s en afzonderlijke componenten, packaging en assemblage, waarna een overzicht wordt gemaakt van de gebruikte materialen. Voor deze materialen worden de sociale gevolgen geëvalueerd aan de hand van de mijnbouwfase. De gevolgen worden gekwantificeerd op basis van de volgende categorieën: kinderarbeid, informele mijnbouw, gewelddadige conflicten, sterkte van de rechtsstaat, controle van corruptie en menselijke ontwikkeling. Voor elk materiaal worden ze geëvalueerd door aan elk van de vijf meest producerende landen een score toe te kennen en een gewogen gemiddelde te berekenen. Het resultaat is een overzicht van de sociale gevolgen van de verschillende materialen die gebruikt worden voor de productie van elektronica. De materialen met de grootste sociale gevolgen zijn kobalt, tantaal, tin, iridium, ruthenium en chroom. Materialen met lagere sociale gevolgen zijn ijzer, beryllium en lithium. Om in te schatten of veranderingen in het productieproces een groot effect zouden hebben, wordt nagegaan welk aandeel van de globale productie van een materiaal gebruikt wordt binnen de elektronica-industrie. Op basis van deze twee analyses worden kobalt, tantaal en zilver geselecteerd voor een extra analyse, waarin toepassingen en alternatieven worden besproken, rekening houdend met technische eigenschappen en kostprijs. De alternatieven hebben meestal bepaalde nadelen. Voor sommige toepassingen zijn er zelfs geen alternatieven mogelijk. Ten slotte worden de milieu- en sociale gevolgen vergeleken. Hieruit blijkt dat bepaalde materialen met grote sociale gevolgen weinig milieu-gevolgen hebben en vice versa. Het wordt dus duidelijk dat er geen ‘ideaal’ materiaal bestaat: er is steeds een afweging nodig tussen milieu- en sociale gevolgen, technische eigenschappen en kostprijs.
Meer lezen

Unraveling the microbial ecology of drinking water distribution systems and the persistence of non-tuberculous mycobacteria

Universiteit Gent
2026
Fien
Van Poelvoorde
Drinkwater wordt gezuiverd om de microbiologische veiligheid te waarborgen, maar blijft een dynamisch microbieel ecosysteem waarin micro-organismen kunnen overleven, zich opnieuw kunnen ontwikkelen of via het distributienetwerk en het leidingwerk in woningen kunnen binnendringen. In deze thesis werd de microbiële dynamiek in Vlaamse drinkwatersystemen onderzocht aan de hand van drie complementaire experimenten. Ten eerste werden veranderingen in het drinkwater geanalyseerd door de uitgaande leidingen van watertorens te vergelijken met de aangesloten kranen bij de eindgebruikers. Ten tweede volgde een source-to-tap-experiment de microbiële gemeenschappen tijdens de hele drinkwaterbehandeling en -distributie, waarbij niet-tuberculeuze mycobacteriën (NTM) werden gedetecteerd. Ten derde werden het voorkomen en de ecologische relevantie van NTM verder onderzocht. Flowcytometrie werd gebruikt om celconcentraties en fenotypische vingerafdrukken te beoordelen, terwijl 16S- en 18S-rRNA sequencing werd toegepast om de samenstelling van de prokaryotische en eukaryotische gemeenschappen te karakteriseren.
De resultaten lieten consistente verschillen zien tussen de uitgaande leidingen van watertorens en de keukenkranen in huishoudens wat betreft celconcentraties, fenotypische kenmerken en de samenstelling van het holobioom. Deze bevindingen wijzen erop dat leidingwaterkwaliteit ook wordt beïnvloed door consumenteninfrastructuur, waar stilstaand water, biofilms en waterinstallaties microbiële gemeenschappen kunnen sturen. Hoewel er duidelijke microbiologische verschuivingen werden waargenomen, mogen deze niet automatisch worden geïnterpreteerd als een afname van de drinkwaterveiligheid. NTM werden gedetecteerd toen het drinkwaterbehandelings- en distributiesysteem op netwerkniveau werd geanalyseerd. Hun aanwezigheid is relevant omdat sommige NTM-soorten opportunistisch pathogeen zijn en persistentie kan worden ondersteund door biofilms en interacties met vrijlevende amoeben. Deze thesis benadrukt zo het belang van geïntegreerde microbiële monitoring in drinkwatersystemen.
Meer lezen

Maximising Taxibot Throughput under Mixed Ground Operations: A Case Study of Departing Traffic at Brussels Airport

Universiteit Gent
2026
Emile
Schoemans
Taxibots zijn sleepvoertuigen die een vliegtuig met uitgeschakelde motoren van de gate naar de startbaan trekken, waardoor ze brandstof en CO₂ besparen tijdens het taxiën. Bestaand onderzoek vraagt hoeveel taxibots nodig zijn om elk vliegtuig te slepen. Deze masterproef stelt de omgekeerde vraag, die realistischer is voor een luchthaven die geleidelijk begint: hoeveel vertrekkende vliegtuigen kan een kleine, vaste vloot per dag bedienen, en wat levert dat op? Daarvoor ontwikkelde ik een optimalisatiemodel en een snelle vuistregel, op basis van grondbewegingsdata van Brussels Airport (juli 2025), aangeleverd door Skeyes. Op een drukke dag bedienen drie taxibots ongeveer de helft van de geschikte vertrekkende vliegtuigen, en vermijden ze naar schatting circa een derde van de taxi-uitstoot (ongeveer 24 ton CO₂). Met vijf taxibots wordt twee op de drie bediend. Daarna vlakt de winst af, op hetzelfde punt dat Skeyes zelf als praktisch maximum aangeeft. De vuistregel benadert het exacte model tot op één vliegtuig nauwkeurig en rekent in milliseconden.
Meer lezen

Aangepaste Mindfulness-Based Cognitive Therapy voor ouderen met levensmoeheid in een woonzorgcentrum

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Yoran
Vansteelandt
Probleemstelling met onderzoeksvraag: Levensmoeheid en een verminderd psychisch welbevinden komen regelmatig voor bij ouderen in woonzorgcentra. Mindfulness wordt steeds vaker ingezet om mensen te helpen beter om te gaan met moeilijke gedachten, gevoelens en stress. In deze bachelorproef werd een bestaand Mindfulness-Based Cognitive Therapy (MBCT)-programma aangepast aan de noden van ouderen met levensmoeheid in WZC Ter Linden. Het onderzoek ging na in welke mate deelname aan dit achtweekse programma een invloed had op het ervaren welbevinden en de kwaliteit van leven van de deelnemers.
Meer lezen

MoralPersona Sandbox: A Testbed for Persona-Conditioned Moral Reasoning in LLMs

Universiteit Hasselt
2026
Ruben
Boone
Hoewel moderne grote taalmodellen (LLM's) moeiteloos verschillende persona's kunnen aannemen via prompting, worden ze streng begrensd door ingebouwde veiligheidsregels en ethische richtlijnen van ontwikkelaars. Wanneer dergelijke AI-systemen geconfronteerd worden met complexe, ethisch situaties, vallen ze vaak terug op een algemeen standaardantwoord. Dit onderzoek brengt deze kloof, die bekend staat als de "personality illusion" in kaart. Hiervoor werd de MoralPersona Sandbox ontwikkeld: een modulair softwareplatform dat de omgevingscontext, het psychologische profiel (gebaseerd op het Big Five OCEAN-model) en het onderliggende taalmodel strikt van elkaar isoleert. Om te valideren of dergelijke modellen daadwerkelijk menselijk gedrag weerspiegelen, werd een empirische gebruikersstudie uitgevoerd met 71 deelnemers. Deelnemers koppelden hun eigen psychologische profiel aan AI-configuraties en doorliepen 6 diverse morele dilemma's.
De resultaten tonen aan dat deelnemers de tegenovergestelde persoonlijkheidsagenten weliswaar betrouwbaar als 'minst overeenstemmend' aanduidden, maar dat er tegelijkertijd een sterke personality illusion optreedt: slechts een beperkte groep herkende hun eigen gepersonaliseerde agent als de beste match. Bovendien bleek de sturing minimaal; beslissingsomslagen vonden slechts in 2,35% van de gevallen plaats. Dit duidt erop dat hoewel LLM's uitblinken in stilistisch rollenspel, ze fundamentele moeite hebben met het spiegelen van authentieke menselijke, morele redeneerpatronen.
Meer lezen

Perinatale zorg door de ogen van Afrikaanse vrouwen en zorgverleners

Hogeschool VIVES
2026
Soha
Agredousse
Deze bachelorproef onderzoekt hoe vrouwen met een Afrikaanse migratieachtergrond de perinatale zorg in België ervaren en welke barrières zij ondervinden bij de communicatie met zorgverleners. De bestaande literatuur werd in kaart gebracht door middel van een literatuurstudie. Daarnaast werd een praktijkonderzoek uitgevoerd aan de hand van de podcast "Luisteren naar zorg", waarin vier vrouwen met verschillende Afrikaanse migratieachtergronden en vier zorgverleners uit verschillende disciplines hun ervaringen en perspectieven deelden.

Uit de literatuur en het praktijkonderzoek kwamen terugkerende barrières naar voren. Deze situeren zich op individueel, interactie- en maatschappelijk niveau. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat deze factoren elkaar kunnen versterken en de toegankelijkheid en kwaliteit van de perinatale zorg kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd verschillen de ervaringen sterk van vrouw tot vrouw. De bachelorproef benadrukt daarom het belang van cultuursensitieve, toegankelijke en persoonsgerichte zorg, waarbij zowel aandacht is voor de bredere context van deze vrouwen als voor effectieve communicatie.
Meer lezen

ERVARINGEN VAN STRAATVERPLEEGKUNDIGEN IN DE ZORG AAN DAK- EN THUISLOZEN IN VLAANDEREN EN BRUSSEL:

Universiteit Gent
2026
Margeaux
Lefevere
  • Enya
    Neiring
Deze masterproef onderzoekt hoe straatverpleegkundigen in Vlaanderen en Brussel de zorgverlening aan dak- en thuisloze personen ervaren en welke factoren hun werk beïnvloeden. Dak- en thuislozen kampen vaak met complexe lichamelijke, psychische en sociale problemen, terwijl de toegang tot reguliere gezondheidszorg voor hen vaak moeilijk blijft.
Met een mixed-methods onderzoek werden enerzijds bestaande registratiedata geanalyseerd en anderzijds vijftien straatverpleegkundigen geïnterviewd. De resultaten tonen dat straatverpleegkundigen hun werk ervaren als betekenisvol en noodzakelijk, maar tegelijkertijd als intens, complex en onvoorspelbaar. Somatische zorg, zoals wondzorg of hygiënische ondersteuning, blijkt vaak het startpunt om vertrouwen op te bouwen en cliënten verder te begeleiden naar psychosociale en medische hulp.
De studie maakt duidelijk dat straatverpleegkundigen veel meer doen dan medische zorg verlenen. Ze fungeren als brugfiguren tussen een kwetsbare doelgroep en een gefragmenteerd zorg- en welzijnssysteem. Daarbij proberen ze niet alleen gezondheidsproblemen aan te pakken, maar ook menswaardigheid, vertrouwen en sociale verbinding te herstellen. Tegelijk botsen zij op structurele drempels zoals stigma, administratieve barrières, beperkte samenwerking tussen diensten en een gebrek aan duurzame financiering. Daarnaast toont het onderzoek aan dat de huidige registratiesystemen onvoldoende inzicht geven in de relationele en langdurige aard van straatverpleegkundige zorg. Op basis van de bevindingen worden aanbevelingen geformuleerd voor een betere registratie van dak- en thuisloosheid, meer aandacht voor deze doelgroep in zorgopleidingen en een sterkere structurele verankering van straatverpleegkunde binnen het Belgische zorglandschap.

Meer lezen

EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen

Arteveldehogeschool Gent
2026
Amber
De Decker
Deze bachelorproef onderzoekt hoe een kleuterleerkracht van de oudste kleuters ondersteund kan worden om drama op een laagdrempelige en geïntegreerde manier een plaats te geven binnen het klasaanbod. De aanleiding voor dit onderzoek kwam voort uit een verkennend gesprek met de betrokken leerkracht, waarin ze aangaf onzekerheid te ervaren rond drama en dit bovendien beschouwde als organisatorisch uitdagend, waardoor het aanbod van drama in de klas beperkt bleef, ondanks haar bereidheid om meer drama te integreren in het klasaanbod. Deze bereidheid vormde een belangrijk uitgangspunt voor dit onderzoek.

Op basis van deze probleemstelling werd de volgende ontwerpvraag geformuleerd: “Hoe kan een kleuterleerkracht van de oudste kleuters, die onzekerheid ervaart bij het integreren van drama in de klaspraktijk, ondersteund worden om drama een meer geïntegreerde plaats te geven binnen het klasaanbod?”

Met behulp van een literatuurstudie werd een theoretisch kader rond het thema opgebouwd. Vervolgens werd de eerste deelvraag onderzocht met behulp van reflectie en bevraging, waaruit bleek dat de betrokken leerkracht aanvankelijk een beperkt beeld had van drama binnen het kleuteronderwijs. Op basis van de geanalyseerde noden en drempels werd drama vervolgens verder afgebakend tot het integreren van handpoppen in de klaspraktijk.

Er werd een verdiepende literatuurstudie uitgevoerd, samen met een klasobservatie en interviews met de betrokken leerkracht om de specifieke drempels en noden verder in kaart te brengen. Daarnaast werd een bevraging afgenomen bij andere kleuterleerkrachten om hun ervaringen rond dit onderwerp te verzamelen. Deze inzichten werden verdiept en gekoppeld aan bestaande literatuur.

Op basis van deze bevindingen werden concrete ontwerpeisen opgesteld die leidden tot een ontwerp bestaande uit verschillende onderdelen. Het ontwerp omvat een toolkit EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen, met ondersteuningskaarten die afgestemd zijn op de drempels en behoeften van de betrokken leerkracht. Daarnaast werden twee handpoppen geïntegreerd binnen talige en wiskundige activiteiten met inspiratiefiches die de implementatie ondersteunen en mogelijkheden tot verdere uitwerking in de klaspraktijk bieden.

Doordat het ontwerp een geleidelijk proces is in combinatie met de korte testfase zijn de conclusies nog beperkt, maar in relatie tot het onderzoeksdoel, kan gesteld worden dat het ontwerp een sterke basis vormt om drama, en specifiek het gebruik van handpoppen, sterker te integreren in de klaspraktijk van de betrokken leerkracht.
Meer lezen

Small Town Immigrants: Comparing the Position of Alien Residents in Late Medieval Harwich & Fowey

Vrije Universiteit Brussel
2026
Noémi
Tomaszynski
Deze thesis onderzoekt de positie van transnationale migranten in kleine steden in het laatmiddeleeuwse Engeland en vult daarmee een merkbare leemte in het bestaande onderzoek naar historische migratie, dat zich lange tijd heeft gericht op grote stedelijke centra. Aan de hand van de ‘alien subsidies’ en lokale rechtbankverslagen worden de steden Harwich en Fowey – kleine havensteden met vergelijkbare institutionele en economische structuren – geanalyseerd om de uiteenlopende posities van migranten in kleine steden te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat de dynamiek van kleine steden, waaronder beperkte anonimiteit, hechte sociale netwerken en kenmerkende burgerpraktijken, de zichtbaarheid, het gevoel van verbondenheid en de behandeling van migranten op een andere manier beïnvloedde dan in grote steden. Door vier variabelen te vergelijken, namelijk de samenstelling van de bevolking, economische complementariteit, institutionele participatie en de geopolitieke context, toont het artikel aan dat de ervaringen van migranten in kleine steden veranderlijk en gevarieerd waren en sterk afhankelijk waren van de lokale omstandigheden.
Meer lezen

Presenilin 1 in hereditary Alzheimer's disease: The development of a capture protocol for presenilin 1 long read DNA sequencing

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Lauren
Donche
Deze bachelorproef gaat over de ontwikkeling en optimalisatie van een specifiek protocol om mutaties in het PSEN1 gen kostenefficiënter te identificeren bij patiënten met erfelijke Alzheimer. Een betrouwbare identificatie van deze genetische varianten is cruciaal voor een tijdige diagnose, maar huidige screeningsmethoden zijn vaak erg duur en moeilijk toegankelijk.
Om een goedkoper alternatief te bieden, is in dit onderzoek een nieuwe methode ontworpen en getest. Hierbij wordt het specifieke PSEN1 gen eerst doelgericht gefilterd, waarna een techniek die lange stukken DNA in één keer afleest (long-read sequencing) wordt ingezet.
De eerste resultaten tonen aan dat deze gerichte aanpak potentie biedt om de diagnostische kosten te verlagen en het opsporen van genetische foutjes toegankelijker te maken. Wel bleek uit dit onderzoek dat er nog verdere optimalisatie van het protocol nodig is om de betrouwbaarheid en efficiëntie volledig te waarborgen.
Hiermee legt deze bachelorproef een belangrijke basis voor het vervolgonderzoek naar een betaalbare en geoptimaliseerde klinische diagnostische test voor deze zwaar getroffen patiëntengroep.
Meer lezen

The influence of decay on the load-bearing capacity of CLT-elements and connections

Universiteit Gent
2026
Johannes
Renette
  • Hannes
    Renette
Mijn scriptie onderzocht wat de invloed is van houtrot op het draagvermogen van CLT panelen en verbindingen in een Belgisch klimaat. Wat zijn de aandachtspunten, problemen en hoe reken je rot door bijvoorbeeld langdurige openstelling aan vocht in op een veilige en economische manier. Dit werd onderzocht aan de hand van een referentie gezinswoning uit Boortmeerbeek in een 'worst case' klimaat voor België.
Meer lezen

Bio-based insulation materials from local resources: exploring the potential of bean stalks in a wet production process

Universiteit Gent
2026
Bieke
Delanote
Deze masterproef onderzoekt het potentieel van bonenstengels, een landbouwreststroom, als grondstof voor biogebaseerde isolatiematerialen. Voor de productie van het isolatiemateriaal werd gebruik gemaakt van een nat productieproces. Dit proces benut de natuurlijke bindingseigenschappen van de vezels, waardoor een stevige isolatieplaat kan worden geproduceerd zonder toevoeging van een synthetisch bindmiddel. Aangezien dit proces al op industriële schaal wordt toegepast voor de productie van houtvezelisolatieplaten, werd het laboproces eerst geoptimaliseerd op basis van houtwol. Met een eenvoudige combinatie van koken, kort persen en drogen konden houtvezelisolatieplaten met lage thermische geleidbaarheid en hoge sterkte worden geproduceerd. Om vervolgens de geschiktheid van bonenstengels binnen dit proces te onderzoeken, werden verschillende voorbehandelingstechnieken toegepast. Ovendrogen en luchtdrogen werd vergeleken. Daarnaast werd het effect van een extra reinigings- of extrusiestap geanalyseerd. Alle onderzochte fracties van bonenstengels toonden potentieel. Rekening houdend met materiaalprestaties, praktische haalbaarheid en milieu-impact kwamen luchtgedroogde ongereinigde bonenstengels naar voren als meest belovende optie. De toevoeging van houtvezels of vlaslemen verbeterde de praktische haalbaarheid zonder de algemene prestaties negatief te beïnvloeden.

Naast het aantonen van het potentieel van bonenstengels als isolatiegrondstof, onderstreept deze thesis het bredere potentieel van landbouwreststromen om bij te dragen aan een duurzamere bouwpraktijk, gebaseerd op lokale en biologisch afbreekbare materialen.
Meer lezen

Exploring AI Approaches to Identify Social Anxiety Disorder: A Scoping Review

KU Leuven
2026
Charlotte
Van Bogaert
  • Charlotte
    Van Bogaert
Een sociale angststoornis is een veelvoorkomende psychische aandoening die het dagelijks functioneren aanzienlijk kan beïnvloeden, maar in de praktijk vaak onopgemerkt blijft. De herkenning ervan berust traditioneel op klinische interviews en zelfrapportagevragenlijsten. Die kosten tijd en hebben beperkingen, zoals vertekening door het geheugen, beperkt inzicht in de eigen klachten en de neiging om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Tegen deze achtergrond onderzoekt deze masterproef welke rol artificiële intelligentie (AI) kan spelen bij het herkennen van mensen met een sociale angststoornis of klinisch relevante symptomen van sociale angst.

Deze masterproef is een scoping review van peerreviewde, empirische studies over het gebruik van AI om sociale angst te herkennen. De centrale vragen zijn welke AI-methoden worden gebruikt om sociale angst op basis van psychologische en gedragsgegevens te detecteren of te classificeren, welke gegevens als input dienen en hoe goed de modellen presteren. Daarnaast onderzoekt de review hoe de studies zijn opgezet, in welke populaties en contexten de methoden zijn onderzocht en welke ethische en praktische aandachtspunten uit de literatuur naar voren komen.

De review volgt de richtlijnen van het Joanna Briggs Institute en werd gerapporteerd volgens PRISMA-ScR. Er werd gezocht in APA PsycINFO, Embase, Scopus, PubMed/MEDLINE, Web of Science en Google Scholar. De selectie van studies gebeurde in Rayyan. Na het verwijderen van dubbele publicaties werden 203 studies gescreend op titel en samenvatting. Daarvan gingen er 46 door naar de beoordeling van de volledige tekst. Uiteindelijk werden 17 studies opgenomen. De gegevens werden verzameld met een gestandaardiseerd extractieformulier en vervolgens samengevat in tabellen en een beschrijvende synthese.

Deze review laat zien dat AI mogelijkheden biedt als hulpmiddel bij het herkennen van sociale angst, maar dat de huidige wetenschappelijke onderbouwing zich nog in een vroeg stadium bevindt en heterogeen is. De opgenomen studies gebruikten zowel klassieke methoden van machinaal leren als deep learning. Vragenlijstgegevens werden het vaakst als input gebruikt. Sommige modellen maakten daarnaast gebruik van complexere gegevens, zoals digitale sporen, taalgebruik tijdens interviews en oogbewegingsgegevens. Daarmee kunnen zij gedrags- en taalpatronen in kaart brengen die via traditionele vragenlijsten of interviews minder rechtstreeks zichtbaar zijn.

Tegelijkertijd hadden veel studies nog het karakter van een eerste haalbaarheidsstudie, hanteerden zij uiteenlopende definities van sociale angststoornis en gebruikten zij vooral interne validatie. Verdere vooruitgang vraagt om externe validatie, transparantere rapportage, diversere datasets en zorgvuldige aandacht voor privacy, vertekening en foutenmarges. Ook hebben clinici voldoende kennis van AI nodig om de uitkomsten van deze modellen verantwoord te kunnen interpreteren en gebruiken.
Meer lezen

The spaces of democratic self-management and collective care in cooperative student housing: Insights from Ghent and Collegium Academicum Heidelberg.

Universiteit Gent
2026
Lies
De Saegher
Studentenhuisvesting in Gent staat onder druk: het aantal studenten steeg de afgelopen twintig jaar met meer dan 34.000, terwijl er slechts 3.800 erkende kamers bijkwamen. De huurprijzen stijgen, de markt is grotendeels privaat en de homes van de UGent geven bewoners weinig inspraak.

Deze scriptie onderzoekt hoe eigendomsmodellen, universitair beheer versus coöperatief eigenaarschap, het dagelijks zelfbeheer organiseren en hoe de ruimtelijke praktijk van bewoners op haar beurt de bestuursstructuur vormgeeft. Daarvoor combineert ze een vergelijkende studie van de woonsituatie in Gent en Heidelberg met een architecturale etnografie van het Collegium Academicum (CA), een zelfbeheerde studentenwooncoöperatie in Heidelberg. Het onderzoek steunt op twee weken veldverblijf met participerende observatie, semigestructureerde interviews, beleidsdocumenten en etnografische tekeningen, en kwam tot stand in overleg met de Stad Gent.

De scriptie besluit dat eigendomsmodellen bepalend zijn voor collectief onderhoud, continuïteit en betrokkenheid van bewoners: coöperatief wonen creëert zorg en gedeelde verantwoordelijkheid die in universitair beheerde homes ontbreken. De scriptie sluit af met een kader van institutionele, organisatorische en ruimtelijke voorwaarden voor een Gentse studentenwooncoöperatie, en pleit ervoor ontwerp te zien als iets dat uit gebruik en gemeenschappelijke routines ontstaat.
Meer lezen

Taal op maat - Frans na OKAN - Jade Deseigne en Emma Kooreman

Hogeschool VIVES
2026
Emma
Kooreman
  • Jade
    Deseigne
In onze bachelorproef ontwikkelen we lesmateriaal op maat van ex-OKAN-leerlingen die instromen in de tweede graad van het reguliere Vlaamse onderwijs en voor het eerst Frans leren. Om tegemoet te komen aan de noden van zowel leerlingen als leerkrachten, ontwikkelden we digitale leerpaden, een theoriebundel en een lerarenbundel. Het materiaal is gericht op zelfstandig leren, stapsgewijze taalverwerving en functionele communicatie.
Meer lezen