Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

De internationale doorgifte van persoonsgegevens van de Europese Unie naar China in de wetgeving en de praktijk

KU Leuven
2025
Arne
Vincken
Sinds 2016 delen miljarden gebruikers op TikTok korte video’s waarin ze aspecten van hun dagelijks leven tonen. De applicatie zorgde echter niet alleen voor een expansie aan creativiteit maar ook voor een enorme verzameling van persoonsgegevens. Zo verzamelt het Chinese moederbedrijf, ByteDance, onder andere locatiegegevens, apparaatgegevens en surfgedrag om de beste video’s aan te bieden.1 Er rees al snel de vraag of de gegevens van gebruikers op het EU- grondgebied wel voldoende beschermd worden wanneer ze naar China worden doorgegeven. Daarnaast overwoog de Verenigde Staten een verbod op TikTok vanwege mogelijke bedreigingen voor de nationale veiligheid.2 Binnen Europa groeit de bezorgdheid dat data die naar China wordt geëxporteerd, kan worden ingezet voor de training van kunstmatige intelligentie, mogelijk met steun van de Chinese overheid. Deze masterscriptie onderzoekt de overdracht van persoonsgegevens van de EU naar China, met TikTok als praktijkvoorbeeld. Wanneer data de EU verlaat, is het cruciaal te bepalen of de rechten van EU-inwoners gewaarborgd blijven onder het wetgevingskader en de praktijk van het derde land. Het EU-recht, zoals vastgelegd in de AVG en ondersteund door de arresten Schrems I en Schrems II, vereist namelijk dat deze rechten worden beschermd. Aangezien China niet geniet van een adequaatheidsbesluit, ligt de focus op standaardcontractbepalingen en het beschermingsniveau onder het Chinese wetgevingskader, waaronder de PIPL. Daarnaast wordt onderzocht hoe TikTok meent een gelijkwaardig beschermingsniveau te bieden, onder meer via hun privacybeleid en standaardcontractbepalingen. Ook wordt nagegaan of de gegevens voldoende beschermd zijn tegen bijvoorbeeld overheidsinmenging. De scriptie toont aan dat juridische en praktische problemen bij gegevensdoorgiften blijven bestaan, mede door gebreken in de Chinese wetgeving en TikTok’s beperkte transparantie en onvoldoende waarborgen in hun standaardcontractbepalingen.
Meer lezen

Projectverslag: infographic informele melkdeling: Ter ondersteuning van educatie voor zorgverleners

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Femke
Rylant
Informele melkdeling, een kant van melkdeling die weinig aandacht krijgt en vooral geheim wordt besproken.
Met de nieuwe donormelkbanken is er ook breder gekeken naar zorgverleners die in aanraking komen met vragen naar informele deling. Zij hebben nood aan een ondersteunende tool om ook dit gesprek te kunnen voeren en vooral de veiligheid te verhogen in het mate van het mogelijke. Deze bacherlorproef legt zich toe op zo'n tool en maakt nog extra aanbevelingen.
Meer lezen

Populierenhout als constructiehout

HOGENT
2025
Indy
Verheyen
Winnaar NBN Sustainability Award
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe lokaal populierenhout kan worden ingezet als constructiehout in Vlaanderen. Populier is een van de meest voorkomende boomsoorten in het Vlaamse landschap, maar wordt slechts beperkt benut in de bouwsector. De heersende perceptie van lage kwaliteit, gecombineerd met onduidelijke normatieve kaders, belemmert een brede marktintroductie.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan lokaal populierenhout op een praktische en haalbare manier beschikbaar worden gesteld als constructiehout voor bouwbedrijven in Vlaanderen? Om deze vraag te beantwoorden werd een combinatie van methodes toegepast. Enerzijds werd een literatuurstudie uitgevoerd met focus op bosinventarisgegevens, mechanische eigenschappen en houtstromen. Anderzijds werden kwalitatieve gegevens verzameld via gesprekken, werkbezoeken en sectorale studiedagen, die inzichten boden in marktpercepties en praktische haalbaarheid. Bovendien werd een prototype ontwikkeld: een cross laminated timber (CLT)-paneel uit populier, opgebouwd uit drie kruislings verlijmde lagen en verbonden met Lignoloc®-houten nagels en een tand-en-groefverbinding. Dit prototype illustreert hoe de houtsoort kan worden toegepast in modulaire wandsystemen.
De resultaten tonen dat populierenhout mechanisch vergelijkbaar is met gangbare naaldhoutsoorten zoals vuren en grenen, mits correcte dimensionering en toepassing. Ecologisch scoort populier sterk dankzij de korte rotatieperiode, de hoge CO₂-opslag en de lokale beschikbaarheid. Toch blijven de praktische toepassingen beperkt door normatieve onzekerheden en een negatief imago in de sector.
Dit onderzoek bevestigt dat populier, mits verdere normatieve erkenning en bewustmaking bij bouwactoren, kan uitgroeien tot een waardevolle en duurzame grondstof in circulaire bouwmodellen.
Door de combinatie van lokale beschikbaarheid, korte rotatiecycli en de mogelijkheid tot verwerking in circulaire bouwsystemen draagt populier niet alleen bij aan een versterking van de Vlaamse houtsector, maar ook aan de realisatie van bredere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen.
Meer lezen

Hoe dragen muzikale verhalen bij aan het creëren van een veilige ervaring voor kinderen van 4 tot 8 jaar tijdens medische procedures volgens de PROSA-aanpak?

Hogeschool UCLL
2025
Kim
Van Vlaenderen
Muzikale verhalen als afleidingsmethodiek binnen de PROSA-aanpak

Deze bachelorproef onderzoekt hoe muzikale verhalen kunnen bijdragen aan een veilige ervaring voor kinderen van 4 tot 8 jaar tijdens medische procedures. Het praktijkgericht onderzoek werd uitgevoerd op de kinderafdeling van het Noorderhart Mariaziekenhuis in Pelt en sluit aan bij de PROSA-aanpak (Procedurele Sedatie en Analgesie), die comfort, veiligheid en verbondenheid centraal stelt.

Muziek bleek vanuit literatuur en praktijk een krachtige bron van troost en afleiding. Het activeert het limbisch systeem, stimuleert dopamine-afgifte en verlaagt stress. Binnen de methodiek kiezen kinderen interactieve verhalen en sturen ze het verloop mee door instrumenten te bespelen. Deze combinatie van verbeelding, muziek en keuzevrijheid vergroot hun gevoel van autonomie en controle, passend bij hun ontwikkelingsfase.

Drie casussen tonen de meerwaarde en nuances van de aanpak. Bij een 4-jarige jongen met traumatische voorgeschiedenis bood het verhaal aanvankelijk rust, maar was aanvullende ondersteuning nodig bij hernieuwde paniek. Een bijna 6-jarig meisje zonder trauma bleef volledig ontspannen en merkte de prik nauwelijks op. Een 8-jarig meisje bleef gefocust en wilde de methode bij een volgend bezoek opnieuw gebruiken. Ouders en verpleegkundigen rapporteerden consequent positieve effecten zoals ontspanning, verminderde angst en plezier.

De analyse wijst uit dat effectiviteit afhankelijk is van leeftijd, eerdere ervaringen en procedureduur. Bij kinderen zonder trauma volstaat de methodiek vaak, terwijl bij belaste voorgeschiedenis extra interventies nodig kunnen zijn. Cruciaal zijn de keuzemomenten in het verhaal, die kinderen controle en betrokkenheid geven.

Voor duurzame implementatie werden een draaiboek voor pedagogisch medewerkers en een ouderfolder ontwikkeld. Deze bevatten praktische richtlijnen voor voorbereiding, opstelling, interactieve verteltechnieken en ouderbetrokkenheid. Zo wordt de methodiek structureel verankerd in de zorgpraktijk.

De conclusie luidt dat muzikale verhalen een waardevolle, kindgerichte afleidingsmethodiek zijn binnen de PROSA-aanpak. Ze bieden kinderen rust, plezier en controle, versterken de verbinding met ouders en zorgverleners, en kunnen in veel gevallen ingezet worden zonder sedatie. De methodiek is praktisch uitvoerbaar en vormt een duurzame aanvulling op bestaande comfortzorg. Verdere samenwerking en uitbreiding van de verhalenbundel kunnen het aanbod in de toekomst verrijken.
Meer lezen

Bouwen aan vertrouwen: de wisselwerking tussen politie en socio-preventieve actoren in de strijd tegen radicalisering in West-Vlaanderen

Universiteit Gent
2025
Zoë
Bouttry
Inleiding en literatuuroverzicht
Sinds 9/11 is de beleidsaandacht voor radicalisering aanzienlijk toegenomen. In België leidde dit tot de oprichting van een multidisciplinair coördinatieorgaan, dat zowel preventieve als repressieve benaderingen hanteert. Vertrouwen wordt daarbij gezien als de sleutel tot succesvolle samenwerking en effectieve resultaten. Het is dan ook cruciaal om te onderzoeken hoe vertrouwen wordt opgebouwd en hoe mogelijke barrières daarbij worden aangepakt. De context waarin deze coördinatie plaatsvindt, kan bovendien beïnvloed worden door uiteenlopende factoren, zoals politieke dynamieken, bevolkingsgroei en casusgebonden verschillen. De specifieke impact van deze factoren is echter nog niet onderzocht in Vlaanderen. Dit onderzoek heeft tot doel beide elementen te bestuderen door de volgende onderzoeksvraag te beantwoorden:
‘Hoe beïnvloedt het niveau van vertrouwen tussen politie en socio-preventieve actoren de effectiviteit van hun samenwerking bij de preventie van radicalisering in gemeenten in West-Vlaanderen?’

Methodologie
Deze masterproef maakt gebruik van semigestructureerde, kwalitatieve interviews. In totaal werden tien interviews afgenomen, waarvan de transcripties nadien geanalyseerd werden met behulp van NVivo. De respondenten werden geselecteerd uit verschillende gemeenten in West-Vlaanderen.

Resultaten
Uit de analyse kwamen twee belangrijke thema’s naar voren: de rol van vertrouwen in multidisciplinaire samenwerking rond radicaliseringspreventie en de contextuele factoren die deze samenwerking beïnvloeden.

Het eerste thema betreft vertrouwen. De meeste gemeenten rapporteren een sterk vertrouwen, opgebouwd door rechtstreeks contact, duidelijke afspraken, open communicatie, netwerking, stabiliteit en alertheid voor valkuilen. Eén gemeente, die zich nog in een beginfase bevindt, is nog bezig deze basis te leggen. Wantrouwen kan echter ontstaan, vooral bij partners die verbonden zijn aan onderwijsinstellingen. Ook personeelswissels kunnen wantrouwen in de hand werken.

Het tweede thema gaat in op de contextuele factoren. Sinds de verkiezingen van oktober 2024 zijn er in enkele gemeenten bestuurderswissels geweest. Deze veranderingen hebben geleid tot logistieke aanpassingen, zoals de vergaderfrequentie, maar niet tot een verminderde prioriteit. Casusgebonden verschillen worden vooral gestuurd door supralokale fenomenen, niet door veranderingen binnen de gemeenten zelf. Ten slotte blijkt dat veel gemeenten geen systematische evaluatieprocessen hanteren, waardoor mogelijkheden om de effectiviteit van hun aanpak te beoordelen en verbeteren beperkt blijven.

Conclusie
Dit onderzoek benadrukt de centrale rol van vertrouwen in de samenwerking tussen politie en socio-preventieve actoren, aangezien dit rechtstreeks invloed heeft op informatie-uitwisseling en operationele slagkracht. Externe factoren, zoals de beschikbaarheid van middelen en de politieke context, dragen sterk bij aan verschillen in effectiviteit tussen gemeenten. Belangrijke uitdagingen zijn blijvend wantrouwen, het ontbreken van systematische evaluaties en complexiteiten zoals bovenlokale dossiers. Het aanpakken van deze tekortkomingen is essentieel om de impact van de LIVC-R-werkingen in West-Vlaanderen te versterken.
Meer lezen

OPTICAL SPECTROSCOPY AND MACHINE LEARNING EMPOWERING MULTI-MYCOTOXIN DETECTION IN THE AGRIFOOD INDUSTRY

Vrije Universiteit Brussel
2025
Wannes luts
De Martelaere
Mycotoxinen—kankerverwekkende gifstoffen geproduceerd door bepaalde schimmels—vormen een ernstige bedreiging voor de voedselveiligheid door contaminatie van basisgewassen zoals tarwe en maïs. Deze masterproef ontwikkelt een snelle, niet-destructieve en niet-invasieve detectiemethode die optische spectroscopie combineert met machine learning om meerdere mycotoxinen tegelijk op voedingsproducten te detecteren. Door fluorescentie- en reflectantiespectroscopie te integreren met golflengte-selectie toont het werk aan dat zowel classificatie- als regressiemodellen aan de regelgeving kunnen voldoen met slechts de 10 meest informatieve golflengten, terwijl classificatienauwkeurigheden van >90% haalbaar blijven. Dit minimalistische sensorkoncept maakt real-time triage en batchbrede monitoring mogelijk, zowel inline in industriële processen als in-field.
Meer lezen

From resilience grows fruitfulness Verkenning van het concept occupational justice voor kwetsbare kinderen (5-11 jaar) in Khula Development Group, Zuid Afrika

Hogeschool PXL
2025
Gökçe
Karaman
De bachelorproef onderzoekt hoe de Khula Development Group (KDG) in Zuid-Afrika kan bijdragen aan occupational justice voor kwetsbare kinderen van 5 tot 11 jaar. Hiervoor werd een kindvriendelijke versie van de Occupational Justice Health Questionnaire (OJHQ) ontwikkeld, waarmee via creatieve en participatieve methodes zoals tekenen en spel de leefwereld van negen kinderen in kaart werd gebracht.

Het onderzoek identificeerde vijf centrale domeinen van het dagelijks leven: thuissituatie, woonomgeving, school, voeding en vrije tijd. Binnen deze domeinen kwamen zowel kansen als belemmeringen voor participatie naar voren. Positieve ervaringen omvatten veiligheid, steun van familie en school, en toegang tot ontspannende activiteiten, terwijl negatieve ervaringen onder andere voedselonzekerheid, gebrekkige infrastructuur, sociale isolatie en spanningen in het gezin betroffen.

De bevindingen tonen dat kinderen hun complexe ervaringen kunnen uiten wanneer methodes aansluiten bij hun leeftijd en context. Het onderzoek benadrukt het belang van toegankelijke, culturele en leeftijdssensitieve instrumenten voor het bevorderen van occupational justice en laat zien dat kinderen ondanks moeilijke omstandigheden veerkracht en hoop tonen.
Meer lezen

De rol van AI bij vroegtijdige ziektevoorspelling in de gezondheidszorg

Thomas More Hogeschool
2025
Kenneth
Punnewaert
Ik onderzocht hoe artificiële intelligentie longontsteking sneller en betrouwbaarder kan opsporen op borstkas-röntgenbeelden, en wat er nodig is om zo een systeem veilig, ethisch en juridisch verantwoord richting een ziekenhuis te ontwikkelen. De vraag kwam vanuit het AZ Sint-Maarten: er is nood aan ondersteuning bij triage van pneumoniedetectie.

Technisch bouwde ik een ResNet152-model en trainde dat op publieke Kaggle-datasets. De reality check volgde met geanonimiseerde pediatrische beelden uit AZ Sint-Maarten: door domain shift miste het eerste model te veel echte longontstekingen . Dat heb ik aangepakt met hertraining op pediatrische data, gericht croppen van het longveld en afstemming van helderheid/contrast. In de tweede evaluatie pikte het model alle echte positieve gevallen op.

Naast de prestaties besteed ik veel aandacht aan ethiek en regelgeving. Alle beelden zijn geanonimiseerd en lokaal verwerkt (GDPR). Met Grad-CAM-heatmaps maak ik beslissingen uitlegbaar. Het systeem ondersteunt artsen zij blijven eindverantwoordelijk. Qua regulering positioneer ik het als potentiële MDR-klasse IIa-software en situeer ik het project rond TRL 3→4: van labprototype naar testen in een relevante klinische omgeving. Ik bouwde ook een lokale Streamlit-interface die beelden uploadt, een voorspelling geeft en de heatmap toont. Conclusie: AI kan echt helpen bij triage en vroege detectie, maar robuuste praktijkinzet vraagt representatieve data, uitlegbaarheid, klinische validatie en moet ethisch verantwoord ontwikkeld worden.
Meer lezen

5G Man-in-the-Middle Research Tool

Universiteit Hasselt
2025
Jelle
Beerts
In deze scriptie onderzoeken we de mogelijkheden rond het ontwikkelen van een tool die onderzoekers moet helpen met het ontwikkelen van nieuwe aanvallen op 5G netwerken. Typisch vereisen aanvallen op dit soort netwerken dat de aanvaller zich tussen twee nietsvermoedende partijen plaatst en deze positie op een of andere manier misbruikt. Dit onderzoek tracht een generiek platform te maken om vanaf deze basis te starten met het ontdekken van nieuwe aanvallen, om zo dit essentiële onderzoek een duw in de rug te geven.
Meer lezen

De implementatie van een verpleegkundige in de huisartsenpraktijk: een literatuurstudie naar de ervaring van chronische patiënten met zorgsubstitutie

HOGENT
2025
Yentl
De Coninck
Introductie: Door het dreigende huisartsentekort, de vergrijzing en de stijgende prevalentie
van chronische aandoeningen neemt de druk op de eerstelijnszorg in Europa toe.
Zorgsubstitutie, een permanente of structurele verschuiving van verantwoordelijkheden,
wordt gezien als een manier om de capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg te vergroten. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te verkrijgen in de ervaring van patiënten met een chronische aandoening ten aanzien van deze verschuiving.

Methode: Een narratieve literatuurstudie werd uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksvraag werd een zoekstring ingevoerd in PubMed en Web of Science. De resultaten werden geselecteerd op basis van in-en exclusiecriteria met behulp van het programma Rayyan.

Resultaten: Zorgsubstitutie van huisarts naar verpleegkundige blijkt de patiënttevredenheid positief te beïnvloeden, dankzij laagdrempelige toegang, langere consultaties, hun empathische benadering en focus op zelfmanagement. Acceptatie varieert echter, afhankelijk van demografische factoren en zorgcomplexiteit. Een duidelijke taakverdeling en complementariteit binnen het interdisciplinaire team blijken essentieel.

Conclusie: De substitutie van huisartsen naar verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk
beïnvloedt de ervaring van patiënten met een chronische aandoening overwegend positief. Patiënten ervaren verpleegkundige zorg als aanvullend op die van de huisarts, en
onderstrepen het belang van samenwerking, rolduidelijkheid en vertrouwen in de
competentie van de verpleegkundige.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

What do children with autism need to function in the classroom/on the playground

Universiteit Gent
2025
Camille
Martens
  • Moira
    Chaerle
Kinderen met autisme willen, net zoals alle andere kinderen, graag meedoen op school, zich
goed voelen in de klas en erbij horen. Toch ervaren ze vaak obstakels die hen dat moeilijk
maken. Denk maar aan misverstanden in sociale situaties, onduidelijke communicatie of een
tekort aan de juiste ondersteuning. Deze drempels kunnen ervoor zorgen dat ze zich
onbegrepen of buitengesloten voelen.
In dit onderzoek gingen we in gesprek met kinderen met autisme, hun ouders en hun
leerkrachten. Door al deze stemmen samen te brengen, kregen we een duidelijk beeld van
wat participatie op school voor hen betekent. We ontdekten welke factoren helpen én welke
juist niet helpen om goed te kunnen meedraaien in het reguliere basisonderwijs en écht te
kunnen groeien op school.
Vijf elementen kwamen steeds terug als cruciaal voor een autismevriendelijke
schoolomgeving:
1. Ondersteuning op maat: Kinderen hebben nood aan duidelijke verwachtingen,
voorspelbaarheid en praktische hulp die inspeelt op hun individuele noden
2. Een veilig en verbonden gevoel: Emotionele veiligheid is essentieel. Alleen als
kinderen zich gerust en welkom voelen, kunnen ze zich openstellen en leren
3. Stimuleren van het zelfvertrouwen: Wanneer kinderen gezien worden in hun sterktes,
vertrouwen krijgen en autonomie mogen ervaren, groeit hun zelfvertrouwen
4. Open en eerlijke communicatie: Ouders voelen zich vaak verantwoordelijk voor de
afstemming, maar verlangen naar een echte samenwerking met de school.
Transparantie en wederzijds vertrouwen zijn hierbij onmisbaar
5. Waardering voor een andere manier van denken: Kinderen met autisme beleven de
wereld anders. Wanneer die unieke kijk wordt erkend, in plaats van aangepast of
afgevlakt, ontstaat er verbinding én leerrendement
De kernbooschap? Kinderen met autisme bloeien op in een schoolklimaat waar hun eigenheid
erkend wordt, waar leerkrachten, ouders en kinderen samenwerken, en waar meedoen niet
betekent ‘gelijk zijn aan de rest’ maar ‘aanvaard worden zoals je bent’
Meer lezen

Van pen naar prompt: eindwerken in een AI-era

Vrije Universiteit Brussel
2025
Lennerd
Kevelaerts
De opkomst van generatieve artificiële intelligentie (Gen-AI) stelt het hoger onderwijs
voor nieuwe uitdagingen op vlak van onderwijskwaliteit en evaluatie-aanpak. AI-tools zoals ChatGPT bieden opportuniteiten op vlak van efficiëntie en personalisatie, maar wanneer studenten de tools ongecontroleerd inzetten, kan dit de pedagogische waarde en geloofwaardigheid van opleidingen en hun evaluaties ondermijnen. Gen-AI maakt het mogelijk dat studenten met minimale input uitgebreide, grammaticaal correcte teksten genereren, die al snel de indruk wekken dat ze de materie beheersen.
Vooral bij eindwerken heerst momenteel een spanning tussen technologische
ondersteuning en valide evaluaties van studentenwerk. Waar het eindwerk vroeger volstond om na te gaan of eindcompetenties bereikt werden, blijkt uit dit onderzoek dat Gen-AI deze evaluatie sterk kan vertekenen. Wanneer studenten AI inzetten zonder kritisch inzicht of inhoudelijk begrip, komt de waarde van diploma’s onder druk te staan. Beleidsmatige sturing vanuit de Vlaamse overheid blijft beperkt, waardoor instellingen zelf richting moeten geven aan hun AI-beleid, vaak zonder overkoepelend kader.
Deze masterproef onderzoekt hoe evaluatiemethoden van eindwerken hertekend
kunnen worden om kerncompetenties te blijven borgen in een AI-tijdperk. Via een holistische single-case study binnen het domein Economie en Management werden expertinterviews en documentanalyses gecombineerd. De resultaten tonen aan dat competenties zoals domeinkennis, onderzoeksvaardigheden en kritisch denken essentieel blijven. Klassieke eindwerkvormen, zoals de academische paper, schieten echter tekort in het valide toetsen van deze vaardigheden. Tegelijkertijd wint AI-geletterdheid aan belang als nieuwe en onmisbare competentie.
Vier paradoxen (expertise, innovatie, equity en transparantie) illustreren de spanningsvelden die Gen-AI met zich meebrengt. Opvallend is vooral de vierde, nieuwe
paradox die tijdens de interviews naar voren kwam: de Transparantie Paradox. Deze tot dan toe onbenoemde paradox onderstreept hoe het streven naar transparantie, de controle op authenticiteit kan ondermijnen. Respondenten pleiten voor een verschuiving van productgerichte naar procesgerichte evaluatie, met nadruk op eigenaarschap, transparantie en contextgerichtheid. Beleidsmakers en instellingen worden uitgedaagd om voorbij het klassieke spanningsveld tussen controle en loslaten te denken, richting betekenisvolle vernieuwing van procesevaluatie.
Meer lezen

Ontwerpen van B.Stim: Een TES-headset met focus op gebruiksvriendelijkheid en personalisatie

Universiteit Gent
2025
Rune
Vandekerckhove
In deze masterproef werd B.Stim ontwikkeld: een gebruiksvriendelijk en
personaliseerbaar apparaat voor transcraniële elektrische stimulatie (TES), bedoeld voor
thuisgebruik bij de behandeling van therapieresistente depressie (TRD). Traditionele
behandelmethoden zoals antidepressiva en therapie in klinische setting zijn vaak
onvoldoende effectief, moeilijk toegankelijk of financieel belastend. TES vormt een
veelbelovend alternatief door op een veilige en niet-invasieve manier hersenactiviteit te
beïnvloeden, maar bestaande apparaten zijn vaak te complex of te weinig afgestemd op
individuele gebruikersnoden.
Binnen dit project werd een headset ontworpen die modulair, intuïtief en aanpasbaar is.
Via iteratief prototypen en gebruikersonderzoek werd een oplossing ontwikkeld die zowel
medische richtlijnen volgt als een hoge mate van autonomie toelaat voor de gebruiker. De
elektroden zijn vrij positioneerbaar, het ontwerp is ergonomisch, en de
gebruikersinterface begeleidt de gebruiker stap voor stap door het behandelingsproces.
De ontwerpaanpak combineerde de Triple Diamond en Biodesign methodologieën om
noden vanuit zowel medische als gebruikerscontexten te integreren.
De werking en bruikbaarheid van het ontwerp werden gevalideerd via gebruikstesten met
leken. B.Stim toont zo aan dat het mogelijk is om complexe medische technologie
toegankelijk te maken voor thuisgebruik, met als doel de geestelijke gezondheidszorg te
verbeteren.
Meer lezen

AUTONOME MONITORING VAN 5G RADIOFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDBLOOTSTELLING MET EEN QUADCOPTER

Universiteit Gent
2025
Jonas
Vermeulen
Deze masterproef beschrijft de ontwikkeling van een autonome quadcopter uitgerust met een frequentieselectieve triaxiale 5G-sensor voor het meten van radiofrequente elektromagnetische velden (RF-EMV). Het doel was om de blootstelling rond 5G-basisstations nauwkeurig en reproduceerbaar in kaart te brengen. Naast de bouw en kalibratie van het dronesysteem werden ook interferentie door boordelektronica en afschermingseffecten van de drone onderzocht. In een veldcampagne vloog de drone een 2D-raster en visualiseerde de resultaten via heatmaps, met piekwaarden tot 4,25 V/m. Het onderzoek toont aan dat drones een efficiënte, autonome en transparante oplossing bieden voor RF-EMV-monitoring in 5G- en toekomstige 6G-netwerken
.
Meer lezen

Herstelgericht werken met jongeren en begeleiders na een agressie-incident

Hogeschool UCLL
2025
Elke
Breukers
Deze bachelorproef, geschreven door Elke Breukers ter afronding van de studie bachelor in de orthopedagogie, onderzoekt het herstelgericht werken met jongeren en begeleiders na een agressie-incident binnen een leefgroep in Bethanië. De leefgroep bestaat uit acht puberende jongens van 13 tot 17 jaar met diverse problematieken: gedrags- en emotionele stoornissen, hechtingsproblematieken, ADHD, ASS, ontwikkelingstrauma en een lage Sociaal-Emotionele Ontwikkeling (SEO).

Uit onderzoek blijkt dat agressie-incidenten een enorme impact hebben op jongeren en begeleiders. Hieruit vloeit het belang van het herstelgericht werken. De huidige herstelaanpak in de leefgroep blijkt niet effectief, omdat de aanpak van herstel vrij algemeen is en onvoldoende aangepast is aan de problematieken van de jongeren. Uit dit praktijkprobleem vloeit het volgende onderzoeksdoel: het individualiseren van het herstelgericht werken binnen Bethanië. De onderzoeksvraag luidt dan als volgt: Hoe kan Bethanië het herstelgericht werken na agressie-incidenten binnen de organisatie individualiseren? Dit onderzoek sluit nauw aan bij de missie van Bethanië om ‘op maat’ te werken met jongeren.
Meer lezen

Wapengeweld in de Verenigde Staten

Hogeschool PXL
2025
Alicia
Bens
In de Verenigde Staten mag je pas alcohol drinken vanaf 21 jaar, maar in veel staten kan je al vanaf 18 een vuurwapen kopen. Die opvallende tegenstelling zette de auteur aan het denken tijdens een internationale uitwisseling aan Troy University in Alabama in het najaar van 2024.

Al in de eerste week kreeg ze er een wapen in handen — zonder training of uitleg. Die ervaring vormde de aanleiding voor dit diepgaand onderzoek naar hoe jongeren in de VS denken over wapenbezit.

Via gesprekken met 17 studenten aan Troy University werd onderzocht hoe politieke voorkeur en plaats van opgroeien een invloed hebben op hun houding tegenover wapens. In staten waar Republikeinse waarden overheersen, zijn jongeren vaker pro-wapen en zien ze wapens als deel van de cultuur of als middel tot veiligheid. In Democratisch gezinde staten overheerst juist een kritischer blik. Toch vindt een meerderheid van de studenten dat strengere wapenwetten nodig zijn.

De scriptie duikt ook in de geschiedenis en cultuur van vuurwapens in de VS, de huidige wetgeving, en de impact van wapengeweld — onder meer op scholen. De auteur stelt concrete oplossingen voor om het aantal wapendoden terug te dringen, zoals betere achtergrondcontroles, verplichte lessen bij wapenaankoop, en meer preventie op scholen.

Deze scriptie toont aan dat het debat rond wapens in de VS complex is en diep verweven zit in cultuur en politiek. Een snelle verandering is onwaarschijnlijk, maar bewustmaking en hervorming zijn noodzakelijke stappen.
Meer lezen

Spiegels in de klas!

Odisee Hogeschool
2025
Sandra
Vermeulen
Mijn bachelorproef gaat over het inzetten van feedback en zelfreflectie in de klas. Dit bevordert het zelfvertrouwen van leerlingen. Vooral in het 6de leerjaar is het zelfvertrouwen van leerlingen opvallend lager. Dat heeft te maken met de overgang naar het secundair onderwijs die in het zicht is.
Meer lezen

OPERATION ENDURING FREEDOM: MILITARY POWER AND POLITICAL LIMITS AN INTERNAL AND EXTERNAL ANALYSIS OF THE U.S. INTERVENTION IN AFGHANISTAN (2001–2014)

Universiteit Gent
2025
Emile
Bourgoignie
Deze masterproef evalueert Operation Enduring Freedom (OEF) in Afghanistan (2001–2014) aan de hand van een vierdelig beoordelingskader: intern doelbereik en interne geschiktheid (militair/operationeel), en extern doelbereik en externe geschiktheid (legitimiteit, internationale omgeving). Op basis van uitgebreide secundaire literatuur en beleidsbronnen worden drie fasen onderscheiden.

Fase 1 (2001–2005): snelle militaire successen (val Taliban), start Bonn-proces, grondwet en verkiezingen. De winst blijft fragiel door patronage, zwakke staatscapaciteit en hergroepering van de Taliban.
Fase 2 (2006–2010): verschuiving naar escalatie en counterinsurgency; overlap tussen OEF (counterterrorism) en ISAF (stabilisatie) vergroot complexiteit. De surge levert tijdelijke veiligheidswinsten, maar verkiezingen (2009/2010) lijden onder fraude en lage legitimiteit; regionale safe havens (Pakistan) blijven conflict voeden.
Fase 3 (2011–2014): gecontroleerde overdracht en afbouw; Bilateral Security Agreement borgt beperkte vervolgaanwezigheid. De staat blijft financieel en militair afhankelijk; de National Unity Government (2014) voorkomt crisis maar verdiept elite-machtendeling. Burgerslachtoffers bereiken piekniveaus, wat externe legitimiteit verder ondermijnt.

Conclusie: OEF boekt gedeeltelijke interne resultaten, maar faalt extern door aanhoudende legitimiteitsproblemen, regionaal spillover-effect en ontoereikende civiel-militaire integratie. De operatie kan in aggregaat niet als succesvol gelden.

Aanbevelingen benadrukken: geïntegreerde strategie (veiligheid–bestuur–ontwikkeling), versterking van de ANP en lokale legitimiteit, en duurzame regionale diplomatie (met name t.a.v. Pakistan). Methodologische beperking: onvolledige scheiding van OEF/ISAF-data bemoeilijkt causale toerekening.
Meer lezen

Zachte warmte, grote impact: Kangaroo care als pijnbestrijding bij neonaten

Thomas More Hogeschool
2025
Amber
Monten
De scriptie gaat over kangoeroezorg als manier om acute pijn bij neonaten te verlichten, vooral op de NICU. Hoewel huid-op-huidcontact bewezen voordelen heeft wordt het tijdens medische handelingen zoals bloedafnames nog weinig toegepast. In het werk worden de belangrijkste drempels besproken, zoals beperkte ruimte, terughoudendheid van zorgverleners en praktische moeilijkheden voor ouders. Op basis van de literatuur is een verpleegkundig protocol uitgewerkt dat laat zien hoe kangoeroezorg veilig kan worden geïntegreerd in procedures zoals bloedafnames. De kernboodschap is dat kangoeroezorg niet alleen goed is voor de prematuur, maar ook ouders sterker betrekt en verpleegkundigen helpt om meer holistische zorg te bieden.
Meer lezen

Medisch beroepsgeheim onder druk: tussen willen spreken en mogen spreken in verband met vaststellingen/ vermoedens van kindermishandeling

Hogeschool UCLL
2025
Caithlyn
Reyns
Wat een arts niet mag doen in verband met zijn beroepsgeheim is duidelijk bepaald in de Strafwet. Het is echter een andere situatie wanneer het gaat om de gevallen waarbij een arts zijn beroepsgeheim kan doorbreken en welke voorwaarden dienen vervuld te zijn vooraleer dit kan gebeuren. Zo kan het beroepsgeheim, buiten de gevallen bij wet bepaald, doorbroken worden wanneer de arts hiervoor de toestemming van de patiënt heeft, of wanneer hij zich beroept op het principe van de noodtoestand, vermits voldaan is aan de voorwaarden.

De situatie is echter veel complexer wanneer het over een minderjarige patiënt gaat. In dat geval is de persoon in kwestie handelingsonbekwaam en kan deze onmogelijk zijn patiëntenrechten zelf uitoefenen. Bijgevolg kan de arts ook geen geldige toestemming van een handelingsonbekwame, minderjarige patiënt verkrijgen en moet hij de wettelijke vertegenwoordiger hiervoor aanspreken. Bij deze concrete casussen moet er een bijzondere aandacht gevestigd worden op het ontbreken van een wettelijke grondslag die voorziet in een procedure betreffende de melding van vermoedens van kindermishandeling. Hetgeen wel bij wet bepaald is, zorgt ervoor dat een arts de misdrijven waarvan hij kennis heeft genomen, kan meedelen aan de Procureur des Konings en dit dus geen wettelijke verplichting inhoudt. Later zal blijken dat dit slechts gebeurt bij de meest ernstige situaties. De ziekenhuizen trachten eerst de interne procedure te volgen die minder verregaande plichten oplegt.

Wat sterk benadrukt wordt in deze procedures is de samenwerking zowel intern als extern in verschillende fases en situaties van de vermoedens en vaststellingen van kindermishandeling. Aan de hand van een stappenplan, gebaseerd op begeleidende vragen, zal de geheimhouder een begeleidde beslissing kunnen maken in verband met het al dan niet raadplegen van hulp.

Wanneer een geheimhouder zijn beroepsgeheim schendt, zonder dat de voorwaarden van artikel 458 Sw. en 458bis Sw. vervuld zijn, kan hij op enkele verschillende manieren aansprakelijk gesteld worden. De eerste vorm van aansprakelijkheid betreft de strafrechtelijke aansprakelijkheid, vermits de schending van het beroepsgeheim een misdrijf uitmaakt. Dit misdrijf kan bestraft worden met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van honderd euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. Daarnaast is er ook de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, die opgedeeld wordt in buitencontractuele en contractuele aansprakelijkheid. De contractuele aansprakelijkheid primeert steeds op de buitencontractuele aansprakelijkheid, tenzij de fout een misdrijf uitmaakt, of geen onderdeel is van een contract. Wanneer het gaat om een medische fout, is er sprake van buitencontractuele aansprakelijkheid. Een interne vorm van aansprakelijkheid is de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid, waarbij de dader tuchtrechtelijk aangesproken kan worden voor het schenden van de interne plichtenleer van zijn bepaalde groep waarbinnen de belangen van die groep verdedigd worden.

Aan de hand van dit onderzoek is duidelijk geworden dat er veel onzekerheden zijn bij hulpverleners in het kader van het medisch beroepsgeheim en de grenzen die ze hierin moeten trekken en/of verleggen. De nood aan een duidelijk wettelijk kader is bijgevolg groot.
Meer lezen

Survival of the fit-agreements: Wat houdt handels- en integratieakkoorden levendig?

Universiteit Gent
2025
Vittorio
Poppe
Mijn masterproef, ‘Survival of the Fit-Agreements’, vertrekt van een actuele vraag: waarom bloeien sommige internationale handelsorganisaties, terwijl vele andere verworden tot ‘zombies’ die enkel op papier bestaan en weinig tot geen resultaten boeken?

De kern van mijn onderzoek is een nieuwe, veel robuustere methode om hun vitaliteit te meten. In plaats van te kijken naar formele criteria of een basisgraviteitsmodel toe te passen, meet ik hun daadwerkelijke handelsprestaties met een state-of-the-art economisch model. De cruciale stap is een counterfactual-analyse: ik vergelijk de reële handel met wat je zou verwachten zónder het akkoord. Dit geeft een veel eerlijker beeld van hun toegevoegde waarde.

Dit leidt tot twee hoofdontdekkingen. Ten eerste is het beeld van een institutioneel kerkhof overdreven: veel minder organisaties zijn disfunctioneel dan gedacht. Ten tweede leg ik een concreet recept bloot voor succes. Het gaat niet om het aantal leden, maar om de interne dynamiek: de aanwezigheid van een grootmacht als ‘anker-staat’, gedeelde democratische waarden, culturele homogeniteit en een evenwichtige machtsbalans zijn cruciaal. Een verrassende bevinding is dat akkoorden tussen hoogontwikkelde landen vaak een ‘plafondeffect’ bereiken en minder extra handel genereren.

In essentie biedt mijn scriptie een empirisch onderbouwde handleiding voor beleidsmakers. Het toont aan dat het succes van internationale samenwerking geen noodlot is, maar het resultaat van doordachte keuzes in het ontwerp en beheer van deze vitale instituties.
Meer lezen

Vezelversterkt alkalisch geactiveerd materiaal op basis van bouw- en slooppuin Invloed op de verse en mechanische eigenschappen

KU Leuven
2025
Thibault
Decuyper
Deze masterproef onderzoekt hoe vezelversterking het broze karakter van alkalisch geactiveerde materialen (AAM) kan verbeteren. AAM wordt beschouwd als een duurzaam alternatief voor Portlandcement, dat verantwoordelijk is voor een aanzienlijke CO₂-uitstoot. In lijn met de Europese Green Deal wordt nagegaan in hoeverre AAM cement deels kan vervangen in bouwtoepassingen.
Meer lezen

De Rol van Vrouwen in Vredesprocessen

KU Leuven
2025
Ruben
Vanbrabant
Mijn scriptie onderzoekt welke barrières de participatie van vrouwen in vredesprocessen belemmeren en hoe hun betrokkenheid bijdraagt aan duurzame vrede in post-conflictgebieden. Aan de hand van drie casestudies (Liberia, Colombia en Bosnië en Herzegovina) analyseert het onderzoek zowel formele als informele vormen van participatie. De resultaten tonen aan dat vrouwen cruciale bijdragen leveren aan verzoening en rechtvaardigheid, maar vaak structureel worden uitgesloten van formele onderhandelingen.
Meer lezen

Succesfactoren van faalangstinterventies voor het secundair onderwijs. Een kwalitatieve studie bij leerkrachten van het GO! Atheneum Aalst.

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Anouk
Vanderroost
Deze bachelorproef onderzoekt welke factoren bijdragen aan succesvolle faalangstinterventies bij leerlingen van de eerste en tweede graad in het GO! Atheneum Aalst. Faalangst heeft een negatieve impact op het welzijn en de leerprestaties van jongeren en vraagt om een preventieve, haalbare en schoolbrede aanpak. Via deskresearch werden acht onderbouwde interventieprogramma’s geanalyseerd. Daarnaast werden vijf semigestructureerde interviews afgenomen met leerkrachten en leerlingenbegeleiders. De resultaten tonen aan dat effectieve faalangstinterventies doorgaans meerdere elementen combineren, zoals psycho-educatie, cognitieve herstructurering, ontspanningstechnieken en groeimindsetbevordering. Respondenten benadrukken het belang van een positief schoolklimaat, een individuele aanpak, ouderbetrokkenheid en laagdrempelige hulpmiddelen. Op basis van deze inzichten werd het beroepsproduct “Faalangst? Da’s oké!” ontwikkeld. Dit bestaat uit een psycho-educatief boekje en een toolbox met praktische oefenfiches en ervaringsverhalen. Het materiaal is bedoeld voor jongeren van 12 tot 16 jaar en kan zowel zelfstandig als onder begeleiding worden ingezet in een schoolcontext.
Meer lezen

Jaarlijks zingen duizenden jongeren ‘Kamperen is de mooiste zomersport’ maar hoe maken ze dit waar INZICHTEN IN HET VOORKOMEN EN HET HERKENNEN VAN GASTRO-INTESTINALE INFECTIES

Thomas More Hogeschool
2025
Lenka
Belmans
  • Cato
    Van Baelen
Probleemstelling: Gastro-intestinale infecties kunnen aanzienlijke gezondheidsrisico’s met zich meebrengen tijdens jeugd- en zomerkampen. Deze infecties worden vaak door slechte hygiëne, onveilige voedselbereiding en onvoldoende preventieve maatregelen verspreid. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de gezondheid van de deelnemers, maar kan ook leiden tot het vroegtijdig beëindigen van kampen. Veel uitbraken kunnen worden voorkomen door infectiepreventie, daarom is er nood aan effectieve strategieën.

Vraagstelling: In dit onderzoek wordt de vraag gesteld hoe verpleegkundigen kunnen bijdragen aan het vergroten van de kennis over primaire en secundaire infectiepreventie, specifiek gericht op gastro-intestinale infecties, voor de deelnemers van jeugd- en zomerkampen. Daarnaast wordt onderzocht welke richtlijnen en acties verpleegkundigen aan begeleiders kunnen aanleren om de verspreiding van gastro-intestinale infecties te beperken en tegelijkertijd de zorg voor zieke patiënten te verbeteren.

Zoekstrategie: Voor het vinden van relevante literatuur zijn verschillende zoektermen gebruikt, waaronder hoofdtermen zoals Gastro Enteritis, Norovirus, Rotavirus, Infectiepreventie, en Voedselveiligheid. Ook werden synoniemen en vertalingen toegepast om de zoekresultaten te verbreden. Hiervoor zijn belangrijke databanken zoals PubMed, CINAHL en de Cochrane Library geraadpleegd om zowel medische als verpleegkundige studies te vinden. De zoekresultaten werden verder verfijnd door studies van de afgelopen 10 jaar in het Nederlands of Engels te selecteren. Het betrekken van experten uit gezondheidsinstellingen en jeugdbewegingen, zoals Chiro en Scouts & Gidsen Vlaanderen, zorgde voor extra waardevolle inzichten.

Resultaten: Uit de literatuur blijkt dat er al methodieken en materialen bestaan voor infectiepreventie tijdens jeugd- en zomerkampen, zoals richtlijnen voor leiding en kookouders. Echter, deze informatie is vaak moeilijk toegankelijk in noodsituaties. Daarom is een interactief prototype ontwikkeld dat alles bundelt in een toegankelijke vorm: een escape room voor leiding, een spel voor leden, een quiz voor kookouders en een gezamenlijk document met daarin alle info gebundeld. Dit bevordert een speelse en duidelijke bewustwording rond infectiepreventie.

Conclusie: Gastro-intestinale infecties kunnen grote gevolgen hebben op kampen, maar preventie en snelle actie kunnen uitbraken voorkomen of beperken. Bestaande richtlijnen zijn verspreid, waardoor gebundelde informatie noodzakelijk is. Het succes hangt af van de betrokkenheid van jeugdbewegingen. Speelse, interactieve leermethoden kunnen de effectiviteit van infectiepreventie verhogen en door samenwerking kunnen de benodigde middelen en ondersteuning worden vergroot. Met de juiste kennis en tools kunnen jeugd- en zomerkampen veiliger worden.
Meer lezen

Hoe kunnen chatbots, gebruik makend van RAG en NLP, bijsluiters begrijpbaar maken?

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Lien
De Jong
De centrale onderzoeksvraag van deze bachelorproef luidt: Hoe kunnen chatbots, gebruikmakend van RAG en NLP-technologieën, bijsluiters begrijpbaarder maken? Het doel van het onderzoek was om na te gaan hoe artificiële intelligentie ingezet kan worden om medische informatie toegankelijker te maken voor een breed publiek, waaronder jongeren, ouderen en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.

Het project bestond uit een literatuurstudie naar bestaande NLP-technieken, gevolgd door de ontwikkeling van een werkende demo van een AI-chatbot. Deze chatbot maakt gebruik van Retrieval-Augmented Generation (RAG), Azure AI Search en GPT-technologie om informatie uit medische bijsluiters te extraheren, te vereenvoudigen en aan te bieden via een gebruiksvriendelijke interface.

Tot slot werd de oplossing kritisch geëvalueerd aan de hand van feedback van experten uit het werkveld, zoals VITO, het FAGG, en softwareontwikkelaars en marketing directors uit de medische sector.

Positieve elementen in de evaluatie waren de technische haalbaarheid, de intuïtieve gebruikerservaring en de schaalbaarheid van het systeem. Negatieve of kritische aandachtspunten betroffen vooral de juridische en ethische grenzen, het risico op misinterpretatie, en de nood aan duidelijke afbakening van wat het systeem wel
en niet mag doen.

De belangrijkste elementen in het advies zijn dan ook het vermijden van persoonlijke data, het beperken van de reikwijdte van de chatbot tot informatieve antwoorden, en het voorzien van een heldere juridische en echnische structuur. De conclusie van het project luidt dat AI-chatbots een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan begrijpelijke gezondheidsinformatie, op voorwaarde dat ze zorgvuldig ontworpen, beperkt ingezet en
voortdurend gemonitord worden.
Meer lezen

Effectieve verpleegkundige zorgpraktijken voor volwassenen met een autismespectrumstoornis in algemene ziekenhuizen: een autismevriendelijke benadering

Hogeschool UCLL
2025
Bahareh
Heydari
Tijdens mijn stages in algemene ziekenhuizen werd ik herhaaldelijk geconfronteerd met een terugkerend probleem in de zorg voor volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS). Wat mij opviel, was het opvallende tekort aan kennis over ASS bij zorgverleners, wat leidde tot misverstanden, frustraties en zorg die onvoldoende afgestemd was op de individuele noden van deze patiënten. Deze observaties raakten me diep en vormden de aanleiding voor mijn bachelorproef.

Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan een betere zorgervaring voor volwassenen met ASS in algemene ziekenhuizen. Het centrale doel van mijn bachelorproef is dan ook het verbeteren van verpleegkundige zorg door het implementeren van patiëntgerichte en autismevriendelijke zorgpraktijken. Ik ging op zoek naar concrete en haalbare manieren om de zorg beter af te stemmen op de unieke behoeften van deze doelgroep.

Om dit doel te bereiken, voerde ik een uitgebreide literatuurstudie uit. Daarbij maakte ik gebruik van de PICO-methode om gerichte zoekstrategieën te ontwikkelen en relevante bronnen te selecteren. De gekozen literatuur werd zorgvuldig beoordeeld op kwaliteit en toepasbaarheid. Op basis van deze analyse formuleerde ik aanbevelingen die niet alleen theoretisch onderbouwd zijn, maar ook praktisch inzetbaar. Daarnaast werden in de gebruikte studies interviews en observaties uitgevoerd om de effectiviteit van de voorgestelde zorgpraktijken in de praktijk te toetsen.

Uit de resultaten kwamen verschillende waardevolle inzichten naar voren. Zo blijkt het gebruik van visuele hulpmiddelen, zoals pictogrammen en whiteboards, bijzonder effectief in het verbeteren van de communicatie met patiënten met ASS. Ook gestandaardiseerde communicatiesystemen, zoals de Autism Healthcare Accommodations Tool (AHAT), bieden zorgverleners een houvast om beter in te spelen op de noden van deze patiënten. Verder is het aanpassen van de zorgomgeving – bijvoorbeeld door het verminderen van sensorische prikkels zoals fel licht en lawaai – essentieel om overbelasting te voorkomen. Het actief betrekken van familieleden in het zorgproces blijkt eveneens een belangrijke factor in het verhogen van het comfort en de veiligheid van de patiënt. Tot slot toont de literatuur aan dat training en bewustwording bij zorgverleners cruciaal zijn om de kwaliteit van zorg structureel te verbeteren.

Mijn conclusie is dan ook helder: de implementatie van autismevriendelijke zorgpraktijken kan de ziekenhuiservaring van volwassenen met ASS aanzienlijk verbeteren. Door in te zetten op duidelijke communicatie, een aangepaste omgeving en betrokkenheid van de persoonlijke kring, kunnen stress en misverstanden worden verminderd. Daarnaast is het noodzakelijk dat zorgverleners continu worden bijgeschoold en ondersteund in hun kennis over ASS. Deze aanpak draagt bij aan een meer inclusieve, veilige en patiëntgerichte zorgomgeving, waarin ook mensen met ASS zich gehoord en begrepen voelen.
Meer lezen

Hoe kunnen begeleiders van Junitas Huize de Weijers trauma-sensitief werken om de psychosociale ontwikkeling van jongeren te ondersteunen?

Hogeschool UCLL
2025
Xenia
Ramaekers
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe begeleiders van Junitas Huize de Weijers trauma-sensitief kunnen werken om de psychosociale ontwikkeling van jongeren met een beladen verleden beter te ondersteunen.

Veel jongeren in de jeugdhulp hebben traumatische ervaringen meegemaakt, zoals verwaarlozing, mishandeling of uithuisplaatsing. Deze gebeurtenissen hebben een grote invloed op hun gedrag, emoties en relaties. Trauma-sensitief werken betekent dat begeleiders niet alleen focussen op het ‘moeilijke gedrag’, maar proberen te begrijpen wat erachter zit.

Via een combinatie van literatuurstudie, interviews met jeugdhulpverleners en experten, en een enquête onder het team van Huize de Weijers worden de nodige inzichten, uitdagingen en vaardigheden in kaart gebracht. De resultaten tonen aan dat kennis over trauma, zelfreflectie, een veilig leefklimaat en voldoende ondersteuning cruciaal zijn.

Als praktische uitkomst werd het Herstelkompas ontwikkeld: een creatief hulpmiddel waarmee jongeren hun gevoelens en behoeften beter kunnen verwoorden. Zo krijgen begeleiders een extra tool om jongeren écht te bereiken — met minder frustratie, en meer verbinding.

Meer lezen

Proactief cirkelen basisschool 't Veld

Hogeschool VIVES
2025
Emeline
De Smet
  • Kiana
    Schepens
  • Chloë
    Cruz Marin
  • Marielien
    Dutrie
  • Fauve
    France
  • Ngoc-My
    Nguyen
  • Laura
    Vanpeteghem
Het project “Samen een positief en stimulerend school- en klasklimaat creëren aan de hand van de proactieve cirkel” is uitgewerkt in functie van deze bachelorproef. De opdracht komt van basisschool ‘t Veld in Meulebeke.

Basisschool ‘t Veld merkte de laatste jaren een toename van het aantal leerlingen met een diagnose of een vermoeden van het autismespectrumstoornis. Daarnaast werkt men binnen de school reeds herstelgericht op het curatief niveau. De school streeft naar een preventieve werking om conflicten te voorkomen en de participatie van leerlingen met extra zorgnoden te bevorderen. Aan de hand van de proactieve cirkel gelooft men veiligheid te creëren en het herstelproces te versterken. Bijscholingen over dit thema werden reeds gevolgd door een aantal leerkrachten. Echter, wegens beperkte middelen (zoals tijd, ruimte en personeel) werd de methodiek nog niet volledig geïntegreerd en eenduidig toegepast in de schoolwerking. De school streeft, via dit project, naar een gedeelde visie en een praktische methodiek.

Er werd een literatuurstudie uitgevoerd over de kernonderwerpen: basisschool ‘t Veld, proactief cirkelen, motivatie en empowerment bij leerkrachten. Op basis van deze verkenning werd verdiepend onderzoek uitgevoerd. Voor het kwantitatief onderzoek werd een enquête voor het leerkrachtenteam opgesteld. Aan de hand van kwalitatief onderzoek werden bepaalde opvallende resultaten en onduidelijkheden uit de enquête verder onderzocht met extra verdiepende interviews. Hiernaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met drie andere basisscholen die proactief cirkelen toepassen. Deze gesprekken brachten inspirerende good practices aan het licht.

Uit het onderzoek bleek dat leerkrachten voornamelijk via collega’s kennis maken met het concept ‘proactief cirkelen’. De leerkrachten voelden zich matig bekwaam om een proactieve cirkel te modereren. Er werd een verschil in pedagogische focus tussen leerkrachten in het kleuter en het lager opgemerkt. De resultaten suggereren dat er een goede basis van motivatie aanwezig was om te starten met proactief cirkelen. Echter, was er een significante lagere motivatie bij de kleuterleerkrachten. Verder bleek dat leerkrachten reeds veel kennis hebben over kinderen met extra zorgnoden. De nood aan praktijkvoorbeelden en concrete handvaten werd meermaals benoemd. Bij de bezoeken aan de 3 basisscholen viel op dat men geen eenduidige werking van proactief cirkelen in het kleuter had. Een andere belangrijke bevinding was dat het proactief cirkelen door één leerkracht geïntroduceerd werd in de scholen. Tot slot blijkt uit de schoolbezoeken dat proactief cirkelen een positieve impact heeft op de sfeer op school en in de klas. Zowel leerlingen als leerkrachten voelen zich meer verbonden met elkaar.

De resultaten werden meegenomen in de uitwerking van het eindproduct. Dit zijn draaiboeken, met bijhorende toolboxen, die toepasbaar zijn van de eerste kleuterklas tot en met het zesde leerjaar. De resultaten werden meegenomen in de uitwerking hiervan.
Meer lezen