Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Closing the Carbon Loop: Integrated Process Design and Techno-Economic analysis of CO₂ capture and valorization pathways from chemical looping process of Blast Furnace Gas

Universiteit Gent
2026
Gunel
Rahimli
Hoogovengas is de grootste CO₂-bron van een geïntegreerde staalfabriek, maar het lage CO₂-gehalte maakt conventionele afvang duur. Deze masterthesis onderzoekt een geïntegreerd concept dat het hoogovengas eerst concentreert via een chemical-looping-proces met ijzeroxide (H2Loop) en daarna de CO₂ afvangt met twee alternatieve routes: cryogene destillatie en calciumlooping. Na een literatuurstudie van de beschikbare afvangtechnologieën (onder meer aminewassing, membranen, adsorptie, cryogene scheiding en calciumlooping) werden beide routes gemodelleerd in Aspen Plus voor een basisgeval van 1.000 Nm³/h hoogovengas. Een technisch-economische analyse met factoriële kostenraming en discounted cash flow vergelijkt de routes. De cryogene route levert vloeibare CO₂ met een zuiverheid van ≥ 99,9 mol% tegen ongeveer 351 €/t CO₂, de calciumloopingroute ongeveer 393 €/t CO₂. Op industriële schaal wordt enkel de cryogene route haalbaar. De resultaten worden weergegeven als een bandbreedte tussen een optimistische bovengrens en een conservatieve ondergrens.
Meer lezen

Behaviour of the invasive lionfish Pterois miles in the Aegean Sea

HOGENT
2026
Wout
Vandenberghe
Onderzoek van het gedrag en de activiteit van de invasieve Indische koraalduivel Pterois miles in de Egeïsche Zee, meer specifiek rond het Griekse eiland Samos.
Meer lezen

Water Dichter, een metabool ontwerp voor een zwembare Roosterbeek

Universiteit Hasselt
2026
Jilles
van der Linde
Deze masterscriptie onderzoekt de grens tussen lichaam en water, door een kleine waterloop als zwembaar te benaderen. Waterlopen werden in Vlaanderen lang beschouwd als infrastructuur, hygiënisch risico of juridische last, waardoor de directe lichamelijke ervaring van water uit het dagelijks leven verdween. De laatste jaren ontstaat een voorzichtige kentering die buitenzwemmen opnieuw op de politieke agenda heeft gezet. Binnen die context onderzoekt deze scriptie onder welke ruimtelijke, ecologische en lichamelijke voorwaarden een kleine, waterloop opnieuw zwembaar kan worden, en hoe een ontwerp deze voorwaarden in één samenhangend systeem kan brengen.

De Roosterbeek in Midden-Limburg dient als case. Het onderzoek combineert een lichamelijke verkenning van de beek, gesprekken met experts uit waterbeheer en ecologie, een literatuurstudie naar zwembeleid en de fenomenologische omgang met water, en ontwerpend onderzoek waarin de bevindingen ruimtelijk worden getoetst. De analyse brengt verschillende obstakels voor zwembaarheid naar voren. De beek is op meerdere plekken ingebuisd, snijdt zich steeds dieper in door versnelde afvoer, en wordt bij regen vervuild door een riooloverstort. Deze problemen zijn niet apart oplosbaar; ze vragen om een aanpak die ecologie, infrastructuur en lichamelijke beleving samenbrengt.

Het ontwerp Water Dichter vertaalt deze inzichten in een sequentie van ingrepen waarin elk obstakel niet wordt weggewerkt maar omgekeerd. Rioolslib wordt warmte, buizen worden constructies, vervuild water wordt gezuiverd en gevierd. Het ontwerp positioneert zwembaarheid als ontwerpcriterium en zorg, die uit lichamelijk contact ontstaat, als ontwerpvoorwaarde. Daarmee biedt het een aanpak voor de herdenking van vergelijkbare kleine waterlopen in Vlaanderen.
Meer lezen

Een 'unieke' historicus van een 'unieke' natie? Een historiografische studie van het "framework" van Lode Wils (1929-2024) over de Vlaamse beweging in de negentiende eeuw

KU Leuven
2026
Pieterjan
Douchy
Deze masterproef onderzoekt de historiografische standpunten van historicus Lode Wils (1929-2024) over professionaliteit en de geschiedenis van de Vlaamse beweging in de negentiende eeuw. Hoewel Wils voornamelijk getypeerd wordt als een ‘unieke verwetenschappelijker’ van de geschiedschrijving van de Vlaamse beweging, is er tot nu toe weinig bekend over de uitgangspunten die achter die invloed schuilen. Daarom is zijn rol in de klassieke voorstelling van een lineaire groei binnen die geschiedschrijving slechts weinig geproblematiseerd. De masterproef benadrukt het belang van zijn naoorlogse opleiding aan de Leuvense universiteit en van vroege contacten met Maurits De Vroede en Pieter Geyl. Onder andere door zijn discours over professionaliteit en studie van de eigen ‘unieke’ natie, kan Wils getypeerd worden als een ‘klassieke’ naoorlogse historicus van de West-Europese natie. De masterproef wijst er daarenboven op dat engagement en de zoektocht naar ‘objectiviteit’ elkaar in zijn vroege teksten niet uitsloten, maar juist veronderstelden. Ze toont tot slot aan dat Wils de ‘tijdgeest’ centraal stelde in de studie van het verleden, eerder dan contingentie. Centraal staan de debatten die hij voerde, in lijn met het “internal realism” van Chris Lorenz, met een nadruk op de jaren 1950 tot en met 1970. Zowel Wils’ boeken, artikels als recensies komen aan bod in de inhoudsanalyse. Zo vormt de thesis een aanzet tot de historiografische studie van naoorlogs België, waarover voorlopig slechts weinig onderzoek is verricht.
Meer lezen

Heide onder druk

LUCA School of Arts
2026
Sophia
van Sloun
Klimaatverandering is geen abstract begrip meer: bos- en heidebranden,
overstromingen en andere rampen maken het zintuiglijk
tastbaar. Toch blijft de noodzaak tot een paradigmashift (waar
een nieuwe manier van denken op de voorgrond komt en oude
structuren doorbroken worden) vaak te ver van ons dagelijkse leven.
Door deze feiten subtiel te vertalen in objecten, kan distantie
doorbroken en bewustwording gestimuleerd worden om zo
onze vanzelfsprekende kijk op het heidelandschap, sterker nog
de klimaatverandering te herdenken. Om dit te realiseren richt
ik mijn onderzoek op een scala aan perspectieven met inbegrip
van de heide zelf om bestaande fricties transparant te duiden.
Mijn doel is de vaak verborgen ecologische en symbolische betekenissen
te vertalen naar een tastbaar, discursief ontwerp (een
ontwerpmethode die uitnodigt tot reflectie en dialoog).
Meer lezen

Zintuiglijke beleving in WZC Wilgendries te Voorde

HOGENT
2026
Jan
Desmet
  • Stephanie
    De Vreese
  • Hannah
    Libbrecht
  • Kim
    Robrecht
Deze bachelorproef onderzoekt hoe laagdrempelige zintuiglijke prikkeling dwaalgedrag bij mensen met (jong)dementie kan ombuigen naar rust en geborgenheid. Aan de basis ligt een cruciale paradigmaverschuiving: afstappen van een medisch tekortmodel dat dwaalgedrag ziet als ‘probleemgedrag’, naar een sociaal-relationele benadering waarin dwaalgedrag wordt erkend als een betekenisvolle, menselijke zoektocht naar veiligheid en identiteit.

In woonzorgcentrum Wilgendries te Voorde werd een ingetogen gang van 140 meter getransformeerd op basis van onderzoeksmethodes, de levensverhalen en zintuiglijke voorkeuren van de bewoners. Interventies zoals houten voelboxen met een schapenvacht, een vogelhuisje op bewegingssensor en snuistermandjes tonen aan dat eenvoudige, herkenbare voorwerpen effectiever en duurzamer kunnen zijn dan dure technologie. Ook werd een praktijkgids ontwikkeld met onderbouwde gebruikerstips en toekomstige ideeën, voor een duurzame verankering.
Meer lezen

Voorbij dysforie: betekenisgeving aan de vulva bij transmasculiene personen die geen genitale chirurgie ondergaan

Universiteit Gent
2026
Sem
Decraene
Bestaande literatuur focust hoofdzakelijk op lichaamsontevredenheid binnen de transgendergemeenschap en op de rol van chirurgie in het verhogen van lichaamsacceptatie. Hoewel genderdysforie vaak gepaard gaat met ongemak over de genitaliën, kiest een aanzienlijk aantal trans mannen er niet voor om phalloplastie te ondergaan. Eerder onderzoek wijst op zorgen over complicaties en ontevredenheid met de huidige mogelijkheden als belangrijke motiverende factoren voor de beslissing tegen chirurgie, maar besteedt nauwelijks aandacht aan de mogelijkheid dat sommige transmasculiene personen hun vulva als betekenisvol, neutraal of zelfs positief ervaren. Positieve lichaamsbeleving blijft daardoor grotendeels onderbelicht. Dit artikel onderzoekt daarom hoe transmasculiene personen die bewust geen phalloplastie ondergaan betekenis geven aan hun vulva, en doet dat aan de hand van dertien semi-gestructureerde diepte-interviews die werden geanalyseerd via een reflexieve thematische analyse.
Meer lezen

De bijdrage van groene infrastructuur aan koolstofopslag op campus Schoonmeersen

HOGENT
2026
Tristan
Kerger
Deze bachelorproef onderzoekt de koolstofopslag in de bodem van campus Schoonmeersen (HOGENT), en de wijze waarop bodemkoolstof meegenomen kan worden in het klimaatbeleid.
Meer lezen

ERVARINGEN VAN OUDERS VAN JONGE KINDEREN (3 T.E.M. 6 JAAR) MET EEN AANGEBOREN IMMUUNSTOORNIS: EEN KWALITATIEVE EXPLORATIEVE STUDIE

Universiteit Gent
2026
Lobke
Bonte
Achtergrond: Een aangeboren immuunstoornis (inborn error of immunity, IEI) beïnvloedt niet alleen de gezondheid van het kind, maar ook het dagelijks functioneren van ouders en de gezinsdynamiek. Over de ervaringen van ouders van jonge kinderen met IEI is nog weinig bekend.

Doel: inzicht verwerven in hoe ouders het leven ervaren met een kind van 2 tot 6 jaar oud met IEI.

Methode: In een tertiair universitair centrum in Vlaanderen werd een kwalitatief exploratief onderzoek uitgevoerd. Zeven moeders namen deel aan semigestructureerde diepte-interviews. De gegevens werden primair inductief geanalyseerd met reflexieve thematische analyse, met aandacht voor expliciete en onderliggende betekenissen.

Resultaten: De analyse resulteerde in vijf onderling verbonden thema’s. ‘Voortdurende waakzaamheid’ beschrijft hoe moeders alert blijven op ziektesignalen en ervaringskennis opdoen. ‘De onzichtbare prijs van voortdurende waakzaamheid’ omvat de lichamelijke, mentale, professionele, financiële en sociale gevolgen van de zorg. ‘Een moeizaam traject naar erkenning en ondersteuning’ toont de zoektocht naar een diagnose, erkenning en passende ondersteuning. ‘Het gezin en de omgeving in beweging’ beschrijft verschuivingen in partnerrelaties, aandacht voor broers en zussen, gezinskeuzes en het familienetwerk. ‘Verlies en groei naast elkaar’ laat zien hoe verlies, trots, veerkracht en betekenisgeving samen kunnen komen.

Conclusie: Leven met een jong kind met IEI werd door zeven moeders van kinderen van 3 tot 6 jaar ervaren als een aanhoudende mentale waakzaamheid die verschillende levensdomeinen en het gezin beïnvloedt. De bevindingen onderstrepen het belang van gezinsgerichte zorg die naast medische noden ook aandacht heeft voor de vaak onzichtbare cognitieve en emotionele belasting van ouders.
Meer lezen

Hydrogels for space radiation shielding applications

Universiteit Gent
2026
Sara
Declerck
Mijn masterthesis onderzoekt innovatieve hydrogels als stralingsbescherming voor toekomstige ruimtemissies. Daarnaast werd een menselijk driedimensionaal huidmodel ontwikkeld om de biologische effecten van ruimtestraling te bestuderen en in de toekomst de beschermende werking van deze hydrogels te evalueren.
Meer lezen

RFID implementatie in het materiaalbeheerproces: Case Study StandPlus

Hogeschool VIVES
2026
Lennert
Camps
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe RFID-technologie het materiaalbeheer bij StandPlus kan verbeteren. StandPlus is een standenbouwer uit Roeselare en werkt met meer dan 3.000 herbruikbare aluminium BeMatrix-kaders. Die worden vandaag voor vertrek manueel door twee medewerkers geteld, en bij retour gebeurt er geen systematische controle. Dat kost tijd, leidt tot fouten en zorgt voor een onbetrouwbare voorraadregistratie.

Het onderzoek combineert literatuurstudie met praktijkonderzoek. Eerst werd het huidige proces in kaart gebracht en werden de manuele controles met een stopwatch gemeten. Daarna werd samen met Geartracking een RFID-pilot opgezet, met 100 getagde kaders. Omdat metaal RFID-signalen verstoort, werden verschillende labels en tagposities getest. Een on-metal sticker net onder de klittenband aan de buitenkant van het kader gaf een betrouwbare detectie.

RFID-scanning bleek de controletijd met meer dan 85 procent te verminderen, en de controle kan door één persoon gebeuren in plaats van twee. In nagebootste scenario's werden ontbrekende, extra en vermengde items meteen gedetecteerd. Uit de kosten-batenanalyse blijkt een investering van ongeveer €12.677, tegenover een jaarlijkse besparing van €1.280 aan arbeidskosten. De grootste meerwaarde ligt echter in betere controle, foutreductie en voorraadnauwkeurigheid. Aanbevolen wordt om RFID gefaseerd in te voeren: eerst de kaders, daarna andere materialen.
Meer lezen

AI-ondersteunde vergelijkende analyse van internationale evoluties in de officina-apotheekpraktijk en hun relevantie voor de Belgische praktijk

Universiteit Antwerpen
2026
Cassandra
Krols
Deze masterproef onderzoekt hoe apothekers internationaal een ruimere rol opnemen in de zorg en wat België daarvan kan leren. Ik vergeleek twaalf landen aan de hand van veertien thema’s, waaronder bevoegdheden, opleiding, financiering en samenwerking met andere zorgverleners. Artificiële intelligentie ondersteunde het verzamelen en ordenen van informatie. De broncontrole en interpretatie voerde ik zelf uit. De vergelijking toont dat extra zorgtaken ook voldoende tijd, passende vergoeding, opleiding en toegang tot medische gegevens vragen. De bevindingen werden gebundeld in een interactief landenoverzicht.
Meer lezen

Phrygia in Graeco-Roman History: An Overview of the Region and Its People

KU Leuven
2026
Oggi
Peeters
Deze thesis levert een historisch overzicht van de antieke regio Phrygië in hedendaags Turkije. Het focust op zowel grootschalige politieke ontwikkelingen als lokale maatschappelijke veranderingen. Daarvoor doet het beroep op de geschiedwerken van Grieken en Romeinen, verschillende opschriften en recente ontwikkelingen binnen de archeologie en taalkunde.
Meer lezen

Deux Fantaisies pour la Guitare - Francesco Molino: A comparative study between a 19th-century and 21st-century guitar in a modern performance setting

LUCA School of Arts
2026
Nele
Vanmunster
De 19e-eeuwse of romantische gitaar verschijnt steeds vaker op het concertpodium, maar wordt vandaag anders gebruikt dan in haar oorspronkelijke context. Dit onderzoek onderzoekt hoe de romantische gitaar binnen een hedendaagse uitvoeringspraktijk kan worden ingezet zonder historische speelwijzen strikt na te bootsen. Hiervoor werden de 'Deux Fantaisies pour la Guitare', gecomponeerd door Francesco Molino (1768-1847), bestudeerd. Hoewel Molino in de eerste helft van de 19e eeuw een van de meest gekende gitaarleerkrachten en -componisten in Parijs was, worden zijn werken tegenwoordig zelden uitgevoerd.

Door de werken op zowel een romantische als een moderne klassieke gitaar uit te voeren, werd een directe vergelijking tussen beide instrumenten mogelijk. Daarnaast werden gitaarmethodes van Molino, Carulli en Sor geanalyseerd om inzicht te krijgen in de speel- en compositiepraktijk van de periode. Een logboek documenteerde het onderzoeks- en beslissingsproces.

Het onderzoek toont aan dat de romantische gitaar unieke klankkleuren en expressieve mogelijkheden biedt, vooral in 19e-eeuws repertoire. Dit is het gevolg van de meer cantabile- en legato-achtige speelstijl die op de romantische gitaar mogelijk wordt gemaakt. Dit vraagt echter enige aanpassing van de performer, aangezien men zowel de zich eigengemaakte techniek, houding en klankvorming opnieuw dient te herzien ten opzichte van onze gewoontes op de klassieke gitaar. Daarnaast zullen ook enkele bewuste keuzes gemaakt moeten worden door de performer rond het gebruik van nagels, type snaren en de gebruikte stemming op de gitaar.

Dit onderzoek toont eens te meer aan dat zowel de klassieke als de romantische gitaar tijdens performances naast elkaar gebruikt kunnen worden om het publiek op een unieke manier aan te spreken, zonder dat de ene als inferieur aan de andere dient te worden beschouwd. De romantische gitaar wordt hierbij best aanzien als een op zichzelf staand instrument met unieke eigenschappen dat de interpretatie van het 19e-eeuwse repertoire kan verrijken, zeker binnen een hedendaagse uitvoeringscontext.
Meer lezen

Polair gefunctionaliseerde polyolefinen vertrekkende van NBR

KU Leuven
2026
Luka
Wouters
Jaarlijks wordt meer dan 230 miljoen ton polyolefinen geproduceerd, waarmee ze de meest geproduceerde kunststoffen wereldwijd zijn. Hun populariteit is voornamelijk te danken aan hun lage kost, lichtgewicht, slijtvastheid en goede verwerkbaarheid. Niettemin vertonen polyolefinen belangrijke beperkingen op het vlak van ontwerpvrijheid en compatibiliteit met polaire materialen. Door hun apolaire structuur hebben ze beperkte bedrukbaarheid, adhesie en mechanische performantie. Daardoor worden polyolefinen vaak gecombineerd met potentieel schadelijke additieven of verwerkt in complexe polymeermengsels en multilayerstructuren, wat hun recycleerbaarheid drastisch vermindert. Hierdoor eindigen intrinsiek recycleerbare materialen zoals polyolefinen vaak alsnog in verbrandingsinstallaties of stortplaatsen.
Polair-gefunctionaliseerde polyolefinen vormen een veelbelovend alternatief dat deze beperkingen kan aanpakken zonder de nood aan schadelijke additieven of complexe polymeermengsels. Zelfs een lage functionalisatiegraad kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in compatibiliteit met polaire materialen, adhesie, bedrukbaarheid en taaiheid, terwijl de intrinsiek gunstige eigenschappen van conventionele polyolefinen zoals slijtvastheid en verwerkbaarheid behouden blijven. Huidige synthesestrategieën vereisen echter vaak dure monomeren, extreme reactieomstandigheden, en bieden daarenboven weinig controle over het gehalte aan ingebouwde functionele groepen.
Om deze tekortkomingen aan te pakken, ontwikkelden we een nieuwe driestapsmethode voor de synthese van polair-gefunctionaliseerde polyolefinen met nauwkeurige controle over het gehalte aan polaire groepen, zonder gebruik te maken van extreme reactieomstandigheden of dure reagentia. Het commercieel beschikbare poly(acrylonitril-co-butadieen) (NBR) werd gekozen als startmateriaal en werd succesvol omgezet in een reeks polair-gefunctionaliseerde polyolefinen. In tegenstelling tot bestaande methoden vertrekt deze synthese van een polymeer dat reeds een hoog gehalte aan functionele groepen (nitrillen) bevat. In een retro-hydrocyanatiestap wordt vervolgens selectief een gecontroleerde fractie nitrilgroepen geëlimineerd tot dubbele bindingen, wat een precieze afstemming van het gehalte aan functionele groepen mogelijk maakt. Een daaropvolgende ruthenium-gekatalyseerde hydrogenering leidt tot de vorming van een amino-gefunctionaliseerde polyolefine. In een derde stap worden de aminogroepen van dit intermediaire polymeer verder gefunctionaliseerd tot diverse stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen. In deze studie ligt de focus op de acylatie en ftalimidevorming, hoewel de methode kan worden uitgebreid naar andere functionalisaties.
Samenvattend biedt deze nieuwe methode een flexibele syntheseroute naar stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen, die een veelbelovend alternatief vormen voor toepassingen waarin verbeterde eigenschappen zoals taaiheid, bedrukbaarheid, adhesie en compatibiliteit met polaire materialen vereist zijn. Toekomstig onderzoek zal zich richten op een diepgaande karakterisatie van de mechanische eigenschappen en het identificeren van potentiële toepassingen van deze polymeren.
Meer lezen

RekenTaalRijk in de kleuterklas

Karel de Grote Hogeschool
2026
Nel
Braspenning
Mijn scriptie gaat over het verwerven van rekentaalbegrippen bij kleuters.
Meer lezen

Wondzorg in beweging: ontwikkeling van een evidence-based verpleegkundig protocol voor postoperatieve amputatiewondzorg

Hogeschool VIVES
2026
Maxim
Rommelaere
Deze bachelorproef vertrekt vanuit de vaststelling dat de postoperatieve wondzorg bij amputaties op een afdeling algemene heelkunde niet altijd op eenzelfde, gestructureerde manier verloopt. Om verpleegkundigen meer houvast te bieden, werd een evidence-based wondzorgprotocol ontwikkeld en voorbereid voor implementatie. Hiervoor werd wetenschappelijke literatuur gecombineerd met een praktijkgerichte audit bij 26 verpleegkundigen. De resultaten toonden vooral variatie en onzekerheid rond wondobservatie, verbandkeuze, rapportage en het bepalen wanneer artsencontact nodig is. Op basis daarvan werd een eerste protocol met flowchart ontwikkeld en beoordeeld door verpleegkundigen, een wondzorgverpleegkundige en een vaatchirurg. Hun feedback leidde tot een tweede, meer gestructureerde versie waarin onder meer het TIME-principe, duidelijke observatiecriteria, verbandcategorieën en een overzichtelijkere flowchart werden verwerkt. Het eindproduct biedt een praktisch kader dat verpleegkundigen ondersteunt bij klinische besluitvorming zonder die te vervangen.
Meer lezen

Ontwikkeling van een informatieve brochure voor ouder(s) en kind bij pediatrische hartkatheterisatie

Hogeschool VIVES
2026
Britney
Soenen
Ouders van kinderen die een hartkatheterisatie ondergaan, blijven vaak met onzekerheden zitten, zelfs wanneer zorgverleners de nodige uitleg hebben gegeven. Tijdens mijn stage op de Pediatrische Intensive Care Unit van het UZ Gent merkte ik dat angst, informatie-overload en een gebrek aan afstemming tussen diensten ervoor zorgen dat ouders dezelfde vragen blijven stellen. Wetenschappelijke literatuur bevestigt dat mondelinge uitleg alleen onvoldoende is en dat schriftelijke informatie angst vermindert en het begrip versterkt. Daarom ontwikkelde ik een nieuwe, toegankelijke brochure met eenvoudige taal, kindvriendelijke illustraties en duidelijke antwoorden op veelgestelde vragen. Dit kleine document biedt ouders houvast, ondersteunt consistente communicatie tussen zorgverleners en draagt bij aan warmere, gezinsgerichte zorg.
Meer lezen

Integrating Important Shark and Ray Areas into Marine Protected Area Network Design in the Australian Exclusive Economic Zone

Vrije Universiteit Brussel
2026
Helena
Verbruggen
Mariene beschermde gebieden (MPA’s) groeien door de wereldwijde doelstelling om tegen 2030 30% van de oceaan te beschermen. Biodiversiteitsconservatie hangt echter niet alleen af van de totale beschermde oppervlakte, maar ook van de mate waarin zij
kwetsbare soorten en belangrijke leefgebieden omvatten. Haaien, roggen en draakvissen – samen de kraakbeenvissen – behoren tot de meest bedreigde groepen mariene
gewervelden, voornamelijk door visserijdruk. Deze studie onderzocht hoe doeltreffend
Australische no-take-MPA’s – waar visserij verboden is – de verspreiding van
kraakbeenvissen en Important Shark and Ray Areas (ISRA’s) beschermen. ISRA’s zijn
belangrijke gebieden voor onder meer voortplanting, foerageren, rust en verplaatsing.
Daarnaast werden twee ruimtelijke planningsscenario’s vergeleken waarin no-take-
bescherming werd uitgebreid tot 30% van de Australische wateren. Het eerste scenario
versterkte de bescherming binnen bestaande MPAs, terwijl het tweede ook nieuwe no-
take-gebieden buiten de huidige MPA-grenzen toeliet. Ondanks het uitgebreide
Australische MPA-netwerk overlapten bestaande no-takegebieden slechts beperkt met de verspreiding van kraakbeenvissen en ISRAs. De soortenrijkdom was het hoogst in gebieden waar visserij was toegestaan en buiten MPA’s. Hogere bescherming binnen bestaande MPA’s verbeterde de vertegenwoordiging van soorten en ISRA’s, maar veel
conservatiedoelstellingen bleven onbereikt. Bescherming buiten bestaande MPA’s
verdubbelde het aantal behaalde doelstellingen en verlaagde het gemiddelde tekort van
18,9 ± 29,8% naar 3,4 ± 6,4%. Onvervangbare gebieden concentreerden zich op het
continentale plat en de continentale helling, waar de soortenrijkdom en ISRA-dekking het
hoogst waren. Het grootste deel van de bestaande no-take-gebieden lag daarentegen in de diepzee. De resultaten tonen dat oppervlaktedoelstellingen alleen niet volstaan. Door
verspreidingsgegevens te combineren met ecologisch belangrijke leefgebieden, kunnen
kraakbeenvissen representatiever en strategischer beschermd worden.
Meer lezen

Computational fluid dynamics (CFD) simulatie en validatie van wandbevochtiging voor methanol poortbrandstofinjectie

Universiteit Gent
2026
Lien
Spruytte
De wereldwijde maritieme sector staat onder toenemende druk om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, onder meer door regelgevingen zoals het Europese Fit for 55-pakket. Methanol wordt daarbij gezien als een veelbelovende alternatieve brandstof voor bestaande motoren die worden omgebouwd naar een dual-fuelwerking. De hoge verdampingswarmte en lage vluchtigheid van methanol zorgen er echter voor dat de brandstof gemakkelijk op de cilinderwand neerslaat. Dit kan leiden tot problemen met de homogeniteit van het brandstof-luchtmengsel en de stabiliteit van de motor.

Als eerste stap wordt in deze thesis een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij wordt de achtergrond van methanol als alternatieve brandstof besproken, samen met de belangrijkste gevolgen ervan voor de werking van de motor. Vervolgens wordt de huidige stand van de kennis over wandbevochtiging (wall wetting) in systemen met poortbrandstofinjectie (Port Fuel Injection, PFI) kritisch geanalyseerd. Op basis van deze literatuurstudie wordt een duidelijke onderzoekskloof geïdentificeerd en worden de onderzoeksvragen geformuleerd.

In deze thesis wordt vervolgens een op Computational Fluid Dynamics (CFD) gebaseerd model ontwikkeld en gevalideerd in CONVERGE om het gedrag van methanol op de cilinderwand bij poortbrandstofinjectie te simuleren. Het model maakt gebruik van een Lagrangiaanse-Euleriaanse aanpak, gecombineerd met het Bai-Gosman-model voor de interactie tussen de brandstofspray en de wand en met conjugate heat transfer. Het numerieke model wordt gevalideerd aan de hand van experimentele gegevens en de beperkingen van het model worden besproken.

Tot slot wordt met behulp van een systematische Latin Heuristic Sampling-studie onderzocht welke invloed de injectiedruk, brandstoftemperatuur en omgevingstemperatuur hebben op de dikte, oppervlakte en massa van de brandstoffilm op de wand.
Meer lezen

The Mind of the UNHCR

KU Leuven
2026
Phebe
Vantomme
De Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR) wordt alom erkend voor zijn humanitaire rol, maar fungeert tevens als wereldwijde architect van het mondiale landschap van ontheemding. Deze thesis herpositioneert de organisatie als een centrale architecturale speler door te analyseren hoe haar interne richtlijnen en standaardcriteria, vastgelegd in een technisch handboek, fungeren als blauwdrukken voor vluchtelingenkampen wereldwijd. De digitalisering van dit handboek in 2015 markeerde een cruciaal keerpunt, waardoor het handboek veranderde van een handleiding in een dominant ruimtelijk instrument dat een proces van universalisering oplegt.

Het onderzoek is gestructureerd rond twee belangrijke analytische perspectieven: (1) Technisch perspectief: allereerst verdiepen we ons in ‘de gedachtegang van de UNHCR’ door bestaande literatuur en peer-reviewed artikelen te bestuderen, om zo de focus te verleggen van humanitaire hulp naar ruimtelijk ontwerp. Door deze academische inzichten te combineren met een grondige analyse van het digitale Emergency Handbook (2015) van de UNHCR, identificeren we de drie belangrijkste pijlers – tent, de context rondom de tent en het beheer – die samen het ‘ideale model’ van de organisatie vormen. Dit perspectief definieert het kader dat de organisatie wereldwijd als een ‘standaardscript’ zal implementeren. (2) Implementatieperspectief: dit ‘ideale model’ wordt geëvalueerd aan de hand van drie diepgaande wereldwijde casestudies: Griekenland (Europa), Kenia (Afrika) en Bangladesh (Azië). Aan de hand van een vergelijkende matrix onderzoeken we of dit ‘ideale model’ in al deze verschillende contexten consequent wordt toegepast. Hoewel het proces van universalisering impliceert dat het ruimtelijke resultaat in elke context identiek zou moeten zijn, brengt dit perspectief juist de specifieke situaties aan het licht waarin dit niet het geval is. Door ons te richten op deze inconsistenties, analyseren we de spanning tussen de universele normen van de UNHCR en de lokale realiteit.

Op deze manier wil deze thesis aantonen dat de regels en standaardmaten van de UNHCR geen neutrale technische vereisten zijn, maar invloedrijke ruimtelijke instrumenten. Inzicht in deze normen illustreert hoe de fysieke inrichting van vluchtelingenkampen zowel de beleving als de fysieke realiteit van een permanent systeem van tijdelijk wonen vormgeeft.
Meer lezen

Wat zijn de ervaringen die ervoor zorgen dat mensen met ernstige psychatrische aandoening (EPA) zorg mijden?

Universiteit Gent
2026
Arne
Van Geite
Waarom mijden sommige mensen zorg, terwijl ze diezelfde zorg ook nodig hebben? Deze masterproef onderzoekt de ervaringen die schuilgaan achter zorgmijding bij mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA). Aan de hand van interviews en participerende observaties werd onderzocht wat er gebeurt in de ruimte tussen de persoon en de zorg.

De bevindingen tonen dat zorgmijding niet eenvoudig te begrijpen is als een bewuste weigering van hulp. Het gaat eerder om een voortdurende beweging tussen afstand en nabijheid: mensen kunnen verlangen naar contact en zich tegelijk willen beschermen tegen datzelfde contact. Ervaringen van niet gehoord of gereduceerd worden, verlies van autonomie en waardigheid, eerdere relationele breuken en een gebrek aan vertrouwen kunnen mee bepalen hoe zorg wordt ervaren. Zorgmijding ook vorm in de manier waarop zorg wordt georganiseerd en aangeboden. De masterproef werpt daarmee een ander licht op zorgmijding en benadrukt het belang van de zorgrelatie, waarin verbinding pas kan ontstaan wanneer er ook ruimte is voor afstand.
Meer lezen

Reframing Sexual Violence: The Female Gaze and the Reimagining of Female Sexual Trauma in Post-#MeToo Feature Films

Universiteit Antwerpen
2026
Ine
Maris
Deze thesis onderzoekt hoe post-#MeToo-films via een vrouwelijke blik (female gaze)
alternatieve representaties van seksueel geweld en het daaruit voortvloeide trauma creëren. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een interdisciplinair theoretisch kader dat feministische filmtheorie, traumastudies, het post-#MeToo-discours en theorieën over handelingsvermogen en identiteit combineert. Aan de hand van visuele, narratieve en thematische analyses van The Tale (Jennifer Fox, 2018) en How To Have Sex (Molly Manning Walker, 2023), onderzoekt deze thesis hoe deze theorieën in praktijk worden toegepast. De analyses tonen aan dat representaties van seksueel geweld, gevormd door de female gaze en beïnvloed door #MeToo, kunnen leiden tot realistischere en genuanceerdere representaties. Bovendien brengen deze films noodzakelijke discussies over seksueel geweld op gang. Door vrouwelijke subjectiviteit en handelingsvermogen centraal te plaatsen, contrasteren ze met eerdere representaties die gevormd werden door patriarchale opvattingen en de male gaze. Uiteindelijk beargumenteert
deze thesis dat post-#MeToo-films over trauma als gevolg van seksueel geweld die een female gaze hanteren, het potentieel hebben om kijkers bewust te maken van de diepgaande identiteitsgerelateerde gevolgen van seksueel geweld.
Meer lezen

When does environmental destruction fall under Article II (c) of the Genocide Convention?

KU Leuven
2026
Matteo
Marsala
Mijn scriptie onderzoekt wanneer milieuvernietiging onder artikel II(c) van het Genocideverdrag kan vallen. Die bepaling omvat niet alleen rechtstreekse moord, maar ook het doelbewust opleggen van levensomstandigheden die een beschermde groep fysiek kunnen vernietigen. Aan de hand van verdragsinterpretatie en rechtspraak van het Rwanda- en Joegoslaviëtribunaal, het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof analyseer ik wanneer de vernietiging van water, voedselbronnen, landbouwgrond of bewoonbaar gebied zo’n indirecte vernietigingsmethode vormt. Hierbij ontwikkel ik een stapsgewijs juridisch toetsingskader om te beoordelen wanneer milieuschade zo’n indirecte vorm van genocide kan uitmaken. De scriptie concludeert dat milieuvernietiging als genocide kan worden beschouwd wanneer zij het fysieke voortbestaan van een beschermde groep bedreigt én gepaard gaat met de specifieke bedoeling die groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Daarnaast verduidelijkt het onderzoek het onderscheid met ecocide en past het deze voorwaarden op een neutrale wijze toe op de situatie in Gaza.
Meer lezen

“Nous sommes des Eugénistes chrétiens”: Eugenetica in de Belgisch-katholieke Société de Saint-Luc (1922-1956)

KU Leuven
2026
Kaat
Goossens
De masterproef ‘“Nous sommes des Eugénistes chrétiens”: Eugenetica in de Belgisch-katholieke Société de Saint-Luc (1922-1956)’ onderzoekt hoe de Belgische katholieke vereniging van Saint-Luc keek naar eugenetica tussen 1922 en 1956. Aan de hand van discoursanalyse analyseert deze masterproef de eugenetische standpunten van de leden van Saint-Luc. In de historiografie over eugenetica werd lang aangenomen dat er alleen in protestantse landen aan eugenetica gedaan werd en dat het eugenetische denken verdween na de Tweede Wereldoorlog. Pas recent werd er ook aandacht besteed aan de positieve eugenetica in katholieke landen, maar die werd in sterke oppositie geplaatst met de negatieve eugenetica van protestantse landen. Aan de hand van de tot nu toe onderbelicht gebleven eugenetische casus van België toont deze thesis aan dat eugenetisch denken niet enkel aanwezig was in België, maar wijder verspreid was dan tot nu toe werd aangenomen. Positieve eugenetica werd gepropageerd en eugenetische terminologie was deel geworden van het gehanteerde discours. Hoewel eugenetische sterilisatie afgewezen werd, werden verschillende andere negatieve eugenetische maatregelen voorgesteld als alternatief, namelijk prenuptiale maatregelen, segregatie en therapeutische sterilisatie. Die maatregelen mochten niet verplicht opgelegd worden door de staat, maar moesten volgens de leden van Saint-Luc gepromoot worden onder de Belgische bevolking. Op die manier kon er een eugenetisch bewustzijn gecreëerd worden, dat verplichte eugenetische maatregelen overbodig maakte. Op die manier bleef de controle over de eugenetica in handen van leden van Saint-Luc. Daarnaast kon dat eugenetisch bewustzijn op termijn ook zorgen voor een grotere mate van acceptatie van meer verregaande eugenetische maatregelen. Vooral de Vlaamse leden van Saint-Luc waren op dat vlak radicaler dan de Waalse leden. Dat verschil en ook welke eugenetische maatregelen als noodzakelijk geacht werden, bleef consistent na de Tweede Wereldoorlog. Alleen in het discours dat gehanteerd werd was een duidelijk verschil te zien. In tegenstelling tot het idee dat België dus niet of alleen aan positieve eugenetica deed, toont deze thesis dus aan dat het eugenetische denken in België sterk aanwezig was en zowel positieve als negatieve eugenetische maatregelen promootte. De Belgische casus toont dus dat het dichotome beeld dat een strak onderscheid maakt tussen een katholieke positieve eugenetica en een protestantse negatieve eugenetica in vraag gesteld moet worden.
Meer lezen

"We worden een deel van de omstandigheden". Een intersectionele en familiehistorische analyse van de postkoloniale migratie van een Belgisch koppel naar Congo en Burundi (1964-1969)

Universiteit Antwerpen
2026
Emmelie
Degreef
Met een intersectionele en familiehistorische analyse van de microcasus van mijn grootouders, Floris Degreef en Maria Billet, onderzoekt deze masterthesis gelaagde relaties van ras, klasse en gender in de Congolese en Burundese samenleving in de jaren zestig. Dit microhistorisch onderzoek belicht de alledaagse sociale dynamieken die door een focus op postkoloniale macroconflicten vaak overschaduwd worden. De familiehistorische benadering maakte de bespreking van zowel gevoelige en emotionele als alledaagse ervaringen mogelijk. De methodologische valkuilen die gepaard gaan met de beperkte afstand tot de historische actoren zijn via bronnenverweving en discoursanalyse opgevangen. De intersectionele analyse benadert de categorieën ras, gender en klasse als verschuivende processen die met elkaar in verband staan en een invloed uitoefenen op machtsverhoudingen. Individuele privileges veranderden in de Congolese en Burundese postkoloniale context van de jaren zestig voortdurend en zijn heel plaatsafhankelijk. Binnen de bedrijfscontext werd Floris’ positie gekenmerkt door een oudkoloniale ‘witte’ dominantie en ontwikkelingsideologie. Daarbuiten werd de wisselwerking tussen Floris’ ras en klasse complexer. Als witte vrouw bevond Maria zich daarnaast op een complex kruispunt. Binnen de transformerende raciale hiërarchieën ervaarde ze angst, maar tegelijkertijd verkreeg ze een meer egalitaire positie binnen een expatgemeenschap waarin rigide sociale conventies vervaagden. De geografische vergelijking benadrukt tot slot dat het Hutu-Tutsi-conflict in Burundi door blijvende etnisch-koloniale structuren gedomineerd werd, waardoor de raciale concurrentie, zoals die in Congo duidelijk aanwezig was, naar de achtergrond gedrukt werd.
Meer lezen

Voor als ik het even niet meer weet

LUCA School of Arts
2026
Timo
Schmeits
Hij weet niet altijd wie hij is of waar zijn plek is in de wereld. Daarom schrijft en tekent hij. Door kleine, absurde dingen serieus te nemen, ontstaan verhalen die me helpen om grote vragen te onderzoeken. Zijn scriptie heeft niet alle antwoorden, maar helpen hem zijn vergaarde wijsheid te onthouden.
Timo vergeet snel. Gelukkig maar dat het allemaal op papier staat. Voor als hij het even niet meer weet.
Meer lezen

Van 'hey matekes' tot 'beste burgers': een vergelijkende analyse naar de communicatie van jonge en oudere politici

Universiteit Antwerpen
2026
Max
Mooring
Jongeren zijn structureel ondervertegenwoordigd in Westerse parlementen, en de aanwezigheid van jonge politici wordt vaak naar voren geschoven als een brug tussen jongeren en politiek. Of die aanwezigheid zich ook reflecteert in andere communicatie blijft onderbelicht, zeker in een gemediatiseerde omgeving zoals sociale media. Vertrekkend vanuit theorieën over descriptieve en substantieve representatie worden vijf dimensies van politieke communicatie geanalyseerd: tijdsoriëntatie, representatieclaims gericht op jongeren, privatisering, emotioneel taalgebruik en informaliteit. Een grote dataset aan Facebookberichten (N = 239.525) werd geclassificeerd met behulp van large language models en geanalyseerd aan de hand van logistische regressie. Daarnaast werd een loopbaananalyse uitgevoerd om communicatieveranderingen doorheen politieke loopbanen in kaart te brengen. De bevindingen bieden slechts beperkte steun voor leeftijdsgebonden verschillen in politieke communicatie. Van de vijf dimensies wordt er slechts één consistent bevestigd: jonge politici communiceren informeler dan oudere politici. In de meeste modellen blijken de partij en tijd sterkere voorspellers dan de leeftijd. Bovendien communiceren politici van alle leeftijden na verloop van tijd steeds toekomstgerichter, jongerengerichter, meer over hun privéleven, positiever en informeler. De resultaten suggereren dat de descriptieve aanwezigheid van jonge politici zich niet automatisch vertaalt in inhoudelijk andere communicatie. In de Vlaamse context lijken partij- en mediatiseringsdynamieken zwaarder door te wegen dan de meeste leeftijdsgebonden verschillen, waarbij informaliteit een uitzondering vormt.
Meer lezen

Pictogrammen als ondersteunend hulpmiddel bij medicatiemanagement voor mensen met een taalbarrière in de eerstelijnszorg

Universiteit Antwerpen
2026
Hanne
Jacobs
De toenemende diversiteit in de maatschappij brengt uitdagingen in de gezondheidszorg met zich mee. Patiëntgerichte zorg en veiligheid worden bedreigd door taalbarrières, wat kan leiden tot medicatiefouten en frustraties. Eerstelijnszorginstellingen gebruiken tolkdiensten en vertaalapplicaties om deze barrières te overbruggen. Bovendien tonen studies aan dat hulpmiddelen, zoals pictogrammen met medicatie-instructies, de kennis en therapietrouw kunnen verbeteren. Culturele afstemming van pictogrammen is echter cruciaal voor
effectieve begrijpelijkheid. Deze studie onderzoekt de begrijpelijkheid en moeilijkheidsgraad van USP-pictogrammen voor geneesmiddeleninstructies bij mensen met een taalbarrière in de eerstelijnszorg. Ook relaties met en de invloed van sociodemografische factoren worden geanalyseerd.
Er werd een kwantitatieve cross-sectionele studie uitgevoerd. Twee huisartsenpraktijken, wijkgezondheidscentra en het opvangcentrum Fedasil in Arendonk namen deel. De datacollectie werd uitgevoerd met behulp een digitale, meertalig vertaalde vragenlijst. Begrijpelijkheid van USP-pictogrammen werd beoordeeld volgens de ISO-normen.
Meer lezen

Preparation of renewable films based on feather-derived keratin: a comparative investigation of glutaraldehyde and genipin as crosslinkers

Universiteit Gent
2026
Sander
Lannoo
Deze masterproef onderzoekt hoe keratine uit veren kan worden verwerkt tot een nieuw materiaal. Commercieel keratinepoeder uit eendenveren werd gecombineerd met twee chemische verbindingsmiddelen: glutaaraldehyde en genipine, een natuurlijke stof uit fruit. Beide stoffen verbonden de korte eiwitfragmenten tot samenhangende films. Glutaaraldehyde leverde sterkere, minder rekbare films op. Met genipine ontstonden donkerblauwe, buigzamere films, waarvan de sterkte en taaiheid toenamen bij een hogere geteste concentratie. Hoewel de films nog gevoelig zijn voor water, toont het onderzoek aan dat versnipperde verenkeratine opnieuw een vast materiaal kan vormen. Dit biedt een vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van biogebaseerde materialen.
Meer lezen