Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mucus Diffusion of Apremilast Nanocrystals in Healthy and Cystic Fibrosis Models for Pulmonary Drug Delivery

Universiteit Gent
2026
Marion
Van Hulle
Dit onderzoek focust op nanogeneeskunde, in het bijzonder voor pulmonale geneesmiddeltoediening, waarbij zowel de beperkte wateroplosbaarheid van veel geneesmiddelen als de barrièrefunctie van mucus belangrijke formulatie uitdagingen vormen. Apremilast (APR), een slecht wateroplosbare fosfodiësterase 4 inhibitor met therapeutisch potentieel voor cystic fibrosis (CF), vereist een formulering die de oplosbaarheid verhoogt en diffusie door mucus mogelijk maakt. De centrale vraag is of APR nanokristallen (NCs) diffunderen door gezonde en CF-mucusmodellen en welke formulatie en mucusgerelateerde parameters deze diffusie bepalen. Hiervoor beoogt dit onderzoek de ontwikkeling en karakterisering van APR NCs, het formuleren van gezonde en CF mucusmodellen en de evaluatie van APR NC transport doorheen deze barrières.
APR NCs worden geproduceerd via geminiaturiseerde natte kogelmaling (WBM) en gestabiliseerd met Lutrol F127 (Lut), natriumcholaat (NaChol) of NaChol gecombineerd met chitosan HCl (Chit). De NCs worden gekarakteriseerd op deeltjesgrootte, polydispersiteit, zeta potentiaal (ZP) en structurele integriteit. Alle formuleringen leveren gemiddelde deeltjesgroottes onder 250 nm, ruim binnen het vereiste bereik van 200–400 nm en FT IR bevestigt dat APR zijn structuur behoudt. Na één maand opslag bij 4 °C worden kleine deeltjesgroottetoenames gezien voor APR NaChol en APR Chit NaChol. De ZP weerspiegelt de gebruikte stabilisator en duidt op matig stabiele dispersies. Gezonde en CF mucusmodellen met en zonder mucine worden ontwikkeld en gevalideerd via reologie. Shear thinning en visco elastisch gedrag wordt waargenomen, kenmerkend voor luchtwegmucus. CF modellen vertonen hogere viscositeiten en moduli dan gezonde modellen, conform met literatuurgegevens. De diffusie van APR NCs door de mucusmodellen wordt beoordeeld met Franz cellen en gekwantificeerd via HPLC. In alle mucinebevattende modellen is de permeatie van de drie APR NC formuleringen na 6 u consequent 14–40% lager dan in de mucinevrije varianten, wat aangeeft dat mucine een meer restrictieve en fysiologisch realistische diffusiebarrière vormt. In het CF-model met mucine vertoont APR Lut de hoogste permeatie na 6u, waarbij ongeveer 50% geneesmiddeldiffusie wordt bereikt, APR NaChol vertoont een zeer vergelijkbaar niveau en APR Chit NaChol vertoont duidelijk minder permeatie.
Dit onderzoek benadrukt dat WBM de controle over deeltjesgrootte en oppervlaktesamenstelling van NCs mogelijk maakt, waarbij de stabilisator de uiteindelijke oppervlakte eigenschappen en daarmee de mucusdiffusie bepaalt. Een geschikte stabilisator moet een muco inert, sterisch gehydrateerd en neutraal oppervlak creëren dat elektrostatische en hydrofobe interacties met mucine minimaliseert. Dit onderzoek bevestigt de waarde van alginaat/mucine hydrogels als reproduceerbaar platform voor vroege screening van mucustransport. Toekomstig werk omvat langetermijn stabiliteitsstudies, extra oppervlaktemodificaties van NCs en de incorporatie van meer CF specifieke componenten in de mucusmodellen.
Meer lezen

Calibrating gravitational wave detectors using scattered light

Universiteit Gent
2026
Arthur
Callens
Zwaartekrachtsdetectoren zoals Virgo meten uiterst kleine lengteveranderingen in hun kilometerslange laserarmen om zwaartekrachtsgolven van botsende zwarte gaten en neutronensterren te detecteren. De betrouwbaarheid van deze metingen (massa, afstand en locatie van de bron) hangt volledig af van de nauwkeurigheid waarmee het instrument geijkt is. Een bekende bron van systematische fouten is verstrooid licht: een klein deel van het laserlicht lekt door de eindspiegels van de detector en kan, wanneer het weerkaatst en opnieuw de arm binnendringt, een echte zwaartekrachtsgolf nabootsen.

Deze scriptie onderzoekt of dit ongewenste effect net bewust kan worden opgewekt en gebruikt als onafhankelijke ijkingsmethode. Een piëzo-elektrisch plaatje, geplaatst achter de eindspiegel, wordt op een gekozen frequentie in trilling gebracht om gecontroleerd verstrooid licht te genereren. Twee sensoren, één ter hoogte van het plaatje, één aan het einde van de detector, meten het resulterende signaal, waarna een zelfijkende methode toelaat om het spiegellek te berekenen.

Simulaties tonen aan dat deze methode, ondanks de beperkte tijdsvensters waarin het signaal bruikbaar is, het spiegellek kan bepalen met een nauwkeurigheid van ruim onder één procent, over een breed bereik van trilfrequenties. Een prototype van het plaatje en zijn positioneersysteem werd gebouwd en getest, wat een onverwacht thermisch probleem blootlegde: het kale oppervlak absorbeert te veel laserlicht en warmt op in vacuüm. Een reflecterende coating (spectralon) wordt voorgesteld als oplossing.

Eenmaal operationeel op Virgo, biedt deze methode een volledig onafhankelijke ijkingscontrole naast bestaande technieken, en draagt ze zo bij aan de betrouwbaarheid van toekomstige zwaartekrachtgolfdetecties.
Meer lezen

Het/een/mijn huis als geconstrueerde grot

Hogeschool PXL
2026
Noa
Kuypers
In mijn project ‘Het/een/mijn huis als geconstrueerde grot’ onderzoek ik de spanning tussen verval en standvastigheid: hoe een gebouw transformeert en toch zijn kern behoudt, en hoe atmosfeer, dat ongrijpbare samenspel van licht, materiaal, geheugen en emotie, een lege schil omtovert tot een thuis. Het vertrekpunt is de observatie dat een huis nooit werkelijk leeg is; het draagt littekens van vroegere bewoning. Tijdens de renovatie van een woning uit 1830 leg ik deze verborgen lagen bloot, parallel aan een artistiek project waarin ik herinnering en materiaal met elkaar combineer. Door plattegronden te tekenen op basis van impressies, kleimodellen te stapelen en betonnen kubussen met uitgeholde gangen te gieten, vertaal ik het vluchtige van geheugen naar het tastbare van een fundament. Collage fungeert hierin als terugkerend ritueel, een proces van afbreken en herschikken dat het verbouwingsproces zelf weerspiegelt. Geïnspireerd door de praktijk van Do Ho Suh, Sara Bomans en Peter Zumthor, toon ik aan dat atmosfeer niet statisch is, maar draagbaar: een opeenstapeling van tijdlagen, materiële sporen en menselijke tussenkomst. Het resultaat is een visuele taal die het onzichtbare fundament en de dromerige invulling van een plek naast elkaar plaatst, en bevestigt dat een huis pas leeft in de spanning tussen wat was, wat is, en wat we met ons meedragen.
Meer lezen

GOL(L)D ALS REFLECTIEKADER BINNEN CONSULTATIEVE LEERLINGENBEGELEIDING EEN PRAKTIJKGERICHT KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR DE PROFESSIONELE POSITIONERING VAN CLB-MEDEWERKERS

Universiteit Gent
2026
Safae
El Ksisar
Deze masterproef onderzoekt hoe CLB-medewerkers hun rol invullen binnen consultatieve leerlingenbegeleiding: niet als expert die een diagnose stelt, maar als partner die samen met de leerkracht zoekt naar oplossingen. Negen CLB-medewerkers werden gevolgd tijdens een vormingstraject via focusgroepen, individuele gesprekken en een visuele oefening met poppetjes. Het onderzoek toont dat deze rolverschuiving zich afspeelt binnen drie spanningsvelden: tussen expert en procesbegeleider, tussen verbinding en weerstand, en tussen ideaal en praktijkrealiteit. Het GOL(L)D-kader functioneert daarbij niet als een expliciete methodiek, maar als een impliciete reflectieve lens. De studie besluit dat duurzame verandering niet enkel professionele groei vraagt, maar ook structurele voorwaarden zoals tijd, continuïteit en rechtstreeks contact met leerkrachten.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

“Dag lieve Ketnetters”: Het taalgebruik op de Vlaamse kinder- en jeugdzender Ketnet

Universiteit Antwerpen
2026
Maïté
Michiels
Als grootste Vlaamse kinder- en jeugdzender speelt Ketnet een belangrijke rol in de taalontwikkeling van jonge kijkers. Deze masterproef onderzoekt welke variatiepatronen het taalgebruik op Ketnet vertoont, met bijzondere aandacht voor het gebruik van standaardtaal, tussentaal en Engelse woorden.

Voor het onderzoek werden afleveringen van de programma’s Hallo Kroket, Karrewiet en #LikeMe geanalyseerd. Het taalgebruik werd onderzocht aan de hand van verschillende tussentaalkenmerken. Voor het Engels lag de focus specifiek op het gebruik van Engelse evaluatieve adjectieven. De resultaten werden vervolgens vergeleken met de taalrichtlijnen uit het Taalcharter van de VRT, waarin standaardtaal centraal staat. Voor Karrewiet geldt daarbij de strengste norm, aangezien het programma het Nieuwsnederlands hanteert.

Uit de analyse blijkt dat het taalgebruik op Ketnet varieert naargelang het programmagenre. Karrewiet sluit nauw aan bij de norm van het Nieuwsnederlands, terwijl Hallo Kroket en #LikeMe meer tussentaalkenmerken bevatten. Vooral de weglating van de eind-t in de korte functiewoorden dat, wat, niet en met komt regelmatig voor. Andere kenmerken, zoals het gebruik van ge of gij en niet-standaardtalige verkleinwoorden, blijven eerder beperkt. Ook het aandeel van het Engels blijkt opvallend klein, ondanks hun prominente plaats in de jongerentaal.

De resultaten tonen dus aan dat Ketnet bewust balanceert tussen de taalnorm en een geloofwaardige manier van communiceren met kinderen en jongeren. Hoewel de zender inspeelt op de leefwereld van zijn doelgroep, weerspiegelt het taalgebruik niet zozeer de Vlaamse jongerentaal.
Meer lezen

Onderwijsongelijkheid bespreekbaar maken in de klas: Een verkennend onderzoek naar de inzet van het spel Kansrijk? in de onderwijspraktijk

Thomas More Hogeschool
2026
Lien
Resseler
Het bordspel Kansrijk? helpt toekomstige leerkrachten om onderwijsongelijkheid niet alleen te begrijpen, maar ook écht te voelen. Het onderzoek toont hoe het spel werkt, wat het losmaakt bij studenten en welke extra tools nodig zijn om het spel goed te begeleiden.
Meer lezen

VAN DEK NAAR DIEPTE: EEN LONGITUDINALE STUDIE NAAR DE IMPACT VAN EEN EDUCATIEVE ZEE-ERVARING OP OCEAN LITERACY EN NATURE CONNECTEDNESS

Universiteit Gent
2026
Binke
D'Haese
Een dag op zee aan boord van een onderzoeksschip: watermonsters nemen, bodemstalen bekijken, live marien onderzoek meemaken. Voor 63 deelnemers was het een unieke ervaring. Maar wat doet zo'n dag nu echt met je kennis over de oceaan, je verbondenheid met de natuur, en je bereidheid om er iets voor te doen?

Deze masterproef onderzocht de impact van een educatieve vaardag op oceaangeletterdheid en natuurverbondenheid bij volwassen deelnemers, via een longitudinaal onderzoeksdesign met drie meetmomenten: voor de tocht, direct erna en zes maanden later.
De resultaten tonen een genuanceerd beeld. Oceaankennis nam toe na de vaartdag en bleef zes maanden later overeind, wat wijst op duurzame cognitieve leerwinst. De affectieve dimensie vertelde een ander verhaal: het gevoel van verbondenheid met de natuur piekte direct na de ervaring, maar zakte daarna terug. Houding en gedragsintenties bleven grotendeels stabiel, wat deels verklaard wordt door de al hoge uitgangsscores van dit publiek.
Opvallend was dat de leerwinst niet afhing van hoe natuurverbonden iemand al was voor de tocht. Iedereen leerde evenveel, ongeacht achtergrond of voorkennis.
De studie bevestigt het potentieel van ervaringsgerichte mariene educatie als inclusief instrument, maar wijst ook op een belangrijke beperking: één dag volstaat niet voor blijvende gedragsverandering. Herhaling, verdieping en opvolging zijn noodzakelijk om de verwondering die een vaardag opwekt ook structureel te laten beklijven.
Meer lezen

Zelfontdekking door naar Perzische tapijten te kijken

KU Leuven
2026
Kimia
Rabieh Mahmareh
Deze masterproefnota is vanuit een persoonlijke anekdote vertrokken. Toen ik van Perzië naar België verhuisde, voelde het als een reis van zelfontdekking. Ik worstelde constant met mijn eigenwaarde en mijn rol in de wereld. Het was alsof ik gevangen zat tussen twee onderscheidende identiteiten, en ik was vastbesloten om evenwicht en perfecte afstemming tussen hen te bereiken. Tijdens mijn onderzoek naar verhuizingen en het soort voorwerpen dat mensen meenemen om een nieuwe plek als thuis te laten voelen, ontdekte ik een veelgebruikt antwoord: 'Textiel'. Dit besef bracht me ertoe de overeenkomsten op te merken tussen mijn inheemse cultuur en de betekenis van textiel in de Perzische samenleving. De traditie van Perzische tapijten omvat duizenden jaren, met deze ingewikkeld vervaardigde meesterwerken die volledig met de hand zijn gemaakt door nauwgezette weef- en knooptechnieken. Met name Iran is bekend geworden als de bewaarder van deze oude kunstvorm, zowel bekend als Perzische tapijten als magische tapijten. Elk facet van deze tapijten is gemaakt met veel aandacht voor detail, waarbij elk element doordrenkt is met een verborgen betekenis die, eenmaal ontcijferd, een duidelijk verhaal onthult. Daarom vond ik het Perzisch tapijt als een boeiende metafoor om uit te drukken wie ik ben en daarmee het verhaal van mijn leven te vertellen. Naargelang mijn onderzoek vorderde, merkte ik dat ik buiten de muren van huizen werd getrokken. Tapijt weven en architectuur hebben in Iran een lange en diepe relatie met elkaar. Deze relatie wordt weerspiegeld in de traditionele ontwerpen, motieven en symbolen die in beide gebieden worden gebruikt. Ik raakte gefascineerd door de binnentuinen van traditionele huizen en de levendige flora van stadstuinen. De term "Hayat" vertaalt zich naar "ommuurde tuin", en de binnenplaats is typisch een vierkante of rechthoekige open ruimte, begrensd door kamers en gangen. Met kamers die aan een of meer zijden zijn gebouwd, ontstaat er een enorme ruimte zonder dak, die wordt beschouwd als het hart en het centrum van het huis. Hoewel het Hayat-gebied niet noodzakelijkerwijs in het geometrische middelpunt van een huis ligt, is het een cruciale ruimte voor het uitvoeren van verschillende activiteiten en het verbinden van verschillende delen van het huis. Hierna wordt het verder uitgezoomd en naar de stadstuinen gekeken. Het Iraanse tapijt is als een luchtfoto van een tuin, waardoor de kijker een transcendentale visie ervaart die goddelijk inzicht biedt. Het streven van de mens naar een aards paradijs wordt belichaamd door deze tuinen. Zij bevatten drie essentiële elementen: ingang, water en paviljoen. Nadat ik me had laten inspireren door het culturele en ruimtelijke belang van tuinen en tapijten, verdiepte ik me in gedegen onderzoek. Het resultaat was een gepersonaliseerde ruimtelijke installatie die mijn levensverhaal vertelde. Mijn ontwerp heeft drie verschillende interpretaties. De eerste is geworteld in de tapijten die ik heb gebruikt en roept gevoelens op van comfort en stabiliteit die ik in mijn reis zocht. De tweede is verbonden met de stadstuinen die in het ontwerp zijn opgenomen en die de dynamische en altijd veranderende aard van het leven vertegenwoordigen. De derde en laatste interpretatie is dat de hele installatie wordt gezien als een eindeloos lang symbolisch huis, waarin ik mentaal aanwezig ben.
Meer lezen

Reframing Security in the Age of CLIMATE REfugees, A Comparative Study of Syria and Bangladesh Through Security Perspectives

Universiteit Gent
2025
ilkay
kesebir
This thesis examines how climate change reshapes security and mobility by comparing two distinct pathways of climate-related displacement: rapid-onset drought and agricultural collapse in Syria, and slow-onset sea-level rise and salinization in Bangladesh. Building on Environmental Security, Human Security, and Securitization Theory, the study argues that these frameworks illuminate important mechanisms—such as climate change as a “threat multiplier” and the political construction of (in)security—but remain limited by state- and anthropocentric assumptions. To address these limits, the thesis advances a Green Theory–informed perspective that centers ecological integrity and climate justice as core security referents. Methodologically, the research employs a comparative case design with process-tracing and pattern-matching across secondary data (peer-reviewed studies, attribution science, displacement statistics, and policy reports). The Syria case links multi-year drought, rural–urban migration, and governance failures to heightened social unrest and onward displacement. The Bangladesh case shows how chronic inundation, salinity intrusion, and livelihood erosion generate primarily internal, incremental mobility with long-term human security risks. Cross-case synthesis demonstrates convergent vulnerabilities (exposure, adaptive capacity, and institutional response) alongside divergent temporal dynamics and policy needs. The thesis contributes in two ways: empirically, by integrating visual and quantitative evidence on climate impacts and mobility patterns across contrasting contexts; and normatively, by proposing elements of a sui generis protection regime for climatedisplaced persons (eligibility criteria for planned relocation, responsibility-sharing formula, and dedicated financing and monitoring). Overall, it reframes security in the Anthropocene toward ecocentric and justice-oriented protection that better aligns with the lived realities of climate-affected populations.
Meer lezen

Meer-Dan-Menselijk Ontwerp: zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Merel
Dessent
  • Estée
    Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Dilara
    Ayvaz
  • Lore
    Gijsenberg
  • Jitte
    Jansen
Deze masterscriptie verkent hoe architecturaal ontwerp zich kan
verhouden tot een ‘more-than-human’-perspectief, waarbij niet alleen de mens,
maar ook andere levende en niet-levende entiteiten zoals dieren, planten, water,
bodem en energie als actoren in het ontwerp worden beschouwd. Vanuit een
kritische reflectie op het antropoceen en de ecologische crisis, onderzoeken we hoe
ontwerppraktijken kunnen bijdragen aan een wederkerige relatie tussen mens en de
meer-dan-menselijke wereld. Deze benadering wordt theoretisch onderbouwd aan
de hand van posthumanistische en ecologisch-filosofische kaders, zoals Haraway
en Latour, en vertaald naar ruimtelijke praktijken in de context van Zwartberg,
Genk. Door middel van zes ontwerpend-onderzoekende exploraties brengen we
verschillende manieren in kaart waarop verbondenheid met natuur, water, dieren
en energie ruimtelijk versterkt kan worden. De scriptie pleit voor een relationele en
zorgzame ontwerppraktijk, waarin menselijke en niet-menselijke noden in samenhang
worden benaderd. Zo beoogt deze scriptie bij te dragen aan een ecologisch en ethisch
bewustzijn binnen de ruimtelijke disciplines en aan nieuwe vormen van samenleven
in een gedeeld leefmilieu.
Meer lezen

Van literatuur naar audiodescriptie: een verkennend onderzoek naar de toepassing van embodied cognition-theorieën in AD

Universiteit Antwerpen
2025
Steven
Baars
  • Ajshe
    Gashi
Audiodescriptie (AD) maakt audiovisuele content toegankelijk voor blinden en slechtzienden middels een aanvullend audiospoor dat visuele stimuli verbaliseert. Daarbij staat het tweeledige doel van begrip en beleving centraal. Binnen het domein van AD voeren theoretici echter een discussie of dit doel het beste kan worden bereikt met een objectieve AD enerzijds of een subjectieve AD anderzijds. Het theoretisch kader hieromtrent wees uit dat er hierop geen eenduidig antwoord bestaat en dat er veel terminologische discrepantie en inconsistentie heerst. Het debat markeerde ook de opkomst van alternatieve AD-benaderingen, waarbij AD wordt gezien als een continuüm of functionele benadering. In een poging dit debat meer richting te geven, voorziet deze scriptie eveneens een theoretisch kader voor diverse embodied cognition-theorieën waarbij filmkijken, lezen en luisteren worden beschouwd als lichamelijke activiteiten. Aan de hand van deze theorieën probeert deze scriptie een antwoord te bieden op de centrale onderzoeksvraag: “Kunnen de theorieën van embodied spectatorship, embodied cognition, embodied reading en embodied listening in theorie de keuze motiveren voor een objectieve AD enerzijds of een subjectieve AD anderzijds opdat het AD-doelpubliek een immersievere beleving heeft?”. Uit de literatuur blijkt dat AD als vorm van literatuur gebruik kan maken van embodied writing-strategieën zoals actie- en emotiewoorden, impliciete beschrijvingen van emoties aan de hand van interne en externe fysiologische reacties, zintuiglijke metaforen, embodied metaphors gebaseerd op tactiele en olfactorische eigenschappen, bijwoorden van wijze, troponiemen en het ik-vertelperspectief. Een casestudy van AD-fragmenten uit drie Vlaamse fictie- en dramaseries, Tabula Rasa (Netflix), Arcadia (Earcatch) en Knokke Off (VRTmax) toonde ten eerste aan dat bijna de helft van de AD-fragmenten visueel-semantisch zijn. Ten tweede wees het onderzoek uit dat de AD-fragmenten vooral actiewoorden, bijwoorden van wijze en verwijzingen naar het lichaam bevatten als embodied writing-strategieën. Ten derde werd er geen significante correlatie gevonden tussen de AD-stijlen en het aantal gebruikte embodied writing-strategieën. De scriptie stelt daarom voor om de dichotomische kijk op AD los te laten en AD-strategieën te ontwikkelen op basis van het gewenste AD-doel.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket

Hogeschool VIVES
2025
Jitske
Van Steenlandt
In mijn bachelorproef “Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket voor de tweede graad godsdienstonderwijs” onderzocht ik hoe jongeren bewust kunnen leren omgaan met de ethische grenzen van artificiële intelligentie. Uit mijn onderzoek bij leerkrachten en leerlingen bleek dat er grote interesse is in AI-ethiek, maar dat er weinig geschikt lesmateriaal bestaat. Daarom ontwikkelde ik een lessenpakket en ontwierp ik het bordspel Tussen Mens en Machine. Met dit spel denken leerlingen op een speelse manier na over morele dilemma’s, zoals: Mag een zelfrijdende auto kiezen wie overleeft? of Is AI altijd eerlijk? Het project wil jongeren leren kritisch omgaan met technologie en hen laten ontdekken dat AI niet enkel slim, maar ook menselijk doordacht moet zijn.
Meer lezen

Erfgoediseren van digitale cultuur: door musea en andere erfgoedinstellingen

KU Leuven
2025
Floor
Arnauts
Digitale cultuur ontwikkelt zich in een ongekend tempo en wordt gekenmerkt door zowel overvloed als kwetsbaarheid. De vluchtigheid van digitale creaties, van interactieve installaties tot websites, sociale mediaplatformen en andere databestanden, stelt musea en erfgoedinstellingen voor fundamentele vragen. Hoe kan born-digital erfgoed worden geïdentificeerd als cultureel waardevol, duurzaam worden vastgelegd en vervolgens toegankelijk en betekenisvol worden gepresenteerd? Dit onderzoek benadert deze uitdaging vanuit het proces van erfgoedisering, waarbij de vier kernfuncties waarderen, verzamelen, bewaren en presenteren centraal staan. In de digitale context blijken deze functies niet los van elkaar te opereren, maar voortdurend op elkaar in te grijpen. Door middel van beleidsanalyse, theoretische kaders en casestudies van Vlaamse erfgoedinstellingen, waaronder Design Museum Gent, Amsab, de Hendrik Conscience Bibliotheek en KADOC, wordt zichtbaar hoe technische, juridische en beleidsmatige drempels een structurele inbedding van born-digital erfgoed bemoeilijken. Tegelijkertijd tonen innovatieve praktijken aan dat interdisciplinariteit, het gebruik van open standaarden en samenwerking met makers en publiek effectieve strategieën kunnen opleveren. De bevindingen wijzen erop dat een geïntegreerde en structureel verankerde aanpak onontbeerlijk is om digitale cultuur niet alleen te bewaren, maar ook haar betekenis te behouden voor toekomstige generaties.
Meer lezen

De ontwikkeling van zelfbesef in een creatieve omgeving tijdens de prehistorie: De Venus van Dolní Věstonice bekeken vanuit een material engagement perspectief

Vrije Universiteit Brussel
2025
Anna
Neyens
Deze thesis onderzoekt hoe de Material Engagement Theory (MET) zoals ontwikkeld door L. Malafouris, een vernieuwend perspectief kan bieden op de ontwikkeling van het zelf door de analyse van de prehistorische figurines uit Dolní Věstonice, in het bijzonder de zogenaamde Venus I. In tegenstelling tot traditionele, representatie-gebaseerde
interpretaties, die vaak gekenmerkt worden door androcentrisme en een teleologische lezing van symboliek, wordt in dit onderzoek de figurine benaderd als resultaat van een dynamisch interactieproces tussen maker en materiaal. Door toepassing van de MET in combinatie met de chaîne opératoire benadering, wordt niet alleen het fabricatieproces onderzocht, maar ook de cognitieve implicaties die daaruit voortvloeien. Centraal daarbij staat de vraag hoe het fabricatieproces van deze objecten bijdraagt aan de ontwikkeling van zelfbewustzijn en persoonlijke identiteit in de prehistorie. De cognitieve archeologie houdt zich bezig met de evolutie van het menselijk denken. Vaak is
deze discipline, net zoals ander takken van de archeologie, lange tijd beïnvloed geweest door een dualistisch wereldbeeld waarin geest en lichaam als gescheiden entiteiten werden gezien. Malafouris stelt in zijn MET dat cognitie niet beperkt is tot de hersenen, maar zich uitstrekt over het hele lichaam en materiële omgeving. Volgens deze theorie ontstaat agency en betekenis in interactie tussen materiaal en maker, in plaats van in een mentale, vooraf bepaalde sfeer. Dit biedt een krachtig alternatief voor de meer statische, representatiegerichte interpretaties van prehistorische artefacten.
Om deze theorie toe te passen op een concreet voorbeeld, is gekozen voor de Venusfigurine van Dolní Věstonice. Deze figurine behoort tot de iconische categorie van Venusfigurines, die vaak gepresenteerd worden als symbool of godin van vrouwelijkheid, vruchtbaarheid of moederschap. Deze interpretaties gaan vaak voorbij aan het productieproces, aan de volledige assemblage van figurines op de site en aan de context waarin ze vervaardigd zijn. Door het representatieparadigma te verlaten, wordt ruimte gecreëerd voor een alternatieve benadering waarin niet de betekenis van het object centraal staat, maar het proces dat tot de creatie heeft geleid en de cognitieve implicaties die daarin besloten liggen.
De chaîne opératoire benadering biedt een methode om het fabricatieproces van objecten te reconstrueren. Wanneer deze benadering gecombineerd wordt met de MET, ontstaat een analytische lens die net alleen zicht biedt op de technische handelingen, maar ook op de cognitieve structuren die zich via die handelingen ontwikkelen. De analyse van Venus I toont aan dat er geen sprake is van een mental template die simpelweg werd uitgevoerd. In plaats daarvan ontwikkelde de figurine zich in samenspel tussen hand, klei, ervaring en omgeving. Dit wordt beargumenteerd door de aanwezigheid van veel creativiteit en experimenteel gedrag met de löss pasta, zichtbaar in het assemblage. Dit impliceert dat het proces zelf vormend was voor het denken en het zelfbewustzijn van de maker. Vanuit dit perspectief kan het maakproces beschouwd worden als een vorm van creative thinging, waarbij cognitie en materiaal onlosmakelijk verbonden zijn. Tijdens deze handeling ontstaat betekenis niet vooraf, maar in de interactie zelf. Het is juist deze materiële interactie die fundamenteel bijdraagt aan de ontwikkeling van het zelf: door met en door het materiaal te denken, vormt de maker niet alleen een object, maar ook een evoluerend besef van zichzelf.
Tegelijkertijd wordt de materiële wereld uitgebreid met nieuwe vormen en artefacten, die op hun beurt weer nieuwe mogelijkheden creëren en verdere creatieve exploratie.
Deze dynamiek is niet lineair, maar voortdurend en wederkerig: elke creatie opent nieuwe wegen voor nieuwe creaties, zowel op cognitief als materieel vlak. Dit beschrijft Malafouris door het acroniem STRANGE: Situated, TRANsactional, GEnesis. De vorming van het zelf door creative thinging is een voortdurend proces (genesis) waarbij maker en object samen gevormd worden (transactional) in de geleefde tijd en ruimte (situated). Het zelf ontwikkelt zich hier door materiële interactie. Tijdens het maken van de figurine Venus I, ontwikkelt de maker niet alleen een object, maar vormt hij of zij tegelijkertijd een ontwikkelend besef van zichzelf.
Dit proces van zelfvorming is nauw verbonden met wat Malafouris beschrijft als de overgang van noëtisch naar autonoëtisch bewustzijn. Waar het eerste verwijst naar het basisbewustzijn van objecten en handelingen, wijst het tweede op het vermogen om na te denken over het zelf in tijd en ruimte, het is een narratief zelfbewustzijn. De figurines tonen aan dat dit niveau van zelfbewustzijn zich reeds in de prehistorie begon te vormen, niet als abstract fenomeen, maar als materieel verankerd creatief proces. De figurine van Dolní Věstonice kan in dit licht geïnterpreteerd worden als een teken van het zelf: het is een artefact dat bijdraagt aan de vorming van het bewustzijn. Het behoort tot de zogenaamde self-semiotic artifacts.
Deze alternatieve benadering heeft belangrijke implicaties voor de interpretatie van
Venusfigurines in het algemeen. Door de focus te verleggen van vorm en symbool naar proces en interactie, worden oude denkkaders doorbroken. Het representatie-discours, dat vaak gepaard gaat met androcentrische interpretaties, verliest zijn vanzelfsprekendheid. In plaats van te vragen wat de figurine voorstelt, wordt de focus verlegd naar wat het productieproces betekent voor de cognitie van degene die dit maakte. Dit vormt een fundamenteel verschillende vorm van kijken, die ook een meer genderarcheologische en contextuele benadering mogelijk maakt. Bovendien biedt deze studie een opening naar nieuwe manieren van interdisciplinair onderzoek.
De parallellen tussen het prehistorisch maakproces en ambachten doorheen de tijd of
hedendaagse artistieke praktijken, zoals het onderzoek van kunstenaar en cognitief archeoloog Paul March, suggereren dat deze manier van denken niet enkel archeologisch relevant is, maar ook toepasbaar op hedendaagse mens-materiaal-relaties. Creatie in vervormbare pasta, zoals klei, kan doorheen de tijd een constante bron van zelfontwikkeling zijn. Ook de notie van klei als oerstof in scheppingsmythen over de hele wereld bevestigt dit verband tussen materiaal en mens.
Hoewel de MET veel theoretisch potentieel biedt, blijft de concrete toepassing ervan in
archeologische casussen schaars. Deze studie pleit ervoor om de MET niet alleen te blijven ontwikkelen als filosofisch model, maar ook als praktisch onderzoeksinstrument. De combinatie met de chaîne opératoire is hierin een veelbelovende richting: ze maakt het mogelijk om handeling, ervaring en cognitie te traceren via materiële sporen.
Meer lezen

Political connections, corruption and road traffic safety: a Russian case study

Universiteit Gent
2025
Seppe
Van Den Berge
Een onzichtbaar sociaal mechanisme kwam aan het licht. Dat was geen evidente opdracht, want de gegevens om nepotisme of vriendjespolitiek aan te tonen zijn schaars, van wisselende kwaliteit en bovendien gevoelig. Toch leveren grote, ongefilterde datasets onverwachte schatten op. In mijn datagedreven thesis gebruik ik Russische cijfers om nepotistische effecten op te sporen in een nieuw domein: het verkeer. Een terrein dat tot nu toe grotendeels buiten het onderzoek naar nepotisme bleef, dat zich vooral op de arbeidsmarkt richtte.
Meer lezen

De Metamorfose van Zwartberg: Een Industrieel Landschap in Beweging

Universiteit Hasselt
2025
Robine
Lemmens
De voormalige mijnsite van Zwartberg kent een rijke gelaagde geschiedenis. Van een heidelandschap, naar een mijsite, tot een industrieterrein. Vandaag is het gebied geëvolueerd tot een anonieme gefragmenteerde plek. Mijn project wil identiteit en verbondenheid herstellen, vertrekkend vanuit het idee van voortdurende verandering. Via een flexibele, modulaire structuur die inspeelt op de noden van de gemeenschap, ontstaat ruimte voor diverse functies: winkels, bedrijven, recreatie en verblijf. Deze structuur groeit mee met de transitie van industrie naar natuur en weerspiegelt de vergankelijkheid van het landschap. Het masterplan stelt een clustering van functies voor. Oude industriegebouwen maken plaats voor zones met halfopen binnengebieden, ingericht voor zachte circulatie en rust. Met inheemse beplanting, water en heidefragmenten ontstaan plekken van ontmoeting en verstilling. Het contrast tussen bedrijvigheid en rustplekken creëert gelaagdheid en karakter. Zo krijgt deze generieke plek opnieuw betekenis in een toekomstgerichte visie
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

Rubens' portretkunst als spiegel voor zijn interesse in fysiognomie

Universiteit Gent
2025
Mariette
Van Gysegem
Mijn onderzoek bekijkt de portretpraktijk van Peter Paul Rubens vanuit een fysiognomische lens. Vooraleer dit denkkader kan toegepast worden op zijn oeuvre, wordt Rubens' fascinatie voor fysiognomie in zijn culturele context bekeken. Het vertrekt vanuit de oorsprong en ontwikkeling van het gedachtegoed om zo het belang in de leefwereld van Rubens te contextualiseren. Vervolgens onderzoekt het de connectie tussen fysiognomie en de vroegmoderne kunstpraktijk. Hierna wordt ingezoomd op Rubens' aantoonbare interesse in het onderwerp als vereiste voor het gebruik van een fysiognomische lens.

Daarna wordt het fysiognomisch denkkader toegepast op case-studies binnen zijn oeuvre. Hierbij richt de beeldanalyse zich op vorm, kleur en textuur, aangezien bestaand onderzoek vaak enkel naar vorm keek. Voor de karaktertypologie werden primaire zeventiende-eeuwse fysiognomische traktaten bestudeerd en zo de typerende elementen van verschillende karaktertypes geïdentificeerd om ze toe te passen op de case-studies. De afbakening tot portretkunst is een logisch gevolg van het gezicht als primaire plek voor de fysiognomische lezing. Binnen zijn portretten wordt gefocust op familieportretten en kopieën naar oude meesters aangezien hij bij deze genres het meeste vrijheid had om te experimenteren.

Voor deze analyse werd een methodologie ontwikkeld die vertrekt vanuit het uitgangspunt van de fysiognomie, waarbij het uiterlijk en het innerlijk van een persoon onlosmakelijk verbonden zijn. Het onderzoek bekijkt deze connectie in twee richtingen. Ten eerste worden familieportretten geanalyseerd om te onderzoeken in hoeverre het innerlijk iets zegt over het uiterlijk, met het sanguinische temperament als uitgangspunt, omdat dit karaktertype als positief en zeldzaam werd beschouwd en Rubens vermoedelijk warme genegenheid voor zijn familieleden voelde. Ten tweede worden zijn kopieën naar oude meesters bestudeerd om de omgekeerde richting te ondervragen. Het uitgangspunt is de beeldanalyse van visuele aanpassingen die Rubens doorvoert in zijn kopie ten opzichte van het origineel. Vervolgens wordt gekeken of deze aansluiten bij de representatie van een specifiek innerlijk karakter.

De analyse toont hoe Rubens systematisch ronde vormen, roodheid en glanzende huidaccenten gebruikte, kenmerken die overeenstemmen met het sanguinische temperament, dat in zijn tijd overwegend positief gewaardeerd werd. Hierdoor creëerde Rubens een fysiognomisch ideaaltype dat functioneerde binnen de beeldcommunicatie met zijn publiek. Dit onderzoek vult een lacune in de bestaande literatuur, die vaak enkel de passies en niet de fysiognomie in Rubens’ werk behandelde. Bovendien wordt dit gedachtegoed nooit bekeken zij-aan-zij met het effectieve kunstwerk, hoewel deze combinatie cruciaal is. Het besluit dat Rubens’ intellectuele fascinatie voor fysiognomie niet enkel een persoonlijke interesse was, maar een diep ingebed cultureel referentiekader dat zijn portretkunst beïnvloedde.

Deze studie opent de weg om Rubens’ intellectuele interesses concreet te verbinden met zijn oeuvre en suggereert verdere uitbreiding via technische beeldanalyses zoals kleuranalyse en reflectografie. Daarnaast vormt ze een vertrekpunt om ook andere categorieën binnen zijn portretkunst, zoals de keizerportretten, door een fysiognomische lens te bestuderen. Verdere analyses kunnen nagaan hoe andere temperamenten werden verbeeld en in welke mate Rubens’ leerlingen en tijdgenoten dit gedachtegoed overnamen of er eigen invullingen aan gaven.
Meer lezen

Probabilistic geotechnical calculations of dikes

Universiteit Gent
2025
Thibo
Verstrynge
Traditionele geotechnische ontwerpmethoden in België zijn in hoofdzaak gebaseerd op deterministische of semi-probabilistische benaderingen. Deze leiden vaak tot conservatieve schattingen die de inherente variabiliteit van het bodemgedrag slechts beperkt weerspiegelen. In deze thesis wordt de praktische toepassing van volledig probabilistische geotechnische berekeningen onderzocht, met specifieke aandacht voor het voorspellen van dijkzettingen.

Het onderzoek richt zich op het project voor dijkversterking te Groot Schoor (Bornem), dat deel uitmaakt van het bredere Vlaamse Sigmaplan voor waterveiligheid. Hierbij wordt uitgebreide veld- en laboratoriumdata geïntegreerd met geavanceerde probabilistische methoden.

Een omvattende methodologie wordt ontwikkeld, waarin PLAXIS 2D eindige-elementenmodellering wordt gecombineerd met Python-gebaseerde automatisering en probabilistische berekeningen. Via een sensitiviteitsanalyse worden de belangrijkste bodemparameters geïdentificeerd en gemodelleerd als stochastische variabelen, gebaseerd op kansverdelingen afgeleid uit CPT(u)-gegevens en laboratoriumproeven. Latin hypercube sampling wordt toegepast om representatieve inputsets te genereren, terwijl een response-surface model, getraind op een beperkt aantal PLAXIS-simulaties, een grootschalige probabilistische analyse mogelijk maakt. Bayesian updating, geïmplementeerd via de Markov Chain Monte Carlo-methode, verfijnt de probabilistische voorspellingen door de integratie van werkelijke zettingsmetingen uit de monitorcampagne.

De resultaten tonen aan dat probabilistische methoden niet alleen de variabiliteit en onzekerheid van zettingsgedrag accurater weergeven dan deterministische benaderingen, maar tevens waardevolle inzichten verschaffen in parametersensitiviteit en modelrobuustheid. Deze studie bevestigt de haalbaarheid en de voordelen van het structureel integreren van probabilistische technieken in geotechnisch ontwerp, wat de weg opent naar betrouwbaardere en kostenefficiëntere infrastructuurontwikkeling, evenals data-gestuurde besluitvorming.
Meer lezen

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

Pilgrimage Reconfigured: Vision 2030, Religious Tourism, and the Shifting Imaginaries of Flemish Muslims

Universiteit Gent
2025
Amina
Bouslah
Voor veel Vlaamse moslims is het een levensdoel om de Hajj of Umrah ondernemen naar Mekka en Medina. Eeuwenlang draaide die reis uitsluitend om spiritualiteit en verbondenheid met God. Maar sinds Saudi-Arabië in 2016 Vision 2030 lanceerde, verandert ook de manier waarop pelgrims hun reis ervaren.

In mijn onderzoek sprak ik met 125 Vlaamse moslims en deed ik aanvullende interviews. Hun verhalen tonen een dubbel beeld. Enerzijds blijft de pelgrimage een diep religieuze ervaring. Anderzijds krijgen pelgrims steeds meer te maken met moderne infrastructuur, apps zoals Nusuk en een overheid die zichzelf via sociale media als toeristische topbestemming in de markt zet.

Dat leidt tot nieuwe inzichten én spanningen. Veel pelgrims waarderen het comfort en de efficiëntie, maar anderen maken zich zorgen over de commercialisering rond de heilige plaatsen, de zichtbare armoede buiten de pelgrimszones en de rol van migrantenarbeid. Ook politiek weegt mee, sommigen ervaren ongemak over Saudi-Arabië’s internationale positie.

Mijn studie toont hoe Vision 2030 de bedevaart hertekent tot meer dan een spirituele reis. Het wordt ook een verhaal van toerisme, modernisering en geopolitiek.
Meer lezen

De representatie van transmannen in pornografie - een focusgroepstudie

Universiteit Gent
2025
Odamé
Blommaert
Het onderwerp van seksualiteitsbeleving bij volwassen transgender en gender diverse (TGD) personen is ernstig onderbelicht in de wetenschappelijke literatuur. TGD personen zijn vaak protagonisten in seksueel expliciet materiaal, maar hun ervaringen met en noden op vlak van gender divers materiaal zijn zelden geëxploreerd. Deze masterproef voerde een focusgroepstudie uit alsook drie individuele interviews met transmannen die zich in een beslissingsproces rond genitale chirurgie bevinden. We wensten te onderzoeken of beschikbare genderdiverse kanalen voor seksueel expliciet materiaal, hier Himeros.tv, een exploratie kon bieden, wat potentieel kan bijdragen in het ontwikkelen van een sekspositief zelfbeeld. Hiernaast wilden we te weten komen of dit op zijn beurt een effect heeft op het beslissingsproces rond genitale chirurgie. Vanuit de data werden er 3 overkoepelende thema’s gevonden: 1) De functies van pornografie, 2) Het effect op seksualiteit en transitie en 3) De representatie van transmannen. De resultaten toonden over het algemeen dat Himeros.tv een respectvoller, realistischer en diverser alternatief bood in tegenstelling tot mainstream pornografie waar TGD personen vaak gerepresenteerd worden aan de hand van stereotiepe, fetisjerende en objectiverende beelden en verhaallijnen. Door de nadruk op intimiteit, consent en plezier, alsook een minder expliciete focus op de geslachtsdelen, droeg Himeros.tv in zekere mate bij aan de exploratie en de ontwikkeling van een sekspositief zelfbeeld. Tegelijkertijd waren er enkele kritische bedenkingen aanwezig, zoals onder andere de stereotiepe representatie van translichamen (vooral na een borstoperatie, en voor een genitale chirurgie), de beperkte diversiteit in lichamen en de doelgroepgerichtheid op homo- en biseksuele mannen. Hierdoor voelden niet alle deelnemers zich gerepresenteerd in de video’s van Himeros.tv. Daarnaast speelde TGD pornografie voor velen een rol in het beslissingsproces rond genitale chirurgie, met name als visuele en laagdrempelige informatiebron over translichamen na een geslachtsoperatie in een seksuele context. Dit kon helpen om de chirurgische opties af te wegen, het idee te versterken dat een bevredigend seksleven zonder chirurgie mogelijk is en om alternatieve narratieven te bieden in het seksuele leven als TGD persoon. De impact hiervan verschilde sterk per individu en was afhankelijk van de fase in de transitie, persoonlijke behoeften binnen pornografie en het vermogen om de beelden kritisch te interpreteren.
Meer lezen

Bipolair op ons scherm

Arteveldehogeschool Gent
2025
Marieke
Devoghel
  • Lotte
    Plessers
  • Héloïse
    Deridder
Onze bachelorproef gaat over hoe fictie het beeld over bipolariteit beïnvloedt. 1 op 20 Vlamingen heeft een bipolaire stoornis, en de stoornis kreeg de laatste jaren veel aandacht omwille van de razend populaire Vlaamse serie 'Knokke Off'. Vertrekkende vanuit de reeks en het bipolaire personage Louise, vertolkt door Pommelien Thijs, werpt deze multimediale bachelorproef een licht op de rol van fictie in beelvorming rond bipolariteit. Er werd gesproken met mensen die zelf een bipolaire stoornis hebben, de maker van 'Knokke Off' en enkele experten rond beeldvorming en de stoornis zelf.
Meer lezen

Investor protection in ESG ratings: A law and economics approach

KU Leuven
2025
Aline
Soenen
Duurzaamheid speelt vandaag de dag een sleutelrol in de financiële wereld, en roept tegelijk veel vragen op. ESG-ratings worden steeds vaker gebruikt door investeerders, terwijl de betrouwbaarheid en de transparantie ervan niet altijd gegarandeerd zijn. Deze masterthesis analyseert de agency kosten in verband met ESG-ratings. Daarnaast wordt de recente Europese regulering onder de loep genomen om te evalueren of deze adequaat is voor het aanpakken van de huidige uitdagingen, met nadruk op beleggersbescherming. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen in het proces.
Meer lezen

Patient-Specific CFD Simulations of Side-Hole Catheters for Transarterial Liver Cancer Embolisation: Effects of Hole Size and Radial Orientation on Particle Distribution

Universiteit Gent
2025
Marnix
Christiaens
Hepatocellulair carcinoom (HCC) is wereldwijd de derde belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde sterfte. Een beschikbare behandeling is transarteriële radio-embolisatie, waarbij radioactieve microsferen rechtstreeks naar de tumor worden geïnjecteerd. Deze techniek maakt gebruik van de unieke arteriële bloedvoorziening van levertumoren om het therapeutisch effect te versterken, terwijl het omliggende gezonde weefsel wordt gespaard. Het succes van deze behandeling wordt sterk beïnvloed door klinische factoren, waaronder de patiëntspecifieke vaatstructuren van de lever, de injectiesnelheid van de deeltjes en het type katheter. Deze elementen zorgen voor aanzienlijke variatie in de behandelingsuitkomsten.

Deze thesis heeft als doel om de toediening van emboliserende deeltjes te optimaliseren met behulp van computationele stromingsdynamica (CFD), zodat de verdeling van de deeltjes beter overeenkomt met de bloedstroompatronen. Hiervoor wordt een zijgatkatheter ontworpen die deze afstemming moet verbeteren en de invloed van klinische variabelen moet verminderen, wat leidt tot meer voorspelbare resultaten en een betere tumortargeting. In het bijzonder onderzoekt dit werk zowel standaard microkatheters met eindopening (SMC) als zijgatkatheters (SHC) met gesloten voorzijde en verschillende zijgatdiameters.

Met Ansys Discovery werden verschillende kathetergeometrieën ontwikkeld en geïntegreerd in een patiëntspecifiek arterieel levermodel om deeltjestrajecten en stromingsdynamica te simuleren. Een roostergevoeligheidsanalyse werd uitgevoerd om de optimale volumemesh te bepalen. De simulaties omvatten zowel stationaire als transiënte analyses en onderzochten hoe het type katheter, de zijgatdiameter en de oriëntatie van de katheter de verdeling van de deeltjes beïnvloeden.

De resultaten van de in Ansys Discovery ontwikkelde katheters kwamen overeen met de verwachtingen wat betreft deeltjesverspreiding en verdeling. De Discovery-gebaseerde workflow behield de oorspronkelijke anatomie met een oppervlakteafwijking van slechts 0,0003% ten opzichte van het gesegmenteerde model. Belangrijke prestatie-indices zoals de Matching Deviation Index (MDI) en Targeting Deviation Index (TDI) bleken echter afhankelijk van de oriëntatie van de zijgaten. De MDI, die de overeenkomst tussen deeltjesverdeling en bloedstroom weergeeft, toonde aan dat de SHC beter presteerde dan de SMC. SHC’s met kleinere zijgaten (0,2 mm) vertoonden een hogere variabiliteit tussen oriëntaties (2,53%) door de vorming van geconcentreerde injectiestralen dicht bij de arteriewanden. De TDI, die de medische relevantie weerspiegelt door deeltjesverdeling te vergelijken met tumorperfusie, gaf consequent de voorkeur aan SHC’s met grotere zijgaten (0,4 mm). Deze vertoonden minder afhankelijkheid van de oriëntatie (0,89% variabiliteit t.o.v. 2,84%).
Deze bevindingen werden bevestigd in transiënte simulaties, die een twaalfvoudige toename in deeltjesverspreiding lieten zien. Transiënte simulaties leverden over het algemeen lagere MDI- en TDI-waarden op. SHC 0.2 behaalde de beste MDI dankzij de meest uniforme verdeling van de deeltjes, maar dit ging ten koste van de doelgerichtheid, wat resulteerde in de laagste TDI.

Deze thesis toont aan dat het zijgatkatheterontwerp het potentieel heeft om de gevoeligheid voor klinische parameters te verminderen en de behandeling beter te laten aansluiten bij de geplande therapie.
Meer lezen

Wanneer autonomie een kleur krijgt

Universiteit Gent
2025
Pauline
Van de Walle
In mijn masterproef onderzocht ik hoe culturele en raciale vooroordelen de medische besluitvorming beïnvloeden rond vrouwelijke genitale modificaties in België. Via een experiment met videovignetten waarin drie vrouwen, enkel verschillend in huidskleur en religieuze achtergrond, dezelfde vraag stelden om hun binnenste schaamlippen te laten verkleinen, onderzocht ik hoe artsen daarop reageerden. Het onderzoek onthult subtiele maar betekenisvolle verschillen in interpretatie en taalgebruik, afhankelijk van wie de vraag stelt. Terwijl esthetische of medische motieven bij witte vrouwen als legitiem worden beschouwd, worden culturele of religieuze motieven bij niet-westerse vrouwen sneller geassocieerd met “verminking”.
Meer lezen

Een vergeten zijde van de Verlichting? Een kritische analyse van het beeld van de Verlichting in Vlaamse geschiedenishandboeken

Universiteit Gent
2025
Natan
Maes
Deze masterproef onderzoekt in hoeverre recente historiografische en filosofische nuances over de Verlichting weerspiegeld worden in het Vlaamse geschiedenisonderwijs. In de academische literatuur wordt de Verlichting steeds minder als een homogeen en eenduidig fenomeen beschouwd, en er is toenemende aandacht voor de interne spanningen, contradicties en exclusieve aspecten binnen deze intellectuele stroming. Dit onderzoek analyseert of en hoe deze kritische perspectieven doordringen in de onderwijspraktijk, met specifieke aandacht voor de manier waarop verlichtingsdenkers en hun ideeën worden gepresenteerd in geschiedenishandboeken. Finaal betoogt dit onderzoek dat de incorporatie van een genuanceerd narratief over de Verlichting pedagogische voordelen met zich meebrengt inzake het bereiken en behandelen van de eindtermen van de sleutelcompetentie historisch bewustzijn.

De studie combineert een literatuuronderzoek met een handboekanalyse. Vier veelgebruikte Vlaamse geschiedenishandboeken werden geanalyseerd op hun benadering van de Verlichting, nl. de mate waarin zij aandacht besteden aan de diversiteit binnen de beweging en de integratie van recente historiografische inzichten. De resultaten tonen aan dat de handboeken nog grotendeels vasthouden aan een klassiek en lineair vooruitgangsnarratief. Hoewel sommige handboeken, zoals Sapiens, pogingen doen om een kritische en multiperspectivistische benadering te hanteren, blijft de uitwerking hiervan vaak beperkt. Andere handboeken presenteren de Verlichting voornamelijk als een eenduidig succesverhaal zonder diepgaande reflectie op haar interne spanningen en beperkingen.

Deze bevindingen wijzen op het potentieel voor verdere didactische ontwikkeling die een kritische en genuanceerde benadering van de Verlichting binnen het geschiedenisonderwijs bevordert, met duidelijke pedagogische voordelen als resultaat. De studie onderstreept het belang van een lespraktijk die niet alleen oog heeft voor de emancipatorische idealen van de Verlichting, maar ook ruimte maakt voor de schaduwzijden en historiografische discussies. Zo kunnen leerlingen een genuanceerd en historisch onderbouwd beeld ontwikkelen, wat tegelijkertijd bijdraagt aan een rijkere leerervaring en het behalen van de eindtermen.
Meer lezen

De 'HA' van Hegel - De grappige structuur van reflexiviteit binnen Hegels filosofie

Universiteit Gent
2025
Lander
Demonie
Mijn thesis onderzocht hoe we Hegels filosofie kunnen interpreteren als een grappige filosofie. Hiervoor werd er vertrokken vanuit hedendaagse concepties van de grap en de komedie. Deze visies gebruikte ik om twee werken van Hegel te herinterpreteren: de Fenomenologie van de Geest en de Logica. De dynamiek van een grap en een komedie zijn gelijkaardig aan de manier waarop Hegel zijn systeem opbouwt en vertellen iets over de manier waarop Hegel reageert op voorgaande 'ongrappige' denkers - Immanuel Kant als voorbeeld. In deze scriptie werd ook gekeken welke implicaties dat heeft voor het werk van Freud over de grap, en hedendaagse stromingen in de filosofie. Dit toont aan dat het denken van Hegel binnen een psychoanalytisch kader ons kan toelaten om de rol van humor en de grap in de maatschappij te herzien.
Meer lezen