Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

CIRCULAIRE AMBITIES, JURIDISCHE GRENZEN? EEN ANALYSE VAN DE NIEUWE BATTERIJENVERORDENING

Universiteit Gent
2026
Pieter-Jan
Debbaut
Batterijen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Van smartphones tot elektrische wagens: de vraag naar batterijen groeit razendsnel. Toch gaat de productie van batterijen gepaard met aanzienlijke milieuproblemen: voor elke nieuwe batterij zijn zeldzame grondstoffen nodig die via mijnbouw worden gewonnen en afgedankte batterijen bevatten gevaarlijke stoffen. De overgang naar een zogenaamde circulaire economie, waarbij materialen zo lang mogelijk in omloop blijven en afval tot een minimum wordt beperkt, is dan ook een centrale doelstelling van de Europese Unie. Om die overgang te sturen, vaardigde de EU in 2023 een nieuwe Batterijenverordening uit (Verordening (EU) 2023/1542). Deze masterproef onderzoekt in welke mate die verordening daadwerkelijk bijdraagt aan een circulaire batterijwaardeketen en welke juridische en praktische drempels een effectieve uitvoering in de weg staan. Daartoe werd eerst uitvoerig in kaart gebracht wat de EU verstaat onder circulaire economie, hoe dit concept in de loop van de tijd is geëvolueerd en welke juridische principes eruit voortvloeien. Op basis van wetenschappelijke literatuur en EU-beleidsdocumenten werden negen kernelementen van circulariteit omgezet naar concrete juridische toetsingscriteria. Vervolgens werd de Batterijenverordening aan deze criteria getoetst. De conclusie is genuanceerd. De verordening vormt onmiskenbaar een stap vooruit: de verschuiving van een richtlijn naar een rechtstreeks toepasselijke verordening, de introductie van het batterijpaspoort, de verruiming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid naar industriële batterijen en elektrische voertuigen en de invoering van strikte recycling- en terugwinningsdoelstellingen zijn substantiële verbeteringen. Dit beeld werd bevestigd door verkennende interviews met Umicore (een batterijrecycler) en Bebat (een OPV), die de ambities van de verordening principieel ondersteunen. Toch vertoont de verordening ook belangrijke juridische tekortkomingen. Ten eerste worden enkele belangrijke eisen, zoals concrete prestatienormen en maximale koolstofvoetafdrukken, pas later uitgewerkt via uitvoeringsregelgeving. Daardoor weten bedrijven nog niet altijd precies waaraan zij zullen moeten voldoen. Bovendien bestaat het risico dat de circulaire ambitie van de verordening later wordt afgezwakt, afhankelijk van hoe streng die uitvoeringsregels uiteindelijk worden ingevuld. Ten tweede vallen batterijen voor elektrische voertuigen, nochtans de grootste en meest impactvolle categorie, niet onder de verplichting om batterijen verwijderbaar en vervangbaar te maken. Ten derde maakt de verordening hergebruik en herfabricage mogelijk, maar geeft zij deze opties geen juridische voorrang op recyclage. Dat wringt met het uitgangspunt dat producten en materialen zo lang mogelijk op hun hoogste waarde moeten worden behouden. Ten slotte ontbreekt een geharmoniseerd handhavingskader. Lidstaten mogen zelf bepalen welke sancties zij opleggen, waardoor het risico bestaat dat de verordening niet overal in de EU even streng wordt toegepast. Op basis van deze bevindingen worden concrete juridische verbeteringsvoorstellen geformuleerd: het opnemen van minimale materiële drempels in de verordening zelf, de uitbreiding van ontwerpverplichtingen naar EVbatterijen, de invoering van financiële prikkels voor waardebehoudende strategieën en een bindend coördinatiemechanisme met aanverwante EU-wetgeving. Dit onderzoek toont aan dat de Batterijenverordening een ambitieus maar juridisch onvolledig instrument is. De circulaire ambitie is reëel, maar de juridische uitwerking schiet op meerdere punten tekort om die ambitie volledig te verzilveren.
Meer lezen

Investor protection in ESG ratings: A law and economics approach

KU Leuven
2025
Aline
Soenen
Duurzaamheid speelt vandaag de dag een sleutelrol in de financiële wereld, en roept tegelijk veel vragen op. ESG-ratings worden steeds vaker gebruikt door investeerders, terwijl de betrouwbaarheid en de transparantie ervan niet altijd gegarandeerd zijn. Deze masterthesis analyseert de agency kosten in verband met ESG-ratings. Daarnaast wordt de recente Europese regulering onder de loep genomen om te evalueren of deze adequaat is voor het aanpakken van de huidige uitdagingen, met nadruk op beleggersbescherming. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen in het proces.
Meer lezen

The EU Blocking Regulation: Legal protection or illusion? Analysis of the EU Blocking Regulation's effectiveness in achieving its objectives

Universiteit Gent
2025
Hasse
Van Hooreweghe
Deze masterproef onderzoekt of de Europese Blokkeringsverordening (Europese Verordening (EG) nr. 2271/96 van 22 november 1996 zoals geamendeerd door Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/1100 van 6 juni 2018) effectief is in het realiseren van haar twee kerndoelstellingen: (i) het neutraliseren van de effecten van extraterritoriale sanctiewetgeving, en (ii) het beschermen van de belangen van EU-actoren en de EU zelf. Er wordt een kwalitatief juridisch-theoretisch onderzoek gevoerd, dat een doctrinaire en normatieve benadering combineert. Aan de hand van een kritische analyse van wetgeving, rechtspraak, institutionele documenten en rechtsleer worden de bepalingen van de Europese Blokkeringsverordening systematisch onderzocht en geëvalueerd.

Hoodstukken een en twee omvatten de inleiding en de methodologie. Hier wordt de aanleiding van het onderzoek besproken en de relevante juridische en geopolitieke achtergrond van de Europese Blokkeringsverordening meegegeven.

In het derde hoofdstuk wordt er onderzocht hoe het begrip secundaire sancties dient te worden verstaan in het kader van de Europese Blokkeringsverordening. Het analyseert de juridische aard van secundaire sancties aan de hand van de Blokkeringsverordening zelf, de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rechtsleer. Hieruit wordt geconcludeerd dat secundaire sancties maatregelen zijn met een extraterritoriale toepassing, van de sanctieopleggende Staat ten aanzien van een derde Staat en diens economische actoren zonder dat er enige jurisdictionele connectie bestaat.

Het vierde hoofdstuk onderzoekt de eigenlijke effectiviteit van de Europese Blokkeringsverordening door bij alle relevante bepalingen (artikelen 1, 2, 4 5(1), 5(2), 6, 9, 11) een diepgaande inhoudelijke analyse te doen. Elk artikel wordt eerst inhoudelijk besproken, en vervolgens wordt de effectiviteit geëvalueerd aan de hand van twee vragen: 1) Neutraliseert de bepaling de effecten van de secundaire sancties? 2) Beschermt de bepaling de belangen van de EU-operatoren en de EU? Hierbij wordt tevens de rechtspraak van het Hof van Justitie onderzocht, met name de Bank Melli Iran zaak en de IFIC Holding zaak, onder de passende bepaling. De analyse toont onder andere aan dat de Bijlage van de Europese Blokkeringsverordening beperkt is en niet alle extraterritoriale wetgevingen omvat (art. 1), dat de mededelingsplicht leidt tot administratieve lasten en terughoudenheid bij EU-operatoren (art. 2), dat het verbod op naleving van de secundaire sanctie wetgevingen in de Bijlage de EU-operatoren voor een juridische keuze plaats met betrekking tot welke wetgevigen deze zal naleven, etc.

Ten slotte, hoewel de EU Blocking Regulation juridisch gericht is op bescherming en neutralisatie, blijft haar praktische effectiviteit vandaag de dag beperkt. De selectieve toepassing, gebrekkige handhaving, en terughoudendheid van actoren ondermijnen de verwezenlijking van de goedbedoelde doelstellingen.
Meer lezen

De internationale doorgifte van persoonsgegevens van de Europese Unie naar China in de wetgeving en de praktijk

KU Leuven
2025
Arne
Vincken
Sinds 2016 delen miljarden gebruikers op TikTok korte video’s waarin ze aspecten van hun dagelijks leven tonen. De applicatie zorgde echter niet alleen voor een expansie aan creativiteit maar ook voor een enorme verzameling van persoonsgegevens. Zo verzamelt het Chinese moederbedrijf, ByteDance, onder andere locatiegegevens, apparaatgegevens en surfgedrag om de beste video’s aan te bieden.1 Er rees al snel de vraag of de gegevens van gebruikers op het EU- grondgebied wel voldoende beschermd worden wanneer ze naar China worden doorgegeven. Daarnaast overwoog de Verenigde Staten een verbod op TikTok vanwege mogelijke bedreigingen voor de nationale veiligheid.2 Binnen Europa groeit de bezorgdheid dat data die naar China wordt geëxporteerd, kan worden ingezet voor de training van kunstmatige intelligentie, mogelijk met steun van de Chinese overheid. Deze masterscriptie onderzoekt de overdracht van persoonsgegevens van de EU naar China, met TikTok als praktijkvoorbeeld. Wanneer data de EU verlaat, is het cruciaal te bepalen of de rechten van EU-inwoners gewaarborgd blijven onder het wetgevingskader en de praktijk van het derde land. Het EU-recht, zoals vastgelegd in de AVG en ondersteund door de arresten Schrems I en Schrems II, vereist namelijk dat deze rechten worden beschermd. Aangezien China niet geniet van een adequaatheidsbesluit, ligt de focus op standaardcontractbepalingen en het beschermingsniveau onder het Chinese wetgevingskader, waaronder de PIPL. Daarnaast wordt onderzocht hoe TikTok meent een gelijkwaardig beschermingsniveau te bieden, onder meer via hun privacybeleid en standaardcontractbepalingen. Ook wordt nagegaan of de gegevens voldoende beschermd zijn tegen bijvoorbeeld overheidsinmenging. De scriptie toont aan dat juridische en praktische problemen bij gegevensdoorgiften blijven bestaan, mede door gebreken in de Chinese wetgeving en TikTok’s beperkte transparantie en onvoldoende waarborgen in hun standaardcontractbepalingen.
Meer lezen

Human Oversight in EU Data Protection Law: A Study of the GDPR and the AI Act

Vrije Universiteit Brussel
2025
Michaël
Thomas
Deze masterproef onderzoekt de wisselwerking tussen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) en de nieuwe Europese verordening inzake artificiële intelligentie (AI Act) met bijzondere aandacht voor de rol van menselijk toezicht bij geautomatiseerde besluitvorming. Vertrekkend van de centrale onderzoeksvraag hoe de AI Act het kader van de GDPR voor human oversight versterkt of daarvan afwijkt, wordt een doctrinale juridische methode gevolgd. De analyse omvat primaire rechtsbronnen, waaronder de GDPR en de AI Act met hun voorbereidende documenten en relevante rechtspraak van het Hof van Justitie, evenals beleidsrichtsnoeren en academische literatuur.

De studie toont aan dat artikel 22 GDPR, dat het recht biedt om niet te worden onderworpen aan uitsluitend geautomatiseerde besluiten met rechtsgevolgen of een vergelijkbaar significant effect, in de praktijk op aanzienlijke beperkingen stuit. De criteria “uitsluitend geautomatiseerd” en “significant effect” blijken moeilijk toepasbaar en de vereiste van menselijke tussenkomst blijft inhoudelijk vaag. De AI Act introduceert daarentegen een risicogebaseerd regelgevend kader dat voor hoog-risicosystemen proactieve waarborgen oplegt, waaronder specifieke verplichtingen inzake menselijk toezicht die al in de ontwerpfase moeten worden ingebouwd en gedurende de werking van het systeem behouden.

Hoewel de AI Act zo enkele structurele tekortkomingen van de GDPR corrigeert, blijven fundamentele vragen bestaan over de reikwijdte en de effectiviteit van het opgelegde toezicht. Niet alle maatschappelijk risicovolle toepassingen vallen immers onder de hoog-risicocategorie en de wettelijke vereisten voor daadwerkelijke menselijke controle laten ruimte voor interpretatie en voor louter symbolische naleving. De analyse maakt duidelijk dat het juridisch verankeren van een menselijke factor in processen die per definitie niet-menselijk beslissen een hardnekkige spanning blootlegt: het blijft een onoplosbare paradox om menselijk toezicht als waarborg op te leggen in een domein dat precies gekenmerkt wordt door geautomatiseerde systemen.
Meer lezen

Het potentieel van tuinen in de strijd tegen klimaatverandering De rol van het lokale recht en vergunningenbeleid

Universiteit Antwerpen
2025
Matthias
Vangenechten
Deze meesterproef onderzoekt hoe lokale overheden hun stedenbouwkundige verordeningen en hun vergunningenbeleid inzetten om private tuinen klimaatadaptief te reguleren en op welke beperkingen ze stoten. Het onderzoek bestaat uit een klassiek juridisch bronnenonderzoek, een inventarisatie en analyse van alle lokale Vlaamse stedenbouwkundige verordeningen en kwalitatieve interviews met omgevingsdeskundigen uit de Vlaamse centrumsteden. De keuze voor een onderzoek naar private tuinen is welbewust. Ze beslaan in Vlaanderen 12,5% van het grondgebied en hun klimaatadaptieve potentieel is dus aanzienlijk.

Uit de analyse van de lokale stedenbouwkundige verordeningen blijkt dat ze op klimaatadaptief vlak hoofdzakelijk twee doelen nastreven: het beperken van verharding en het beschermen of creëren van groen. Sommige verordeningen leggen een maximale verhardingsgraad op, andere hanteren open criteria of verplichten een bepaald soort verharding. Ze kunnen ook bepalen dat groen moet worden aangeplant of dat bij werken boombeschermingsmaatregelen gelden. Ook verbinden lokale overheden voorwaarden aan het verstrekken van een vergunning zoals het verwijderen van verharding of het planten van een boom.

Er gelden echter drie belangrijke beperkingen. Ten eerste gelden stedenbouwkundige verordeningen alleen bij vergunningsaanvragen. Ten tweede kunnen gemeenten alleen maar voorwaarden met betrekking tot de tuin opleggen bij vergunningaanvragen die gerelateerd zijn aan de tuin. Ten derde kunnen gemeenten geen regels uitvaardigen die in strijd zijn met de hogere Vlaamse regelgeving.

De meesterproef identificeert mede aan de hand van de interviews de bepalingen op Vlaams niveau die contraproductief zijn om het klimaatadaptieve potentieel van tuinen te benutten. Ze maakt ook zichtbaar hoe gemeenten creatief regels en vrijstellingen op Vlaams niveau buiten werking plaatsen om tuinen klimaatadaptief te reguleren. Dit alles heeft echter als gevolg dat er een versnipperde en onduidelijke regelgeving is.

De meesterproef beveelt daarom een Vlaams klimaatadaptief kader op gebied van tuinen. Dat kader houdt in dat de geïdentificeerde contraproductieve bepalingen en vrijstellingen worden afgeschaft en dat er ambitieuze minimumeisen komen op het vlak van de bescherming en ontwikkeling van groen en het beperken van verhardingen. Er moet een zekere bewegingsmarge voor gemeenten blijven. Een stad is nu eenmaal geen plattelandsgemeente. In de praktijk zal dit leiden tot meer uniformiteit en een gewaarborgd klimaatadaptief tuinenbeleid.

Meer lezen

Navigating Post-mortem Genetic Data Protection in the Digital Hereafter: If DNA Decays, Does Privacy Stay?

KU Leuven
2025
Thierry
Torfs
Deze scriptie onderzoekt het juridische landschap rond post-mortem genetische gegevens binnen de Europese Unie (EU) en gaat in op de vraag hoe individuen na hun overlijden controle kunnen houden over hun genetische gegevens. Hoewel de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, GDPR) in de eerste plaats de rechten van levende personen beschermt, zorgt het relationele karakter van genetische gegevens, waarbij genetische informatie over overledenen ook informatie over biologische familieleden kan onthullen, voor unieke uitdagingen voor het beheer van postmortale gegevens.
Het onderzoek analyseert het gefragmenteerde juridische landschap in de EU-lidstaten en benadrukt het gebrek aan geharmoniseerde wetgeving en de daaruit voortvloeiende onzekerheid over de bescherming van postmortale genetische gegevens. Door nationale wetten, EU-richtlijnen en relevante jurisprudentie te bekijken, identificeert het proefschrift hiaten in zowel de wettelijke bescherming als de handhaving.
Het onderzoek maakt gebruik van een gemengde methodologie, waarbij juridisch doctrinair onderzoek, vergelijkende juridische analyse en casestudy's worden gecombineerd om een uitgebreide analyse te bieden. Belangrijke rechterlijke uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) worden geanalyseerd om inzicht te krijgen in de voortdurend evoluerende beginselen rond de bescherming van postmortale genetische gegevens.
Technologische ontwikkelingen, zoals geavanceerde toestemmingsbeheersystemen en privacyversterkende technologieën, worden geëvalueerd op hun potentieel om de controle op postmortale gegevens te verbeteren. De integratie van deze instrumenten in bestaande wettelijke kaders blijft echter onduidelijk. Deze thesis concludeert met de aanbeveling voor een meer coherente Europese aanpak, waarbij juridische verduidelijking, technologische waarborgen en betrokkenheid van belanghebbenden worden gecombineerd om ervoor te zorgen dat genetische privacy postmortaal wordt gerespecteerd.
Meer lezen

Onzichtbaar vast

Karel de Grote Hogeschool
2025
Romy
Litjens
Deze bachelorproef is een kritische analyse van het asielbeleid in Zwitserland en Europa, met focus op de Dublin-verordening en de gevolgen daarvan voor asielzoekers. De tekst is gebaseerd op praktijkervaringen in Zwitserse terugkeercentra en kijkt vooruit naar het EU-Migratiepact dat in 2026 in werking treedt. Ik kijk naar de menselijke impact van het beleid en het belang om nu na te denken over de keuzes die we maken.
Meer lezen

Naar een recht op vrij verkeer voor personen die werden erkend als vluchteling in de EU?

Universiteit Antwerpen
2024
Adeodata
Kanyamihanda
Deze thesis ondezoekt de uitdagingen en mogelijkheden rondom het recht op vrij verkeer voor erkende vluchtelingen binnen de EU. De probleemstelling bevat de beperkingen van de Dublinprocedure, nationale drempels, beperkte mobiliteitsrechten en huidige nationale wetgeving van lidstaten die een overdracht van vluchtelingenstatus mogelijk maakt. De studie analyseert legale migratie voor derdelandsonderdanen in het kader van studies, economische activiteiten en gezinshereniging. Het pleit voor een uniforme vluchtelingenstatus in alle lidstaten, geldig in de hele EU, zodat zij vrij kunnen reizen. Ten slotte wordt er geevauleerd of een recht op vrij verkeer een oplossing biedt voor de tweede asielaanvragen van erkende vluchtelingen.


Meer lezen

'Eene wel ghepoliceerde stadt' Een analyse van de Antwerpse stadsgeboden en hun verband met de vorstelijke ordonnanties, 1585-1622

Universiteit Gent
2024
Brent
Lievens
De opzet van deze scriptie is om te achterhalen met welke thema's het Antwerpse stadsbestuur zich bezig hield in zijn regelgeving tussen 1585 en 1622. De periode na de val van de stad krijgen traditioneel immers minder aandacht dan de 'gouden eeuw' die haar voorafgaat. Na een bespreking van de historische context en een nadere analyse van de gebruikte bron, maak ik een analyse van de thema's die in de regels, ofwel geboden, aan bod komen. Ook het discours in de geboden komt hier aan bod. Tot slot onderzoek ik ook het verband van de lokale regels met de regels die door de vorst werden uitgevaardigd. Op die manier krijgen we een inzicht in de eventuele taakverdeling tussen stad en vorst.
Meer lezen

Partnerrelaties van bepaalde duur: flirten met de grenzen van het Belgisch recht?

Vrije Universiteit Brussel
2024
Jarne
Thiels
Mijn masterthesis onderzocht de mogelijkheden van partnerrelaties van bepaalde duur. Enerzijds het huwelijk en de wettelijke samenwoning van bepaalde duur. Anderzijds huwelijks- en samenlevingsovereenkomsten van bepaalde duur.
Meer lezen

Challenges of SAF production under the requirements of the ReFuelEU aviation initiative

Universiteit Hasselt
2024
ibeth
diaz
De luchtvaartindustrie staat voor aanzienlijke milieuproblemen, waarbij duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAFs) essentieel zijn voor het bereiken van netto nul uitstoot. De EU-verordening ReFuelEU Aviation verplicht een toenemend gebruik van SAF, beginnend bij 2% in 2025 en oplopend tot 70% in 2050. De vijf grootste Europese luchtvaartmaatschappijen—Air France-KLM, EasyJet, IAG, Lufthansa en Ryanair—integreren geleidelijk SAF, moderniseren hun vloten en verkennen groene waterstoftechnologieën. Ondanks inspanningen vormen hoge productiekosten en beperkte capaciteit obstakels. Strategisch management, partnerschappen en regelgeving zijn cruciaal voor de overgang naar een duurzame luchtvaarttoekomst.
Meer lezen

EU asylum and border policies as a determinant of maternal and perinatal health in applicants for international protection: bridging the gap between migration management and health as a human right

Universiteit Gent
2023
Bavo
Hendriks
Europa voert een steeds strenger migratiebeleid en draagt daardoor bij tot ongelijke zwangerschapsuitkomsten bij verzoekers om internationale bescherming. Zorgverleners kunnen zelf het verschil maken in het voorzien van een meer toegankelijke, gecoördineerde en continue zorgverlening door in te zetten op lokale, gemeenschaps- en patiëntgerichte zorginitiatieven.
Meer lezen

BETEKENISVOLLE TRANSPARANTIE BIJ DE TOEPASSING VAN AI-SYSTEMEN EEN ANALYSE VAN DE TRANSPARANTIEVERPLICHTINGEN IN DE ALGEMENE VERORDENING GEGEVENSBESCHERMING EN HET VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING BETREFFENDE ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE

Universiteit Gent
2023
Annelore
Mattart
Deze masterproef analyseert de mate waarin de transparantieverplichtingen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en het Voorstel voor een Verordening betreffende Artificiële Intelligentie (Voorstel) samen betekenisvolle transparantie bieden ten aanzien van de aan het AI-systeem onderworpen personen bij de toepassing van artificiële intelligentie (AI). Deze analyse gebeurt aan de hand van een zelf ontwikkeld transparantiekader, gebaseerd op (en in lijn met) de reeds bestaande academische literatuur hieromtrent. Dit kader wordt op beide wetgevende instrumenten toegepast, op grond waarvan de juridische uitdagingen in de AVG en het Voorstel met betrekking tot het bereiken van betekenisvolle transparantie visueel kunnen worden waargenomen. Uit de integratie van beide transparantiekaders, wordt de mate waarin de AVG en het Voorstel betekenisvolle transparantie bieden ten aanzien van de aan het AI-systeem onderworpen personen, visueel geïllustreerd.
Meer lezen

De digitale nalatenschap: inpassing in het huidige recht of tijd voor wetgevende initiatieven?

Universiteit Gent
2023
Jonas
Monsieur
Een onderzoek naar de digitale nalatenschap. Voornaamste focus van deze masterproef was gericht op de vraag of het Belgisch recht in staat is om over te gaan tot een efficiënte afwikkeling van deze nieuwe nalatenschap. De wetgever lijkt op vandaag verschillende mogelijkheden te hebben om het recht aan te passen.
Meer lezen

Antibioticagebruik bij siervissen, met een focus op de koi karper

Universiteit Gent
2022
Frederique
van den Wildenberg
Onderzoek naar het gebruik van antibiotica bij koi karpers. Er wordt uitgezocht welke antibiotica er zijn, tegen welke ziektes ze werken, maar ook worden er preventieve en alternatieve opties gegeven om de koi kaper gezond te houden en het gebruik van antibiotica te reduceren
Meer lezen

Automatische toetsing van bouwmodellen aan normering met behulp van Linked Data

Universiteit Gent
2022
Emma
Nuyts
Deze scriptie ontwikkelde een methode om feedback te geven op de toegankelijkheid van gebouwprojecten.
Meer lezen

Vluchteling, asielzoeker, migrant, wie ziet door de bomen het bos nog?

Hogeschool PXL
2022
Gwendolien
Wielzen
Deze bachelorproef onderzoekt of door middel van een 5-delige lessenreeks de kennis en de betrokkenheid van leerlingen in de 2de graad vergroot kan worden betreft het thema asiel en migratie.
Uit een verkennend onderzoek bleek dat de leerlingen niet vertrouwd waren met de correcte terminologie van dit thema.
De enquête toonde ook aan dat ze weinig betrokkenheid en inlevingsvermogen met mensen op de vlucht vertoonden.
Door middel van een 5-delige lessenreeks wil ik nagaan of de kennis en de betrokkenheid bij deze groep van mensen op deze manier verhoogd kan worden.
Uit het onderzoek is gebleken dat de kennis van de leerlingen gestegen is maar dat het verhogen van de betrokkenheid niet enorm verhoogd is.
De aanbeveling is dan ook om een fysieke ontmoeting te organiseren tussen de leerlingen en mensen op de vlucht om op deze manier te werken aan het begrip en wederzijds respect.
Meer lezen

Vraagstukken rond privacy: de zoektocht naar een wettelijk kader voor het gebruik van live facial recognition door de geïntegreerde politie in België

Universiteit Gent
2021
Lotte
De Graeve
Enkele problematieken lijken de zoektocht naar een wettelijk kader rond live facial recognition te belemmeren. Deze masterproef onderzoekt wat deze inhouden en formuleert enkele vraagstukken die cruciaal lijken opdat de proportionaliteit en wenselijkheid van de technologie kan worden beoordeeld.
Meer lezen

Bezorgdheden vanuit het oogpunt van data protection-regelgeving – specifiek de Algemene Verordening Gegevensbescherming – in de strijd tegen doping

Vrije Universiteit Brussel
2021
Loni
Riskin
Enerzijds is de strijd tegen doping in de sportwereld enorm actueel en moet men blijven streven naar een eerlijke en zuivere sportbeoefening. Anderzijds gaat er de laatste jaren veel meer aandacht naar de bescherming van persoonsgegevens, ook van de sporter. Een zeer vergaande verzameling, verwerking en uitwisseling van (gevoelige) gegevens van natuurlijke personen, waaronder ook sporters, wordt steeds minder getolereerd en aan de bescherming ervan worden steeds hogere eisen gesteld. Deze scriptie gaat na in welke mate deze twee maatschappelijke tendenzen met elkaar verenigbaar zijn.
Meer lezen

ISIL terrorists and the use of social media platforms. Are offensive and proactive cyber-attacks the solution to the online presence of ISIL?

Universiteit Gent
2021
Océane
Dieu
De huidige samenwerking tussen private sociale media platformen en de overheid om terroristische propaganda neer te halen is onvoldoende. Kan de Belgische overheid door middel van offensieve cyberaanvallen de online aanwezigheid van de Islamitische Staat verminderen?
Meer lezen

Burgerparticipatie in de Europese Unie: De juridische impact van verordening 788/2019 op het ‘Europees burgerinitiatief’

Vrije Universiteit Brussel
2021
Gide
Van Cappel
De recente verandering binnen het Europees burgerinitiatief wordt onderzocht, met name de impact van verordening 788/2019. De focus ligt op de implicaties die deze nieuwe regels hebben voor de artikelen 1,10 en 11 van het verdrag betreffende de Europese Unie. De onderzoeksvraag luidt :

" Slaagt verordening 788/2019 erin om het EBI toegankelijker, gebruiksvriendelijker en minder omslachtig te maken "

In lijn met de onderzoeksvraag zal ook de rol van de Europese commissie onder de loep genomen worden. Hierbij zal er gepeild worden naar de legislatieve rol van de Commissie.
Meer lezen

Roerige kost: waarom we (ons) het lijden verbeelden

KU Leuven
2020
Daphne
de Roo
Minstens zoveel als er geleden is in deze wereld, is er over dit lijden geschreven, gedacht en gedicht. Deze masterproef onderzoekt waarom lijden ons, en onze verbeelding, zo bezighoudt.
Meer lezen

Digitale Controle op Migratie vs. het Recht op Privacy en Gegevensbescherming in België: De toegang tot smartphones en sociale mediaprofielen in Belgische verzoekprocedures om internationale bescherming

Universiteit Gent
2020
Lore
Roels
Deze masterscriptie bewandelt, zoals de titel doet vermoeden, de grens tussen het asielrecht en het privacy- en gegevensbeschermingsrecht. De scriptie gaat meer bepaald op zoek naar het evenwicht tussen het belang van een overheid, bij het bestrijden van misbruik in procedures om internationale bescherming, en het belang van verzoekers om internationale bescherming, bij de uitoefening van hun recht op privacy en gegevensbescherming. Er wordt hierbij gefocust op de recente wetswijziging van de Belgische Vreemdelingenwet (21 november 2017), die het (onder andere) mogelijk maakt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen om zich toegang te verschaffen tot smartphones en sociale mediaprofielen van verzoekers, ter beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming.
Meer lezen

Non-State rules as the applicable law in contracts - Harmonisation of contract law in the European Union

KU Leuven
2019
An-Sofie
Jacobs
Deze masterscriptie, geschreven in het Engels, brengt twee juridische topics samen: de harmonisatie van Europees contractenrecht en het gebruik van niet-statelijke rechtsregels als toepasselijk recht in contracten. Zowel de geschiedenis van harmonisatie, het huidige stand van zaken, als het toekomstperspectief worden kort maar grondig in deze scriptie besproken.
Meer lezen

Gegevensbescherming in mobile wallets

KU Leuven
2019
Johan
Peeters
Ik onderzocht hoe de Europese wetgever omgaat met de privacy-risico's die zich in mobile wallets stellen. Sinds de betalingsdienstenrichtlijn moeten banken de rekeningen van hun klanten openstellen aan Fintechs, die op vraag van hun gebruikers betalingen uitvoeren. Deze wetgeving is echter niet helemaal in overeenstemming met GDPR.
Meer lezen

Toestemming tot seksuele handelingen

Universiteit Gent
2019
Laura
Byn
Deze scriptie introduceert een nieuw toestemmingsbegrip in het seksueel strafrecht. Het stelt strengere vereisten aan de toestemming tot seksuele handelingen opdat deze rechtsgeldig gegeven zou zijn.
Meer lezen

To blockchain or not to blockchain? De opportuniteit van blockchaintechnologie voor controle over persoonsgegevens uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming

KU Leuven
2019
Dylan
Verhulst
De scriptie onderzoekt de opportuniteit van blockchaintechnologie voor de controle door de betrokkene over diens persoonsgegevens in de GDPR.
Meer lezen

Het nut van en mogelijke alternatieven voor de Europese vennootschap (SE) in het kader van grensoverschrijdende samenwerking

HOGENT
2018
Emmy
Tonoli
Op 4 mei 2018 is de Europese vennootschap North Sea Port opgericht door Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports. Meer en meer wordt er grensoverschrijdend samengewerkt tussen vennootschappen uit verschillende EU-lidstaten. Hierbij stelt men onmiddellijk de vraag in welke rechtsvorm dit het best gebeurt. Waarom kozen de havenbedrijven van North Sea Port voor de unieke rechtsvorm, de Europese vennootschap?
Meer lezen

Het profiel van de functionaris voor gegevensbescherming in de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Universiteit Gent
2018
Adriaan
Golsteyn
De scriptie bevat een onderzoek naar het profiel van de functionaris voor gegevensbescherming in de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Het geeft een overzicht van de managementrollen, de verantwoordelijkheden en de kennis van de functionaris voor gegevensbescherming.
Meer lezen