Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mapping and understanding farmers’ responses to gully-induced problems in the Abaya-Chamo Sub-Basin, Southern Ethiopia

KU Leuven
2026
Jeanne
Vandenbrande
Gully erosion threatens the livelihoods of rural farmers by causing direct cropland loss and reducing agricultural productivity. In the Shafe catchment of southern Ethiopia, smallholder farmers facing severe food insecurity have implemented gully interventions (GIs) to counter this land degradation. Yet the spatial distribution of these GIs remains highly uneven. This study investigates which GIs have been implemented, what drives their adoption, and whether this adoption has spread as a diffusion process over time.

To investigate GI adoption, fieldwork was conducted across two rural administrative units in the Shafe catchment. GI presence was mapped for 751 gullies based on field observations and drone surveys. Additionally, a household survey of 178 farmers was conducted, providing socio-economic and perceptual data of the farmers, their plots and their gullies. Variables were tested through univariate screening and logistic regression models. Finally, spatial clustering and spatio-temporal modelling were used to investigate the adoption of GIs over time.

Results indicate that GIs in the Shafe catchment are dominated by loose rock check dams and banana plantations. Conservation and economic motivations drive farmers to combine these interventions, since they promote gully stabilisation through sediment infilling while simultaneously creating additional agricultural opportunities on the gully floor. Field observations identified at least one GI in 18% of mapped gullies, with treated gullies being larger and located closer to roads and settlements.

The household survey, capturing individual farmer decisions across multiple gullies, suggests 48% of farmer-reported gullies have been treated at some point. Farmers across the study area share a broadly similar subsistence-oriented profile. With 88% of the farmers having implemented at least one GI somewhere on their land, motivation is near-universal. The central question is therefore not who adopts, but where: farmers preferentially treat gullies that are accessible, on productive plots close to the homestead, exclusively owned, and perceived as severely impacted. Adoption likelihood is slightly higher for farmers exclusively dependent on agriculture and those with sufficient economic surplus. Predictive models based on spatial variables and socio-economic variables provide a step towards a practical targeting framework.

This study also presents one of the first attempts to diffusion analysis for gully interventions. GI adoption shows significant spatial clustering. A weak but detectable diffusion effect suggesting that farmers are more likely to adopt GI when neighbouring farmers have done so in prior years, pointing to informal knowledge spreading. However, data limitations remain substantial and further research should confirm this with more complete data.
Meer lezen

Tussen-termen: een onderzoek naar de mogelijkheid tot wederkerige overdracht van ecofeministische concepten tussen film- en architectuurtheorie

Universiteit Antwerpen
2026
Fay
De Maesschalck
Doorgaans worden Film en architectuur als verschillende disciplines bestudeerd, met elk hun eigen media, methodes en theoretische tradities. Deze masterproef onderzoekt wat er gebeurt wanneer filmtheorie en architectuurtheorie niet langer als afzonderlijke kennisvelden worden benaderd, maar als wederzijds productieve praktijken van denken, kijken en maken. Het vertrekpunt is de vaststelling dat beide disciplines bovenop het representeren van werelden ook actief werelden construeren: via taal, beelden, ruimtelijke ordeningen en vormen van verbeelding. Vanuit die gedeelde productiviteit wordt bekeken welke kennis kan ontstaan wanneer theoretische concepten uit beide domeinen met elkaar in contact worden gebracht.
De analyse vertrekt vanuit een corpus van ecofeministische theorie, waarin de relatie tussen mens, materie, omgeving en macht centraal staat. Via een afgebakend lexicon worden sleutelbegrippen uit architectuur- en filmtheorie geïdentificeerd, geordend en vervolgens systematisch met elkaar geconfronteerd. Een matrix dient hierbij als instrument voor kennisoverdracht (‘kruisbestuiving’), waarin begrippen hun oorspronkelijke disciplinaire context tijdelijk verlaten en nieuwe relaties aangaan.
De resulterende contaminatie maakt zichtbaar dat concepten zoals trans-corporeality, spatial imagination, medianatures en material memoir niet exclusief tot één veld behoren. Ze openen alternatieve manieren om ruimte, beeld, lichaam en omgeving te begrijpen. De masterproef stelt daarmee dus geen nieuwe synthese van film en architectuur voor. Het doel is het aftoetsen van de mogelijkheid om een theorie / kritiek haar productiviteit te doen ontlenen aan een andere theorie / kritiek.
Meer lezen

Companionbits

Hogeschool UCLL
2026
Maya
Martens
Dit bachelorproject beschrijft de ontwikkeling van CompanionBits, een Belgisch softwareplatform dat gebruiksvriendelijke productiviteitstools ontwikkelt voor bouwprofessionals. Het project ontstond vanuit de vaststelling dat veel dagelijkse handelingen binnen AutoCAD nog steeds tijdrovend en omslachtig verlopen. CompanionBits wil deze bestaande werkomgeving verbeteren zonder AutoCAD te vervangen, met eenvoudige en gerichte tools die de efficiëntie verhogen.

Binnen het project werd een volledig softwareplatform ontwikkeld. Dit omvat een commerciële website, gebruikers- en abonnementsbeheer, een beveiligd licentiesysteem, online betalingen via Stripe en een reeks AutoCAD-plugins. Daarnaast werd BasinCalc ontwikkeld als een zelfstandige rekentool voor infiltratie- en bufferbekkens. De AutoCAD-tools werden ontwikkeld met C# en .NET 8, terwijl de website gebruikmaakt van Next.js, React en TypeScript. De backend werd gebouwd met Django en PostgreSQL, aangevuld met Redis en verschillende externe diensten.

Tijdens het project werd uitgebreid aandacht besteed aan softwarearchitectuur, beveiliging, gebruiksvriendelijkheid, schaalbaarheid en onderhoudbaarheid. Het systeem maakt onder andere gebruik van machinegebonden licenties, versleutelde lokale licentiegegevens, server-side validatie en een offline-periode van maximaal 30 dagen. Betalingsgegevens worden niet door CompanionBits opgeslagen, maar rechtstreeks door Stripe verwerkt.

De software werd gevalideerd via manuele functionele tests, API-tests, geautomatiseerde unit- en integratietests en een CI-pijplijn met GitHub Actions. De belangrijkste requirements werden gekoppeld aan concrete acceptatietestcases. Hierdoor werd niet alleen de functionaliteit, maar ook de betrouwbaarheid en beveiliging van het platform gecontroleerd.

Een belangrijk onderdeel van het project was de technologiekeuze. Een eerder ontwikkelde Java/Spring Boot-backend werd tijdens het project vervangen door Django, omdat Django beter aansloot bij de ontwikkelsnelheid en vereisten van een solo-ontwikkelaar. Ook PostgreSQL en Next.js werden bewust gekozen vanwege hun betrouwbaarheid, integratiemogelijkheden en SEO-ondersteuning.

Het eindresultaat is een volledig werkend en commercieel inzetbaar softwareplatform. Het project toont aan dat een complexe oplossing zelfstandig over verschillende technologieën heen kan worden ontworpen, ontwikkeld, getest en gedeployed. Naast technische kennis leverde het project ook ervaring op in security, softwarearchitectuur, productontwikkeling en ondernemerschap. Toekomstige uitbreidingen zijn onder andere meer geautomatiseerde frontendtests, monitoring, 2FA, verdere uitbreiding van de toolsuite, publicatie via de Autodesk App Store en internationale groei.
Meer lezen

Phrygia in Graeco-Roman History: An Overview of the Region and Its People

KU Leuven
2026
Oggi
Peeters
Deze thesis levert een historisch overzicht van de antieke regio Phrygië in hedendaags Turkije. Het focust op zowel grootschalige politieke ontwikkelingen als lokale maatschappelijke veranderingen. Daarvoor doet het beroep op de geschiedwerken van Grieken en Romeinen, verschillende opschriften en recente ontwikkelingen binnen de archeologie en taalkunde.
Meer lezen

Tussen Zorg en Controle: Een kwalitatieve verkenning van patiëntenervaringen met het Belgisch activeringsbeleid

Universiteit Gent
2026
Aysenur
Akkus
In België neemt het aantal langdurig zieken toe, wat heeft geleid tot een beleid dat sterk inzet op 'activering'. Via verplichte medische herbeoordelingen en specifieke trajecten streeft de overheid naar een snellere terugkeer naar de arbeidsmarkt. Dit kwalitatief onderzoek gaat na hoe langdurig zieken het huidige activeringsbeleid beleven en welke drempels een rol spelen in hun traject.
De resultaten belichten specifiek de subjectieve beleving van de patiënt. Hieruit blijkt een duidelijke kloof tussen de beleidsintenties en de dagelijkse realiteit van de patiënt. Het maatschappelijke en politieke debat rond activering gaat voor veel respondenten gepaard met gevoelens van schaamte en stigmatisering. Tijdens de medische controles ligt de nadruk bovendien vaak op objectief meetbare, fysieke parameters. Hierdoor dreigen 'onzichtbare' klachten, zoals chronische pijn of vermoeidheid, naar de achtergrond te verdwijnen. Voor veel patiënten voelt dit aan als een gebrek aan erkenning, wat het traject bemoeilijkt en leidt tot een extra mentale belasting.
Daarnaast toont het onderzoek de ingrijpende emotionele en sociale impact van langdurige ziekte aan, waaronder een verlies van eigenwaarde. De patiënten zelf geven aan sterk gemotiveerd te zijn om opnieuw deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Deze vaststelling wijkt af van de aannames die ten grondslag liggen aan het huidige activeringsbeleid. Ondanks deze motivatie ervaren patiënten in de praktijk echter aanzienlijke barrières. De vrees voor onbegrip en discriminatie op de arbeidsmarkt is groot. Patiënten benadrukken in hun antwoorden dan ook de dringende nood aan structureel maatwerk en een beter maatschappelijk begrip voor de onvrijwillige aard van hun ziekte.
Aangezien het thema van langdurige ziekte en re-integratie hoog op de maatschappelijke agenda staat, kunnen de resultaten van dit onderzoek waardevolle informatie bieden omtrent de mogelijke werkpunten van het huidige beleid. De studie suggereert dat een eenzijdige focus op de individuele verantwoordelijkheid van de patiënt onvoldoende is voor een duurzame werkhervatting. Deze masterproef kan dienen om handvatten aan te reiken voor een verschuiving naar gedeelde verantwoordelijkheid. Voor controle-instanties betekent dit het belang inzien van een bredere, meer empathische benadering van ziekte. Tegelijkertijd is er nood aan een inclusiever beleid dat actief inzet op maatwerk en het doorbreken van heersende stigma's, zodat de drempel naar een duurzame werkhervatting daadwerkelijk verlaagd wordt.
Meer lezen

Een raamwerk voor het ondersteunen van beslissingen met betrekking tot Agile-initiatieven.

Universiteit Hasselt
2026
Sander
Bollen
Ondanks de status van Agile Software Development (ASD) als industriestandaard,
blijft de definitie ervan in zowel academische literatuur als de professionele praktijk ge-
fragmenteerd en ambigu. Deze conceptuele onduidelijkheid belemmert organisaties in
het effectief selecteren en implementeren van ASD-praktijken die hun specifieke doel-
stellingen ondersteunen. Dit onderzoek introduceert het Collaboration-Flow-Learning
(CFL) raamwerk, een theoretisch en praktisch model dat ASD-concepten deconstru-
eert in drie orthogonale dimensies: Collaboration, Flow en Learning.
Door middel van een synthese van wetenschappelijke en praktische bronnen, aange-
vuld met expertvalidatie geïnspireerd door de Delphi-methode, toont dit werk aan dat
ASD-praktijken en organisatieproblemen consistent in een gedeelde driedimensionale
ruimte kunnen worden gesitueerd. De resultaten wijzen uit dat het raamwerk fungeert
als een methode-onafhankelijke vertaallaag die shared understanding bevordert tussen
diverse stakeholders, van software-ontwikkelaars tot strategisch management. Dit on-
derzoek legt hiermee de fundering voor een holistische softwaretheorie die de kloof
tussen methodologische voorschriften en organisatorische behoeften kan overbruggen.
Meer lezen

The Role of Coffee Cooperatives in the Socio-Economic Transition of Rebel Returnees in Sulu, Southern Philippines

Universiteit Gent
2025
Moh. Shanizee
Sarabi
Reintegrating former rebels into civilian life remains a major challenge in post-conflict societies, where sustainable livelihoods and social cohesion are essential for long-term peace. The Philippines is one of the most conflict-affected countries in the world, sharing the 29th spot with Afghanistan and ranks second in ASEAN after Myanmar. The Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM) in the southern Philippines has been particularly affected by decades of armed conflict and
institutional weaknesses, notably in provinces such as Sulu. In response, the Philippine government is promoting the integration of returnees into coffee cooperatives as part of its peace and reintegration strategy. Despite persistent volatility, the BARMM, particularly Sulu province, has emerged as one of the country’s leading coffee-producing regions contributing over a quarter of national production and providing a strategic pathway to economic recovery. It is therefore crucial to understand how these cooperatives contribute to both livelihoods and social reintegration. This study examines how membership in a coffee cooperative is associated to the socio-economic transition of rebel returnees in Sulu. Based on the Disarmament, Demobilization, and Reintegration (DDR) framework and social capital theory, a comparative cross-sectional design with survey data from 101 returnees was used. Through regression analysis and structural equation modelling, we show that membership in a cooperative is associated with higher productivity, financial stability, and stronger social capital, even if infrastructural challenges, conflict vulnerabilities, governance, and market difficulties persist. The study demonstrates how locally rooted cooperatives can transform conflict legacies into peace dividends that foster economic gains, social cohesion, and inclusive development. These findings highlight the potential of cooperatives as a pathway for durable socio-economic transitions in fragile contexts. Moreover, the study underscores the importance of targeted support, capacity building, and improved market access to enable returnee cooperatives to fully realize their role in promoting sustainable livelihoods, facilitating social reintegration, and contributing to lasting peace.
Meer lezen

Decentralised Motion Planning for Holonomic Multi-Agent Systems Using a Hybrid ADMM-CBF Approach: Application to Industrial Magnetic Levitation Platforms

KU Leuven
2025
Bavo
Tistaert
  • Stan
    Servaes
Genomineerde shortlist mtech+prijs
De industrie vereist elke dag complexere processen en logistiek, wat heeft geleid tot de opkomst van multi-agent systemen. Hierbij werken meerdere robots, voertuigen of machines in dezelfde omgeving. Dit stimuleert de behoefte aan multi-agent bewegingsplanners die de bewegingen van deze agents op een efficiënte en veilige manier coördineren en plannen.

Daarom presenteert deze scriptie een nieuwe, op model predictieve controle (MPC) gebaseerde bewegingsplanner voor holonomische multi-agent systemen, door een gedecentraliseerde formulering van de alternating direction method of multipliers (ADMM) te combineren met een gecentraliseerde formulering van control barrier functions (CBF's). De methode is ontwikkeld met het oog op, maar niet beperkt tot, industriële magnetische levitatieplatforms zoals het Beckhoff XPlanar-systeem.

De klassieke gecentraliseerde MPC-benadering blijkt te schalen met ∼ O(N^2,96), waardoor de methode onuitvoerbaar wordt bij een toenemend aantal agents. Hoewel gedecentraliseerde ADMM de tijdcomplexiteit aanzienlijk vermindert, kan deze de veiligheid niet garanderen, d.w.z. er bestaat een risico op botsingen. Daarom wordt de methode aangevuld met een extra optimalisatieprobleem waarin CBF's zijn opgenomen. Het resultaat is een veilige methode die schaalt met ∼ O(N^1,82). Deze veiligheidsgarantie stelt ons in staat om het aantal ADMM-iteraties vast te leggen, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen prestaties en rekenkracht.

Om de realtimeprestaties verder te verbeteren, biedt dit werk een C++-implementatie van de hybride methode, die gebruikmaakt van de gedecentraliseerde ADMM-structuur door de code te parallelliseren. Dit vermindert de rekentijd voor 5 en 10 agents met respectievelijk 90,1% en 60,5%. De hybride methode wordt vervolgens kwalitatief en kwantitatief vergeleken met de gecentraliseerde MPC-methode. Ten slotte wordt een proof of concept gepresenteerd door de algoritmen te implementeren en te testen op het XPlanar-systeem.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

Handgeschept papier als ontwerpstrategie voor een interieur in ontwikkeling

KU Leuven
2025
Charlotte
Deconinck
Deze masterproef onderzoekt hoe handgeschept papier kan functioneren als een ontwerpstrategie binnen de interieurarchitectuur. Waar papier traditioneel gezien wordt als decoratief of tijdelijk, wordt het hier benaderd als een actief en zintuiglijk materiaal dat voortdurend in dialoog staat met ruimte, gebruiker en omgeving. Het project vertrekt vanuit een cyclische praktijk van papier scheppen, verwerken en opnieuw integreren: wat scheurt of vervaagt wordt herwerkt tot nieuwe pulp en opnieuw toegepast. Zo ontstaat een interieur dat nooit af is, maar zich voortdurend ontwikkelt in relatie tot tijd, gebruik en omstandigheden.
De oude stal waarin dit onderzoek plaatsvindt fungeert als laboratorium, waar papier wordt bevestigd op muren, houten structuren en een mobiel stalen frame. Het materiaal reageert op licht, vochtigheid en aanraking, waardoor de ruimte verandert en een actieve betrokkenheid vraagt. Dit proces toont hoe interieurarchitectuur kan verschuiven van een objectmatig eindresultaat naar een procesmatige praktijk waarin zorg, toewijding en zintuiglijke ervaring centraal staan.
Door het ambacht van papier scheppen te verbinden met de ontwerppraktijk ontstaat een methode van Thinking Through Making, waarin handeling en ontwerp samenvallen. Het project stelt daarmee vragen bij de dominante logica van afwerking en standaardisatie en biedt een alternatief dat inzet op traagheid, cyclische tijd, imperfectie en verbondenheid. Zo toont deze scriptie dat ook fragiele en vergankelijke materialen een krachtige motor voor duurzaamheid en betekenisvolle interieurarchitectuur kunnen zijn.
Meer lezen

Model-based Outdoor Thermal Comfort and Urban Heat Island Assessment of an Urban Park: A Case Study of Zuidpark Antwerp

Universiteit Antwerpen
2025
Tim
Goossens
Het stedelijk hitte-eiland en thermisch ongemak vormen steeds grotere uitdagingen in Europese steden naarmate de klimaatverandering en verstedelijking toenemen. Deze thesis onderzoekt de microklimatologische en thermische comfort effecten van de omvorming van een verharde parkeerplaats tot een begroeid stadspark (Zuidpark, Antwerpen). Aan de hand van een combinatie van veldmetingen en ENVI-met-modellering werden drie scenario's vergeleken: een volledig verharde parkeerplaats (vroeger), de huidige situatie met jonge begroeiing (nu) en een toekomstscenario
met volledig ontwikkelde boomkruinen.

De resultaten tonen meetbare verkoelende effecten aan, met een gemiddelde daling van de luchttemperatuur overdag van 0,6 °C in het huidig scenario en 1,1 °C in het toekomstscenario. De gemiddelde daling tijdens piekuren gaat tot 1,2 °C. De fysiologische equivalente temperatuur (PET) daalde met gemiddeld 1,2 °C in het huidige scenario en gemiddeld 4,6 °C in het toekomstscenario, waardoor periodes van extreme hittestress werden uitgesteld en verkort.

Deze analyse benadrukt het belang van volgroeide boomkruinen en ventilatiecorridors voor het maximaliseren van de afkoeling, maar toont ook de beperkingen van het model
aan wat betreft de nauwkeurigheid van de luchttemperatuur in vergelijking met de stralingstemperatuur. Deze bevindingen bevestigen de waarde van stedelijke vergroening als een op de natuur gebaseerde oplossing voor het verminderen van het stedelijke
hitte-eilandeffect en het verbeteren van het thermisch comfort. De studie biedt inzichten voor stedenbouwkundigen, beleidsmakers en volksgezondheidsinstanties bij het ontwerpen van klimaatbestendige steden.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

Constructing Tales of Future Belgian Heatwaves Using Ensemble-Mining Strategies

Universiteit Gent
2025
Niels
Carlier
Hitte-extremen zijn moeilijk te onderzoeken door hun zeldzaamheid. Hoewel observaties en klimaatsimulaties essentiële inzichten bieden in toekomstige klimaatextremen, resoneren ruwe statistieken alleen vaak niet met het bredere publiek.

Storylines of Tales of Future Weather kunnen de kloof overbruggen tussen abstracte wetenschap en door mensen beleefde extreme weersomstandigheden, waardoor klimaatverandering tastbaar, herkenbaar en concreet wordt. Een storyline is een zelf-consistente beschrijving van een plausibel klimaatextreem - zoals een hittegolf - in een gegeven klimaat, gebaseerd grondige data-analyse, statistiek en impactmodellen. Zulke wetenschappelijk onderbouwde narratieven werpen licht op vragen als: "Hoe erg zouden de 2024 Balkanhittegolven geweest zijn in een warmer klimaat?" of "Waren ze mogelijk in een pre-industrieel klimaat?" Dergelijke informatie kan belangrijk zijn voor stakeholders en onze samenleving, maar het is niet a priori duidelijk wat de karakteristieken zijn van plausibele extremen in een gegeven, toekomstig klimaat. In mijn thesis introduceer ik een efficiënte methodologie om hittegolven te karakteriseren in een toekomstig Belgisch klimaat, die gebruik maakt van zowel geobserveerde temperatuursreeksen als gesimuleerde klimaatprojecties. Deze techniek kreeg de naam Global Warming Scaling of kortweg GWS.

In GWS wordt een observationele temperatuursreeks geschaald naar een toekomstig klimaat, bijvoorbeeld een opwarming van 2°C boven pre-industriële gemiddelden. In deze getransformeerde reeks zoeken we naar de recordwaarden voor bepaalde jaarlijkse klimaatindices die volgens ons jaren van extreme hitte aanduiden. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse piektemperatuur. Deze geschaalde recordwaarden worden vervolgens gezien als drempelwaarden die in het toekomstige klimaat overschreden moeten worden vooraleer we van een extreem jaar spreken.

Deze GWS drempelwaarden kunnen gebruikt worden in een zogenaamde data-miningprocedure, waar we in een groot ensemble van gesimuleerde klimaatvoorspellingen dergelijke jaren van extreme hitte gaan identificeren. Eens we zo’n event gevonden hebben, beschikken we over een set meteorologische velden die volgens onze methode geloofwaardig zijn voor een bovengemiddeld warm jaar in het bestudeerde toekomstige klimaat.

We kunnen deze meteorologische data met andere woorden gebruiken als input voor impactmodellen. Dit zijn wiskundige modellen die de impact van extreme temperatuur op de samenleving inschatten. Ik modelleerde in mijn thesis onder andere het aantal werkdagen dat verloren zou gaan door een toename in hittestress, stijgingen in riviertemperaturen, bosbrandgevaar onder aanhoudende droogte, potentiële toename van invasieve insectensoorten en meer. De resultaten van soortgelijke impactstudies kunnen gebruikt worden als referentiemateriaal in het construeren van een storyline met betrekking tot extreme hitte. Op die manier kunnen stakeholders aan de hand van zulke verhaallijnen de zwakke plekken in hun respectievelijke sectoren blootleggen, en kunnen beleidsmakers een beeld vormen van waarop ze zich moeten voorbereiden.
Meer lezen

FOMO OF JOMO: WAT MISSEN JONGEREN ECHT?

Universiteit Gent
2025
Hymke
Van der Meeren
In dit onderzoek werd nagegaan hoe Fear of Missing Out (FoMO) en Joy of Missing Out (JoMO) het mentaal welzijn en de zelfwaardering van jongeren (18-25 jaar) beïnvloeden. FoMO verwijst naar de angst om sociale activiteiten of ervaringen te missen, terwijl JoMO staat voor de vreugde en rust die men kan ervaren door bewust offline of afwezig te zijn.
Via een grootschalige survey met meer dan 1000 jongeren werd onderzocht hoe deze twee fenomenen samenhangen met mentaal welzijn, zelfwaardering, problematisch smartphonegebruik en sociale vergelijking.
De resultaten tonen dat FoMO een negatieve impact heeft: jongeren die sterker lijden aan FoMO vergelijken zich vaker met anderen en gebruiken hun smartphone problematischer, wat leidt tot meer stress en een lager zelfbeeld. JoMO heeft daarentegen een beschermend en positief effect: jongeren die JoMO ervaren, vergelijken zich minder met anderen, gebruiken hun smartphone gezonder en rapporteren een hoger welzijn en meer zelfwaardering.
De studie concludeert dat een evenwichtige omgang met sociale media cruciaal is. Het ontwikkelen van JoMO kan een tegengewicht vormen voor de schadelijke effecten van FoMO. Dit opent perspectieven voor preventieve initiatieven en educatieve programma’s rond digitale weerbaarheid.
Meer lezen

Decoding Metacognitive Sensitivity from EEG using Deep Learning.

KU Leuven
2024
juul
Vanden Abeele
Metacognition, the ability to think about one's thinking processes, is vital for
professional performance, academic achievement, and mental health. However, its
ambiguous nature and subjective measurement techniques across various fields have
posed significant challenges to research. Cognitive neuroscience offers a unique
solution by providing objective measurements that link metacognition to brain activity,
thereby establishing a ground truth. Recently, the convergence of explainable artificial
intelligence (XAI) and perceptual decision-making, a subsection of metacognition
within cognitive neuroscience, has led to the development of the WaveFusion
framework. This innovative framework holds the potential to contribute to the
unification of the fragmented metacognition research fields.
The aim of this thesis was to enhance the WaveFusion framework, an explainable
deep learning model, to classify metacognitive sensitivity and confidence using EEG
data. The objectives were (1) to achieve a classification accuracy of 95% for
metacognitive sensitivity, (2) to improve the accuracy for metacognitive confidence to
97.5%, and (3) to identify key ambiguities and limitations in metacognition research.
This study utilized an EEG dataset with event-related potentials (ERP) responselocked for type 1 decisions. Data preprocessing addressed dataset imbalances
through augmentation and balanced batch sampling. EEG samples were transformed
into spectrograms and processed using the deep learning architecture comprising a
Lightweight Convolutional Neural Network (LWCNN), a Squeeze and Excitation
Network (SEN), and a classification network. The model was pre-trained using Subject
Aware Contrastive loss (SAC) and trained with binary cross-entropy loss. SEN
facilitated the models explainability by visualizing the created attention weights
through topoplots, providing insights into brain areas used for classification.
The WaveFusion model achieved high classification accuracy, reaching 99.7% for
metacognitive confidence and 99.1% for metacognitive sensitivity. These
improvements were due to a larger selection of electrodes, response-locked ERP
data, and increased dataset size. The WaveFusion model not only demonstrates high
classification accuracy but also offers enhanced explainability. This allows the
framework to contribute to three major ambiguities: (1) the relationship between
metacognition and executive functions, (2) its connection to consciousness, and (3)
the domain generality of metacognition. By leveraging the WaveFusion framework, we
can overcome limitations in cognitive neuroscience research through (1) utilizing
transfer learning to compare relationships, (2) employing automatic classification to
investigate ecological validity, and (3) expanding the framework for multimodality to
integrate insights across various fields.
Future research should focus on increasing data variability, addressing outlier
performances, and improving interpretability through advanced visualization
techniques to enhance the WaveFusion model’s robustness and applicability across
cognitive neuroscience domains.
Meer lezen

The role of the built workplace in well-being: Learning from experiences of teachers on the autism spectrum

KU Leuven
2024
Hannah
Denys
Genomineerde longlist Klasseprijs
Een onderzoek naar de rol van de gebouwde werkplek in het welzijn van leerkrachten op het autismespectrum.
Meer lezen

Analysis of Learning Curves in a Social Enterprise: the Impact of a Disability on Learning and Production Output

Universiteit Gent
2024
Henri
Moerkens
Leercurves worden gebruikt om de impact van een beperking op de leersnelheid en de output te analyseren. Dit onderzoek werd toegepast op productiedata uit een maatwerkbedrijf.
Meer lezen

Vaderschapsverlof en productiviteit in de STEM-sector

KU Leuven
2024
Aurélie
Van Haelst
Deze masterthesis onderzoekt de impact van betaald vaderschapsverlof op de productiviteit van onderzoekers in de STEM-sector, met specifieke aandacht voor de verschillende effecten tussen langer en korter verlof. STEM-jobs zijn essentieel voor economische groei en nationale concurrentiekracht, maar nog steeds is er een aanzienlijke ondervertegenwoordiging van vrouwen in deze sectoren. Deze studie maakt gebruik van een Difference-in-Differences analyse om het effect van beleidsveranderingen in Duitsland en Spanje te onderzoeken, waarbij respectievelijk een langer en korter betaald vaderschapsverlof werd geïntroduceerd. De resultaten laten zien dat kort vaderschapsverlof zowel voor mannelijke als vrouwelijke onderzoekers gunstig kan zijn, terwijl langer vaderschapsverlof met name de productiviteit van vrouwelijke onderzoekers verhoogt zonder negatieve effecten op mannelijke onderzoekers. Deze bevindingen suggereren dat vaderschapsverlof kan bijdragen aan een meer evenwichtige werk-privé balans en aan het verkleinen van de genderkloof in de STEM-sector. Beleidsmakers worden aangemoedigd om verlofregelingen te ontwikkelen die rekening houden met de specifieke behoeften van zowel werknemers als werkgevers in deze sector.
Meer lezen

Opportuniteiten voor het opschalen van de productie en het vergroten van het marktaandeel van duurzame vliegtuigbrandstoffen

Universiteit Hasselt
2024
Selena
Hamers
Deze thesis onderzoekt de uitdagingen en mogelijkheden rondom de opschaling van duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAF), die essentieel zijn voor het klimaat-neutraal maken van de luchtvaart. Hoewel SAF het potentieel heeft om de CO2-uitstoot van de luchtvaart drastisch te verminderen, blijft de adoptie ervan momenteel beperkt. Door een uitgebreide literatuurstudie worden de belangrijkste barrières geïdentificeerd, waaronder hoge kosten en beperkte beschikbaarheid van grondstoffen. De thesis ontwikkelt een taxonomie met uitvoerbare strategieën om deze hindernissen te overwinnen, met als doel de productie en marktacceptatie van SAF te versnellen en zo bij te dragen aan een duurzamere luchtvaartsector.
Meer lezen

KORTETERMIJNEFFECTEN VAN STRAW PHONATION OP DE STEMKWALITEIT VAN 65+’ERS

Universiteit Gent
2024
Casey
Dewanckele
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Doelstellingen: Deze studie ontstond vanuit een tekort aan onderzoek naar de mogelijke effecten van stemtraining bij ouderen, een populatie die heel wat leeftijdsgebonden veranderingen ondergaat. Het doel van deze studie was de kortetermijneffecten van straw phonation (SP) op de stemkwaliteit van gezonde 65+’ers te bepalen. De effecten van SP in lucht en SP in 5 cm water werden bepaald en vervolgens vergeleken met een controlegroep zonder interventie.
Methode: Deze studie omvatte 21 gezonde 65+’ers (gemiddelde leeftijd: 74,9 jaar, min-max: 65,0-86,9) in een gerandomiseerd multigroep pretest posttest design met twee experimentele groepen en één controlegroep. De experimentele groepen ondergingen één maand tweemaal per week 20 minuten training met SP in lucht (n = 7) of SP in 5 cm waterdiepte (n = 7). De controlegroep (n = 7) onderging geen interventie. Tijdens de eerste drie sessies en de laatste sessie werden drinkrietjes (5 mm; 21 cm) gebruikt, dit in kader van comfort en transfer. Bij de overige trainingen werden roerrietjes (3 mm; 21 cm) gehanteerd om de effecten te maximaliseren. Voor (pre) en één week na (post) de interventie ondergingen alle deelnemers een klassiek logopedisch stemonderzoek met enerzijds objectieve metingen, waaronder de bepaling van multiparametrische stemkwaliteitsindexen (Dysphonia Severity Index (DSI) en Acoustic Voice Quality Index (AVQI)), maximale fonatietijd (MFT), akoestische metingen en het Voice Range Profile (VRP). Anderzijds werden subjectieve metingen uitgevoerd via zelfbeoordelingsschalen (Voice Handicap Index (VHI) en Vocal Tract Discomfort Scale (VTDS)), evenals een auditief-perceptuele beoordeling (GRBASI).
Resultaat: Enkel voor de parameter Asthenia (A) van de GBRASI werden significante tijdstip x groep interacties, een verschil in evolutie in de tijd tussen de drie groepen, aangetoond na de analyses met Linear Mixed Model. Voor de noise-to-harmonics ratio (NHR), A en Strain (S) kon een significant tijdseffect gevonden worden, wat wijst op een intrinsieke verandering in de steekproef gedurende de tijd, onafhankelijk van de groepsindeling. Analyses binnen de specifieke groepen toonden na SP in 5 cm water een significante verbetering op de NHR, A en VTDS aan. Bovendien werd een licht stijgende trend in DSI waargenomen, samen met een trend tot daling van de AVQI en jitter (indicatief voor verbetering). Daartegenover werd ook een ongewenste significante toename in S opgemerkt. Na SP in lucht waren de resultaten eerder beperkt. Hoewel er een trend zichtbaar was richting verbetering in DSI en shimmer en een lichte uitbreiding van het VRP bleek, waren de effecten na training niet significant.
Conclusie: Straw phonation kan bij gezonde 65+’ers leiden tot een positieve ontwikkeling van de stem- capaciteiten en de stemkwaliteit. De meest veelbelovende effecten werden gevonden na SP in 5 cm water. De extra weerstand verkregen na onderdompeling in water lijkt beter te compenseren voor leeftijdsgebonden veranderingen bij veroudering. Belangrijk hierbij is een geleidelijke opbouw in training. Het stimuleren tot voldoende zelfstandige training thuis zal noodzakelijk zijn om mogelijke effecten te maximaliseren. Verder onderzoek is noodzakelijk om de ideale trainingsduur, waterdiepte en diameter voor het uitvoeren van SP in deze populatie te bepalen.
Meer lezen

Met autismespectrumstoornis voor de klas

Odisee Hogeschool
2024
Arthur
Bettens
In dit populair wetenschappelijk artikel beschrijf ik de sterktes van leraren met ASS die kunnen ingezet worden, waarom een leerkracht met ASS een plaats heeft in het onderwijs, welke ondersteuningsmogelijkheden er zijn, welke rechten en plichten er op de inclusieve werkvloer gelden. Ook uitdagingen worden uitgelicht en hoe hiermee om te gaan. De informatie heb ik gehaald dankzij een literatuuronderzoek en interviews. De bedoeling van dit artikel is om met de resultaten van het onderzoek toekomstige leerkrachten met ASS te empoweren indien ze twijfelen over dit carrièrepad.
Meer lezen

Rituele passage

KU Leuven
2024
Lanaya
De Naeyer
Deze masterproef is tot stand gekomen binnen de opleiding Interieurarchitectuur aan de KU Leuven, met als thema ‘The Bright Side of the Moon’. Deze publicatie biedt een inkijk in het ontwerpend onderzoek voor de masterproef ‘rituele passage’. Het onderwerp werpt een kritische en deconstructivistische blik op de transitie die plaatsvindt bij nabestaanden. Het onderzoek is voortgekomen uit persoonlijke ervaringen met plotseling verlies en het herbestemmen van ‘toegangbare plekken’ in zowel kerkgebouwen als publieke ruimtes. Als toekomstig interieurarchitect streef ik ernaar om telkens het persoonlijke, zowel van mezelf als van mijn omgeving, te integreren in het ontwerp, waardoor het begrip ‘interieur’ zich ontwikkelt tot een breder concept zonder grenzen.
Ik wil graag mijn dank uitspreken aan mijn begeleidende docenten, Tom Callebaut, Ignaas Back, Hilde Bouchez en Klaas Vanslembrouck, voor hun waardevolle begeleiding, kritische inzichten en motivatie tijdens het proces. Daarnaast wil ik mijn familie en vriend bedanken, en in het bijzonder mijn overleden vader, die mij altijd heeft gesteund en geholpen gedurende deze jaren. Deze masterproef is voor ons, papa.
Meer lezen

Variability Of Water Column Denitrification and its Drivers in the Eastern Tropical Pacific Oxygen Deficient Zones

Universiteit Gent
2023
Andrea
van Langen Roson
Een studie in de variabilitieit van waterkolom denitrificatie in zuurstofminimumzones in de Oostelijke Tropische Stille Oceaan.
Meer lezen

Using ecological macroeconomic models to simulate carbon policy scenarios: are alternatives to green growth beneficial to the feasibility of reaching current climate goals?

Universiteit Gent
2023
Alexander
Van Overmeiren
Beleidsmakers baseren zich op dit moment op groene groei, maar dat botst op veel kritiek. Ecologisch economen stellen onder andere degrowth voor als alternatief. Deze scriptie onderzoekt aan de hand van macro-economische simulaties welke mate van degrowth koolstofneutraliteit haalbaarder maakt.
Meer lezen

Een dérive van de Demer in Hasselt. Psychogeografie als sleutelconcept voor een ruimtelijke analyse.

Universiteit Hasselt
2023
Oguzhan
Aydin
Dit onderzoek vormt een wandeling door de stad Hasselt met de Demer als leidraad. Na een beknopte literatuurstudie wordt een dérive, een vrije wandeling, uitgevoerd en vervolgens gebruikt als inspiratie voor een (anti-)architectuurproject. Het belang van dit soort wandeling wordt op een organische manier duidelijk gemaakt met het project.
Meer lezen

Draaistoel voor DV- en DL-motorblokken

Odisee Hogeschool
2023
Lars
Wollaert
In deze scriptie wordt het ontwerp van een draaistoel met een draagcapaciteit van 60.000 kg voor de montage van DV- en DL-motoren van a tot z besproken. Het rapport bevat een gedetailleerde studie, alle berekeningen, de ontwerpkeuzes en de veiligheidsmaatregelen. Het ontwerp resulteert in verbeterde efficiëntie en productiviteit bij de krukasassemblage.
Meer lezen

Geurbeleving op events

Arteveldehogeschool Gent
2022
Jelle
Rijdant
  • Steffie
    Verploeg
  • Rachel
    Van den Elzen
  • Delfien
    van Ackere
Eventmanagers, organisatoren en marketeers stellen zich de blijvende vraag hoe ze de beleving van bezoekers kunnen optimaliseren. Het doelpubliek op verfrissende en originele manieren overtuigen, is dan ook wat marketeers en organisatoren al jaren bezighoudt.

Deze scriptie gaat in op deze vraag en tracht daar een antwoord op te geven vanuit een innovatieve hoek: geurmarketing. In deze thesis werden de mogelijkheden van geurmarketing in de eventsector onderzocht.
Meer lezen

Lang leve neologismen! Wat bepaalt de levensduur van neologismen? Een corpusonderzoek.

KU Leuven
2022
Ella
Van Lint
Niet alle neologismen (nieuwe woorden) blijven in onze woordenschat. Deze scriptie onderzoekt welke kenmerken zorgen voor een langere levensduur bij nieuwe woorden.
Meer lezen

Post-traumatic dysfunctional behavior and emotional distress in working dogs

Universiteit Gent
2022
Sofie
Salden
Post-traumatische stress stoornis is een belangrijk psychisch gezondheidsprobleem bij de mens. Een gelijkaardige stoornis werd opgemerkt bij honden, namelijk caniene PTSS. Deze masterthesis geeft een overzicht van de literatuur met betrekking tot deze stoornis bij werkhonden.
Meer lezen

Spatial Strategies to Strenghten Flanders' Drought Resilience - A Case Study of the Nete Basin

Vrije Universiteit Brussel
2022
Sebastien
Van Eupen
Ruimtelijke strategieën om Vlaanderen weerbaar te maken tegen droogte. Hoe verschillende onderdelen van het valleisysteem meer neerslag kunnen vasthouden en infiltreren.
Meer lezen