Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Design of self-healing composites using functionalized nanofibers

Universiteit Gent
2025
Wolf
Landuyt
Composieten zijn materialen met een uitstekende sterkte-gewichtsverhouding en over het algemeen een hoge stijfheid. Vanwege hun sterk anisotrope aard zijn ze echter meestal zeer kwetsbaar voor belastingen loodrecht op het vlak, zoals impact. Dit veroorzaakt schade, zoals delaminatie (het loslaten van twee lagen), die zeer moeilijk te herstellen is.
Daarom wordt een nieuwe oplossing voorgesteld, waarbij superparamagnetische magnetiet-nanodeeltjes coaxiaal worden geëlectrospind tot nanovezels. Deze nanovezels kunnen vervolgens worden geplaatst tussen twee lagen van een composiet, op de plaatsen waar doorgaans delaminatie optreedt. Dankzij de superparamagnetische eigenschappen van deze nanovezels zouden ze in staat moeten zijn hyperthermie op te wekken als reactie op een wisselend magnetisch veld. Dit zou ervoor moeten zorgen dat de nanovezels smelten en de delaminaties herstellen, waardoor uiteindelijk zelfherstellende composieten ontstaan.
Meer lezen

Integrated Torque Sensing for Enhanced Safety and Efficiency in Human-Centered Robotics

Vrije Universiteit Brussel
2025
Léon
Borremans
Robots worden steeds slimmer door extra sensoren toe te voegen, maar ironisch genoeg maakt dat ze vaak zwaarder, duurder en minder veilig. In mijn masterproef onderzocht ik hoe we robots juist veiliger kunnen maken door minder hardware en meer slimme software te gebruiken. Samen met technologiebedrijf AILOS testte ik een innovatieve, lichtgewicht tandwielkast die toelaat dat een robotarm "voelt wat er gebeurt" – zonder dat er koppelsensoren nodig zijn. Met een nieuw controlealgoritme kan de robot zo zelf inschatten wanneer hij iets/iemand raakt en zijn beweging onmiddellijk afremmen. Tests toonden aan dat de impactkrachten tot wel 40% lager liggen vergeleken met klassieke besturing. Het resultaat? Robots die niet alleen veiliger, maar ook goedkoper, energiezuiniger en duurzamer zijn – klaar om veilig naast de mens te werken, in de fabriek én in huis.
Meer lezen

Credibility analysis of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue

KU Leuven
2025
Hannes
Wolfs
This thesis evaluates the credibility of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue. Understanding the link between arterial microstructure and mechanical function is essential for defining cardiovascular diseases like atherosclerosis and aneurysms. Representative volume element (RVE) models are increasingly used to explore this link by efficiently connecting microstructure to mechanics. However, many existing RVEs lack experimental calibration using tissue with selectively modified constituents, systematic validation across loading conditions, and biofidelic microstructural networks. Furthermore, there is limited understanding of how uncertainties in input parameters affect model predictions. Therefore, this study aims to assess and improve the credibility of an RVE model by addressing these gaps through detailed characterisation. The model is evaluated against experimental data from both native and enzymatically-treated tissue, and parameter sensitivity analyses are conducted.

To achieve this, uniaxial tensile tests were performed on native porcine aortic samples. Crucially, to isolate the mechanical roles of key constituents, samples were treated with the enzymes collagenase or elastase to deplete collagen or elastin, respectively. The resulting data calibrated and validated the RVE model, focusing on the collagen and elastin networks and the model’s anisotropic predictive capacity. Subsequently, a surrogate model based on an artificial neural network emulated the RVE’s mechanical response, enabling efficient Sobol' sensitivity analysis of six key microstructural, mechanical, and model parameters.

Enzymatic depletion confirmed distinct constituent roles: collagen-deficient tissue exhibited a linearised response with slight stiffening at high strains, whereas elastase-digested samples demonstrated increased compliance but lost structural integrity. RVE model validation emphasised the importance of accurately representing the anisotropic architecture. Furthermore, the sensitivity analysis revealed that uncertainties in six key input parameters substantially influence RVE output variance, with elastin properties predominantly governing low-strain behaviour and collagen-related parameters dictating high-strain responses.

The calibrated and validated microstructurally-informed RVE model can reliably predict aortic mechanics if tissue anisotropy is adequately accounted for. The sensitivity analysis provided crucial insights into which parameters most significantly impact model output variance. This will guide future efforts in model refinement and highlight parameters that require precise experimental characterisation to reduce predictive uncertainty. Furthermore, it will strengthen the RVE's potential as a credible tool in arterial biomechanics research by establishing a more robust, uncertainty-aware modelling framework.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

Het gebruik van AI voor contentcreatie binnen eventmarketing

Odisee Hogeschool
2025
Sinem
Ardiçlar
  • Yinthe
    De Paepe
De evolutie van artificiële intelligentie (AI) biedt nieuwe mogelijkheden voor de marketing- en evenementensector, met name binnen contentcreatie. Deze bachelorproef onderzoekt hoe AI-tools op een efficiënte en effectieve manier kunnen bijdragen aan het verbeteren van contentcreatie binnen de evenementensector, met House of Entertainment als opdrachtgever.
Aan de hand van een literatuurstudie, interviews met experts, het uittesten van AI-tools en een enquête bij 386 respondenten (op een vooropgestelde steekproef van 385, met een betrouwbaarheid van 95%) werd vastgesteld dat AI vooral meerwaarde biedt in de voorbereidende fasen van contentcreatie. Denk hierbij aan het brainstormen over ideeën, het genereren van basiscontent zoals teksten of visuals en het structureren van content. Tools zoals ChatGPT, Midjourney en Adobe Firefly blijken zowel in de praktijk als in dit onderzoek vaak gebruikt te worden, wat hun relevantie en toegankelijkheid onderstreept. Ook Ubersuggest bleek een waardevolle aanvulling, vooral bij het optimaliseren van content op basis van zoekwoorden en SEO.
AI kan helpen om repetitieve taken en het creëren van content te versnellen, maar vervangt menselijke creativiteit niet. Kritische tussenkomst door mensen blijft essentieel voor het waarborgen van kwaliteit, nuance en merkbeleving. Vooral bij emotioneel geladen of merkgevoelige communicatie is menselijke controle en verfijning cruciaal. AI is dus vooral geschikt als ondersteunend hulpmiddel bij functionele of informatieve content.
Deze bachelorproef biedt House of Entertainment en de rest van de evenementensector een helder overzicht van enkele bruikbare AI-tools en concrete aanbevelingen voor een verantwoorde implementatie. De resultaten tonen dat AI het potentieel heeft om de efficiëntie van contentcreatie te verhogen, mits de tools strategisch worden ingezet en medewerkers voldoende worden opgeleid.
Deze studie levert niet alleen academische inzichten op, maar biedt ook praktische richtlijnen voor de evenementensector om AI op een doordachte en toekomstgerichte manier te implementeren in hun takenpakket.
Meer lezen

Een analyse van gewasschade door wilde zwijnen in Zuid-Dijleland

Hogeschool PXL
2024
Wout
Verschuere
De gemeenten Overijse, Huldenberg, Bertem en Tervuren kennen een stijgende populatie van wilde zwijnen, zoals vele andere regio’s in Vlaanderen na de officiële terugkomst van het dier in 2006 (Rutten et al., 2018). De everzwijnen foerageren in het typische Vlaamse mozaïeklandschap en dit brengt veel schade aan landbouwgewassen met zich mee. Deze schade leidt tot economische verliezen bij landbouwers. Dit project onderzoekt de situatie van de problematiek in het projectgebied, in samenwerking met Agentschap Natuur en Bos en de lokale wildbeheereenheden Tussen Voer & Yse en Bertembos. Semigestructureerde interviews met landbouwers uit het projectgebied zijn uitgevoerd om informatie te verzamelen rond everzwijnschade. Uit statistische analyses van de schadedata blijkt dat grasstroken het meeste schade ondervinden van everzwijnen in het gebied. Vervolgens zijn ook maispercelen en graslanden heel gevoelig. Mais kent meer schade in de periode dat het gewas oogstklaar is, graslanden in de winter wanneer er weinig andere voedselbronnen te vinden zijn. Bijkomend werd geanalyseerd of de afstand van landbouwpercelen tot bosgebieden invloed zou hebben op het schadegehalte. De analyse wijst op een negatieve regressie van schadepercentages bij een toenemende afstand tot bos. Er moet wel in rekening worden gebracht dat ook andere factoren invloed kunnen hebben op de schade. Verder is ondervonden dat het in de toekomst essentieel is om moderne technologieën in te zetten om de schadeproblematiek aan te pakken. Het gaat dan over technologieën als drones en artificiële intelligentie. Gebruik maken van deze toepassingen kan een grote hulp zijn bij het in kaart brengen van gewasschade op een ondubbelzinnige wijze, alsook voor jachtdoeleinden om wilde zwijnen in het gebied te beheren. Samenwerkingen met de lokale wildbeheereenheden en het Instituut voor Natuur en Bos Onderzoek zijn hiervoor essentieel. Het blijft bijkomend ook belangrijk om nauw contact te houden met landbouwers en omwonenden om hun noden te begrijpen.
Meer lezen

De relatie tussen mens en dier in het antieke epicurisme

KU Leuven
2024
Ruul
Hellemans
Deze paper onderzoekt de epicuristische visie op de relatie tussen mens en dier, de invloed van de presocraat Democritus hierop en de vraag in hoeverre deze visie wenslijk geacht moet worden. Het onderzoek behandelt twee thema’s die betrekking hebben op deze relatie. Ten eerste komt (in hoofdstuk 1) de vraag hoe de epicuristen dachten over rechtvaardigheid in relatie tot dieren aan bod. Deze vraag wordt in twee sub-vragen opgesplitst: (1) de vraag of dieren volgens de epicuristen (1) subject van moraliteit en/of (2) object van moraliteit zijn. Die laatste vraag (2) wordt nog verder in twee sub-vragen onderverdeeld: (a) de vraag of men de negatieve plicht heeft om af te zien van bepaalde onrechtvaardige handelingen tegenover dieren en (b) de vraag of men ook de positieve plicht heeft om bepaalde handelingen te stellen opdat dieren zouden kunnen deelhebben aan rechtvaardigheid. Het epicuristische antwoord op zowel vraag (1) als vraag (2) is negatief. Het belangrijkste epicuristische argument hiervoor is dat dieren niet voldoen aan de noodzakelijke voorwaarde voor rechtvaardigheid: het (kunnen) sluiten van een contract met het oog op nut en een verbod op wederzijdse schade. Enkel Lucretius en Epicurus staan een uitzondering toe voor gedomesticeerde dieren, die wel degelijk in staat zijn tot een impliciet contract met de mens en daarom zowel (1) subject als (2) object van moraliteit zijn. Beide antwoorden verschillen van de visie van Democritus, die zowel vraag (1) als vraag (2b) positief beantwoordde, maar van wie geen antwoord op vraag (2a) is overgeleverd. Toch heeft het epicuristische antwoord wellicht wortels bij de presocraat. Een tweede thema dat aan bod komt in (hoofdstuk 2 van) deze paper is de vraag in hoeverre de epicuristen er bepaalde levensvoorschriften op nahielden in relatie tot dieren. Concreet gaat het om de vraag of de epicuristen vegetariërs waren. Binnen het epicurisme bestaan twee grondhoudingen ten opzichte van vleesconsumptie: de houding van Epicurus en die van Hermarchus. Epicurus matigde zijn vleesconsumptie of onthield zich zelfs volledig van vlees als onderdeel van een ascetisch dieet. Hermarchus zag vleesconsumptie dan weer als een noodzakelijke vorm van populatiecontrole van gedomesticeerde dieren. Enkel die eerste visie lijkt wortels bij Democritus te hebben. In een laatste hoofdstuk evalueren we de plausibiliteit van de epicuristische opvattingen. Wat betreft het tweede thema van deze paper opperen we dat Epicurus’ matiging of onthouding van vleesconsumptie te verkiezen is, maar dat beide epicuristen teleurstellen in het feit dat zij nalaten hun beoordeling van de wenselijkheid van vleeseten te funderen in een bekommernis om dierenwelzijn. Wat betreft het eerste thema miskenden de epicuristen het onderscheid tussen (1) subjecten en (2) objecten van moraliteit door ten onrechte te claimen dat beide groepen aan elkaar gelijk zijn. De epicuristen Epicurus en Lucretius hadden wellicht minstens ten dele gelijk in hun claim dat gedomesticeerde dieren tot op zekere hoogte subject van moraliteit zijn. Maar de groep van objecten van moraliteit is veel groter en kan naar mijn mening adequaat worden afgebakend aan de hand van Plutarchus’ criterium dat stelt dat alle wezens met waarnemingsvermogen object van moraliteit zijn. Dat criterium impliceert dat alle dieren, alsook planten object van moraliteit zijn – hoewel Plutarchus ten onrechte niet geloofde dat planten over waarnemingsvermogen beschikken.
Meer lezen

Flanders' Natura 2000 network is not effective in protecting beetles from climate change

Universiteit Gent
2024
Zaya
Lips
Keverpopulaties zijn snel achteruit aan het gaan en dit onder andere door klimaatsverandering. Maar helaas is er niet veel aandacht voor deze dieren. Daarom werd in dit onderzoek getest hoe goed het Vlaamse Natura 2000 netwerk in staat is kevers te beschermen. Hiervoor gebruikten we een individual based model. Een verdere achteruitgang van de keverpopulaties met het huidige Natura 2000 netwerk werd voorspeld. Er zijn dus dringend aanpassingen in het netwerk nodig om deze soorten van extinctie te redden.
Meer lezen

surftherapie toepasbaar bij jongeren in kansengroepen

Hogeschool VIVES
2024
Nienke
Delaere
  • Lindert
    Wilbers
  • Justien
    Cool
  • Axelle
    Vandermeersch
  • Elise
    Deven
  • Laura
    Van Cauwenberge
  • Sarah
    Vandorpe
  • Marjana
    Debyser
De bachelorproef ‘Surftherapie voor kansengroepen’ wordt uitgevoerd binnen de vzw Monstergolf. Monstergolf is een vzw die streeft naar een verbetering van de mentale gezondheid van haar deelnemers. Er wordt gewerkt via een ‘outdoor’ programma. Monstergolf werkt in de natuur en ervaringsgericht. De hoofdactiviteit van Monstergolf is surfen. Via surftherapie wordt er gestreefd naar een verbetering van gezondheid en verbetering van de levenskwaliteit.

Het project gaat gepaard met enkele uitdagingen, namelijk het financieel aspect, het team, de tijdsnood, de winter en het bereiken/activeren en motiveren van de jongeren. Als groep besloten een draaiboek op basis van dit onderzoek te stellen voor een vijfdaags surfkamp voor jongeren uit kansengroepen.

In het eerste deel van het onderzoeksrapport kunt u onze literatuurstudie raadplegen. In dit onderdeel behandelen we uitgebreid thema’s die relevant zijn om het vijfdaags kamp te gronden. We starten met het definiëren van surftherapie, om vervolgens de ontwikkeling van jongeren te bespreken. Daarnaast bespreken we de mentale gezondheid en de link met sport.

In het tweede deel van het onderzoeksrapport delen wij ons onderzoeksontwerp- en verloop. In dit onderzoek maken we gebruik van een kwalitatieve onderzoeksmethode, waarbij we diepgaand onderzoek verrichten. Met het onderzoek willen we zicht krijgen op de ervaringen, ideeën, denkwijzen, motieven, belevingen, gevoelens en de gedragingen van personen met bepaalde expertise binnen ons onderwerp. Aan de hand daarvan kunnen we een antwoord bieden op de onderzoeksvraag: ‘Hoe kan je surftherapie voor jongeren uit kansengroepen vormgeven en promoten?’.

Aan het einde van ons onderzoeksrapport delen we onze resultaten mee die we verkregen uit ons kwalitatief onderzoek. Bij de jongerenorganisaties, partnerorganisaties en de focusgroepen kwam er aan bod dat de meesten nog geen weet hadden van surftherapie en/of Monstergolf vzw. De meeste respondenten van onze focusgroepen hebben nog geen ervaring met surfen. Het promoten van een kamp vereist een veelzijdige aanpak. Een samenwerking met gemeenschappen en jeugdorganisaties biedt een meerwaarde. Het financieel aspect is van belang, want zonder is het onmogelijk om alles te verwezenlijken. Daarom is het een meerwaarde om samen te werken met instellingen, partners... en gebruik te maken van maatschappelijke hulpbronnen. Er moet rekening gehouden worden met de interesses van de jongeren om hen persoonlijk te benaderen, dit kwam voor bij al onze bevraagden. De betrokkenheid van een begeleider is essentieel bij de jongeren en de opvoedingsfiguren, want het betrekken van hen blijft een uitdaging. Begripvolle communicatie is essentieel wanneer er weerstand is bij jongeren en/of opvoedingsfiguren, en is het belangrijk om de weerstand te erkennen. De groepscontext is afhankelijk van de doelgroep en de dynamiek die er zich in bevindt. Veiligheid binnen de groep wordt aangegeven belangrijk te zijn voor alle bevraagden. Sociale media is een effectieve tool om met de jongeren te communiceren. De partnerorganisaties vertellen dat mond- tot-mondreclame effectiever is. Het samenwerken met instellingen die te maken hebben met jongeren die een vertrouwensband hebben, leidt zich ertoe actief te mengen in groepen en laagdrempelige ondersteuning te bieden. Dit kan een belangrijke rol spelen in het begeleiden van jongeren. De jongeren tonen waardering en dankbaarheid wanneer men succeservaringen behaalt. Het is belangrijk om geduldig te zijn met de doelgroep en hen de ruimte te bieden die ze nodig hebben, omdat dit essentieel is voor de individuele behoeften.

Tot slot werd ons meegegeven dat het woord therapie kan afschrikken en hier een voorzichtige aanpak in moet worden voorzien. Als laatste boodschap wordt ons meegegeven dat we niet mogen opgeven in wat we doen.
Meer lezen

Kennisoverdracht in Brein-Computer Interfaces: taal-voorgetrainde transformers voor het classificeren van electro-encefalografie

Vrije Universiteit Brussel
2022
Wolf
De Wulf
Een enorm voorgetraind taalmodel (GPT2) wordt gebruikt om elektro-encefalografie te classificeren. Zo wordt nagegaan of er een verband is tussen taal en elektrische hersengolven, in de hoop inzicht te krijgen in algemene hersengolf patronen.
Meer lezen

Deontologische pionier of schandaalgedreven laatbloeier? Een verklarend onderzoek naar de categorieën, evolutie en uitvoering van gedragsregels in het Europees Parlement (1999-2022)

KU Leuven
2022
Dieter
Bochar
Deze studie onderscheidt de voornaamste
categorieën van gedragscodes in het Europees Parlement en biedt tevens een verklaring voor de totstandkoming, evolutie en implementatie van die regelgeving binnen het wetgevende EU-orgaan (1999-2022).
Meer lezen

De visie van jagers op het samenleven met wolven (Canis lupus)

Odisee Hogeschool
2022
Jannick
Heirbaut
De terugkeer van de wolf in België heeft al voor heel wat commotie gezorgd onder verschillende groepen in de samenleving. Zo zijn er altijd sterke voor- en tegenstanders, onder meer beïnvloed door hun cultuur en hobby’s. Hoewel de Vlaamse jagers ook rechtstreeks betrokken zijn in ‘het debat’, is hun visie nog niet onderzocht en bleef hun boodschap onduidelijk. Het was dus hoog tijd om hun kant van het verhaal te belichten.
Meer lezen

“Voor ons ben jij een …” Totemisatie bij Vlaamse scouts, subjectvorming en traditie

KU Leuven
2022
Emma
Caals
Hoe wordt het ethische scoutssubject gevormd a.d.h.v. totemisatie? Traditie in een jeugdbewegingscontext.
Meer lezen

Inzet van zoekhonden op detectie van wolven: ontwikkelen certificeringsmethode

Odisee Hogeschool
2021
Katrien
Vrijdag
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Speurhonden in het algemeen en ecologische zoekhonden in het bijzonder worden ook in Europa steeds vaker ingezet bij wetenschappelijk onderzoek naar beschermde en zeldzame fauna en flora. Ze inzetten in het onderzoek naar de wolf, een soort die sinds kort opnieuw zijn intrede deed in Vlaanderen, lijkt dus een logische stap. Aangezien de wolf een beschermde diersoort is, is het immers noodzakelijk om de soort op een niet-invasieve manier te bestuderen. Aangezien de zoekhond al succesvol werd ingezet bij het zoeken naar andere beschermde diersoorten in Vlaanderen, is het interessant om te bekijken of hij er ook in slaagt om wolvenmest te vinden. Maar hoe kan men bepalen of een hond in staat is om ingezet te worden als ecologische zoekhond voor het speuren naar wolvenmest? In deze bachelorproef wordt een gemotiveerd antwoord geformuleerd op die vraag. Er worden vier soorten praktijktesten georganiseerd binnen en buiten, zowel in een gecontroleerde omgeving als in een gebied waar effectief wilde wolven leven. Enerzijds wordt aangetoond dat een ecologische zoekhond efficiënter is in het zoeken naar wolvenmest dan de mens. Anderzijds worden de tests zelf kritisch bekeken om zo tot een ultieme testmethode te komen die zal bepalen of een hond kan gecertificeerd worden als ‘ecologische zoekhond voor wolvenmest’.
Meer lezen

HOW DOES MCCOPE HELP PLANTS TO COPE WITH NEMATODES?

Universiteit Gent
2021
Jasper
Matthys
Planten parasiterende nematoden vormen een groeiende bedreiging voor de rijstteelt. Geïnduceerde resistentie kan een duurzaam alternatief vormen voor chemische pesticiden door het planten-immuunsysteem te activeren. Deze thesis bestudeert het effect van een plantenafval gebaseerde stimulus, mCCOPE.
Meer lezen

Leraren opleiden voor etnisch-culturele diversiteit

Vrije Universiteit Brussel
2021
Heline
Van Peteghem
Hoewel de etnisch-culturele diversiteit in de maatschappij als een meerwaarde kan gezien worden, neemt de etnische ongelijkheid in het onderwijs toe. Deze etnische ongelijkheid leidt tot verschillen in schoolprestaties, en vervolgens tot de reproductie van ongelijkheid in het onderwijs. Om deze onderwijsongelijkheid te overbruggen zijn succesvolle leerkrachten, en bijgevolg succesvolle lerarenopleidingen nodig. In dit onderzoek wordt nagegaan hoe lerarenopleidingen leerkrachten kunnen voorbereiden op de etnisch-culturele diversiteit onder leerlingen in het lager onderwijs, met aandacht voor de culturele competenties (attitudes, kennis en vaardigheden) van de leraar. De grote uitdaging hierbij is om de theoriepraktijkkloof te overbruggen en gelijke onderwijskansen te bieden aan alle leerlingen, ongeacht hun etnisch-culturele achtergrond. In het eerste deel van de studie werd een systematische literatuurstudie uitgevoerd van 19 literatuurreviews. De meest frequente theorieën en het belang van de culturele competenties werden toegelicht. Vervolgens werden er tien praktijken geïdentificeerd die effectief zouden zijn om leraren voor te bereiden op het omgaan met etnisch-culturele diversiteit bij leerlingen: (1) Een geïntegreerd curriculum op lange termijn, (2) De selectie van toekomstige leraren, (3) Kritische zelfreflectie, (4) Mentoring & coaching tijdens en na praktijkervaringen, (5) Community-based learning, (6) Continued professional development, (7) Voortdurende ondersteuning en samenwerking in de toekomstige praktijk, (8) Ontwikkelen van een veilige omgeving, (9) Focus op specifieke soorten behoeftes en de focus op algemene theorie, en (10) Innovatie en technologie.
In het tweede deel van de studie werd een multiple case studie uitgevoerd op twee lerarenopleidingen Lager Onderwijs in Brussel. Daarbij werd onderzocht in welke mate de tien praktijken tot curriculumdesign aan bod kwamen in het curriculum. Door triangulatie van drie soorten data (documentanalyse, interviews en online enquête) werden enkele resultaten gevonden. De praktijken die het sterkst aanwezig waren in de curricula van beide opleidingen zijn ‘Kritische zelfreflectie’ en ‘Community-based learning’. De praktijken ‘Focus op specifieke soorten behoeftes en de focus op algemene theorie’, en ‘Innovatie en technologie’ waren opvallend afwezig in het curriculum van beide opleidingen. Hoewel studenten uit beide opleidingen zich goed voorbereid voelen voor etnisch-culturele diversiteit, is er enige voorzichtigheid hieromtrent nodig. Zo kan de transitie naar het lerarenberoep als een praktijkschok aanvoelen en hun doeltreffendheidsbeleving doen dalen. Dit onderzoek is slechts een kleine stap voorwaarts in het opleiden van leerkrachten voor etnisch-culturele diversiteit. De systematische literatuurstudie, gebaseerd op reviews uit eerder internationaal onderzoek, duidt wel cruciale elementen aan die noodzakelijk zijn voor lerarenopleidingen in het opleiden van studenten voor etnisch-culturele diversiteit. Alle lerarenopleidingen zouden bijgevolg hun curriculum kunnen analyseren en evalueren in functie van de elementen geïdentificeerd uit de literatuurstudie.
Meer lezen

When They See Us as the Central Park Jogger Case’s Monsters: Changing the Narrative from Villain to Victim

Universiteit Antwerpen
2021
Vicky
Van Hemelrijck
De Central Park Jogger Case kent twee narratieven. Die uit 1989 gecreëerd door de krant, en de 2019 Netflix-serie When They See Us. In deze vergelijkende narratologische analyse wordt onderzocht hoe één misdaad twee tegenstrijdige narratieven kan uitlokken en een verschillend "personage" als schurk kan voorstellen.
Meer lezen

Let's play "who's the real victim": Het identificeren van slachtoffer -en daderframes rond seksueel grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse media.

Universiteit Gent
2020
Catherine
Monbailliu
De scriptie bestaat uit een framing analyse waarbij op zoek wordt gegaan naar de slachtoffer- en daderframes die gebruikt worden in de Vlaamse gedrukte media inzake seksueel grensoverschrijdend gedrag. Aan de hand van inductie en deductie worden variabelen geëxtraheerd uit Vlaamse krantenartikels (De Morgen, De Standaard en Het Laatste Nieuws). Deze variabelen worden nadien geclusterd in grotere frames en getest op hun interne samenhang.
Meer lezen

(Not so a)lone actor terrorism: Is het nog zinvol om de recente extreemrechtse terreurdaden te begrijpen als lone actor terrorisme?

Vrije Universiteit Brussel
2020
Hanne
Caluwaerts
Dit onderzoek is gericht op het ontwikkelen van een beter begrip van recente vormen van extreemrechts terrorisme. Lone actor terrorisme is niet voldoende om deze terreurdaden te verklaren, omdat het voorbij gaat aan het belang van context, leerprocessen en interactie. Aan de hand van de differentiële-associatietheorie van Sutherland (1947) wordt een analyse uitgevoerd van het extreemrechtse forum /pnd/ (Politics, News & Debate) op 8kun.
Meer lezen

Van visie naar gedrag: welk professioneel gedrag is noodzakelijk om als team de visie waar te maken?

Arteveldehogeschool Gent
2020
Nienke
Boone
Een nieuwe visie implementeren in de schoolwerking is niet evident. In deze scriptie wordt beschreven hoe je aan de hand van professioneel gedrag draagvlak creëert voor de visie en de teamwerking optimaliseert.
Meer lezen

A comprehensive analysis of a rare Wolf-Rayet multiple system in the Large Magellanic Cloud

KU Leuven
2020
Soetkin
Janssens
Sterren van meer dan 8 zonsmassa’s drijven de evolutie van het universum en onze Melkweg. De evolutie van deze massieve sterren doorgronden is noodzakelijk willen we het heelal begrijpen, maar momenteel zijn er hierover nog vele vragen zonder antwoord. Deze thesis behandelt één cruciaal systeem van massieve sterren om de mysteries rond hun evolutie te helpen oplossen.
Meer lezen

Een vlees- en zuivelrijk eetpatroon in tijden van klimaatcrisis, een ethische analyse

Universiteit Gent
2020
Channa
Cattoir
Kunnen we ons vlees- en zuivelrijk dieet vandaag nog rechtvaardigen? In tijden van klimaatverandering, overbevolking en massa-extinctie dringen ethische vragen zich op.
Meer lezen

Medicinale cannabis: mythe of evidentie? - Kennistekort bij verpleegkundigen

Thomas More Hogeschool
2020
Corinne
Schmit
Deze bachelorproef gaat over medicinale cannabis. Het geeft extra theoretische informatie omtrent medicinale cannabis zoals indicaties, contra-indicaties, bijwerkingen, ect. Het tweede luik geeft extra informatie naar verpleegkundigen toe. Wat is hun taak/rol, wat kunnen zij betekenen voor de patiënt ...
Meer lezen

Het Koloniaal Monument als 'Ongehoorzame' Readymade - Demonumentalisering en Remythologisering van Intentioneel Memorerende Beeldhouwkunst

Universiteit Gent
2020
Adam
Van Den Berghe
Een nieuw iconoclasme doet zijn intrede. Als zelfverklaarde mijlpalen in de geschiedenis en de
publieke ruimte worden symbolen van een geromantiseerde en eurocentrische visie op het
koloniaal verleden steeds meer onderhevig aan aantasting, bevraging en verwijdering. Als het
ware houden deze controversiële objecten een spiegel voor de ogen van de dagelijkse slenteraar.
In dit onderzoek is er gepoogd antwoord te krijgen op de hedendaagse relevantie van koloniale
monumenten in de openbare ruimte. Als centraal voorbeeld voor deze intentionele
memorerende monumenten worden de beeltenissen van Leopold II onder de loep genomen.
Hoewel deze objecten het tegenovergestelde van dekolonisatie symboliseren vormt deze
verhandeling geen betoog voor de aantasting of verwijdering van dergelijke monumenten.
Integendeel, het beheer en behoud van dergelijke monumenten in functie van
demonumentalisering en remythologisering geniet de voorkeur. Door herdefiniëring wordt
getracht een gemeenschappelijk koloniaal erfgoed en verleden na te streven.
De controversiële objecten omvatten, als voorbeelden van traditionele canonieke kunst, actuele
problematiek en hedendaagse relevantie. Als communicatiemiddel en metonymie van protest
stelt het koloniaal monument zichzelf aan de kaak. Dusdanig capteert het, als geval van
hedendaagse kunst, twee tegengestelde waarheden. Het object zelf als monument en pure vorm
van kolonialisme en het subject als strijd om de zuivere waarheid tussen de onderdrukker en de
onderdrukte. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan of deze tegenstrijdige uitingen elkaar
in het object kunnen opheffen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee
verschijningen die de standbeelden van Leopold II aannemen. Met name dat van een
intentioneel memorerend monument en dat van een koloniaal monument als readymade. Deze
nemen respectievelijk een amplische en een ciselante of beitelende fase aan.
De toestand van de mens verpersoonlijkt zich in het koloniaal monument als ongehoorzame
readymade. Het ziet zichzelf vervat in de terugkerende object-subject dialectiek die het beleeft.
De conclusie is dat de classificatie en criteria van een readymade ondersteuning biedt voor de
uitlijning van de maatschappelijke en politieke dilemma’s die de objecten meedragen. De inzet
is nog steeds de macht over tijd en ruimte. Het biedt een alternatieve werkwijze voor de
spektakeldemocratie waarin politiekers voor figuranten spelen en politieke correctheid als
illusie voor gelijkheid wordt gehanteerd. Als tweede verschijning nemen kunstenaars in dit
schouwtoneel de rol van burger-betoger op. Doormiddel van additivisme wordt er gemedieerd
tussen de verschillende actoren. Dit moet voldoen aan het erfgoedbeleid maar mag niet meer
als crimineel worden aanzien.
Meer lezen

Europese organisaties! Voor of tegen de EU-wet tegen ‘conflictmineralen’?

Universiteit Antwerpen
2020
Jessy Thomas
Ohanu Kalonda
De nieuwe Europese wetgeving tegen conflictmineralen die van kracht gaat op 1 januari 2021 heeft enkele gaten. In dit werkstuk worden de sterktes en de zwakheden beschreven.
Meer lezen

Zit er een wiskundig kritische geest in de boekentas van de toekomstige leerkracht kleuteronderwijs?

Vrije Universiteit Brussel
2019
Wim
Mees
Enerzijds proberen we inzicht te verkrijgen in de kritische en creatieve bagage van tweedejaarsstudenten kleuteronderwijs tegenover vier wiskundige activiteiten. Anderzijds onderzoeken we met een online enquête hoe leerkrachten kleuteronderwijs hun kleuters laten kennismaken met wiskunde en wat zij als makkelijk en moeilijk ervaren.
Meer lezen

Chemische veiligheid in middelbaar onderwijs: ondersteunende tools voor de chemieleerkracht

Universiteit Antwerpen
2019
Nick
De Wolf
De ontwikkeling van hulpmiddelen die voorkomen dat leerlingen in het secundair onderwijs in contact komen met verboden producten.
Meer lezen

Vlaamse dubbing: meerwaarde of meerkost?

Odisee Hogeschool
2019
Cassandra & Lennerd
Vanderborght & Kevelaerts
  • Cassandra
    Vanderborght
  • Lennerd
    Kevelaerts
De Vlaamse taal valt niet meer weg te denken uit de filmindustrie, dat valt vooral op aan het stijgend aantal bewerkingen van animatiefilms waarbij vaak gewerkt wordt met bekende Vlamingen. Hier hangt uiteraard een (groot) prijskaartje aan vast. Maar geeft dit nu echt een meerwaarde aan de film en zal het de bekendheid van de film vergroten?
Bij de uitvoering van dit onderzoek werden drie perspectieven nader bekeken. Allereerst werd het perspectief van de doelgroep onderzocht. Hierbij werd de nadruk gelegd op het effect van bekende Vlaamse acteurs op de beleving, de bekendheid en de verkoop van animatiefilms. Onmiddellijk viel op dat bekende Vlaamse acteurs zeker een meerwaarde bieden aan de beleving van een animatiefilm. Het herkennen van stemmen zorgt ervoor dat de beleving vergroot. Het werken met bekende Vlamingen heeft ook rechtstreeks een invloed op de bekendheid van een animatiefilm. Promotiefilmpjes waarin bekende Vlamingen gebruikt zijn, worden vaker geliked en ontvangen meer reacties van het doelpubliek.
Daarna werd het perspectief van de acteurs onder de loep genomen en meer bepaald werd er gekeken naar endorsement. Bij endorsement werd meteen duidelijk dat dit door hen als de normaalste zaak beschouwd wordt. Mede doordat de lijn tussen reclame en sociale media vervaagt. Daarnaast zorgt het werken met bekende Vlaamse acteurs ook rechtstreeks voor meer persaandacht, wat de algemene bekendheid van de film ten goede komt.
Als laatste werd er dieper ingegaan op het perspectief van het productiehuis, hierbij was er zowel aandacht voor de marketingactiviteiten van een animatiefilm als voor de visie van de regisseurs. Door middel van diepte interviews met beide partijen kon een beter beeld verkregen worden omtrent de activiteiten rond een animatiefilm. Deze interviews werden aangevuld met cijfermateriaal verkregen via 20th Century Fox. Aan de hand van het cijfermateriaal kon geconcludeerd worden dat werken met een bekende Vlaamse cast een positieve invloed heeft op de omzet van een animatiefilm (dit kan oplopen tot +- 1,5 miljoen euro). Toch blijft het belangrijk om te vermelden dat bij het werken met een bekende Vlaamse cast het steeds belangrijk is om een mooi geheel te creëren. Geen ervaring in dubbing mag er niet voor zorgen dat de animatiefilm van een mindere kwaliteit is.
Kortom blijkt uit het onderzoek dat werken met bekende Vlaamse acteurs een invloed heeft op de bekendheid en de beleving van een animatiefilm. Hierbij is het belangrijk om in te zetten op: het creëren van een totaalbeleving, het werken met bekende Vlamingen die op het moment van de productie en de release een grote bekendheid kennen, het aanwakkeren van het nostalgische effect bij het doelpubliek en bovenal is het belangrijk dat er gezorgd wordt dat het totaalplaatje klopt.
Meer lezen

De impact van (interne) creativiteit op de merkbekendheid van dienstverlenende bedrijven

HOGENT
2019
Céline
Penninck
In deze scriptie worden verbanden gezocht tussen (interne) creativiteit bij personen en de merkbekendheid van dienstverlenende bedrijven. Verder wordt ook concreet bestudeerd hoe deze creativiteit de merkbekendheid van deze bedrijven kan boosten en op welke manieren creativiteit bij werknemers kan worden gestimuleerd.
Meer lezen

Foto-elektrochemische luchtzuivering en waterstofproductie

Universiteit Antwerpen
2019
Marine
Van der Voordt
  • Stefaan
    Boghgraef
  • Joppe
    Brosens
In deze studie werd onderzocht hoe vervuilende moleculen in de omgevingslucht kunnen worden afgebroken via fotokatalyse. De gebruikte katalysatoren zijn Titaniumdioxide en wolfraam.
Meer lezen