Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

A Research-Based Gamification Solution for Teaching Arrays to Novice Applied Science Students

KU Leuven
2026
Tine
Vervloet
Arrays zijn een basisonderdeel van leren programmeren, maar beginners vinden ze vaak het moeilijkste onderwerp. Dat geldt zeker voor studenten in toegepaste wetenschappen, voor wie programmeren eerder een hulpmiddel is dan hun hoofdinteresse. Deze masterproef onderzoekt hoe een gegamificeerde leeromgeving eerstejaarsstudenten Elektromechanica kan helpen om arrays te begrijpen.

Literatuur, examenresultaten en interviews met studenten en een expert brachten vier struikelblokken aan het licht: indexering, lussen combineren met arrays, waarden aanpassen tijdens een herhaling en veelvoorkomende bewerkingen. Op basis daarvan ontstond ArrayCamp. Die browsertool combineert het PRIMM-model, visuele oefeningen, Parsons-puzzels, gamificatie en AI-feedback.

Een evaluatie met 27 studenten toont dat ze de tool ondersteunend, gebruiksvriendelijk en motiverend vinden. Wel werkten weinig studenten de laatste opdrachten af, vooral door tijdsdruk vlak voor het examen. De AI-feedback in de tool was nog niet altijd consistent. Zo'n tool werkt dus pas echt als hij ook goed in de lessen wordt ingebed.
Meer lezen

De bijdrage van groene infrastructuur aan koolstofopslag op campus Schoonmeersen

HOGENT
2026
Tristan
Kerger
Deze bachelorproef onderzoekt de koolstofopslag in de bodem van campus Schoonmeersen (HOGENT), en de wijze waarop bodemkoolstof meegenomen kan worden in het klimaatbeleid.
Meer lezen

Maximising Taxibot Throughput under Mixed Ground Operations: A Case Study of Departing Traffic at Brussels Airport

Universiteit Gent
2026
Emile
Schoemans
Taxibots zijn sleepvoertuigen die een vliegtuig met uitgeschakelde motoren van de gate naar de startbaan trekken, waardoor ze brandstof en CO₂ besparen tijdens het taxiën. Bestaand onderzoek vraagt hoeveel taxibots nodig zijn om elk vliegtuig te slepen. Deze masterproef stelt de omgekeerde vraag, die realistischer is voor een luchthaven die geleidelijk begint: hoeveel vertrekkende vliegtuigen kan een kleine, vaste vloot per dag bedienen, en wat levert dat op? Daarvoor ontwikkelde ik een optimalisatiemodel en een snelle vuistregel, op basis van grondbewegingsdata van Brussels Airport (juli 2025), aangeleverd door Skeyes. Op een drukke dag bedienen drie taxibots ongeveer de helft van de geschikte vertrekkende vliegtuigen, en vermijden ze naar schatting circa een derde van de taxi-uitstoot (ongeveer 24 ton CO₂). Met vijf taxibots wordt twee op de drie bediend. Daarna vlakt de winst af, op hetzelfde punt dat Skeyes zelf als praktisch maximum aangeeft. De vuistregel benadert het exacte model tot op één vliegtuig nauwkeurig en rekent in milliseconden.
Meer lezen

EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen

Arteveldehogeschool Gent
2026
Amber
De Decker
Deze bachelorproef onderzoekt hoe een kleuterleerkracht van de oudste kleuters ondersteund kan worden om drama op een laagdrempelige en geïntegreerde manier een plaats te geven binnen het klasaanbod. De aanleiding voor dit onderzoek kwam voort uit een verkennend gesprek met de betrokken leerkracht, waarin ze aangaf onzekerheid te ervaren rond drama en dit bovendien beschouwde als organisatorisch uitdagend, waardoor het aanbod van drama in de klas beperkt bleef, ondanks haar bereidheid om meer drama te integreren in het klasaanbod. Deze bereidheid vormde een belangrijk uitgangspunt voor dit onderzoek.

Op basis van deze probleemstelling werd de volgende ontwerpvraag geformuleerd: “Hoe kan een kleuterleerkracht van de oudste kleuters, die onzekerheid ervaart bij het integreren van drama in de klaspraktijk, ondersteund worden om drama een meer geïntegreerde plaats te geven binnen het klasaanbod?”

Met behulp van een literatuurstudie werd een theoretisch kader rond het thema opgebouwd. Vervolgens werd de eerste deelvraag onderzocht met behulp van reflectie en bevraging, waaruit bleek dat de betrokken leerkracht aanvankelijk een beperkt beeld had van drama binnen het kleuteronderwijs. Op basis van de geanalyseerde noden en drempels werd drama vervolgens verder afgebakend tot het integreren van handpoppen in de klaspraktijk.

Er werd een verdiepende literatuurstudie uitgevoerd, samen met een klasobservatie en interviews met de betrokken leerkracht om de specifieke drempels en noden verder in kaart te brengen. Daarnaast werd een bevraging afgenomen bij andere kleuterleerkrachten om hun ervaringen rond dit onderwerp te verzamelen. Deze inzichten werden verdiept en gekoppeld aan bestaande literatuur.

Op basis van deze bevindingen werden concrete ontwerpeisen opgesteld die leidden tot een ontwerp bestaande uit verschillende onderdelen. Het ontwerp omvat een toolkit EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen, met ondersteuningskaarten die afgestemd zijn op de drempels en behoeften van de betrokken leerkracht. Daarnaast werden twee handpoppen geïntegreerd binnen talige en wiskundige activiteiten met inspiratiefiches die de implementatie ondersteunen en mogelijkheden tot verdere uitwerking in de klaspraktijk bieden.

Doordat het ontwerp een geleidelijk proces is in combinatie met de korte testfase zijn de conclusies nog beperkt, maar in relatie tot het onderzoeksdoel, kan gesteld worden dat het ontwerp een sterke basis vormt om drama, en specifiek het gebruik van handpoppen, sterker te integreren in de klaspraktijk van de betrokken leerkracht.
Meer lezen

Systematic Analysis of Simulated Atrial Electrograms to Distinguish Scar from Slow Conduction

Universiteit Gent
2026
Robbe
Daelman
Inleiding: Het plannen van cardiale ablatie vereist een nauwkeurige identificatie van niet-geleidend weefsel. Huidige methoden, zoals fasekaarten en voltagekaarten, overschatten vaak de omvang van niet-geleidende gebieden en geven slechts een vereenvoudigde weergave van de onderliggende elektrogram (EGM)-signalen. Bovendien kunnen huidige markers structurele remodellering niet betrouwbaar onderscheiden van functionele trage geleiding. Deze thesis onderzoekt of bijkomende, uit EGM afgeleide kenmerken gebruikt kunnen worden om verschillen in de elektrische geleidingssnelheid doorheen hartweefsel te onderscheiden.

Methoden: Simulaties werden uitgevoerd voor vijf verschillende weefselconfiguraties met toenemende complexiteit en afnemende symmetrie. Alle simulaties werden in 2D uitgevoerd met een enkele stimulus en bevatten een centraal obstakel omringd door een raster van EGM-elektroden. Uit elk EGM-signaal werden 11 kenmerken geëxtraheerd, gebaseerd op grootheden die eerder in de literatuur beschreven zijn of vaak gebruikt worden in ECG-analyse. Vervolgens werd PCA toegepast om de lineaire combinaties van kenmerken te identificeren die de grootste variantie in de data verklaren. De belangrijkste principal components werden daarna gebruikt in gesuperviseerde machine learning-benaderingen om de geleidingssnelheid en de afstand tot aangetast weefsel te voorspellen.

Resultaten: De eerste principal component verklaarde 65–70% van de variantie over alle simulatietypes en werd gedomineerd door kenmerken gerelateerd aan signaalsterkte, waaronder de maximale amplitude en de totale signaaloppervlakte. De tweede tot en met de vierde principal components verklaarden samen ongeveer 25% van de variantie en bevatten voornamelijk kenmerken gerelateerd aan piekstructuur, timing en signaalasymmetrie. De waarden van deze principale componenten, in het bijzonder de eerste component, verschilden systematisch tussen simulaties met verschillende geleidingssnelheden. Een logistische regressie classificeerde tussen het wel of niet in aangetast weefsel liggen met een balanced accuracy van 89,3%. Een random forest regressor kon de gemiddelde geleiding voorspellen met een absolute gemiddelde fout (MAE) van 1,2%.

Conclusie: Uit EGM-afgeleide kenmerken, naast fase en maximale spanning, ontstaat onderscheidende informatie over de geleidingseigenschappen van hartweefsel. De laagdimensionale structuur geïdentificeerd door PCA generaliseert over weefselconfiguraties met toenemende complexiteit, en de resulterende kenmerkrepresentaties ondersteunen zowel de classificatie van de afstand van de elektrode tot aangetast weefsel als de voorspelling van de lokale geleidingssnelheid. Deze bevindingen suggereren dat multidimensionale EGM-kenmerkanalyse een geschikter kader biedt om littekenweefsel te onderscheiden van functionele trage-geleidingsgebieden dan geïsoleerde signaalmerkers alleen.
Meer lezen

Zero-Density Estimates for the Riemann Zeta Function

KU Leuven
2026
Stev
Fivez
The Riemann zeta function is one of the most extensively studied functions in pure mathematics. This is for good reason: the theory surrounding this function has many profound implications across analytic number theory and beyond. In particular, it is deeply connected with the prime numbers. While initially introduced by Euler, it was Riemann who extended this function to a complex variable and thereby discovered the relation between its zeros and the distribution of primes in his revolutionary paper from 1859. At the same time, he formulated his most famous conjecture, which later became known as the Riemann hypothesis. Namely, he suggested that all non-trivial zeros of the zeta function lie on the so-called critical line, i.e. the line in the complex plane with real part 1/2. This problem has remained unsolved for over 150 years, with few major breakthroughs, and mathematicians still have no clear idea of where to look for a solution. Fortunately, over the past century, mathematicians have gained the insight that the full generality of the Riemann hypothesis is not always required in order to deduce good arithmetic consequences. Notably, in the search for zeros of the zeta function, special attention has been given to zero-density estimates. Rather than improving known zero-free regions, this subject aims to bound the number of zeros in certain rectangles inside the critical strip, the region of the complex plane consisting of all elements with real part between 0 and 1. This has become a central topic in analytic number theory, with several applications to prime number theory. In this thesis, our aim is to provide a thorough account of the techniques used to prove zero-density estimates. This begins with the description of the standard zero-detection method, and proceeds with two examples, one of which is the current record in a certain interval. We then exploit recent advances in the field to prove a new zero-density estimate that improves the current best bounds in a small interval, effectively breaking a world record. An essential tool in proving zero-density estimates is the study of moment estimates for the Riemann zeta function on the critical line, as they arise naturally in the zero-detection method. This subject has plenty of unsolved problems itself, and we will prove some of the current best results. The thesis concludes with an application of zero-density estimates to the theory of primes in short intervals.
Meer lezen

Long-term public transport accessibility in Flanders and the Brussels-Capital Region, 2016–2025

KU Leuven
2025
Jonas
Vanhoef
Deze masterscriptie richt zich op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 2016 en 2025. De studie maakt gebruik van een gravity-based model om de uitrol van het decreet basisbereikbaarheid van de Vlaamse overheid te evalueren. Dit decreet was erop gericht het openbaar vervoer van een aanbodgestuurd naar een vraaggestuurd model te brengen door middel van een resem aanpassingen aan de dienstregeling. Door de reistijden van en naar middelbare scholen en musea te berekenen kon de lokale en regionale bereikbaarheid afgeleid worden. Aangezien de bereikbaarheid berekend werd voor 2016, 2023, 2024 en 2025 kon het onderzoek de evolutie van de bereikbaarheid volgen over de verschillende fases van implementatie van het nieuwe beleid. Hieruit bleek dat de verbetering tijdens fase 2 in 2024 teniet werd gedaan door scherpe dalingen die samenvielen met fase 3 in 2025. Alles samengenomen was er tussen 2016 en 2025 een negatieve impact op de bereikbaarheid op lokaal niveau. Op regionaal niveau was er eerder een stabilisatie waarneembaar. Verder werd in de scriptie ook onderzocht of er verschillen waren in veranderingen van de bereikbaarheid tussen gebieden met een hoge en lage bevolkingsdichtheid. En tot slot werd er voor twee casestudies gekeken naar de invloed van specifieke wijzigingen in het openbaarvervoersnetwerk, zoals wijzigingen in de busfrequentie, haltelocaties, en reistijden.
Meer lezen

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

De generatie'breuk': Een vergelijkend onderzoek naar het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn in het zesde leerjaar en vijfde middelbaar

KU Leuven
2025
Ine
Meers
Breuken vormen een fundamenteel onderdeel van het curriculum in het basis- en secundair onderwijs. Toch blijkt uit onderzoek dat mensen meer moeilijkheden ervaren met het begrijpen van de numerieke grootte van breuken, in vergelijking met natuurlijke en decimale getallen. Dit heeft geleid tot verder onderzoek naar hoe leerlingen breuken begrijpen en welke strategieën zij daarbij gebruiken. Zo onderzocht Hofmans (2022) het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn van leerlingen uit het zesde leerjaar met verschillende wiskundige competenties. Zij maakte daarbij gebruik van de Number Line Estimation (NLE)-taak, waarbij leerlingen verschillende breuken op een getallenlijn van 0 tot 1 moesten plaatsen. Daarnaast ontwikkelde ze een codeerschema waarmee ze het strategiegebruik systematisch kon coderen en analyseren in relatie tot item- en leerlingkenmerken. In dit driedelig codeerschema werd elke trial eerst globaal beoordeeld als ‘correct’, ‘inaccuraat’ of ‘rest’. Het schatten van de breuk werd vervolgens opgesplitst in drie stappen, namelijk ‘encoderen’, ‘positioneren’ en ‘finaliseren’.
Hoewel Hofmans (2022) aantoonde dat de strategiekeuze en adaptief strategiegebruik samenhingen met de schattingsnauwkeurigheid, beperkte haar studie zich enkel tot leerlingen uit het zesde leerjaar. Hierdoor werd niet duidelijk in hoeverre onderwijsniveau of expertise een invloed uitoefende op het strategiegebruik en de schattingsfouten.
Het huidig onderzoek vergeleek daarom leerlingen uit het zesde leerjaar en vijfde middelbaar. Er werd via een gelijkaardig onderzoeksopzet nagegaan hoe deze onderwijsniveaus verschilden in hun strategiegebruik en adaptiviteit en welk effect dit had op hun schattingsfouten. Hierbij werd er gebruikgemaakt van hetzelfde codeerschema, mits enkele aanpassingen, en de NLE-taak. De nauwkeurigheid van de schattingen van de leerlingen werd berekend door middel van de Percentage of Absolute Error (PAE).
Er werd onderzocht welke strategieën leerlingen hanteerden, hoe accuraat en hoe flexibel deze werden toegepast en in welke mate die samenhingen met leerling- of itemkenmerken. Er werd gekeken naar de algemene schattingsfout bij het positioneren van breuken op een getallenlijn en naar de verschillen in strategiegebruik en nauwkeurigheid tussen leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus. Daarnaast werd onderzocht of er verschillen optraden in de nauwkeurigheid van de schattingen op leerling- en itemniveau. Ook de relatie tussen de strategiediversiteit van een leerling en diens onderwijsniveau werd geanalyseerd in relatie tot de schattingsnauwkeurigheid. Tot slot werd nagegaan of bepaalde itemkenmerken specifieke strategieën uitlokten en of dit leidde tot een grotere nauwkeurigheid in de schatting. Zo werd het adaptief strategiegebruik van leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus in kaart gebracht worden.
Samenvattend toonden de resultaten aan dat zowel het onderwijsniveau als het strategiegebruik een rol spelen bij het accuraat schatten van breuken op een getallenlijn. Leerlingen uit het vijfde middelbaar schatten over het algemeen nauwkeuriger dan leerlingen uit het zesde leerjaar. Dit verschil leek eerder samen te hangen met het strategiegebruik binnen de stap ‘positioneren’ dan met ‘encoderen’ of ‘finaliseren’. Daarnaast bleek dat itemkenmerken, zoals de noemergrootte en de ligging ten opzichte van referentiepunten, het strategiegebruik en de schattingsnauwkeurigheid sterk beïnvloedden.
Meer lezen

Prototyping novel length measurement instruments

Universiteit Hasselt
2025
Stig
Konings
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie draagt de titel Prototyping Novel Length Measurement Instruments. Het doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een meetinstrument dat meer gericht is op de mens en gebruiksvriendelijker is, in deze scriptie is StoryStick++ ontstaan.
Meer lezen

[uF]2Vec: Reframing Interpretability through a Neurodynamic Perspective on Select and Feature Stativity

KU Leuven
2025
Morris
Callens
Deze thesis integreert biofysische modellen van het werkgeheugen in taalkundige theorieën binnen het Minimalisme, met de focus op de Select-functie – het ophalen van Lexicale Elementen vanuit het langetermijngeheugen naar het kortetermijngeheugen. Ik vertaal eerst het traditionele feature- systeem naar een vectoren-gebaseerd mechanisme, waar de (on)interpreteerbaarheid als een vectoronderdeel gemodelleerd wordt. Deze verschuiving van een symbolisch naar een vector-systeem vangt niet alleen kenmerken van de Transfer-operatie, maar brengt het model ook in rooilijn met neurale populatiecodes. Daarna stel ik een hippocampus-gebasseerd biophysisch model van Lexicale Ophaling voor, waar neurodynamische principes statische features activeren en hun ophalen bepalen. Binnen dit framework vormt interpreteerbaarheid een neveneffect van het model en kan het [iF]-[uX]-mechanisme van Deal (2015) op natuurlijke wijze afgeleid worden as een vorm van sterk symmetrische paarophaling.
Meer lezen

Building Thinking Classrooms in mathematics: implementatie in de lespraktijk

Universiteit Gent
2025
Christel
Bombeeck
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Deze masterproef onderzoekt de implementatie van de didactische principes uit Building Thinking Classrooms in Mathematics (Liljedahl, 2021) in een wiskundeles over eerstegraadsongelijkheden in één onbekende, gegeven in twee klassen derdejaars met 4u wiskunde per week. Het onderzoek vertrekt vanuit de centrale vraag hoe de 14 strategieën uit het BTC-model concreet vertaald kunnen worden naar een Vlaamse klascontext, met aandacht voor hun effect op leerlingbetrokkenheid en -autonomie, denkactiviteit en evaluatiepraktijken.

De reflectie is gestructureerd aan de hand van de vier toolkits die Liljedahl hanteert: (1) het opstarten van denken, (2) het onderhouden van denken, (3) het responsief maken van denken, en (4) het herdefiniëren van evaluatie. Per strategie werd geanalyseerd hoe de lesinhoud, klasorganisatie en interactiepatronen zich aanpasten aan de BTC-aanpak, en welke didactische en beleidsmatige implicaties dit met zich meebracht. Er werd bijzondere aandacht besteed aan het ontwerp van denkstimulerende opgaven voor de ontwikkeling van procedurele kennis, verticale niet-permanente oppervlakken, het stimuleren van kennismobiliteit en leerlingautonomie en de consolidatiefase.

De resultaten tonen aan dat de BTC-principes leiden tot verhoogde cognitieve betrokkenheid, actiever klasgedrag en dieper begrip bij de leerlingen. Tegelijk stuit de toepassing ervan op structurele beperkingen, waaronder de beperkte lestijd in het Vlaams secundair onderwijs (50 minuten t.o.v. de door Liljedahl voorgestelde 65 minuten) en de sterk ingebedde puntencultuur die formatieve evaluatie bemoeilijkt.

De conclusie van deze masterproef benadrukt dat BTC geen optelsom is van losse strategieën, maar een geïntegreerd didactisch model dat tijd, consistentie en schoolbrede ondersteuning vereist. Bij een doordachte en gefaseerde implementatie biedt het model krachtige handvatten om het wiskundeonderwijs te transformeren tot een ruimte voor denken, samenwerking en verantwoordelijkheid over leren.
Meer lezen

Event-Based Neural Network for Embedded Deployment: Representation-Model Co-Design and Event-Data Acquisition System

KU Leuven
2025
Enmin
Lin
Diepgaand leren heeft het visueel waarnemingsvermogen bij autonoom rijden aanzienlijk verbeterd, maar conventionele camera's blijven beperkt door bewegingsonscherpte, een beperkt dynamisch bereik en hoge latentie. Gebeurteniscamera's, geïnspireerd door biologische visie, overwinnen deze beperkingen door asynchroon veranderingen in pixelhelderheid te detecteren. Dit mechanisme levert datastromen die schaars, temporeel nauwkeurig en zeer efficiënt zijn voor embedded toepassingen. De inherente schaarste en het gebrek aan intensiteitsinformatie in gebeurtenisgegevens bemoeilijken echter het extraheren van onderscheidende kenmerken en vormen uitdagingen voor de training van neurale netwerken. Daarnaast lijden gangbare datasets zoals CIFAR10-DVS aan een niet-uniforme verdeling van gebeurtenissen door het gebruik van lineaire of polygonaal gevormde bewegingstrajecten tijdens de opname, wat leidt tot periodieke artefacten.
Om deze beperkingen te overwinnen, evalueert dit proefschrift systematisch gebeurtenisrepresentaties—waaronder gestapelde afbeeldingen, voxelrasters en tijdoppervlakken—met standaard CNNs om optimale architecturen voor embedded implementatie te identificeren. Door gebruik te maken van transfer learning met vooraf getrainde ImageNet-modellen wordt de nauwkeurigheid onder beperkte dataomstandigheden aanzienlijk verbeterd. Experimentele resultaten tonen aan dat volledige fine-tuning van het hele netwerk noodzakelijk is om zich aan te passen aan de unieke eigenschappen van gebeurtenisgebaseerde gegevens. Het voorgestelde model integreert dropout, L2-regularisatie en een meerfasig leersnelheidsschema om de trainingsstabiliteit en generalisatie te bevorderen. Met deze co-designbenadering behaalt EfficientNetB0 een nauwkeurigheid van 81,05% op CIFAR10-DVS bij verwerking van gebeurtenissen binnen één temporeel venster.
Voor implementatie identificeert inspectie met het Xilinx Vitis Al-platform TensorFlow's MobileNetV2 als de optimale keuze dankzij volledige compatibiliteit met DPU-hardwareversnellers. Hoewel post-training pruning op basis van globale kanaalrangschikking is onderzocht, is de effectiviteit beperkt door het inherent gebrek aan redundantie in het model. Daarentegen compenseert quantization-aware training (QAT) succesvol het nauwkeurigheidsverlies tijdens INT8-kwantisatie, waarmee real-time prestaties (2,8 ms/frame) bij een ultralaag energieverbruik (1,77 mW) worden bereikt op het KV260 embedded platform.
Gemotiveerd door de beperkingen van bestaande datasets wordt een nieuw acquisitieplatform voorgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van een Dobot-robotarm voor continue cirkelvormige beweging geïnspireerd op biologische oogbewegingen. Deze methode genereert uniforme gebeurtenisverdelingen en elimineert periodieke artefacten die aanwezig waren in eerdere datasets, wat robuustere training en evaluatie van neurale netwerken op gebeurtenisgegevens ondersteunt.
Meer lezen

KLIMAATBEWUSTZIJN IN KUNSTBESCHOUWENDE VAKKEN. Leerlingen secundair onderwijs op een vakoverschrijdende manier betrekken bij klimaateducatie binnen kunstbeschouwende vakken.

Universiteit Gent
2025
Pieter
Verstraete
Genomineerde longlist Klasseprijs
Jongeren maken zich zorgen om het klimaat. De klimaatmodellen tonen een toekomst met complexe en uiteenlopende uitdagingen. De individuele en collectieve keuzes die we maken bepalen mee het verloop en de ernst van de gevolgen. Om tot handelen te komen is niet alleen klimaatkennis, maar ook een zeker klimaatbewustzijn essentieel. Het besef wat er aan de hand is en de wil om daar iets aan te doen.
Met deze paper onderzoeken we hoe kunst en kunstbeschouwende vakken het klimaatbewustzijn van jongeren kan versterken. Kunst heeft immers de kracht om te beroeren. Het speelt in op onze zintuigen en wekt emoties op. In die zin bieden kunstbeschouwende vakken een unieke context om klimaateducatie te integreren.
We onderzoeken achtereenvolgens waarom we klimaateducatie, vakoverschrijdend aanbieden, welke meerwaarde kunst en kunstbeschouwende vakken bieden en hoe we dat praktisch implementeren in de Vlaamse onderwijscontext. De finaliteit van deze paper is een les klimaateducatie in een kunstbeschouwend vak. Deze les werd in de praktijk getoetst in de derde graad van Scholen Da Vinci in Sint-Niklaas.
Uit dit praktijkonderzoek blijkt er wel degelijk een rol weggelegd voor kunstbeschouwende vakken om klimaateducatie te integreren. Het biedt cognitieve en pedagogische voordelen om tot een dieper bewustzijn te komen in de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. Kunstwerken bieden ook een vakdidactisch potentieel om doelbewust in te zetten op specifieke cognitieve processen en leeractiviteiten. Bovendien faciliteert en stimuleert de Vlaamse overheid vakoverschrijdend lesgeven, specifiek ook voor klimaateducatie. Kunst en kunstbeschouwende vakken als brugfunctie tussen kennis en engagement.
Meer lezen

De invloed van de wiskundige thuisomgeving op de voorbereidende wiskundige vaardigheden van kleuters uit de tweede kleuterklas.

KU Leuven
2024
Angie
De Lamper
  • Stien
    Callens
Om kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op de basisschool, wordt er in het Vlaamse kleuteronderwijs belang gehecht aan de voorschoolse vaardigheden van kinderen. De voorbije jaren werd reeds veel onderzoek verricht naar de invloed van de talige thuisomgeving op de lees- en taalvaardigheden van kleuters. Onderzoeken die de invloed van de wiskundige thuisomgeving op de voorbereidende wiskundige vaardigheden nagingen waren eerder schaars. We wilden met de huidige studie dan ook graag bijdragen aan dit onderzoeksdomein.
Dit interventieonderzoek had als doel na te gaan of het aanbieden van een wiskunde interventie in de thuisomgeving leidde tot een verbetering van de voorbereidende wiskundige vaardigheden bij kleuters. In het huidige onderzoek werden 114 kleuters uit de tweede kleuterklas en hun ouders gerekruteerd. De kleuters werden, na hiërarchische matching, willekeurig toegewezen aan de wiskundeconditie (experimentele conditie) of aan de taalconditie (controleconditie). De wiskundige vaardigheden van de kleuters werden voor en na de interventie gemeten aan de hand van vijf wiskunde metingen (wiskundetaal, object tellen, cijferherkenning, ordenen van getallen en rekenen) en één controlemeting (matrix redeneren). We onderzochten eveneens of er een verband bestond tussen de wiskundige thuisomgevingsvariabelen (wiskunde activiteiten, verwachtingen en attitudes van de ouders ten opzichte van wiskunde; gemeten aan de hand van vragenlijsten) en de scores van de kleuters op elk van de wiskunde metingen voorafgaand aan de interventie. Hierbij aansluitend, bekeken we of de interventie veranderingen teweegbracht in de wiskundige thuisomgevingsvariabelen. Tot slot, werd nagegaan of de effecten van de wiskunde interventie gemodereerd werden door het aantal wiskunde activiteiten die ouders en kinderen uitvoerden voorafgaand aan de interventie en het aantal wiskunde activiteiten dat ze deden tijdens de interventie.
In dit onderzoek kon worden vastgesteld dat de wiskunde interventie een invloed had op cijferherkenning en ordenen van getallen. Daarnaast was er van voor- naar nameting een verandering merkbaar in de verwachtingen van de ouders ten opzichte van wiskunde, ongeacht de conditie. Verder werden er geen veranderingen in de overige wiskundige thuisomgevingsvariabelen teruggevonden. Activiteiten voorafgaand aan de interventie en activiteiten tijdens de interventie bleken het interventie-effect niet te modereren. In vervolgonderzoek kan men onder andere uitgebreider onderzoek verrichten naar het wiskundig taalaanbod van ouders en deelnemers trachtten te rekruteren met een meer diverse SES.
Meer lezen

1D geluidslokalisatie voor gehoorapparaten met lage data-transfer voor een gedistribueerd model

Universiteit Gent
2024
Jonas
Van Damme
Gehoorapparaten hebben een aanzienlijke evolutie doorgemaakt en zijn getransformeerd tot apparaten die in staat zijn tot aanzienlijke berekeningen op het oor. Naast deze berekeningen wordt verwerking met hoge eisen in het gehoorapparaat systeem uitgevoerd in een gecentraliseerd apparaat, waar meer rekenkracht beschikbaar is. Dit vereist echter(draadloze) gegevensoverdracht tussen deze apparaten, wat de batterijduur nadelig kan beïnvloeden. Verschillende strategie¨ en voor bandbreedte-efficiënte audio bronlokalisatie voor binaurale gehoorapparaten worden vergeleken. Een veelgebruikte strategie is het gebruik van audiocodecs, zoals de LC3+ codec, om de bandbreedte te minimaliseren. Hier wordt ook een bandbreedte
gecomprimeerde versie van een state-of-the-art gedistribueerd systeem onderzocht. Het coöperatieve model verwerkt eerst de microfoonsignalen lokaal voordat de functies naar de centrale processor worden verzonden voor verdere analyse. Het verlagen van de bandbreedte van het systeem impliceert een geschikte compressie van deze functies. Het onderzoek omvat verschillende optimalisaties, waaronder de kwantisatie van de ingebedde functies, aanpassingen aan de functiedimensies, evenals wijzigingen in tijd- en frequentieresoluties. In het algemeen leidden de cumulatieve aanpassingen tot een verbeterde prestatie die iets lager, maar goed vergelijkbaar was met het gecentraliseerde basismodel. Bovendien zijn proof-of-concept experimenten met kennisoverdracht en potentiële uitbreidingen van het coöperatieve model succesvol getest.
Meer lezen

Taal werkt, ook ongemerkt: een kritische discoursanalyse van politiek taalgebruik in toespraken van linkse en rechtse Vlaamse partijvoorzitters

Universiteit Gent
2024
Marie-Laure
Van Cleemput
De scriptie bevat een kritische discoursanalyse van taalgebruik bij linkse en rechtse Vlaamse partijvoorzitters tijdens publieke speeches. Het onderzoek keek naar verschillende nieuwjaars- en 1 mei-toespraken van Raoul Hedebouw, Melissa Depraetere, Conner Rousseau, Bart De Wever en Tom Van Grieken. Voor elke partijvoorzitter werden twee speeches taalkundig en retorisch geanalyseerd, met de retoriek van Aristoteles en de Critical Discourse Analysis als basis. Zo werd de taal van de partijvoorzitters geanalyseerd en ten opzichte van elkaar onderzocht, met bijvoorbeeld aandacht voor metaforiek, woordherhaling, vloekwoorden, perspectieven en argumentatie. Zo wordt een beeld geschetst van welke partijvoorzitter van welke linkse of rechtse Vlaamse partij moeilijkere of eenvoudigere taal zou hanteren dan de andere.
Meer lezen

De rol van ruimtelijke vaardigheden en de ruimtelijke representatie van getallen voor onze wiskundige vaardigheden, een vergelijking tussen theoretische en praktische opleidingen

Universiteit Gent
2022
Laura
Soen
Uit deze studie blijkt dat leerlingen die wiskunde aanleren in een theoretische en abstracte context beter scoren op algemene wiskundige taken en een beter ruimtelijk inzicht hebben dan leerlingen uit een praktische context, ondanks een gelijk lessenpakket wiskunde. Bovendien scoren leerlingen beter op wiskunde indien ze ook betere ruimtelijke vaardigheden hebben.
Meer lezen

Studie van de bundelpositiemetingen voor de luminositeitscalibratie in CMS

Universiteit Gent
2022
Maarten
De Coen
Deze scriptie omvat een studie van de positiemetingen in de LHC deeltjesversneller. Die metingen zijn een vereiste om nauwkeurig de afmetingen van de protonen pakketjes in de LHC te bepalen en zo precies fyische kansen te kunnen meten.
Meer lezen

Digitale Deconnectie: Zwart, wit én alles wat er tussen zit

KU Leuven
2022
Lore
Geldof
Kwalitatief onderzoek naar digitale deconnectie bij werknemers. Specifiek is onderzocht wat de 'hoe', 'wanneer' en 'waarom' van digitale deconnectie zijn binnen het werkveld. Er is een model opgesteld om de veelheid aan informatie uit de gesprekken visueel weer te geven, genaamd 'Het Metroplan van de Deconnectie'.
Meer lezen

Natural language processing for materials science: an exploration

Universiteit Gent
2021
Fleur
Hubau
In mijn masterthesis verkende ik de mogelijke toepassingen van natural language processing (NLP) in de materiaalfysica. Meer bepaald ging ik na in hoeverre woordvectoren fysisch bruikbare info over materialen bevatten.
Meer lezen

Dyscalculie binnen het ASO: Wat doen de leerkrachten; Wat zouden de vakleerkrachten kunnen doen?

Universiteit Gent
2021
Jozef
Vanneste
Wat weten de leerkrachten in het secundair onderwijs van dyscalculie? Wat doen zij om leerlingen met dyscalculie een faire kans te bieden?
Om ook de vakleerkrachten te overtuigen van hun noodzakelijke hulp is er een vademecum dyscalculie voor de vakleerkracht opgesteld met een twintig tal suggesties waarmee zij het verschil kunnen maken voor de leerling.
Meer lezen

Een Huis Dat Pijn Heet, Een Auto-etnografie Over Verlies, Intimiteit en Littekens

Universiteit Gent
2020
Josefien
Cornette
Deze drie essays, geschreven als masterproef, tonen de moeilijkheden in het compleet portretteren van mensen met een beperking. Het eerste essay gaat, doorheen een verhaal over een everzwijn, over hoe de mensheid verschillende strategieën vond om verlies te verbeelden en de mogelijke negatieve impact hiervan voor zij die verlies ervaren, zowel binnen de context van een beperking alsook het verlies van een geliefde en de gelijkenissen daartussen. Het tweede essay is een ingebeelde ontmoeting over wat het betekent om een onzichtbare beperking te hebben en opent het gesprek over ‘uit de kast komen’, lotgenoten vinden en de waarde van mensen met een beperking in het begrijpen van pijn, relaties en intimiteit. Het derde essay gaat over het onderwerp littekens en hun belang voor ideeën betreffende gemeenschap, intimiteit en ervaring-gebaseerde vloeibaarheid. De essays zijn een auto-etnografie die inductieve en poëtische taal toelaten om de emotionele en lichamelijke ervaringen van deze thema’s te vergroten.
Meer lezen

Predicting fines under EU antitrust law: the quest for a magic formula

KU Leuven
2020
Bruno
Van den Bosch
Deze master-thesis analyseert de boetepraktijken van de Europese Commissie in mededingingszaken tussen 2006 en 2020. Ik heb een mulitvariate lineaire regressie toegepast om zowel de protectionistische hypothese aan te pakken, de bewering dat de EU-commissie Amerikaanse ondernemingen onrechtvaardig behandelt, en het meer algemene ‘zwarte doos’-probleem, het feit dat het onduidelijk is hoe de Commissie tot het cijfer van de boete komt.
Meer lezen

Quantifying transpiration of urban trees in Amsterdam: towards a climate proof city

Universiteit Gent
2020
Elien
Naert
This Master's thesis quantified the transpiration of urban trees in Amsterdam and incorporated these measurements in a groundwater model.
Meer lezen

Remote Places with an Unheard Language: A Study into the Portrayal of the Native Languages of Northern America by Sixteenth and Early Seventeenth French and English Voyagers

KU Leuven
2020
Luz
Van den Bruel
Een onderzoek naar de perceptie van inheemse Noord-Amerikaanse talen door Franse en Engelse reizigers tijdens de zestiende en zeventiende eeuw. Concreet ligt de focus op de verschillende manieren om taalinformatie voor te stellen in vroegmoderne reisverhalen en hoe de kennis van de talen en de historische context van elke auteur hun voorstelling van de talen en hun sprekers beïnvloedt.
Meer lezen

A Design Research to Number Sense & The Design of Numbers

Hogeschool PXL
2020
Aline
De Feyter
Een ontwerpend onderzoek naar getal(on)begrip waarin typografisch vernieuwend experiment en het ontwerp van cijfers doorheen de geschiedenis samenkomen in een encyclopedisch naslagwerk.
Meer lezen

Nieuwe melkparameter voor een verbeterde opvolging van uiergezondheid bij melkkoeien, differentiële somatische celtelling

KU Leuven
2020
Lieze
Coemans
Mastitis is een ontsteking van het uierweefsel die kan worden veroorzaakt door verschillende
micro-organismen, zoals schimmels, gisten, algen en virussen, maar bacteriën blijven de
belangrijkste ziekteverwekkers. De huidige methodes detecteren uierontsteking meestal pas als er al aanzienlijke
schade is aangericht, daarom is er nood aan een nieuwe parameter: het gedifferentieerd celgetal (DSCC) kan deze parameter zijn. De DSCC
splitst het somatisch celgetal op in neutrofielen en lymfocyten enerzijds en macrofagen
anderzijds. Het detecteert aldus veranderingen in relatieve celpopulaties voordat het totale
celgetal toeneemt.
Meer lezen

Immanuel Kants functiebegrip - De analytica van de begrippen tussen singulariteit en heterogeniteit

Universiteit Gent
2019
Levi
Haeck
Deze scriptie is een technische analyse van de rol van 'de logische functie' in Kants Kritiek van de zuivere rede, hetgeen brengt tot een technische analyse van wat een object is.
Meer lezen

De implementatie en vergelijking van wiskundige modellen in het kader van beeldverwerking

Universiteit Gent
2019
Bjarne
Dewilde
Een hardnekkig, wederkerend probleem in de digitale fotografie is beschadiging door ruis. Relatief eenvoudige technieken op basis van de lineaire warmtevergelijking zijn in staat de hoeveelheid ruis in een afbeelding aanzienlijk te verminderen maar kunnen geen onderscheidt maken tussen effectieve schade ten gevolge van ruis en belangrijke details. Dit probleem kan vermeden worden door a priori informatie op te nemen van structuren die behouden moeten blijven, een eigenschap die de niet-lineaire diffusievergelijking, zoals Perona-Malik, bezit.
Meer lezen