Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Toward standardization of Gram-positive bacterial extracellular vesicles: optimizing purification from Lacticaseibacillus rhamnosus GG across growth phases

Universiteit Gent
2026
Shauni
Van Rijckeghem
Confidentieel -> thesis doorgestuurd via e-mail
Meer lezen

Lessen in het vrouw-zijn. De adviesrubriek van Het Rijk der Vrouw als kennisbron over lichaam en geest, 1950-1990

KU Leuven
2026
Siebe
Terrones
Deze masterproef onderzoekt de rol van de adviesrubriek van Het Rijk der Vrouw als kennisbron over het lichaam en de geest tussen de jaren 1950 en 1990. De laatste decennia kregen vrouwenmagazines en hun adviesrubrieken meer historiografische aandacht. De adviesrubriek vormde voor veel vrouwen een belangrijke bron van kennis, maar werd binnen een Belgische context nog maar weinig onderzocht. Voor dit onderzoek werd een steekproef gemaakt van telkens vier edities van adviesrubriek De Brievenbus van Het Rijk der Vrouw voor elk jaar tussen
1950 en 1990 en zowel op taalgebruik als op inhoud onderzocht. De masterproef valt uiteen in twee thematische delen. Het eerste deel bespreekt brieven over seksuele en relationele problemen, het tweede deel bespreekt brieven over ziekte en gezondheid. Uit het onderzoek komt
naar voren dat het magazine adviezen gaf die duidelijk binnen het idee van ‘vrouwelijkheid’ pasten en het magazine zichzelf als belangrijke kennisbron van dit soort ‘vrouwelijke’ kennis profileerde. De autoriteit van het magazine stoelde vooral op een emotionele band met de lezer, eerder dan
op echte expertise. Het magazine was verbonden met de katholieke zuil, wat vooral zichtbaar was wanneer het magazine adviezen gaf over seksualiteit. Veranderingen binnen de katholieke zuil
werden ook in het magazine weerspiegeld. In de adviesrubriek werden veel adviezen gegeven die de traditionele genderrollen bevestigden en ook in andere Europese vrouwenmagazines gegeven
werden. Zo hadden veel adviezen tot doel om het heteroseksuele huwelijk in stand te houden, moest de vrouw er zo goed mogelijk uitzien om een partner te vinden of haar partner terecht te kunnen wijzen wanneer er thuis ruzie ontstond. De vrouw stond in de adviesrubriek bijna altijd helemaal alleen in voor zowel haar eigen lichamelijke en geestelijke gezondheid, als die van haar gezin. Wanneer psychologische taal rond de jaren 1970 in de volksmond een belangrijk referentiekader begon te worden, begon het magazine zichzelf ook explicieter als kennisbron over geestelijke gezondheid te profileren. Vanaf de jaren 1980 begon het magazine in de adviesrubriek
af te stappen van veel traditionele genderopvattingen en begon het magazine ook meer in te zetten op contacten tussen lezers. Maatschappelijke veranderingen werden dus vaak traag weerspiegeld, want veel progressievere discoursen hadden vaak al eerder hun ingang gevonden in andere media. Om dat te verklaren werd gewezen op het magazine als commercieel product, dat zowel een ouder en conservatiever als een jonger en progressiever publiek moest behouden. Het dalen van de verkoopcijfers rond 1980 was waarschijnlijk een belangrijke katalysator voor
deze veranderingen.
Meer lezen

Optimal design and operations of plug & play photovoltaic-battery systems

KU Leuven
2026
Sean
Nassen
Deze masterscriptie van Sean Nassen (KU Leuven, in samenwerking met EnergyVille) onderzoekt plug & play batterijen: thuisbatterijen die je zelf in een stopcontact steekt, zonder elektricien. In België mag dat sinds april 2025. Er bestond nog weinig onderzoek naar hoe goed deze batterijen presteren en of ze zichzelf terugbetalen.
Meer lezen

Freeform Catoptric Design of Wide-Field-of-View Spectral Imagers for UV Spaceborne Observation of Mars

Vrije Universiteit Brussel
2026
Artyom
Petrosyan
Wide-field-of-view (WFOV) imaging systems are highly valued for space-based
observation. They are particularly challenging to design due to the presence of
off-axis aberrations. This thesis presents three novel wide-field-of-view (WFOV)
ultraviolet (UV) imaging architectures for the Mars Imager for Dust and Ice
clouds Monitoring (MIDIM): a 2D non-scanning multispectral imager, a 2D
scanning multispectral imager, and a 1D pushbroom multispectral imager. The UV
spectral range is intended and optimized for climate monitoring of Mars, including
atmospheric circulation and dynamics, dust cycles and storms, and water cycles,
clouds, and atmospheric chemistry.
Our research work tackles the optical design of WFOV UV imagers, exploring
different configurations and benefiting from freeform optical design. The key
challenges we faced were dealing with the off-axis aberrations due to the wide
fields, vignetting, and angle-of-incidence (AOI) reduction, while still keeping the
designs manufacturable and within the packaging requirements. Furthermore, the
UV operation range further increased the complexity and difficulty of the design as
the optical throughput needs to be increased due to low radiometric signals paired
with the small Airy disk compared to larger wavelength ranges. Finally, to ensure a
manufacturable design, a design-for-manufacturing approach was adopted, taking
system tolerances into account.
The 2D scanning multispectral imager showed the most optimal performance
despite its increased system complexity, such as the inclusion of a scan mirror,
while the 2D non-scanning multispectral imager showed the worst nominal
and radiometric performance. The 1D pushbroom multispectral imager showed
a comparable nominal performance to the 2D scanning system. However,
it lacked the tolerance robustness. The 2D scanning multispectral imager
shows an unprecedented performance featuring a WFOV of 48° × 10°, spatial
resolution of 2.50 km, F/# of 4.63, 80% of the encircled energy confined within
a radius of 2.15 µm, distortion of 7.30%, MTF ≥ 0.91 at 50 cycles/mm, volume of
170 × 150× 135 mm³, and smeared spatial resolutions between 5.96 km and
12.06 km for an SNR of 100 at 220 nm on Mars.
This work presents the full optical design methodology and results, adopting a
design for manufacturing approach, taking into account the path towards further
prototyping of the design. Consequently, with our research, we hope to pave
the way towards a novel UV space-based imaging telescope, enhancing space
exploration.
Meer lezen

Towards a Sustainable Volunteer Structure for AFS Sweden’s Camps

Arteveldehogeschool Gent
2026
Jorren
Almey
Dit onderzoek onderzoekt hoe AFS Interkultur Sverige (in het Engels AFS Sweden genoemd) een duurzame vrijwilligersstructuur voor haar kampprogramma kan ontwikkelen die kenniscontinuïteit, effectieve werving en het behoud van vrijwilligers waarborgt. Het onderzoek hanteert een kwalitatieve aanpak die deskresearch (academische literatuur, interne AFS-documenten en vergelijkende casusanalyses) combineert met 13 semi-gestructureerde interviews verdeeld over drie belanghebbendengroepen: kampvrijwilligers (n = 8), SLUG-leden (n = 4) en een bestuursvertegenwoordiger (n = 1).

De resultaten tonen drie onderling verbonden oorzaken aan die ten grondslag liggen aan de huidige structurele uitdagingen: (1) het ontbreken van geformaliseerd bestuur en roldefinities creëert een zichzelf versterkend patroon van werkdrukconcentratie, (2) kennisbeheer is afhankelijk van individuen in plaats van systemen, wat leidt tot een cyclisch verlies van kennis en (3) de geografische en organisatorische afstand tussen het in Denemarken gevestigde kantoor en de Zweedse vrijwilligers verzwakt de coördinatie- en ondersteuningsstructuren. Deze oorzaken grijpen in elkaar in een zichzelf versterkende spiraal: gebreken in het bestuur leiden tot persoonsafhankelijke kennis, wat de pool van geschikte opvolgers beperkt, waardoor de werkdruk nog verder op een krimpende groep ervaren vrijwilligers komt te liggen.

Op basis van deze bevindingen worden vijf aanbevelingen gedaan: (1) formaliseer de vrijwilligersrollen en de nationale groepen, (2) bouw een gecentraliseerde, gestuurde kenniswerkomgeving, (3) opzet van gestructureerde communicatie-uitwisselingspunten tussen kantoor en vrijwilligers, (4) ontwerp een zichtbaar inwerk- en ontwikkelpad en (5) organiseer een jaarlijkse grensoverschrijdende Noordse vrijwilligersbijeenkomst. Een vergelijkende analyse van AFS Noorwegen en AFS Denemarken toonde aan dat er binnen het Noordse AFS-netwerk al praktische oplossingen bestaan voor deze uitdagingen, waaronder gedeelde digitale werkomgevingen, toegewijde planningscomités en gestandaardiseerde inwerkprocedures.

Het gekozen bedrijfsproduct, een co-creatief ontwikkelde Camp Volunteer Toolkit, pakt alle drie de kernoorzaken aan via een combinatie van rolmallen, overdrachtsprotocollen, kampleidingsmallen, een ontwikkelingspad voor vrijwilligers, een gereedschapskist voor evaluatie en leermomenten, en een communicatie-overzicht. De toolkit is ontworpen via een iteratief co-creatieproces met voormalige SLUG-leden en ervaren vrijwilligers, en is ingebouwd in de bestaande ONE AFS-omgeving van AFS Zweden voor directe uitrol tijdens het kampseizoen van zomer 2026. De effectiviteit ervan zal worden geëvalueerd aan de hand van vier criteria: adoptiegraad, kenniscontinuïteit, vrijwilligerservaring en de volledigheid van de overdracht.
Meer lezen

Van wonderkruid tot tripthee: een eeuw ayahuasca in de Nederlandse pers, 1920-2019

Universiteit Gent
2026
Ava
Cornelis
De betekenisverandering van ayahuasca in de Nederlandse pers, 1920-2019.
Meer lezen

Supermarkt Herontwikkeld: Betaalbaar wonen door een verkenning van het ontwikkelingspotentieel op onderbenutte supermarktsites

Universiteit Gent
2026
Renée
Van Nevel
Vlaanderen heeft nood aan veel extra woningen, terwijl de bouwshift vraagt om geen bijkomende open ruimte meer aan te snijden. Vooral de 'missing middle' raakt moeilijk aan een betaalbare woning. Deze masterproef onderzoekt of onderbenutte supermarktparkings hiervoor een oplossing kunnen bieden. Boven de bestaande parking komt een tafelstructuur op kolommen, waarop modulaire huurwoningen worden geplaatst terwijl de supermarkt operationeel blijft. Op lange termijn kan de winkel onder die tafel worden herbouwd, zodat de volledige site kan worden herontwikkeld. Het model werd ontwerpmatig uitgewerkt voor twee Gentse sites, de Delhaize aan de Watersportbaan en de Carrefour Hypermarket in Sint-Denijs-Westrem. Daarnaast werd het financieel doorgerekend vanuit betaalbare huurprijzen.
Meer lezen

GENDER DIVERSITY MEETS BDSM-SUBCULTURE: Experiencing and sharing kinks online: a FetLife reception study

Universiteit Gent
2026
Marie-Anne
Craenen
Leden uit subculturele BDSM-gemeenschappen groeperen zich in digitale ruimtes als de FetLife-website. De toenemende interesse in kink en BDSM is weerspiegeld in het aantal academische studies die het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken benaderen, maar The Next Generation (TNG), namelijk jongere leden tussen 18 en 35 jaar, blijft onderbelicht. Het doel van deze studie was om de lived experiences van TNG binnen de online community te bestuderen via walkthroughs en semigestructureerde interviews, gecodeerd door middel van close reading en thematische analyse. Onderzoeksvragen betroffen gebruik van het platform, doel van gebruik, ervaringen rond veiligheid en betekenisgeving van intimiteit. De resultaten tonen aan dat FetLife fungeert als hybride omgeving waarin gebruikerservaringen vorm krijgen doormiddel van interactie tussen platformarchitectuur, waarden van de gemeenschap en bredere sociale structuren. Ervaringen verschillen volgens genderidentiteit, ervaringsniveau en positionering binnen de community. Doelstellingen convergeren rond informatieverwerving en betrokkenheid tot de gemeenschap, maar verschillen in bewustzijn over risico’s, waarbij vrouwen en non-binaire gebruikers namelijk voorzichtiger omgaan met het platform en beschermende strategieën hanteren. Tenslotte wordt intimiteit ervaren als gelaagd concept dat verder reikt dan louter seksualiteit.
Meer lezen

De mogelijkheden van pure mycelium materialen

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Xam
Dewaele
Deze scriptie onderzoekt de mogelijkheden van pure myceliummaterialen als duurzaam alternatief binnen de circulaire economie. Concreet richt het onderzoek zich op de productie en eigenschappen van mycoleer, waarbij zowel zuivere schimmelculturen als co-cultivaties met genetisch gemodificeerde bacteriën worden geëvalueerd.
Meer lezen

Ileus na abdominale chirurgie: herkennen en interventies.

Thomas More Hogeschool
2026
Mahmoud
Alsaid
Deze bachelorproef onderzoekt hoe verpleegkundigen postoperatieve ileus (POI) na abdominale chirurgie tijdig kunnen herkennen en met gerichte interventies kunnen bijdragen aan preventie en behandeling. POI is een tijdelijke verstoring van de darmbewegingen die gepaard kan gaan met een opgezette buik, misselijkheid, braken, verminderde voedingstolerantie en het uitblijven van windjes of stoelgang. Deze complicatie kan het herstel vertragen en de ziekenhuisopname verlengen.

Via een literatuurstudie van tien wetenschappelijke publicaties werden klinische signalen, verpleegkundige interventies en de rol van Enhanced Recovery After Surgery (ERAS) onderzocht. De bevindingen benadrukken het belang van systematische observatie en het gezamenlijk beoordelen van symptomen en hun verloop. Daarnaast staan vroege mobilisatie, aangepaste voedingsopbouw, opvolging van de vochtbalans en goede pijnzorg met beperking van opioïden waar mogelijk centraal. Kauwgom kan als aanvullende maatregel worden overwogen.

ERAS verbindt deze aandachtspunten in een samenhangend zorgtraject met duidelijke hersteldoelen en evaluatiemomenten. Verpleegkundigen spelen hierin een belangrijke rol door patiënten te begeleiden, uitleg te geven, veranderingen op te merken en tijdig te overleggen met het behandelteam.

Om de literatuur naar de praktijk te vertalen, werd een digitale verpleegkundige screeningshulp ontwikkeld. Dit prototype bundelt informatie over de operatie, klinische signalen en herstel volgens ERAS. Het geeft een signaalniveau met suggesties voor verdere opvolging. De tool ondersteunt het verpleegkundig oordeel, maar stelt geen diagnose en is nog niet klinisch gevalideerd. Een implementatieplan beschrijft hoe een pilootfase kan worden voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd.

De bachelorproef benadrukt dat samenhangende verpleegkundige zorg binnen ERAS kan bijdragen aan tijdige herkenning van POI en ondersteuning van het postoperatieve herstel.
Meer lezen

Van der edelre hertoginne vrouwe johanne: De bestuursbijdrage van Johanna van Brabant in het hertogdom Brabant van 1376 tot 1380.

KU Leuven
2026
janneke
de keersmaecker
Deze masterproef onderzoekt de bestuursbijdrage van Johanna van Brabant in het hertogdom Brabant tussen 1376 en 1380. De bestaande historiografie reduceerde Johanna lange tijd tot een passieve zwakke vorstin naast haar echtgenoot, Wenceslas van Bohemen. Een beeld dat grotendeels steunde op narratieve bronnen of nationalistische en teleologische lezingen ervan. Dit onderzoek stelt dat beeld bij door praktijkbronnen te betrekken in het debat en de dagdagelijkse bestuurspraktijk zichtbaar te maken. Het gaat na hoe Johanna haar macht uitoefende, welke middelen zij daartoe inzette en hoe haar bestuursbijdrage zich verhield tot die van haar echtgenoot. De analyse is opgebouwd rond drie grote thema’s. Het eerste hoofdstuk behandelt de financiële basis van haar bestuur op een kleine schaal, via haar weduwegoeden na de dood van haar eerste echtgenoot, Willem IV van Henegouwen, Holland en Zeeland. Hoewel deze inkomsten beperkt waren en niet altijd vlot doorvloeiden, toont deze scriptie dat Johanna ze actief aanwendde voor lokaal bestuur. Het tweede hoofdstuk verlegt de focus naar haar diplomatieke rol en haar plaats op het internationale toneel. Johanna’s bemiddeling was geen uitzonderlijk optreden binnen grote politieke taferelen, maar een alledaagse bestuurspraktijk. Haar reizen, bodenverkeer, geschenkuitwisseling en het entertainment aan het hof bevestigen een duidelijke taakverdeling binnen het koppel. Waar Wenceslas zich richtte op het grote Europese en keizerlijke toneel, lag Johanna’s focus op de stabiliteit van Brabant en haar buurregio’s. Vervolgens komt een analyse aan bod van Johanna’s religieuze en literaire patronage. Ze zette religieuze schenkingen bewust in als politiek instrument en cultiveerde haar vroomheid als onderdeel van haar publieke rol. Het vermeende verval van de hofcultuur na Wenceslas’ dood was niet het gevolg van haar desinteresse, maar van de financiële uitputting na de reeks oorlogen die Brabant trof in deze periode. Het centrale argument doorheen deze scriptie is een van complementariteit. Johanna en Wenceslas opereerden als een gezamenlijk bestuur waarin zij vanuit een gedeeld Brabants perspectief verschillende, maar complementaire taken op zich namen. Johanna was geen bijfiguur, maar een zelfstandig medebestuurder wier handelingsruimte aandacht verdient ongeacht de afloop of het succes van haar beleid.
Meer lezen

FROM DRAINAGE TO RESERVOIR - The Ellewoutsdijk Peninsula as a Collective Freshwater Landscape

KU Leuven
2026
Carolina
Gonzales
Deze masterproef onderzoekt hoe de zoetwaterinfrastructuur in de polders langs de Westerschelde kan worden heringericht tot multifunctionele, collectieve waterlandschappen. Het project richt zich op Ellewoutsdijk, een polderdorp gevormd door dijken, afwateringssloten, landbouwvelden, de haven, het fort en het estuarium van de Westerschelde. Het speelt in op de toenemende druk van zeespiegelstijging, verzilting, seizoensgebonden droogte en veranderende neerslagpatronen.
In plaats van waterbeheer te beschouwen als een onzichtbaar technisch systeem, maakt het ontwerp van bestaande afwateringsroutes, bekkens en waterwerken zichtbare landschappen voor wateropvang, zuivering, herverdeling en collectief gebruik. Deze waterlandschappen ondersteunen de aanpassing van landbouw en aquacultuur en bieden tegelijk ruimte voor recreatie, verplaatsing en ontmoeting in de publieke ruimte.
De ontwerpstrategie verbindt kustmobiliteit en zoetwateropslag tot één samenhangend landschapssysteem. Een openbare route van oost naar west verbindt het voormalige station, het dorp, de dijk, de Wisselpolder, de haven, het fort en de Westerschelde. Tegelijk ordent een noord-zuidgerichte wateras de afwateringsroutes en bekkens opnieuw, dwars door productieve velden, langs ecologische randen en door collectieve ruimten. Op het kruispunt van beide wordt waterinfrastructuur zowel een dragend systeem voor het gebied als een toegankelijk onderdeel van het dagelijks leven.
Door voort te bouwen op de hydrologische en historische structuur van het schiereiland, verschuift het project van gecontroleerde afwatering naar een adaptief watersysteem dat deel uitmaakt van het dagelijks leven. Zo wordt zoetwaterinfrastructuur een ruimtelijk kader voor kustweerbaarheid, de aanpassing van productieve landschappen en het collectieve leven in Ellewoutsdijk.
Meer lezen

"ACCIDENTAL? VILLAGE URBANISM" WORKING WITH RESIDUAL SPACE: LESSONS FROM JAPAN FOR FLEMISH VILLAGES

KU Leuven
2026
Ciel
Dockx
Vlaanderen wordt gekenmerkt door een versnipperd landschap waarin de grens tussen stad en platteland steeds verder vervaagt. Terwijl de bebouwde ruimte blijft toenemen en de resterende open ruimte onder druk staat, onderzoekt "Accidental? Village Urbanism" hoe de restruimtes binnen het bestaande weefsel kunnen bijdragen aan een meer verbonden, ecologische en sociaal betrokken leefomgeving.

Aan de hand van cartografisch onderzoek, literatuurstudie en veldwerk wordt Vlaanderen vergeleken met Japan. Japan dient daarbij niet als rechtstreeks te kopiëren model, maar als een context die toont hoe zelfs kleine en ogenschijnlijk onbelangrijke ruimtes een rol kunnen opnemen in het dagelijkse leven, ecologische systemen en ruimtelijke verbindingen.

Deze inzichten worden vertaald naar een ontwerptoolbox waarmee restruimtes kunnen worden opgespoord, geanalyseerd en geactiveerd. Via ontwerpend onderzoek in Berlaar wordt getest hoe gerichte ingrepen het bestaande dorpsweefsel van binnenuit kunnen versterken. Zo benadert het onderzoek restruimte niet als overgebleven ruimte of nieuwe bouwgrond, maar als ruimtelijk materiaal met potentieel.
Meer lezen

Potential of African Diasporic Spatiality in Adaptive Reuse and Postcolonial Placemaking

Universiteit Hasselt
2026
Brenda Jerotich
Maswan
By examining the postcolonial condition of the European metropole, as influenced by colonial and postcolonial migration, this thesis explores how African diasporic communities in Brussels engage in spatial practices as a legitimate form of architectural knowledge. Focusing on Molenbeek-Saint-Jean and Matongé, it argues that the incremental, vernacular adaptations through which African migrants appropriate and reinterpret the European built environment constitute an alternative approach to placemaking. This approach has often been overlooked by conventional heritage and planning systems.
Drawing on postcolonial theory, diasporic urbanism, and African diasporic spatial
practice, this thesis develops a critical framework for reading African diasporic spatial
practice not as informality or deficit, but as a culturally embedded, socially driven
architectural knowledge. This framework is tested through ethnographic research of
Luce Beeckmans and site-writing, following Jane Rendell’s concept of critical spatial
practice, and applied through a design project for a former industrial complex at Rue
De Courtrai and Rue d’Ostende in Molenbeek.
The design proposes an adaptive reuse strategy grounded in the African diasporic
logic of negotiated visibility—the practice of managing presence and withdrawal
across the city and building scales simultaneously. By preserving existing street
façades, directing transformation inward through the inner block, and retaining existing
users, the project translates African diasporic spatial qualities into an architectural
methodology capable of producing an inclusive social infrastructure while resisting the
displacement pressures of ongoing urban renewal. In doing so, it positions adaptive
reuse not as a technical or aesthetic strategy but as a cultural and political redefinition
of space—one that recognises the African diaspora community in Molenbeek as
spatial agents in postcolonial placemaking.
Meer lezen

1/1 met Lieven Cruyl: een catalogus van en reflecties bij een grafisch oeuvre

Universiteit Gent
2026
Maarten
Op de Beeck
Lieven Cruyl (1634-1720) was een Gentse priester, tekenaar en architect wiens werk tot op heden slechts fragmentarisch werd bestudeerd. Hij geldt als een vroege vedute-tekenaar die, sterk beïnvloed door de architectuur van zijn tijd, stedelijke gezichten en bouwwerken vastlegde met oog voor architecturale precisie en ruimtelijke compositie. Sinds de laatste en enige monografische catalogus van zijn oeuvre, uit 1992, zijn er gestaag nieuwe tekeningen opgedoken. Over de man zelf is weinig geweten: zijn biografie steunt ook vandaag nog grotendeels op hiaten en veronderstellingen.

Deze masterproef stelt zich tot doel een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van Cruyls oeuvre, grotendeels op ware grootte weergegeven, en analyseert daarnaast een aantal unieke tekeningen in detail. Hiertoe werd de catalogus uit 1992 aangevuld op basis van tekeningen die sindsdien opdoken in publieke (museum)collecties en op veilingen. Daarnaast werden enkele ongepubliceerde archiefbronnen geraadpleegd, wat toeliet een paar bijkomende, zij het beperkte, biografische puzzelstukken aan te reiken. Deze aanpak resulteerde vooral in een aanzienlijk uitgebreidere en actuelere catalogus van Cruyls werk. Door de tekeningen overwegend op ware grootte te tonen, wordt bovendien recht gedaan aan de fysieke en visuele impact die ze oorspronkelijk beoogden. Het resultaat is een overzicht dat Cruyls oeuvre niet louter presenteert als een abstracte lijst van tekeningen, maar dat de lezer de eigenheid en intrige van zijn werk op ware schaal laat ervaren, en dat hopelijk een steviger fundament legt voor toekomstig onderzoek naar deze onderbelichte figuur.
Meer lezen

Tussen-termen: een onderzoek naar de mogelijkheid tot wederkerige overdracht van ecofeministische concepten tussen film- en architectuurtheorie

Universiteit Antwerpen
2026
Fay
De Maesschalck
Doorgaans worden Film en architectuur als verschillende disciplines bestudeerd, met elk hun eigen media, methodes en theoretische tradities. Deze masterproef onderzoekt wat er gebeurt wanneer filmtheorie en architectuurtheorie niet langer als afzonderlijke kennisvelden worden benaderd, maar als wederzijds productieve praktijken van denken, kijken en maken. Het vertrekpunt is de vaststelling dat beide disciplines bovenop het representeren van werelden ook actief werelden construeren: via taal, beelden, ruimtelijke ordeningen en vormen van verbeelding. Vanuit die gedeelde productiviteit wordt bekeken welke kennis kan ontstaan wanneer theoretische concepten uit beide domeinen met elkaar in contact worden gebracht.
De analyse vertrekt vanuit een corpus van ecofeministische theorie, waarin de relatie tussen mens, materie, omgeving en macht centraal staat. Via een afgebakend lexicon worden sleutelbegrippen uit architectuur- en filmtheorie geïdentificeerd, geordend en vervolgens systematisch met elkaar geconfronteerd. Een matrix dient hierbij als instrument voor kennisoverdracht (‘kruisbestuiving’), waarin begrippen hun oorspronkelijke disciplinaire context tijdelijk verlaten en nieuwe relaties aangaan.
De resulterende contaminatie maakt zichtbaar dat concepten zoals trans-corporeality, spatial imagination, medianatures en material memoir niet exclusief tot één veld behoren. Ze openen alternatieve manieren om ruimte, beeld, lichaam en omgeving te begrijpen. De masterproef stelt daarmee dus geen nieuwe synthese van film en architectuur voor. Het doel is het aftoetsen van de mogelijkheid om een theorie / kritiek haar productiviteit te doen ontlenen aan een andere theorie / kritiek.
Meer lezen

Een fenomenologische exploratieve studie naar de ervaring van ECMO-overlevenden

Universiteit Gent
2026
Loran
Buelens
Deze masterproef omvat een kwalitatief exploratief fenomenologisch onderzoek naar de ervaringen van ECMO-overlevenden. Er werd onderzocht hoe zij hun ECMO-traject hebben beleefd en hoe hun leven na de ziekenhuisopname werd beïnvloed. Via semigestructureerde interviews met negen ECMO-overlevenden werd onderzocht welke gevolgen zij ervaarden en hoe zij hun leven na ECMO vormgaven.
Meer lezen

Buiten of binnen: een analyse van de toegang van Vlaamse huiskatten tot de buitenwereld

Odisee Hogeschool
2026
Anaïs
Neyt
In deze bachelorproef werd de buitentoegang en buitenomgeving van de Vlaamse huiskat onderzocht, evenals de factoren die deze keuzes bij katteneigenaars beïnvloeden. Hierbij werd gefocust op kenmerken van de eigenaar, de kat en de woonomgeving. Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een combinatie van online enquêtes en live-bevragingen.

De resultaten tonen aan dat er, voornamelijk in de online enquête, een vrijwel gelijke verdeling bestaat tussen katten die permanent binnenshuis worden gehouden (46,53%; n = 610) en katten met buitentoegang (50,50%; n = 662). Bij de live-bevragingen werd een grotere kloof tussen deze groepen vastgesteld, waarbij 68,83% (n = 53) van de katten toegang heeft tot de buitenomgeving en 23,38%
(n = 18) permanent binnenshuis leeft. Daarnaast werd vastgesteld dat het type kat (raskat of niet) en het al dan niet volgen van een diergerelateerde opleiding door de eigenaar significante factoren zijn in relatie tot buitentoegang. Eigenaars motiveren hun keuzes voornamelijk vanuit veiligheidsoverwegingen, dan wel vanuit het belang van vrijheid en het kunnen uitoefenen van natuurlijk gedrag.

De resultaten wijzen erop dat de keuze rond buitentoegang multifactorieel is en dat er een duidelijk spanningsveld bestaat tussen veiligheid en vrijheid. Opvallend is dat de impact van katten op de omgeving en inheemse prooisoorten slechts beperkt werd aangehaald door de respondenten.

Een mogelijke evenwichtige oplossing is het gebruik van afgeschermde buitenruimtes, zoals een catio, die voordelen biedt voor zowel kat, eigenaar als omgeving. Verdere sensibilisering van katteneigenaars rond deze alternatieve vorm van huisvesting is aangewezen.
Meer lezen

“‘Oh, maar je komt van andere achtergrond.’ Dat maakt niet uit, mijn brein werkt even goed.” Factoren die de instroom van studenten met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs in Vlaanderen beïnvloeden

Universiteit Gent
2026
Eef
Soete
Internationaal onderzoek naar de instroom in het hoger onderwijs beschouwt lage inschrijvingskosten, beperkte toelatingsexamens en alternatieve doorstroomroutes als belangrijke voorwaarden voor inclusie. Vlaanderen vormt daarom een opvallende casus: hoewel deze formele drempels er grotendeels ontbreken, stromen studenten met een migratieachtergrond relatief weinig door naar het hoger onderwijs. Deze masterproef onderzoekt welke minder zichtbare mechanismen deze paradox helpen verklaren. Daartoe werden 31 semigestructureerde interviews met studenten aan de Universiteit Gent geanalyseerd via reflectieve thematische analyse. De resultaten tonen hoe systeemkennis, sociale netwerken, ouderlijke betrokkenheid, financiële mogelijkheden, de secundaire schoolloopbaan en institutionele representatie de instroom vormgeven. Daarbij loopt een dunne scheidslijn tussen drempel en hulpbron: dezelfde factor kan studenten ondersteunen of hun instroom bemoeilijken, afhankelijk van de context en de andere hulpbronnen waarop zij kunnen terugvallen. De formele toegangspoort mag in Vlaanderen dan openstaan, de wegen ernaartoe zijn niet voor iedereen even begaanbaar.
Meer lezen

The Coalition Politics Behind Sudden Welfare Reform A Multiple Streams Analysis of Belgian Unemployment Benefit Reform

KU Leuven
2026
Dahlia
Deweer
In mijn thesis onderzoek ik waarom de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, die onder de regering-Michel I politiek geblokkeerd bleef, onder de bredere regering-De Wever I in amper zes maanden werd gerealiseerd. Aan de hand van twaalf elite-interviews wordt aangetoond dat niet alleen de ideologische samenstelling van een coalitie van belang is, maar ook de relatieve positie van partijen, gedeeld politiek eigenaarschap en de controle over cruciale momenten in het besluitvormingsproces. Onder Michel I bevonden CD&V en MR zich in politiek kwetsbare posities en raakte het voorstel niet tot de echte coalitieonderhandelingen. Onder De Wever I konden vijf partijen de hervorming vanuit verschillende politieke verhalen ondersteunen, terwijl de sterkste voorstanders bovendien de institutionele hefbomen in handen hadden. De studie toont zo hoe coalitiepolitiek kan verklaren waarom een jarenlang geblokkeerde welvaartsstaatshervorming plots bijzonder snel mogelijk wordt.
Meer lezen

When prediction is not enough: multimodal causal discovery from ICU vasospasm data

Universiteit Gent
2026
Maico
Bruyneel
Cerebraal vasospasme na een aneurysmatische subarachnoïdale bloeding (aSAH) is moeilijk te bestuderen in routinematige intensievezorggegevens omdat het niet als één consistente variabele wordt geregistreerd. Bewijs kan voorkomen in diagnosecodes, ontslagbrieven, radiologieverslagen, behandelingsgegevens of monitoringpatronen, en deze bronnen beschrijven niet altijd hetzelfde klinische beeld. Deze thesis onderzoekt of zulke heterogene informatie kan worden gecombineerd tot een representatie op opnameniveau voor exploratieve causale ontdekking rond vasospasme.

Met behulp van MIMIC-IV werd een cohort van waarschijnlijke aSAH-opnames samengesteld door gestructureerde selectie van kandidaatopnames, gevolgd door extractie met een groot taalmodel uit ontslagbrieven en radiologieverslagen. Het uiteindelijke cohort bevatte 470 opnames. Gestructureerde EHR-variabelen werden gecombineerd met informatie die uit klinische verslagen was afgeleid over bewijs voor vasospasme, de ernst van de bloeding, hydrocefalie, behandeling van het aneurysma, de aanwezigheid van een externe ventrikeldrain en fysiologische toestanden. Een vergelijking tussen verschillende modaliteiten toonde aan dat vasospasme bij 13,8% van de opnames gecodeerd was, terwijl ontslagbrieven en radiologieverslagen aanwijzingen voor vasospasme gaven bij respectievelijk 48,3% en 52,6% van de beoordeelde opnames. Dit suggereert dat op LLM gebaseerde extractie uit klinische tekst bewijs voor vasospasme vollediger kon vastleggen dan ICD-codering alleen, terwijl de bronspecifieke verschillen tussen ontslagbrieven en radiologieverslagen behouden bleven.

Vervolgens werd causale ontdekking toegepast met PC-stable, FGES en FCIT over verschillende hyperparameterinstellingen en stabiliteitsanalyses. De meest terugkerende structuur verbond de hoeveelheid bloedstolsel, hydrocefalie, EVD, leukocytose, hyperglykemie en vasospasme. Opvallend was dat de hoeveelheid bloedstolsel niet naar voren kwam als een stabiele directe buur van vasospasme, ondanks het feit dat dit een van de sterkst bekende klinische risicofactoren is. In plaats daarvan verscheen het vooral als een stroomopwaarts signaal van ernst dat verbonden was met hydrocefalie, intensievere zorgtrajecten en latere inflammatoir-metabole ontregeling. Hyperglykemie was de meest consistente systemische buur van vasospasme binnen FGES en FCIT, terwijl leukocytose vaker via hyperglykemie verbonden was dan als een stabiele directe buur. Deze bevindingen suggereren een biologisch plausibele hypothese waarin leukocytose en hyperglykemie mogelijk directer verband houden met vasospasme, mogelijk als weerspiegeling van inflammatoire en metabole stress die de kwetsbaarheid van bloedvaten zou kunnen vergroten.

Over het geheel genomen suggereren de resultaten dat multimodale causale ontdekking administratieve, tekstuele, fysiologische en zorgprocesgerelateerde signalen rond vasospasme explicieter kan maken en nuttige hypotheses kan opleveren voor gerichte vervolgstudies.
Meer lezen

Langlezend!

Hogeschool PXL
2026
Nina
Reumers
Binnen deze bachelorproef werd onderzocht hoe bibliotheken en scholen sterker kunnen
samenwerken rond leesbevordering binnen de eerste graad A-stroom. Aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews met bibliotheken en leerkrachten, analyses van leerplannen
en methodes en overlegmomenten binnen het project Langlezend! werd nagegaan welke
noden er vandaag bestaan rond leesmotivatie en leesbevordering binnen de
onderwijspraktijk.

Uit het onderzoek bleek dat veel leerkrachten nood hebben aan overzichtelijke, betrouwbare en direct bruikbare materialen rond lezen en literatuur. Tegelijk organiseren bibliotheken al heel wat sterke initiatieven, maar vinden deze niet altijd hun weg naar de klaspraktijk, of proberen ze veel dezelfde dingen uit in hun regio en zouden ook zij graag inspiratie opdoen.

Vanuit deze vaststellingen werd in samenwerking met smartICT een databank ontwikkeld waarin leesbevorderend materiaal, bibliotheekinitiatieven en lesideeën centraal verzameld worden. Deze databank zal in september 2026 officieel gelanceerd worden.

Daarnaast werd ook gewerkt rond een samenleesapp die in de toekomst gelanceerd zal
worden. Op basis van deze app werd een interactieve lessenreeks ontwikkeld waarin leerlingen samen lezen, reageren op teksten en deelnemen aan digitale leesgroepen. De lessenreeks werd geïntegreerd binnen de databank als voorbeeld van innovatief leesbevorderend materiaal.

Deze bachelorproef toont aan hoe belangrijk de ondersteuning van leerkrachten is binnen leesbevordering en hoe scholen en bibliotheken elkaar hierin kunnen versterken.
Meer lezen

Teddy’s Little Helper. Three Years of (Moderately) Controlled Chaos

Hogeschool PXL
2026
Ekaterina
Chistyakova
Deze scriptie onderzoekt hoe neurodivergentie en artistieke praktijk elkaar kunnen beïnvloeden aan de hand van een samenwerking tussen twee kunstenaars met verschillende manieren van denken, communiceren en werken. Het onderzoek resulteerde in twee met elkaar verbonden graphic novels. De eerste, Ted: 36 years on the move, brengt de 36-jarige artistieke praktijk van sieraadkunstenaar Ted Noten in beeld aan de hand van verhalen, anekdotes, archiefmateriaal en tekeningen. De tweede, Teddy’s Little Helper. Three Years of (Moderately) Controlled Chaos, reflecteert op het proces achter dit boek en onderzoekt hoe taal, tekenen, communicatie en verschillende manieren van informatie verwerken het artistieke samenwerkingsproces beïnvloeden. Tekenen wordt hierbij niet enkel als illustratiemiddel ingezet, maar als een manier van denken, onderzoeken, structureren en communiceren.
Meer lezen

Implementation of the energy transition in military infrastructure

Universiteit Hasselt
2026
Simon
Derwael
Belgian military infrastructure is entering a decisive investment cycle in which new-build projects, major renovations and electrical modernisation must support both climate objectives and operational resilience. This thesis addresses two questions: (1) which energy design criteria should guide defence infrastructure projects and (2) how an existing medium-voltage network can evolve into a resilient microgrid.

The study combines analysis of internal documentation and processes with a literature review and market consultations. First, the future planning process for military barracks is evaluated, alongside the internal technical design instructions. These instructions are updated to reflect recent HVAC developments. Cost-reduction strategies and a decision-support approach for early design stages are discussed, including an assessment of simplified modular building concepts and the outsourcing of geothermal energy systems.

Second, the thesis explores the adaptations needed to the medium-voltage network. The increasing integration of distributed energy sources, reliability demands and exposure to cyber risks require rethinking traditional networks. A conceptual framework is developed to convert the existing medium-voltage network into a resilient microgrid, including definitions, key components and a step-by-step roadmap.
Overall, the thesis provides practical design improvements for the cost-efficient implementation of military energy systems. Proposed measures include savings of up to 53% for new-build projects.
Meer lezen

A Research-Based Gamification Solution for Teaching Arrays to Novice Applied Science Students

KU Leuven
2026
Tine
Vervloet
Arrays zijn een basisonderdeel van leren programmeren, maar beginners vinden ze vaak het moeilijkste onderwerp. Dat geldt zeker voor studenten in toegepaste wetenschappen, voor wie programmeren eerder een hulpmiddel is dan hun hoofdinteresse. Deze masterproef onderzoekt hoe een gegamificeerde leeromgeving eerstejaarsstudenten Elektromechanica kan helpen om arrays te begrijpen.

Literatuur, examenresultaten en interviews met studenten en een expert brachten vier struikelblokken aan het licht: indexering, lussen combineren met arrays, waarden aanpassen tijdens een herhaling en veelvoorkomende bewerkingen. Op basis daarvan ontstond ArrayCamp. Die browsertool combineert het PRIMM-model, visuele oefeningen, Parsons-puzzels, gamificatie en AI-feedback.

Een evaluatie met 27 studenten toont dat ze de tool ondersteunend, gebruiksvriendelijk en motiverend vinden. Wel werkten weinig studenten de laatste opdrachten af, vooral door tijdsdruk vlak voor het examen. De AI-feedback in de tool was nog niet altijd consistent. Zo'n tool werkt dus pas echt als hij ook goed in de lessen wordt ingebed.
Meer lezen

Girl, so authentic...: Over percepties van authenticiteit, performativiteit en gender in hedendaagse popmuziek: de casus Brat van Charli xcx (2024)

Universiteit Gent
2026
Robin
De Bel
Mijn scriptie onderzoekt hoe authenticiteit wordt geconstrueerd en gepercipieerd binnen hedendaagse popmuziek, met Brat (2024) van Charli xcx als casus. Centraal staat de vraag hoe opvattingen over authenticiteit veranderen in een popcultuur die sterk wordt gekenmerkt door performance, commercialisering en digitalisering. Daarnaast wordt onderzocht hoe gender en de culturele positie van luisteraars deze percepties beïnvloeden.

Aan de hand van vijftien semigestructureerde diepte-interviews met jonge luisteraars en een reflexieve thematische analyse toont het onderzoek dat authenticiteit steeds minder wordt verbonden aan de afwezigheid van performance of commercie. Luisteraars blijken zich sterk bewust van de geconstrueerde aard van popmuziek, maar ervaren die constructie niet noodzakelijk als strijdig met authenticiteit. Zelfbewuste performance, ironie en hyperstilisering kunnen juist bijdragen aan de geloofwaardigheid van een artiest.

Tegelijk blijkt authenticiteit geen neutraal criterium. Heteromannelijke respondenten verbinden authenticiteit vaker aan artistieke ernst, muzikaliteit en afstand tot mainstream pop, terwijl vrouwelijke respondenten sterker nadruk leggen op emotionele herkenning en identificatie. Ook digitale platformen spelen een belangrijke rol: sociale media creëren een gevoel van nabijheid tussen artiest en publiek, hoewel luisteraars zich bewust blijven van de strategische en commerciële mechanismen daarachter.

De scriptie concludeert dat authenticiteit binnen hedendaagse popcultuur het best kan worden begrepen als een relationeel en voortdurend onderhandelingsproces tussen artiest, media en publiek. Brat illustreert daarbij hoe performativiteit, commercialiteit en authenticiteit niet noodzakelijk elkaars tegenpolen zijn, maar steeds sterker met elkaar verweven raken.
Meer lezen

L'Interpretazione Intralinguistica in Italia: Un quadro pratico e teorico

KU Leuven
2026
Vittorio
Mongelli
Deze masterproef onderzoekt de stand van zaken van intralinguaal tolken in Italië, met de nadruk op twee praktijken: tolken naar eenvoudige taal (Easy Language Interpreting, ELI) en respeaking. Na een systematisch literatuuronderzoek naar duidelijke en eenvoudige taal, de Duitse en Israëlische ELI-studies en de ontwikkeling van respeaking, wordt de praktijk in kaart gebracht aan de hand van interviews met Italiaanse experts en professionals.

De resultaten tonen een sterk contrast. Respeaking is in Italië een gevestigde praktijk, vooral in televisie en ondertiteling, mede dankzij de wetgeving. ELI blijft daarentegen beperkt tot sporadische initiatieven, deels omdat er in Italië geen sturing van bovenaf is zoals in Duitsland. Vervolgens wordt een theoretisch kader opgebouwd rond begrijpelijkheid, lexicon, ethiek, competenties en opleiding, en de rol van kunstmatige intelligentie. Beide praktijken wijzigen de brontekst, maar ELI steunt op weglating als kernprincipe, terwijl respeaking trouwer blijft aan het origineel.

Uit de conclusie blijkt dat de erkenning van intralinguaal tolken niet alleen afhangt van technologie of opleiding, maar ook van de maatschappelijke waarde die aan het doelpubliek wordt toegekend. In een beroep dat door innovatie en AI verandert, worden de aanpassingsvaardigheden van de tolk steeds centraler.
Meer lezen

Op jacht naar de Wilde Jagers: Een vergelijkend onderzoek naar de karakterisering van de leider van de Wilde Jacht

KU Leuven
2026
Nele
Peeters
Dit paper onderzoekt de karakterisering van de leider van de Wilde Jacht. Dit gebeurde door middel van een reeks casestudies waarin verschillende figuren aan bod kwamen: Odin, vrouw Holle, Tilke, Herne the Hunter, Gwyn ap Nudd en Arawn. Van de eerste vijf personages uit deze selectie bestaan verhalen waarin ze functioneren als leider van de Wilde Jacht. Het laatste personage lijkt echter geen leider van de Wilde Jacht te zijn hoewel zijn attributen en karakterisering in zijn eigen mythologie verder grotendeels vergelijkbaar is met die van Gwyn ap Nudd die deze rol wel bekleed. Verder wordt ook de rol van het paard en de hond binnen de Wilde Jacht onder de loep genomen met Sleipnir, de Cŵn Annwn en de Britse black dog-folklore als voorbeelden. Bij het onderzoeken van de karakterisering van deze personages wordt er zowel naar hun eigen mythologie los van de Jacht, als naar hun Jachtverhalen gekeken. Wanneer deze personages vergeleken worden, blijkt dat er een archetype bestaat waaraan de leider van de Wilde Jacht moet voldoen: hij of zij moet zich vrij kunnen verplaatsen, is in staat om de grenzen tussen rijken over te steken, mag niet beperkt worden tot een normale menselijke levensspanne en moet moreel ambigu of kwaadaardig zijn.
Meer lezen

From soil to satellite: wildfire detection and vegetation recovery monitoring

Universiteit Gent
2026
Astrid
Peeters
Deze thesis onderzoekt de ecologische gevolgen van de bosbrand van 23 maart
2025 in de Clingse Bossen en evalueert het gebruik van satellietbeelden voor de
detectie van verbrande gebieden en de monitoring van vegetatieherstel. De brand
in Clinge vond plaats in een ecosysteem dat reeds onder druk stond door een
grootschalige fijnsparsterfte (Picea abies) als gevolg van aantastingen door de let
terzetter (Ips typographus). De resultaten tonen aan dat de brand, ondanks haar
relatief lage intensiteit, duidelijke effecten had op zowel de bodem als de vegetatie.
Verbrande bodems vertoonden veranderingen in waterafstotendheid, bulkdichtheid
en pH. Zowel de vegetatiebedekking als het aantal soorten namen toe tijdens het
eerste jaar na de brand, maar het herstel werd sterk gedomineerd door schapenzur
ing (Rumex acetosella), een pionierssoort die goed aangepast is aan droge, voed
selarme en verstoorde zandgronden.

Daarnaast werd onderzocht hoe verschillende spectrale indices op basis van Sentinel
2 kunnen worden ingezet voor branddetectie en post-brandmonitoring. Hiervoor
werden brandlocaties in Clinge, Arlon, Maasmechelen en Houffalize geanalyseerd.
Indices zoals NDVI, NDVI red edge, NBR, NBR+, NBR2, NDSWIR en BAI werden
vergeleken voor het detecteren van verbrande zones, waarbij NBR over het alge
meen de beste resultaten opleverde. Daarnaast werd de Post-Fire Stability Index
(PFSI), gebaseerd op NBR2, gebruikt om vegetatieherstel doorheen de tijd op te
volgen. De resultaten tonen aan dat Sentinel-2 en afgeleide indices waardevolle
instrumenten zijn voor het detecteren van natuurbranden en het monitoren van
herstelprocessen in België.
Meer lezen

Capripokken zijn terug: hoe bereiden we ons voor?

Erasmushogeschool Brussel
2026
Alia
Kangezi
Deze bachelorproef onderzocht de invloed van extreme pH-waarden en blootstellingsduur op de infectiviteit van het geitenpokkenvirus. Het virus werd blootgesteld aan zure pH-waarden van 2 tot 5 en basische pH-waarden van 10 tot 13 gedurende 1, 30 en 60 minuten. Met PCR werd nagegaan of viraal DNA na de behandeling nog aanwezig was, terwijl infectiviteitstesten bepaalden of het virus nog cellen kon infecteren. De resultaten toonden aan dat vooral extreme pH-waarden een sterke invloed hadden op de infectiviteit. Ook de blootstellingsduur speelde een belangrijke rol. Deze studie vormt een eerste stap in het onderzoeken van de invloed van pH op de infectiviteit van het virus. Verder onderzoek onder meer realistische omstandigheden is nodig om na te gaan in welke mate deze resultaten naar de praktijk kunnen worden vertaald.
Meer lezen