Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hey Alexa, help mij leren!

Universiteit Hasselt
2026
Liese
Dewyngaert
Diversiteit wint steeds meer aan belang. Om hierop in te spelen, moeten leerkrachten inzetten op inclusief onderwijs. Tegelijkertijd moet het onderwijs meegaan in een steeds ontwikkelende digitale wereld met AI en virtuele spraakassistenten (VSA’s). Deze technologieën bieden veel potentieel, maar er ontbreekt empirisch onderzoek naar de meerwaarde ervan in het basisonderwijs. Deze masterproef onderzoekt in welke mate de inzet van een VSA voor verlengde instructie bijdraagt aan inclusie en welke vaardigheden de leerlingen nodig hebben om deze technologie te gebruiken. Om dit te beantwoorden, werd een mixed-method quasi-experimentele interventiestudie uitgevoerd bij 30 leerlingen uit het basisonderwijs. Een VSA bood een verlengde instructie binnen de vakdiscipline wiskunde aan. De dataverzameling gebeurde via logboeken, vragenlijsten en transcripties van de gesprekken. De kwantitatieve gegevens werden beschrijvend geanalyseerd en de kwalitatieve gegevens werden verwerkt via een thematische analyse. De resultaten tonen aan dat een VSA een waardevolle ondersteuning kan zijn tijdens een inclusieve verlengde instructie. De extra uitleg werd door de leerlingen als ondersteunend ervaren en stimuleerde actieve participatie en actief denken, wat bijdroeg aan een beter leerstofbegrip. De effectiviteit blijft wel afhankelijk van een doordachte inzet en de kwaliteit van de interactie. Omdat de VSA regelmatig fouten maakte, blijken kritisch denken en andere hogere-orde-denkvaardigheden essentieel. Vooral oudere leerlingen konden deze fouten beter zelfstandig herkennen. Leerlingen hebben daarom aanvankelijk ondersteuning nodig om de VSA doelgericht en kritisch te leren gebruiken.
Meer lezen

Contextafhankelijke modellering van de vervangratio bij autodelen in Vlaamse gemeenten: Een beslissingsondersteunend model voor onderbouwde inschattingen van privéautovervanging

Universiteit Hasselt
2026
Ole
Siemons
In deze masterproef wordt onderzocht hoe lokale factoren in een gemeente van invloed kunnen zijn op het aantal privéauto's dat vervangen wordt door één deelwagen. Aan de hand van twee gebruikerspopulaties die doen aan autodelen worden contextafhankelijke factoren geïdentificeerd en gemodelleerd. De resultaten worden vertaald naar een rekenmodel en een beslissingsondersteunend model waarmee voor Vlaamse gemeenten een onderbouwde, contextafhankelijke vervangratio kan worden ingeschat. De praktische toepasbaarheid hiervan wordt getoetst aan de hand van een Use Case in de Stad Gent.
Meer lezen

Het onbetaakbaarheidsnarratief: Over de invloed van mediaberichtgeving op het vertrouwen in en de steun voor het Belgisch wettelijk pensioenstelsel

KU Leuven
2026
Jessica
Steenacker
De Belgische bevolking veroudert snel. Sinds het einde van de jaren 1980 maken beleidsmakers zich dan ook zorgen over de mogelijke gevolgen die deze vergrijzing zou kunnen hebben voor de overheidsfinanciën en, specifieker, voor het wettelijk pensioenstelsel. Dit stelsel, dat georganiseerd is binnen de Belgische sociale zekerheid en gefinancierd wordt via repartitie, steunt immers in belangrijke mate op een evenwicht tussen het aantal werkende bijdragers en het aantal gepensioneerde uitkeringsgerechtigden. Doorheen de voorbije decennia hebben verschillende studies en beleidsrapporten ondertussen gewezen op de dringende noodzaak aan diepgaande, structurele hervormingen die het wettelijk pensioenstelsel robuuster en toekomstbestendig zouden maken. Tot op heden blijven deze hervormingen echter uit. In deze context is doorheen de afgelopen decennia een dominant onbetaalbaarheidsnarratief ontstaan, waarin de vergrijzing vooral wordt voorgesteld als een financiële last en waarbij de financiële duurzaamheid van het wettelijk pensioenstelsel impliciet in vraag wordt gesteld. Recente maatschappelijke signalen doen echter vermoeden dat dit narratief potentieel zeer reële gevolgen kan hebben voor het vertrouwen in en de steun voor dit stelsel, die beide gegrond zijn in de principes van wederkerigheid en intergenerationele solidariteit en die ook zonder dit narratief al onder druk staan door de maatschappelijke effecten van vergrijzing. De gehanteerde mediaframing van het onbetaalbaarheidsnarratief zou deze dynamiek mogelijk kunnen versterken. Volgens theorieën zoals het illusory truth effect en het Thomas-theorema kan herhaalde negatieve berichtgeving immers een vicieuze cirkel van wantrouwen en onderfinanciering in gang zetten, met mogelijk systeemfalen tot gevolg. Om te onderzoeken of het onbetaalbaarheidsnarratief daadwerkelijk invloed uitoefent op vertrouwen en steun, werd een kwantitatief onderzoek opgezet onder de vorm van een between-subjects vignetsurvey. Een steekproef van de Belgische beroepsactieve bevolking, getrokken door middel van multichannel purposive sampling, werd willekeurig blootgesteld aan één van drie experimentele condities: mediaberichtgeving over de betaalbaarheid van het wettelijk pensioenstelsel met negatieve, neutrale of positieve waardengeladenheid. Nadien werden hun scores voor vertrouwen en steun systematisch opgemeten, en werd ook gepolst naar relevante achtergrondkenmerken. De onderzoeksresultaten tonen aan dat de waardengeladenheid van mediaberichtgeving geen rechtstreeks effect lijkt te hebben op het globale vertrouwen of op de globale steun voor het Belgisch wettelijk pensioenstelsel, maar dat beide vooral samenhangen met enkele demografische, sociaaleconomische en ideologische factoren. Toch lijken enkele cruciale, onderliggende dimensies van vertrouwen en steun echter wel gevoelig voor de gehanteerde framing en ook specifieke sociale groepen blijken vatbaarder voor sommige onderzochte framingeffecten. Tenslotte kon, opvallend genoeg, geen noemenswaardig verband worden vastgesteld tussen vertrouwen en steun, ondanks de wijdverspreide veronderstelling in academische en beleidskringen van een sterk, zelfs causaal verband tussen beide.
Meer lezen

Kortverhalen in de klas: een kwalitatieve analyse van "Literatuur op School"

KU Leuven
2026
Rosa
Cleiren
Deze masterproef situeert zich binnen twee parallelle ontwikkelingen in het Vlaams onderwijs: een dalende leesvaardigheid bij leerlingen en een steeds beperktere plaats voor literatuur in het curriculum.
In 2024-2025 startte het Xaveriuscollege in Borgerhout met het driejarig project “Literatuur op School”, dat op een innovatieve manier op die uitdagingen inspeelt door meer literatuur te integreren in het curriculum. Deze masterproef onderzoekt enerzijds hoe het project pedagogisch wordt onderbouwd en praktisch wordt vormgegeven, en anderzijds hoe de betrokken leerkrachten en leerlingen het ervaren op basis van kwalitatief onderzoek.
Het project werd ontwikkeld door Dennis Melsen, een leerkracht Nederlands en filosofie, en heeft als doel om een coherente aanpak van literatuuronderwijs over alle (moderne) talen en graden heen te implementeren. Kortverhalen functioneren daarbij als centraal didactisch instrument: als toegankelijke en meerduidige literaire vorm worden ze zowel in taalvakken als in niet-taalvakken ingezet. Door kortverhalen te koppelen aan concrete lesonderwerpen, verbindt het project vakinhoudelijke doelstellingen met bredere vormende ambities. De lessen binnen het project verlopen via een vast stappenplan, dat de uitvoering van het dialogisch en perspectivisch lezen ondersteunt. Dat stappenplan nodigt de leerlingen uit om zich persoonlijk te betrekken bij de tekst door hun vragen bij
het verhaal te expliciteren en om daarna de antwoorden in groep te bespreken. Onderzoek van Applebee et al. koppelt die vraaggestuurde leeshouding en de uitwisseling van ideeën in een open klasgesprek aan een verhoogde leesvaardigheid. Door eerst met de tekst in dialoog te treden en vervolgens met elkaar, bouwen de leerlingen hun kennis en interpretaties gezamenlijk op en groeit ook hun openheid voor andere perspectieven.
Dit onderzoek gaat na hoe deze principes vertaald worden naar de klaspraktijk. Uit interviews met leerkrachten, focusgesprekken met leerlingen en klasobservaties blijkt dat de doelstellingen van het project grotendeels worden gerealiseerd. Leerkrachten en leerlingen ervaren de lessen als leerrijk, activerend en verfrissend. De dialogische klasdynamiek stimuleert rijke uitwisselingen over de verhalen en de maatschappelijke thema’s die ze aanreiken, waardoor leerlingen tot een ruimer begrip van de
lesinhoud komen. Daarnaast zorgt de herhaalde confrontatie met kortverhalen voor meer
vertrouwdheid met literatuur en voor de frequente oefening van het gebruik van literaire begrippen.

Tegelijk wijst de analyse op enkele praktische en structurele uitdagingen: klasgrootte, tijdsduur, evaluatie, leesvaardigheid en de nood aan meer didactische ondersteuning voor leerkrachten en leerlingen vormen aandachtspunten voor tijdens het laatste projectjaar. Ook de structurele verankering van de methode binnen de taalvakken en de uitbouw van een duurzame leescultuur op school vragen verdere ontwikkeling. Deze masterproef concludeert daarom dat “Literatuur op School” een veelbelovend model is voor een geïntegreerd literatuurbeleid, waarvan de impact nog kan worden versterkt door gerichte ondersteuning en meer systematische inbedding.
Meer lezen

Communicatie over het verlangen naar het levenseinde: ervaringen van verpleegkundigen met ouderen in woonzorgcentra

Vrije Universiteit Brussel
2026
Esmee
Sterckx
De gemiddelde levensverwachting blijft stijgen, maar ook het aantal jaren waarin mensen leven met een verminderde gezondheid neemt toe. Hierdoor groeit de behoefte aan langdurige woonzorgvoorzieningen. Hoewel een daling in levenstevredenheid doorgaans pas optreed in de allerlaatste levensfase, ervaart een groeiende groep ouderen eerder moeilijkheden met het latere leven. In sommige gevallen leidt dit tot een verlangen naar het levenseinde. De context van een woonzorgcentrum kan deze gevoelens versterken. Binnen deze context vervullen verpleegkundigen een sleutelrol. Toch voelen verpleegkundigen zich regelmatig machteloos in deze situaties. Deze studie onderzoekt hoe verpleegkundigen hun communicatie over het verlangen naar het levenseinde met ouderen in woonzorgcentra ervaren.
Meer lezen

De taken en verantwoordelijkheden van de mondhygiënist in de oncologische zorgsetting binnen het ziekenhuis

Hogeschool UCLL
2026
Laura
Janssens
  • Mauranne
    Lazard
Mondproblemen komen vaak voor tijdens kankerbehandelingen en kunnen een aanzienlijke impact hebben op het welzijn van patiënten en het verloop van de behandeling. Toch blijft mondzorg binnen de oncologische zorg vaak onderbelicht en ontbreekt een vast aanspreekpunt. Uit een literatuurstudie en interviews met zorgprofessionals blijkt dat de mondhygiënist een belangrijke rol kan spelen in preventie, screening en opvolging van mondproblemen. Voor een succesvolle integratie zijn echter duidelijke taakafspraken, structurele financieringen multidisciplinaire samenwerking noodzakelijk.
Meer lezen

Unraveling the microbial ecology of drinking water distribution systems and the persistence of non-tuberculous mycobacteria

Universiteit Gent
2026
Fien
Van Poelvoorde
Drinkwater wordt gezuiverd om de microbiologische veiligheid te waarborgen, maar blijft een dynamisch microbieel ecosysteem waarin micro-organismen kunnen overleven, zich opnieuw kunnen ontwikkelen of via het distributienetwerk en het leidingwerk in woningen kunnen binnendringen. In deze thesis werd de microbiële dynamiek in Vlaamse drinkwatersystemen onderzocht aan de hand van drie complementaire experimenten. Ten eerste werden veranderingen in het drinkwater geanalyseerd door de uitgaande leidingen van watertorens te vergelijken met de aangesloten kranen bij de eindgebruikers. Ten tweede volgde een source-to-tap-experiment de microbiële gemeenschappen tijdens de hele drinkwaterbehandeling en -distributie, waarbij niet-tuberculeuze mycobacteriën (NTM) werden gedetecteerd. Ten derde werden het voorkomen en de ecologische relevantie van NTM verder onderzocht. Flowcytometrie werd gebruikt om celconcentraties en fenotypische vingerafdrukken te beoordelen, terwijl 16S- en 18S-rRNA sequencing werd toegepast om de samenstelling van de prokaryotische en eukaryotische gemeenschappen te karakteriseren.
De resultaten lieten consistente verschillen zien tussen de uitgaande leidingen van watertorens en de keukenkranen in huishoudens wat betreft celconcentraties, fenotypische kenmerken en de samenstelling van het holobioom. Deze bevindingen wijzen erop dat leidingwaterkwaliteit ook wordt beïnvloed door consumenteninfrastructuur, waar stilstaand water, biofilms en waterinstallaties microbiële gemeenschappen kunnen sturen. Hoewel er duidelijke microbiologische verschuivingen werden waargenomen, mogen deze niet automatisch worden geïnterpreteerd als een afname van de drinkwaterveiligheid. NTM werden gedetecteerd toen het drinkwaterbehandelings- en distributiesysteem op netwerkniveau werd geanalyseerd. Hun aanwezigheid is relevant omdat sommige NTM-soorten opportunistisch pathogeen zijn en persistentie kan worden ondersteund door biofilms en interacties met vrijlevende amoeben. Deze thesis benadrukt zo het belang van geïntegreerde microbiële monitoring in drinkwatersystemen.
Meer lezen

MoralPersona Sandbox: A Testbed for Persona-Conditioned Moral Reasoning in LLMs

Universiteit Hasselt
2026
Ruben
Boone
Hoewel moderne grote taalmodellen (LLM's) moeiteloos verschillende persona's kunnen aannemen via prompting, worden ze streng begrensd door ingebouwde veiligheidsregels en ethische richtlijnen van ontwikkelaars. Wanneer dergelijke AI-systemen geconfronteerd worden met complexe, ethisch situaties, vallen ze vaak terug op een algemeen standaardantwoord. Dit onderzoek brengt deze kloof, die bekend staat als de "personality illusion" in kaart. Hiervoor werd de MoralPersona Sandbox ontwikkeld: een modulair softwareplatform dat de omgevingscontext, het psychologische profiel (gebaseerd op het Big Five OCEAN-model) en het onderliggende taalmodel strikt van elkaar isoleert. Om te valideren of dergelijke modellen daadwerkelijk menselijk gedrag weerspiegelen, werd een empirische gebruikersstudie uitgevoerd met 71 deelnemers. Deelnemers koppelden hun eigen psychologische profiel aan AI-configuraties en doorliepen 6 diverse morele dilemma's.
De resultaten tonen aan dat deelnemers de tegenovergestelde persoonlijkheidsagenten weliswaar betrouwbaar als 'minst overeenstemmend' aanduidden, maar dat er tegelijkertijd een sterke personality illusion optreedt: slechts een beperkte groep herkende hun eigen gepersonaliseerde agent als de beste match. Bovendien bleek de sturing minimaal; beslissingsomslagen vonden slechts in 2,35% van de gevallen plaats. Dit duidt erop dat hoewel LLM's uitblinken in stilistisch rollenspel, ze fundamentele moeite hebben met het spiegelen van authentieke menselijke, morele redeneerpatronen.
Meer lezen

Small Town Immigrants: Comparing the Position of Alien Residents in Late Medieval Harwich & Fowey

Vrije Universiteit Brussel
2026
Noémi
Tomaszynski
Deze thesis onderzoekt de positie van transnationale migranten in kleine steden in het laatmiddeleeuwse Engeland en vult daarmee een merkbare leemte in het bestaande onderzoek naar historische migratie, dat zich lange tijd heeft gericht op grote stedelijke centra. Aan de hand van de ‘alien subsidies’ en lokale rechtbankverslagen worden de steden Harwich en Fowey – kleine havensteden met vergelijkbare institutionele en economische structuren – geanalyseerd om de uiteenlopende posities van migranten in kleine steden te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat de dynamiek van kleine steden, waaronder beperkte anonimiteit, hechte sociale netwerken en kenmerkende burgerpraktijken, de zichtbaarheid, het gevoel van verbondenheid en de behandeling van migranten op een andere manier beïnvloedde dan in grote steden. Door vier variabelen te vergelijken, namelijk de samenstelling van de bevolking, economische complementariteit, institutionele participatie en de geopolitieke context, toont het artikel aan dat de ervaringen van migranten in kleine steden veranderlijk en gevarieerd waren en sterk afhankelijk waren van de lokale omstandigheden.
Meer lezen

Ontwikkeling van een interactief voorleesboek voor kinderen over stemproblemen en over de impact van stemproblemen bij leerkrachten.

HOGENT
2026
Pauline
Morel
Veel kinderen in het lager onderwijs ervaren stemproblemen, maar deze worden vaak pas laat opgemerkt, zowel door de kinderen zelf als door hun ouders en leerkrachten. Nochtans kunnen stemproblemen op jonge leeftijd een aanzienlijke impact hebben op sociaal, emotioneel en schools vlak. Ondanks het belang van vroegtijdige aandacht voor stemproblemen is er momenteel weinig aantrekkelijk, kindgericht en educatief materiaal beschikbaar. Deze bachelorproef heeft daarom als doel een interactief voorleesboek te ontwikkelen dat dit tekort aan aangepast psycho-educatief materiaal helpt opvangen.
Meer lezen

Linking microbiome and physicochemical soil parameters to optimize nitrification inhibition

Universiteit Gent
2026
Amber
Meulemeester
Deze scriptie onderzoekt hoe de werking van nitrificatie-inhibitoren verschilt per landbouwgrond in de Benelux. Omdat de effectiviteit van huidige producten in de praktijk sterk uiteenloopt, brengt dit onderzoek via een grootschalige bodemanalyse in kaart hoe specifieke bodemeigenschappen en doseringen deze stoffen beïnvloeden. Daarnaast evalueert de studie de ecologische impact van nieuwe kandidaat-nitrificatie-inhibitoren op het bredere bodemleven, om te garanderen dat toekomstige oplossingen de biologische balans en gezondheid van de bodem behouden.
Meer lezen

ORVAL: DETERMINISTIC, FAULT-TOLERANT TELEMETRY VISUALIZATION FOR SPACE TESTING & OPERATIONAL ENVIRONMENTS

Thomas More Hogeschool
2026
Jelle
Smet
Satellieten sturen tijdens hun contact met een grondstation grote hoeveelheden telemetrie naar de aarde. Ingenieurs gebruiken deze gegevens om de toestand van een satelliet te monitoren, maar een visualisatiesysteem moet niet alleen betrouwbaar zijn: het moet ook overzichtelijk, flexibel en snel genoeg zijn om verschillende soorten telemetrie efficiënt te kunnen analyseren.

Deze scriptie onderzoekt hoe een deterministisch en fouttolerant telemetrievisualisatiesysteem kan worden ontworpen en geïmplementeerd. Hiervoor werd ORVAL (Orchestrator for Remote Visualization and Analysis of Logged Telemetry) ontwikkeld in samenwerking met Redwire. ORVAL biedt een aanpasbare dashboardomgeving waarin ingenieurs grafieken, layouts en andere visualisaties naar hun behoeften kunnen configureren, gecombineerd met een architectuur die gericht is op snelle en betrouwbare toegang tot telemetriegegevens.

Het systeem ondersteunt redundante backendcomponenten, automatische foutdetectie, deterministische failover en gecoördineerd herstel. Tijdens gecontroleerde tests werd een automatische omschakeling naar een redundante backend aangetoond, waarbij een gemeten failover 12,3 seconden duurde en geen manuele interventie vereiste. Zo combineert ORVAL gebruiksvriendelijke en flexibele visualisatie met fouttolerantie en betrouwbare toegang tot satelliettelemetrie.
Meer lezen

Exploring AI Approaches to Identify Social Anxiety Disorder: A Scoping Review

KU Leuven
2026
Charlotte
Van Bogaert
  • Charlotte
    Van Bogaert
Een sociale angststoornis is een veelvoorkomende psychische aandoening die het dagelijks functioneren aanzienlijk kan beïnvloeden, maar in de praktijk vaak onopgemerkt blijft. De herkenning ervan berust traditioneel op klinische interviews en zelfrapportagevragenlijsten. Die kosten tijd en hebben beperkingen, zoals vertekening door het geheugen, beperkt inzicht in de eigen klachten en de neiging om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Tegen deze achtergrond onderzoekt deze masterproef welke rol artificiële intelligentie (AI) kan spelen bij het herkennen van mensen met een sociale angststoornis of klinisch relevante symptomen van sociale angst.

Deze masterproef is een scoping review van peerreviewde, empirische studies over het gebruik van AI om sociale angst te herkennen. De centrale vragen zijn welke AI-methoden worden gebruikt om sociale angst op basis van psychologische en gedragsgegevens te detecteren of te classificeren, welke gegevens als input dienen en hoe goed de modellen presteren. Daarnaast onderzoekt de review hoe de studies zijn opgezet, in welke populaties en contexten de methoden zijn onderzocht en welke ethische en praktische aandachtspunten uit de literatuur naar voren komen.

De review volgt de richtlijnen van het Joanna Briggs Institute en werd gerapporteerd volgens PRISMA-ScR. Er werd gezocht in APA PsycINFO, Embase, Scopus, PubMed/MEDLINE, Web of Science en Google Scholar. De selectie van studies gebeurde in Rayyan. Na het verwijderen van dubbele publicaties werden 203 studies gescreend op titel en samenvatting. Daarvan gingen er 46 door naar de beoordeling van de volledige tekst. Uiteindelijk werden 17 studies opgenomen. De gegevens werden verzameld met een gestandaardiseerd extractieformulier en vervolgens samengevat in tabellen en een beschrijvende synthese.

Deze review laat zien dat AI mogelijkheden biedt als hulpmiddel bij het herkennen van sociale angst, maar dat de huidige wetenschappelijke onderbouwing zich nog in een vroeg stadium bevindt en heterogeen is. De opgenomen studies gebruikten zowel klassieke methoden van machinaal leren als deep learning. Vragenlijstgegevens werden het vaakst als input gebruikt. Sommige modellen maakten daarnaast gebruik van complexere gegevens, zoals digitale sporen, taalgebruik tijdens interviews en oogbewegingsgegevens. Daarmee kunnen zij gedrags- en taalpatronen in kaart brengen die via traditionele vragenlijsten of interviews minder rechtstreeks zichtbaar zijn.

Tegelijkertijd hadden veel studies nog het karakter van een eerste haalbaarheidsstudie, hanteerden zij uiteenlopende definities van sociale angststoornis en gebruikten zij vooral interne validatie. Verdere vooruitgang vraagt om externe validatie, transparantere rapportage, diversere datasets en zorgvuldige aandacht voor privacy, vertekening en foutenmarges. Ook hebben clinici voldoende kennis van AI nodig om de uitkomsten van deze modellen verantwoord te kunnen interpreteren en gebruiken.
Meer lezen

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

Emotionele Intelligentie in Multicultureel leiderschap

Hogeschool VIVES
2026
Tongfa
Jeffers
Deze bachelorproef onderzoekt hoe emotionele intelligentie (EQ) en cultuur de communicatie en het leiderschap van leidinggevenden beïnvloeden in een multiculturele context. Er werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen met mensen met een leidinggevende functie, zoals oprichters, directeuren en managers, van bedrijven die aangesloten zijn bij de Netherlands-Thai Chamber of Commerce in Bangkok. De resultaten werden geanalyseerd aan de hand van Golemans model van emotionele intelligentie en leiderschapsstijlen en Meyers culture map. Alle respondenten tonen de vier EQ-domeinen en schakelen tussen meerdere leiderschapsstijlen. Zes van de zeven bevinden zich aan de indirecte kant van Meyers communicatieschaal, wat wijst op een "culturele pull": de Thaise omgeving trekt leidinggevenden naar een vergelijkbare communicatiestijl, ongeacht hun herkomst. Opvattingen over hiërarchie, autonomie en besluitvorming blijven sterk persoonlijk bepaald. EQ helpt leiders om culturele verschillen te herkennen en er bewust mee om te gaan.
Meer lezen

Systematic Analysis of Simulated Atrial Electrograms to Distinguish Scar from Slow Conduction

Universiteit Gent
2026
Robbe
Daelman
Inleiding: Het plannen van cardiale ablatie vereist een nauwkeurige identificatie van niet-geleidend weefsel. Huidige methoden, zoals fasekaarten en voltagekaarten, overschatten vaak de omvang van niet-geleidende gebieden en geven slechts een vereenvoudigde weergave van de onderliggende elektrogram (EGM)-signalen. Bovendien kunnen huidige markers structurele remodellering niet betrouwbaar onderscheiden van functionele trage geleiding. Deze thesis onderzoekt of bijkomende, uit EGM afgeleide kenmerken gebruikt kunnen worden om verschillen in de elektrische geleidingssnelheid doorheen hartweefsel te onderscheiden.

Methoden: Simulaties werden uitgevoerd voor vijf verschillende weefselconfiguraties met toenemende complexiteit en afnemende symmetrie. Alle simulaties werden in 2D uitgevoerd met een enkele stimulus en bevatten een centraal obstakel omringd door een raster van EGM-elektroden. Uit elk EGM-signaal werden 11 kenmerken geëxtraheerd, gebaseerd op grootheden die eerder in de literatuur beschreven zijn of vaak gebruikt worden in ECG-analyse. Vervolgens werd PCA toegepast om de lineaire combinaties van kenmerken te identificeren die de grootste variantie in de data verklaren. De belangrijkste principal components werden daarna gebruikt in gesuperviseerde machine learning-benaderingen om de geleidingssnelheid en de afstand tot aangetast weefsel te voorspellen.

Resultaten: De eerste principal component verklaarde 65–70% van de variantie over alle simulatietypes en werd gedomineerd door kenmerken gerelateerd aan signaalsterkte, waaronder de maximale amplitude en de totale signaaloppervlakte. De tweede tot en met de vierde principal components verklaarden samen ongeveer 25% van de variantie en bevatten voornamelijk kenmerken gerelateerd aan piekstructuur, timing en signaalasymmetrie. De waarden van deze principale componenten, in het bijzonder de eerste component, verschilden systematisch tussen simulaties met verschillende geleidingssnelheden. Een logistische regressie classificeerde tussen het wel of niet in aangetast weefsel liggen met een balanced accuracy van 89,3%. Een random forest regressor kon de gemiddelde geleiding voorspellen met een absolute gemiddelde fout (MAE) van 1,2%.

Conclusie: Uit EGM-afgeleide kenmerken, naast fase en maximale spanning, ontstaat onderscheidende informatie over de geleidingseigenschappen van hartweefsel. De laagdimensionale structuur geïdentificeerd door PCA generaliseert over weefselconfiguraties met toenemende complexiteit, en de resulterende kenmerkrepresentaties ondersteunen zowel de classificatie van de afstand van de elektrode tot aangetast weefsel als de voorspelling van de lokale geleidingssnelheid. Deze bevindingen suggereren dat multidimensionale EGM-kenmerkanalyse een geschikter kader biedt om littekenweefsel te onderscheiden van functionele trage-geleidingsgebieden dan geïsoleerde signaalmerkers alleen.
Meer lezen

The symbolic legal protection of the environment in armed conflict: Form, function and reform of Articles 35(3) and 55(1) of Additional Protocol I

KU Leuven
2026
Simon
Sterck
Gewapende conflicten vernietigen meer dan mensen en infrastructuur. Ze vervuilen ook water, bodem en lucht, beschadigen ecosystemen, en maken daardoor regio’s decennialang minder leefbaar. Conflicten in Vietnam, Koeweit, Oekraïne of Gaza illustreren dit duidelijk.

Het internationaal humanitair recht regelt dergelijke milieuschade in artikelen 35(3) en 55(1) van het Eerste Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève (1977). Deze bepalingen verbieden oorlogvoering waarvan verwacht wordt dat ze “wijdverspreide, langdurige en ernstige” milieuschade veroorzaakt. Op papier lijkt dat een bijzonder sterke bescherming. Toch werd in bijna vijftig jaar nooit gezaghebbend vastgesteld dat deze drempel werd overschreden, ook niet in conflicten die bekend staan om hun ecologische gevolgen.

De rechtsleer beschouwt dat doorgaans als een mislukking en focust vooral op hervormingsvoorstellen. Mijn masterproef zet echter een stap terug en vraagt eerst wat voor soort norm dit eigenlijk is. Met twee theoretische kaders die niet eerder op deze bepalingen werden toegepast, analyseer ik hun juridische vorm, maatschappelijke functie en mogelijke hervorming.

Ik besluit dat het huidige kader vooral symboolwetgeving is. Het erkent het belang van
milieubescherming tijdens oorlogen, zonder militaire acties in de praktijk sterk te beperken. Vanuit dat inzicht ontwikkel ik een nieuwe manier om het hervormingsdebat te benaderen
Meer lezen

Zo gezien, zo genudged? Onderzoek naar aandacht voor (transparante) attention- leading nudges

KU Leuven
2026
Eline
Vranken
Deze masterproef onderzoekt in welke mate bezoekers aandacht hebben voor (transparante) attention-leading nudges. Nudges zijn laagdrempelige aanpassingen in de keuzeomgeving die gedrag proberen te sturen zonder keuzes te verbieden of economische beloningen te geven. Verschillende types van nudges hebben aandacht nodig om te werken, dit zijn de attention-leading nudges. Hoewel het instrument steeds meer wordt gebruikt, krijgt het ook kritiek. Critici stellen dat nudges de autonomie van de burger ondermijnen, waardoor het gebruik ervan door overheden als ondemocratisch wordt beschouwd. Als antwoord hierop worden transparante nudges gebruikt, waarbij
expliciet wordt uitgelegd hoe de nudges werken. Deze transparantie kan echter enkel effectief werken wanneer de boodschap wordt opgemerkt.
Aandacht voor de (transparante) attention-leading nudges is echter geen vanzelfsprekendheid. Zo kunnen omgevingsfactoren de weinige aandacht die mensen schenken aan hun omgeving al snel opeisen. Daarom onderzoekt deze masterproef de cognitieve aandacht voor (transparante) attention-leading nudges. Cognitieve aandacht houdt hierbij in dat bezoekers de nudges opmerken, de teksten lezen en de boodschap begrijpen. Het onderzoek vond plaats in de Sint-Pieterskerk in Leuven, waar bezoekers een donatie
konden doen via twee betaalterminals. Er werd een controleopstelling, saliencenudges en wederkerigheidsnudges geplaatst. Van deze twee laatste werden twee varianten met transparante boodschappen geïnstalleerd. In totaal namen 785 bezoekers deel aan het vrijwillige surveyonderzoek, dat werden goedgekeurd door SMEC. Bezoekers werden pas na hun bezoek gevraagd om te participeren om de real-life setting te bewaren.
Uit de resultaten blijkt dat vijf van de zes opstellingen met een nudge significant vaker werden waargenomen dan de controleopstelling. Toch las slechts één derde van de bezoekers ook de tekst bij de betaalterminals. De cognitieve aandacht voor de transparante nudges was ook beperkt. Maximaal één op vijf bezoekers heeft een transparante nudge waargenomen, de tekst gelezen en ook correct kunnen begrijpen hoe het instrument werkt. Wanneer het cognitieve proces wel doorlopen werd, bleek dat de Odds om de werking van de nudge bij transparante nudges te begrijpen significant hoger lag dan bij de niet-transparante nudges. Als de bezoekers dus cognitieve aandacht investeerden in de nudge, kon de boodschap wel doorgegeven worden. Tot slot bleek ook dat gender en leeftijd een rol speelden in het proces rond het geven van aandacht en de houding ten opzichte van de nudges. Zo namen vrouwen de nudges vaker waar, al hadden mannen een hogere acceptatiegraad. Een hogere leeftijd hing positief samen met de leesfrequentie van de tekst, een hoger zelfingeschat subjectief begrip van de nudge en een hogere acceptatiegraad.
De studie toont aan dat aandacht een cruciale voorwaarde is voor de effectiviteit en de legitimiteit van nudges. Academici moeten in het literair debat rekening houden met de beperkte mate van aandacht voor nudges in een praktijksetting en hierdoor aandacht als belangrijke voorwaarde meenemen in studies. Beleidsmakers moeten niet alleen delibereren over de inhoud van de nudges, maar ook over de mate waarin burgers aandacht kunnen besteden aan de nudge en de eventuele transparante boodschap. Zonder voldoende aandacht blijft het democratische en ethische nut van transparante nudges beperkt.
Meer lezen

Een tweede leven voor merken? Fashion upcycling en de grenzen van het merkenrecht in de Europese Unie en Japan

KU Leuven
2026
Natacha
Nagnensky
Deze thesis onderzoekt de spanning tussen de bescherming van merkhouders en de opkomst van fashion upcycling als circulaire praktijk. Centraal staat de vraag in welke mate het Europese merkenrecht upcyclers rechtszekerheid biedt en ruimte laat voor ecologische duurzaamheid, en welke inzichten het Japanse merkenrecht daarbij kan bieden. De analyse richt zich op drie niveaus waarop het merkenrecht upcycling raakt: de drempel van ‘gebruik als merk’, de individuele inbreukgronden, en de wettelijke uitzonderingen op het merkrecht. Deze drie niveaus afzonderlijk worden eerst vanuit het Europese en vervolgens vanuit het Japanse merkenrecht onderzocht en met elkaar vergeleken.

De thesis beoordeelt beide rechtstelsels aan de hand van de criteria van rechtszekerheid en ecologische duurzaamheid. Daarbij staat centraal of upcyclers op basis van het geldende recht kunnen voorzien welke vormen van merkgebruik zijn toegestaan en of het merkenrecht voldoende ruimte laat voor circulaire praktijken. Uit die vergelijking blijkt dat noch het Europese, noch het Japanse merkenrecht op dit moment een volledig bevredigend evenwicht bereikt tussen bescherming van merkhouders en de ruimte voor circulair hergebruik. De knelpunten verschillen echter per rechtstelsel.

Op basis van deze bevindingen formuleert de thesis een concrete aanbeveling om de rechtszekerheid van upcyclers binnen het Europese merkenrecht te versterken, zonder de bescherming van merkhouders daarbij overbodig te beperken.
Meer lezen

Perditum in Translatione: Culturele overdracht in de handen van AI.

KU Leuven
2026
Kobe
Geerts
De snelle opkomst van Large Language Models (LLM's) roept vragen op over hun omgang met low-resource-talen en het daarin vervatte culturele gedachtegoed. Deze studie onderzoekt hoe general-purpose LLM's culturele concepten uit het Latijn vertalen, met de epigrammen van Martialis als casus. Om de aard van deze vertaalverschuivingen te kwantificeren, is een handmatige annotatie uitgevoerd volgens het Multidimensional Quality Metrics (MQM)-framework, gefaciliteerd door aangepaste categorieën en een speciaal hiertoe ontwikkelde applicatie. Hierbij worden de vertalingen door de modellen Gemini 3.1 Pro, M365 Copilot Chat en Kimi-K2.6 vergeleken met de brontekst en twee menselijke referentievertalingen. Uit de analyse blijkt enerzijds een duidelijke tendens naar letterlijkere, generiekere vertalingen die culturele nuance missen, anderzijds een assimilerende vertaalstrategie, vermoedelijk gedreven door een Engelstalige bias in de trainingsdata. Bij de modelvergelijking produceerde Gemini 3.1 Pro significant minder verschuivingen dan de andere twee modellen. Ten slotte tonen de resultaten aan dat langere bronteksten resulteren in een proportioneel hoger aantal verschuivingen per vers.
Meer lezen

Past Experiences Shape Attentional Priorities: The Combined Effects of Reward and Statistical Learning

Universiteit Gent
2026
Remko
Eeckhout
Visuele aandacht wordt niet enkel geleid door bottom-up- of top-down-geleide processen,
maar ook door selectiegeschiedenis – wat mechanismen omvat die aandachtscontrole (AC)
beïnvloeden op basis van eerdere ervaringen met stimuli. We focussen op twee
mechanismen die onder selectiegeschiedenis vallen: beloningsleren, waarbij aandacht wordt
gestuurd via associaties tussen prikkels en beloningen, en statistisch leren, waarbij de
aandacht wordt gestuurd op basis van veelvoorkomende patronen in de omgeving. Hoewel
beide mechanismen AC beïnvloeden, blijft het onduidelijk hoe ze gezamenlijk de prioriteit
van aandacht bepalen wanneer ze met dezelfde stimulus worden geassocieerd. De huidige
studie onderzoekt of beloningsleren en statistisch leren additieve of interactieve effecten op
AC uitoefenen wanneer ze op hetzelfde kenmerk van een doelstimulus convergeren en of
het ene mechanisme een sterkere invloed heeft op AC dan het andere. Deelnemers
voltooiden een visuele zoektaken waarin ze een doel identificeerden op basis van de
oriëntatie ervan, terwijl de kleur van het doel werd geassocieerd met een unieke combinatie
van beloningsgrootte en presentatiefrequentie. Resultaten toonden snellere reacties aan
voor doelen met een hoge beloning en frequentie. Belangrijk is dat de effecten van
beloningsleren en statistisch leren elkaar beïnvloedden, wat de snelste reactietijden
opleverde voor doelen met zowel een hoge beloning als een hoge frequentie. Deze
bevindingen suggereren dat beloningsleren en statistisch leren gezamenlijk de prioriteit van
aandacht bepalen, maar dat dit niet noodzakelijkerwijs op een onafhankelijke manier
gebeurt. In plaats daarvan stellen we dat hun gezamenlijke invloed lijkt af te hangen van hoe
de geleerde associaties zich tot elkaar verhouden in de visuele scène. Deze resultaten
dragen bij aan een genuanceerd begrip van hoe verschillende bronnen van
selectiegeschiedenis aandacht sturen in complexe visuele omgevingen.
Meer lezen

Verbetering van Betrokkenheid van Sociale Robots door het Genereren van Real-Time Backchannels

Universiteit Gent
2026
Stef
Laurent
Eén op de tien ouderen voelt zich eenzaam (WHO, 2025). Dat raakt niet alleen het welzijn, maar verhoogt ook het risico op onder meer hart- en vaatziekten en depressie. Sociale robots kunnen een aanvullende rol spelen in woonzorgcentra. Niet om het menselijk contact te vervangen, maar om het te versterken.

Een robot die écht een gesprek kan voeren, is echter minder evident dan het lijkt. Dankzij taalmodellen kunnen robots tegenwoordig inhoudelijk een zinvol antwoord geven, maar het gesprek voelt vaak onnatuurlijk aan. De robot heeft moeite met het einde van een zin te bepalen, een bepaald dialect te kunnen verstaan of te kunnen aangeven dat die actief aan het luisteren is. Dat laatste laten we voortdurend merken, met korte signalen zoals "mhm", "ja" of "oh wow", of met een knik. In de literatuur heten die signalen: "backchannels".

Naar aanleiding van deze masterproef werd een module ontwikkeld die Pepper, een sociale robot, laat bepalen wanneer die best een backchannel teruggeeft en welk type (een eerder neutrale "mhm" of een inhoudelijke reactie zoals "wow"). Daarbij werden twee methodes getest om dat moment te voorspellen, een regelgebaseerde en een machine-learningaanpak. Hieruit bleek dat de machine-learningaanpak voor een verhoogde betrokkenheid zorgt met de robot. Zo voelt de robot niet enkel meer natuurlijk aan, maar zorgt dit er ook voor dat mensen langer met de robot in interactie gaan.
Meer lezen

Mannen en vrouwen in datagedreven geneeskunde: een onderzoek naar seksevertegenwoordiging in medische machine learning-datasets

Universiteit Gent
2026
Elien
Van de Rostyne
  • Raphaël
    Boitquin
Artificiële intelligentie (AI) speelt een steeds grotere rol in de gezondheidszorg. Veel medische AI-toepassingen maken gebruik van Machine Learning (ML), waarbij de kwaliteit en samenstelling van de gebruikte data bepalend zijn voor de prestaties van het model.

In deze masterproef onderzochten we de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in medische ML-datasets. Via een systematische literatuurstudie analyseerden we 221 studies over vier aandoeningen: Acute Kidney Injury (AKI), Traumatic Brain Injury (TBI), Out-of-Hospital Cardiac Arrest (OHCA) en Systemic Lupus Erythematosus (SLE).

Onze resultaten tonen aan dat de sekseverdeling soms niet wordt gerapporteerd en dat datasets regelmatig niet representatief zijn voor de populatie waarop de aandoening voorkomt. Bovendien besteden slechts weinig onderzoekers expliciet aandacht aan de mogelijke gevolgen van deze ongelijkheid voor verschillen in modelprestaties tussen mannen en vrouwen.

Deze bevindingen benadrukken het belang van representatieve datasets, transparante rapportering en een nauwe samenwerking tussen clinici en AI-ontwikkelaars om medische AI betrouwbaar en veilig te kunnen inzetten voor alle patiënten.
Meer lezen

Beyond income deciles: understanding the variation in welfare losses caused by EU ETS2 among Belgian households

Universiteit Antwerpen
2026
Jules
De Feyter
Deze studie onderzoekt hoe de kosten en baten van EU ETS2 verdeeld zullen worden over Belgische huishoudens. Ze biedt een omvattende analyse van zowel verticale als horizontale verdelingseffecten. In tegenstelling tot conventionele analyses die zich uitsluitend richten op inkomensdecielen, onderzoekt deze studie hoe welvaartseffecten variëren naargelang demografische en sociaaleconomische huishoudkenmerken, en verschillen in uitgavenpatronen. De analyse is gebaseerd op een geïntegreerde dataset op huishoudniveau met informatie over inkomen, uitgaven en bijbehorende emissies. EU ETS2 wordt gemodelleerd als een CO2-belasting van €45/tCO₂ onder zeven beleidsscenario’s die alternatieve aanwendingen van de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds (SKF) weerspiegelen. Met behulp van zowel bivariate als multivariate methoden toont de studie aan dat huishoudens met een laag inkomen, huishoudens in Wallonië, alleenstaanden en huishoudens die afhankelijk zijn van vaste of vloeibare brandstoffen voor woningverwarming de grootste EU ETS2 welvaartsverliezen ervaren. De verdelingseffecten verschillen echter aanzienlijk tussen de beleidsscenario’s, wat benadrukt hoezeer ze worden bepaald door beleidskeuzes. Door deze bevindingen te koppelen aan principes van distributieve rechtvaardigheid formuleert deze studie drie beleidsaanbevelingen. Ten eerste zouden middelen uit het SKF gericht moeten worden op nauw afgebakende kwetsbare groepen om regressieve uitkomsten te beperken. Ten tweede verdient de situatie van huishoudens in Wallonië, alleenstaande huishoudens en huishoudens die afhankelijk zijn van vaste of vloeibare brandstoffen voor woningverwarming bijzondere aandacht, om een disproportionele horizontale verdeling te vermijden. Ten derde moet de gerichte ondersteuning toenemen bij stijgende EU ETS2-emissierechtenprijzen.
Meer lezen

De nood aan (begrensde) menselijkheid - Jongeren over generatieve AI-chatbots ter ondersteuning van hun mentaal welzijn

Vrije Universiteit Brussel
2026
Eline
Sleewaegen
Deze masterproef onderzocht hoe jongeren generatieve AI-chatbots al dan niet als ondersteuning voor hun mentale welzijn ervaren. Aan de hand van kwalitatieve interviews met dertien jongeren tussen 12 en 25 jaar werd nagegaan welke kansen, grenzen en risico’s zij zien in het gebruik van AI-chatbots voor mentale ondersteuning en hoe deze zich verhouden tot menselijke hulpverlening.

De data werden geanalyseerd aan de hand van een reflexieve thematische analyse. Hieruit kwam naar voren dat de aantrekkingskracht van AI niet hoofdzakelijk lijkt te liggen in de menselijke kenmerken die het vertoont. Respondenten leken zich dus niet tot chatbots te wenden ondanks hun artificiële aard, maar juist daarom: om bepaalde menselijke kenmerken te vermijden.

Hiermee nuanceert deze masterproef het terugkerende discours waarin AI-chatbots binnen mentale welzijnsondersteuning voornamelijk worden begrepen als vervanging voor ontbrekende menselijke hulpverlening. De bevindingen wijzen niet alleen op een blijvende nood aan menselijke ondersteuning, maar ook op een behoefte om bepaalde welzijnsnoden net buiten menselijke interactie te reguleren. Deze masterproef conceptualiseerd deze dubbele behoefte als de nood aan (begrensde) menselijkheid, en verschuift daarmee de focus van de vraag in welke mate AI-chatbots menselijke hulpverlening kunnen nabootsen naar de vraag welke autonome vorm van ondersteuning zij eigenlijk vertegenwoordigen.
Meer lezen

Metacognitive Insight into Interfering Information During Decision-Making Processes

KU Leuven
2026
Eren
Aslan
The ability to control and suppress unwanted influences on decision-making processes is essential for adaptive behaviour. While research has shown that people can adjust their behaviour following conflict between two competing response alternatives, it remains unclear whether individuals have metacognitive insight into the extent to which conflicting and irrelevant information affects their decisions. Insight into interfering information can facilitate the optimisation of cognitive control strategies during the decision process.

This study aimed to understand whether subjective experiences of interference align with objective conflict modulation and whether these experiences correspond to behavioural performance and conflict levels induced by task manipulations. Fifty-one participants completed a Flanker task in which stimulus congruency and flanker distance were manipulated. After each trial, participants rated the degree of interference on a continuous scale, obtaining a trial-by-trial measure of their metacognitive sense of conflict. Linear mixed-effects models revealed that reaction times, accuracy, and interference ratings were sensitive to congruency and flanker distance. By fitting the Diffusion Model for Conflict (DMC) to empirical data, we showed that flanker distance primarily modulates latent parameters that measure conflict strength. We assessed the relationship between objective and subjective measures of interference by regressing peak amplitude, a proxy of interference in the DMC, and stimulus congruency on subjective reports. To further understand this relationship, simulation techniques were
leveraged to model the relationship between peak amplitude and subjective interference.

The regression model provided evidence that individuals have insight into interfering information during decision-making. Model simulations further supported this claim by generating results that closely replicated the qualitative features of the empirical data. These findings support an account of conflict monitoring theory that bridges behavioural performance, computational modelling and subjective experience. Future research should extend these findings to other conflict tasks and incorporate neuroimaging techniques to further validate the results. Ultimately, combining subjective reports and objective measures of interference offers a more comprehensive approach to understanding adaptive decision-making when interfering information is present.
Meer lezen

Issue congruentie als prisma van democratische legitimiteit

Vrije Universiteit Brussel
2026
Tim
Cauwenberghs
Issue congruentie is de mate waarin kiezers overeenstemmen met de beleidsstandpunten van de partij of vertegenwoordiger waarvoor men stemt bij verkiezingen. Dit maakt dat issue congruentie een belangrijke maatstaf is om te kunnen spreken van een goed functionerende democratie. In deze scriptie werd onderzocht hoe zowel de aard van beleidsthema's als de kenmerken van de kiezers zelf invloed hebben op de mate van issue congruentie. Daarbij werden variabelen zoals politieke interesse, partij-identificatie en electorale volatiltieit gebruikt om de samenhang met issue congruentie te bepalen. Deze analyse gebeurde met data van de UAntwerpen.
Meer lezen

Oddie - Hulpmiddel voor agressieregulatie bij kinderen in een zorgcontext

Universiteit Antwerpen
2026
Hebe
Van Bel
Boos zijn we allemaal wel eens en dat mag. Maar de manier waarop kinderen die boosheid uiten, moet veilig zijn, voor henzelf en hun omgeving. Leren omgaan met boosheid en agressie is niet vanzelfsprekend, zeker niet bij een bijkomende stoornis of kwetsbaarheid. Mijn thesis onderzoekt hoe we kinderen kunnen ondersteunen bij hevige emoties en houvast bieden op moeilijke momenten.
Onderzoek bij en met de doelgroep toonde aan dat vroegtijdig leren omgaan met emoties cruciaal is, waardoor de focus kwam te liggen op agressieregulatie bij kinderen van zes tot twaalf jaar.

Na gesprekken met experten en met de kinderen zelf groeide het idee om geborgenheid te combineren met bewustwording van de ademhaling: twee elementen die elk afzonderlijk kalmeren en samen krachtiger zijn.

Zo ontstond Oddie: een verzwaarde knuffel met ademhalingsbegeleiding, gemaakt van duurzaam materiaal. Via een visuele indicator leert het kind de eigen ademhaling bewust in te zetten. Regelmatig oefenen maakt dit een vertrouwd patroon, toepasbaar zodra emoties opkomen. Oddie stigmatiseert niet en is bedoeld voor iedereen die nood heeft aan rust.

Oddie is inzetbaar in scholen, jeugdzorg, kinderpsychiatrie en thuis. Een begeleidend boekje leert kinderen het product zelfstandig te gebruiken, wat hun autonomie bevordert. Een app helpt begeleiders vertrouwd te raken met de ademhalingstechnieken en Oddie.
Meer lezen

Global Climate Attribution of Pluvial Floods: A deep learning framework for pluvial flood modelling

Vrije Universiteit Brussel
2026
Robbe
Buls
In deze thesis onderzoek ik wat het effect van klimaatverandering is op het voorkomen van regenoverstromingen. Dat zijn overstromingen die ontstaan doordat de neerslag té intens is voor de bodem en de riolering om alles te slikken, en dus niet omdat een rivier buiten haar oevers treedt.

De effecten van klimaatverandering op regenoverstromingen zijn nog niet eerder op wereldschaal onderzocht, omdat modellen vaak berusten op lokale bodemkarakteristieken, vegetatiekenmerken, enzovoort. Ik omzeil het probleem van zulke beschrijvende modellen door artificiële intelligentie (AI) in te zetten: in plaats van alle processen (zoals infiltratie, verdamping, enzovoort) expliciet te gaan beschrijven met formules, laat ik het model de relatie zoeken tussen omgevingskarakteristieken en geobserveerde overstromingen. Die observaties zijn gebaseerd op satelietbeelden.

Mijn model werkt oké, maar zeker nog niet perfect. Het ziet bepaalde verbanden, zoals lager gelegen plaatsen die doorgaans natter zijn en bossen die doorgaans minder overstromen, hetgeen betekent dat het model effectief iets leert. De grootste problemen zitten hem voorlopig nog in het modelleren van de omvang van de overstroming. Het model heeft de neiging om steeds een gemiddelde waarde te voorspellen, in plaats van bij zeer hevige neerslag een écht grote overstroming te voorspellen.

Toch heb ik het model alvast eens gebruikt om de impact van klimaatverandering op regenoverstromingen in te schatten. Dat doe ik door het geobserveerde klimaat van een bepaalde periode in het model in te laden en het zijn voorspellingen te laten doen. Vervolgens laadt ik een fictief klimaat in dat een wereld zonder klimaatverandering voorstelt, en laat het model opnieuw zijn voorspellingen maken. Het verschil tussen beide modelruns vertelt mij het effect van de klimaatverandering. In dit geval vind ik een toename van 0,5% terug. Dat is een waarde die een stuk lager ligt dan verwacht, wat wellicht te wijten is aan de beperkingen van het model. Wel zien we grote regionale verschillen, waarbij delen van Noord- en Midden-Amerika, Noord-Europa en Oost-Azië véél zwaarder getroffen worden dan het globale gemiddelde.
Meer lezen

Tussen Management en Praktijk: Welzijn en Welbevinden van Roulementsmedewerkers binnen HIC-units in België

Universiteit Gent
2026
Simon
Praet
Deze masterproef onderzocht het welzijn van roulementsmedewerkers op Belgische High & Intensive Care-afdelingen (HIC). Via een mixed-methods onderzoek werd een nationale vragenlijst gecombineerd met interviews met medewerkers en management binnen één HIC-afdeling. De resultaten tonen dat welzijn niet eenvoudig samenhangt met demografische kenmerken zoals leeftijd, geslacht, functie of uurrooster. Wel kwamen belangrijke organisatorische factoren naar voren, waaronder personeelsbezetting, uurroosters, teamondersteuning, erkenning en de aanwezigheid van leidinggevenden. Vooral mentale distantie bleek een aandachtspunt. De bevindingen benadrukken daarom het belang van een welzijnsbeleid dat niet alleen inzet op individuele ondersteuning, maar ook op de organisatie van het werk en een goede afstemming tussen management en praktijk.
Meer lezen