Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Polair gefunctionaliseerde polyolefinen vertrekkende van NBR

KU Leuven
2026
Luka
Wouters
Jaarlijks wordt meer dan 230 miljoen ton polyolefinen geproduceerd, waarmee ze de meest geproduceerde kunststoffen wereldwijd zijn. Hun populariteit is voornamelijk te danken aan hun lage kost, lichtgewicht, slijtvastheid en goede verwerkbaarheid. Niettemin vertonen polyolefinen belangrijke beperkingen op het vlak van ontwerpvrijheid en compatibiliteit met polaire materialen. Door hun apolaire structuur hebben ze beperkte bedrukbaarheid, adhesie en mechanische performantie. Daardoor worden polyolefinen vaak gecombineerd met potentieel schadelijke additieven of verwerkt in complexe polymeermengsels en multilayerstructuren, wat hun recycleerbaarheid drastisch vermindert. Hierdoor eindigen intrinsiek recycleerbare materialen zoals polyolefinen vaak alsnog in verbrandingsinstallaties of stortplaatsen.
Polair-gefunctionaliseerde polyolefinen vormen een veelbelovend alternatief dat deze beperkingen kan aanpakken zonder de nood aan schadelijke additieven of complexe polymeermengsels. Zelfs een lage functionalisatiegraad kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in compatibiliteit met polaire materialen, adhesie, bedrukbaarheid en taaiheid, terwijl de intrinsiek gunstige eigenschappen van conventionele polyolefinen zoals slijtvastheid en verwerkbaarheid behouden blijven. Huidige synthesestrategieën vereisen echter vaak dure monomeren, extreme reactieomstandigheden, en bieden daarenboven weinig controle over het gehalte aan ingebouwde functionele groepen.
Om deze tekortkomingen aan te pakken, ontwikkelden we een nieuwe driestapsmethode voor de synthese van polair-gefunctionaliseerde polyolefinen met nauwkeurige controle over het gehalte aan polaire groepen, zonder gebruik te maken van extreme reactieomstandigheden of dure reagentia. Het commercieel beschikbare poly(acrylonitril-co-butadieen) (NBR) werd gekozen als startmateriaal en werd succesvol omgezet in een reeks polair-gefunctionaliseerde polyolefinen. In tegenstelling tot bestaande methoden vertrekt deze synthese van een polymeer dat reeds een hoog gehalte aan functionele groepen (nitrillen) bevat. In een retro-hydrocyanatiestap wordt vervolgens selectief een gecontroleerde fractie nitrilgroepen geëlimineerd tot dubbele bindingen, wat een precieze afstemming van het gehalte aan functionele groepen mogelijk maakt. Een daaropvolgende ruthenium-gekatalyseerde hydrogenering leidt tot de vorming van een amino-gefunctionaliseerde polyolefine. In een derde stap worden de aminogroepen van dit intermediaire polymeer verder gefunctionaliseerd tot diverse stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen. In deze studie ligt de focus op de acylatie en ftalimidevorming, hoewel de methode kan worden uitgebreid naar andere functionalisaties.
Samenvattend biedt deze nieuwe methode een flexibele syntheseroute naar stikstofgefunctionaliseerde polyolefinen, die een veelbelovend alternatief vormen voor toepassingen waarin verbeterde eigenschappen zoals taaiheid, bedrukbaarheid, adhesie en compatibiliteit met polaire materialen vereist zijn. Toekomstig onderzoek zal zich richten op een diepgaande karakterisatie van de mechanische eigenschappen en het identificeren van potentiële toepassingen van deze polymeren.
Meer lezen

Wondzorg in beweging: ontwikkeling van een evidence-based verpleegkundig protocol voor postoperatieve amputatiewondzorg

Hogeschool VIVES
2026
Maxim
Rommelaere
Deze bachelorproef vertrekt vanuit de vaststelling dat de postoperatieve wondzorg bij amputaties op een afdeling algemene heelkunde niet altijd op eenzelfde, gestructureerde manier verloopt. Om verpleegkundigen meer houvast te bieden, werd een evidence-based wondzorgprotocol ontwikkeld en voorbereid voor implementatie. Hiervoor werd wetenschappelijke literatuur gecombineerd met een praktijkgerichte audit bij 26 verpleegkundigen. De resultaten toonden vooral variatie en onzekerheid rond wondobservatie, verbandkeuze, rapportage en het bepalen wanneer artsencontact nodig is. Op basis daarvan werd een eerste protocol met flowchart ontwikkeld en beoordeeld door verpleegkundigen, een wondzorgverpleegkundige en een vaatchirurg. Hun feedback leidde tot een tweede, meer gestructureerde versie waarin onder meer het TIME-principe, duidelijke observatiecriteria, verbandcategorieën en een overzichtelijkere flowchart werden verwerkt. Het eindproduct biedt een praktisch kader dat verpleegkundigen ondersteunt bij klinische besluitvorming zonder die te vervangen.
Meer lezen

FinvictumX: Omdat iedereen recht heeft op financiële kennis

Hogeschool VIVES
2026
Sem
Bruynseraede
Dit eindwerk onderzoekt het belang van financiële educatie in een samenleving waarin steeds meer mensen zelfstandig toegang krijgen tot financiële markten. De drempel om te beleggen is sterk verlaagd, terwijl de hoeveelheid beschikbare financiële informatie voortdurend toeneemt. Die toegankelijkheid betekent echter niet automatisch dat mensen over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om financiële producten, risico’s en beleggingsbeslissingen goed te begrijpen.

Het onderzoek gaat na welke rol financiële educatie kan spelen in het versterken van financiële kennis en vaardigheden. Daarbij wordt onderzocht welke kennis beleggers nodig hebben, hoe financiële concepten op een begrijpelijke en gestructureerde manier kunnen worden aangeleerd en welke factoren bijdragen aan een effectief leerproces. Naast financiële basiskennis wordt aandacht besteed aan onder meer risicobeheer, beleggingsstrategieën, beleggerspsychologie en het kritisch beoordelen van financiële informatie.

Ook wordt onderzocht hoe digitale technologie het aanbieden van financiële educatie kan ondersteunen. Daarbij komen onder meer gepersonaliseerde leertrajecten, interactieve leermethoden en artificiële intelligentie aan bod. Het onderzoek bekijkt daarnaast hoe financiële educatie kan worden opgebouwd voor verschillende niveaus van voorkennis, van beginnende tot meer ervaren beleggers.

Op basis van deze inzichten wordt een concreet concept voor een digitale leeromgeving uitgewerkt. Het eindwerk toont daarmee hoe financiële educatie kan bijdragen aan een beter begrip van financiële keuzes en mensen kan helpen om bewuster, kritischer en met meer inzicht met hun financiën en beleggingen om te gaan.
Meer lezen

Ontwikkeling van een informatieve brochure voor ouder(s) en kind bij pediatrische hartkatheterisatie

Hogeschool VIVES
2026
Britney
Soenen
Ouders van kinderen die een hartkatheterisatie ondergaan, blijven vaak met onzekerheden zitten, zelfs wanneer zorgverleners de nodige uitleg hebben gegeven. Tijdens mijn stage op de Pediatrische Intensive Care Unit van het UZ Gent merkte ik dat angst, informatie-overload en een gebrek aan afstemming tussen diensten ervoor zorgen dat ouders dezelfde vragen blijven stellen. Wetenschappelijke literatuur bevestigt dat mondelinge uitleg alleen onvoldoende is en dat schriftelijke informatie angst vermindert en het begrip versterkt. Daarom ontwikkelde ik een nieuwe, toegankelijke brochure met eenvoudige taal, kindvriendelijke illustraties en duidelijke antwoorden op veelgestelde vragen. Dit kleine document biedt ouders houvast, ondersteunt consistente communicatie tussen zorgverleners en draagt bij aan warmere, gezinsgerichte zorg.
Meer lezen

Preparation of renewable films based on feather-derived keratin: a comparative investigation of glutaraldehyde and genipin as crosslinkers

Universiteit Gent
2026
Sander
Lannoo
Deze masterproef onderzoekt hoe keratine uit veren kan worden verwerkt tot een nieuw materiaal. Commercieel keratinepoeder uit eendenveren werd gecombineerd met twee chemische verbindingsmiddelen: glutaaraldehyde en genipine, een natuurlijke stof uit fruit. Beide stoffen verbonden de korte eiwitfragmenten tot samenhangende films. Glutaaraldehyde leverde sterkere, minder rekbare films op. Met genipine ontstonden donkerblauwe, buigzamere films, waarvan de sterkte en taaiheid toenamen bij een hogere geteste concentratie. Hoewel de films nog gevoelig zijn voor water, toont het onderzoek aan dat versnipperde verenkeratine opnieuw een vast materiaal kan vormen. Dit biedt een vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van biogebaseerde materialen.
Meer lezen

Verleden als kennis. Ontworpen voor de toekomst. Duurzaam koel- en bevochtigingssysteem voor kleinschalige boeren

Universiteit Antwerpen
2026
Salma
Abed Ali Abdel Jalil
Boroud is een modulair koel- en bevochtigingssysteem voor kleinschalige landbouwers, geïnspireerd op eeuwenoude technieken uit onder andere Mesopotamië en Perzië. Het systeem combineert natuurlijke verdampingskoeling met gecontroleerde luchtstroming om verschillende gewassen onder geschikte temperatuur- en luchtvochtigheidsomstandigheden te bewaren.

De masterproef onderzoekt hoe deze traditionele kennis kan worden vertaald naar een hedendaagse, energie-efficiënte opslagoplossing. Boroud bestaat uit drie afzonderlijke opslagunits die elk een verschillend microklimaat kunnen creëren, zodat meerdere gewassen binnen één systeem kunnen worden opgeslagen.

Door erfgoed en hedendaagse technologie te combineren, wil Boroud een toegankelijker alternatief bieden voor conventionele koelopslag en tegelijkertijd voedselverlies en energieverbruik verminderen.
Meer lezen

Contextafhankelijke modellering van de vervangratio bij autodelen in Vlaamse gemeenten: Een beslissingsondersteunend model voor onderbouwde inschattingen van privéautovervanging

Universiteit Hasselt
2026
Ole
Siemons
In deze masterproef wordt onderzocht hoe lokale factoren in een gemeente van invloed kunnen zijn op het aantal privéauto's dat vervangen wordt door één deelwagen. Aan de hand van twee gebruikerspopulaties die doen aan autodelen worden contextafhankelijke factoren geïdentificeerd en gemodelleerd. De resultaten worden vertaald naar een rekenmodel en een beslissingsondersteunend model waarmee voor Vlaamse gemeenten een onderbouwde, contextafhankelijke vervangratio kan worden ingeschat. De praktische toepasbaarheid hiervan wordt getoetst aan de hand van een Use Case in de Stad Gent.
Meer lezen

Onderzoek naar het gebruik van een zuurgevoelig eiwit voor (nucleaire) beeldvorming van solide tumoren

Erasmushogeschool Brussel
2026
Noura
Lazaar
Deze bachelorproef onderzocht of het pH-gevoelige eiwit T-SorTag potentieel kan worden gebruikt voor nucleaire beeldvorming van solide tumoren. Veel tumoren hebben een zuurdere omgeving dan gezond weefsel. T-SorTag is ontwikkeld om op die lagere pH te reageren. In het onderzoek werd nagegaan hoe het eiwit van structuur verandert bij een zure pH en hoe sterk het bindt aan MC38-darmkankercellen bij verschillende pH-waarden. Daarnaast werd T-SorTag gekoppeld aan een chelator en radioactief gelabeld met gallium-68. De resultaten toonden aan dat T-SorTag sterker aan de onderzochte kankercellen bindt naarmate de omgeving zuurder wordt. Ook na radioactieve labeling bleef dit pH-afhankelijke gedrag zichtbaar. Verdere optimalisatie van onder andere de conjugatie, stabiliteit en radiolabeling is nodig voordat het eiwit verder in vivo kan worden onderzocht.
Meer lezen

Tussen podium en dansvloer: de migratie van performatieve ravepraktijken naar theater- en clubcontext

Universiteit Gent
2026
Otto
van Sloun
In deze scritpie over "rave tussen podium en dansvloer", wordt onderzocht wat er gebeurt met de energie en collectiviteit van ravecultuur wanneer deze terechtkomen in meer georganiseerde artistieke contexten.
De scriptie vertrekt vanuit het idee dat een rave meer is dan muziek en dans: het is een collectieve lichamelijke ervaring waarin lichaam, muziek, ruimte, ritme en publiek voortdurend op elkaar reageren. De zogenaamde rave-energy ontstaat daardoor niet bij één individu, maar tussen mensen en hun omgeving.
Aan de hand van twee casestudy’s wordt onderzocht hoe deze energie verandert:
- Room With A View van (LA)HORDE toont hoe rave-elementen naar het theater worden vertaald. De spontane en horizontale rave-ervaring wordt daar meer geënsceneerd, zichtbaar en gecontroleerd.
- Choreomania van Temporary Pleasure onderzoekt hoe choreografie, licht en camera juist kunnen worden ingezet om publieksparticipatie en collectieve energie in een clubomgeving te versterken.
De centrale conclusie is dat rave niet simpelweg een stijl of esthetiek is die naar het theater of de club wordt gekopieerd. Rave kan beter worden begrepen als een methode om collectiviteit, lichamelijkheid, ritme en gedeelde intensiteit te organiseren. Wanneer de rave naar een andere context verhuist, verandert ook de manier waarop publiek, performer, ruimte en energie zich tot elkaar verhouden.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Naar een inclusieve en prikkelregulerende leeromgeving: Architectuur voor kinderen met een autismespectrumstoornis

Universiteit Hasselt
2026
Kato
Martens
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Daan
    Driessen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Deze masterproef onderzoekt hoe architectuur, materialiteit en bouwfysische principes kunnen bijdragen aan een prikkelregulerende en voorspelbare leeromgeving voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Het onderzoek combineert literatuurstudie, case study-analyse en materiaalonderzoek en vertaalt de inzichten naar concrete ontwerpprincipes. Deze worden toegepast in een nieuw schoolontwerp voor De Wissel in Zwartberg, waarin ruimtelijke leesbaarheid, verschillende gradaties van prikkels, natuur, overgangsruimtes en comfort samenkomen. Het project wordt gekaderd binnen een bredere regeneratieve toekomstvisie voor Zwartberg, waarin ecologische, sociale en maatschappelijke aspecten met elkaar worden verbonden.
Meer lezen

De taken en verantwoordelijkheden van de mondhygiënist in de oncologische zorgsetting binnen het ziekenhuis

Hogeschool UCLL
2026
Laura
Janssens
  • Mauranne
    Lazard
Mondproblemen komen vaak voor tijdens kankerbehandelingen en kunnen een aanzienlijke impact hebben op het welzijn van patiënten en het verloop van de behandeling. Toch blijft mondzorg binnen de oncologische zorg vaak onderbelicht en ontbreekt een vast aanspreekpunt. Uit een literatuurstudie en interviews met zorgprofessionals blijkt dat de mondhygiënist een belangrijke rol kan spelen in preventie, screening en opvolging van mondproblemen. Voor een succesvolle integratie zijn echter duidelijke taakafspraken, structurele financieringen multidisciplinaire samenwerking noodzakelijk.
Meer lezen

Mona Hatoum voor ontwerpers: Strategieën toegepast op een pendeltraject tussen Lokeren en Gent

Universiteit Gent
2026
Aslinur
Cakal
Deze masterproef onderzoekt hoe we met een open blik naar onze alledaagse, vertrouwde omgeving kunnen kijken. Het onderzoek vertrekt vanuit een diepgaande analyse van het oeuvre van kunstenares Mona Hatoum. Hatoum transformeert huiselijke objecten tot installaties die thema's als ontheemding en 'thuis' tastbaar maken. Uit haar werk zijn specifieke beeldmanipulatiestrategieën gedistilleerd, zoals schaalmanipulatie, herkaderen en vervangen. Deze artistieke strategieën zijn vervolgens vertaald naar de schaal van architectuur en openbare infrastructuur. Als case-study fungeert het dagelijkse pendeltraject van de auteur tussen Lokeren en Gent. Dit resulteert in hybride collages waarin publieke transitruimtes versmelten met de intieme, private sfeer van thuis. Het project is fysiek vormgegeven als een enorme, gelaagde en opvouwbare kaart die vraagt om zintuiglijke interactie. Daarnaast biedt het werk een kritische reflectie op hoe politieke grenzen in de wereld ruimtes vaak eenzijdig benaderen. Uiteindelijk is deze thesis een krachtige oproep om meer te observeren en minder snel te oordelen.
Het eerste deel is de analyse van Mona Hatoums werk. Het tweede deel is een zoektocht naar strategieën. Het derde deel is het experiment met de strategieën in de vorm van collages en het laatste deel is de reflectie op wereldgrenzen.
Meer lezen

Unraveling the microbial ecology of drinking water distribution systems and the persistence of non-tuberculous mycobacteria

Universiteit Gent
2026
Fien
Van Poelvoorde
Drinkwater wordt gezuiverd om de microbiologische veiligheid te waarborgen, maar blijft een dynamisch microbieel ecosysteem waarin micro-organismen kunnen overleven, zich opnieuw kunnen ontwikkelen of via het distributienetwerk en het leidingwerk in woningen kunnen binnendringen. In deze thesis werd de microbiële dynamiek in Vlaamse drinkwatersystemen onderzocht aan de hand van drie complementaire experimenten. Ten eerste werden veranderingen in het drinkwater geanalyseerd door de uitgaande leidingen van watertorens te vergelijken met de aangesloten kranen bij de eindgebruikers. Ten tweede volgde een source-to-tap-experiment de microbiële gemeenschappen tijdens de hele drinkwaterbehandeling en -distributie, waarbij niet-tuberculeuze mycobacteriën (NTM) werden gedetecteerd. Ten derde werden het voorkomen en de ecologische relevantie van NTM verder onderzocht. Flowcytometrie werd gebruikt om celconcentraties en fenotypische vingerafdrukken te beoordelen, terwijl 16S- en 18S-rRNA sequencing werd toegepast om de samenstelling van de prokaryotische en eukaryotische gemeenschappen te karakteriseren.
De resultaten lieten consistente verschillen zien tussen de uitgaande leidingen van watertorens en de keukenkranen in huishoudens wat betreft celconcentraties, fenotypische kenmerken en de samenstelling van het holobioom. Deze bevindingen wijzen erop dat leidingwaterkwaliteit ook wordt beïnvloed door consumenteninfrastructuur, waar stilstaand water, biofilms en waterinstallaties microbiële gemeenschappen kunnen sturen. Hoewel er duidelijke microbiologische verschuivingen werden waargenomen, mogen deze niet automatisch worden geïnterpreteerd als een afname van de drinkwaterveiligheid. NTM werden gedetecteerd toen het drinkwaterbehandelings- en distributiesysteem op netwerkniveau werd geanalyseerd. Hun aanwezigheid is relevant omdat sommige NTM-soorten opportunistisch pathogeen zijn en persistentie kan worden ondersteund door biofilms en interacties met vrijlevende amoeben. Deze thesis benadrukt zo het belang van geïntegreerde microbiële monitoring in drinkwatersystemen.
Meer lezen

Bio-based insulation materials from local resources: exploring the potential of bean stalks in a wet production process

Universiteit Gent
2026
Bieke
Delanote
Deze masterproef onderzoekt het potentieel van bonenstengels, een landbouwreststroom, als grondstof voor biogebaseerde isolatiematerialen. Voor de productie van het isolatiemateriaal werd gebruik gemaakt van een nat productieproces. Dit proces benut de natuurlijke bindingseigenschappen van de vezels, waardoor een stevige isolatieplaat kan worden geproduceerd zonder toevoeging van een synthetisch bindmiddel. Aangezien dit proces al op industriële schaal wordt toegepast voor de productie van houtvezelisolatieplaten, werd het laboproces eerst geoptimaliseerd op basis van houtwol. Met een eenvoudige combinatie van koken, kort persen en drogen konden houtvezelisolatieplaten met lage thermische geleidbaarheid en hoge sterkte worden geproduceerd. Om vervolgens de geschiktheid van bonenstengels binnen dit proces te onderzoeken, werden verschillende voorbehandelingstechnieken toegepast. Ovendrogen en luchtdrogen werd vergeleken. Daarnaast werd het effect van een extra reinigings- of extrusiestap geanalyseerd. Alle onderzochte fracties van bonenstengels toonden potentieel. Rekening houdend met materiaalprestaties, praktische haalbaarheid en milieu-impact kwamen luchtgedroogde ongereinigde bonenstengels naar voren als meest belovende optie. De toevoeging van houtvezels of vlaslemen verbeterde de praktische haalbaarheid zonder de algemene prestaties negatief te beïnvloeden.

Naast het aantonen van het potentieel van bonenstengels als isolatiegrondstof, onderstreept deze thesis het bredere potentieel van landbouwreststromen om bij te dragen aan een duurzamere bouwpraktijk, gebaseerd op lokale en biologisch afbreekbare materialen.
Meer lezen

Integratie van AI in het softwareontwikkelproces

Hogeschool VIVES
2026
Simon
Stijnen
AI-gestuurde ontwikkeltools zoals Large Language Models (LLM's), prompt engineering en het Model Context Protocol (MCP) veranderen de softwareontwikkeling snel, maar roepen vragen op over codekwaliteit, afhankelijkheid en de rol van de ontwikkelaar. Deze bachelorproef onderzoekt hoe AI-ondersteuning het ontwikkelproces van een cloudgebaseerde applicatie kan versnellen en verbeteren, en welke risico's daarbij horen. De casestudie is Lexis, een applicatie van CERM die e-mails van drukkerijklanten met een LLM analyseert en de gegevens doorstuurt naar het ERP systeem.

Na een theoretisch overzicht van prompt engineering, MCP, skills en agents werden drie implementaties opgeleverd: een authenticatie-oplossing voor meerdere klanten, een interne tool voor testdatabeheer en een gemoderniseerde API-testinfrastructuur. AI versnelde de oplevering aanzienlijk, maar zonder gerichte sturing bleef de code niet steeds productieklaar. AI werkt het best als verlengstuk van de ontwikkelaar, niet als vervanger, binnen duidelijke processen met heldere instructies.
Meer lezen

ORVAL: DETERMINISTIC, FAULT-TOLERANT TELEMETRY VISUALIZATION FOR SPACE TESTING & OPERATIONAL ENVIRONMENTS

Thomas More Hogeschool
2026
Jelle
Smet
Satellieten sturen tijdens hun contact met een grondstation grote hoeveelheden telemetrie naar de aarde. Ingenieurs gebruiken deze gegevens om de toestand van een satelliet te monitoren, maar een visualisatiesysteem moet niet alleen betrouwbaar zijn: het moet ook overzichtelijk, flexibel en snel genoeg zijn om verschillende soorten telemetrie efficiënt te kunnen analyseren.

Deze scriptie onderzoekt hoe een deterministisch en fouttolerant telemetrievisualisatiesysteem kan worden ontworpen en geïmplementeerd. Hiervoor werd ORVAL (Orchestrator for Remote Visualization and Analysis of Logged Telemetry) ontwikkeld in samenwerking met Redwire. ORVAL biedt een aanpasbare dashboardomgeving waarin ingenieurs grafieken, layouts en andere visualisaties naar hun behoeften kunnen configureren, gecombineerd met een architectuur die gericht is op snelle en betrouwbare toegang tot telemetriegegevens.

Het systeem ondersteunt redundante backendcomponenten, automatische foutdetectie, deterministische failover en gecoördineerd herstel. Tijdens gecontroleerde tests werd een automatische omschakeling naar een redundante backend aangetoond, waarbij een gemeten failover 12,3 seconden duurde en geen manuele interventie vereiste. Zo combineert ORVAL gebruiksvriendelijke en flexibele visualisatie met fouttolerantie en betrouwbare toegang tot satelliettelemetrie.
Meer lezen

The spaces of democratic self-management and collective care in cooperative student housing: Insights from Ghent and Collegium Academicum Heidelberg.

Universiteit Gent
2026
Lies
De Saegher
Studentenhuisvesting in Gent staat onder druk: het aantal studenten steeg de afgelopen twintig jaar met meer dan 34.000, terwijl er slechts 3.800 erkende kamers bijkwamen. De huurprijzen stijgen, de markt is grotendeels privaat en de homes van de UGent geven bewoners weinig inspraak.

Deze scriptie onderzoekt hoe eigendomsmodellen, universitair beheer versus coöperatief eigenaarschap, het dagelijks zelfbeheer organiseren en hoe de ruimtelijke praktijk van bewoners op haar beurt de bestuursstructuur vormgeeft. Daarvoor combineert ze een vergelijkende studie van de woonsituatie in Gent en Heidelberg met een architecturale etnografie van het Collegium Academicum (CA), een zelfbeheerde studentenwooncoöperatie in Heidelberg. Het onderzoek steunt op twee weken veldverblijf met participerende observatie, semigestructureerde interviews, beleidsdocumenten en etnografische tekeningen, en kwam tot stand in overleg met de Stad Gent.

De scriptie besluit dat eigendomsmodellen bepalend zijn voor collectief onderhoud, continuïteit en betrokkenheid van bewoners: coöperatief wonen creëert zorg en gedeelde verantwoordelijkheid die in universitair beheerde homes ontbreken. De scriptie sluit af met een kader van institutionele, organisatorische en ruimtelijke voorwaarden voor een Gentse studentenwooncoöperatie, en pleit ervoor ontwerp te zien als iets dat uit gebruik en gemeenschappelijke routines ontstaat.
Meer lezen

Taal op maat - Frans na OKAN - Jade Deseigne en Emma Kooreman

Hogeschool VIVES
2026
Emma
Kooreman
  • Jade
    Deseigne
In onze bachelorproef ontwikkelen we lesmateriaal op maat van ex-OKAN-leerlingen die instromen in de tweede graad van het reguliere Vlaamse onderwijs en voor het eerst Frans leren. Om tegemoet te komen aan de noden van zowel leerlingen als leerkrachten, ontwikkelden we digitale leerpaden, een theoriebundel en een lerarenbundel. Het materiaal is gericht op zelfstandig leren, stapsgewijze taalverwerving en functionele communicatie.
Meer lezen

Ontwikkeling van een meet- en detectiesysteem voor spoorweg booggeluid

Hogeschool PXL
2026
Arthur
Vanlimbergen
Deze bachelorproef onderzoekt de ontwikkeling van een kosteneffectief meetsysteem voor het detecteren van piepgeluiden van treinen in spoorwegbochten, ook wel booggeluid genoemd. Het systeem combineert cameratechnologie, geluidsmetingen en automatische signaalverwerking om treinpassages te registreren en booggeluid te detecteren. Dankzij draadloze communicatie en lokale gegevensverwerking biedt het project een praktische oplossing voor het monitoren van spoorweggeluid in stedelijke omgevingen.
Meer lezen

Systematic Analysis of Simulated Atrial Electrograms to Distinguish Scar from Slow Conduction

Universiteit Gent
2026
Robbe
Daelman
Inleiding: Het plannen van cardiale ablatie vereist een nauwkeurige identificatie van niet-geleidend weefsel. Huidige methoden, zoals fasekaarten en voltagekaarten, overschatten vaak de omvang van niet-geleidende gebieden en geven slechts een vereenvoudigde weergave van de onderliggende elektrogram (EGM)-signalen. Bovendien kunnen huidige markers structurele remodellering niet betrouwbaar onderscheiden van functionele trage geleiding. Deze thesis onderzoekt of bijkomende, uit EGM afgeleide kenmerken gebruikt kunnen worden om verschillen in de elektrische geleidingssnelheid doorheen hartweefsel te onderscheiden.

Methoden: Simulaties werden uitgevoerd voor vijf verschillende weefselconfiguraties met toenemende complexiteit en afnemende symmetrie. Alle simulaties werden in 2D uitgevoerd met een enkele stimulus en bevatten een centraal obstakel omringd door een raster van EGM-elektroden. Uit elk EGM-signaal werden 11 kenmerken geëxtraheerd, gebaseerd op grootheden die eerder in de literatuur beschreven zijn of vaak gebruikt worden in ECG-analyse. Vervolgens werd PCA toegepast om de lineaire combinaties van kenmerken te identificeren die de grootste variantie in de data verklaren. De belangrijkste principal components werden daarna gebruikt in gesuperviseerde machine learning-benaderingen om de geleidingssnelheid en de afstand tot aangetast weefsel te voorspellen.

Resultaten: De eerste principal component verklaarde 65–70% van de variantie over alle simulatietypes en werd gedomineerd door kenmerken gerelateerd aan signaalsterkte, waaronder de maximale amplitude en de totale signaaloppervlakte. De tweede tot en met de vierde principal components verklaarden samen ongeveer 25% van de variantie en bevatten voornamelijk kenmerken gerelateerd aan piekstructuur, timing en signaalasymmetrie. De waarden van deze principale componenten, in het bijzonder de eerste component, verschilden systematisch tussen simulaties met verschillende geleidingssnelheden. Een logistische regressie classificeerde tussen het wel of niet in aangetast weefsel liggen met een balanced accuracy van 89,3%. Een random forest regressor kon de gemiddelde geleiding voorspellen met een absolute gemiddelde fout (MAE) van 1,2%.

Conclusie: Uit EGM-afgeleide kenmerken, naast fase en maximale spanning, ontstaat onderscheidende informatie over de geleidingseigenschappen van hartweefsel. De laagdimensionale structuur geïdentificeerd door PCA generaliseert over weefselconfiguraties met toenemende complexiteit, en de resulterende kenmerkrepresentaties ondersteunen zowel de classificatie van de afstand van de elektrode tot aangetast weefsel als de voorspelling van de lokale geleidingssnelheid. Deze bevindingen suggereren dat multidimensionale EGM-kenmerkanalyse een geschikter kader biedt om littekenweefsel te onderscheiden van functionele trage-geleidingsgebieden dan geïsoleerde signaalmerkers alleen.
Meer lezen

The symbolic legal protection of the environment in armed conflict: Form, function and reform of Articles 35(3) and 55(1) of Additional Protocol I

KU Leuven
2026
Simon
Sterck
Gewapende conflicten vernietigen meer dan mensen en infrastructuur. Ze vervuilen ook water, bodem en lucht, beschadigen ecosystemen, en maken daardoor regio’s decennialang minder leefbaar. Conflicten in Vietnam, Koeweit, Oekraïne of Gaza illustreren dit duidelijk.

Het internationaal humanitair recht regelt dergelijke milieuschade in artikelen 35(3) en 55(1) van het Eerste Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève (1977). Deze bepalingen verbieden oorlogvoering waarvan verwacht wordt dat ze “wijdverspreide, langdurige en ernstige” milieuschade veroorzaakt. Op papier lijkt dat een bijzonder sterke bescherming. Toch werd in bijna vijftig jaar nooit gezaghebbend vastgesteld dat deze drempel werd overschreden, ook niet in conflicten die bekend staan om hun ecologische gevolgen.

De rechtsleer beschouwt dat doorgaans als een mislukking en focust vooral op hervormingsvoorstellen. Mijn masterproef zet echter een stap terug en vraagt eerst wat voor soort norm dit eigenlijk is. Met twee theoretische kaders die niet eerder op deze bepalingen werden toegepast, analyseer ik hun juridische vorm, maatschappelijke functie en mogelijke hervorming.

Ik besluit dat het huidige kader vooral symboolwetgeving is. Het erkent het belang van
milieubescherming tijdens oorlogen, zonder militaire acties in de praktijk sterk te beperken. Vanuit dat inzicht ontwikkel ik een nieuwe manier om het hervormingsdebat te benaderen
Meer lezen

People, Play & the City : een uitnodiging aan de niet-spelende volwassene in Brugge

KU Leuven
2026
Hannah
Van Vlimmeren
People, Play & the City: Circus Modulair komt naar de stad!
Het moderne circus als stedelijk attribuut voor de niet-spelende mens in Brugge.

Naarmate we ouder worden, verdwijnt spelen bijna ongemerkt uit ons leven. Volwassenen leren dat spel iets is wat je moet verdienen of verbergen, en in de publieke ruimte blijven we liever in onze rol van de 'serieuze' volwassene dan dat we echt ongeremd spelen. Mijn masterproef onderzoekt hoe spel opnieuw een plek kan krijgen in Brugge, vanuit de blik van de interieurarchitect.

Brugge profileert zich als circusstad, maar circus blijft er vooral programmering voor wie er bewust voor kiest. Het moderne circus is nochtans een van de meest toegankelijke vormen van groepsspel: niet competitief, zonder voorkennis, gebouwd op de dialoog tussen mens, object en beweging. Via historische mapping, observaties in de stad en gesprekken met Circusatelier Woesh zoek ik naar 'latente plekken' die die logica kunnen dragen.

Het resultaat is Circus Modulair: een bouwpakket van betonstenen, houten planken, banden en draadstangen dat in één aanhangwagen past. Bouwen is de eerste vorm van spel. Een 1:1-test op een kerkplein toonde dat spel zich niet laat organiseren, alleen uitnodigen. Of zoals een deelnemer zei, met twee planken in de hand: "Ik heb een paard!"
Meer lezen

AI detection of damage and faults in concrete slabs using an LDV and projectile excitation.

Universiteit Antwerpen
2026
Jasper
Laforce
  • Michiel
    Arnouts
Hoe kunnen we verborgen schade in beton opsporen zonder het materiaal te beschadigen? In deze studie wordt een geautomatiseerd meetsysteem gecombineerd met artificiële intelligentie om defecten, zoals holtes en delaminaties, te detecteren en te lokaliseren. Met behulp van trillingsmetingen en een neuraal netwerk werden de defecten onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden met een nauwkeurigheid van 97,7% geclassificeerd. De resultaten tonen hoe deze technologie kan bijdragen aan een snellere en meer geautomatiseerde inspectie van betonnen constructies, en zo de weg vrijmaakt voor gerichter onderhoud.
Meer lezen

Black Swan: REFRACTED

Hogeschool PXL
2026
Manon
Vanbockryck
Wat zou er gebeuren als je een bekende film niet zomaar bekijkt, maar juist uit elkaar haalt? Dit onderzoek ontleedt het welbekende horror-drama Black Swan in drie deelverhalen, die elk een andere kijk bieden op het gehele verhaal door in te zoomen op de verschillende onderdelen van obsessie. Het resultaat: een vormgegeven boek waarin het lichaam en het zichtbare beeld opnieuw aan elkaar verbonden worden.
Meer lezen

Understanding the Emergence of CO2 Value Chains: An Agent-Based Evolutionary Game Approach Coupled with CO2 Network Optimisation

KU Leuven
2026
Florian
Verwilghen
CO₂ afvangen kan de uitstoot van de industrie helpen verminderen. Maar bedrijven investeren pas als ze hun CO₂ ook betaalbaar kunnen laten vervoeren en opslaan of gebruiken. Tegelijk wordt gedeelde infrastructuur pas aantrekkelijk als voldoende bedrijven aansluiten. Mijn masterproef onderzoekt hoe dit kip-of-eiprobleem kan worden doorbroken.

Daarvoor ontwikkelde ik een computermodel van 227 industriële sites in België, Nederland en Noordrijn-Westfalen. Elke site maakt een eigen keuze: CO₂ blijven uitstoten, afvangen en opslaan, of afvangen en laten gebruiken. Het model koppelt die individuele keuzes aan de kosten van een gedeeld transport- en opslagnetwerk.

De simulaties tonen dat vooral het afgevangen volume en de ligging van de eerste deelnemers bepalend zijn. Een beperkte groep goed gelegen sites met grote CO₂-stromen kan de netwerkkosten voldoende doen dalen om ook andere bedrijven te laten aansluiten. Ook de CO₂-prijs en de verdeling van de netwerkkosten beïnvloeden dat proces. CO₂-gebruik biedt een alternatief, maar wordt begrensd door de beschikbare vraag en de transportkosten. Een netwerk dat op papier voordelig is, ontstaat dus niet vanzelf. De economische spelregels bepalen mee of bedrijven de stap zetten.
Meer lezen

Zelfregulerend leren bij kleuters

Karel de Grote Hogeschool
2026
Jits
Goossens
In mijn bachelorproef heb ik onderzocht hoe je zelfregulatie bij kleuters kan ondersteunen van de eerste tot de derde kleuterklas. Hiervoor ontwikkelde ik een visueel zelfregulatiebord met drie vragen: Wat ga ik doen? Hoe ga ik het doen? en Hoe ging het? Het bord werd aangepast aan de leeftijd en noden van de kinderen en tijdens mijn eindstage uitgeprobeerd. De resultaten tonen dat kleuters door gerichte begeleiding en een duidelijke structuur kunnen groeien in zelfstandigheid.
Meer lezen

Veiligheid in elke lijn DE IMPACT VAN GESTRUCTUREERD VERPLEEGKUNDIG INTRAVENEUS LIJNBEHEER OP PATIËNTVEILIGHEID, EFFICIËNTIE EN COMFORT

Thomas More Hogeschool
2026
adrian
klein
  • Lesley
    Vandemaele
Achtergrond: Intravasculaire therapie vormt een essentieel onderdeel van de hedendaagse ziekenhuiszorg. Een groot deel van de volwassen gehospitaliseerde patiënten draagt één of meerdere intraveneuze lijnen voor de toediening van medicatie, vloeistoffen, bloedproducten of parenterale voeding. Hierdoor neemt de zorgcomplexiteit aanzienlijk toe. De literatuur beschrijft verschillende risicofactoren voor lijn-gerelateerde complicaties. Voorbeelden zijn onoverzichtelijke lijnconfiguraties, inconsistente labeling en praktijkvariatie. Daarnaast verhoogt de visuele en organisatorische complexiteit de cognitieve belasting van verpleegkundigen. Dit kan leiden tot inefficiënties in de workflow en verminderd patiëntcomfort.
Doelstelling: Deze bachelorproef heeft als doel de effecten te onderzoeken van gestructureerde verpleegkundige interventies voor intravasculair lijnbeheer op patiëntveiligheid, verpleegkundige efficiëntie en patiëntcomfort bij volwassen gehospitaliseerde patiënten met meerdere intraveneuze lijnen.
Methode: Er werd een systematische literatuurstudie uitgevoerd tussen oktober 2025 en november 2025 in de databanken PubMed, CINAHL en Cochrane Library. De selectie richtte zich op volwassen gehospitaliseerde patiënten met intraveneuze lijnen. In totaal werden meer dan 300 artikels geïdentificeerd. Na screening werden relevante systematische reviews, gerandomiseerde studies, observationele studies en kwaliteitsverbeteringsstudies geïncludeerd. Ze werden opgenomen na screening op titel, abstract en volledige tekst. De methodologische kwaliteit van de geselecteerde studies werd kritisch beoordeeld aan de hand van relevante kwaliteitscriteria.
Resultaten: Uit de literatuur blijkt dat gestructureerde interventies, waaronder fysieke fixatie en securement, visuele identificatie en labeling, gebruik van protocollen en checklists en bundelbenaderingen geassocieerd zijn met een reductie van lijn-gerelateerde complicaties en medicatiefouten. Studies tonen significante dalingen in flebitis, extravasatie en infectiepercentages wanneer meerdere interventies gecombineerd worden toegepast. Daarnaast dragen visuele organisatie en standaardisatie bij aan verbeterde nauwkeurigheid bij infusie-identificatie en een vermindering van cognitieve belasting bij verpleegkundigen. Op basis van deze bevindingen werd een prototype ontwikkeld dat fysieke bundeling van infuuslijnen, kleur gecodeerde labeling en systematische line tracing combineert in één geïntegreerd hulpmiddel. Het implementatieplan werd uitgewerkt volgens de PDCA-cyclus
Conclusie: Uit de literatuur kan geconcludeerd worden dat gestructureerd verpleegkundig lijnbeheer potentieel een belangrijke bijdrage levert aan patiëntveiligheid, workflow-optimalisatie en patiëntcomfort. De centrale boodschap van deze bachelor proef is dat veilig intravasculair lijnbeheer niet louter een technische handeling is, maar een gestructureerd veiligheidsproces dat standaardisatie, visuele ondersteuning en klinisch leiderschap vereist. Door lijnbeheer systematisch te organiseren en te integreren in kwaliteitszorg kunnen verpleegkundigen actief
Meer lezen

Van visie naar praktijk: de (leer)KRACHT in een buitengewone context

Arteveldehogeschool Gent
2026
Davina
Van Campenhout
De maatschappelijke relevantie van deze bachelorproef is groot. Wanneer de capaciteitsdruk binnen het type 2-onderwijs steeds verder toeneemt, dreigen de meest kwetsbare leerlingen onvoldoende kansen te krijgen om zich te ontwikkelen. Het onderwijs van andere types, zoals basisaanbod, zien we geleidelijk aan uitdoven. Deze evolutie, gebaseerd op data, confronteerde ons als schoolteam met een fundamentele vraag: "Waar staan wij voor als schoolteam met betrekking tot ons didactisch aanbod, wat zijn onze gemeenschappelijke pijlers en hoe bieden wij krachtig onderwijs in de praktijk aan onze kwetsbare doelgroep?"

Deze vraag zette ons aan om te denken vanuit groeikansen in plaats vanuit beperkingen. We onderzochten samen of expliciete directe instructie (EDI) een krachtig antwoord kan bieden binnen onze type 2-context. Wat begon als een zoektocht naar effectieve didactiek, groeide uit tot een bredere pedagogische ontdekkingstocht. We herontdekten de (leer)KRACHT in onze buitengewone context.

De resultaten brachten waardevolle inzichten over hoe ook leerlingen met complexe ondersteuningsnoden doelgericht, betekenisvol en op hun eigen tempo kunnen leren en groeien. Ze bevestigden voor ons dat beperkingen niet het vertrekpunt hoeven te zijn van onderwijs. Groeikansen en het geloof van de mogelijkheden bij elk kind moeten dat wel zijn.

Met deze bachelorproef willen we daarom verder kijken dan onze eigen schoolmuren. We hopen andere scholen en onderwijsprofessionals te inspireren om ook binnen een type 2-context kritisch te kijken naar hun didactische aanpak en te durven inzetten op effectieve, onderbouwde onderwijspraktijken. Want ook wanneer leren er anders uitziet, blijft de vraag dezelfde: "Hoe kunnen wij als onderwijsprofessionals het verschil maken in de ontwikkeling van elke leerling?"

Deze bachelorproef wil informeren, inspireren en vooral een overtuiging versterken: elke leerling kan groeien. Het is aan ons om die groei te zien, mogelijk te maken, erin te geloven en er doelgericht aan bij te dragen.
Meer lezen

Hoe kan Hyrox geïntegreerd worden in de lessen lichamelijke opvoeding in de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve?

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Elise
Roets
Deze bachelorproef onderzoekt hoe Hyrox op een pedagogisch verantwoorde manier kan worden geïntegreerd in de lessen lichamelijke opvoeding van de 2de graad van het secundair onderwijs in Vlaanderen en de Algarve.
Meer lezen

Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Thomas More Hogeschool
2026
Wouter
Notelteirs
Van educatie tot zelfzorg: de impact van verpleegkundige ontslagvoorbereiding op herstel bij patiënten na cardiochirurgie

Een cardiochirurgische ingreep is voor veel patiënten een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met een intensief en kwetsbaar herstelproces. Waar de zorg tijdens de ziekenhuisopname nauwgezet georganiseerd is, blijkt de uiteindelijke overgang van het ziekenhuis naar de thuissituatie in de praktijk vaak een kritiek moment. Patiënten kampen na de operatie niet alleen met fysieke ongemakken zoals pijn, vermoeidheid en een beperkte mobiliteit, maar worden thuis ook geconfronteerd met onzekerheid en angst. Vragen over wat veilig is qua beweging, hoe wondzorg moet worden uitgevoerd of hoe de medicatie correct moet worden ingesteld, zorgen regelmatig voor twijfels. Zonder adequate ondersteuning kan deze onzekerheid leiden tot een moeizamer herstel, problemen met therapietrouw en in het slechtste geval zelfs tot vermijdbare complicaties of ongeplande heropnames.

Om te onderzoeken hoe deze overgang beter kan worden begeleid, richtte dit Evidence-Based Nursing (EBN) onderzoek zich op de vraag welke rol verpleegkundige educatie en ontslagvoorbereiding spelen in het herstel en de zelfzorg van volwassen patiënten na cardiochirurgie. Aan de hand van een systematische literatuurstudie van zestien recente wetenschappelijke studies – waaronder gerandomiseerde gecontroleerde studies en systematische reviews – werden de effecten van verpleegkundige interventies op fysiek, psychologisch en klinisch vlak in kaart gebracht.

Uit de resultaten blijkt overtuigend dat doelgerichte verpleegkundige begeleiding een cruciale succesfactor is. Vroegtijdige en gestructureerde patiënteneducatie vermindert angst- en depressiescores significant, verhoogt het inzicht in het ziektebeeld en leidt tot een hogere tevredenheid bij de patiënt. Op fysiek vlak draagt een goede voorbereiding bij aan een korter verblijf op de intensieve zorgen, betere ademhalingsparameters en een effectievere pijnbestrijding. Wanneer educatie bovendien wordt gecombineerd met een individueel afgestemd ontslagplan en een actieve opvolging na de hospitalisatie – bijvoorbeeld via telefonische contacten of naloopzorg – voelen patiënten zich aanzienlijk beter voorbereid op hun thuisherstel. Dit verhoogt de zogenaamde discharge readiness en dringt het aantal heropnames aantoonbaar terug.

Centraal in dit gehele proces staat het stimuleren van de zelfzorgcapaciteit. Zelfzorg gaat verder dan het opvolgen van medische voorschriften; het omvat de vaardigheden en het zelfvertrouwen (self-efficacy) die een patiënt nodig heeft om dagelijks de eigen gezondheid te bewaken en gepast te reageren op lichamelijke signalen. Omdat factoren zoals gezondheidsgeletterdheid (health literacy) sterk verschillen per persoon, werkt een standaardfolder of een eenmalig gesprek bij het afscheid niet. Informatie dient stapsgewijs, op maat en in begrijpelijke taal te worden aangeboden.

Dit onderzoek onderstreept dat verpleegkundigen de sleutelfiguur vormen in het overbruggen van de kloof tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Ontslagvoorbereiding mag niet worden beschouwd als een administratieve handeling op de dag van vertrek, maar als een doorlopend, gestandaardiseerd zorgpad dat reeds bij opname start en doorloopt tot in de eerstelijnszorg en hartrevalidatie. Door binnen verpleegkundige teams te streven naar een uniforme, evidence-based aanpak kan de continuïteit en kwaliteit van zorg naar een hoger niveau worden getild, met als ultiem doel dat patiënten met meer vertrouwen en veerkracht aan hun herstel bouwen.
Meer lezen