Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Deux Fantaisies pour la Guitare - Francesco Molino: A comparative study between a 19th-century and 21st-century guitar in a modern performance setting

LUCA School of Arts
2026
Nele
Vanmunster
De 19e-eeuwse of romantische gitaar verschijnt steeds vaker op het concertpodium, maar wordt vandaag anders gebruikt dan in haar oorspronkelijke context. Dit onderzoek onderzoekt hoe de romantische gitaar binnen een hedendaagse uitvoeringspraktijk kan worden ingezet zonder historische speelwijzen strikt na te bootsen. Hiervoor werden de 'Deux Fantaisies pour la Guitare', gecomponeerd door Francesco Molino (1768-1847), bestudeerd. Hoewel Molino in de eerste helft van de 19e eeuw een van de meest gekende gitaarleerkrachten en -componisten in Parijs was, worden zijn werken tegenwoordig zelden uitgevoerd.

Door de werken op zowel een romantische als een moderne klassieke gitaar uit te voeren, werd een directe vergelijking tussen beide instrumenten mogelijk. Daarnaast werden gitaarmethodes van Molino, Carulli en Sor geanalyseerd om inzicht te krijgen in de speel- en compositiepraktijk van de periode. Een logboek documenteerde het onderzoeks- en beslissingsproces.

Het onderzoek toont aan dat de romantische gitaar unieke klankkleuren en expressieve mogelijkheden biedt, vooral in 19e-eeuws repertoire. Dit is het gevolg van de meer cantabile- en legato-achtige speelstijl die op de romantische gitaar mogelijk wordt gemaakt. Dit vraagt echter enige aanpassing van de performer, aangezien men zowel de zich eigengemaakte techniek, houding en klankvorming opnieuw dient te herzien ten opzichte van onze gewoontes op de klassieke gitaar. Daarnaast zullen ook enkele bewuste keuzes gemaakt moeten worden door de performer rond het gebruik van nagels, type snaren en de gebruikte stemming op de gitaar.

Dit onderzoek toont eens te meer aan dat zowel de klassieke als de romantische gitaar tijdens performances naast elkaar gebruikt kunnen worden om het publiek op een unieke manier aan te spreken, zonder dat de ene als inferieur aan de andere dient te worden beschouwd. De romantische gitaar wordt hierbij best aanzien als een op zichzelf staand instrument met unieke eigenschappen dat de interpretatie van het 19e-eeuwse repertoire kan verrijken, zeker binnen een hedendaagse uitvoeringscontext.
Meer lezen

Wondzorg in beweging: ontwikkeling van een evidence-based verpleegkundig protocol voor postoperatieve amputatiewondzorg

Hogeschool VIVES
2026
Maxim
Rommelaere
Deze bachelorproef vertrekt vanuit de vaststelling dat de postoperatieve wondzorg bij amputaties op een afdeling algemene heelkunde niet altijd op eenzelfde, gestructureerde manier verloopt. Om verpleegkundigen meer houvast te bieden, werd een evidence-based wondzorgprotocol ontwikkeld en voorbereid voor implementatie. Hiervoor werd wetenschappelijke literatuur gecombineerd met een praktijkgerichte audit bij 26 verpleegkundigen. De resultaten toonden vooral variatie en onzekerheid rond wondobservatie, verbandkeuze, rapportage en het bepalen wanneer artsencontact nodig is. Op basis daarvan werd een eerste protocol met flowchart ontwikkeld en beoordeeld door verpleegkundigen, een wondzorgverpleegkundige en een vaatchirurg. Hun feedback leidde tot een tweede, meer gestructureerde versie waarin onder meer het TIME-principe, duidelijke observatiecriteria, verbandcategorieën en een overzichtelijkere flowchart werden verwerkt. Het eindproduct biedt een praktisch kader dat verpleegkundigen ondersteunt bij klinische besluitvorming zonder die te vervangen.
Meer lezen

FinvictumX: Omdat iedereen recht heeft op financiële kennis

Hogeschool VIVES
2026
Sem
Bruynseraede
Dit eindwerk onderzoekt het belang van financiële educatie in een samenleving waarin steeds meer mensen zelfstandig toegang krijgen tot financiële markten. De drempel om te beleggen is sterk verlaagd, terwijl de hoeveelheid beschikbare financiële informatie voortdurend toeneemt. Die toegankelijkheid betekent echter niet automatisch dat mensen over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om financiële producten, risico’s en beleggingsbeslissingen goed te begrijpen.

Het onderzoek gaat na welke rol financiële educatie kan spelen in het versterken van financiële kennis en vaardigheden. Daarbij wordt onderzocht welke kennis beleggers nodig hebben, hoe financiële concepten op een begrijpelijke en gestructureerde manier kunnen worden aangeleerd en welke factoren bijdragen aan een effectief leerproces. Naast financiële basiskennis wordt aandacht besteed aan onder meer risicobeheer, beleggingsstrategieën, beleggerspsychologie en het kritisch beoordelen van financiële informatie.

Ook wordt onderzocht hoe digitale technologie het aanbieden van financiële educatie kan ondersteunen. Daarbij komen onder meer gepersonaliseerde leertrajecten, interactieve leermethoden en artificiële intelligentie aan bod. Het onderzoek bekijkt daarnaast hoe financiële educatie kan worden opgebouwd voor verschillende niveaus van voorkennis, van beginnende tot meer ervaren beleggers.

Op basis van deze inzichten wordt een concreet concept voor een digitale leeromgeving uitgewerkt. Het eindwerk toont daarmee hoe financiële educatie kan bijdragen aan een beter begrip van financiële keuzes en mensen kan helpen om bewuster, kritischer en met meer inzicht met hun financiën en beleggingen om te gaan.
Meer lezen

Generative AI-Based Design of Electric Machines — A CVAE-based Framework for the Optimisation of Interior Permanent Magnet Motors for the Automotive Market

KU Leuven
2026
Lorenz
De Maeyer
Electric traction motors for hybrid and battery vehicles are currently designed by
wrapping a finite-element key-performance-indicator (KPI) evaluator in an evolu
tionary optimisation loop, an approach that can take days of compute on a multi-core
node per customer case. This thesis addresses the same problem from the inverse
direction: given a target peak performance profile together with the electrical limits
imposed by the inverter and battery, generate a diverse set of compliant double-V
interior permanent magnet synchronous machine (IPMSM) geometries. The pro
posed framework combines three components, using a dataset of 85384 physically
valid samples obtained by latin hypercube sampling of the 17 free geometric pa
rameters: (i) a residual multilayer-perceptron surrogate that maps geometry and
electrical limits to the 80-point peak torque–speed curve through a 19-component
principal-component bottleneck, (ii) a conditional variational autoencoder (CVAE)
with a 15-dimensional latent space that learns to generate performance-compliant
geometries, given the working conditions, and (iii) a gradient-based latent space
optimisation stage that refines a sampled candidate towards minimal volume under
soft performance-compliance and structural-integrity penalties driven by the frozen
surrogate.

On the held-out test set, the surrogate reaches a mean relative L2 error of 0.62%
on the denormalised torque curve at sub-millisecond inference cost. A performance
regularised CVAE variant, which augments the evidence lower bound with a dif
ferentiable compliance penalty derived from the frozen surrogate, lifts the mean
prior-sampling compliance on eight industrial conditions from 49.1% to 75.7% while
preserving roughly 86% of the per-feature design-range coverage. The subsequent
latent-space optimisation returns a compliant candidate for every one of the eight
conditions and for both CVAE variants, converging within roughly 100 iterations and
finishing in about 45s per condition on a single CPU core. A single FEM run con
firms that the optimised torque–speed curve passes through the requested operating
points. The framework therefore compresses what is currently a days-long search
into a sub-minute generative step. Thermal, efficiency, noise-vibration-harshness,
and demagnetisation behaviour remain out of scope and are identified as the prior
ity directions for further work.
Meer lezen

Whose Data Is It Anyway? Designing a User-Centric and Sovereign Architecture for Media Consumption in the European Digital Space

Odisee Hogeschool
2026
Michiel
Van de Velde
Streamingdiensten en videoplatformen bouwen op basis van kijk- en luistergedrag profielen van gebruikers op. Die profielen kunnen nuttig zijn voor personalisatie, maar gebruikers hebben vaak weinig zicht op welke gegevens worden verzameld en welke conclusies daaruit worden getrokken. In deze bachelorproef onderzoek ik hoe gebruikers meer controle kunnen krijgen over hun mediagegevens en de inzichten die daaruit ontstaan. Ik ontwierp een systeemarchitectuur en ontwikkelde een werkend prototype waarin gegevens van onder meer Spotify, YouTube en SoundCloud worden samengebracht in een persoonlijke digitale datakluis. De gebruiker kan zelf bepalen wie toegang krijgt tot welke gegevens en kan afgeleide inzichten bevestigen, corrigeren of tegenspreken. Daarnaast onderzocht ik hoe open standaarden en lokale AI-inferentie kunnen bijdragen aan interoperabiliteit en privacy. Het resultaat toont hoe personalisatie mogelijk blijft zonder dat de gebruiker de controle over zijn digitale profiel volledig uit handen hoeft te geven.
Meer lezen

Integrating Important Shark and Ray Areas into Marine Protected Area Network Design in the Australian Exclusive Economic Zone

Vrije Universiteit Brussel
2026
Helena
Verbruggen
Mariene beschermde gebieden (MPA’s) groeien door de wereldwijde doelstelling om tegen 2030 30% van de oceaan te beschermen. Biodiversiteitsconservatie hangt echter niet alleen af van de totale beschermde oppervlakte, maar ook van de mate waarin zij
kwetsbare soorten en belangrijke leefgebieden omvatten. Haaien, roggen en draakvissen – samen de kraakbeenvissen – behoren tot de meest bedreigde groepen mariene
gewervelden, voornamelijk door visserijdruk. Deze studie onderzocht hoe doeltreffend
Australische no-take-MPA’s – waar visserij verboden is – de verspreiding van
kraakbeenvissen en Important Shark and Ray Areas (ISRA’s) beschermen. ISRA’s zijn
belangrijke gebieden voor onder meer voortplanting, foerageren, rust en verplaatsing.
Daarnaast werden twee ruimtelijke planningsscenario’s vergeleken waarin no-take-
bescherming werd uitgebreid tot 30% van de Australische wateren. Het eerste scenario
versterkte de bescherming binnen bestaande MPAs, terwijl het tweede ook nieuwe no-
take-gebieden buiten de huidige MPA-grenzen toeliet. Ondanks het uitgebreide
Australische MPA-netwerk overlapten bestaande no-takegebieden slechts beperkt met de verspreiding van kraakbeenvissen en ISRAs. De soortenrijkdom was het hoogst in gebieden waar visserij was toegestaan en buiten MPA’s. Hogere bescherming binnen bestaande MPA’s verbeterde de vertegenwoordiging van soorten en ISRA’s, maar veel
conservatiedoelstellingen bleven onbereikt. Bescherming buiten bestaande MPA’s
verdubbelde het aantal behaalde doelstellingen en verlaagde het gemiddelde tekort van
18,9 ± 29,8% naar 3,4 ± 6,4%. Onvervangbare gebieden concentreerden zich op het
continentale plat en de continentale helling, waar de soortenrijkdom en ISRA-dekking het
hoogst waren. Het grootste deel van de bestaande no-take-gebieden lag daarentegen in de diepzee. De resultaten tonen dat oppervlaktedoelstellingen alleen niet volstaan. Door
verspreidingsgegevens te combineren met ecologisch belangrijke leefgebieden, kunnen
kraakbeenvissen representatiever en strategischer beschermd worden.
Meer lezen

Reframing Sexual Violence: The Female Gaze and the Reimagining of Female Sexual Trauma in Post-#MeToo Feature Films

Universiteit Antwerpen
2026
Ine
Maris
Deze thesis onderzoekt hoe post-#MeToo-films via een vrouwelijke blik (female gaze)
alternatieve representaties van seksueel geweld en het daaruit voortvloeide trauma creëren. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een interdisciplinair theoretisch kader dat feministische filmtheorie, traumastudies, het post-#MeToo-discours en theorieën over handelingsvermogen en identiteit combineert. Aan de hand van visuele, narratieve en thematische analyses van The Tale (Jennifer Fox, 2018) en How To Have Sex (Molly Manning Walker, 2023), onderzoekt deze thesis hoe deze theorieën in praktijk worden toegepast. De analyses tonen aan dat representaties van seksueel geweld, gevormd door de female gaze en beïnvloed door #MeToo, kunnen leiden tot realistischere en genuanceerdere representaties. Bovendien brengen deze films noodzakelijke discussies over seksueel geweld op gang. Door vrouwelijke subjectiviteit en handelingsvermogen centraal te plaatsen, contrasteren ze met eerdere representaties die gevormd werden door patriarchale opvattingen en de male gaze. Uiteindelijk beargumenteert
deze thesis dat post-#MeToo-films over trauma als gevolg van seksueel geweld die een female gaze hanteren, het potentieel hebben om kijkers bewust te maken van de diepgaande identiteitsgerelateerde gevolgen van seksueel geweld.
Meer lezen

“Nous sommes des Eugénistes chrétiens”: Eugenetica in de Belgisch-katholieke Société de Saint-Luc (1922-1956)

KU Leuven
2026
Kaat
Goossens
De masterproef ‘“Nous sommes des Eugénistes chrétiens”: Eugenetica in de Belgisch-katholieke Société de Saint-Luc (1922-1956)’ onderzoekt hoe de Belgische katholieke vereniging van Saint-Luc keek naar eugenetica tussen 1922 en 1956. Aan de hand van discoursanalyse analyseert deze masterproef de eugenetische standpunten van de leden van Saint-Luc. In de historiografie over eugenetica werd lang aangenomen dat er alleen in protestantse landen aan eugenetica gedaan werd en dat het eugenetische denken verdween na de Tweede Wereldoorlog. Pas recent werd er ook aandacht besteed aan de positieve eugenetica in katholieke landen, maar die werd in sterke oppositie geplaatst met de negatieve eugenetica van protestantse landen. Aan de hand van de tot nu toe onderbelicht gebleven eugenetische casus van België toont deze thesis aan dat eugenetisch denken niet enkel aanwezig was in België, maar wijder verspreid was dan tot nu toe werd aangenomen. Positieve eugenetica werd gepropageerd en eugenetische terminologie was deel geworden van het gehanteerde discours. Hoewel eugenetische sterilisatie afgewezen werd, werden verschillende andere negatieve eugenetische maatregelen voorgesteld als alternatief, namelijk prenuptiale maatregelen, segregatie en therapeutische sterilisatie. Die maatregelen mochten niet verplicht opgelegd worden door de staat, maar moesten volgens de leden van Saint-Luc gepromoot worden onder de Belgische bevolking. Op die manier kon er een eugenetisch bewustzijn gecreëerd worden, dat verplichte eugenetische maatregelen overbodig maakte. Op die manier bleef de controle over de eugenetica in handen van leden van Saint-Luc. Daarnaast kon dat eugenetisch bewustzijn op termijn ook zorgen voor een grotere mate van acceptatie van meer verregaande eugenetische maatregelen. Vooral de Vlaamse leden van Saint-Luc waren op dat vlak radicaler dan de Waalse leden. Dat verschil en ook welke eugenetische maatregelen als noodzakelijk geacht werden, bleef consistent na de Tweede Wereldoorlog. Alleen in het discours dat gehanteerd werd was een duidelijk verschil te zien. In tegenstelling tot het idee dat België dus niet of alleen aan positieve eugenetica deed, toont deze thesis dus aan dat het eugenetische denken in België sterk aanwezig was en zowel positieve als negatieve eugenetische maatregelen promootte. De Belgische casus toont dus dat het dichotome beeld dat een strak onderscheid maakt tussen een katholieke positieve eugenetica en een protestantse negatieve eugenetica in vraag gesteld moet worden.
Meer lezen

"We worden een deel van de omstandigheden". Een intersectionele en familiehistorische analyse van de postkoloniale migratie van een Belgisch koppel naar Congo en Burundi (1964-1969)

Universiteit Antwerpen
2026
Emmelie
Degreef
Met een intersectionele en familiehistorische analyse van de microcasus van mijn grootouders, Floris Degreef en Maria Billet, onderzoekt deze masterthesis gelaagde relaties van ras, klasse en gender in de Congolese en Burundese samenleving in de jaren zestig. Dit microhistorisch onderzoek belicht de alledaagse sociale dynamieken die door een focus op postkoloniale macroconflicten vaak overschaduwd worden. De familiehistorische benadering maakte de bespreking van zowel gevoelige en emotionele als alledaagse ervaringen mogelijk. De methodologische valkuilen die gepaard gaan met de beperkte afstand tot de historische actoren zijn via bronnenverweving en discoursanalyse opgevangen. De intersectionele analyse benadert de categorieën ras, gender en klasse als verschuivende processen die met elkaar in verband staan en een invloed uitoefenen op machtsverhoudingen. Individuele privileges veranderden in de Congolese en Burundese postkoloniale context van de jaren zestig voortdurend en zijn heel plaatsafhankelijk. Binnen de bedrijfscontext werd Floris’ positie gekenmerkt door een oudkoloniale ‘witte’ dominantie en ontwikkelingsideologie. Daarbuiten werd de wisselwerking tussen Floris’ ras en klasse complexer. Als witte vrouw bevond Maria zich daarnaast op een complex kruispunt. Binnen de transformerende raciale hiërarchieën ervaarde ze angst, maar tegelijkertijd verkreeg ze een meer egalitaire positie binnen een expatgemeenschap waarin rigide sociale conventies vervaagden. De geografische vergelijking benadrukt tot slot dat het Hutu-Tutsi-conflict in Burundi door blijvende etnisch-koloniale structuren gedomineerd werd, waardoor de raciale concurrentie, zoals die in Congo duidelijk aanwezig was, naar de achtergrond gedrukt werd.
Meer lezen

Generatieve AI in het programmeeronderwijs: Kansen, uitdagingen en de stand van zaken in Vlaanderen

Universiteit Gent
2026
Maxime
Debosschere
Generatieve artificiële intelligentie heeft zich op korte tijd stevig verankerd in softwareontwikkeling en beïnvloedt ook steeds vaker het programmeeronderwijs. Deze masterpraktijkproef onderzoekt de implicaties hiervan voor het leren en onderwijzen van programmeren en de wijze waarop lesgevers hiermee omgaan in hun onderwijspraktijk.

Het eerste luik bestaat uit een literatuurstudie over de invloed van generatieve AI op het aanleren van programmeervaardigheden en over didactische strategieën die hierbij kunnen worden ingezet. De literatuur beschrijft kansen op het vlak van ondersteuning, evaluatie, differentiatie en motivatie. Tegelijk worden uitdagingen aangehaald op het vlak van academische integriteit, afhankelijkheid en bias.

Het tweede luik omvat een vragenlijstonderzoek bij programmeerlesgevers in Vlaanderen (N = 37), met aandacht voor hun gebruik, ervaringen en opvattingen met betrekking tot generatieve AI. De resultaten wijzen erop dat generatieve AI inmiddels zowel bij lesgevers als bij lerenden een vaste plaats heeft verworven. De visies op het gebruik ervan lopen echter sterk uiteen: sommige lesgevers benadrukken het belang van een stevige programmeerbasis en kiezen voor een restrictieve aanpak, terwijl anderen generatieve AI beschouwen als een onmisbaar onderdeel van hedendaags programmeren en deze bewust integreren in hun onderwijspraktijk. Respondenten benadrukken daarnaast het groeiende belang van vaardigheden zoals probleemanalyse, het kritisch beoordelen en debuggen van code en het doordacht aanwenden van AI-hulpmiddelen.

Deze studie concludeert dat generatieve AI het programmeeronderwijs niet overbodig maakt, maar wel vraagt om een heroriëntatie van leerdoelen, didactiek en evaluatie.
Meer lezen

In uniform gelijk, in carrière ongelijk? Een explorerend onderzoek naar de doorstroombarrières voor vrouwen binnen de Belgische politie

Universiteit Gent
2026
Meike
Dely
Deze masterproef onderzoekt waarom politievrouwen nog steeds sterk in de minderheid zijn in de hogere functies binnen de operationele politie in België. Hiervoor werd een tweedelige aanpak gebruikt. Eerst werden de personeelscijfers van de Belgische operationele politie bekeken om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in kaart te brengen. Daarna werden acht politievrouwen geïnterviewd om meer inzicht te krijgen in hun ervaringen en in de mogelijke drempels die zij ervaren op weg naar hogere functies.
Meer lezen

Preparation of renewable films based on feather-derived keratin: a comparative investigation of glutaraldehyde and genipin as crosslinkers

Universiteit Gent
2026
Sander
Lannoo
Deze masterproef onderzoekt hoe keratine uit veren kan worden verwerkt tot een nieuw materiaal. Commercieel keratinepoeder uit eendenveren werd gecombineerd met twee chemische verbindingsmiddelen: glutaaraldehyde en genipine, een natuurlijke stof uit fruit. Beide stoffen verbonden de korte eiwitfragmenten tot samenhangende films. Glutaaraldehyde leverde sterkere, minder rekbare films op. Met genipine ontstonden donkerblauwe, buigzamere films, waarvan de sterkte en taaiheid toenamen bij een hogere geteste concentratie. Hoewel de films nog gevoelig zijn voor water, toont het onderzoek aan dat versnipperde verenkeratine opnieuw een vast materiaal kan vormen. Dit biedt een vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van biogebaseerde materialen.
Meer lezen

Een rog als venster op plasticvervuiling

Vrije Universiteit Brussel
2026
Lize
Gijs
Deze thesis onderzoekt de aanwezigheid van microplastics in de blauwgevlekte maskerrog (Neotrygon indica) aan de oostkust van Sri Lanka. In 24 maagdarmkanalen werden microplastics geïdentificeerd en gekarakteriseerd op basis van hun hoeveelheid, grootte en polymeertype. In 16 van de 24 onderzochte roggen (66,7%) werden microplastics aangetroffen, waarbij PET het dominante polymeertype was. Daarnaast werd onderzocht of de hoeveelheid microplastics samenhing met de lichaamsgrootte van de roggen. Ten slotte werd een praktische en contaminatie-gecontroleerde methode ontwikkeld en geëvalueerd voor het extraheren en identificeren van microplastics uit het maagdarmkanaal van Elasmobranchen, met aandacht voor toepassing in laboratoria met beperkte middelen. De resultaten leveren zowel nieuwe informatie over microplasticblootstelling bij N. indica als een methodologische basis voor toekomstig onderzoek naar microplastics bij haaien en roggen.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

Transformatie van residentiële ouderenzorg: Een sociaal ruimtelijke analyse van ruimte, organisatie en gebruik - Case Lemberge, Merelbeke, Zorgband Leie en Schelde

Universiteit Gent
2026
Josefien
Boelens
Mijn masterproef onderzoekt hoe ruimte, organisatie en dagelijks gebruik samen vorm geven aan een woonzorgcentrum. Aan de hand van observaties, gesprekken, focusgroepen en co-creatieve workshops onderzocht ik de afdeling Kastanjebos van woonzorgcentrum Lemberge, die binnenkort wordt herontwikkeld. Het onderzoek toont dat een nieuwe zorgomgeving niet alleen afhangt van architectuur: ook routines, werkorganisatie en de manier waarop bewoners en medewerkers ruimtes gebruiken, bepalen hoe er wordt gewoond en gewerkt. De inzichten werden teruggekoppeld naar het ontwerptraject en vormden mee input voor de verdere projectdefinitie.
Meer lezen

Verplichte Anticonceptie bij onverantwoord Ouderschap: Een juridisch-interdisciplinaire analyse van de toelaatbaarheid in het Belgisch recht

Universiteit Antwerpen
2026
Sven
Lams
Deze scriptie onderzoekt of verplichte anticonceptie bij onverantwoord ouderschap op juridisch en ethisch vlak mogelijk is in België.
Meer lezen

Verleden als kennis. Ontworpen voor de toekomst. Duurzaam koel- en bevochtigingssysteem voor kleinschalige boeren

Universiteit Antwerpen
2026
Salma
Abed Ali Abdel Jalil
Boroud is een modulair koel- en bevochtigingssysteem voor kleinschalige landbouwers, geïnspireerd op eeuwenoude technieken uit onder andere Mesopotamië en Perzië. Het systeem combineert natuurlijke verdampingskoeling met gecontroleerde luchtstroming om verschillende gewassen onder geschikte temperatuur- en luchtvochtigheidsomstandigheden te bewaren.

De masterproef onderzoekt hoe deze traditionele kennis kan worden vertaald naar een hedendaagse, energie-efficiënte opslagoplossing. Boroud bestaat uit drie afzonderlijke opslagunits die elk een verschillend microklimaat kunnen creëren, zodat meerdere gewassen binnen één systeem kunnen worden opgeslagen.

Door erfgoed en hedendaagse technologie te combineren, wil Boroud een toegankelijker alternatief bieden voor conventionele koelopslag en tegelijkertijd voedselverlies en energieverbruik verminderen.
Meer lezen

No more queueing at the ladies' room: modeling, analysis and simulation of waiting times at toilet facilities with "ladies first" scheduling policies

Universiteit Gent
2026
Stan
De Troyer
Op grote evenementen staan vrouwen vaak langer aan te schuiven voor het toilet dan mannen. Gelijke vloeroppervlakte betekent namelijk niet per se gelijke capaciteit: vrouwen doen langer over een toiletbezoek en mannen kunnen gebruikmaken van snelle urinoirs. In mijn masterproef onderzoek ik met een computersimulatie hoe je met dezelfde ruimte zowel de wachttijden als het verschil tussen mannen en vrouwen kunt verkleinen. Ik vergelijk zes toiletindelingen onder realistische, schommelende drukte, en test daarna vier voorrangsregels voor vrouwen op de beste indeling.

De beste indeling combineert 14 gedeelde hokjes met 8 urinoirs. Die verkort de gemiddelde wachttijd met 43% en het verschil tussen mannen en vrouwen met 84%, vergeleken met de beste gescheiden indeling. Een slimme voorrangsregel (Dynamic Aging) werkt het resterende verschil van ongeveer 12 seconden weg, maar enkel bij een gelijke verdeling van mannen en vrouwen (50/50).
Meer lezen

Hey Alexa, help mij leren!

Universiteit Hasselt
2026
Liese
Dewyngaert
Diversiteit wint steeds meer aan belang. Om hierop in te spelen, moeten leerkrachten inzetten op inclusief onderwijs. Tegelijkertijd moet het onderwijs meegaan in een steeds ontwikkelende digitale wereld met AI en virtuele spraakassistenten (VSA’s). Deze technologieën bieden veel potentieel, maar er ontbreekt empirisch onderzoek naar de meerwaarde ervan in het basisonderwijs. Deze masterproef onderzoekt in welke mate de inzet van een VSA voor verlengde instructie bijdraagt aan inclusie en welke vaardigheden de leerlingen nodig hebben om deze technologie te gebruiken. Om dit te beantwoorden, werd een mixed-method quasi-experimentele interventiestudie uitgevoerd bij 30 leerlingen uit het basisonderwijs. Een VSA bood een verlengde instructie binnen de vakdiscipline wiskunde aan. De dataverzameling gebeurde via logboeken, vragenlijsten en transcripties van de gesprekken. De kwantitatieve gegevens werden beschrijvend geanalyseerd en de kwalitatieve gegevens werden verwerkt via een thematische analyse. De resultaten tonen aan dat een VSA een waardevolle ondersteuning kan zijn tijdens een inclusieve verlengde instructie. De extra uitleg werd door de leerlingen als ondersteunend ervaren en stimuleerde actieve participatie en actief denken, wat bijdroeg aan een beter leerstofbegrip. De effectiviteit blijft wel afhankelijk van een doordachte inzet en de kwaliteit van de interactie. Omdat de VSA regelmatig fouten maakte, blijken kritisch denken en andere hogere-orde-denkvaardigheden essentieel. Vooral oudere leerlingen konden deze fouten beter zelfstandig herkennen. Leerlingen hebben daarom aanvankelijk ondersteuning nodig om de VSA doelgericht en kritisch te leren gebruiken.
Meer lezen

Contextafhankelijke modellering van de vervangratio bij autodelen in Vlaamse gemeenten: Een beslissingsondersteunend model voor onderbouwde inschattingen van privéautovervanging

Universiteit Hasselt
2026
Ole
Siemons
In deze masterproef wordt onderzocht hoe lokale factoren in een gemeente van invloed kunnen zijn op het aantal privéauto's dat vervangen wordt door één deelwagen. Aan de hand van twee gebruikerspopulaties die doen aan autodelen worden contextafhankelijke factoren geïdentificeerd en gemodelleerd. De resultaten worden vertaald naar een rekenmodel en een beslissingsondersteunend model waarmee voor Vlaamse gemeenten een onderbouwde, contextafhankelijke vervangratio kan worden ingeschat. De praktische toepasbaarheid hiervan wordt getoetst aan de hand van een Use Case in de Stad Gent.
Meer lezen

Waarom kiezen jongeren voor een politieke carrière?

KU Leuven
2026
Cleo
Pavoncelli
Onderzoek toont aan dat jongeren vaak ondervertegenwoordigd zijn in parlementen (Stockemer & Sundström, 2025). Een gebrek aan vertegenwoordiging kan ertoe leiden dat hun belangen onderbelicht blijven en dat zij vervreemden van het traditionele politieke systeem. Bestaand onderzoek naar jongerenparticipatie richt zich voornamelijk op structurele en institutionele factoren, zoals het kiesstelsel. Deze benaderingen bieden echter geen afdoende verklaring waarom individuen politieke ambitie ontwikkelen en uiteindelijk beslissen om zich kandidaat te stellen (Fox & Lawless, 2005; Lawless, 2011). Daardoor blijft het onduidelijk welke persoonlijke motivaties jongeren tot deze stap aanzetten en welke drempels zij daarbij ervaren.
Een mogelijk verklarend kader is Public Service Motivation (PSM), een concept dat veelvuldig wordt toegepast in onderzoek naar werknemers in de publieke sector. De toepassing ervan in een politieke context is echter nog beperkt onderzocht.
Dit kwalitatieve onderzoek heeft tot doel de motivaties van jonge volksvertegenwoordigers (maximaal 35 jaar bij de start van de legislatuur) in het Vlaams Parlement in kaart te brengen. Hiervoor werden semi-gestructureerde interviews afgenomen bij negen respondenten. Er werd gezorgd voor variatie in leeftijd (zowel respondenten boven als onder de 30 jaar), partijaffiliatie, gender en migratieachtergrond.
De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de omgeving een rol kan spelen in de ontwikkeling van politieke interesse en ideologische voorkeuren. Zowel de interesse voor een politiek mandaat als de specifieke partijkeuze worden echter niet noodzakelijk doorgegeven binnen het gezin. Respondenten wijzen op uiteenlopende motivaties voor hun engagement, waaronder onvrede met huidige situaties, de wens om verandering te realiseren, rolmodellen en de interne partijcultuur. Daarnaast wijst dit onderzoek op de rol van PSM: alle vier dimensies van dit concept komen naar voren in de data. ‘Aantrekking tot beleidsvorming’ lijkt vaker voor te komen bij eerder conservatieve respondenten, terwijl progressieve respondenten vaker verwijzen naar ‘toewijding aan het algemeen belang’ en ‘medeleven’. Voor de dimensie zelfopoffering treden dergelijke verschillen minder duidelijk op. Verder kwantitatief onderzoek is echter nodig om deze tendensen te bevestigen.
Verder wijzen de resultaten op de belangrijke rol van politieke partijen in het lijstvormingsproces. Gevraagd worden door de partij blijkt dan ook een belangrijke factor in de beslissing om zich kandidaat te stellen, evenals in de keuze van het bestuursniveau. Desondanks vertonen de respondenten een uitgesproken voorkeur voor het Vlaams Parlement, voornamelijk omwille van de specifieke bevoegdheidsdomeinen. Tot slot worden verschillende drempels geïdentificeerd. Een politieke carrière nastreven blijkt minder evident voor minderheidsgroepen, zoals vrouwen met een migratieachtergrond. Andere obstakels zijn het bindend karakter van een politieke carrière, en een gebrek aan netwerk en ervaring en de tijdsintensiteit van het mandaat. De respondenten beschouwen hun jonge leeftijd eerder als een troef dan als een nadeel, onder meer vanwege hun grotere voeling met de leefwereld van jongeren.
Meer lezen

Het onbetaakbaarheidsnarratief: Over de invloed van mediaberichtgeving op het vertrouwen in en de steun voor het Belgisch wettelijk pensioenstelsel

KU Leuven
2026
Jessica
Steenacker
De Belgische bevolking veroudert snel. Sinds het einde van de jaren 1980 maken beleidsmakers zich dan ook zorgen over de mogelijke gevolgen die deze vergrijzing zou kunnen hebben voor de overheidsfinanciën en, specifieker, voor het wettelijk pensioenstelsel. Dit stelsel, dat georganiseerd is binnen de Belgische sociale zekerheid en gefinancierd wordt via repartitie, steunt immers in belangrijke mate op een evenwicht tussen het aantal werkende bijdragers en het aantal gepensioneerde uitkeringsgerechtigden. Doorheen de voorbije decennia hebben verschillende studies en beleidsrapporten ondertussen gewezen op de dringende noodzaak aan diepgaande, structurele hervormingen die het wettelijk pensioenstelsel robuuster en toekomstbestendig zouden maken. Tot op heden blijven deze hervormingen echter uit. In deze context is doorheen de afgelopen decennia een dominant onbetaalbaarheidsnarratief ontstaan, waarin de vergrijzing vooral wordt voorgesteld als een financiële last en waarbij de financiële duurzaamheid van het wettelijk pensioenstelsel impliciet in vraag wordt gesteld. Recente maatschappelijke signalen doen echter vermoeden dat dit narratief potentieel zeer reële gevolgen kan hebben voor het vertrouwen in en de steun voor dit stelsel, die beide gegrond zijn in de principes van wederkerigheid en intergenerationele solidariteit en die ook zonder dit narratief al onder druk staan door de maatschappelijke effecten van vergrijzing. De gehanteerde mediaframing van het onbetaalbaarheidsnarratief zou deze dynamiek mogelijk kunnen versterken. Volgens theorieën zoals het illusory truth effect en het Thomas-theorema kan herhaalde negatieve berichtgeving immers een vicieuze cirkel van wantrouwen en onderfinanciering in gang zetten, met mogelijk systeemfalen tot gevolg. Om te onderzoeken of het onbetaalbaarheidsnarratief daadwerkelijk invloed uitoefent op vertrouwen en steun, werd een kwantitatief onderzoek opgezet onder de vorm van een between-subjects vignetsurvey. Een steekproef van de Belgische beroepsactieve bevolking, getrokken door middel van multichannel purposive sampling, werd willekeurig blootgesteld aan één van drie experimentele condities: mediaberichtgeving over de betaalbaarheid van het wettelijk pensioenstelsel met negatieve, neutrale of positieve waardengeladenheid. Nadien werden hun scores voor vertrouwen en steun systematisch opgemeten, en werd ook gepolst naar relevante achtergrondkenmerken. De onderzoeksresultaten tonen aan dat de waardengeladenheid van mediaberichtgeving geen rechtstreeks effect lijkt te hebben op het globale vertrouwen of op de globale steun voor het Belgisch wettelijk pensioenstelsel, maar dat beide vooral samenhangen met enkele demografische, sociaaleconomische en ideologische factoren. Toch lijken enkele cruciale, onderliggende dimensies van vertrouwen en steun echter wel gevoelig voor de gehanteerde framing en ook specifieke sociale groepen blijken vatbaarder voor sommige onderzochte framingeffecten. Tenslotte kon, opvallend genoeg, geen noemenswaardig verband worden vastgesteld tussen vertrouwen en steun, ondanks de wijdverspreide veronderstelling in academische en beleidskringen van een sterk, zelfs causaal verband tussen beide.
Meer lezen

MEROO Ondersteuning bij verslaglegging tijdens de zorgronde

Universiteit Antwerpen
2026
Eva
Visser
Gebruik hiervoor een korte, zakelijke samenvatting. Bijvoorbeeld:
Korte inhoud van je scriptie
Mijn scriptie onderzoekt hoe zorgverleners in de ouderenzorg ondersteund kunnen worden bij het vastleggen van observaties tijdens of direct na een zorgmoment. Uit interviews, een enquête en workflowanalyse bleek dat rapportage vaak pas later gebeurt, waardoor zorgverleners veel informatie moeten onthouden tijdens een drukke zorgronde. Dit vergroot de mentale belasting en kan ervoor zorgen dat details verloren gaan.
Als antwoord hierop ontwikkelde ik MEROO: een product-service-systeem met een borstgedragen wearable, NFC-tags, een laadstation en een digitale inbox. Zorgverleners kunnen korte observaties inspreken op het moment dat ze ontstaan. De opnames worden later verwerkt tot conceptnotities, die de zorgverlener controleert voordat ze in het cliëntendossier worden overgenomen.
Met een proof of concept testte ik de technische haalbaarheid van opnemen, transcriberen en controleren. MEROO wil administratieve druk verminderen, zonder de zorgverlener te vervangen. Het systeem brengt rapportage dichter bij het zorgmoment en creëert meer ruimte voor directe, menselijke zorg.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Naar een inclusieve en prikkelregulerende leeromgeving: Architectuur voor kinderen met een autismespectrumstoornis

Universiteit Hasselt
2026
Kato
Martens
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Daan
    Driessen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Deze masterproef onderzoekt hoe architectuur, materialiteit en bouwfysische principes kunnen bijdragen aan een prikkelregulerende en voorspelbare leeromgeving voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Het onderzoek combineert literatuurstudie, case study-analyse en materiaalonderzoek en vertaalt de inzichten naar concrete ontwerpprincipes. Deze worden toegepast in een nieuw schoolontwerp voor De Wissel in Zwartberg, waarin ruimtelijke leesbaarheid, verschillende gradaties van prikkels, natuur, overgangsruimtes en comfort samenkomen. Het project wordt gekaderd binnen een bredere regeneratieve toekomstvisie voor Zwartberg, waarin ecologische, sociale en maatschappelijke aspecten met elkaar worden verbonden.
Meer lezen

De crisis van de grote schaal

Universiteit Hasselt
2026
Kaat
Daelemans
Wat als de weg naar minder criminaliteit en minder herval (70% nu in België) niet begint met hogere gevangenismuren, maar met betere gebouwen? Die vraag staat centraal in de opmerkelijke masterproef van Kaat Daelemans (UHasselt) die onderzoekt hoe doordachte architectuur bijna ex-gedetineerden kan helpen om opnieuw volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Het resultaat is een concreet ontwerp voor een nieuwbouw transitiehuis: een plek waar mensen in de laatste fase van hun straf stap voor stap leren zelfstandig wonen, werken en leven. En het gebouw kan nadien zonder probleem ook weer hergebruikt worden voor andere doeleinden: wonen of gemeenschapsfuncties voor de hele buurt. Transitie en hergebruik.
Meer lezen

Communicatie over het verlangen naar het levenseinde: ervaringen van verpleegkundigen met ouderen in woonzorgcentra

Vrije Universiteit Brussel
2026
Esmee
Sterckx
De gemiddelde levensverwachting blijft stijgen, maar ook het aantal jaren waarin mensen leven met een verminderde gezondheid neemt toe. Hierdoor groeit de behoefte aan langdurige woonzorgvoorzieningen. Hoewel een daling in levenstevredenheid doorgaans pas optreed in de allerlaatste levensfase, ervaart een groeiende groep ouderen eerder moeilijkheden met het latere leven. In sommige gevallen leidt dit tot een verlangen naar het levenseinde. De context van een woonzorgcentrum kan deze gevoelens versterken. Binnen deze context vervullen verpleegkundigen een sleutelrol. Toch voelen verpleegkundigen zich regelmatig machteloos in deze situaties. Deze studie onderzoekt hoe verpleegkundigen hun communicatie over het verlangen naar het levenseinde met ouderen in woonzorgcentra ervaren.
Meer lezen

De taken en verantwoordelijkheden van de mondhygiënist in de oncologische zorgsetting binnen het ziekenhuis

Hogeschool UCLL
2026
Laura
Janssens
  • Mauranne
    Lazard
Mondproblemen komen vaak voor tijdens kankerbehandelingen en kunnen een aanzienlijke impact hebben op het welzijn van patiënten en het verloop van de behandeling. Toch blijft mondzorg binnen de oncologische zorg vaak onderbelicht en ontbreekt een vast aanspreekpunt. Uit een literatuurstudie en interviews met zorgprofessionals blijkt dat de mondhygiënist een belangrijke rol kan spelen in preventie, screening en opvolging van mondproblemen. Voor een succesvolle integratie zijn echter duidelijke taakafspraken, structurele financieringen multidisciplinaire samenwerking noodzakelijk.
Meer lezen

Help, mijn museum is niet autismevriendelijk!

Karel de Grote Hogeschool
2026
Marieke
Verhaegen
Deze bachelorproef onderzoekt hoe Vlaamse musea toegankelijker kunnen worden voor volwassenen met een autismespectrumstoornis (ASS). Aan de hand van gesprekken met museumprofessionals, experten en volwassenen met autisme werd nagegaan welke drempels bezoekers ervaren en welke ondersteuning zij nodig hebben. Op basis van de onderzoeksresultaten werd een advies uitgewerkt voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), met aanbevelingen rond voorbereiding, prikkelgevoeligheid, personeelssensibilisering en participatie. Het onderzoek toont aan dat eenvoudige aanpassingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een inclusievere museumervaring voor iedereen.
Meer lezen

In vivo karakterisering van TFIIIA deficiëntie in zebravissen

Universiteit Gent
2026
Lukas
Pieters
(Severe) Combined Immunodeficiency ((S)CID) comprises a heterogeneous group of inborn errors of immunity (IEI) characterized by impaired T cell development and/or function. Recently, my host lab identified bi-allelic variants in GTF3A, encoding transcription factor IIIA (TFIIIA), as a novel cause of (S)CID. TFIIIA is a unique transcription factor of 5S ribosomal RNA (rRNA). TFIIIA deficiency results in reduced nascent 5S rRNA transcription, suggesting that disturbed ribosomal function may underlie the disease pathogenesis, potentially linking TFIIIA deficiency to the broader spectrum of ribosomopathies. However, the in vivo consequences of TFIIIA deficiency and the functional impact of some patient-derived variants remain incompletely understood.
In this thesis, a zebrafish (Danio rerio) model was used to functionally characterize TFIIIA deficiency in vivo. First, an in vivo complementation assay was established by injecting CRISPR-Cas9-mediated Tg(lck:EGFP) gtf3aa crispants with wild-type (WT) human GTF3A mRNA. This complementation restores the thymic EGFP area and rescues severe developmental abnormalities in gtf3aa crispants, demonstrating a strong conservation between the human and zebrafish protein. These findings establish the in vivo complementation assay as a platform for functional variant analysis.
Next, the functional impact of multiple patient-derived TFIIIA variants was assessed in vivo. Complementation with known loss-of-function variants H120Y and ZF7KO completely fails to restore thymic EGFP area, confirming the robustness of the assay. The H64D variant similarly fails to rescue the thymic fluorescence, demonstrating its loss-of-function in an in vivo context. Interestingly, developmental phenotypes such as craniofacial abnormalities are more readily rescued than the T cell phenotype, indicating that T cell development might be particularly sensitive to reduced TFIIIA activity.
Overall, this thesis establishes a robust in vivo zebrafish complementation platform for functional assessment of TFIIIA variants and provides novel mechanistic insights into TFIIIA deficiency. The findings further support the hypothesis that TFIIIA deficiency can be classified as a ribosomopathy with prominent immunological manifestations and highlight a differential tissue sensitivity to TFIIIA deficiency, with T cell development being particularly vulnerable.
Meer lezen

Leiderschap in turbulente tijden. Een studie naar hoe leidinggevenden omgaan met onzekerheid, verandering en druk in multinationale consultancyorganisaties

Vrije Universiteit Brussel
2026
Mika
Gillioen
Deze masterproef onderzoekt hoe senior leiders in multinationale consultancyorganisaties omgaan met hoge werkdruk, onzekerheid en internationale complexiteit. Op basis van 19 semigestructureerde diepte-interviews met leiders van Senior Manager tot topmanagement, bij zes internationale organisaties, wordt nagegaan hoe zij betekenis geven aan hun leiderschap. De analyse combineert het Job Demands-Resources-model (JD-R) met de sensemaking-traditie en maakt gebruik van abductieve template-analyse.

Daaruit komen drie mechanismen naar voren, die bij een deel van de respondenten samengaan. Bij 11 van de 19 respondenten functioneert sensemaking als hulpbron om veeleisende situaties hanteerbaar te maken. Bij eveneens 11 respondenten wordt maatschappelijke waarde wel erkend, maar speelt ze geen rol in hoe zij hun leiderschap vertellen. Bij 5 respondenten krijgt internationale ervaring een identiteitsvormende betekenis.

De kernbijdrage is een verschuiving van wat leiders hebben naar wat ze doen: omgaan met turbulentie wordt benaderd als een proces van betekenisgeving. Sensemaking wordt daarbij voorgesteld als een mogelijke procesmatige hulpbron binnen het JD-R-model: een analytische herconceptualisering, geen uitgewerkt nieuw model.
Meer lezen