Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ostium-specific equine pulmonary vein myocardial sleeve gross anatomy and structural evidence of interatrial myocardial continuity with potential implications for ablation strategies

Universiteit Gent
2026
Inne
Van Hooydonk
Anatomische variatie van de pulmonaire venen bij het paard als referentie voor toekomste ablatieprocedures.
Meer lezen

Van wonderkruid tot tripthee: een eeuw ayahuasca in de Nederlandse pers, 1920-2019

Universiteit Gent
2026
Ava
Cornelis
De betekenisverandering van ayahuasca in de Nederlandse pers, 1920-2019.
Meer lezen

Neuro-inclusie als hefboom voor verandering. Empowerende ondersteuning van leerlingen met autisme en hun context

Odisee Hogeschool
2026
Steven
Van Delsen
Leerlingen met autisme botsen in het onderwijs nog te vaak op drempels die hun welbevinden, participatie, verbondenheid en positieve identiteitsontwikkeling onder druk zetten. Deze bachelorproef onderzoekt hoe een neurodiversiteitsaffirmatieve benadering richting kan geven aan neuro-inclusieve onderwijspraktijken die leerlingen met autisme en hun context versterken, binnen de bredere Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen.

De bachelorproef vertrekt vanuit een praktijkgerichte probleemverkenning in GO! SBSO Nautica en verbindt die met recente literatuur over neurodiversiteit, leerlingenstem, psycho-educatie, zelfacceptatie, zelfcompassie, zelfbehartiging, neuro-inclusieve pedagogiek en relationele samenwerking. De analyse maakt duidelijk dat inclusie niet kan worden herleid tot toegang tot onderwijs of individuele aanpassingen. Neuro-inclusie vraagt een verschuiving van tekortdenken en normalisering naar erkenning, waardigheid, contextafstemming, gedeelde verantwoordelijkheid en positieve autistische identiteit.

Op microniveau betekent dit dat leerlingen met autisme zich veilig, erkend en verbonden moeten kunnen voelen in de klaspraktijk. Daarvoor zijn voorspelbaarheid, prikkelbewuste leeromgevingen, ruimte voor leerlingenstem, zelfinzicht, zelfacceptatie en ondersteuning bij zelfbehartiging belangrijk. Op mesoniveau vraagt neuro-inclusie een schoolcultuur waarin gedeelde taal, ouderstem, sociale veiligheid, peer support, veilige plekken en samenwerking tussen leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals structureel worden ingebed. Op macroniveau wordt duidelijk hoe neuro-inclusieve schoolontwikkeling kan bijdragen aan de Vlaamse evolutie naar Scholen voor Iedereen, op voorwaarde dat neurodiversiteitsaffirmatieve principes vanaf het begin worden meegenomen in visie, beleid, ondersteuning en schoolcultuur.

Als veranderingsstrategie wordt het neuro-inclusief schoolkompas voorgesteld. Dit kompas ondersteunt scholen om stapsgewijs, participatief en haalbaar te groeien naar neurodiversiteitsaffirmatieve schoolpraktijken. Binnen deze aanpak worden drie deelstrategieën uitgewerkt die samen een doorlopende leerlijn vormen: LEANS als klasbrede neurodiversiteitseducatie en gedeelde schooltaal, een lessenreeks rond leerlingenstem, zelfacceptatie, zelfbehartiging en transitie, en een posterreeks die de stem van neurodivergente jongeren zichtbaar maakt in de schoolomgeving. Zo ontstaat een beweging van bewustwording naar persoonlijke betekenisgeving en vervolgens naar schoolbrede verankering.

De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de vertaling van een neurodiversiteitsaffirmatief waardekader naar concrete, haalbare en schoolbrede veranderingsstrategieën. Neuro-inclusie wordt zo geen bijkomende zorgmaatregel naast het bredere schoolbeleid, maar een hefboom om onderwijscontexten toegankelijker, veiliger en betekenisvoller te maken voor leerlingen met autisme en hun context. Tegelijk reikt deze benadering verder dan één doelgroep of één school: neurodiversiteitsaffirmatieve schoolontwikkeling kan uitgroeien van ondersteuning voor individuele leerlingen tot een richtinggevend principe voor de school van morgen.
Meer lezen

Klasmanagement volgens nieuwe autoriteit

Hogeschool VIVES
2026
Alicia
Boone
Klasmanagement volgens nieuwe autoriteit
Meer lezen

Hoe haalbaar is de implementatie van een Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (BRICS)-munt?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Younes
Rabah
Sinds Bretton Woods vormt de Amerikaanse dollar het anker van het internationale financiële systeem. Vandaag is hij goed voor ongeveer 58 procent van de wereldwijde valutareserves, de euro voor zo'n 20 procent. De Verenigde Staten zetten de dollar steeds vaker in als geopolitiek drukmiddel, bijvoorbeeld via SWIFT-sancties tegen Rusland. Daardoor groeit bij opkomende economieën de wens om minder afhankelijk te worden van één dominante munt. Binnen die context lanceerden de BRICS-landen het idee van een gemeenschappelijke munt, gedekt door goud en een korf van grondstoffen.

Deze bachelorproef onderzoekt de haalbaarheid van zo'n munt vanuit vier invalshoeken (economisch, politiek, institutioneel en geopolitiek) . Daarvoor werden een literatuurstudie, beleidsrapporten en interviews met werkveldexperts gebruikt.
Meer lezen

GENDER DIVERSITY MEETS BDSM-SUBCULTURE: Experiencing and sharing kinks online: a FetLife reception study

Universiteit Gent
2026
Marie-Anne
Craenen
Leden uit subculturele BDSM-gemeenschappen groeperen zich in digitale ruimtes als de FetLife-website. De toenemende interesse in kink en BDSM is weerspiegeld in het aantal academische studies die het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken benaderen, maar The Next Generation (TNG), namelijk jongere leden tussen 18 en 35 jaar, blijft onderbelicht. Het doel van deze studie was om de lived experiences van TNG binnen de online community te bestuderen via walkthroughs en semigestructureerde interviews, gecodeerd door middel van close reading en thematische analyse. Onderzoeksvragen betroffen gebruik van het platform, doel van gebruik, ervaringen rond veiligheid en betekenisgeving van intimiteit. De resultaten tonen aan dat FetLife fungeert als hybride omgeving waarin gebruikerservaringen vorm krijgen doormiddel van interactie tussen platformarchitectuur, waarden van de gemeenschap en bredere sociale structuren. Ervaringen verschillen volgens genderidentiteit, ervaringsniveau en positionering binnen de community. Doelstellingen convergeren rond informatieverwerving en betrokkenheid tot de gemeenschap, maar verschillen in bewustzijn over risico’s, waarbij vrouwen en non-binaire gebruikers namelijk voorzichtiger omgaan met het platform en beschermende strategieën hanteren. Tenslotte wordt intimiteit ervaren als gelaagd concept dat verder reikt dan louter seksualiteit.
Meer lezen

DEATH LITERACY VANUIT HET HEDENDAAGSE JONGERENPERSPECTIEF Een kwalitatief onderzoek naar hoe religieuze en levensbeschouwelijke invloeden bijdragen aan de perceptie en omgang met sterfelijkheid bij jongvolwassenen in Vlaanderen en Brussel

Vrije Universiteit Brussel
2026
Mahdia
Bourouina
Deze masterproef onderzoekt hoe jongvolwassenen (18-30 jaar) hun Death Literacy ervaren en welke rol religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of de afwezigheid daarvan, hierin spelen. Er werden tien semigestructureerde interviews afgenomen met jongvolwassenen in Vlaanderen en Brussel, met een diverse levensbeschouwelijke achtergrond: praktiserende moslims, een praktiserende katholiek, een praktiserende boeddhist, niet-praktiserende moslims, atheïsten en agnosten.
Uit de resultaten blijkt dat persoonlijke verlieservaringen een centrale rol spelen in de ontwikkeling van Death literacy: wie een naaste verloor, beschikt over een uitgewerkter kader dan wie geen verlies meemaakte. Zowel moslim, katholieke als boeddhistische respondenten ervaren hun geloof als een krachtig houvast: het hiernamaals (islam en katholicisme) of wedergeboorte (boeddhisme), gebed of meditatie, en gemeenschappelijke rituelen bieden troost en structuur. Atheïstische en agnostische respondenten beschrijven zowel vrijheid als kwetsbaarheid; zij missen soms de gemeenschap en rituelen die religieuze jongeren als vanzelfsprekend ervaren.
De bevindingen benadrukken het belang van een levensbeschouwelijk sensitieve benadering in rouwbegeleiding. Voor de agogische praktijk betekent dit dat professionals oog moeten hebben voor diversiteit aan overtuigingen, én voor de betekenis van het ontbreken daarvan.
Meer lezen

FROM DRAINAGE TO RESERVOIR - The Ellewoutsdijk Peninsula as a Collective Freshwater Landscape

KU Leuven
2026
Carolina
Gonzales
Deze masterproef onderzoekt hoe de zoetwaterinfrastructuur in de polders langs de Westerschelde kan worden heringericht tot multifunctionele, collectieve waterlandschappen. Het project richt zich op Ellewoutsdijk, een polderdorp gevormd door dijken, afwateringssloten, landbouwvelden, de haven, het fort en het estuarium van de Westerschelde. Het speelt in op de toenemende druk van zeespiegelstijging, verzilting, seizoensgebonden droogte en veranderende neerslagpatronen.
In plaats van waterbeheer te beschouwen als een onzichtbaar technisch systeem, maakt het ontwerp van bestaande afwateringsroutes, bekkens en waterwerken zichtbare landschappen voor wateropvang, zuivering, herverdeling en collectief gebruik. Deze waterlandschappen ondersteunen de aanpassing van landbouw en aquacultuur en bieden tegelijk ruimte voor recreatie, verplaatsing en ontmoeting in de publieke ruimte.
De ontwerpstrategie verbindt kustmobiliteit en zoetwateropslag tot één samenhangend landschapssysteem. Een openbare route van oost naar west verbindt het voormalige station, het dorp, de dijk, de Wisselpolder, de haven, het fort en de Westerschelde. Tegelijk ordent een noord-zuidgerichte wateras de afwateringsroutes en bekkens opnieuw, dwars door productieve velden, langs ecologische randen en door collectieve ruimten. Op het kruispunt van beide wordt waterinfrastructuur zowel een dragend systeem voor het gebied als een toegankelijk onderdeel van het dagelijks leven.
Door voort te bouwen op de hydrologische en historische structuur van het schiereiland, verschuift het project van gecontroleerde afwatering naar een adaptief watersysteem dat deel uitmaakt van het dagelijks leven. Zo wordt zoetwaterinfrastructuur een ruimtelijk kader voor kustweerbaarheid, de aanpassing van productieve landschappen en het collectieve leven in Ellewoutsdijk.
Meer lezen

Potential of African Diasporic Spatiality in Adaptive Reuse and Postcolonial Placemaking

Universiteit Hasselt
2026
Brenda Jerotich
Maswan
By examining the postcolonial condition of the European metropole, as influenced by colonial and postcolonial migration, this thesis explores how African diasporic communities in Brussels engage in spatial practices as a legitimate form of architectural knowledge. Focusing on Molenbeek-Saint-Jean and Matongé, it argues that the incremental, vernacular adaptations through which African migrants appropriate and reinterpret the European built environment constitute an alternative approach to placemaking. This approach has often been overlooked by conventional heritage and planning systems.
Drawing on postcolonial theory, diasporic urbanism, and African diasporic spatial
practice, this thesis develops a critical framework for reading African diasporic spatial
practice not as informality or deficit, but as a culturally embedded, socially driven
architectural knowledge. This framework is tested through ethnographic research of
Luce Beeckmans and site-writing, following Jane Rendell’s concept of critical spatial
practice, and applied through a design project for a former industrial complex at Rue
De Courtrai and Rue d’Ostende in Molenbeek.
The design proposes an adaptive reuse strategy grounded in the African diasporic
logic of negotiated visibility—the practice of managing presence and withdrawal
across the city and building scales simultaneously. By preserving existing street
façades, directing transformation inward through the inner block, and retaining existing
users, the project translates African diasporic spatial qualities into an architectural
methodology capable of producing an inclusive social infrastructure while resisting the
displacement pressures of ongoing urban renewal. In doing so, it positions adaptive
reuse not as a technical or aesthetic strategy but as a cultural and political redefinition
of space—one that recognises the African diaspora community in Molenbeek as
spatial agents in postcolonial placemaking.
Meer lezen

ASSESSMENT OF DIAGNOSTIC PROTOCOLS OF ACUTE-PHASE APHASIA IN RELATION TO SIGN LANGUAGES [BEOORDELING VAN DIAGNOSTISCHE PROTOCOLLEN VOOR ACUTE AFASIE IN RELATIE TOT GEBARENTALEN]

Vrije Universiteit Brussel
2026
Nina
Driesmans
Deze studie onderzoekt acute afasiediagnostiek binnen de context van
de Vlaamse Gebarentaal (VGT). Afasie, een verworven neurologische
taalstoornis, wordt voornamelijk onderzocht vanuit een westers, eentalig
en audiocentrisch perspectief. Omdat gebarentaligen de visueel-gestuele
modaliteit gebruiken, in tegenstelling tot de oraal-auditieve modaliteit
van gesproken talen, zijn huidige diagnostische instrumenten niet
aangepast aan hun noden. Een rapid review onderzocht de neurale
representatie van gebarentalen in relatie tot afasie. Resultaten uit 29
beeldvormingsstudies tonen aan dat gebarentalen een
linksgelateraliseerd perisylvisch netwerk activeren, vergelijkbaar met
gesproken talen, maar met modaliteitsspecifieke aanpassingen.
Daarnaast leidt schade aan de linkerhersenhelft systematisch tot
verstoring van fundamentele taalaspecten, terwijl schade aan de
rechterhersenhelft visuospatiële vaardigheden selectief beïnvloedt. Een
enquête onder 20 Vlaamse clinici toont aan dat diagnostiek gebaseerd is
op Nederlandstalige instrumenten en informele vertaalmethoden, met
beperkte aandacht voor VGT-gebruikers. Deze bevindingen
onderstrepen de noodzaak van gevalideerde diagnostische instrumenten
voor gebarentaligen, verbeterde training van clinici, en een meer
rechtvaardige gezondheidszorg.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Het productieve bos

Universiteit Hasselt
2026
Daan
Driessen
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Kato
    Martens
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Mijn masterproef onderzoekt hoe de productiebossen rond Genk kunnen evolueren naar biodiverse en klimaatrobuuste bossen, terwijl ze lokaal hout blijven leveren. In Zwartberg vertaal ik dit naar een lokale houtketen en houtzagerij, waarbij de ecologische draagkracht van het bos bepaalt hoeveel hout kan worden geoogst en gebruikt.
Meer lezen

POEMBAKterie: A characterisation of the household kitchen sink microbiome

Universiteit Antwerpen
2026
Jozefien
Mellebeek
The environmental microbiome plays a well-established role in influencing human health. While bacterial communities associated with hospital sinks have been extensively documented due to their relevance in infection control, the microbiome of sinks in non-clinical, domestic settings remains comparatively underexplored.
Therefore, the ongoing POEMBAKterie project in our research group aims to characterise the microbial composition of household kitchen sinks in Antwerp. In this thesis, a citizen science approach was employed to collect household kitchen sink samples and associated household metadata as part of the POEMBAKterie project.
Full-length 16S rRNA gene sequencing was performed to characterise bacterial community composition at high taxonomic resolution. In addition, cultivation-based methods using selective media were applied to detect viable opportunistic bacteria, with a focus on the detection of Escherichia coli. Sequencing data were analysed to assess
bacterial community composition, alpha and beta diversity and differences between sample types and households.
Sequencing revealed diverse microbial communities dominated by the phyla Pseudomonadota, Actinomycetota, Bacillota and Bacteroidota, consistent with previously described built-environment microbiomes. At the genus level, taxa such as Microbacterium, Acinetobacter, Paracoccus, Pseudomonas, Moraxella and Stenotrophomonas were most abundant, many of which have previously been associated with water systems, food-related environments, and human microbiota. Significant differences in bacterial community composition were observed between sample types, although substantial overlap and within-group variability were present. In contrast, variation between household locations was limited, likely due to the small sample size. Potential opportunistic bacterial taxa, including E. coli, were detected through both sequencing and cultivation-based approaches. However, overlap between the two methods was only partial, highlighting methodological differences related to viability assessment and methodological sensitivity. Importantly, the presence of these taxa alone is insufficient to infer pathogenicity or infection risk.
Overall, these findings indicate that kitchen sinks represent complex microbial ecosystems shaped by multiple environmental and human inputs and demonstrate the value of combining sequencing and cultivation to characterise both microbial diversity and viability.
Meer lezen

The Effect of Intralingual Subtitles on Incidental Vocabulary Acquisition in A1-A2 Learners of Spanish as a Foreign Language for Specific Purposes

Universiteit Antwerpen
2026
Elisa
Mames Antuna
Deze scriptie onderzoekt het effect van Spaanse ondertitels op het leren van nieuwe woordenschat bij beginnende studenten Spaans voor Bedrijf en Economie. Aan de hand van een experiment met 172 studenten wordt nagegaan of video’s met Spaanse ondertitels bijdragen aan de verwerving van nieuwe woordenschat. Daarnaast wordt gekeken naar de invloed van tekstbegrip, voorkennis van het Spaans en kennis van andere talen op het leerproces.
Meer lezen

The diversity of aquatic and moss-inhabiting diatom communities in the Westfjords, northern Iceland

Universiteit Antwerpen
2026
annika
coomans
De diversiteit van zoetwaterdiatomeeën in IJsland is nog onvoldoende gedocumenteerd, vooral in afgelegen regio's zoals de Westfjorden. Hierdoor blijft de biodiversiteit en ecologische structuur van diatomeeëngemeenschappen in deze regio grotendeels onbekend. In deze studie werd de zoetwaterdiatomeeënflora van de Westfjorden geïnventariseerd en werden patronen in de gemeenschapsstructuur onderzocht over verschillende aquatische en mosgebonden habitats. Tweeënzestig stalen afkomstig uit meren, poelen, rivieren, beken, watervallen en moshabitats werden geanalyseerd met behulp van lichtmicroscopie en, waar nodig, scanningelektronenmicroscopie. De diatomeeëngemeenschappen werden geïdentificeerd tot op het laagst mogelijke taxonomische niveau en geanalyseerd aan de hand van diversiteitsschattingen,
ordinatietechnieken en multivariate gemeenschapsanalyses. In totaal werden 403 taxa uit 71 genera geregistreerd, waaronder 317 taxa vastgesteld tijdens kwantitatieve tellingen en 86 aanvullende taxa die werden gedetecteerd tijdens kwalitatieve observaties. Schattingen van de soortenrijkdom suggereerden dat een aanzienlijk deel van de regionale flora nog niet werd waargenomen. Meer dan 60% van alle geregistreerde taxa kwam voor in minder dan 5% van de onderzochte stalen, wat wijst op het grote belang van zeldzame taxa binnen de diatomeeënflora van de Westfjorden. Er werden drie belangrijke diatomeeëngemeenschappen onderscheiden, die voornamelijk samenhingen met verschillen in habitattype en hydrologische omstandigheden. Daarnaast droeg het onderzoek bij aan de beschrijving en taxonomische herziening van verschillende taxa, waaronder de formele beschrijving van Planothidium islandicum als een nieuwe soort voor de wetenschap. De resultaten tonen aan dat de Westfjorden een uitzonderlijk diverse en ecologisch gedifferentieerde zoetwaterdiatomeeënflora herbergen. Deze studie levert een belangrijke basis voor toekomstig onderzoek naar biodiversiteit, biogeografie en ecologische veranderingen in IJslandse zoetwatersystemen.
Meer lezen

Capripokken zijn terug: hoe bereiden we ons voor?

Erasmushogeschool Brussel
2026
Alia
Kangezi
Deze bachelorproef onderzocht de invloed van extreme pH-waarden en blootstellingsduur op de infectiviteit van het geitenpokkenvirus. Het virus werd blootgesteld aan zure pH-waarden van 2 tot 5 en basische pH-waarden van 10 tot 13 gedurende 1, 30 en 60 minuten. Met PCR werd nagegaan of viraal DNA na de behandeling nog aanwezig was, terwijl infectiviteitstesten bepaalden of het virus nog cellen kon infecteren. De resultaten toonden aan dat vooral extreme pH-waarden een sterke invloed hadden op de infectiviteit. Ook de blootstellingsduur speelde een belangrijke rol. Deze studie vormt een eerste stap in het onderzoeken van de invloed van pH op de infectiviteit van het virus. Verder onderzoek onder meer realistische omstandigheden is nodig om na te gaan in welke mate deze resultaten naar de praktijk kunnen worden vertaald.
Meer lezen

DE KRACHT VAN HET N-WOORD Van scheldwoord tot identiteitsmarker?

Universiteit Gent
2026
Maria
Nkanu Nkanu
Deze masterproef onderzoekt hoe zwarte Nederlanders het N-woord ervaren en welke betekenis zij eraan geven. Uit 22 interviews blijkt dat het woord sterk verbonden blijft met racisme en geschiedenis, maar dat de betekenis ook afhangt van persoonlijke ervaringen, context en wie het woord gebruikt. Het onderzoek toont vooral dat er geen eenduidige ‘zwarte’ visie op het N-woord bestaat.
Meer lezen

Developing eDNA as a tool for assessing fish diversity on East African coral reefs

Vrije Universiteit Brussel
2026
Tara
Sarwar
In deze studie werd onderzocht in welke mate environmental DNA (eDNA) geschikt is om de biodiversiteit van vissen in Keniaanse koraalriffen te bestuderen. In totaal werden er 41 vissenfamilies en 71 soorten gedetecteerd. De geografische liggen van de riffen had een duidelijke invloed op de soortensamenstelling, terwijl beschermingsstatus geen significant effect vertoonde. Bovendien bleek eDNA-metabarcoding in staat om soorten te detecteren die tijdens visuele tellingen niet werden opgenomen. Hoewel beide methoden een vergelijkbare aantal taxa identificeerden, verschilde ze in de soorten die ze detecteren. Deze resultaten toonden aan dat beide methoden elkaar aanvullen en dat eDNA een veelbelovende en minder invasieve techniek is voor de monitoring van koraalriffen, ondanks de technische beperkingen ondervonden in deze studie.

Beschermingsstatus had geen duidelijk effect op de soortengemeenschappen in tegenstelling tot geografische locatie. Bovendien bleek eDNA meer succesvol in het detecteren van taxa dan visuele tellingen die tijdens het verzamelen van de stalen plaatsvonden. Beide methoden vonden wel een gelijkaardig aantal taxa, maar namen riffen op een fundamentele manier anders waar. Deze studie toonde aan dat beide methoden elkaar complementeerde en dat eDNA een veelbelovende en minder invasieve methode voorsteld voor het monitoiren van koraalriffen ondanks de technische beperkingen ondervonden in deze thesis.
Meer lezen

Sterren komen, Sterren gaan

Universiteit Antwerpen
2026
Helena
Remans
Deze masterscriptie onderzoekt hoe de taal van het rouwen tot uiting komt en wordt begrepen in online herdenkingsberichten op sociale media na het overlijden van publieke figuren. Op basis van onderzoek naar digitaal rouwen, parasociale relaties en publieke emoties op sociale media benadert deze studie rouwen als een communicatief, cultureel en normatief proces dat plaatsvindt in openbare, gemedieerde omgevingen. Hoewel de bestaande literatuur aanzienlijke aandacht besteedt aan online uitingen van verdriet, blijft het minder duidelijk hoe dergelijke uitingen worden ontvangen, gevalideerd of betwist in openbare digitale contexten.
Om deze leemte te onderzoeken, maakt deze studie gebruik van een kwalitatieve, multimodale en vergelijkende casestudiebenadering. Concreet werden 1.200 reacties geanalyseerd op Facebook- en Instagram-berichten met betrekking tot het overlijden van Matthew Perry en Charlie Kirk. De analyse richtte zich op zes dimensies: uitingen van verdriet, verhalen en betekenisvorming, parasociale articulatie, reacties op betekenis, normativiteit en legitimiteit, en platformlogica.
De resultaten tonen aan dat digitaal rouwen in hoge mate gestandaardiseerd en multimodaal is, maar toch afhankelijk blijft van de culturele positie van de overledene. In het geval van Matthew Perry domineren affectieve, nostalgische en verbindende reacties, terwijl reacties op Charlie Kirk meer gepolariseerd, ideologisch geladen en normatief omstreden zijn. Bovendien lijkt het erop dat Facebook vaker narratieve diepgang mogelijk maakt, terwijl Instagram meer beknopte en visuele uitingen aanmoedigt. Dit onderzoek toont dus aan dat digitaal rouwen niet louter een uitdrukking van verlies is, maar ook een publieke praktijk waarin voortdurend wordt
onderhandeld over emoties, betekenissen en sociale normen.
Meer lezen

Familie, migratie en de vele gezichten van verbondenheid. Sense of beloning binnen het Belgisch-Vlaams landbouwmigrantengezin Walraet in Frankrijk (1920-1967).

Universiteit Antwerpen
2026
Kaat
Vanderstukken
Deze masterproef onderzoekt hoe gevoelens van verbondenheid vorm kregen binnen het Belgisch-Vlaamse landbouwersgezin Walraet, dat zich in 1920 vanuit Vlaanderen in Frankrijk vestigde. Vertrekkend vanuit de vraag met welke gemeenschappen de gezinsleden zich verbonden voelden, analyseert dit onderzoek hoe sense of belonging werd gevormd, beleefd en onderhandeld tussen 1920 en 1967. De studie situeert zich binnen de migratiegeschiedenis van Belgische migranten in Frankrijk en kiest voor een microhistorische en cultureel-historische benadering waarin de subjectieve beleving van migratie centraal staat.
Het onderzoek vertrekt vanuit de eigen familiegeschiedenis als casus, wat toegang biedt tot moeilijk traceerbare ervaringen en aansluit bij “history from within”. De familie Walraet fungeert zo als venster op bredere processen van migratie en identiteitsvorming.
Theoretisch steunt het onderzoek op het concept place-belongingness van Marco Antonsich, waarin verbondenheid wordt begrepen als een dynamisch en relationeel proces. Methodologisch wordt orale geschiedenis gecombineerd met familiale bronnen en archiefmateriaal, waaronder interviews, postkaarten en naturalisatiedossiers.
De analyse toont dat verbondenheid geen homogeen of lineair proces was, maar het resultaat van een complexe wisselwerking tussen familiale, culturele, economische en persoonlijke factoren. De gezinsleden ontwikkelden uiteenlopende en soms contra-intuïtieve vormen van verbondenheid met België, Frankrijk en lokale gemeenschappen. Onderwijs, huwelijk en nationaliteitskeuzes speelden hierin een belangrijke rol. De studie benadrukt dat verbondenheid niet samenvalt met taal, nationaliteit of geboorteplaats, maar voortdurend wordt heronderhandeld in dagelijkse praktijken en familiale relaties.
Meer lezen

Voorbij dysforie: betekenisgeving aan de vulva bij transmasculiene personen die geen genitale chirurgie ondergaan

Universiteit Gent
2026
Sem
Decraene
Bestaande literatuur focust hoofdzakelijk op lichaamsontevredenheid binnen de transgendergemeenschap en op de rol van chirurgie in het verhogen van lichaamsacceptatie. Hoewel genderdysforie vaak gepaard gaat met ongemak over de genitaliën, kiest een aanzienlijk aantal trans mannen er niet voor om phalloplastie te ondergaan. Eerder onderzoek wijst op zorgen over complicaties en ontevredenheid met de huidige mogelijkheden als belangrijke motiverende factoren voor de beslissing tegen chirurgie, maar besteedt nauwelijks aandacht aan de mogelijkheid dat sommige transmasculiene personen hun vulva als betekenisvol, neutraal of zelfs positief ervaren. Positieve lichaamsbeleving blijft daardoor grotendeels onderbelicht. Dit artikel onderzoekt daarom hoe transmasculiene personen die bewust geen phalloplastie ondergaan betekenis geven aan hun vulva, en doet dat aan de hand van dertien semi-gestructureerde diepte-interviews die werden geanalyseerd via een reflexieve thematische analyse.
Meer lezen

Wondzorg in beweging: ontwikkeling van een evidence-based verpleegkundig protocol voor postoperatieve amputatiewondzorg

Hogeschool VIVES
2026
Maxim
Rommelaere
Deze bachelorproef vertrekt vanuit de vaststelling dat de postoperatieve wondzorg bij amputaties op een afdeling algemene heelkunde niet altijd op eenzelfde, gestructureerde manier verloopt. Om verpleegkundigen meer houvast te bieden, werd een evidence-based wondzorgprotocol ontwikkeld en voorbereid voor implementatie. Hiervoor werd wetenschappelijke literatuur gecombineerd met een praktijkgerichte audit bij 26 verpleegkundigen. De resultaten toonden vooral variatie en onzekerheid rond wondobservatie, verbandkeuze, rapportage en het bepalen wanneer artsencontact nodig is. Op basis daarvan werd een eerste protocol met flowchart ontwikkeld en beoordeeld door verpleegkundigen, een wondzorgverpleegkundige en een vaatchirurg. Hun feedback leidde tot een tweede, meer gestructureerde versie waarin onder meer het TIME-principe, duidelijke observatiecriteria, verbandcategorieën en een overzichtelijkere flowchart werden verwerkt. Het eindproduct biedt een praktisch kader dat verpleegkundigen ondersteunt bij klinische besluitvorming zonder die te vervangen.
Meer lezen

Whose Data Is It Anyway? Designing a User-Centric and Sovereign Architecture for Media Consumption in the European Digital Space

Odisee Hogeschool
2026
Michiel
Van de Velde
Streamingdiensten en videoplatformen bouwen op basis van kijk- en luistergedrag profielen van gebruikers op. Die profielen kunnen nuttig zijn voor personalisatie, maar gebruikers hebben vaak weinig zicht op welke gegevens worden verzameld en welke conclusies daaruit worden getrokken. In deze bachelorproef onderzoek ik hoe gebruikers meer controle kunnen krijgen over hun mediagegevens en de inzichten die daaruit ontstaan. Ik ontwierp een systeemarchitectuur en ontwikkelde een werkend prototype waarin gegevens van onder meer Spotify, YouTube en SoundCloud worden samengebracht in een persoonlijke digitale datakluis. De gebruiker kan zelf bepalen wie toegang krijgt tot welke gegevens en kan afgeleide inzichten bevestigen, corrigeren of tegenspreken. Daarnaast onderzocht ik hoe open standaarden en lokale AI-inferentie kunnen bijdragen aan interoperabiliteit en privacy. Het resultaat toont hoe personalisatie mogelijk blijft zonder dat de gebruiker de controle over zijn digitale profiel volledig uit handen hoeft te geven.
Meer lezen

Integrating Important Shark and Ray Areas into Marine Protected Area Network Design in the Australian Exclusive Economic Zone

Vrije Universiteit Brussel
2026
Helena
Verbruggen
Mariene beschermde gebieden (MPA’s) groeien door de wereldwijde doelstelling om tegen 2030 30% van de oceaan te beschermen. Biodiversiteitsconservatie hangt echter niet alleen af van de totale beschermde oppervlakte, maar ook van de mate waarin zij
kwetsbare soorten en belangrijke leefgebieden omvatten. Haaien, roggen en draakvissen – samen de kraakbeenvissen – behoren tot de meest bedreigde groepen mariene
gewervelden, voornamelijk door visserijdruk. Deze studie onderzocht hoe doeltreffend
Australische no-take-MPA’s – waar visserij verboden is – de verspreiding van
kraakbeenvissen en Important Shark and Ray Areas (ISRA’s) beschermen. ISRA’s zijn
belangrijke gebieden voor onder meer voortplanting, foerageren, rust en verplaatsing.
Daarnaast werden twee ruimtelijke planningsscenario’s vergeleken waarin no-take-
bescherming werd uitgebreid tot 30% van de Australische wateren. Het eerste scenario
versterkte de bescherming binnen bestaande MPAs, terwijl het tweede ook nieuwe no-
take-gebieden buiten de huidige MPA-grenzen toeliet. Ondanks het uitgebreide
Australische MPA-netwerk overlapten bestaande no-takegebieden slechts beperkt met de verspreiding van kraakbeenvissen en ISRAs. De soortenrijkdom was het hoogst in gebieden waar visserij was toegestaan en buiten MPA’s. Hogere bescherming binnen bestaande MPA’s verbeterde de vertegenwoordiging van soorten en ISRA’s, maar veel
conservatiedoelstellingen bleven onbereikt. Bescherming buiten bestaande MPA’s
verdubbelde het aantal behaalde doelstellingen en verlaagde het gemiddelde tekort van
18,9 ± 29,8% naar 3,4 ± 6,4%. Onvervangbare gebieden concentreerden zich op het
continentale plat en de continentale helling, waar de soortenrijkdom en ISRA-dekking het
hoogst waren. Het grootste deel van de bestaande no-take-gebieden lag daarentegen in de diepzee. De resultaten tonen dat oppervlaktedoelstellingen alleen niet volstaan. Door
verspreidingsgegevens te combineren met ecologisch belangrijke leefgebieden, kunnen
kraakbeenvissen representatiever en strategischer beschermd worden.
Meer lezen

The Mind of the UNHCR

KU Leuven
2026
Phebe
Vantomme
De Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR) wordt alom erkend voor zijn humanitaire rol, maar fungeert tevens als wereldwijde architect van het mondiale landschap van ontheemding. Deze thesis herpositioneert de organisatie als een centrale architecturale speler door te analyseren hoe haar interne richtlijnen en standaardcriteria, vastgelegd in een technisch handboek, fungeren als blauwdrukken voor vluchtelingenkampen wereldwijd. De digitalisering van dit handboek in 2015 markeerde een cruciaal keerpunt, waardoor het handboek veranderde van een handleiding in een dominant ruimtelijk instrument dat een proces van universalisering oplegt.

Het onderzoek is gestructureerd rond twee belangrijke analytische perspectieven: (1) Technisch perspectief: allereerst verdiepen we ons in ‘de gedachtegang van de UNHCR’ door bestaande literatuur en peer-reviewed artikelen te bestuderen, om zo de focus te verleggen van humanitaire hulp naar ruimtelijk ontwerp. Door deze academische inzichten te combineren met een grondige analyse van het digitale Emergency Handbook (2015) van de UNHCR, identificeren we de drie belangrijkste pijlers – tent, de context rondom de tent en het beheer – die samen het ‘ideale model’ van de organisatie vormen. Dit perspectief definieert het kader dat de organisatie wereldwijd als een ‘standaardscript’ zal implementeren. (2) Implementatieperspectief: dit ‘ideale model’ wordt geëvalueerd aan de hand van drie diepgaande wereldwijde casestudies: Griekenland (Europa), Kenia (Afrika) en Bangladesh (Azië). Aan de hand van een vergelijkende matrix onderzoeken we of dit ‘ideale model’ in al deze verschillende contexten consequent wordt toegepast. Hoewel het proces van universalisering impliceert dat het ruimtelijke resultaat in elke context identiek zou moeten zijn, brengt dit perspectief juist de specifieke situaties aan het licht waarin dit niet het geval is. Door ons te richten op deze inconsistenties, analyseren we de spanning tussen de universele normen van de UNHCR en de lokale realiteit.

Op deze manier wil deze thesis aantonen dat de regels en standaardmaten van de UNHCR geen neutrale technische vereisten zijn, maar invloedrijke ruimtelijke instrumenten. Inzicht in deze normen illustreert hoe de fysieke inrichting van vluchtelingenkampen zowel de beleving als de fysieke realiteit van een permanent systeem van tijdelijk wonen vormgeeft.
Meer lezen

"We worden een deel van de omstandigheden". Een intersectionele en familiehistorische analyse van de postkoloniale migratie van een Belgisch koppel naar Congo en Burundi (1964-1969)

Universiteit Antwerpen
2026
Emmelie
Degreef
Met een intersectionele en familiehistorische analyse van de microcasus van mijn grootouders, Floris Degreef en Maria Billet, onderzoekt deze masterthesis gelaagde relaties van ras, klasse en gender in de Congolese en Burundese samenleving in de jaren zestig. Dit microhistorisch onderzoek belicht de alledaagse sociale dynamieken die door een focus op postkoloniale macroconflicten vaak overschaduwd worden. De familiehistorische benadering maakte de bespreking van zowel gevoelige en emotionele als alledaagse ervaringen mogelijk. De methodologische valkuilen die gepaard gaan met de beperkte afstand tot de historische actoren zijn via bronnenverweving en discoursanalyse opgevangen. De intersectionele analyse benadert de categorieën ras, gender en klasse als verschuivende processen die met elkaar in verband staan en een invloed uitoefenen op machtsverhoudingen. Individuele privileges veranderden in de Congolese en Burundese postkoloniale context van de jaren zestig voortdurend en zijn heel plaatsafhankelijk. Binnen de bedrijfscontext werd Floris’ positie gekenmerkt door een oudkoloniale ‘witte’ dominantie en ontwikkelingsideologie. Daarbuiten werd de wisselwerking tussen Floris’ ras en klasse complexer. Als witte vrouw bevond Maria zich daarnaast op een complex kruispunt. Binnen de transformerende raciale hiërarchieën ervaarde ze angst, maar tegelijkertijd verkreeg ze een meer egalitaire positie binnen een expatgemeenschap waarin rigide sociale conventies vervaagden. De geografische vergelijking benadrukt tot slot dat het Hutu-Tutsi-conflict in Burundi door blijvende etnisch-koloniale structuren gedomineerd werd, waardoor de raciale concurrentie, zoals die in Congo duidelijk aanwezig was, naar de achtergrond gedrukt werd.
Meer lezen

Preparation of renewable films based on feather-derived keratin: a comparative investigation of glutaraldehyde and genipin as crosslinkers

Universiteit Gent
2026
Sander
Lannoo
Deze masterproef onderzoekt hoe keratine uit veren kan worden verwerkt tot een nieuw materiaal. Commercieel keratinepoeder uit eendenveren werd gecombineerd met twee chemische verbindingsmiddelen: glutaaraldehyde en genipine, een natuurlijke stof uit fruit. Beide stoffen verbonden de korte eiwitfragmenten tot samenhangende films. Glutaaraldehyde leverde sterkere, minder rekbare films op. Met genipine ontstonden donkerblauwe, buigzamere films, waarvan de sterkte en taaiheid toenamen bij een hogere geteste concentratie. Hoewel de films nog gevoelig zijn voor water, toont het onderzoek aan dat versnipperde verenkeratine opnieuw een vast materiaal kan vormen. Dit biedt een vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van biogebaseerde materialen.
Meer lezen

Een regeneratieve toekomst voor Zwartberg - Naar een inclusieve en prikkelregulerende leeromgeving: Architectuur voor kinderen met een autismespectrumstoornis

Universiteit Hasselt
2026
Kato
Martens
  • Rayna
    Bongaerts
  • Yarne
    Claes
  • Connor
    De Smet
  • Elias
    Doyen
  • Daan
    Driessen
  • Liza
    Hendrickx
  • Jorien
    Houben
  • Evelyne
    Gielkens
  • Joppe
    Loodts
  • Rens
    Neyens
  • Arne
    Pellaers
  • Britt
    Raskin
  • Sara
    Simons
  • Anke
    Surinx
  • Tineke
    Vandekerkhof
Deze masterproef onderzoekt hoe architectuur, materialiteit en bouwfysische principes kunnen bijdragen aan een prikkelregulerende en voorspelbare leeromgeving voor kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS). Het onderzoek combineert literatuurstudie, case study-analyse en materiaalonderzoek en vertaalt de inzichten naar concrete ontwerpprincipes. Deze worden toegepast in een nieuw schoolontwerp voor De Wissel in Zwartberg, waarin ruimtelijke leesbaarheid, verschillende gradaties van prikkels, natuur, overgangsruimtes en comfort samenkomen. Het project wordt gekaderd binnen een bredere regeneratieve toekomstvisie voor Zwartberg, waarin ecologische, sociale en maatschappelijke aspecten met elkaar worden verbonden.
Meer lezen

De crisis van de grote schaal

Universiteit Hasselt
2026
Kaat
Daelemans
Wat als de weg naar minder criminaliteit en minder herval (70% nu in België) niet begint met hogere gevangenismuren, maar met betere gebouwen? Die vraag staat centraal in de opmerkelijke masterproef van Kaat Daelemans (UHasselt) die onderzoekt hoe doordachte architectuur bijna ex-gedetineerden kan helpen om opnieuw volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Het resultaat is een concreet ontwerp voor een nieuwbouw transitiehuis: een plek waar mensen in de laatste fase van hun straf stap voor stap leren zelfstandig wonen, werken en leven. En het gebouw kan nadien zonder probleem ook weer hergebruikt worden voor andere doeleinden: wonen of gemeenschapsfuncties voor de hele buurt. Transitie en hergebruik.
Meer lezen

Unraveling the microbial ecology of drinking water distribution systems and the persistence of non-tuberculous mycobacteria

Universiteit Gent
2026
Fien
Van Poelvoorde
Drinkwater wordt gezuiverd om de microbiologische veiligheid te waarborgen, maar blijft een dynamisch microbieel ecosysteem waarin micro-organismen kunnen overleven, zich opnieuw kunnen ontwikkelen of via het distributienetwerk en het leidingwerk in woningen kunnen binnendringen. In deze thesis werd de microbiële dynamiek in Vlaamse drinkwatersystemen onderzocht aan de hand van drie complementaire experimenten. Ten eerste werden veranderingen in het drinkwater geanalyseerd door de uitgaande leidingen van watertorens te vergelijken met de aangesloten kranen bij de eindgebruikers. Ten tweede volgde een source-to-tap-experiment de microbiële gemeenschappen tijdens de hele drinkwaterbehandeling en -distributie, waarbij niet-tuberculeuze mycobacteriën (NTM) werden gedetecteerd. Ten derde werden het voorkomen en de ecologische relevantie van NTM verder onderzocht. Flowcytometrie werd gebruikt om celconcentraties en fenotypische vingerafdrukken te beoordelen, terwijl 16S- en 18S-rRNA sequencing werd toegepast om de samenstelling van de prokaryotische en eukaryotische gemeenschappen te karakteriseren.
De resultaten lieten consistente verschillen zien tussen de uitgaande leidingen van watertorens en de keukenkranen in huishoudens wat betreft celconcentraties, fenotypische kenmerken en de samenstelling van het holobioom. Deze bevindingen wijzen erop dat leidingwaterkwaliteit ook wordt beïnvloed door consumenteninfrastructuur, waar stilstaand water, biofilms en waterinstallaties microbiële gemeenschappen kunnen sturen. Hoewel er duidelijke microbiologische verschuivingen werden waargenomen, mogen deze niet automatisch worden geïnterpreteerd als een afname van de drinkwaterveiligheid. NTM werden gedetecteerd toen het drinkwaterbehandelings- en distributiesysteem op netwerkniveau werd geanalyseerd. Hun aanwezigheid is relevant omdat sommige NTM-soorten opportunistisch pathogeen zijn en persistentie kan worden ondersteund door biofilms en interacties met vrijlevende amoeben. Deze thesis benadrukt zo het belang van geïntegreerde microbiële monitoring in drinkwatersystemen.
Meer lezen

Medieval Borderlands and the Making of Identity: Law, Religion, and Community in Wales and Transylvania (13th – early-16th centuries)

Universiteit Gent
2026
Elisabeth
Goemaere
Zowel maatschappelijke als academische debatten over middeleeuwse grensgebieden schommelen vaak tussen statische nationale narratieven en vereenvoudigde modellen van vreedzame co-existentie. Grensgebieden waren in feite dynamische contactzones waar sociale grenzen voortdurend werden vormgegeven en onderhandeld. Met de focus op recht en religie als primaire infrastructuren voor het reguleren van diversiteit, biedt dit proefschrift een vernieuwende, contrastgerichte vergelijking van twee laatmiddeleeuwse grensregio's: Wales onder Engels bewind (ca. 1284–1534) en Transsylvanië binnen het Koninkrijk Hongarije (ca. 1000/1200–1524). Gericht op juridisch ondergeschikte inheemse populaties, met name de Welshmen en de Vlachen, betoogt deze studie dat grensidentiteiten ontstonden door de wisselwerking tussen juridische classificatie en religieuze praktijken. Door het concept van rechtspluralisme te combineren met ‘social boundary theory’ en ethnosymbolisme, contrasteert de thesis het versnipperde politieke landschap van Wales met de geïnstitutionaliseerde universitas in Transsylvanië. Het onderzoekt zo hoe collectief onderscheid werd geformaliseerd in gewoonterecht, gelegitimeerd via kerkelijk patronaat, op de proef gesteld tijdens opstanden, en geuit via heiligenverering en pelgrimsnetwerken. Door West- en Oost-Europese grensgebieden in een gestructureerd dialoog te plaatsen, overstijgt de thesis regionaal geïsoleerde historiografieën en toetst het heersende grensstereotypen. Hierdoor kunnen bijhorende analytische beperkingen blootgelegd worden, en ontwikkelt zich een nieuw vergelijkend kader voor toekomstige studies naar premoderne gemeenschapsvormen en ‘entangled histories.’
Meer lezen