Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Postoperatieve pijnbehandeling na chirurgie met blokverdoving.

Hogeschool PXL
2026
Judith
Debacker
Mijn scriptie gaat over postoperatieve pijn na een orthopedische ingreep waarbij blokanesthesie is toegepast, ook wel reboundpijn genoemd. Ik heb de incidentie van pijn onderzocht en samen met artsen en anesthesisten een nieuw protocol samengesteld waarbij ik vooral de rol als verpleegkundige mee uitwerkte.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Een raamwerk voor het ondersteunen van beslissingen met betrekking tot Agile-initiatieven.

Universiteit Hasselt
2026
Sander
Bollen
Ondanks de status van Agile Software Development (ASD) als industriestandaard,
blijft de definitie ervan in zowel academische literatuur als de professionele praktijk ge-
fragmenteerd en ambigu. Deze conceptuele onduidelijkheid belemmert organisaties in
het effectief selecteren en implementeren van ASD-praktijken die hun specifieke doel-
stellingen ondersteunen. Dit onderzoek introduceert het Collaboration-Flow-Learning
(CFL) raamwerk, een theoretisch en praktisch model dat ASD-concepten deconstru-
eert in drie orthogonale dimensies: Collaboration, Flow en Learning.
Door middel van een synthese van wetenschappelijke en praktische bronnen, aange-
vuld met expertvalidatie geïnspireerd door de Delphi-methode, toont dit werk aan dat
ASD-praktijken en organisatieproblemen consistent in een gedeelde driedimensionale
ruimte kunnen worden gesitueerd. De resultaten wijzen uit dat het raamwerk fungeert
als een methode-onafhankelijke vertaallaag die shared understanding bevordert tussen
diverse stakeholders, van software-ontwikkelaars tot strategisch management. Dit on-
derzoek legt hiermee de fundering voor een holistische softwaretheorie die de kloof
tussen methodologische voorschriften en organisatorische behoeften kan overbruggen.
Meer lezen

Productie en evaluatie van elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten voor fecale metabolomics via LA-REIMS

Odisee Hogeschool
2026
Elia Amnon
Bar On
Binnen een klinische en biomedische context zijn snelle en robuuste analysemethoden voor untargeted metabolomics essentieel. Laser-assisted rapid evaporative ionisation massaspectrometrie (LA-REIMS) maakt directe analyse van biofluïda mogelijk, maar de analytische prestaties worden bepaald door de intrinsieke matrixeigenschappen van het staal. Elektrogesponnen nanovezelmembranen kunnen via surface-assisted laser desorption/ionisation (SALDI) de desorptie en ionisatie verbeteren en zo de analyses versterken. Het potentieel van silicagebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics is echter nog onvoldoende geëvalueerd.

In deze studie wordt onderzocht in welke mate elektrogesponnen tetraethylorthosilicaat (TEOS)-gebaseerde nanovezelmembranen de prestaties van LA-REIMS-analyses voor fecale metabolomics beïnvloeden.

De productie van TEOS-membranen omvat het elektrospinnen van een sol-geloplossing, gevolgd door een thermische behandeling om een superhydrofiel membraan te verkrijgen. De morfologie en hydrofiliciteit worden gekarakteriseerd met scanning-elektronenmicroscopie, watercontacthoekmetingen en infraroodspectrometrie. De analytische prestaties worden geëvalueerd via LA-REIMS-analyse van fecale stalen en vergeleken met rechtstreekse analyse van feces en met geoptimaliseerde MetaSAMP-membranen. Data-analyse omvat principal component analysis, evaluatie van reproduceerbaarheid en vergelijking van metabolomische dekking.

LA-REIMS-analyses tonen aan dat met fecale stalen geïmpregneerde TEOS-membranen een metabolomische vingerafdruk genereren die vergelijkbaar is met die van feces as-such, met detectie van een groter aantal features. Tegelijkertijd worden, vergeleken met zowel MetaSAMP-membranen als feces as-such, beperkingen vastgesteld in reproduceerbaarheid en signaalintensiteit, met lagere signaalintensiteiten en meer variabele features (p < 0,01).

Na optimalisatie van de membraandikte en het staalvolume worden TEOS-membranen verkregen die significant hogere signaalintensiteiten opleveren dan feces as-such (p < 0,01; g > 1), met een hoger aantal gedetecteerde features (p < 0,01) en een aanvaardbare reproduceerbaarheid (> 75 % van de features met een variatiecoëfficiënt ≤ 30 %).

De resultaten tonen aan dat elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen doeltreffend zijn als SALDI-substraat binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics. Toekomstige studies kunnen zich richten op het optimaliseren van de membraanproductie, functionalisatiestappen en het verder afstemmen van de LA-REIMS-methode.
Meer lezen

ALS training in het Kanifing General Hospital in The Gambia

Hogeschool PXL
2026
Britt
Motten
  • Aude
    Nuyts
  • Nomie
    Haazen
Mijn scriptie in het kort gaat over het verbeteren van Advanced Life Support (ALS)-training voor verpleegkundigen in een ziekenhuis in een lage-inkomenscontext (Kanifing General Hospital in Gambia).

Het doel van het onderzoek is om te bekijken of een aangepaste ALS-training, gebaseerd op simulatiegericht leren en herhaalde oefening, een invloed heeft op de kennis, praktische vaardigheden en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen bij reanimatie.

In de literatuurstudie werd onderzocht welke didactische methoden het meest effectief zijn voor ALS-opleidingen. Hieruit bleek dat vooral simulatiegebaseerd leren, gecombineerd met feedback en regelmatige herhaling, leidt tot betere leerresultaten en meer zelfvertrouwen. Daarnaast werd duidelijk dat kennis en vaardigheden snel afnemen zonder opfrissing.

Op basis van deze inzichten werd een contextgerichte ALS-training ontwikkeld en uitgevoerd in Kanifing General Hospital. De training werd aangepast aan de beperkte middelen in het ziekenhuis en bestond uit een korte theoretische sessie, praktische simulaties en visuele hulpmiddelen zoals een flowchart/poster.

Om het effect van de training te meten, werd gewerkt met een voor- en nameting bij verpleegkundigen uit de spoed-, medische en chirurgische afdelingen. De resultaten tonen een duidelijke verbetering in kennis en zelfvertrouwen, vooral bij het gebruik van de AED en het toepassen van ALS-protocollen.

De conclusie van de scriptie is dat een gestructureerde, contextgerichte en herhaalde ALS-training op basis van simulatie effectief is om de competentie van verpleegkundigen te verbeteren, zelfs in omgevingen met beperkte middelen.
Meer lezen

Forensisch betrouwbare 3D-reconstructie met Gaussian Splatting

Universiteit Hasselt
2026
Jamie
Withofs
Deze masterproef onderzoekt de inzetbaarheid van Gaussian Splatting als betrouwbare techniek voor forensische 3D-reconstructie van misdaadscènes. Gaussian Splatting is een recente neurale weergavemethode die vanuit multi-view videobeelden fotorealistische 3D-modellen genereert via ellipsvormige volumetrische primitieven, zogenaamde splats, die samen een continue en vloeiende representatie van de scène vormen. De techniek onderscheidt zich van klassieke mesh-based methoden door haar uitzonderlijke visuele kwaliteit en efficiënte renderingpipeline, maar brengt tegelijkertijd een fundamenteel forensisch probleem met zich mee: tijdens de trainingsoptimalisatie heeft het model de neiging om geometrische informatie bij te verzinnen om gaten in de initialisatiedata op te vullen. Wanneer de reconstructie als juridisch bewijsmateriaal dient, is dergelijke hallucinatie onaanvaardbaar, omdat elke weergegeven vorm of afstand herleidbaar moet blijven tot authentieke, meetbare brondata.

Om dit probleem aan te pakken werd een volledige onderzoeks- en ontwikkelingspipeline opgezet in samenwerking met de Federale Gerechtelijke Politie Limburg. De dataverzameling combineerde videobeelden en meervoudige LiDAR-scans van een gecontroleerde testscène. De videobeelden werden verwerkt via een COLMAP-gebaseerde Structure from Motion (SfM) pipeline die de relatieve camera-poses en een sparse puntenwolk reconstrueerde. De LiDAR-scans werden samengebracht tot één dense referentiepuntenwolk via iteratieve ICP-gebaseerde registratie met outlier filtering op basis van IQR-analyse, radiale filtering en asgeoriënteerde filtering, en vervolgens geëxporteerd als een geïntegreerd .e57-bestand.

De kern van de bijdrage is een alignment pipeline die de sparse COLMAP-puntenwolk uitlijnt met de dense LiDAR-data. De resulterende transformatiematrix wordt toegepast op alle camera-extrinsieken, zodat de LiDAR-geometrie als initialisatiebasis kan dienen voor de Gaussian Splatting-training zonder de architectuur van de trainingsomgeving te wijzigen. Een eigen visibility-based downsampling-stap geeft daarbij prioriteit aan de LiDAR-punten die zichtbaar zijn vanuit de gecalibreerde camera-posities, wat de trainingsefficiëntie verhoogt zonder de geometrische volledigheid te compromitteren.

De Gaussian Splatting-training werd vervolgens uitgebreid met constraints die de geometrische trouw aan de LiDAR-meetdata waarborgen. In de volledig geconstrained variant worden zowel de positie-optimalisatie als de densification van Gaussians uitgeschakeld, waardoor elke splat exact op zijn initiële LiDAR-positie blijft staan. Dit levert een forensisch maximaal betrouwbaar model op, ten koste van visuele volledigheid in zones met beperkte LiDAR-dekking. Een uitgebreide parameterstudie onderzocht vervolgens tussenliggende configuraties, waarbij de interactie tussen de positie learning rate, de opacity learning rate, de opacity regularization en het MCMC-herplaatsingsmechanisme systematisch in kaart werd gebracht. De resultaten tonen aan dat een werkelijk compromis slechts beperkt haalbaar is: een gedeeltelijke vrijstelling van de positie-optimalisatie levert voor structurele elementen zoals wanden en vloer een aanvaardbare visuele kwaliteit op, maar biedt onvoldoende garantie voor dunne objecten met beperkte LiDAR-puntdichtheid. Op basis van de studie werden twee aanbevolen configuraties geformuleerd: één voor gebruik als visueel illustratiemateriaal voor rechters en jury's, en één als volledig geconstrained forensisch bewijsmiddel.

Aanvullend werd een forensische toolchain ontwikkeld die de integriteit van de reconstructie kwantitatief en visueel onderbouwt. De Lichtfeld Studio-module berekent per Gaussian een betrouwbaarheidsscore op basis van de afstand tot zijn initiële LiDAR-positie, en visualiseert deze als een groen-geel-rood kleuroverlay. Een hallucination mask maakt een binaire splitsing tussen originele en nieuw aangemaakte splats, met kleurcodering voor de mate van positionele drift. De juridische validatiemodule voert een kwantitatieve alignmentvalidatie uit op basis van RMSE en overlappercentage, en genereert een integriteitsgeborgd JSON-rapport met SHA-256-hashing over alle relevante velden, een gedocumenteerde chain of custody en een onafhankelijk verifieerbaar RFC 3161-tijdstempel. Tot slot werd een Electron-gebaseerde rechtbankviewer ontwikkeld die dit rapport omzet naar een formeel PDF-deskundigenverslag.

De evaluatie bevestigt dat Gaussian Splatting via de ontwikkelde constrained pipeline forensisch inzetbaar is, mits een duidelijk onderscheid wordt gehanteerd tussen het gebruik als illustratiemateriaal en het gebruik als geometrisch bewijsmiddel. In het laatste geval fungeert de Gaussian Splatting-reconstructie als visuele toelichting bij de LiDAR-puntenwolk, die als primaire meetreferentie bewaard en ingediend dient te worden. De ontwikkelde toolchain biedt de forensische praktijk een transparant en controleerbaar raamwerk om dit onderscheid procedureel te verankeren.
Meer lezen

Geschiedenis begint in de kleuterklas

Odisee Hogeschool
2026
Emilia
Van Impe
Met de invoering van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen binnen het Vlaamse basisonderwijs worden kleuterleerkrachten uitgedaagd om expliciet in te zetten op kennisopbouw. Voor veel leerkrachten vormt dit een nieuwe manier van werken, zeker binnen domeinen zoals geschiedenis. Op de stageschool Sint-Aloysius te Denderhoutem bleek dat er onzekerheid bestond over hoe een historisch thema zoals het Oude Egypte op een kennisrijke en ontwikkelingsgerichte manier aangeboden kan worden aan oudste kleuters. Vanuit deze vaststelling werd de centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe creëer je kennisrijke contexten voor de oudste kleuters rond het thema Oude Egypte vanuit de minimumdoelen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Een literatuurstudie bracht inzichten aan over kennisrijke contexten, effectieve didactiek, kennisopbouw en de nieuwe minimumdoelen. Daarnaast werden vier leerkrachten van de derde kleuterklas bevraagd via een online vragenlijst. Voor de evaluatie van kennisverwerving werd de klasmentor geïnterviewd. Op basis van deze gegevens werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte ontworpen en uitgetest in een derde kleuterklas. Uit de resultaten blijkt dat een kennisrijke context gekenmerkt wordt door doelgerichte kennisopbouw, rijke materialen, betekenisvolle activiteiten, herhaling en een actieve rol van de leerkracht. Zowel de literatuur als de bevraagde leerkrachten benadrukken het belang van een rijke speelleeromgeving waarin kleuters nieuwe kennis kunnen verwerven binnen en buiten hun leefwereld. Daarnaast blijkt dat verhalen, visuele ondersteuning, interactieve gesprekken en onderzoekende activiteiten belangrijke didactische strategieën zijn om kennisopbouw en taalontwikkeling te stimuleren. Op basis van de nieuwe minimumdoelen en het leerplan Op.stap werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte uitgewerkt. Het ontwerp omvatte onder meer een boekenhoek, ontdektafel, schrijfhoek met hiërogliefen, bouwhoek rond piramides, rollenspelhoek, beeldende activiteit rond papyrus en een wiskundige programmeeractiviteit. Tijdens de uitprobeerfase toonden de kleuters een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. De rijke impressies en concrete materialen bleken een belangrijke meerwaarde te zijn voor hun interesse en leerproces. De discussie toont aan dat het ontwerp een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van kennisrijke contexten binnen de derde kleuterklas. Tegelijk kent het onderzoek enkele beperkingen, zoals het beperkte aantal respondenten en de korte implementatieperiode van twee dagen. Hierdoor kunnen de resultaten niet veralgemeend worden naar andere contexten. Geconcludeerd kan worden dat kennisrijke contexten rond het Oude Egypte haalbaar zijn binnen het kleuteronderwijs wanneer kennis wordt aangeboden via spel, exploratie en betekenisvolle activiteiten. Het ontwikkelde ontwerp biedt een concreet antwoord op het gestelde praktijkprobleem en kan leerkrachten inspireren bij de implementatie van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen.
Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

Perioperatieve hypothermie bij volwassenen

HOGENT
2026
Melissa
Deij
Deze literatuurstudie onderzoekt welke verpleegkundige interventies beschreven worden om perioperatieve hypothermie te voorkomen bij volwassen patiënten die laparoscopische chirurgie ondergaan. Perioperatieve hypothermie is een frequent voorkomend probleem dat geassocieerd wordt met verschillende postoperatieve complicaties, zoals pijn, rillingen en infecties.

Op basis van zeven wetenschappelijke studies werden verschillende interventies geïdentificeerd, waaronder preoperatieve opwarming, actieve intraoperatieve opwarming, het gebruik van verwarmde vloeistoffen en temperatuurmonitoring. Daarnaast werd het belang van een multimodale aanpak benadrukt.

De resultaten suggereren dat deze interventies geassocieerd zijn met een betere temperatuurcontrole en gunstige klinische uitkomsten, zoals minder hypothermie, minder pijn en een kortere recoveryduur. Verder wordt het belang van een gestructureerd en evidence-based temperatuurmanagement binnen de perioperatieve zorg benadrukt.
Meer lezen

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

Welke sensibiliseringsmethoden zijn het meest effectief in het verbeteren van de pijnbeoordeling bij zorgverleners van ouderen met vergevorderde dementie?

HOGENT
2025
Milena
De Mesmaeker
  • Anouk
    Basslé
  • Camille
    Vanderstraeten
Ouderen met vergevorderde dementie ervaren vaak pijn die onopgemerkt blijft. Via onze bachelorproef onderzochten we hoe sensibiliseringsmethoden, zoals posters, e-learning en casusbesprekingen, zorgverleners helpen om pijnsignalen beter en sneller te herkennen.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Challenging standards: Analyzing the alternative audio description of the dance video Isomo

Universiteit Antwerpen
2025
Afifa
Kharchi
Deze thesis onderzoekt de evoluerende praktijken van audiobeschrijving in dans aan de hand van de dansvideo Isomo als casestudy, een hedendaagse dansvideo gemaakt door choreografe Iris Bouche voor het KMSKA. Traditioneel wordt audiobeschrijving beschouwd als een objectief hulpmiddel voor toegankelijkheid, maar recentelijk zijn alternatieve benaderingen die subjectiviteit en creativiteit omarmen in opkomst (Fryer & Cavallo, 2022). Het doel van dit onderzoek is om de strategieën die in de audiobeschrijving van de dansvideo Isomo worden gebruikt te identificeren en te onderzoeken in hoeverre deze afwijken van de traditionele richtlijnen. Het onderzoek combineert een vertaalanalyse met vijf semigestructureerde interviews met experts. De bevindingen geven aan dat de audiobeschrijving niet strikt kan worden gecategoriseerd als traditioneel of alternatief, maar eerder ergens tussen beide in ligt, aangezien deze elementen van beide bevat. Enerzijds maakt het gebruik van creatieve strategieën, waaronder eerste- en tweepersoonsvertellingen die door de dansers zelf worden ingesproken. Anderzijds bevat het elementen van traditionele AD, zoals het vasthouden aan een traditionele workflow.
Meer lezen

Hope for basic hygiene in Uganda: Developing a participatory hygiene education package for vulnerable children in Uganda

Hogeschool UCLL
2025
Lieselotte
Ingels
Deze bachelorscriptie onderzoekt hoe goedkope, participatieve en visuele hygiënevoorlichting de basishygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen in Oeganda kan verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd tijdens een stage van zes maanden bij Uganda Hands for Hope (UHfH) in de sloppenwijk Namuwongo in Kampala, en door middel van vergelijkend veldwerk in het landelijke district Kamuli. De centrale onderzoeksvraag was: “Hoe kunnen goedkope, participatieve en educatieve hygiëne-interventies de hygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen en adolescenten in Oeganda verbeteren?” Met behulp van kwalitatieve methoden zoals participerende observatie, diepte-interviews en focusgroepen, bracht het onderzoek belangrijke hiaten in het hygiënebewustzijn en de hygiënepraktijken aan het licht, ondanks de beschikbaarheid van waterinfrastructuur. Er werd een kindvriendelijk hygiënevoorlichtingspakket ontwikkeld en getest, met visuele hulpmiddelen zoals stickers, posters en boekjes met pictogrammen. Uit de resultaten bleek dat interactief, visueel materiaal de betrokkenheid van kinderen aanzienlijk vergrootte en hun hygiëneroutines verbeterde. Leraren en verzorgers meldden ook positieve gedragsveranderingen bij kinderen. De studie concludeert dat effectieve hygiënevoorlichting moet worden geïntegreerd in het dagelijks leven en zo moet worden ontworpen dat deze toegankelijk, betaalbaar en lokaal relevant is. Visuele en participatieve methoden bieden een krachtige manier om hygiënearmoede in informele nederzettingen en plattelandsgemeenschappen aan te pakken.
Meer lezen

Contextbewust speculatief decoderen voor Retrieval Augmented Generation met toepassing bij UZGent

Universiteit Gent
2025
Gianni
Van de Velde
We hebben allemaal al eens gehoord hoeveel energie AI vandaag wel niet gebruikt. Deze scriptie probeert dat probleem een klein beetje te verkleinen, door het energieverbruik van toepassingen zoals ChatGPT te verminderen. Het is ons gelukt om de energie-efficiëntie met 17% te verhogen en dat terwijl we zelfs 17% sneller tekst genereren.
Meer lezen

Decentralised Motion Planning for Holonomic Multi-Agent Systems Using a Hybrid ADMM-CBF Approach: Application to Industrial Magnetic Levitation Platforms

KU Leuven
2025
Bavo
Tistaert
  • Stan
    Servaes
Genomineerde shortlist mtech+prijs
De industrie vereist elke dag complexere processen en logistiek, wat heeft geleid tot de opkomst van multi-agent systemen. Hierbij werken meerdere robots, voertuigen of machines in dezelfde omgeving. Dit stimuleert de behoefte aan multi-agent bewegingsplanners die de bewegingen van deze agents op een efficiënte en veilige manier coördineren en plannen.

Daarom presenteert deze scriptie een nieuwe, op model predictieve controle (MPC) gebaseerde bewegingsplanner voor holonomische multi-agent systemen, door een gedecentraliseerde formulering van de alternating direction method of multipliers (ADMM) te combineren met een gecentraliseerde formulering van control barrier functions (CBF's). De methode is ontwikkeld met het oog op, maar niet beperkt tot, industriële magnetische levitatieplatforms zoals het Beckhoff XPlanar-systeem.

De klassieke gecentraliseerde MPC-benadering blijkt te schalen met ∼ O(N^2,96), waardoor de methode onuitvoerbaar wordt bij een toenemend aantal agents. Hoewel gedecentraliseerde ADMM de tijdcomplexiteit aanzienlijk vermindert, kan deze de veiligheid niet garanderen, d.w.z. er bestaat een risico op botsingen. Daarom wordt de methode aangevuld met een extra optimalisatieprobleem waarin CBF's zijn opgenomen. Het resultaat is een veilige methode die schaalt met ∼ O(N^1,82). Deze veiligheidsgarantie stelt ons in staat om het aantal ADMM-iteraties vast te leggen, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen prestaties en rekenkracht.

Om de realtimeprestaties verder te verbeteren, biedt dit werk een C++-implementatie van de hybride methode, die gebruikmaakt van de gedecentraliseerde ADMM-structuur door de code te parallelliseren. Dit vermindert de rekentijd voor 5 en 10 agents met respectievelijk 90,1% en 60,5%. De hybride methode wordt vervolgens kwalitatief en kwantitatief vergeleken met de gecentraliseerde MPC-methode. Ten slotte wordt een proof of concept gepresenteerd door de algoritmen te implementeren en te testen op het XPlanar-systeem.
Meer lezen

Wat zijn de meest effectieve educatiestrategieën voor verpleegkundigen om het vocht- en natriumbeleid aan patiënten met hartfalen uit te leggen?

Hogeschool UCLL
2025
Luca
Van Wesemael
Tijdens mijn stages op de afdeling cardiologie viel het mij op hoe moeilijk het voor patiënten met hartfalen is om zich aan een strikt vocht- en natriumbeleid te houden. Vaak kregen ze tegenstrijdige adviezen van verschillende zorgverleners, wat leidde tot verwarring en frustratie. Daarom besloot ik mijn bachelorproef te wijden aan dit onderwerp. Met de vraag: “Wat zijn de meest effectieve educatiestrategieën voor verpleegkundigen om het vocht- en natriumbeleid aan patiënten met hartfalen uit te leggen?” ging ik opzoek naar een antwoord dat patiënten de weg wijst naar meer kennis en een betere ziektebeleving.
Uit mijn literatuurstudie kwamen drie strategieën naar voren die écht het verschil maken: de teach-back methode, waarbij patiënten in hun eigen woorden uitleggen wat ze hebben begrepen; multimedia educatie, die complexe informatie toegankelijk maakt via filmpjes en interactieve tools; en de constructivistische methode, die patiënten actief betrekt bij hun leerproces. Deze aanpakken verbeteren niet alleen kennis en therapietrouw, maar zorgen ook voor minder ziekenhuisopnames en een hogere levenskwaliteit.
Mijn onderzoek toont dat verpleegkundigen met duidelijke, interactieve educatie een cruciale impact hebben op de gezondheid en het welzijn van patiënten met hartfalen.
Meer lezen

Probabilistic geotechnical calculations of dikes

Universiteit Gent
2025
Thibo
Verstrynge
Traditionele geotechnische ontwerpmethoden in België zijn in hoofdzaak gebaseerd op deterministische of semi-probabilistische benaderingen. Deze leiden vaak tot conservatieve schattingen die de inherente variabiliteit van het bodemgedrag slechts beperkt weerspiegelen. In deze thesis wordt de praktische toepassing van volledig probabilistische geotechnische berekeningen onderzocht, met specifieke aandacht voor het voorspellen van dijkzettingen.

Het onderzoek richt zich op het project voor dijkversterking te Groot Schoor (Bornem), dat deel uitmaakt van het bredere Vlaamse Sigmaplan voor waterveiligheid. Hierbij wordt uitgebreide veld- en laboratoriumdata geïntegreerd met geavanceerde probabilistische methoden.

Een omvattende methodologie wordt ontwikkeld, waarin PLAXIS 2D eindige-elementenmodellering wordt gecombineerd met Python-gebaseerde automatisering en probabilistische berekeningen. Via een sensitiviteitsanalyse worden de belangrijkste bodemparameters geïdentificeerd en gemodelleerd als stochastische variabelen, gebaseerd op kansverdelingen afgeleid uit CPT(u)-gegevens en laboratoriumproeven. Latin hypercube sampling wordt toegepast om representatieve inputsets te genereren, terwijl een response-surface model, getraind op een beperkt aantal PLAXIS-simulaties, een grootschalige probabilistische analyse mogelijk maakt. Bayesian updating, geïmplementeerd via de Markov Chain Monte Carlo-methode, verfijnt de probabilistische voorspellingen door de integratie van werkelijke zettingsmetingen uit de monitorcampagne.

De resultaten tonen aan dat probabilistische methoden niet alleen de variabiliteit en onzekerheid van zettingsgedrag accurater weergeven dan deterministische benaderingen, maar tevens waardevolle inzichten verschaffen in parametersensitiviteit en modelrobuustheid. Deze studie bevestigt de haalbaarheid en de voordelen van het structureel integreren van probabilistische technieken in geotechnisch ontwerp, wat de weg opent naar betrouwbaardere en kostenefficiëntere infrastructuurontwikkeling, evenals data-gestuurde besluitvorming.
Meer lezen

Objectdetectie in sonardata met behulp van semi- en self-supervised learning

HOGENT
2025
Yoran
Gyselen
Sinds de opkomst van krachtige AI- en deep learning-modellen is data uitgegroeid tot een essentiële en vaak beperkende factor in het ontwikkelingsproces. Waar eenvoudige modellen vaak kunnen volstaan met beperkte en eenvoudige datasets, vereisen complexere modellen – zoals die voor objectdetectie – steeds grotere en rijkere hoeveelheden gelabelde data. Dit vormt een belangrijk probleem in domeinen zoals sonarbeeldvorming, waar dergelijke datasets niet beschikbaar zijn als kant-en-klare bronnen en handmatige annotatie buitengewoon tijdsintensief en kostbaar is. Dit onderzoek richt zich daarom op de centrale vraag: hoe kunnen semi-supervised en self-supervised leermethoden het labelproces bij objectdetectie in sonardata versnellen, zonder significant verlies aan nauwkeurigheid?

Om deze vraag te beantwoorden is een experimenteel kader opgezet waarin drie benaderingen zijn onderzocht: een volledig supervised baseline gebaseerd op Faster R-CNN, een semi-supervised model met FixMatch, en een self-supervised strategie waarbij een BYOL-model wordt gepretraind en vervolgens gebruikt als backbone binnen een Faster R-CNN-architectuur. De experimenten zijn uitgevoerd op een publieke sonardataset bestaande uit 7600 gelabelde sonarbeelden. Voor de supervised baseline is het model getraind op verschillende hoeveelheden gelabelde data: 1%, 5%, 10%, 50% en 100%. De bijbehorende mAP-scores tonen een sterke daling in nauwkeurigheid naarmate de hoeveelheid gelabelde data afneemt, met resultaten variërend van 0.7717 (100%) tot slechts 0.2799 bij gebruik van 1% van de data.

In het semi-supervised scenario is FixMatch toegepast met 5% en 10% gelabelde data, terwijl de resterende data werd gebruikt als ongelabelde input. Deze aanpak resulteerde in mAP-scores van respectievelijk 0.6649 en 0.6828, wat duidelijk betere prestaties zijn dan het supervised model op dezelfde labelniveaus. Voor het self-supervised model werd BYOL gepretraind op de volledige dataset zonder labels. De representaties die dit opleverde zijn vervolgens geïntegreerd in Faster R-CNN, waarbij opnieuw 5% en 10% van de data gelabeld werd gebruikt voor training. Deze benadering leverde de hoogste nauwkeurigheid binnen de lage-labelscenario's, met mAP-scores van respectievelijk 0.6452 en 0.7230.

De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat zowel semi-supervised als self-supervised technieken effectief zijn in het verminderen van de afhankelijkheid van handmatig gelabelde data, terwijl de modelprestaties grotendeels behouden blijven. Met name self-supervised pretraining via BYOL blijkt zeer waardevol in situaties met beperkte gelabelde data. Deze bevindingen bieden praktische aanknopingspunten voor het ontwikkelen van efficiëntere workflows in sonarbeeldanalyse, en zijn relevant voor bredere toepassingen in domeinen waar gelabelde data schaars of moeilijk te verkrijgen is. Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, is vervolgonderzoek nodig om de generaliseerbaarheid naar andere types sonardata of real-time toepassingen te evalueren.
Meer lezen

Geautomatiseerde Analyse van Waargenomen Objecten en Kijkduur met behulp van Hoofd Gemonteerde Eyetracking in Zorgsimulaties.

HOGENT
2025
Ilian
Bronchart
Observatievaardigheden zijn van belang voor zorgverleners, zowel voor accurate diagnoses als voor empathische patiëntondersteuning.
De huidige evaluatie van deze vaardigheden in gesimuleerde omgevingen steunt vaak op subjectieve methoden zoals zelfrapportage en directe observatie door docenten.
Hoewel de Tobii eyetracking-brillen in het Zorglab van HOGENT objectieve blikdata leveren,
ontbreekt er tot op heden geschikte software om automatisch te analyseren welke objecten studenten waarnemen en voor hoe lang.
Deze bachelorproef beantwoordt hoe computervisiemodellen geïntegreerd kunnen worden met eyetrackingdata van Tobii Glasses om de observatieprestaties van studenten automatisch te analyseren.
De analyses dienen de feedback door docenten in het Zorglab te versterken.

Deze doelstelling werd uitgewerkt door middel van van een proof-of-concept (PoC) softwareapplicatie.
Dit proces startte met een literatuurstudie naar eyetracking-analyse en relevante computervisiemodellen (o.a. YOLO, SAM, DINOv2).
Vervolgens werd een prototype applicatie ontworpen en geïmplementeerd (Python, FastAPI, HTMX), inclusief een semi-automatische labeling-tool die gebruik maakt van SAM2 voor objectsegmentatie en -tracking.
Om de PoC te valideren, werd een gecontroleerd experiment uitgevoerd in het Zorglab.
Hier genereerden studenten aan de hand van Tobii Pro Glasses 3, eyetrackingopnames tijdens gesimuleerde observatietaken.
Deze opnames, samen met twee specifieke kalibratieopnames, werden gelabeld met de ontwikkelde tool om een grondwaarheidsdataset te creëren.
Een analysepijplijn werd ontworpen en geëvalueerd. In deze analyse werd de trackingfunctionaliteit van FastSAM gecombineerd met blikgestuurde filtering en classificatie van objectsegmenten, middels een getraind YOLOv11-objectdetectiemodel.
De prestaties werden geëvalueerd aan de hand van precisie, recall en F1-score, na optimalisatie via een grid search van hyperparameters.

Uit de resultaten bleek dat de combinatie van FastSAM-tracking met een YOLOv11-objectdetector (getraind op 1000 samples per klasse) de beste prestaties opleverde, met een F1-score van 0.80, een precisie van 0.94 en een recall van 0.70.
De hoge precisie toont aan dat het systeem met grote zekerheid de correcte objecten identificeert, hoewel een significant deel van de fout-positieven in de werkelijkheid correct gedetecteerde objecten bleken te zijn, die niet in de grondwaarheid waren opgenomen.
De lagere recall wijst erop dat niet alle bekeken objecten consistent werden gedetecteerd, voornamelijk door problemen met kleine, transparante objecten en door inconsistenties tussen de FastSAM-segmentaties en de grondwaarheid.
De FastSAM-tracking bleek de meest beperkende factor in de pijplijn.

Deze bachelorproef levert een werkend PoC en een methodologie op die de haalbaarheid van geautomatiseerde analyse van observatievaardigheden aantoont.
Het biedt een objectieve, datagestuurde basis om de feedback aan studenten te verbeteren en de effectiviteit van simulatietraining in de zorg te verhogen.
Op deze manier legt het een fundament voor verder onderzoek naar robuustere analysemethoden.
Meer lezen

Investor protection in ESG ratings: A law and economics approach

KU Leuven
2025
Aline
Soenen
Duurzaamheid speelt vandaag de dag een sleutelrol in de financiële wereld, en roept tegelijk veel vragen op. ESG-ratings worden steeds vaker gebruikt door investeerders, terwijl de betrouwbaarheid en de transparantie ervan niet altijd gegarandeerd zijn. Deze masterthesis analyseert de agency kosten in verband met ESG-ratings. Daarnaast wordt de recente Europese regulering onder de loep genomen om te evalueren of deze adequaat is voor het aanpakken van de huidige uitdagingen, met nadruk op beleggersbescherming. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen in het proces.
Meer lezen

Liefde in vloeibare vorm, niet gedragen wel gevoed

Thomas More Hogeschool
2025
Lore
Wuyts
De bachelorproef *“Liefde in vloeibare vorm, niet gedragen wel gevoed”* onderzoekt hoe vroedvrouwen ouders kunnen ondersteunen bij **lactatie-inductie**, het proces waarbij melkproductie wordt opgewekt bij personen die niet zwanger zijn (geweest). Deze praktijk biedt niet alleen voeding voor het kind, maar versterkt ook de ouder-kindbinding en draagt bij aan inclusieve zorg, onder meer voor adoptieouders, co-lacterende koppels en transgender personen.

Aan de hand van een literatuurstudie werden de methoden, uitdagingen en de rol van vroedvrouwen in kaart gebracht. Zowel hormonale en medicamenteuze benaderingen als natuurlijke methoden zoals borststimulatie en voedingsondersteuning kwamen aan bod. Uit de resultaten blijkt dat vroedvrouwen een sleutelrol spelen in het informeren, begeleiden en psychosociaal ondersteunen van (wens)ouders. Belangrijke succesfactoren zijn een tijdige voorbereiding, empathische communicatie, multidisciplinaire samenwerking en aandacht voor diversiteit.

De conclusie luidt dat lactatie-inductie meer is dan een medische techniek: het is zorg die vraagt om kennis, openheid en respect. Er is nood aan meer sensibilisering en vorming, zodat vroedvrouwen deze vorm van borstvoeding op een veilige en inclusieve manier kunnen integreren in de perinatale zorg.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

MEDISCHE PODCASTS ALS LEERMIDDEL BINNEN DE GENEESKUNDE: LUISTERPLEZIER OF OOK EEN LEEREFFECT?

Universiteit Gent
2025
Lotte
De Rick
  • Annelien
    Lombaert
Deze masterproef onderzocht of medische podcasts een effectief leermiddel zijn voor zorgprofessionals. Op basis van een literatuurstudie werden 33 relevante studies geanalyseerd. De meeste studies betrokken studenten geneeskunde en artsen in opleiding.

De resultaten tonen dat podcasts sterk gewaardeerd worden om hun toegankelijkheid, flexibiliteit en leerwaarde. Ze leiden bovendien tot kennisverwerving en -behoud, en soms ook tot zelfgerapporteerde veranderingen in klinisch handelen. Er is echter nog geen bewijs dat podcasts invloed hebben op klinische of patiënt-gerapporteerde uitkomsten.
Meer lezen

Impact van Onyx-injectiesnelheid bij endovasculaire embolisatie: een computationele meerfasestromingsstudie van een patiënt-specifieke arterioveneuze malformatie

Universiteit Gent
2025
Kaat
Wille
Cerebrale arterioveneuze malformaties (AVM’s) zijn afwijkingen in de hersenvaten waarbij slagaders en aders rechtstreeks met elkaar verbonden zijn, zonder tussenliggende haarvaten. Dit veroorzaakt een complex netwerk van bloedvaten dat risico’s op bloedingen, epileptische aanvallen en neurologische aandoeningen met zich meebrengt. Een veelgebruikte behandeling is endovasculaire embolisatie, waarbij een vloeibaar embolisch middel – vaak Onyx – via een microkatheter wordt ingespoten om de AVM te blokkeren. Het succes van deze procedure hangt af van de ervaring van de behandelede arts, onder andere bij het bepalen van de katheterpositie en injectiesnelheid. Hierdoor groeit de interesse naar kwantificatie van deze parameters.
Hoewel de FDA (Food and Drug Administration) een aanbevolen injectiesnelheid van 0.16 ml/min en een bovengrens van 0.30 ml/min voorschrijft, wordt dit in de praktijk zelden actief gemonitord. In deze thesis wordt met behulp van computationele vloeistofdynamica (CFD) onderzocht hoe de injectiesnelheid de verdeling en stroming van Onyx beïnvloedt. Hiervoor worden de bloed- en Onyx-stromingen gemodelleerd in een patiënt-specifieke AVM-geometrie, gebaseerd op medische beeldvorming.
De resultaten tonen aan dat de injectiesnelheid een duidelijk effect heeft: hogere snelheden versnellen de verspreiding van Onyx, beïnvloeden de verdeling binnen de AVM en veroorzaken hogere lokale drukverschillen. Dit benadrukt dat de injectiesnelheid een kritische parameter is die in de klinische praktijk meer aandacht verdient. Verdere studies met uitgebreidere patiënten data en experimentele validatie zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen en te vertalen naar de kliniek.
Meer lezen

Hoe kan nazorg vanuit de contextbegeleiding die DC Jan Rap, binnen de Waaiburg, biedt vormgegeven worden?

Hogeschool UCLL
2025
Yinke
Macquoy
Deze bachelorproef onderzoekt hoe nazorg binnen contextbegeleiding bij Dagcentrum Jan Rap (vzw De Waaiburg) op een effectieve en mensgerichte manier kan worden vormgegeven. Nazorg na intensieve begeleidingstrajecten blijkt vaak ongestructureerd en onvoldoende toegankelijk, wat de kwetsbaarheid van jongeren en gezinnen vergroot.

Door een combinatie van literatuurstudie, interviews met coördinatoren, gezinnen en organisaties, en observaties van nazorggesprekken, worden werkzame elementen geïdentificeerd zoals het behouden van contact, netwerkbetrokkenheid en het creëren van een warme overgangsfase. Een concreet resultaat is de ontwikkeling van een “Nazorgbox”: een toolkit die begeleiders en gezinnen handvatten biedt voor een gestructureerde en ondersteunende nazorgperiode.

De studie benadrukt het belang van structurele verankering van nazorg binnen het beleidskader van de jeugdhulp, zodat jongeren en gezinnen ook na afronding van een traject optimaal ondersteund blijven en terugval kan worden voorkomen.
Meer lezen

Resight — An Adaptive Typographic and Reading System for Central Vision Loss

Hogeschool PXL
2025
Monica
Hutama
Age-related macular degeneration (AMD) is the leading cause of blindness in developed countries and currently affects over 200 million people worldwide—a figure projected to reach 300 million by 2040 (Wong et al., 2014). Despite this high prevalence, most assistive reading technologies continue to prioritize magnification or contrast enhancements, offering limited support for the specific visual challenges posed by central vision loss. In particular, the potential of typography, despite its ubiquity, remains underutilized as an adaptive tool for addressing the specific demands of peripheral vision.

This thesis responds to this gap by proposing a hypothesis-driven reading system that integrates adaptive typography, kinetic text presentation, and eccentric viewing support. Grounded in interdisciplinary evidence from typographic research, vision science, low vision rehabilitation, and reading technology, the project repositions typography as an active contributor to accessible reading.

Two key outcomes were developed: Locus Serif, a variable typeface optimized for peripheral legibility through research-led modifications of multiple typographic parameters, including stroke weight (set between 22–33% of x-height), low stroke contrast, increased x-height, adjustable letter width (narrowing in the foveal region and widening toward the periphery), and scalable serif length (shortened progressively to maintain spatial balance with wider forms). These coordinated adjustments also influence the typeface’s visual rhythm, aiming to achieve an effective balance between heterogeneity and homogeneity—critical for supporting word segmentation and perceptual clarity in peripheral reading. The second component, ReSight, is a horizontal scrolling reading interface aligned to the user’s Preferred Retinal Locus (PRL), incorporating optional PRL calibration via a simplified Amsler grid, high-contrast display, fixation support, and adjustable scrolling controls.

Together, these components demonstrate how typographic design, when grounded in scientific research and implemented responsively, can enhance reading accessibility for individuals with central vision loss. The project offers a design-led framework that invites future empirical validation and potential integration into assistive reading technologies across platforms and scripts.
Meer lezen

High-Throughput CCSDS Baseband Modem with GPU Support for Satellite SDR Modem Application

KU Leuven
2025
Tijn
De Wever
Satellietcommunicatiesystemen hebben af te rekenen met verschillende vormen van interferentie en vereisen robuuste communicatiemethoden om betrouwbare dataoverdracht te kunnen garanderen. Dit leidt tot extra complexiteit bij zowel de zender als de ontvanger, die hiervoor vaak specifieke hardware nodig hebben om rekenintensieve bewerkingen uit te voeren. Software-defined radio (SDR) modems vormen een software-gebaseerde alternatief dat meer flexibiliteit biedt. Het nadeel is echter dat ze doorgaans minder goed presteren.

Deze thesis onderzoekt of een graphics processing unit (GPU) ingezet kan worden om een snellere dataverwerking toe te laten in een SDR-modem, met als doel de prestaties aanzienlijk te verbeteren. De focus ligt hierbij op een suppressed carrier demodulator, een veelgebruikte maar rekenintensieve stap binnen SDR-ontvangers.

Er werd uitgebreid onderzoek gedaan naar de werking van de suppressed carrier demodulator, een belangrijke stap bij het optimaliseren ervan. Daarnaast werd de GPU-technologie bestudeerd, met aandacht voor architectuur, geheugenhiërarchie, programmeermodellen en de selectie van een geschikte GPU-kaart. SYCL werd gekozen als programmeermodel vanwege zijn flexibiliteit, platformonafhankelijkheid en ontwikkeld ecosysteem.

De bestaande demodulator werd geanalyseerd om knelpunten en kritische componenten in kaart te brengen. Op basis daarvan zijn twee parallellisatiestrategieën voorgesteld, elk met een verschillend niveau van parallelisme. Voor één van deze strategieën werd een proof of concept ontwikkeld, waarbij vier belangrijke componenten van de demodulator werden geparallelliseerd. Aan de hand van testbenches werden deze componenten afzonderlijk geëvalueerd. Hierbij werd het potentieel van GPU-parallellisatie duidelijk aangetoond, met snelheidsverbeteringen tot 12,5 keer onder de typische werkomstandigheden van de demodulator. Tijdens de integratie in de demodulator werd echter een onverwachte overhead vastgesteld, wat de prestaties negatief beïnvloedde. Door deze te compenseren werd de snelheidslimiet van 8 Msym/s op 11 Msym/s gebracht, wat overeenkomt met een versnelling van 37,5%.

Ondanks de beperkte prestatiewinst bij de integratie, toonden de afzonderlijke componenten aan dat door GPU-parallellisatie aanzienlijke datasnelheden behaald kunnen worden. De aparte componenten zijn momenteel al in staat tot deze hogere prestaties, maar worden beperkt door de architectuur van de demodulator. Deze studie vormt daarmee een stevige basis voor verdere ontwikkeling, waarbij het upgraden van dit proof of concept naar de tweede parallellisatiestrategie aanbevolen wordt om het volledig potentieel van de GPU te benutten.
Meer lezen

Bouwen met CLT: Een analyse voor een Best-Practice ontwerp- en bouwpraktijk in België

Universiteit Gent
2025
Tomas
De Landsheer
De bouwsector stoot wereldwijd bijna 40% van alle CO₂ uit. Hout kan een belangrijk alternatief zijn voor beton en baksteen, omdat het CO₂ opslaat en vaak sneller en efficiënter verwerkt kan worden. Een veelbelovende vorm van houtbouw is Cross-Laminated Timber (CLT), waarbij planken kruislings verlijmd worden tot sterke panelen. In landen als Zweden en Canada zijn al indrukwekkende houtprojecten gebouwd, maar in België blijft het gebruik voorlopig beperkt. De reden? Ons natte klimaat en een gebrek aan duidelijke richtlijnen rond vochtbescherming.

In mijn onderzoek bracht ik de risico’s voor CLT in België in kaart. Ik vergeleek internationale kennis en voorbeelden met de Vlaamse praktijk, interviewde bouwprofessionals en volgde een groot project op in Gent. Daaruit blijkt dat het klimaat op zich niet het grootste probleem is, maar wel de manier waarop we met vocht en hout omgaan. Daarom ontwikkelde ik een Vocht-Beheersings-Plan (VBP) en praktische tools die architecten, aannemers en ingenieurs kunnen gebruiken om houten gebouwen beter te beschermen.
Meer lezen

Evaluating multi-pollutant methods for PFAS mixture effects on immunometabolic health

Universiteit Hasselt
2025
Jonas
Meijerink
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Mensen worden dagelijks blootgesteld aan vele chemicaliën, waarvan de effecten op onze gezondheid vaak onbekend zijn. Omdat we aan meerdere stoffen tegelijk worden blootgesteld, is het cruciaal om niet alleen naar individuele stoffen te kijken, maar naar de gehele cocktail. Het onderzoek vergelijkt verschillende statistische methoden voor het schatten van individuele en gezamenlijke effecten. Hierbij ligt de focus op PFAS in humane biomonitoringstudies. Resultaten tonen aan dat verschillende ‘multi-pollutant’ methodes de effecten van volledige PFAS-cocktails beter detecteren dan traditionele technieken. Tegelijk laten de resultaten zien dat methoden die de cocktail negeren tot misleidende conclusies kunnen leiden. Bovendien blijken gezamenlijke effecten vaak makkelijker te detecteren dan individuele effecten. De studie benadrukt dat de juiste methodologie essentieel is om complexe milieu- en gezondheidsvragen te begrijpen en vormt een basis voor een effectievere risico-inschatting in de toekomst.
Meer lezen