Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Postoperatieve pijnbehandeling na chirurgie met blokverdoving.

Hogeschool PXL
2026
Judith
Debacker
Mijn scriptie gaat over postoperatieve pijn na een orthopedische ingreep waarbij blokanesthesie is toegepast, ook wel reboundpijn genoemd. Ik heb de incidentie van pijn onderzocht en samen met artsen en anesthesisten een nieuw protocol samengesteld waarbij ik vooral de rol als verpleegkundige mee uitwerkte.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Arbeidsongeschiktheid in Vlaamse gemeenten. Een kwalitatieve vergelijkende analyse

KU Leuven
2026
Rens
Vandenbussche
Het aantal langdurig arbeidsongeschikten in Vlaanderen is de afgelopen decennia sterk gestegen, maar deze stijging verliep niet gelijkmatig tussen gemeenten. Terwijl sommige gemeenten percentages langdurige arbeidsongeschiktheid boven de 11 procent kennen, blijven andere onder de 4 procent. Deze lokale verschillen suggereren dat gemeentelijke kenmerken een belangrijke rol spelen. Deze masterproef onderzoekt welke combinaties van sociaaleconomische, demografische en arbeidsmarktgerelateerde factoren samenhangen met een hoog of laag aandeel langdurig arbeidsongeschikten in Vlaamse gemeenten.

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van Qualitative Comparative Analysis (QCA), meer specifiek crisp-set QCA. Deze methode laat toe om gemeenten te analyseren als configuraties van condities die samen leiden tot een bepaalde uitkomst. In totaal werden veertig Vlaamse gemeenten geselecteerd: de twintig gemeenten met de hoogste percentages langdurig arbeidsongeschikten en de twintig gemeenten met de laagste percentages.

De resultaten tonen aan dat langdurige arbeidsongeschiktheid niet verklaard kan worden door één afzonderlijke factor, maar het resultaat is van een complex samenspel tussen bevolkingskenmerken en arbeidsmarktstructuren. Gemeenten met hoge percentages langdurige arbeidsongeschiktheid worden vaker gekenmerkt door een sociaaleconomisch kwetsbare bevolking, een minder sterke arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden die het risico op uitval vergroten. Gemeenten met lage percentages langdurige arbeidsongeschiktheid vertonen daarentegen vaker gunstigere arbeidsomstandigheden en een bevolking met gemiddeld een sterkere sociaaleconomische positie.

De bevindingen onderstrepen dat langdurige arbeidsongeschiktheid een multidimensioneel en lokaal ingebed fenomeen is, waarbij verschillende condities elkaar versterken of compenseren. Deze studie biedt daardoor niet alleen inzicht in welke factoren relevant zijn, maar vooral in hoe specifieke combinaties van factoren leiden tot uiteenlopende gemeentelijke profielen.
Meer lezen

Een participatief actie-onderzoek naar inclusieve stadsvernieuwing en de integratie van de Comunidade do Pilar.

Universiteit Antwerpen
2026
Delphine
De Roy
Hoe kan een binnenstedelijke, gemarginaliseerde gemeenschap zoals de Comunidade do Pilar mee vormgeven aan inclusievere stadsvernieuwingsconcepten voor haar onmiddellijke en ruimere omgeving, en zo de noodzakelijke kennis ontwikkelen om haar recht op ruimtelijke inspraak beter te versterken en structureel te verankeren?
Meer lezen

Hoe kan ik als eerstelijns hulpverlener het cliëntensysteem van een volwassen persoon ondersteunen bij gecompliceerde rouw?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Amber
De Koninck
Rouw is een normaal onderdeel van het leven, maar soms blijft iemand vastzitten in een intens en langdurig rouwproces. Deze bachelorproef onderzoekt hoe eerstelijnshulpverleners het cliëntensysteem (familie en naasten) kunnen ondersteunen wanneer een volwassen persoon met gecompliceerde rouw geen professionele hulp wil aanvaarden. Vanuit literatuuronderzoek en een persoonlijke praktijkervaring wordt ingegaan op de impact van gecompliceerde rouw op zowel de rouwende als diens omgeving. Daarnaast worden de noden van naasten in kaart gebracht en worden concrete handvatten aangereikt voor hulpverleners, waaronder een sociale kaart en een brochure met toegankelijke informatie en ondersteuningsmogelijkheden. De bachelorproef benadrukt dat niet alleen de rouwende, maar ook het cliëntensysteem nood heeft aan erkenning, informatie en begeleiding om het rouwproces samen draaglijker te maken.
Meer lezen

Te klein voor woorden, niet voor pijn: Patiëntgerichte pijnzorg voor neonaten op de NICU en de impact op ouders en verpleegkundigen

Hogeschool UCLL
2026
Amber
Martin
Deze bachelorproef onderzoekt de impact van het niet-systematisch toepassen van niet-farmacologische pijninterventies bij neonaten op de NICU. Aan de hand van een literatuurstudie wordt nagegaan welke gevolgen dit heeft voor neonaten, ouders en zorgverleners. De resultaten tonen aan dat interventies zoals huid-op-huidcontact, orale sucrose, borstvoeding en gefaciliteerd instoppen pijn en stress bij neonaten kunnen verminderen. Daarnaast blijkt dat actieve ouderparticipatie de betrokkenheid en het welzijn van ouders bevordert, terwijl een gebrek aan ondersteuning en duidelijke richtlijnen kan leiden tot stress bij ouders en morele stress bij verpleegkundigen. Op basis van deze bevindingen werd het NeoTripleComfort Programma ontwikkeld, een praktijkgericht model dat focust op systematische comfortzorg, ouderparticipatie en ondersteuning van zorgverleners, met als doel de kwaliteit van neonatale pijnzorg op de NICU te verbeteren.
Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

De Rol van Fort van Breendock tijdens de Duitse Bezetting in België

Thomas More Hogeschool
2026
Luca
Guarrera
Fort van Breendonk

Stel je voor dat een plek die ooit bedoeld was om een land te verdedigen, later verandert in een plaats van angst, pijn en onderdrukking. Dat is precies wat er gebeurde met het Fort van Breendonk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Oorspronkelijk werd het fort gebouwd tussen 1904 en 1914 als onderdeel van de verdedigingslinie rond Antwerpen. Maar in mei 1940, tijdens de Duitse inval, viel het vrijwel zonder verzet in handen van de Duitsers.

Vanaf dat moment veranderde alles. Het fort werd door de SS omgevormd tot een detentiekamp waar gevangenen werden opgesloten, mishandeld en gedwongen tot zware arbeid. Mensen leefden er in angst, zonder te weten wat hun toekomst zou worden.

Wat dit verhaal extra aangrijpend maakt, is dat niet alleen verzetsstrijders, maar ook onschuldige burgers werden vastgehouden. Het fort werd een symbool van terreur en controle.

In mijn thesis onderzoek ik hoe het Fort van Breendonk van een verdedigingsfort veranderde in een plaats van onderdrukking, en welke rol het speelde tijdens de Duitse bezetting van België.

Dit is niet zomaar geschiedenis. Het is een verhaal van menselijk leed, overleven en herinnering.
Meer lezen

Perioperatieve hypothermie bij volwassenen

HOGENT
2026
Melissa
Deij
Deze literatuurstudie onderzoekt welke verpleegkundige interventies beschreven worden om perioperatieve hypothermie te voorkomen bij volwassen patiënten die laparoscopische chirurgie ondergaan. Perioperatieve hypothermie is een frequent voorkomend probleem dat geassocieerd wordt met verschillende postoperatieve complicaties, zoals pijn, rillingen en infecties.

Op basis van zeven wetenschappelijke studies werden verschillende interventies geïdentificeerd, waaronder preoperatieve opwarming, actieve intraoperatieve opwarming, het gebruik van verwarmde vloeistoffen en temperatuurmonitoring. Daarnaast werd het belang van een multimodale aanpak benadrukt.

De resultaten suggereren dat deze interventies geassocieerd zijn met een betere temperatuurcontrole en gunstige klinische uitkomsten, zoals minder hypothermie, minder pijn en een kortere recoveryduur. Verder wordt het belang van een gestructureerd en evidence-based temperatuurmanagement binnen de perioperatieve zorg benadrukt.
Meer lezen

De ontbrekende schakel in het recht op werk voor personen met een handicap: Een Europees en internationaal perspectief op inclusieve arbeidsmarkten

Vrije Universiteit Brussel
2026
Gitte
Waege
Deze masterproef bestudeert het internationaal, Europees en Belgisch recht omtrent het thema recht op werk voor personen met een handicap zonder werkervaring. Er wordt extra aandacht besteedt aan redelijke aanpassingen en het non-discriminatiebeginsel. Het verhaal van “Noah”, een hoogopgeleide persoon met een handicap, die geen toegang vindt tot de reguliere arbeidsmarkt, illustreert dat er structurele, administratieve en wettelijke barrières zijn bij de overgang van onderwijs naar werk. Deze thesis analyseert het wettelijk kader rond werk en handicap door de focus te leggen op het VN verdrag voor personen met een handicap, de Europese richtlijn 2000/78/EG en de Belgische wetgeving. Deze analyse toont aan dat er een evolutie gaande is van het medisch model naar het sociaal model van handicap, waarbij de focus niet meer ligt op de handicap maar op de interactie met omgeving barrières. Redelijke aanpassingen zijn een essentieel instrument om toegang te krijgen tot werk. Deze masterproef toont aan dat er een kloof is tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Ondanks de verbeterde toegang tot hoger onderwijs, is de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap significant lager dan personen zonder handicap. Structurele factoren, zoals segregatie van tewerkstelling, en inadequate transitie van de sociale economie naar de reguliere arbeidsmarkt spelen een centrale rol in deze kloof. Deze masterproef concludeert dat het recht op werk juridisch verankerd is, maar omwille van de beperkte afdwingbaarheid en het gebrek aan controle op internationaal en nationaal niveau vertaald het recht op werk voor personen met een handicap zich niet in de praktijk. Redelijke aanpassingen en een inclusieve arbeidsmarkt zijn cruciaal om het recht op werk voor personen met een handicap te verzekeren.
Meer lezen

Doorbreek de stilte

Universiteit Gent
2025
Linde
Janssens
In deze masterproef onderzoek ik hoe het al dan niet zwijgen over trauma binnen familiesystemen invloed heeft op de instandhouding ervan over generaties heen. Met behulp van psychoanalytische kaders en hedendaagse literatuur tracht ik te begrijpen hoe het zwijgen, of juist het benoemen, van intergenerationeel trauma helend of verstrikkend kan werken. Misschien begint de bevrijding niet enkel bij het verleden begrijpen, maar ook bij het erkennen van de manier waarop het in ons leeft, vandaag.
Meer lezen

The Role of Coffee Cooperatives in the Socio-Economic Transition of Rebel Returnees in Sulu, Southern Philippines

Universiteit Gent
2025
Moh. Shanizee
Sarabi
Reintegrating former rebels into civilian life remains a major challenge in post-conflict societies, where sustainable livelihoods and social cohesion are essential for long-term peace. The Philippines is one of the most conflict-affected countries in the world, sharing the 29th spot with Afghanistan and ranks second in ASEAN after Myanmar. The Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM) in the southern Philippines has been particularly affected by decades of armed conflict and
institutional weaknesses, notably in provinces such as Sulu. In response, the Philippine government is promoting the integration of returnees into coffee cooperatives as part of its peace and reintegration strategy. Despite persistent volatility, the BARMM, particularly Sulu province, has emerged as one of the country’s leading coffee-producing regions contributing over a quarter of national production and providing a strategic pathway to economic recovery. It is therefore crucial to understand how these cooperatives contribute to both livelihoods and social reintegration. This study examines how membership in a coffee cooperative is associated to the socio-economic transition of rebel returnees in Sulu. Based on the Disarmament, Demobilization, and Reintegration (DDR) framework and social capital theory, a comparative cross-sectional design with survey data from 101 returnees was used. Through regression analysis and structural equation modelling, we show that membership in a cooperative is associated with higher productivity, financial stability, and stronger social capital, even if infrastructural challenges, conflict vulnerabilities, governance, and market difficulties persist. The study demonstrates how locally rooted cooperatives can transform conflict legacies into peace dividends that foster economic gains, social cohesion, and inclusive development. These findings highlight the potential of cooperatives as a pathway for durable socio-economic transitions in fragile contexts. Moreover, the study underscores the importance of targeted support, capacity building, and improved market access to enable returnee cooperatives to fully realize their role in promoting sustainable livelihoods, facilitating social reintegration, and contributing to lasting peace.
Meer lezen

ONOPGEMERKT, TOCH VERMOORD. Een kwantitatief onderzoek naar de implicaties en uitdagingen wanneer de doodsoorzaak wordt vastgesteld door artsen die geen specialist zijn in de gerechtelijke geneeskunde

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sofie
Wyloeck
Deze masterproef onderzoekt hoe huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning beoordelen bij het vaststellen van niet-natuurlijke doodsoorzaken. De hoofdonderzoeksvraag: "Hoe beoordelen huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning bij niet-natuurlijke doodsoorzaken en welke factoren dragen bij aan mogelijke tekortkomingen?" wordt in dit onderzoek beantwoord.

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst met 59 respondenten, verzameld via een convenience sampling. Door de korte onderzoeksperiode voor de dataverzameling en de gebruikte steekproefmethode is de representativiteit van de resultaten beperkt. De volledige onderzoeksperiode besloeg acht maanden.

Uit de resultaten blijkt dat vooral huisartsen hun kennisniveau als onvoldoende beoordelen, terwijl urgentieartsen vaker voldoende kennis rapporteren. Bijscholing wordt vooral door huisartsen als moeilijk toegankelijk ervaren. Beide groepen ervaren belemmeringen zoals tijdsdruk en druk vanuit politie of andere hulpverleners. Ze beschouwen de medische voorgeschiedenis, overleg met collega’s uit hun eigen praktijk of dienst en samenwerking met de politie als belangrijke ondersteuningsmiddelen.
Ondanks het gebruik van Ordomedic, maken artsen zelden gebruik van richtlijnen.

De conclusie is dat artsen behoefte hebben aan betere opleiding en ondersteuning bij het vaststellen van doodsoorzaken. Structurele scholing kan twijfels helpen verminderen. Daarnaast is aandacht nodig voor de samenwerking met politiediensten. Ten slotte verdient de invoering van digitale overlijdensaangifte zorgvuldige begeleiding om fouten en variatie in overlijdensregistratie te voorkomen.
Meer lezen

Welke sensibiliseringsmethoden zijn het meest effectief in het verbeteren van de pijnbeoordeling bij zorgverleners van ouderen met vergevorderde dementie?

HOGENT
2025
Milena
De Mesmaeker
  • Anouk
    Basslé
  • Camille
    Vanderstraeten
Ouderen met vergevorderde dementie ervaren vaak pijn die onopgemerkt blijft. Via onze bachelorproef onderzochten we hoe sensibiliseringsmethoden, zoals posters, e-learning en casusbesprekingen, zorgverleners helpen om pijnsignalen beter en sneller te herkennen.
Meer lezen

Geweld in pornografie: Percepties en attitudes van heteroseksuele mannen

KU Leuven
2025
Sien
Voets
In deze masterproef worden de percepties en attitudes van heteroseksuele mannen ten
aanzien van geweld in pornografie, en specifiek in titels van pornografische video’s,
bestudeerd. Om die doelstelling te bereiken zijn volgende twee hoofdonderzoeksvragen
opgesteld: ‘In welke mate beïnvloedt geweld in titels van pornografische video’s het
keuzeproces van heteroseksuele mannen?’ en ‘Welke variabelen hangen samen met een
voorkeur voor gewelddadige pornografie?’.
Om een antwoord te kunnen bieden op de vooropgestelde onderzoeksvragen werd een
kwantitatief onderzoek uitgevoerd waarbij Nederlandstalige heteroseksuele mannen tussen 18 en 60 jaar een online vragenlijst invulden. De finale steekproef bestaat uit 430 respondenten. In de vragenlijst werden concrete titels van pornografische video’s met uiteenlopende gradaties van geweld gepresenteerd aan de participanten. Bij elke titel dienden de participanten drie stellingen te beantwoorden om de geneigdheid om op de video te klikken, het begrip van de inhoud van de video, en de attitudes ten aanzien van de titel te onderzoeken.
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat heteroseksuele mannen gemiddeld een
voorkeur hebben voor pornografische titels die niet verwijzen naar geweld. Verder wijst het onderzoek uit dat de voorkeur van de participanten steeds uitgaat naar lichte vormen van geweld ten opzichte van zwaardere vormen. Daarnaast werden titels waarin een gebrek aan toestemming beschreven werd consistent negatiever beoordeeld dan titels die verwezen naar fysiek geweld. Ten slotte toont het onderzoek aan dat een voorkeur voor gewelddadige pornografie in verband gebracht kan worden met hostiliteit ten aanzien van vrouwen alsook met het ervaren van positieve effecten van eigen pornoconsumptie.
Meer lezen

De invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties

Universiteit Gent
2025
Emma
De Naeyer
Deze masterproef onderzoekt de invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties bij Belgische eliteatletes. Hoewel internationale aandacht voor dit thema toeneemt, bleef het onderwerp in België tot nu toe grotendeels onontgonnen terrein.

Aan de hand van een online vragenlijst bij 81 vrouwelijke Belgische topsporters uit verschillende sporten werd nagegaan hoe zij hun menstruatiecyclus ervaren, welke klachten ze ondervinden en hoe open erover gecommuniceerd wordt binnen de sportcontext.

De resultaten tonen aan dat meer dan 90% van de atletes fysieke en mentale klachten ervaart voor of tijdens de menstruatie, en dat de helft regelmatig pijnstillers gebruikt om te kunnen presteren. Daarnaast werd een hoge prevalentie van menstruatiestoornissen vastgesteld. Opvallend is dat slechts één op drie atletes met haar coach over dit onderwerp spreekt; vooral in teamsporten blijft de drempel groot.

Het onderzoek benadrukt de nood aan meer open communicatie, educatie voor coaches en medische staf en begeleiding op maat, waarbij de menstruatiecyclus structureel wordt meegenomen in trainings- en wedstrijdplanning.

Deze bevindingen leveren waardevolle inzichten voor een meer genderbewuste benadering van topsport en dragen bij tot het doorbreken van een hardnekkig taboe binnen de sportwereld.
Meer lezen

Verificatie van de CINtec PLUS Cytologietest (Roche): een dubbele kleuringstechnologie voor epitheelcellen uit uitstrijkjes van de baarmoederhals in de context van de diagnose van baarmoederhalskanker.

Erasmushogeschool Brussel
2025
Solenn
Bosmans
De scriptie behandelt de CINtec PLUS Cytologietest (Roche), een diagnostische test voor het opsporen van cellen in baarmoederhalsuitstrijkjes met een verhoogd risico op kanker. De test detecteert de co-expressie van de biomarkers p16 en Ki‑67, die informatie geven over ongecontroleerde celgroei. Tijdens de implementatie bij het Institut de Pathologie et de Génétique (IPG) werd de test uitgebreid geverifieerd op juistheid, herhaalbaarheid, reproduceerbaarheid en robuustheid om de betrouwbaarheid te bevestigen. Het doel van de test is het aantal vals-positieve resultaten te verminderen, zodat onnodige vervolgonderzoeken en stress bij vrouwen beperkt worden.
Meer lezen

Vergeten kennis: wat zeventiende- en achttiende eeuwse medicinale recepten onthullen over de impact van botanica op de geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden.

Universiteit Gent
2025
Lien
Vandenbroucke
In mijn scriptie ben ik via een vergelijkende analyse van zeventiende- en achttiende-eeuwse medicinale recepten en hun ingrediënten, gefocust op medicinale planten, nagegaan welke impact de globalisering van botanica had op de geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden. De scriptie is opgedeeld in twee grote delen.

In het eerste deel bespreek ik de bestaande literatuur of historiografie en schets ik aan de hand van een literatuurstudie de zeventiende- en achttiende eeuwse situatie in Italië, de Noordelijke Nederlanden en de Atlantische Wereld. Vervolgens heb ik een eigen studie gedaan van huishoudboeken en archiefstukken uit familiearchieven om zo te achterhalen welke nieuwe plantensoorten, medicinale recepten en aandoeningen zijn toegevoegd of verdwenen; Hierbinnen heb ik ook aandacht voor de dierlijke en minerale ingrediënten die voorkwamen in recepten om op die manier ook de impact van chemische geneeskunde te kunnen schetsen. Vervolgens onderzocht ik de oorzaken die aan de basis lagen van deze veranderingen. Ik heb me hierbij afgevraagd welke trends en individuen een impact hadden op de evolutie binnen medicinale recepten, hoe nieuwe kennis werd verspreid en in welke mate apothekers en medicinale instituties hier verantwoordelijk voor waren.

Om af te sluiten maakte ik een vergelijkende analyse tussen de situatie in de Zuidelijke Nederlanden en de regio's die voorkwamen in de literatuurstudie (Italië, de Noordelijke Nederlanden en de Atlantische Wereld). Op deze manier kon ik bijdragen aan de debatten omtrent de impact die de val van Antwerpen al dan niet had op het intellectuele leven in de Zuidelijke Nederlanden alsook mijn casus terugplaatsen in zijn bredere context.

Meer lezen

EEN ‘GROENE’ FAST-FASHION WAARDEKETEN: UTOPIE OF OPTIE?

KU Leuven
2025
Anna
Sato
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis met als titel “Een ‘groene’ fast-fashion waardeketen: utopie of optie?” heeft als overkoepelend onderwerp de ecologische duurzaamheid van de fast-fashion waardeketen. Het onderzoekt meer specifiek of het huidig juridisch kader van de Europese Unie een transparante en duurzame fast-fashion waardeketen mogelijk maakt. Het onderzoek focust zich hierbij op drie onderscheiden fases in de waardeketen, namelijk de productie-, communicatie- en afdankfase, waarrond ook de structuur van de thesis is opgebouwd. De keuze hiervoor is ingegeven door de situering in deze fases van de drie problemen uit de probleemstelling.

In de productiefase wordt meer bepaald gekeken naar het materiaal waarmee kleding geproduceerd wordt en de ecologische gevolgen ervan. In de communicatiefase krijgen greenwashing en misleidende groene claims vervolgens bijzondere aandacht. Ten slotte in de afdankfase staan kleding- en textielafval en de verwerking ervan of het gebrek eraan centraal. Voor elk van deze drie fases worden verschillende (nieuwe) Europese instrumenten nader besproken en wordt er vergeleken met de aanpak door Frankrijk, een koploper op het vlak van regelgeving over mode en duurzaamheid. Er wordt meer specifiek nagegaan of de EU- regelgeving ervoor zorgt dat de consument uiteindelijk verzekerd kan zijn dat hij een kledingstuk heeft aangekocht dat gemaakt is van recycleerbare materialen, zonder greenwashing claims op de markt is gebracht en op het einde van zijn levensduur niet op een afvalberg belandt. De evaluatiecriteria die hierbij de rode draad vormen, zijn: duurzaamheid, bescherming van de consument en rechtszekerheid. Door de verschillende instrumenten te beschrijven en daarna te evalueren, hoopt deze thesis zowel de successen als lacunes ervan in kaart te kunnen brengen. De evaluatie zal duidelijk maken dat ondanks stappen in de goede richting, er in elke fase nog tekortkomingen bestaan waardoor het lineaire bedrijfsmodel te weinig uitgedaagd wordt en de transitie naar een duurzamer model bemoeilijkt wordt.

Ten slotte heeft deze thesis als doel om op basis van de beoordelingsresultaten faseoverstijgende aanbevelingen te doen aan het huidig Europees regelgevend kader om het performanter te maken. Hoewel de werkelijke impact afhangt van de gedelegeerde handelingen, de effectieve implementatie en de kwaliteit van toezicht kunnen toch enkele suggesties gegeven worden.
Meer lezen

Sjorren aan de toekomst: een beleidsanalyse in functie van een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen

Universiteit Gent
2025
Cato
De Roover
Het onderzoek analyseert de kwetsbaarheid van Vlaamse jeugdbewegingen, die onder druk staan door gebrekkige infrastructuur, administratieve lasten, dalende ledenaantallen en veranderend vrijwilligersengagement. Via een kwalitatieve beleidsanalyse, gebaseerd op literatuur, interviews en een participatiemoment, werden vijf beleidsalternatieven ontwikkeld om een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen te stimuleren. Twee daarvan, "Zelfstandiger Jeugdwerk" en "Opgewaardeerd Jeugdwerk", bieden het meeste potentieel. Het eerste bevordert de oprichting van ondersteunende vzw’s om lokale groepen meer autonomie te geven. Het tweede stelt een onderzoek en campagne voor om de maatschappelijke en economische waarde van jeugdwerk beter in de verf te zetten. Daarnaast formuleert de scriptie nog twee bijkomende aanbevelingen: het verminderen van de versnippering van administratieve taken via het Verenigingsloket en het versterken van de Vlaamse Jeugdraad als participatiekanaal.
Meer lezen

DE ADOLESCENTE MOSLIM ALS IDENTITEITSZOEKER: EEN KWALITATIEVE STUDIE BIJ HULPVERLENERS NAAR RADICALISERING ALS EEN PROCES IN RELATIE TOT DE ADOLESCENTIE ALS LEVENSFASE

Universiteit Gent
2025
Rania
Ikoubaân
Deze masterproef onderzoekt hoe hulpverleners radicalisering bij adolescenten binnen een islamitische context begrijpen, met bijzondere aandacht voor de rol van identiteitsontwikkeling en de uitdagingen van de adolescentiefase. Sinds de aanslagen van 9/11 en de opkomst van homegrown terrorism is radicalisering een centraal thema geworden in zowel het publieke als wetenschappelijke discours. Desondanks ontbreekt een eenduidige definitie en worden radicalisering, extremisme en terrorisme vaak ten onrechte met elkaar en met de islam geassocieerd. Eerder onderzoek richtte zich vooral op justitiële dossiers of op de ervaringen van geradicaliseerde individuen, waardoor het perspectief van hulpverleners onderbelicht bleef. In dit kwalitatieve onderzoek werden twaalf bestaande, semi-gestructureerde interviews met Belgische hulpverleners geanalyseerd volgens een thematische analyse. De analyse toont dat hulpverleners radicalisering niet zien als een geïsoleerd ideologisch fenomeen, maar als een betekenisvolle oplossingspoging voor onderliggende psychische en sociale kwetsuren, vaak gerelateerd aan migratiepijn, structurele uitsluiting, intergenerationele conflicten en identiteitsproblemen. De adolescentiefase wordt door hulpverleners beschouwd als een periode van verhoogde kwetsbaarheid, waarin radicalisering kan fungeren als een poging om met gevoelens van onzekerheid, vervreemding en identiteitsvragen om te gaan. Deze bevindingen onderstrepen de noodzaak van een genuanceerde benadering van radicalisering, die oog heeft voor de individuele beleving en de bredere maatschappelijke context, en bieden waardevolle aanknopingspunten voor beleid en klinische praktijk.
Meer lezen

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

Tussen erkenning en onbegrip: een kwalitatieve studie naar het diagnosticeringstraject van vrouwen met endometriose

Universiteit Antwerpen
2025
Elena
De Munck
Deze studie onderzoekt hoe vrouwen hun wegbanen door het diagnosticeringsproces van endometriose in Vlaanderen. Via diepte-interviews wordt duidelijk hoe zij omgaan met medische onzekerheid, erkenning proberen te krijgen en soms zelf de regie over hun zorgtraject nemen.
Meer lezen

Pilgrimage Reconfigured: Vision 2030, Religious Tourism, and the Shifting Imaginaries of Flemish Muslims

Universiteit Gent
2025
Amina
Bouslah
Voor veel Vlaamse moslims is het een levensdoel om de Hajj of Umrah ondernemen naar Mekka en Medina. Eeuwenlang draaide die reis uitsluitend om spiritualiteit en verbondenheid met God. Maar sinds Saudi-Arabië in 2016 Vision 2030 lanceerde, verandert ook de manier waarop pelgrims hun reis ervaren.

In mijn onderzoek sprak ik met 125 Vlaamse moslims en deed ik aanvullende interviews. Hun verhalen tonen een dubbel beeld. Enerzijds blijft de pelgrimage een diep religieuze ervaring. Anderzijds krijgen pelgrims steeds meer te maken met moderne infrastructuur, apps zoals Nusuk en een overheid die zichzelf via sociale media als toeristische topbestemming in de markt zet.

Dat leidt tot nieuwe inzichten én spanningen. Veel pelgrims waarderen het comfort en de efficiëntie, maar anderen maken zich zorgen over de commercialisering rond de heilige plaatsen, de zichtbare armoede buiten de pelgrimszones en de rol van migrantenarbeid. Ook politiek weegt mee, sommigen ervaren ongemak over Saudi-Arabië’s internationale positie.

Mijn studie toont hoe Vision 2030 de bedevaart hertekent tot meer dan een spirituele reis. Het wordt ook een verhaal van toerisme, modernisering en geopolitiek.
Meer lezen

The Effects of Caffeine on Procedural Memory

KU Leuven
2025
Alexandre
Spacassassi Silva
Hoewel cafeïne bekend staat om haar stimulerende effecten op aandacht en stemming, blijft de invloed op het langetermijngeheugen onduidelijk. In deze studie werd onderzocht of het innemen van cafeïne ná een leersessie de consolidatie van procedureel geheugen (i.e., het geheugen voor motorische vaardigheden) kan verbeteren. Dertig gezonde volwassenen leerden een toetsvolgorde in een Serial Reaction Time Task en kregen vervolgens een capsule met placebo, 80mg of 240mg cafeïne. Een dag later werd de taak herhaald. Deelnemers die 80mg cafeïne kregen, vertoonden een significante verbetering in reactietijd tussen beide dagen in vergelijking met de placebogroep, terwijl de 240mg dosis geen gelijkaardig voordeel bood. De bevindingen suggereren dat een matige dosis cafeïne de opslag van nieuw geleerde vaardigheden subtiel kan versterken. Het effect was echter klein en mogelijk afhankelijk van gewoonlijk cafeïnegebruik, wat verdere studie vraagt naar optimale dosis, timing en individuele verschillen.
Meer lezen

Een niet-farmacologische interventie gericht op pijn, angst en stress bij kinderen op de spoedgevallendienst tussen zes en twaalf jaar.

Odisee Hogeschool
2025
Donatella
Polizzi
  • /
    /
In dit praktijkonderzoek werd nagegaan of een niet-farmacologische interventie, namelijk het gebruik van een zelfgemaakte pop, een effect heeft op de pijn, angst en stresservaringen van kinderen tussen 6 en 12 jaar die een medische handeling moeten ondergaan op de spoedgevallendienst van een algemeen Vlaams ziekenhuis. Het onderzoek werd uitgevoerd met 20 kinderen, waarvan 10 zonder en 10 met gebruik van de pop. De metingen werden verricht met behulp van verschillende gevalideerde meetschalen. De resultaten bieden inzichten in de mogelijke meerwaarde van eenvoudige, kindvriendelijke interventies om de zorgervaring op spoed voor kinderen aangenamer te maken.
Meer lezen

Looking for the Soul

Hogeschool PXL
2025
Wataru
Sato
This is a journey in search of the answer “Who am I?” and “What is a soul?”, and a story that is at the same time a fantasy.
One day in the small Belgian town of Hasselt, Holland "the glove," was feeling alone and adrift, when he met Elle, a talking dog. Through talking with Elle, he started to wonder about a soul. And heard of Shiro, a cat in Antwerp who might hold a clue to the nature of the soul. I decided to set out on a journey to discover whether I, too, possessed a soul.

In Antwerp, Holland, a half pair of glove—searched for Shiro, the cat Elle had told me about. After he arrived at a quiet park, where he met a cat matching Shiro’s description. Shiro led him to her home, where he met Donatello, a wise tortoise. Surprised that he could speak, Shiro introduced him as a possible tsukumogami—a Japanese spirit that inhabits objects. This sparked a conversation about the soul: comparing Japanese and Western concepts, touching on Greek philosophy—Socrates, Plato, and Aristotle. he listened, overwhelmed but intrigued.

That encounter made Holland reflect on the differences between cultural ideas of the soul and the possibility that even objects might have one. He began to question his own identity and purpose. This reflection inspired an artwork titled Looking for a Soul, a piece that is repeatedly broken and repaired—symbolizing the search for meaning in imperfection. As he delved deeper, he became curious about disembodiment and quantum mechanics. he reached out via video call to Paul, an octopus he had seen in scientific footage. Paul spoke of the soul as a quantum function and the possibility of existence in higher dimensions. His words gave Holland a flicker of hope.

As part of his journey to understand the “shape of the soul,” Holland joined a glassblowing workshop in rural Germany. His first attempt was clumsy: he tried shaping a piece using a broken flowerpot and a piece of leather glove as a mold. Through repeated trial and error, he began to see a reflection of his own soul in the transparent, ever-changing nature of glass. He quietly confronted himself.

Inspired by Shiro, Holland also pursued kintsugi, the Japanese art of repairing broken pottery. He traveled to Japan, searching for a school that would take him in. Eventually, he was accepted under certain conditions. He studied under Toki in Shibuya and, though the process was slow and painstaking, he committed himself to learning. Over the New Year holidays, he visited Aomori and found unexpected inspiration in the work of a Belgian artist. As he prepares to return, he quietly enjoys the winter in Japan, putting the final touches on his kintsugi.

Eventually, his glass piece, completed after many failures and repairs, broke once more. Though he felt a deep sense of loss, he refused to abandon it. He's come to believe that the soul reveals itself in the act of repair—that meaning lies not in flawlessness, but in the willingness to mend. Just like humans, objects live with their wounds. Through the lens of kintsugi, we see that damage can deepen the bond between people and things. We honor the breaks not by hiding them, but by making them beautiful.

In today’s throwaway culture, we discard things at the first sign of damage. But every object carries the imprint of someone’s hands and thoughts. By restoring broken objects and turning them into art—scars and all—we give form to the idea that even objects have souls. Still, not everything can be fixed. Choosing what to keep and what to let go of is never easy. Yet every broken thing we encounter carries meaning. Holland believes he met them not by accident, but by fate. In their fragments, he senses their feelings—and through his work, he restores their souls.
Meer lezen

Wearable Sensors for Indirect Assessment of Ground Reaction Forces and Moments in Human Movement Analysis

Vrije Universiteit Brussel
2025
Hanne
Willems
De grondreactiekracht en het grondreactiemoment zijn belangrijke variabelen om het blessurerisico tijdens het sporten in te schatten, maar konden tot nu toe enkel in gespecialiseerde laboratoria gemeten worden. In mijn scriptie ontwikkelde ik verschillende biomechanische modellen om de grondreactiekracht en het grondreactiemoment te berekenen op basis van draagbare sensoren die geïntegreerd werden in een loopbroek, zodat ze altijd en overal gemeten kunnen worden. Vervolgens werden de modellen zo accuraat mogelijk gemaakt, zowel met als zonder AI.
Meer lezen

De Hersteltrajectkamer: Een procesevaluatie

Universiteit Gent
2025
Victor
Buyl
Deze masterproef evalueert de werking van de Hersteltrajectkamer - een nieuwe soort rechtbank in het Belgisch strafrechtsysteem. Hoewel hersteltrajecten pas tegen 2028 verplicht zijn in het volledige land, ging de Gentse rechtbank al van start. Deze scriptie toont aan dat het model breed gedragen wordt door de betrokkenen, maar dat een duurzame implementatie nog verdere inspanning vereist.
Meer lezen

Geen vluggertje, maar bewustzijn: de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in het secundair onderwijs

Vrije Universiteit Brussel
2025
Jolien
Roelens
Genomineerde longlist Klasseprijs
Dit onderzoek richt zich op de effectiviteit van Nederlandstalige preventieprogramma’s tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) in het secundair onderwijs en onderzoekt de ervaringen van Vlaams schoolpersoneel met deze programma’s. Er is gebruikgemaakt van een mixed-methods benadering. Enerzijds is een inhoudsanalyse uitgevoerd van zeventien Nederlandstalige preventieprogramma’s. Anderzijds is een zelfrapportage enquête afgenomen bij 57 schoolmedewerkers die betrokken zijn bij relationele en seksuele vorming, inclusief de preventie van SGG.

De analyse toont aan dat geen enkel preventieprogramma volledig voldoet aan de achttien wetenschappelijk onderbouwde criteria voor effectieve interventies. Wel bevatten de meeste programma’s enkele positieve elementen, zoals actieve leervormen en duidelijke handleidingen. Tegelijkertijd blijken herhalingssessies, genderspecifieke kennis en ouderbetrokkenheid vaak te ontbreken. Uit de bevraging blijkt bovendien dat leerkrachten regelmatig programma’s aanpassen of zelf samenstellen, wat de effectiviteit onder druk kan zetten. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel van het schoolpersoneel aan zich momenteel onvoldoende bekwaam of opgeleid te voelen om het thema SGG adequaat te behandelen bij middelbare scholieren.

Kortom, de bevindingen onderstrepen de nood aan een overkoepelend kader voor de evaluatie van SGG preventieprogramma’s. Duidelijke richtlijnen en structurele ondersteuning zijn essentieel om leerkrachten in staat te stellen het thema op een veilige, doeltreffende en wetenschappelijk onderbouwde manier aan te kaarten. Het systematisch trainen van schoolpersoneel vormt hierbij een cruciale stap. Een open, goed ondersteunde meldcultuur kan uiteindelijk bijdragen tot vroegtijdige detectie en preventie van SGG en kan mogelijk een daling in prevalentie tot gevolg hebben.
Meer lezen