Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Meer dan marktwaarde: strategisch grondbeleid als hefboom voor sociale huisvesting in Gent

Universiteit Gent
2025
Annelien
Nevens
Deze masterproef onderzoekt hoe Gent haar sociale huisvesting kan versterken via actief grondbeleid. Centraal staan twee actieve grondbeleidstrategieën: het voorkooprecht en land value capture. Via een mix van theoretische analyses, interviews en casestudies van kleinschalige projecten en grootschalige ontwikkelingen wordt onderzocht hoe deze strategieën sociale woningen opleveren en bijdragen aan architecturale, ruimtelijke en sociale kwaliteit.

De thesis toont dat actief grondbeleid een hefboom vormt voor sociale huisvesting in Gent, maar dat de slagkracht beperkt blijft door het ontbreken van een overkoepelende strategie en een beperkte institutionele inbedding. Het voorkooprecht ondersteunt kleinschalige, kwalitatief sterke projecten, terwijl land value capture sociale woningen integreert in grootschalige projecten. Beide instrumenten dragen bij aan een evenwichtige spreiding van sociale woningen en versterken de integratie, kwaliteit en leefbaarheid van het stadsweefsel.
Meer lezen

Hunting for Exotic Features in Compact Binary Mergers with Gravitational Waves

Universiteit Gent
2025
Robin
Chan
Zwaartekrachtgolven bieden een unieke blik op ons universum en een nieuwe manier om materie te bekijken. We meten echt de dynamiek van massa's wat ons toe zou staan om op vrij natuurlijke wijze de samenstelling van compacte objecten te bepalen. Voor mijn thesis heb ik een techniek ontwikkeld die twee algemene data analyse technieken uit de zwaartekrachtgolffysica combineert om ongemodelleerde fenomenen bovenop gekende theoretische modellen toe te voegen en vervolgens te infereren. Zo'n fenomenen zouden bijvoorbeeld resonanties van neutronensterren kunnen zijn, die nauw samenhangen met de interne structuur van deze objecten, of glitches in zwaartekrachtgolfdetectoren.
Meer lezen

De bewapening van de ruimte: is het juridisch kader even leeg als de ruimte zelf?

KU Leuven
2025
Tom
Vollbracht
De bewapening van de ruimte vormt een groeiende uitdaging binnen de internationale gemeenschap. Terwijl het aantal staten met militaire ruimtecapaciteiten toeneemt en ruimtewapens ontwikkelt, ontbreekt een internationaalrechtelijk kader om dit te reguleren. Deze masterproef onderzoekt of het bestaande internationale recht in staat is in een effectief juridisch kader te voorzien. Daarnaast analyseert het hoe de statenpraktijk er vandaag uitziet door de gedragingen van staten en hun posities binnen het internationaal debat te analyseren.
Hiertoe zal deze masterproef eerst nagaan wat onder een “ruimtewapen” kan worden verstaan. Vervolgens wordt het geldig internationaalrechtelijk kader in kaart gebracht, waarbij het ruimterecht en het internationaal humanitair recht worden geanalyseerd. Daarna zal een hoofdstuk de statenpraktijk onderzoeken door de feitelijke gedragingen en internationale standpunten van staten te onderzoeken. Internationale organisaties worden hierbij niet uit het oog verloren.
Uit dit onderzoek zal blijken dat het internationaal recht vandaag grotendeels tekort schiet. Er bestaat geen universele definitie van een ruimtewapen, en begrippen als “vreedzaam gebruik” en “the province of all mankind” worden op uiteenlopende wijze geïnterpreteerd. Daarnaast varieert de statenpraktijk sterk en bestaat er een groot verschil tussen de feitelijke gedragingen van staten en hun posities in het internationaal debat.
Deze masterproef toont hierna aan dat deze uiteenlopende gedragingen en zienswijzen een belemmering vormen voor de totstandkoming van een effectief juridisch kader. Tegelijkertijd toont het een groeiend bewustzijn aan dat het uitblijven van initiatieven risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en duurzaamheid van het gebruik van de ruimte. 
Meer lezen

Improving RNA interference-based pest control using cationic polymethacrylate polymers: a case study in Spodoptera frugiperda and Leptinotarsa decemlineata

Universiteit Gent
2025
Simon
Vermeulen
Biotische factoren, zoals landbouwplagen, dragen wereldwijd aanzienlijk bij aan oogst- en voedselverliezen. Momenteel worden synthetische pesticiden nog vaak ingezet om deze organismen te bestrijden. Vanwege problemen met persistente residuvorming, risico’s voor de volksgezondheid en het ontstaan van resistentie, gecombineerd met een toenemende stimulans voor geïntegreerde plaagbeheersing, is een geleidelijke vervanging door nieuwe, veilige bestrijdingsstrategieën, zoals RNAi, noodzakelijk. Om complicaties met genetische modificatie te vermijden, kan een sproei-gebaseerde aanpak worden toegepast. Echter, hierbij blijft er onwetendheid bestaan. Deze scriptie onderzocht de potentie van de polymeren PAEMA en PGUMA, in verschillende configuraties, om deze uitdagingen te helpen overwinnen aan de hand van vier functionele parameters: de stabiliteit van dsRNA in larvale darmextracten via ex vivo degradatie-assays, niet-doelwit toxiciteit via in vitro assays, en cellulaire opname alsook polyplexvrijgave middels confocale microscopie.
Meer lezen

Silent Spread: Using a digital serious game on Phytophthora cinnamomi to facilitate cognitive thinking processes and inspire the creation of a cognitive sustainability compass

Universiteit Gent
2025
Charl Justine
Darapisa
Deze studie onderzoekt het gebruik van serious games in het bevorderen van kennisverwerving over Phytophthora cinnamomi (Pc), een invasieve bodemaandoening die het Mediterrane eikecosysteem in Spanje bedreigt. Gebaseerd op de cognitieve taxonomie van Bloom heeft het onderzoek als doel te evalueren welke specifieke spelelementen (trivia, quiz, spelbeheer en spelsituaties) de vijf cognitieve denkprocessen ondersteunen, en of serious games kunnen dienen als effectieve hulpmiddelen om via de Cognitive Sustainability Compass reflectie over duurzaamheid te stimuleren.

Silent Spread, een digitaal bordspel, werd ontwikkeld en gespeeld door 35 studenten op universitair niveau. De PLS-SEM-analyse toont aan dat Silent Spread middelhoge tot hogere denkvaardigheden bevordert, waarbij analyseren de sterkste rol speelt in het aanleren van verspreidingsmechanismen.

De sessies met de Cognitive Sustainability Compass tonen aan dat vooral de sociale pijler van duurzaamheid werd benadrukt, met thema’s als samenwerkend leren en een sterkere verbondenheid met rurale realiteiten. De studie onderstreept dat serious games vooral het toepassen van kennis stimuleren in plaats van enkel het onthouden van feiten. Daarom moet toekomstig onderzoek nagaan hoe deze spellen het leren binnen én buiten de virtuele omgeving kunnen versterken. Daarnaast stelt de studie het hiërarchisch model van Bloom in vraag en benadrukt ze dat de 21e eeuw nood heeft aan vaardigheden zoals samenwerking, probleemoplossend denken en systeemdenken, die spelers met succes hebben aangetoond.
Meer lezen

China en Zuid-Korea: Vriend of vijand? Onderzoek naar het discours van presidenten Moon Jae-in en Yoon Suk-yeol over de bilaterale relatie tussen China en Zuid-Korea

KU Leuven
2025
Basile
Moyaerts
Deze thesis onderzoekt hoe de Zuid-Koreaanse presidenten Moon Jae-in (2017–2022) en Yoon Suk-yeol (2022–) hun relatie met China construeren in officiële toespraken. Uit een analyse van de speeches blijkt een opvallende continuïteit: economische samenwerking met China wordt systematisch benadrukt, terwijl gevoelige thema’s zoals Taiwan, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee vrijwel onbesproken blijven of enkel in neutrale termen verschijnen. Ondanks hun verschillende politieke kleur volgen beide presidenten dezelfde lijn: zakelijk warm, politiek koel. Dit patroon toont hoe Zuid-Korea als middenmacht bewust inzet op “double hedging”: handel koesteren, confrontatie vermijden en zo manoeuvreerruimte behouden tussen Washington en Beijing.
Meer lezen

Model-based Outdoor Thermal Comfort and Urban Heat Island Assessment of an Urban Park: A Case Study of Zuidpark Antwerp

Universiteit Antwerpen
2025
Tim
Goossens
Het stedelijk hitte-eiland en thermisch ongemak vormen steeds grotere uitdagingen in Europese steden naarmate de klimaatverandering en verstedelijking toenemen. Deze thesis onderzoekt de microklimatologische en thermische comfort effecten van de omvorming van een verharde parkeerplaats tot een begroeid stadspark (Zuidpark, Antwerpen). Aan de hand van een combinatie van veldmetingen en ENVI-met-modellering werden drie scenario's vergeleken: een volledig verharde parkeerplaats (vroeger), de huidige situatie met jonge begroeiing (nu) en een toekomstscenario
met volledig ontwikkelde boomkruinen.

De resultaten tonen meetbare verkoelende effecten aan, met een gemiddelde daling van de luchttemperatuur overdag van 0,6 °C in het huidig scenario en 1,1 °C in het toekomstscenario. De gemiddelde daling tijdens piekuren gaat tot 1,2 °C. De fysiologische equivalente temperatuur (PET) daalde met gemiddeld 1,2 °C in het huidige scenario en gemiddeld 4,6 °C in het toekomstscenario, waardoor periodes van extreme hittestress werden uitgesteld en verkort.

Deze analyse benadrukt het belang van volgroeide boomkruinen en ventilatiecorridors voor het maximaliseren van de afkoeling, maar toont ook de beperkingen van het model
aan wat betreft de nauwkeurigheid van de luchttemperatuur in vergelijking met de stralingstemperatuur. Deze bevindingen bevestigen de waarde van stedelijke vergroening als een op de natuur gebaseerde oplossing voor het verminderen van het stedelijke
hitte-eilandeffect en het verbeteren van het thermisch comfort. De studie biedt inzichten voor stedenbouwkundigen, beleidsmakers en volksgezondheidsinstanties bij het ontwerpen van klimaatbestendige steden.
Meer lezen

Productive Campus: Future-proofing Vienna's economy through productive education

KU Leuven
2025
Britt
Van Gulck
Productive Campus is a pilot project reimagining the relationship between vocational
education and urban production by exploring a hybrid infrastructure that enables
them to coexist, and benefits both the employees and students in building a resilient,
local, and circular economy.

In a time where many cities struggle with issues such as congestion, affordability, in-
adequate infrastructure, and unemployment, Vienna repeatedly tops the ranking of
the most livable cities in Europe. Due to rapid demographic expansion, infrastructural
demands, and evolving economic systems, the search for sustainable development
strategies of the post-industrial city has been dominating political discourse on urban
transformation over the last decades.

However, a different voice is heard, one that advocates for a re-appreciation of
productive economies as a driver for sustainable urban development. Production
has become an indispensable component of an innovative, sustainable urban econ-
omy due to the increasing interrelationships with knowledge, research and develop-
ment, and services. These productive industries are essential for instigating econom-
ic growth, creating jobs for a wide range of workers, and stimulating infrastructure
development. Additionally, their high contribution to Vienna’s value creation and
collaboration with businesses, communities and governments can further facilitate
urban development by addressing specific challenges. Hence, the City of Vienna developed the ‘Produktive Stadt’ in 2017 in close partnership with the Vienna Chamber
of Commerce and the Federation of Austrian Industry.

The mutual benefits of collaboration between on the one hand knowledge institutions in favour of innovation, adaptability, and on the other hand a more networked,
collaborative economy, no longer need to be the domain of universities and larger
research facilities. This thesis takes as a stance the potential for Austria’s wide range
of vocational disciplines in specialized schools for students at the Upper Secondary
Level. Such education trajectories prepare them for future employment in the pro-
ductive sector. It raises the question whether we can develop alternative models from
this collaboration for an inclusive environment for makers with various financial and
expert backgrounds, as well as ensuring qualitative, sustainable education through
early hands-on experience.

Through literature and policy evaluation, spatial analysis, and design research, a personal design proposal seeks to integrate socio-economic, and architectural strategies
in a newly emerging urban context through the architecture of a future-proof mixed-use productive education building.

The resulting architecture envisions adaptable, hybrid spaces that cater to traditional
and new industries, providing a flexible and sustainable environment for small businesses, self-employed people, and start-ups. The integration of these real-world working conditions in addition to the required general infrastructure for education, creates
an environment in which students are motivated to become good craftspeople. The
focus on inspiring makers goes even beyond the student population, since the local
diy’er, teachers and professionals are able to enjoy lifelong practical and theoretical
skill building. The importance of qualitative education and the re-integration of production on a mixed-use site, will by extension have a positive impact on enforcing
this economic growth and stability as well as creating a local identity for its residents.
Meer lezen

Gletsjertoerisme: laatste kans in een vicieuze cirkel

Erasmushogeschool Brussel
2025
Runa
Swiggers
Gletsjers smelten wereldwijd steeds sneller. Dit heeft niet alleen een lokale impact, maar ook een globale. Toeristen worden dan ook wel eens aangemoedigd om gletsjers een laatste keer te zien. Hierdoor komt juist een vicieuze cirkel tot stand waarbij er meer aandacht wordt gevestigd op het probleem, maar tegelijkertijd meer uitstoot vrijkomt bij die reis, wat bijdraagt aan klimaatverandering.
Meer lezen

Trends in opnames en overlevingskansen bij raamslachtoffers in Opvangcentrum vogels en wilde dieren Oostende

Hogeschool VIVES
2025
Angel
Molendijk
De druk op vogelpopulaties neemt wereldwijd toe door een breed scala aan menselijke invloeden, variërend van grootschalig verlies van leefgebied tot directe sterfte door factoren als vervuiling en infrastructuur. Deze gecombineerde stressfactoren leiden op grote schaal tot de afname van vogelpopulaties. De impact hiervan mag niet onderschat worden aangezien vogels zowel ecologisch als economisch een cruciale rol spelen voor mens en milieu.

Raamcollisies zijn wereldwijd een belangrijke, maar vaak onderschatte oorzaak van vogelsterfte. Ondanks toenemende wetenschappelijke aandacht blijft Europese data schaars, waardoor het moeilijk is om de impact volledig in te schatten. Deze studie wil daaraan bijdragen door trends in aantallen en overlevingskansen van raamslachtoffers te analyseren op basis van een unieke langetermijndataset (1984–2024) uit het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren Oostende.

In totaal werden 3.804 gevallen van raamimpact bij inheemse vogelsoorten onderzocht. De resultaten laten een duidelijke toename zien in het aantal jaarlijkse opnames. Die stijgende trend kan slechts deels verklaard worden door factoren zoals een hogere meldingsbereidheid en de grotere bekendheid van het VOC. Ook het aandeel raamslachtoffers binnen het totaal aantal opnames nam toe, wat wijst op een structureel groeiend probleem.

Raamimpact bleek sterk seizoensgebonden: de meeste opnames vonden plaats in de herfst, gevolgd door zomer en lente. Vooral trekvogels, en dan met name nachtelijke trekkers, waren oververtegenwoordigd. De houtsnip (Scolopax rusticola), goudhaan (Regulus regulus) en zanglijster (Turdus philomelos) kwamen opvallend vaak voor. De houtsnip was met 651 opnames (17%) de meest getroffen soort, veel meer dan verwacht op basis van haar aandeel in de Belgische vogelpopulatie. Door gedrags- en lichaamskenmerken, zoals lage vlucht en beperkt binoculair zicht, is de soort bijzonder kwetsbaar voor botsingen.

Slechts de helft van de opgenomen slachtoffers kon opnieuw worden vrijgelaten. Overlevingskansen varieerden per soort en seizoen, en waren het hoogst in de herfst. Tegelijkertijd viel op dat soorten zoals de huismus (Passer domesticus) en groene specht (Picus viridis) veel lagere overlevingskansen hadden.

De studie bevestigt dat raamimpact geen selectieve doodsoorzaak is aangezien zowel algemene als bedreigde soorten worden getroffen. Zo behoorde 17% van de slachtoffers tot Rode Lijst-soorten. Bovendien tonen de opvangcijfers slechts een deel van het werkelijke beeld. Veel vogels sterven ter plaatse of blijven onopgemerkt, waardoor het totale sterftecijfer aanzienlijk hoger ligt.

Hoewel raamimpact zelden als klassiek dierenwelzijnsprobleem wordt erkend, veroorzaakt het vaak ernstig trauma en onzichtbare verwondingen. Vanuit zowel ecologisch als ethisch oogpunt is preventie daarom noodzakelijk. Deze studie laat zien dat systematische analyse van opvangdata waardevolle inzichten biedt voor risico-inschatting en beleid. Vogelvriendelijke architectuur, aangepaste verlichting en standaardisering van registratie bij opvang zijn cruciale pijlers voor een geïntegreerde aanpak van deze onderschatte vorm van dierenleed en biodiversiteitsverlies.
Meer lezen

Taalonafhankelijke Detectie van Computation–Constraint Inconsistenties in ZKP-Programma’s via Waardeinferentie

Vrije Universiteit Brussel
2025
Arman
Kolozyan
Genomineerde longlist mtech+prijs
Zero-knowledge proof (ZKP) is een cryptografische methode waarmee kan worden bewezen dat een bewering klopt, zonder daarbij extra informatie prijs te geven. Denk bijvoorbeeld aan het aantonen dat iemand ouder is dan achttien zonder geboortedatum of naam te onthullen. Bij ZKP's zijn altijd twee partijen betrokken: de prover, die een bewijs aanlevert, en de verifier, die nagaat of dat bewijs correct is. Het bijzondere is dat de verifier kan vaststellen of een bewering waar is, zonder toegang te krijgen tot de achterliggende gegevens.

Hoewel dit veelbelovende mogelijkheden biedt voor privacy en veiligheid, is het programmeren van zulke systemen bijzonder complex. Ontwikkelaars moeten namelijk precies aangeven welke controles de verifier moet uitvoeren wanneer die een bewijs binnenkrijgt. Als er zelfs maar één controle ontbreekt, kan een vals bewijs toch worden aanvaard en vallen alle privacy-garanties weg.

Deze scriptie introduceert een formeel model om systematisch na te gaan of er nergens een controle ontbreekt. Met behulp van dit model konden zes nieuwe soorten kwetsbaarheden worden beschreven die door bestaande hulpmiddelen niet opgespoord konden worden. Toepassing van het model leidde tot de ontdekking van vijftien tot dan toe onbekende kwetsbaarheden in zes grote ZKP-projecten, waaronder die van Microsoft en TikTok.

Daarnaast werd een prototype ontwikkeld als eerste stap richting de automatisering van dit model. Het onderzoek toont aan dat zo'n aanpak veelbelovend is, maar dat toekomstige implementaties nog preciezer en efficiënter moeten worden om grote ZKP-programma's binnen een redelijke tijd te kunnen analyseren.
Meer lezen

Samen porno kijken, hoe beïnvloedt het jouw relatie?

Universiteit Gent
2025
Antje
Lootens
Deze masterproef onderzoekt hoe gezamenlijk kijken naar pornografie de dynamiek binnen romantische relaties beïnvloedt. Via een kwantitatieve survey onder Vlaamse volwassenen wordt nagegaan of samen kijken samenhangt met relationele tevredenheid, seksuele tevredenheid en open seksuele communicatie. De resultaten tonen dat gedeeld gebruik niet direct leidt tot hogere tevredenheid, maar wél gepaard gaat met meer open communicatie tussen partners.
Meer lezen

Elimination of Priority Indoor Volatile Organic Compounds by Active Botanical Biofilters: Experimental and Modeling Approach

Universiteit Antwerpen
2025
Seppe
Vandeweghe
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Dit proefschrift onderzoekt de eliminatie van prioritaire vluchtige organische stoffen (VOS) door middel van actieve botanische biofilters via een gecombineerde experimentele en modelleringsbenadering. Het onderzoek richt zich op de verwijdering van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, formaldehyde en acetaaldehyde (BTEXFA)-verbindingen, die vertegenwoordigers zijn van binnenluchtverontreinigingen die een reële bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De experimentele benadering gebruikte een actief botanisch biofilter (ABB) en microbiële biofilters (MB's) om de prestaties van VOC-verwijdering onder verschillende randvoorwaarden te evalueren. Eerst werd een studie naar ABB-acclimatisatie uitgevoerd. Zodra de filters volledig operationeel waren en VOS verwijderden, werd een studie naar luchtsnelheidsvariatie uitgevoerd om de verwijdering bij verschillende luchtstroomsnelheden te documenteren. Tegelijkertijd werd een nieuw 3D multiphysics-model ontwikkeld op basis van computationele vloeistofdynamica om de aerodynamica van het MB-substraat, VOC-transport, en verwijderingsfenomenen te karakteriseren.

De effecten van acclimatisatie op VOC-verwijdering varieerden afhankelijk van de specifieke VOC, met verschillende patronen zichtbaar tussen BTEX, formaldehyde en acetaaldehyde. Verder werd aangetoond dat acclimatisatie door herhaalde VOC-blootstelling de efficiëntie van BTEX-verwijdering significant verbeterde. De studie naar luchtsnelheidsvariatie onthulde een complexe mix van effecten die de prestaties van ABB beïnvloeden, met veel verschillende reacties op luchtstroomverhoging tussen VOS. Een aerodynamisch submodel werd succesvol gevalideerd met experimentele gegevens, terwijl het volledige voorlopige model ruimte voor verbetering liet.

Dit onderzoek vergroot het begrip van botanische biofiltratiemechanismen en biedt praktische inzichten voor het optimaliseren van op ABB-gebaseerde binnenluchtzuiveringssystemen, en draagt bij aan duurzame toepassingen in stedelijke biowetenschap en engineering.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

Weet ik het zeker? Metacognitie en informatiezoekgedrag bij kinderen van 8 tot 10 jaar: een experimenteel onderzoek

KU Leuven
2025
Nele
Delie
Beslissingen maken integraal deel uit van ons dagelijks leven, ook bij kinderen. Bij elke beslissing ervaren we een gevoel van zekerheid of twijfel, ook wel beslissingsvertrouwen genoemd. Dit vertrouwen helpt ons om ons eigen gedrag bij te sturen, zoals het al dan niet zoeken naar extra informatie. Het vermogen om onze eigen beslissingen te evalueren en daarop gedrag en keuzes af te stemmen is een vorm van metacognitie. Er is nog weinig bekend over hoe kinderen deze metacognitieve vaardigheden inzetten bij perceptuele besluitvorming. Dit vormt een belangrijk hiaat gezien de rol van metacognitie voor zelfregulerend leren en academisch succes.

In deze masterproef werd onderzocht in welke mate kinderen metacognitieve monitoring (beslissingsvertrouwen) gebruiken om hun metacognitieve controle te sturen (informatie zoeken). Daarnaast werd nagegaan hoe de accuraatheid van hun keuzes en metacognitieve efficiëntie (hoe goed hun vertrouwen overeenkomt met hun prestaties) deze keuzes mee beïnvloeden. Hiervoor namen 91 kinderen uit het vierde leerjaar van de lagere school deel aan een fijnmazige, experimentele perceptuele taak. In deze taak moesten de kinderen telkens een keuze maken tussen twee visuele stimuli, vervolgens hun vertrouwen in die keuze inschatten, en tot slot beslissen of ze de stimuli opnieuw wilden bekijken alvorens hun definitieve antwoord te geven. Dit design maakte het mogelijk om op gedetailleerd niveau te analyseren hoe vertrouwen, accuraatheid en informatiezoekgedrag met elkaar samenhangen. Bovendien werd er gebruikgemaakt van modelgebaseerde maten om metacognitieve efficiëntie te meten (M-ratio en V-ratio), los van taakmoeilijkheid of bias.

Dit onderzoek toonde aan dat kinderen in staat zijn om hun beslissingen te monitoren en daar via metacognitieve controle op te reageren. Kinderen zochten vaker extra informatie wanneer zij minder vertrouwen hadden in hun keuze of wanneer die keuze fout bleek te zijn. Beslissingsvertrouwen bleek een sterkere voorspeller van informatiezoekgedrag dan de objectieve accuraatheid van de keuze. Hoewel kinderen hun prestaties al deels kunnen inschatten, wezen de resultaten ook op een algemene tendens tot overmoed en een suboptimale metacognitieve efficiëntie. Kinderen met een hogere metacognitieve efficiëntie pasten hun informatiezoekgedrag beter aan naar de juistheid van hun keuzes. Dit ondersteunt het belang van een goed samenspel tussen metacognitieve monitoring en controle voor effectieve besluitvorming.

Dit onderzoek draagt bij aan het begrijpen van de ontwikkeling van metacognitie en besluitvorming bij kinderen en wijst op het belang van het gebruik van verfijnde metingen in toekomstig onderzoek naar de ontwikkeling van metacognitieve vaardigheden.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

Vergeten Conflicten: een blinde vlek van Vlaamse media?

KU Leuven
2025
Benthe
Vermeulen
In mijn scriptie onderzocht ik hoe het Nieuwsselectieproces van conflicten bijdraagt aan het voortbestaan van vergeten conflicten, door in gesprek te gaan met tien buitenlandjournalisten van uiteenlopende nieuwsmedia. De masterproef is opgebouwd uit vier delen. In het eerste deel wordt, op basis van de bestaande literatuur over vergeten conflicten en het nieuwsselectieproces, nagegaan welke theoretische kaders relevant zijn voor dit onderzoek. Deel twee omvat de probleemstelling en een uiteenzetting van de methodologische aanpak. In deel drie worden de resultaten van de interviews gepresenteerd. Deel vier sluit af met een bespreking van deze resultaten aan de hand van de in deel één besproken literatuur. Tot slot eindigt de masterproef met een algemene conclusie van het onderzoek.
Meer lezen

Analysing Spectral Composition: Bridging Sound Morphology and Compositional Intent in Ellen Jacobs' And In Between, there is ... (2024)

Universiteit Gent
2025
Margot
Meire
De analyse van niet-tonale, spectrale composities wordt bemoeilijkt door het ontbreken van kaders die zowel meetbare spectrale kenmerken als compositorische intenties integreren. Deze masterproef introduceert een systematische methode voor het analyseren van spectrale muziek, met Ellen Jacobs’ And In Between, There Is… (2024) als casestudy. Door partituuranalyse, spectrale visualisatie en typificatie van spectrale flux en tijd te combineren, laat de studie zien hoe spectrale gegevens kunnen functioneren als structurele markeringen buiten traditionele tonale paradigma’s. Jacobs bouwt spanning op via dynamische transformaties van boventonen, instrumentale technieken en tijdsafhankelijke energiefluctuaties, waardoor een gelaagde, evoluerende sonische structuur ontstaat. Het onderzoek biedt een geïntegreerd model dat objectieve spectrale data en creatieve intenties verbindt, en breidt zo de analytische mogelijkheden van hedendaagse spectrale muziek uit.
Meer lezen

Het prijsgeven van de identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist

Universiteit Antwerpen
2025
Nathalie
Voss
Het idee van mijn onderzoek is ontstaan door de recente ontwikkelingen in de samenleving. De burger is verontwaardigd wanneer de identiteit van verdachten en daders op een niet consistente wijze wordt vermeld in de media. Wegens onwetendheid en frustratie laat de samenleving zich dan ook horen, met alle gevolgen vandien. Hoewel ik zelf eerst onbegrip toonde voor de niet-standvastigheid van de media inzake het prijsgeven van de identiteit, heeft dit mij aan het denken gezet: zijn er dan geen regels waaraan journalisten zich moeten houden?
Wegens deze bedenking viel mijn oog op de Code van de Raad voor de Journalistiek. Deze Code geldt als leidraad voor journalisten en bevat verschillende onderwerpen die worden uitgewerkt in artikels en richtlijnen. De belangrijkste richtlijnen voor dit onderzoek zijn te vinden in artikel 23 van de Code en omvatten: identificatie in gerechtelijke context, identificatie van slachtoffers en respect voor het privéleven van publieke figuren. Omdat een onderzoek naar de volledige Code ons te ver zou leiden, heb ik gekozen om mijn onderzoek af te bakenen tot dit artikel 23 (mits bepaalde kanttekeningen). Hiernaast wordt het onderzoek gevoerd vanuit de situatie van dader en slachtoffer. De focus ligt dus niet op de verdachte.
Zo heb ik de Code op zichzelf onderzocht en ging ik na wat de grenzen zijn aan het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers van misdrijven door de journalist. Hierdoor is de vraag ontstaan hoe buurlanden dit invullen. Vooraleer ik dus een oordeel vel over onze Code, acht ik het noodzakelijk om te kijken hoe Nederland hiermee omgaat. Ik heb dan ook gekozen om een vergelijking te maken tussen de code in Nederland, namelijk de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, en onze Code.
Uit deze vergelijking blijkt dat beide codes belang hechten aan een zorgvuldige afweging tussen het recht op privacy en het belang van het publiek om toegang te krijgen tot informatie. De Code is enorm gestructureerd met verwijzingen naar verschillende artikels en richtlijnen die per onderwerp uiteenzetten hoe de journalist moet handelen in een bepaalde situatie. Toch blijft de praktische toepassing afhankelijk van de journalist/redactie. Redacties beslissen binnen de marges van de Code zelf hoe zij identificeren, al geldt de Code wel als een minimumregel. De Raad treedt pas op wanneer een klacht wordt ingediend. Zij zal kijken of de Code effectief gevolgd werd of niet.
In België bestaat geen vaste praktijk zoals de Nederlandse initialenregel (voornaam, gevolgd door initiaal van de familienaam), hierdoor is er meer ruimte voor volledige identificatie, wat leidt tot inconsistentie. De Leidraad is op haar beurt minder gestructureerd en veel kleiner van omvang dan de Code. Ondanks dat de initialenregel niet bindend is, zorgt dit voor een brede toepassing in de praktijk door journalisten. Toch verwijst de Leidraad ook naar uitzonderingen waardoor er opnieuw ruimte is voor interpretatie. Dit leidt soms tot absurde situaties waarbij eerst de volledige naam wordt gegeven (bij een arrestatie) om nadien de initialenregel te gebruiken. Mijns inziens is het kwaad dan al geschied. Concluderend kan worden gesteld dat in Nederland de praktijk terughoudender is, terwijl België meer formele richtlijnen geeft maar minder terughoudend is in de uitvoering ervan.
Voor slachtoffers biedt de Code een expliciete richtlijn die de berichtgeving van hun identiteit streng reguleert. In de Leidraad staat dit ook, al wordt hier minder diep op ingegaan en is er geen aparte sectie voorzien. Hoewel de Leidraad minder structuur biedt, wordt impliciet een bredere invulling gegeven aan het begrip ‘identiteit’ door te verwijzen naar onder meer etniciteit of religie. Al leidt dit wel tot vragen over de volledigheid van de opsomming.
Nadat ik bovenstaande codes met elkaar heb vergeleken, dook een nieuwe vraag op: is onze Code van de Raad in overeenstemming met de grond- en mensenrechten van het EVRM, en hoe verhoudt de Code zich tot de rechtspraak van het EHRM? Om hier een antwoord op te kunnen bieden heb ik artikel 10 EVRM afgewogen tegen verschillende (grond)rechten, zoals recht op privacy, recht op afbeelding, recht op vergetelheid, recht op eer en goede naam, recht op antwoord en het vermoeden van onschuld als onderdeel van het recht op een eerlijk proces.
De hoofdonderzoeksvraag luidt dan ook als volgt: “In hoeverre is de deontologische code voor journalistiek met betrekking tot het prijsgeven van identiteit van daders en slachtoffers, in overeenstemming met de grondrechten en mensenrechten van het EHRM?”
De rechten en rechtspraak van het EHRM werden eerst apart besproken om vervolgens de Code hieraan te kunnen toetsen. Zo kon worden geconcludeerd dat de Code voor zowel het vrijgeven van de identiteit van daders als slachtoffers, in grote lijnen in overeenstemming is met de rechtspraak van het Hof. Er wordt nadruk gelegd op de afweging van het recht op privéleven en het recht op informatie. Hoewel de Code de mogelijkheid biedt tot beperkte of volledige identificatie, maakt het Hof dit onderscheid niet. Het Hof blijkt systematisch zijn eigen zes criteria af te toetsen voor de afweging tussen artikel 10 en 8 EVRM. Deze criteria worden niet expliciet opgesomd door de Code maar vallen hier impliciet grotendeels mee samen. Vooral wat betreft de richtlijn bij de identificatie van slachtoffers, sluit de Code nauw aan bij het Hof. Hier gelden strengere regels en minder bewegingsruimte voor de journalist. Het recht op afbeelding wordt, als onderdeel van artikel 8 EVRM, niet expliciet besproken in de Code. Wel wordt verwezen naar een hogere mate van voorzichtigheid bij het publiceren van herkenbaar beeldmateriaal. De terughoudendheid bij bekendmaking van beelden van slachtoffers wordt ook effectief bevolen door het Hof. Over het algemeen kan bij slachtoffers worden gesteld dat de Code de lijn volgt die wordt getrokken door het EHRM.
Vanuit het daderperspectief kon een bespreking van het recht op vergetelheid niet ontbreken. Artikel 23 verwijst naar de afweging van het belang van berichtgeving tegenover de reclassering en herintegratie van de veroordeelde. Toch mist de Code belangrijke aanvullingen die wel worden aangehaald in de criteria van het Hof: de verstreken tijd en toegankelijkheid van de publicatie. Ik ben dan ook van mening dat de Raad zou kunnen overwegen om deze factoren te benoemen in de Code. De toetsing aan het recht op eer en goede naam kon tevens niet ontbreken. Ook hier valt de Code te verzoenen met de rechtspraak van het Hof.
Wat betreft het recht van antwoord, in de zin van artikel 10 EVRM, voorziet de Code in een alternatieve bepaling inzake wederwoord. Opmerkelijk is dat het Hof ook verwijst naar deze mogelijkheid tot correctie als beslissend criterium. Zoals andere auteurs stel ik deze tendens tot inmenging in de redactionele vrijheid in vraag. Ook bij het vermoeden van onschuld wordt aan de alarmbel getrokken. De Code vereist een hoge mate van zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid waardoor dit mogelijks de waakhondfunctie van de pers beperkt. Ik ben echter van mening dat voorzichtigheid mag worden verwacht van journalisten. Bij vrijheid hoort nu eenmaal verantwoordelijkheid.
Over het algemeen kan dus worden gesteld dat de Code in overeenstemming is met de besproken rechten en rechtspraak van het EHRM, mits gemaakte kanttekeningen en nuanceringen.
Omdat theorie niet alomvattend is, sloot ik mijn onderzoek af met een interview met een deskundige. Haar praktische kijk bracht nuance en bood een waardevolle reflectie op bepaalde delen van mijn onderzoek.
Meer lezen

Luisteren, leren, en leren luisteren

Universiteit Gent
2025
Mia Hazel
Allard
Actief luisteren, passief luisteren, open luisteren, deep listening... Luisteren komt blijkbaar in allerlei maten en vormen. Maar hoe vertaalt zich dit naar de klascontext? In deze masterpraktijkproef wordt de betekenis van luisteren als leerkracht onderzocht (‘Wat betekent luisteren als leerkracht?’).

Eerst worden de bestaande definities en het bijzondere karakter van luisteren als leerkracht besproken. Hierna wordt het schijnbaar normatief karakter van deze definities onderzocht en gestaafd, wat leidt tot het oordeel dat leerkrachten moeten leren luisteren.
Om deze claim te gronden wordt het groeiargument van filosofe Gemma Corradi Fiumara aangedragen. Na deze gronding wordt een voorlopige definitie van leerkrachtluisteren voorgesteld, in betekenis verschillend van louter ‘luisteren als leerkracht’. Leerkrachtluisteren betreft luisteren als – onder meer – een open, aandachtige en nieuwsgierige handeling bijzonder aan de relatie leerkracht-leerling. Hierop volgt een thematische analyse van een focusgroepsgesprek met student-leerkrachten, opgesteld in functie van dit onderzoek, met als startvraag ‘Wat is luisteren?’. Dit gesprek besloeg zowel luisteren in het algemeen als specifiek luisteren als leerkracht. Mede op basis van een vergelijking tussen het focusgroepsgesprek en de bestaande literatuur wordt een voorstel tot het incorporeren van het socratisch gesprek in lerarenopleidingen gemaakt.
Als antwoord op de onderzoeksvraag wordt een voorlopige genuanceerde definitie van leerkrachtluisteren voorgesteld, gesterkt door de overlap hiervan met onder meer pedagogical listening (A. English) en the listening stance (K. Schultz). De verdere maakbaarheid of aanpasbaarheid van deze definitie wordt erkend, met meteen verschillende voorstellen tot verder onderzoek. Een handleiding tot het voeren van een socratisch gesprek met (student-)leerkrachten vormt de praktische bijdrage.
Meer lezen

Ervaringen van moeders omtrent de bevalling met een ouder kind aanwezig.

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Amber
Hopstaken
Steeds meer vrouwen kiezen ervoor hun oudere kinderen aanwezig te laten zijn bij hun (thuis) bevalling. Dit onderzoek gaat in op de ervaringen en beweegredenen van moeders die deze keuze maakten. Via semigestructureerde interviews werd er diep ingegaan op hun verhalen en deze zijn vervolgens thematisch geanalyseerd. De resultaten tonen hoe persoonlijke waarden, gezinservaringen en de beleving van geboorte samenkomen in deze beslissing. Hoewel de studie kleinschalig is, biedt ze nieuwe inzichten die waardevol zijn voor verloskundigen en gezinnen.
Meer lezen

Optimalisatie en automatisatie van het gebruik van puntenwolken in de bouwsector: vergelijkingssoftware, objectherkenning en volumeberekeningen voor BIM-processen

Hogeschool PXL
2025
Jordi
Thys
In mijn bachelorproef onderzocht ik hoe puntenwolken efficiënter kunnen worden ingezet in de bouwsector. Deze technologie levert uiterst nauwkeurige gegevens op, maar de bestanden zijn groot en zonder gespecialiseerde software moeilijk te gebruiken.

Het onderzoek bestond uit drie pijlers. Ten eerste werd nagegaan hoe puntenwolken automatisch kunnen worden vergeleken met digitale bouwmodellen om afwijkingen vroegtijdig te detecteren. Ten tweede onderzocht ik hoe objecten zoals muren, vloeren en leidingen automatisch herkend en verwerkt kunnen worden. Ten derde werkte ik een methode uit om betrouwbare volumeberekeningen te maken op basis van puntenwolkdata.

Na een grondige vergelijking van twaalf softwarepakketten bleek Leica Cyclone 3DR het meest geschikt om deze drie toepassingen te combineren. Ik automatiseerde de workflow met een zelfgeschreven script en maakte instructievideo’s zodat collega’s de software zelfstandig konden aanleren.
Meer lezen

Desire, Discipline and Punish: A Post-Structuralist Analysis of Female Desire for Sexual Submission

Universiteit Gent
2025
Anisha
de Vries
Deze masterproef onderzoekt hoe de feministische theorie ruimte kan maken voor vrouwelijke seksuele verlangens naar onderwerping zonder te vervallen in moreel wantrouwen of liberaal idealisme. Historisch gezien werden dergelijke verlangens vaak als problematisch beschouwd via het concept van vals bewustzijn. Vertrekkend vanuit poststructuralistische denkers zoals Foucault, Berlant, Butler en Kamra, wordt verlangen benaderd als een relationele en affectieve structuur die door macht wordt gevormd, eerder dan als een zuivere uitdrukking van autonomie of onderdrukking. Audre Lordes begrip van het erotische vult dit theoretisch kader aan door diep gevoeld verlangen te beschouwen als een bron van feministische kennis en creatieve kracht. Deze masterproef pleit voor het loslaten van morele controle over seksualiteit en voor het erkennen van verlangen als een complex en vaak tegenstrijdig onderdeel van het geleefde bestaan. Ze besluit met een oproep tot een materialistisch feminisme waarin erotisch verlangen inspiratie biedt voor verzet, solidariteit en collectieve bevrijding.
Meer lezen

Design and development of a modular ankle foot orthosis with the aid of additive manufacturing

Universiteit Gent
2025
Ruben
Verscheure
Lower limb muscle weakness is a common symptom in many
neuromuscular conditions and traumatic injuries, often leading to
abnormal gait, instability, and reduced mobility. Ankle-foot orthoses
(AFOs) are widely prescribed to support functional walking, yet current
production methods remain labor-intensive, poorly adjustable, and limited
in their ability to accommodate evolving user needs. This thesis explores
the design and development of a modular, patient-specific AFO using
additive manufacturing (AM), in collaboration with Materialise and
Materialise Motion.
The project follows an adapted Stanford Biodesign methodology,
incorporating clinical research, user feedback, and iterative engineering
across three phases: Identify, Invent, and Develop. By reframing the
design process to account for technical, clinical, and experiential
demands, the resulting AFO aims to better align with the real-world needs
of orthotists and patients. The core innovation lies in a three-part modular
architecture: ankle-cuff, strut, and footplate, each optimized for digital
fabrication and individualized stiffness tuning.
To support this modularity, a parametric CAD workflow and Finite Element
Analysis (FEA) were used to iteratively tune the geometry and stiffness of
individual components. Physical testing under physiological loads
confirmed the reliability of the design, while patient and expert input
reinforced the importance of comfort, fit, and ease of use.
This thesis demonstrates the potential of AM to move beyond cosmetic
customization and deliver functional, adaptable orthoses. While further
clinical validation is required, the proposed system offers a promising step
toward more personalized and efficient orthotic care.
Meer lezen

Kunsteducatief aanbod voor een museumbezoek met kleuters

Hogeschool UCLL
2025
Hanne
Hollanders
  • Maïté
    Kleynen
  • Safae
    El Houfi
Deze bachelorproef ontwikkelt een kunsteducatief museumaanbod voor kleuters, vertrekkend vanuit verwondering en actieve beleving, inclusief voorbereiding in de klas, activiteiten in het museum en verwerking nadien, met specifieke aandacht voor kleuterparticipatie, muzisch leren en samenwerking tussen leerkrachten en museummedewerkers.
Meer lezen

Met oog voor de toekomst: een vignettenonderzoek naar de bereidheid van leerkrachten om eye-tracking in te zetten bij begrijpend lezen

Universiteit Antwerpen
2025
Jolijn
Verbergt
Het leesniveau van leerlingen is al jaren een groeiende bekommernis binnen het Vlaamse onderwijs. Begrijpend lezen is immers een vaardigheid die bepalend is voor schoolsucces én voor een volwaardige integratie in de samenleving. Tegelijk ervaren leerkrachten moeilijkheden om zicht te krijgen op het leesproces van hun leerlingen, wat effectieve begeleiding bemoeilijkt. Innovatieve technologieën, zoals eye-tracking en artificiële intelligentie (AI), bieden nieuwe mogelijkheden om dit leesproces zichtbaar te maken en ondersteuning op maat te bieden. Hoewel deze technologie beschikbaar is, wordt ze vandaag nog niet toegepast in het Vlaamse onderwijs.

Deze masterproef speelt in op die leemte door te onderzoeken in welke mate leerkrachten in het lager en secundair onderwijs bereid zijn om AI-technologie die gebruikmaakt van eye-tracking toe te passen bij begrijpend lezen. Daarbij wordt gekeken naar drie aspecten: de factoren die bereidheid beïnvloeden, de kennis die leerkrachten hierbij noodzakelijk achten en het type samenwerking tussen mens en technologie dat zij verkiezen.

Via een kwalitatieve vignettenstudie werden twintig leerkrachten geïnterviewd over deze bereidheid. Leerkrachten zien vooral meerwaarde in technologie die hun didactische rol ondersteunt, maar niet overneemt. De bruikbaarheid van deze technologie werd vooral gekoppeld aan het zichtbaar maken van het leesproces, de mogelijkheden tot differentiatie en zelfreflectie. Gebruiksgemak hing af van een eenvoudig dashboard, makkelijk gebruik in de klas en snel te leren technologie. Daarnaast geven leerkrachten aan nood te hebben aan technologische, didactisch-technologische, technologisch-vakinhoudelijke en ethische kennis. Vertrouwen in AI en transparantie over de werking en besluitvorming zijn essentieel voor leerkrachten om de technologie te aanvaarden. Tot slot benoemden respondenten aandachtspunten zoals verminderde sociale interactie, bezorgdheden rond schermlezen en het belang van menselijke betrokkenheid in het leerproces.

Deze bevindingen tonen aan hoe belangrijk het is om eye-tracking en op eye-tracking gebaseerde AI-technologie in het onderwijs op een manier te gebruiken die de leerkracht ondersteunt en niet vervangt. De technologie moet gebruiksvriendelijk en transparant zijn, maar vooral de professionele autonomie en didactische rol van de leerkracht versterken.
Meer lezen

Het gebruik van AI voor contentcreatie binnen eventmarketing

Odisee Hogeschool
2025
Sinem
Ardiçlar
  • Yinthe
    De Paepe
De evolutie van artificiële intelligentie (AI) biedt nieuwe mogelijkheden voor de marketing- en evenementensector, met name binnen contentcreatie. Deze bachelorproef onderzoekt hoe AI-tools op een efficiënte en effectieve manier kunnen bijdragen aan het verbeteren van contentcreatie binnen de evenementensector, met House of Entertainment als opdrachtgever.
Aan de hand van een literatuurstudie, interviews met experts, het uittesten van AI-tools en een enquête bij 386 respondenten (op een vooropgestelde steekproef van 385, met een betrouwbaarheid van 95%) werd vastgesteld dat AI vooral meerwaarde biedt in de voorbereidende fasen van contentcreatie. Denk hierbij aan het brainstormen over ideeën, het genereren van basiscontent zoals teksten of visuals en het structureren van content. Tools zoals ChatGPT, Midjourney en Adobe Firefly blijken zowel in de praktijk als in dit onderzoek vaak gebruikt te worden, wat hun relevantie en toegankelijkheid onderstreept. Ook Ubersuggest bleek een waardevolle aanvulling, vooral bij het optimaliseren van content op basis van zoekwoorden en SEO.
AI kan helpen om repetitieve taken en het creëren van content te versnellen, maar vervangt menselijke creativiteit niet. Kritische tussenkomst door mensen blijft essentieel voor het waarborgen van kwaliteit, nuance en merkbeleving. Vooral bij emotioneel geladen of merkgevoelige communicatie is menselijke controle en verfijning cruciaal. AI is dus vooral geschikt als ondersteunend hulpmiddel bij functionele of informatieve content.
Deze bachelorproef biedt House of Entertainment en de rest van de evenementensector een helder overzicht van enkele bruikbare AI-tools en concrete aanbevelingen voor een verantwoorde implementatie. De resultaten tonen dat AI het potentieel heeft om de efficiëntie van contentcreatie te verhogen, mits de tools strategisch worden ingezet en medewerkers voldoende worden opgeleid.
Deze studie levert niet alleen academische inzichten op, maar biedt ook praktische richtlijnen voor de evenementensector om AI op een doordachte en toekomstgerichte manier te implementeren in hun takenpakket.
Meer lezen

DE RELATIE TUSSEN WERKBELASTING EN DE TURNOVER INTENTIE VAN LEERKRACHTEN IN HET VLAAMSE ONDERWIJS. DE ROL VAN INTRINSIEKE MOTIVATIE

Universiteit Gent
2025
Janne
Van Cauter
Mijn masterproef onderzoekt de relatie tussen werklast en de turnover intentie van leerkrachten in het Vlaamse onderwijs, met bijzondere aandacht voor de rol van intrinsieke motivatie. Het theoretische kader is het Job Demands-Resources (JD-R) model, waarin werklast een taakeis is en intrinsieke motivatie als persoonlijke hulpbron fungeert.

Via een grootschalige kwantitatieve survey werden data verzameld bij 346 leerkrachten uit 40 Vlaamse basis- en secundaire scholen. De analyse toont dat een hogere werklast samenhangt met een sterkere intentie om het onderwijs te verlaten. Ook blijkt dat intrinsieke motivatie de kans op turnover intentie verlaagt, maar niet significant modereert tussen werklast en turnover intentie.

Mijn onderzoek wijst op de nood aan werkbare en motiverende werkomstandigheden in het onderwijs en levert zowel wetenschappelijke als beleidsrelevante inzichten aan voor het behoud van leerkrachten in een context van groeiende werkdruk en een structureel lerarentekort.
Meer lezen

Een kijk op dekolonisatie: Vlaamse en Franse media over tien jaar onafhankelijkheid in hun voormalige koloniën

KU Leuven
2025
Margeaux
De Borger
Deze masterproef onderzoekt hoe de dekolonisatie van Congo en Algerije gerepresenteerd werd in Vlaamse en Franse televisiereportages, tien jaar na de onafhankelijkheid van beide landen. Aan de hand van een kwalitatieve, multimodale framingsanalyse worden de twee driedelige reportagereeksen Kongo (1970) en L’Algérie dix ans après (1972) geanalyseerd.
Meer lezen

Enhancing Trustworthiness in Algorithmic Stock Forecasting using Multi-Model Machine Learning and Historical Similarity

Universiteit Hasselt
2025
Xander
Corvers
Deze thesis behandelt het black-box-probleem van machine learning (ML) en het daaruit voortvloeiende gebrek aan gebruikersvertrouwen bij beursvoorspellingen. Er wordt een beslissingsondersteunend systeem geïntroduceerd en geëvalueerd dat de betrouwbaarheid verhoogt. Het systeem combineert hiervoor de voorspellingen van zes uiteenlopende ML-modellen met een transparante, historische analyse. De kerninnovatie is een zoekmachine die historisch vergelijkbare marktperioden identificeert. Vervolgens toont het systeem hoe de modellen in die analoge situaties presteerden: het plaatst hun toenmalige voorspellingen naast de daadwerkelijke marktresultaten.

Een empirisch gebruikersonderzoek vergeleek deze “Multiple Models View” (MMV) met een simplistische interface die slechts één model toonde. De resultaten tonen aan dat de MMV significant betrouwbaarder werd gevonden, het vertrouwen van gebruikers verhoogde en de risico's van voorspellingen effectiever communiceerde. Gebruikers schreven dit toe aan de grotere transparantie, omdat ze meerdere modellen konden vergelijken, en aan de concrete context die de historische prestatie-analyse bood. De thesis concludeert daarom dat de combinatie van meerdere modellen en een historische similariteitsanalyse een krachtige strategie is om weloverwogen gebruikersvertrouwen in complexe, AI-gedreven financiële systemen te creëren.
Meer lezen