Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

“Nous sommes des Eugénistes chrétiens”: Eugenetica in de Belgisch-katholieke Société de Saint-Luc (1922-1956)

KU Leuven
2026
Kaat
Goossens
De masterproef ‘“Nous sommes des Eugénistes chrétiens”: Eugenetica in de Belgisch-katholieke Société de Saint-Luc (1922-1956)’ onderzoekt hoe de Belgische katholieke vereniging van Saint-Luc keek naar eugenetica tussen 1922 en 1956. Aan de hand van discoursanalyse analyseert deze masterproef de eugenetische standpunten van de leden van Saint-Luc. In de historiografie over eugenetica werd lang aangenomen dat er alleen in protestantse landen aan eugenetica gedaan werd en dat het eugenetische denken verdween na de Tweede Wereldoorlog. Pas recent werd er ook aandacht besteed aan de positieve eugenetica in katholieke landen, maar die werd in sterke oppositie geplaatst met de negatieve eugenetica van protestantse landen. Aan de hand van de tot nu toe onderbelicht gebleven eugenetische casus van België toont deze thesis aan dat eugenetisch denken niet enkel aanwezig was in België, maar wijder verspreid was dan tot nu toe werd aangenomen. Positieve eugenetica werd gepropageerd en eugenetische terminologie was deel geworden van het gehanteerde discours. Hoewel eugenetische sterilisatie afgewezen werd, werden verschillende andere negatieve eugenetische maatregelen voorgesteld als alternatief, namelijk prenuptiale maatregelen, segregatie en therapeutische sterilisatie. Die maatregelen mochten niet verplicht opgelegd worden door de staat, maar moesten volgens de leden van Saint-Luc gepromoot worden onder de Belgische bevolking. Op die manier kon er een eugenetisch bewustzijn gecreëerd worden, dat verplichte eugenetische maatregelen overbodig maakte. Op die manier bleef de controle over de eugenetica in handen van leden van Saint-Luc. Daarnaast kon dat eugenetisch bewustzijn op termijn ook zorgen voor een grotere mate van acceptatie van meer verregaande eugenetische maatregelen. Vooral de Vlaamse leden van Saint-Luc waren op dat vlak radicaler dan de Waalse leden. Dat verschil en ook welke eugenetische maatregelen als noodzakelijk geacht werden, bleef consistent na de Tweede Wereldoorlog. Alleen in het discours dat gehanteerd werd was een duidelijk verschil te zien. In tegenstelling tot het idee dat België dus niet of alleen aan positieve eugenetica deed, toont deze thesis dus aan dat het eugenetische denken in België sterk aanwezig was en zowel positieve als negatieve eugenetische maatregelen promootte. De Belgische casus toont dus dat het dichotome beeld dat een strak onderscheid maakt tussen een katholieke positieve eugenetica en een protestantse negatieve eugenetica in vraag gesteld moet worden.
Meer lezen

"We worden een deel van de omstandigheden". Een intersectionele en familiehistorische analyse van de postkoloniale migratie van een Belgisch koppel naar Congo en Burundi (1964-1969)

Universiteit Antwerpen
2026
Emmelie
Degreef
Met een intersectionele en familiehistorische analyse van de microcasus van mijn grootouders, Floris Degreef en Maria Billet, onderzoekt deze masterthesis gelaagde relaties van ras, klasse en gender in de Congolese en Burundese samenleving in de jaren zestig. Dit microhistorisch onderzoek belicht de alledaagse sociale dynamieken die door een focus op postkoloniale macroconflicten vaak overschaduwd worden. De familiehistorische benadering maakte de bespreking van zowel gevoelige en emotionele als alledaagse ervaringen mogelijk. De methodologische valkuilen die gepaard gaan met de beperkte afstand tot de historische actoren zijn via bronnenverweving en discoursanalyse opgevangen. De intersectionele analyse benadert de categorieën ras, gender en klasse als verschuivende processen die met elkaar in verband staan en een invloed uitoefenen op machtsverhoudingen. Individuele privileges veranderden in de Congolese en Burundese postkoloniale context van de jaren zestig voortdurend en zijn heel plaatsafhankelijk. Binnen de bedrijfscontext werd Floris’ positie gekenmerkt door een oudkoloniale ‘witte’ dominantie en ontwikkelingsideologie. Daarbuiten werd de wisselwerking tussen Floris’ ras en klasse complexer. Als witte vrouw bevond Maria zich daarnaast op een complex kruispunt. Binnen de transformerende raciale hiërarchieën ervaarde ze angst, maar tegelijkertijd verkreeg ze een meer egalitaire positie binnen een expatgemeenschap waarin rigide sociale conventies vervaagden. De geografische vergelijking benadrukt tot slot dat het Hutu-Tutsi-conflict in Burundi door blijvende etnisch-koloniale structuren gedomineerd werd, waardoor de raciale concurrentie, zoals die in Congo duidelijk aanwezig was, naar de achtergrond gedrukt werd.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

Delivering Discourse: How Flemish First-Time Mothers Engage with Medicalized Discourse in Narrating their Birth

Universiteit Antwerpen
2026
Emilie
Gillain
Bevalling vormt een paradigmatisch voorbeeld van medicalisering. Toch zijn tweede-generatie medicaliseringstheorieën, die een grotere betrokkenheid van patiënten bij hun gezondheidszorg benadrukken, minder zichtbaar binnen de obstetrische zorg. De micro-discursieve processen waarmee vrouwen zich verhouden tot medicaliserend discours, die ons begrip hiervan zouden kunnen verdiepen, blijven zowel theoretisch als empirisch onderbelicht. Deze masterproef beoogt meer hier inzicht over te verwerven door te onderzoeken hoe vrouwen beroep doen op medicaliserend discours in hun bevallingsverhalen, en welke subject-posities en machtsverhoudingen daarbinnen worden gearticuleerd. Dertien semigestructureerde, diepte-interviews gericht op de bevallingservaringen van vrouwen werden afgenomen met Vlaamse vrouwen die in de drie maanden voorafgaand aan het interview bevallen waren. De data werden geanalyseerd aan de hand van Fairclough's driedimensionaal model voor Kritische Discoursanalyse. De bevindingen tonen aan dat elk bevallingsverhaal een coherent patroon van interdiscursiviteit weerspiegelde, waarvan drie afzonderlijke patronen werden geïdentificeerd. In het eerste patroon, dat de meerderheid van de verhalen kenmerkte, was gemedicaliseerd discours dominant en construeerden respondenten zichzelf als patiënten van de medische zorg. In het tweede patroon werden zowel gemedicaliseerd als alternatief discours gearticuleerd; het laatste bleef echter beperkt tot meer persoonlijke ervaringsdomeinen, terwijl het eerste de uitgevoerde medisch-obstetrische zorg beschreef. In het derde en minst frequente patroon werd voornamelijk een op verloskunde georiënteerd discours ingezet, waarmee gemedicaliseerd discours een expliciet object van kritiek werd. Doorheen alle patronen tekende zich een epistemische hiërarchie af waarin biomedische kennis werd bevoorrecht boven de belichaamde kennisvormen van vrouwen, waardoor de ervaren mogelijkheden voor participatie in obstetrische besluitvorming lijken te worden ingeperkt. Deze bevindingen illustreren de reflexieve, discursieve omgang van vrouwen met medicaliserend discours, waarbij gemedicaliseerde opvattingen over bevalling in verschillende mate worden gereproduceerd. De handelingsruimte in de verloskundige praktijk leek nauwer begrensd door interactionele en institutionele dynamieken die de epistemische hiërarchie in stand houden. De resultaten onderstrepen zowel het multidimensionele en multilevel karakter van medicaliseringsprocessen als hun alomtegenwoordige aard, aangezien geen enkel verhaal een volledige distantiëring van alle dimensies van medicaliseringsprocessen weerspiegelde.
Meer lezen

Fostering Political Solidarity through Language. A Diachronic Analysis of Politeness Strategies in Zelensky’s Addresses to the European Parliament

Universiteit Antwerpen
2025
Sien
Moens
Deze thesis heeft tot doel kritische inzichten te verschaffen in het discours dat president Volodymyr Zelensky gebruikt in zijn toespraken voor het Europees Parlement in de beginfase van het Russisch-Oekraïense conflict (2022-2024). Aan de hand van politieke discoursanalyse (PDA) en het kader van de beleefdheidstheorie worden verschillende beleefdheidsstrategieën onderzocht die de Oekraïense president gebruikt om de face-threatening act (FTA) die ten grondslag ligt aan zijn toespraken (het eisen van militaire en economische steun voor Oekraïne) te verzachten, terwijl hij tegelijkertijd de gedeelde waarden en solidariteit met zijn Europese bondgenoten versterkt. De thesis streeft ernaar een kritisch en breder inzicht te bieden in Zelensky's discours op het Europese toneel, om de complexe relatie tussen taal en publieke diplomatie in een context van urgente oorlogstijd verder te onderzoeken.
Meer lezen

Een professioneel leven in het teken van l’art chrétien: De rol van Emilie van Outryve d’Ydewalle (1826-1894) in het neogotische bedrijf van Jean-Baptiste Bethune

KU Leuven
2025
Flora
Debaere
Deze scriptie onderzoekt de professionele rol van Emilie van Outryve d’Ydewalle (1826-1894) in het neogotische kunstbedrijf van haar echtgenoot Jean-Baptiste Bethune. De basis voor deze studie vormden ongeveer duizend brieven uit het familiearchief de Bethune in Marke. Zij waren geschreven door of geadresseerd aan Emilie van Outryve d’Ydewalle. Via een inhouds- en discoursanalyse kwamen bevindingen naar boven over de professionele rol van van Outryve d’Ydewalle op verschillende niveaus ’s: binnen het gezin, in het bedrijf en in het kader van een breder netwerk van gelijkgezinden. Die brieven maken duidelijk dat zowel van Outryve d’Ydewalle als Bethune samen meer artistieke en professionele mogelijkheden hadden dan ze alleen konden verwezenlijken.
Meer lezen

Taal over terreur: een retorische analyse van het presidentiële discours over de War on Terror

Universiteit Gent
2025
Florentine
Moens
Dit onderzoek analyseert de retorische strategieën van vier Amerikaanse presidenten—George W. Bush, Barack Obama, Donald Trump en Joe Biden—met betrekking tot de War on Terror. Met een unieke methodologische combinatie van Aristoteles’ Ars Rhetorica en kritische discoursanalyse zijn zeven toespraken rondom belangrijke kenterpunten van deze oorlog onderzocht. De resultaten laten zien dat de presidenten vergelijkbare aristotelische overtuigingsmiddelen en stijlfiguren inzetten. De belangrijkste verschillen liggen echter in de constructie van vijandbeelden en in de persoonlijke retorische stijlen van de sprekers.
Meer lezen

t' Vroetwijf met cloecken verstande. Een genderhistorische analyse van t'Boeck vande Vroet-Wijfs van Maarten Everaert uit de late zestiende eeuw.

Universiteit Gent
2025
Marthe
Clymans
Dit onderzoek bekijkt hoe man-vrouw verhoudingen aan bod komen in t’ Boeck vande Vroet-Wijfs. Dat werd geschreven door Maarten Everaert in de late zestiende eeuw. Aan de hand van een discoursanalyse onderzoekt de scriptie hoe mannelijke inmenging in de geneeskundige zorg terug te vinden is in een handboek voor vroedvrouwen. In het inleidend deel kadert de thesis de bron aan de hand van de auteur en het doelpubliek, de situatie van vroedvrouwen in de zestiende eeuw en de theorieën die het onderzoek ondersteunen. Het betoog is opgebouwd aan de hand van vier stadia waarbij de taak van de vroedvrouw beschreven wordt: preconceptionele fase, zwangerschap, bevalling en de postpartumzorg. Uit deze analyse blijkt dat er een verschil is in hoe Everaert zwangere vrouwen en vroedvrouwen beschrijft. Het onderzoek ent zich op verschillende vakgebieden en pleegt daartoe een bijdrage. Zo blijkt dat abortus een gangbare praktijk was en verbloemd werd, maar ook dat vroedvrouwen wel degelijk taken tijdens de bevalling mochten uitvoeren, zoals het gebruiken van operatieve instrumenten, die in de literatuur eerder aan mannen worden gekoppeld. Waar de bewegingsvrijheid van de zwangere vrouw in t’ Boeck van de Vroet-Wijfs uitermate beperkt wordt, krijgt de vroedvrouw veel beslissende en uitvoerende rollen toegelegd. Het onderzoek legt veel spanningsvelden in één van de eerste handboeken voor vroedvrouwen bloot. De verhoudingen tussen praktische en theoretische kennis, mannelijke en vrouwelijke zorgers en verschillende vrouwen onderling lagen nog niet vast en in die ruimte kon dit handboek ontstaan.
Meer lezen

The Paradox of Open Knowledge: Digital Democratization and Epistemic Violence in Open Educational Resources A Critical Case Study of ‘OER Commons’

Universiteit Gent
2025
Nikita
Van Holderbeke
Mijn thesis onderzocht een fundamentele paradox : namelijk hoe Open Educational Resources educatie waarborgt voor iedereen - het doet een belofte van democratisatie en gelijkheid - maar tegelijkertijd reproduceert het koloniale hierarchieen in kennis. Het onderzoek werd benaderd vanuit een specifieke case-study naar OER Commons - wat zichzelf een ‘digitale bibliotheek en collaboratief platform’ noemt, waarin talrijke OER verzameld worden - op basis van digitaal veldwerk over deze site, in combinatie met kritische discoursanalyse van het ontwerp van de interface en diens algoritmes, om te kijken naar hoe het platform eruit ziet; hoe het werkt, en welke boodschappen het uitzendt over wat “goede” / “echte” kennis is.
Meer lezen

Extra Ecclesiam Nulla Salus: De invloed van de priester op de Limburgse sagen en het sagenonderzoek

KU Leuven
2025
Michael
Gijbels
Deze thesis onderzoekt hoe priesters zowel de sagen als het sagenonderzoek van Belgisch Limburg beïnvloed hebben in de 19de en 20ste eeuw. Specifiek spitst dit werk zich toe op drie overkoepelende ‘rollen’ die de priester opnam in de sagen en volkskundige tradities van deze landelijke provincie, met name als onderzoeker naar de ‘oorsprong’ van sagen en sagenelementen, als verzamelaar en verteller van sagen en als ‘personage’ in de volksverhalen. Op basis van twee collecties van Limburgse sagen, het taal- en volkskundig tijdschrift ’t Daghet in den Oosten en drieëntwintig verhandelingen opgesteld door studenten Germaanse filologie aan de KU Leuven, worden deze drie rollen nader bekeken om te ontdekken in hoeverre de priester aanwezig was in de Limburgse sagen en welk doel hij mogelijk had om de volksverhalen te verzamelen, te onderzoeken en soms zelfs te verspreiden.

In het geval van ’t Daghet wordt discoursanalyse gebruikt om de visie van de auteurs, die allemaal geestelijken waren, op sagen te ontwaren en hoe zij sagen gebruikten om hun ideologieën te versterken en hun argumenten te staven. Ook op de verhandelingen wordt discoursanalyse toegepast, zeker wanneer priesters aan het woord komen, maar ook wordt er gekeken naar hoe de sagen afhankelijkheid van de priesters creëerden bij de bevolking.

Door zichzelf te profileren als een bovennatuurlijke genezer en verlosser van het Limburgse volk, via het verdrijven van geesten, het dopen van dwaallichten en het ontmaskeren van heksen, probeerde de priester zijn maatschappelijke positie te versterken in een periode gekenmerkt door het afzwakken van de katholieke invloed op de samenleving en de opkomst van liberale en socialistische ideologieën. Vlaams-nationalistische priesters gingen op een gelijkaardige manier te werk, en interpreteerden de dominantie van het katholieke referentiekader in de sagen als een teken dat het christendom een essentiële karaktereigenschap van het Vlaamse volk was, juist om hun godsdienst te beschermen tegen de antiklerikale, liberale volkskundigen. Door deze aspecten van de Limburgse sagen en het sagenonderzoek nader te onderzoeken hoopt deze thesis bij te dragen tot het beperkte analytische onderzoek betreffende de Limburgse sagentraditie door de nadruk te leggen op één van haar meest voorkomende personages, de priester.
Meer lezen

“Dies ist nicht Ihr Krieg!”

KU Leuven
2025
Tim
Nonneman
Dit artikel onderzoekt de rol van Duitstalige verzetskranten in België tijdens de Tweede Wereldoorlog en hun strategieën om Duitse soldaten en medewerkers te demotiveren. Centraal staan Das Freie Wort, een blad uitgegeven door Belgische verzetslieden, en Die Wahrheit, een krant gepubliceerd door Duitse en Oostenrijkse politieke vluchtelingen en joden.

Door middel van een discoursanalyse wordt onderzocht welke taal en argumentatie deze kranten gebruikten en hoe hun politieke achtergronden hun boodschap beïnvloedden. De studie vergelijkt de strategieën van beide kranten tussen 1942 en 1944, met aandacht voor hun verspreidingsmethoden en de bredere context van het communistische en revolutionaire verzet in België. Dit onderzoek tracht een leemte in de historiografie te vullen door zich niet alleen op de verzetsgroepen, maar specifiek op hun geschreven boodschap en invloed op de bezetter te richten.
Meer lezen

Deconstructing ‘Belgian’ chocolate: From Colonial Delicacy to a Symbol of National Identity

KU Leuven
2024
Fleur
Van de Walle
Dit onderzoek belicht de huidige disconnectie tussen de beroemde nationale identiteit van Belgische chocolade en zijn koloniale verleden. Het onderzoekt hoe chocolade, aanvankelijk een koloniaal consumptieartikel, geëvolueerd is tot een symbool van de Belgische cultuur en identiteit. Door de representatie van Belgische chocolade op de Wereldtentoonstellingen van Brussel (1897, 1910, 1935 en 1958) te analyseren, belicht het onderzoek de complexe processen van toe-eigening en betekenisgeving die chocolade hebben verankerd als een integraal onderdeel van de Belgische cultuur. Door gebruik te maken van kritische discoursanalyse en visuele analyse van documentatiemateriaal van deze tentoonstellingen, onderzoekt de studie zowel het officiële discours als de beeldtaal van Belgische chocolade. De historische analyse van de Wereldtentoonstellingen onthult een bewuste inspanning om chocolade te positioneren als een nationaal symbool door middel van nationalistische representatie. Het geconstrueerde nationale verhaal vermeed vaak de koloniale oorsprong van chocolade, wat wijst op een selectieve herinnering dat de Belgische verwezenlijkingen in de verf zet en de koloniale uitbuiting die aan de basis ligt van de cacao-industrie negeert. De manier waarop Belgische chocolade in de loop der jaren werd voorgesteld, heeft een cruciale rol gespeeld in de beeldvorming ervan. Aanvankelijk werd het geassocieerd met koloniale inspanningen, maar geleidelijk verschoof de aandacht naar de Belgische productie, waarbij de nadruk werd gelegd op vakmanschap, kwaliteit, technologische innovatie en traditie. Hoewel de koloniale oorsprong van cacao bijdroeg aan de exotische aantrekkingskracht van chocolade, werd dit aspect na verloop van tijd minder benadrukt. Bijgevolg werd chocolade steeds meer een symbool van de Belgische identiteit en cultuur, los van zijn koloniale context. De resultaten onderstrepen de rol van culturele en nationale representatie in het proces van vererfgoeding. De transformatie van Belgische chocolade van een koloniaal consumptieproduct tot een nationaal symbool illustreert hoe culturele identiteit in de loop van de tijd wordt geconstrueerd en onderhandeld, waarbij bepaalde verhalen naar voren worden geschoven en andere worden gemarginaliseerd.
Meer lezen

"Zoudt ge graag verder studeren?": gender en studiekeuze in Vlaanderen in de jaren 1970

KU Leuven
2024
Siel
Bosmans
De jaren 1970 werden gekenmerkt door de aanwezigheid van verschillende activistische groepen, waaronder de tweede feministische beweging, en een verdere democratisering van het onderwijs. Beleidsmakers wilden met de invoering van het Vernieuwd Secundair Onderwijs elk kind, van elke socio-economische achtergrond, gelijke kansen geven door onder andere de studiekeuze op een latere leeftijd te plaatsen. Ook feministen pleitten voor gelijke kansen: ze streden ervoor dat meisjes dezelfde kansen als jongens kregen, in onder andere de studie- en beroepskeuzebegeleiding. Het onderwerp van deze thesis is hoe er in de jaren 1970 in Vlaanderen werd omgegaan met studiekeuze en beroepsoriëntering en welke rol gender in die beslissing speelde. Daarbij ligt de focus op twee maatschappelijke ruimtes, de PMS-centra en de openbare omroep BRT, waarbinnen studiekeuze en beroepsoriëntering door verschillende actoren werden aangekaart, vormgegeven, gereproduceerd en bijgestuurd.

In het eerste hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de adviezen en werking van psycho-medisch-sociale centra (PMS) en de toekomstbeelden van de begeleide leerlingen van scholen in regio Leuven-Vilvoorde-Brussel. De analyse richt zich op de PMS-leerlingendossiers aan de hand van een discoursanalyse. Daarnaast worden de gebruikte testen en vragenlijsten als paper technologies benaderd. Het onderzoek in het tweede hoofdstuk richt zich op verschillende uitzendingen van de openbare omroep waarin studiekeuze en beroepsoriëntering werden besproken. De analyse heeft betrekking op de reeks Studiekeuze en beroepsoriëntering uit 1970 en 1971 en twee afzonderlijke programma’s Zin en onzin van het huwelijk uit 1973 en Het gaat niet om die ene pop uit 1975. Welke boodschap droegen de uitzendingen uit en wat maakte dat bij de kijkers los?

In beide maatschappelijke ruimtes waren traditionele genderrollen aanwezig. Zo kregen kinderen en ouders zowel via de PMS-werking als via de BRT-uitzendingen gegenderd advies. Het advies en discours bij de BRT was weliswaar gekenmerkt door een ambiguïteit: de hoofdboodschap was emancipatorisch, maar tegelijkertijd bestendigden de programmamakers door het gebruik van bepaalde beelden traditionele genderrollen. Het PMS-advies en de inhoud en vorm van de gebruikte documenten lagen daarentegen wel grotendeels in lijn met de traditionele genderrollen. Sommige individuele medewerkers doorbraken dat genderstereotype patroon bij individuele gevallen. Bij de kijkers, ouders en leerlingen was het beeld gemengd. Een deel was het niet eens met de traditionele rolpatronen en meende dat vrouwen geschikt waren voor elk beroep en de kans moesten krijgen om eender wat te studeren en worden. Anderen geloofden dat het traditionele rollenpatroon met reden bestond en dat vrouwen en mannen inherent verschilden. Daarnaast blijkt dat ook in de samenleving een genderspecifiek toekomstbeeld voor jongens en meisjes voortleefde. De meerderheid van de kijkers, ouders en leerlingen geloofden dat het huishouden en de opvoeding van kinderen behoorden tot het takenpakket van de vrouw en buitenshuis werken tot dat van de man. Zo gaven tienermeisjes aan dat ze verder wilden studeren en werken, maar dacht een deel al na hoe ze later de huishoudelijke en opvoedende taken zou combineren met buitenshuis werk. Andere meisjes stelden dat beeld wel in vraag. Jongens dachten enkel aan ‘mannelijke’ beroepen en reflecteerden niet over hoe ze later hun gezin met hun job zouden combineren.
Meer lezen

Taal werkt, ook ongemerkt: een kritische discoursanalyse van politiek taalgebruik in toespraken van linkse en rechtse Vlaamse partijvoorzitters

Universiteit Gent
2024
Marie-Laure
Van Cleemput
De scriptie bevat een kritische discoursanalyse van taalgebruik bij linkse en rechtse Vlaamse partijvoorzitters tijdens publieke speeches. Het onderzoek keek naar verschillende nieuwjaars- en 1 mei-toespraken van Raoul Hedebouw, Melissa Depraetere, Conner Rousseau, Bart De Wever en Tom Van Grieken. Voor elke partijvoorzitter werden twee speeches taalkundig en retorisch geanalyseerd, met de retoriek van Aristoteles en de Critical Discourse Analysis als basis. Zo werd de taal van de partijvoorzitters geanalyseerd en ten opzichte van elkaar onderzocht, met bijvoorbeeld aandacht voor metaforiek, woordherhaling, vloekwoorden, perspectieven en argumentatie. Zo wordt een beeld geschetst van welke partijvoorzitter van welke linkse of rechtse Vlaamse partij moeilijkere of eenvoudigere taal zou hanteren dan de andere.
Meer lezen

Mannelijk, ziek, gevaarlijk en vreemd. De representatie van lesbian-like vrouwen in de Belgische dagbladpers tijdens het interbellum.

KU Leuven
2024
Lea
Schiettecatte
Sinds het midden van de jaren 1970 besteden historici steeds meer aandacht aan de geschiedenis van lesbische vrouwen. Hoewel er sindsdien al veel invloedrijke werken verschenen, is er nog weinig historisch onderzoek gevoerd naar de geschiedenis van de representatie van vrouwelijke homoseksualiteit. Deze masterproef besprak daarom de representatie van lesbian-like vrouwen in de Belgische pers tijdens het interbellum. Daarbij werd een discoursanalyse toegepast op meer dan 150 krantenartikelen van 37 verschillende kranten. In de eerste plaats toonde dit onderzoek aan dat journalisten uitvoerig berichtten over vrouwen die zich mannelijk kleedden. Die vrouwen werden tijdens het interbellum ‘garçonnes’ genoemd. Journalisten gingen daarbij op zoek naar verschillende mogelijke oorzaken voor het bestaan van de garçonne, waarbij ze de Eerste Wereldoorlog en de emancipatie van de vrouw aanhaalden. Welke reden ze ook toeschreven aan hun bestaan, de verslaggevers waren het erover eens dat garçonnes onaantrekkelijk waren. Daarbij benadrukten socialistische en liberale journalisten dat de omgeving van de garçonne misnoegd was over haar uiterlijk en drukten katholieke journalisten hun bezorgdheid uit over de gezondheid van de vrouwen. Daarnaast benoemden verslaggevers de garçonne als een sociaal probleem, waarbij ze zich volgens hen ‘immoreel’ gedroeg. Daarnaast toonde dit onderzoek aan dat Belgische journalisten het pathologisch discours van medici overnamen. In die representaties was de lesbian-like vrouw een femme fatale, die roofdiergedrag vertoonde. Mogelijke slachtoffers van die femme fatale waren kinderen, maar ook volwassen vrouwen en mannen. Daarnaast geloofden de verslaggevers dat lesbian-like vrouwen een gevaar vormden voor de maatschappij, waarbij ze een bedreiging vormden voor gezinnen en bijgevolg de toekomst van het land. Afhankelijk van de ideologie van de krant waarvoor ze werkten, haalden journalisten de censuur van fictieve werken met lesbian-like personages aan als oplossing voor de bedreiging van de lesbian-like vrouwen. Ten slotte benoemden journalisten lesbian-like vrouwen consequent als ‘de andere’. Zo werden ze vereenzelvigd met de oudheid, waarbij ze zelfs als oorzaak van de val van het Griekse Rijk benoemd werden. Lesbian-like vrouwen werden echter ook vaak geassocieerd met het buitenland, met Frankrijk en Duitsland in het bijzonder. Die associatie was wellicht het gevolg van de imago’s van Berlijn en Parijs als steden met een sterke homoseksuele subcultuur. Daarnaast maakte specifiek de socialistische pers de associatie van lesbian-like gedrag met de hoogste klasse, wat gekaderd kan worden binnen het idee van de klassenstrijd. Het onderzoek toonde aan dat er zowel sprake was van gelijkenissen als verschillen tussen de berichtgeving per ideologie. Daarbij was er vaak sprake van meningsverschillen tussen de katholieke en socialistische pers en nam de liberale pers een meer ambigu standpunt in. Daarnaast kan de berichtgeving van België vergeleken worden met die van andere Europese landen. Daarbij kwamen bredere trends op het continent, zoals het pathologisch discours, het nationalisme en de afkeur ten opzichte van garçonnes, ook terug in Belgische pers. Toch verschilde de Belgische casus ook van andere Europese landen, bijvoorbeeld wat betreft de ideologische verschillen in het land en het uitzonderlijk verbod op censuur.
Meer lezen

De rol van alternatieve mens-natuurrelaties in het gedepolitiseerde Vlaamse landbouwdebat

Universiteit Gent
2024
Wout
Barbier
Een kwalitatieve studie op basis van literatuuronderzoek, discoursanalyse en interviews naar de rol van alternatieve mens-natuurrelaties in de repolitisering van het Vlaamse landbouwdebat. In het eerste deel wordt onderzocht
welke boerenorganisaties als sociale bewegingsorganisatie gezien kunnen worden.
Momenteel kunnen we enkel Boerenforum zo bestempelen. In het tweede deel
wordt aan de hand van een discoursanalyse onderzocht welke boer-natuurrelaties
door landbouworganisaties worden uitgedragen. Hiervoor wordt gefocust op de relatie van boer.inn.en met de bodem. Een instrumentalisatie- en een co-creatiediscours
worden onderscheiden. In het instrumentalisatiediscours wordt het vermogen om
gewassen te doen groeien en ecosysteemdiensten te leveren grotendeels aan de
boer.in toegeschreven. In het co-creatiediscours wordt daarentegen over de bodem
gesproken als een levende co-creator van gewassen en ecosysteemdiensten. In
het derde deel wordt de relatie van agro-ecologische en conventionele boer.inn.en
met natuurlijke elementen onderzocht aan de hand van semi-gestructureerde interviews. Ook hierbij wordt specifiek gekeken naar de relatie met de bodem. De
meeste boer.inn.en schetsen een breed beeld van de bodem. De verschillen in visie
tussen boer.inn.en worden maar deels verklaard door de agro-ecologische of conventionele aanpak van deze boer.inn.en. Ook werd in de interviews gepeild naar
andere zaken waar boer.inn.en van wakker liggen, naar de identiteit van de boer, en naar het gevoel van verbinding tussen boer.inn.en onderling en met boerenorganisaties. We kunnen besluiten dat bodemzorg benadrukken momenteel eerder
verdelend dan verbindend werkt, en dat de manier waarop er vaak over bodemzorg gesproken niet aanzet tot collectieve actie. Om een brede mobiliserende werking te
hebben zou het agro-ecologische discours meer moeten inzetten op andere dingen
waar boer.inn.en van wakker liggen, zoals financiële duurzaamheid.
Meer lezen

Baas in eigen teelbal? De mannenpil in Vlaanderen tussen 1970 en 2005

KU Leuven
2023
Marianne
Moors
De thesis handelt over de geschiedenis van de mannenpil in Vlaanderen tussen 1970 en 2005. Hierbij lag er focus op de vrouwenbeweging, de centra voor geboorteregeling en berichtgeving in de media.
Meer lezen

Black Women Are Not a Side Note An in-depth intersectional critical discourse analysis of Eurocentric/Western conceptions of feminism: the Vrouwenraad as a case study

Vrije Universiteit Brussel
2023
Rita
Afonso
Deze masterthesis onderzoekt in hoeverre het discours van het jaarplan van de Vrouwenraad zwarte vrouwen betrekt. Met behulp van een kritisch discoursanalysekader onderzoekt deze studie hoe de Vrouwenraad kwesties met betrekking tot seksisme en racisme aanpakt, met name de gelijktijdige manifestatie ervan.
Meer lezen

Cellulaire afzondering: gangbare praktijk of uitzondering?

KU Leuven
2022
Joachim
Van Oost
Deze meesterproef had tot doel de evolutie van de rol en het gebruik van de cellulaire afzondering in de jeugdzorginstelling van Ruiselede tussen 1849 en 1965 in kaart te brengen.
Meer lezen

Problematisering van het integratiediscours in Vlaanderen: Een kritische analyse van het mediadiscours over integratie en de rol van gender, van migratiestop (1974) tot Inburgeringsdecreet (2003)

Universiteit Gent
2022
Jade
Philippeth
Een kritische discoursanalyse over wat en wie er onder het concept 'integratie' werd gezien in Het Nieuwsblad tussen 1974 en 2003. Een speciale aandacht gaat uit naar de rol van gender in dit discours.
Meer lezen

De impact van #MeToo op beeldvorming van seksueel grensoverschrijdend gedrag in krantenberichtgeving

Universiteit Gent
2022
Emma
Lenaert
Onderzoek op basis van een kritische discoursanalyse naar verkrachtingsmythes in Vlaamse krantenberichtgeving en de impact van #MeToo.
Meer lezen

Het dichotoom mediabeeld van Bart de Pauw: representatie van seksueel ongewenst gedrag in de Vlaamse media

Universiteit Gent
2022
ellen
thorisaen
In oktober 2017 ging #MeTo viraal na het opkomen van
beschuldigingen van ongewenst seksueel gedrag tegen
verschillende bekende personen in de entertainmentsector. Dit online feministisch protest vond zijn weg tot in Vlaanderen met de rechtszaak tegen de bekende tv-maker Bart De Pauw als voortrekker. Aan de hand van een kritische discoursanalyse komt in deze scriptie aan bod hoe de Vlaamse media seksueel ongewenst gedrag in deze rechtszaak representeerden. Er wordt gekeken hoe de kranten Het Laatste Nieuws De Standaard de #MeToo-zaak rond Bart De Pauw weergeven. Uit dit onderzoek blijkt dat de Vlaamse nieuwsmedia vast zit tussen het representeren van seksueel ongewenst gedrag als ernstig, problematisch enerzijds en als triviaal, normaal anderzijds. Zo dienen de Vlaamse media zowel als obstakel en als rugsteun voor de #MeToo-beweging.
Meer lezen

(H)erkenning van de eigen wonden Een kwalitatief onderzoek naar imperiale wonden en mogelijke processen van genezing, heling en herstel bij transnationale adoptie vanuit China

Universiteit Gent
2021
Joyce
Bex
Deze masterproef omvat een zoektocht naar mogelijke strategieën tot herstel van imperiale wonden bij transnationale adoptie vanuit China.
Meer lezen

Les malheureux Juifs! Aandacht voor de Jodenvervolging in de Belgische verzetspers (1940-1944)

Universiteit Gent
2021
Manon
Mortier
Via een kritische discoursanalyse van acht Belgische verzetskranten probeert deze scriptie om tools aan te reiken om een beter inzicht te verkrijgen in de berichtgeving rond de Jodenvervolging. Op de vraag waarom de sluikbladen er zo weinig over berichten, is het belangrijk om bij de basis te beginnen: de eigenschappen en doelstellingen van de verzetspers, frames als bouwstenen van discours en de mechanismen van nieuwsselectie.
Meer lezen

China's National Identity Construction with the US as the ‘Other’ in the Taiwan Conflict: a Story of Change or Continuity?

Universiteit Antwerpen
2021
Aveline
Gram
China is niet weg te slaan uit het nieuws en wordt er afgebeeld als een steeds grotere bedreiging voor het Westen. Maar wat weten we eigenlijk echt over wie ze zijn en wat ze willen, die Xi Jinping en zijn Chinese Communistische Partij (CCP)? Onderschatten of overschatten we de opkomst van China? Dit onderzoek zoekt het uit.
Meer lezen

Een wereld naar Gods plan. Duurzaamheid in een religieuze ontwikkelings-ngo, 1968-1994

KU Leuven
2020
Hanne-Lise
Frateur
Deze masterproef onderzocht hoe een religieuze inspiratie een impact had op de betekenisgeving van duurzaamheid in het ontwikkelingsdiscours van de Vlaamse ngo Broederlijk Delen (1968-1994). Verschillende betekenissen van duurzaamheid werden onderscheiden en telkens werd gereflecteerd in welke mate de christelijke religie een struikel- of startblok vormde om die duurzaamheid na te streven.
Meer lezen

Turkey's Humanitarian Diplomacy: Embracing liberal humanitarianism or breaking the mold?

Universiteit Antwerpen
2020
Laura
Werbrouck
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Het humanitaire veld verandert door nieuwe, niet-traditionele actoren die steeds vaker een grotere rol opnemen, zo ook Turkije. Sinds 2013 maakt het land zelfs gebruik van de term "humanitarian diplomacy". In dit onderzoek werd aan de hand van een discoursanalyse onderzocht hoe Turkije zich verhoudt tegenover het liberale humanitaire veld.
Meer lezen

Concrete Walls and Political Speeches - The Political Discourse of the Lebanese Protests 2019-2020: a critical discourse analysis

KU Leuven
2020
Ruben
Van Nimmen
In de Libanese protesten van 2019 en 2020 werd de politieke machtsbalans niet alleen met traangas en betonblokken, maar ook met politieke speeches verdedigd. Een kritische discoursanalyse legt die discursieve en taalkundige strategieën bloot.
Meer lezen

Over patriotse smoelhelden en huilende hyena's: Het verzet tijdens WO II in de spiegel van het Vlaams-nationalistische weekblad 't Pallieterke (1945-2015)

Universiteit Gent
2020
Amber
Snauwaert
Beeldvorming over het verzet tijdens WO II in de spiegel van het Vlaams-nationalistische en satirische weekblad 't Pallieterke vanaf 1945 tot 2015. Aan de hand van een discoursanalyse werd nagegaan welk beeld 't Pallieterke na de oorlog creëerde over het verzet en welke strategieën het daarvoor gebruikte.
Meer lezen

“Māori metal” - Analysing decolonial glocalisation in the themes, performances and discourses surrounding Alien Weaponry’s debut album Tū (2018)

KU Leuven
2019
Didier
Goossens
Onderzoek naar hoe de Nieuw-Zeelandse metalband Alien Weaponry zich voorstelt aan centrale markten van de globale metalscene. Enerzijds een analyse van thematische en performatieve glocalisering; anderzijds discoursanalyses van promotie, distributie en receptie, met nadruk op deze laatste.
Meer lezen