Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Manifest voor autismevriendelijke schoolarchitectuur - ASPECTSS als methodiek voor een inclusieve brede school

Universiteit Hasselt
2026
Anouck
Cautaert
Genk is een zeer diverse en cultureel
rijke stad, waar ook sociaal-economische
ongelijkheden aanwezig zijn. Aan de hand
van deze scriptie probeer ik bij te dragen aan
de inclusie in de stad door in te zetten op
onder andere autismevriendelijk maken van
de schoolinfrastructuur van Zwartberg-Zuid.
De principes die later worden toegepast
voor de schoolsite De Appelboom en De
Wissel kunnen veralgemeend worden naar
de andere twee scholenclusters in Zwartberg.

Het eerste luik van de scriptie omvat dan
ook het onderzoek naar onder andere de
noden van mensen met autisme en het
algemeen gebrek - volgens Mostafa - aan
autismevriendelijke infrastructuur.
Hierna wordt er een link gemaakt naar
de projectlocatie, namelijk Zwartberg,
waarbij er een groeiende nood is aan
autismevriendelijke ondersteuning
binnen bestaande organisaties en
gebouwen, alsmede naar onderwijs- en
ontwikkelingskansen voor kinderen en
jongeren, te concluderen uit het interview met
de wijkmanager van Zwartberg. Momenteel
wordt er binnen deze infrastructuur minimaal
ingezet op autismeondersteunende
infrastructuur, waarbij datgene dat aanwezig
is niet kwalitatief is.
Ook wordt er een link gemaakt naar
Zwartberg door de relatie tussen autisme en
migratieachtergrond verder te onderzoeken,
onder andere blijkens het interview met
directeur Frank Bartholomé. Binnen deze
autismevriendelijke aanpak wordt er verder
ingegaan op de ASPECTSS-richtlijnen,
waarbij deze richtlijnen als ondersteunend
middel worden gezien.

Als tweede luik wordt er ingegaan op
het brede school-principe, waarbij in dit
beleidsidee wordt ingezet op onder andere
de maximale ontwikkelingskansen en de
brede leer- en leefomgeving van kinderen en
jongeren. Hierbij wordt er dieper ingegaan
op de organisatorische en ruimtelijke
organisatie van de brede school.
Als derde en tevens laatste luik wordt
voorgaande verzamelde info ruimtelijk
vertaald aan de hand van een case study
van twee projecten, die inzetten op
autismevriendelijke architectuur en het brede
school-principe.

De onderzoeksvraag van de scriptie is als
volgt: “Hoe kan architectuur bijdragen
om scholen, als ondersteunende
ontmoetingsplek, inclusiever te maken voor
kinderen en jongeren met autisme?”. Dit
wordt onder andere onderzocht aan de hand
van de theoretische ASPECTSS-richtlijnen
en het principe van de brede school. Echter
is het belangrijk om te benadrukken dat
de ASPECTSS-richtlijnen en het principe
van de brede school als hulpmiddel
dienen om de bestaande site in Zwartberg
autismevriendelijk te maken en in te zetten
op de sociale noden - in tegenstelling tot het
utopische beeld dat momenteel rond deze
principes hangt. Bijkomend dient vermeld
dat dit een persoonlijke interpretatie zal zijn
van hoe deze twee theoretische modellen
kunnen worden toegepast binnen een
nieuwbouw en herbestemming.

Dit onderzoek wordt aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews en case
onderzoek gevoerd, om op deze manier
meer inzicht te krijgen in onder andere de
noden van deze doelgroep.
Meer lezen

Buurtwarmte Brugge

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Ilse
Maes
In de historische binnenstad van Brugge zijn grootschalige warmtenetten vaak onhaalbaar, terwijl individuele warmtepompen botsen op ruimtegebrek, geluidsoverlast en strikte erfgoedregels. Deze bachelorproef onderzoekt hoe 'micro-warmtenetten' op privaat terrein (voor clusters van 3 tot 10 woningen) een realistische, fossielvrije oplossing kunnen bieden voor deze complexe "warmte-eilanden".
Uit de analyse blijkt dat een collectieve lucht-waterwarmtepomp op middentemperatuur technisch de meest haalbare bron is voor de historische context. De grootste drempels zijn echter niet technisch, maar organisatorisch en juridisch, zoals de onderlinge samenwerking en de angst voor overlast. Om deze barrières weg te nemen, ontwikkelde de auteur twee complementaire draaiboeken. Het bewonersdraaiboek ontzorgt burgers stapsgewijs met checklists en modelcontracten, terwijl het draaiboek voor Stad Brugge een sturingskader biedt waarin een centrale rol is weggelegd voor de lokale 'Renovatiecoach'. Na toetsing aan drie Brugse casussen concludeert de scriptie dat micro-warmtenetten op privaat terrein de cruciale missing link vormen om de warmtetransitie in historische stadskernen te versnellen.
Meer lezen

Potential of African Diasporic Spatiality in Adaptive Reuse and Postcolonial Placemaking

Universiteit Hasselt
2026
Brenda Jerotich
Maswan
By examining the postcolonial condition of the European metropole, as influenced by colonial and postcolonial migration, this thesis explores how African diasporic communities in Brussels engage in spatial practices as a legitimate form of architectural knowledge. Focusing on Molenbeek-Saint-Jean and Matongé, it argues that the incremental, vernacular adaptations through which African migrants appropriate and reinterpret the European built environment constitute an alternative approach to placemaking. This approach has often been overlooked by conventional heritage and planning systems.
Drawing on postcolonial theory, diasporic urbanism, and African diasporic spatial
practice, this thesis develops a critical framework for reading African diasporic spatial
practice not as informality or deficit, but as a culturally embedded, socially driven
architectural knowledge. This framework is tested through ethnographic research of
Luce Beeckmans and site-writing, following Jane Rendell’s concept of critical spatial
practice, and applied through a design project for a former industrial complex at Rue
De Courtrai and Rue d’Ostende in Molenbeek.
The design proposes an adaptive reuse strategy grounded in the African diasporic
logic of negotiated visibility—the practice of managing presence and withdrawal
across the city and building scales simultaneously. By preserving existing street
façades, directing transformation inward through the inner block, and retaining existing
users, the project translates African diasporic spatial qualities into an architectural
methodology capable of producing an inclusive social infrastructure while resisting the
displacement pressures of ongoing urban renewal. In doing so, it positions adaptive
reuse not as a technical or aesthetic strategy but as a cultural and political redefinition
of space—one that recognises the African diaspora community in Molenbeek as
spatial agents in postcolonial placemaking.
Meer lezen

1/1 met Lieven Cruyl: een catalogus van en reflecties bij een grafisch oeuvre

Universiteit Gent
2026
Maarten
Op de Beeck
Lieven Cruyl (1634-1720) was een Gentse priester, tekenaar en architect wiens werk tot op heden slechts fragmentarisch werd bestudeerd. Hij geldt als een vroege vedute-tekenaar die, sterk beïnvloed door de architectuur van zijn tijd, stedelijke gezichten en bouwwerken vastlegde met oog voor architecturale precisie en ruimtelijke compositie. Sinds de laatste en enige monografische catalogus van zijn oeuvre, uit 1992, zijn er gestaag nieuwe tekeningen opgedoken. Over de man zelf is weinig geweten: zijn biografie steunt ook vandaag nog grotendeels op hiaten en veronderstellingen.

Deze masterproef stelt zich tot doel een zo volledig mogelijk overzicht te bieden van Cruyls oeuvre, grotendeels op ware grootte weergegeven, en analyseert daarnaast een aantal unieke tekeningen in detail. Hiertoe werd de catalogus uit 1992 aangevuld op basis van tekeningen die sindsdien opdoken in publieke (museum)collecties en op veilingen. Daarnaast werden enkele ongepubliceerde archiefbronnen geraadpleegd, wat toeliet een paar bijkomende, zij het beperkte, biografische puzzelstukken aan te reiken. Deze aanpak resulteerde vooral in een aanzienlijk uitgebreidere en actuelere catalogus van Cruyls werk. Door de tekeningen overwegend op ware grootte te tonen, wordt bovendien recht gedaan aan de fysieke en visuele impact die ze oorspronkelijk beoogden. Het resultaat is een overzicht dat Cruyls oeuvre niet louter presenteert als een abstracte lijst van tekeningen, maar dat de lezer de eigenheid en intrige van zijn werk op ware schaal laat ervaren, en dat hopelijk een steviger fundament legt voor toekomstig onderzoek naar deze onderbelichte figuur.
Meer lezen

POEMBAKterie: A characterisation of the household kitchen sink microbiome

Universiteit Antwerpen
2026
Jozefien
Mellebeek
The environmental microbiome plays a well-established role in influencing human health. While bacterial communities associated with hospital sinks have been extensively documented due to their relevance in infection control, the microbiome of sinks in non-clinical, domestic settings remains comparatively underexplored.
Therefore, the ongoing POEMBAKterie project in our research group aims to characterise the microbial composition of household kitchen sinks in Antwerp. In this thesis, a citizen science approach was employed to collect household kitchen sink samples and associated household metadata as part of the POEMBAKterie project.
Full-length 16S rRNA gene sequencing was performed to characterise bacterial community composition at high taxonomic resolution. In addition, cultivation-based methods using selective media were applied to detect viable opportunistic bacteria, with a focus on the detection of Escherichia coli. Sequencing data were analysed to assess
bacterial community composition, alpha and beta diversity and differences between sample types and households.
Sequencing revealed diverse microbial communities dominated by the phyla Pseudomonadota, Actinomycetota, Bacillota and Bacteroidota, consistent with previously described built-environment microbiomes. At the genus level, taxa such as Microbacterium, Acinetobacter, Paracoccus, Pseudomonas, Moraxella and Stenotrophomonas were most abundant, many of which have previously been associated with water systems, food-related environments, and human microbiota. Significant differences in bacterial community composition were observed between sample types, although substantial overlap and within-group variability were present. In contrast, variation between household locations was limited, likely due to the small sample size. Potential opportunistic bacterial taxa, including E. coli, were detected through both sequencing and cultivation-based approaches. However, overlap between the two methods was only partial, highlighting methodological differences related to viability assessment and methodological sensitivity. Importantly, the presence of these taxa alone is insufficient to infer pathogenicity or infection risk.
Overall, these findings indicate that kitchen sinks represent complex microbial ecosystems shaped by multiple environmental and human inputs and demonstrate the value of combining sequencing and cultivation to characterise both microbial diversity and viability.
Meer lezen

Unraveling the Scent of Perfume Dupes

Universiteit Gent
2026
Frances
Aelbrecht
Parfumdupes zijn betaalbare alternatieven voor designerparfums die steeds populairder worden, mede dankzij sociale media zoals TikTok. Maar ruiken ze echt hetzelfde, en zijn ze even veilig? Deze masterproef vergelijkt twee designerparfums met vijftien dupes via chemische analyses en brengt zo hun geurverschillen en mogelijke veiligheidsrisico's in kaart.

De resultaten zijn verrassend. Dupes slagen er goed in de openingsaroma’s na te bootsen, maar naarmate de geur evolueert op de huid, worden de verschillen merkbaar. Diepere noten worden vaak vervangen door goedkopere ingrediënten of simpelweg weggelaten. Een dupe overtuigt dus bij de eerste indruk, maar is niet altijd een volwaardig alternatief.

Wat betreft veiligheid bleek er geen duidelijk verband tussen de prijs van een parfum en de aanwezigheid van problematische stoffen. De allergenen die opdoken in de dupes, waren dezelfde als in de designerparfums. Zorgwekkender was de vondst van safrol en isosafrol in twee parfums van een toeristenmarkt. Deze stoffen zijn in de Europese Unie verboden in cosmetica en worden beschouwd als potentieel kankerverwekkend. Hoewel bijkomende analyses nodig zijn om hun aanwezigheid definitief te bevestigen, is hun detectie opvallend en wijst ze op een mogelijk risico bij parfums die buiten het reguliere handelscircuit worden verkocht.

Of een dupe dus het origineel waard is, hangt uiteindelijk af van wat je zoekt: de geur, de beleving, of een betaalbare prijs. Maar één ding is zeker: weten wat er in je flesje zit, is nooit een overbodige luxe. Want een parfum kies je met je neus, maar de veiligheid ervan verdient een kritische blik.
Meer lezen

"Natuur zorgt voor de wereld": definities en percepties van het concept natuur bij Vlaamse lagereschoolkinderen en de verschillen daarin tussen rurale en urbane omgevingen

Universiteit Gent
2026
Manon
Dhelft
De band tussen kinderen en de natuur staat onder druk. Toenemende verstedelijking en digitalisering reduceren hun tijd buiten en in natuur, terwijl natuurcontact juist veel mentale en fysieke voordelen heeft voor het kind. Bovendien zijn die ervaringen cruciaal voor de ontwikkeling van milieubewust gedrag op latere leeftijd. Hoe kinderen natuur mentaal vormgeven vormt daarbij de basis van de mens-natuurrelatie. Toch is onderzoek naar hun conceptualisatie van natuur schaars en is het nog nooit uitgevoerd in Vlaanderen, of zelfs maar in België. De centrale onderzoeksvraag luidt daarom: “Welke definities en percepties hebben Vlaamse lagereschoolkinderen van het concept natuur en hoe verschillen die tussen rurale en urbane omgevingen?”. Voor dit onderzoek werd een vergelijkende casestudie uitgevoerd waarbij 56 Vlaamse kinderen uit het vierde leerjaar (9-10 jaar) werden bevraagd in de Westhoek (ruraal) en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (urbaan). Hiervoor werd gebruikgemaakt van verschillende methodes, bestaande uit de draw, write & tell-methode, de Connection to Nature Index, een vragenlijst en interviews met de schooldirecties. De kinderen bouwen natuur op vanuit een biotische kern (bomen, gras, bloemen, vogels), aangevuld met abiotische elementen zoals de zon. Een opvallende bevinding is dat de mens een prominente plaats inneemt in hun conceptualisatie van natuur. Daarnaast zien de kinderen natuur als een plek voor spel en exploratie. Rurale kinderen vertonen een grotere soortenkennis en een sterker gevoel van eenheid met hun omgeving, terwijl urbane kinderen natuur vaker associëren met sport en een goede luchtkwaliteit. Natuur wordt overwegend positief beleefd door de kinderen, roept rust op en wordt gewaardeerd om haar nut en haar intrinsieke waarde. Hun gedrag wijst echter ook op een kloof. Vrije tijd wordt namelijk vaker achter een scherm gespendeerd dan in de natuur. Vlaamse lagereschoolkinderen blijken zo een rijk, betrokken, maar kwetsbaar natuurbeeld te hebben. Inzicht in dat beeld is essentieel om leervolle momenten in natuur- en milieueducatie op te zetten en hen op een effectieve manier terug naar de natuur te krijgen.
Meer lezen

Oostende: een onverwachte wereldhaven en veeleisende meesteres: Een onderzoek naar scheepsongevallen in en rond de haven van Oostende tussen 1770 en 1792.

KU Leuven
2026
Arne
Hanson
Deze masterscriptie doet onderzoek naar scheepsongevallen in de haven van Oostende op het einde van de achttiende eeuw. Dat doet ze via de onderzoeksvraag: Welke soorten scheepsongevallen; welke oorzaken en welke evoluties kenmerkten die scheepsongevallen in en rond de haven van Oostende in de periode 1770 tot 1792 en wat was het gevolg voor deze schepen? Het onderzoek maakte gebruik van vier bronnen: de ‘Gazette van Gend’ een krant waarin scheepsongevallen vermeldt staan; de ‘Nauwkeurige beschryving der Oude en Beroemde Zee-Stad Oostende gelegen in Oostenrycksch Vlaenderen’ van Jacobus Bowens, een kroniek die contemporaine context verschaft; een rapport van Thomas de Grysperre dat een aantal oorzaken aangaf voor de scheepsongevallen die in voorkwamen in Oostende en tenslotte zeeprotesten uit het notariaat van Caillie. De zeeprotesten zijn aktes waarin kapiteins hun verslag deden over een ongeval en probeerden de schuld van zich af te schuiven door ze op de zee te leggen, vandaar de naam zeeprotest.
De meeste scheepsongevallen die in Oostende gebeurden waren strandingen. Andere ongevallen waren zinkende schepen, schepen met lekkages en schepen met averij. Er zijn vier mogelijke oorzaken voor deze ongevallen: het weer, strandingen, de verzanding van de haven en tenslotte onkunde. Bij slecht weer gebeurden er ongevallen omdat schepen afhankelijk waren van het weer en omdat Oostende onbeschut lag. Strandingen waren soms zodanig hard dat schepen aan stukken sloegen. Daardoor zijn zij zowel een soort als een oorzaak. Door verzanding was de haven ondiep waardoor zij verraderlijk was en soms voor ongevallen zorgde. Daarnaast was Oostende ook moeilijk te bereiken waardoor veel ervaring nodig was. Onkunde speelde dus ook een rol. Meestal gebeurde een ongeval door een combinatie van deze factoren.
Vervolgens werd de evolutie van het aantal scheepsongevallen bestudeerd. Een Pearson-Correlatiecoëfficiënt toont aan dat er een zwakke, positieve samenhang was tussen het aantal scheepsongevallen en het aantal inkomende schepen. Daarnaast was de correlatie statistisch niet significant. De evolutie van het aantal scheepsongevallen fluctueerde daarvoor te veel. De fluctuaties werden veroorzaakt door geïsoleerde gebeurtenissen en door de verbetering van de haveninfrastructuur in Oostende.
Het laatste aspect van dit onderzoek zijn de gevolgen voor de schepen na een ongeval. De schepen zelf konden meestal de haven van Oostende toch bereiken, waar ze gerepareerd werden. Als ze te beschadigd waren werden ze gerecycleerd, materiaal dat nog in goede staat was werd verkocht en het schip zelf werd tot brandhout gehakt. Wrakken bleven op de bodem liggen, waar ze op hun beurt ongevallen konden veroorzaken. Als de kapitein aan land kwam tekende hij een zeeprotest waardoor hij gevrijwaard was van schadeclaims op het schip of de lading. De bemanning speelde daarbij een belangrijke rol want zij moesten de onschuld van de kapitein bevestigen. Soms werd de schuld ook op de loods gelegd als hij in fout was. Tot slot konden handelaars hun goederen ophalen, maar konden geen schadeclaims opleggen door het zeeprotest. Dat was dus een zeer handig document om op zak te hebben.
Meer lezen

Wandelend door de bewaakte stad. Tussen beleid en beleving: folk theories over CCTV-surveillance in Hasselt

KU Leuven
2026
Benthe
Peeters
Deze masterproef onderzoekt hoe burgers betekenis geven aan CCTV-surveillance in de publieke ruimte en hoe hun percepties zich verhouden tot de institutionele werking van cameratoezicht in Hasselt. Vertrekkend vanuit het concept van folk theories analyseert dit onderzoek hoe burgers intuïtieve verklaringen ontwikkelen over wie surveilleert (bron), waarom camera’s worden geplaatst (doel), hoe het systeem technisch werkt (mechanisme) en welke rol de locatie van camera’s speelt (plaats). Methodologisch hanteerde dit onderzoek tien data walks met 22 deelnemers, aangevuld met expertinterviews, een observatiebezoek en een analyse van webpagina’s van Stad Hasselt en Politie Limburg Regio Hoofdstad.

De resultaten tonen een discrepantie tussen het officiële luik en burgerpercepties. Terwijl lokale autoriteiten cameratoezicht beschrijven als een juridisch gereguleerd, grotendeels retroactief en doelgebonden systeem, ervaren burgers het cameranetwerk vaak als een ondoorzichtig systeem waarvan de werking onduidelijk blijft. Onvolledige informatie wordt aangevuld met folk theories, waarbij vooral onzekerheid bestaat over live monitoring, bewaartermijnen, datakoppeling, AI en gezichtsherkenning. Dit onderzoek identificeert plaats als een tot nu toe onderbelichte dimensie: dezelfde camera kan anders worden geïnterpreteerd afhankelijk van de locatie. Burgers hanteren verschillende copingstrategieën, van relativering en onverschilligheid tot actief vragen stellen of begrip tonen voor het officiële perspectief. Sociale identiteit en smart-citytoepassingen kleuren de betekenisgeving verder, onder meer via zorgen over sociale sortering, function creep en AI-bias.

Deze studie toont aan dat CCTV niet louter een technisch veiligheidsinstrument is, maar een sociotechnische assemblage waarin camera’s, signalisatie, regelgeving, locatie en communicatie samen betekenis produceren. De bevindingen onderstrepen het belang van transparantere
communicatie over cameratoezicht, zodat burgers beter geïnformeerd kunnen deelnemen aan het democratisch debat over surveillance in de publieke ruimte.
Meer lezen

Contextafhankelijke modellering van de vervangratio bij autodelen in Vlaamse gemeenten: Een beslissingsondersteunend model voor onderbouwde inschattingen van privéautovervanging

Universiteit Hasselt
2026
Ole
Siemons
In deze masterproef wordt onderzocht hoe lokale factoren in een gemeente van invloed kunnen zijn op het aantal privéauto's dat vervangen wordt door één deelwagen. Aan de hand van twee gebruikerspopulaties die doen aan autodelen worden contextafhankelijke factoren geïdentificeerd en gemodelleerd. De resultaten worden vertaald naar een rekenmodel en een beslissingsondersteunend model waarmee voor Vlaamse gemeenten een onderbouwde, contextafhankelijke vervangratio kan worden ingeschat. De praktische toepasbaarheid hiervan wordt getoetst aan de hand van een Use Case in de Stad Gent.
Meer lezen

Small Town Immigrants: Comparing the Position of Alien Residents in Late Medieval Harwich & Fowey

Vrije Universiteit Brussel
2026
Noémi
Tomaszynski
Deze thesis onderzoekt de positie van transnationale migranten in kleine steden in het laatmiddeleeuwse Engeland en vult daarmee een merkbare leemte in het bestaande onderzoek naar historische migratie, dat zich lange tijd heeft gericht op grote stedelijke centra. Aan de hand van de ‘alien subsidies’ en lokale rechtbankverslagen worden de steden Harwich en Fowey – kleine havensteden met vergelijkbare institutionele en economische structuren – geanalyseerd om de uiteenlopende posities van migranten in kleine steden te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat de dynamiek van kleine steden, waaronder beperkte anonimiteit, hechte sociale netwerken en kenmerkende burgerpraktijken, de zichtbaarheid, het gevoel van verbondenheid en de behandeling van migranten op een andere manier beïnvloedde dan in grote steden. Door vier variabelen te vergelijken, namelijk de samenstelling van de bevolking, economische complementariteit, institutionele participatie en de geopolitieke context, toont het artikel aan dat de ervaringen van migranten in kleine steden veranderlijk en gevarieerd waren en sterk afhankelijk waren van de lokale omstandigheden.
Meer lezen

Presenilin 1 in hereditary Alzheimer's disease: The development of a capture protocol for presenilin 1 long read DNA sequencing

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Lauren
Donche
Deze bachelorproef gaat over de ontwikkeling en optimalisatie van een specifiek protocol om mutaties in het PSEN1 gen kostenefficiënter te identificeren bij patiënten met erfelijke Alzheimer. Een betrouwbare identificatie van deze genetische varianten is cruciaal voor een tijdige diagnose, maar huidige screeningsmethoden zijn vaak erg duur en moeilijk toegankelijk.
Om een goedkoper alternatief te bieden, is in dit onderzoek een nieuwe methode ontworpen en getest. Hierbij wordt het specifieke PSEN1 gen eerst doelgericht gefilterd, waarna een techniek die lange stukken DNA in één keer afleest (long-read sequencing) wordt ingezet.
De eerste resultaten tonen aan dat deze gerichte aanpak potentie biedt om de diagnostische kosten te verlagen en het opsporen van genetische foutjes toegankelijker te maken. Wel bleek uit dit onderzoek dat er nog verdere optimalisatie van het protocol nodig is om de betrouwbaarheid en efficiëntie volledig te waarborgen.
Hiermee legt deze bachelorproef een belangrijke basis voor het vervolgonderzoek naar een betaalbare en geoptimaliseerde klinische diagnostische test voor deze zwaar getroffen patiëntengroep.
Meer lezen

The spaces of democratic self-management and collective care in cooperative student housing: Insights from Ghent and Collegium Academicum Heidelberg.

Universiteit Gent
2026
Lies
De Saegher
Studentenhuisvesting in Gent staat onder druk: het aantal studenten steeg de afgelopen twintig jaar met meer dan 34.000, terwijl er slechts 3.800 erkende kamers bijkwamen. De huurprijzen stijgen, de markt is grotendeels privaat en de homes van de UGent geven bewoners weinig inspraak.

Deze scriptie onderzoekt hoe eigendomsmodellen, universitair beheer versus coöperatief eigenaarschap, het dagelijks zelfbeheer organiseren en hoe de ruimtelijke praktijk van bewoners op haar beurt de bestuursstructuur vormgeeft. Daarvoor combineert ze een vergelijkende studie van de woonsituatie in Gent en Heidelberg met een architecturale etnografie van het Collegium Academicum (CA), een zelfbeheerde studentenwooncoöperatie in Heidelberg. Het onderzoek steunt op twee weken veldverblijf met participerende observatie, semigestructureerde interviews, beleidsdocumenten en etnografische tekeningen, en kwam tot stand in overleg met de Stad Gent.

De scriptie besluit dat eigendomsmodellen bepalend zijn voor collectief onderhoud, continuïteit en betrokkenheid van bewoners: coöperatief wonen creëert zorg en gedeelde verantwoordelijkheid die in universitair beheerde homes ontbreken. De scriptie sluit af met een kader van institutionele, organisatorische en ruimtelijke voorwaarden voor een Gentse studentenwooncoöperatie, en pleit ervoor ontwerp te zien als iets dat uit gebruik en gemeenschappelijke routines ontstaat.
Meer lezen

De psychologische drijfveren achter de adoptie van herbruikbare verpakkingen in de Belgische retailsector

Universiteit Antwerpen
2026
Jonas
Nooyens
Deze masterproef onderzoekt welke factoren bepalen of consumenten bereid zijn herbruikbare verpakkingen te gebruiken in de Belgische retailsector. Via een survey bij 371 consumenten en interviews met drie praktijk- en academische experts werd nagegaan hoe duurzaamheid, attitude, persoonlijke verantwoordelijkheid, gewoonten en vooral de ervaren haalbaarheid van een systeem samenhangen met gebruiksintentie.

De resultaten tonen dat praktische haalbaarheid de sterkste voorspeller is: consumenten staan positiever tegenover hergebruik wanneer een systeem eenvoudig, begrijpelijk en makkelijk inpasbaar is in hun dagelijkse routine. De vergelijking tussen twee concrete toepassingen, SIXPACK en REPASYS, toont bovendien dat productcategorie, ontwerp en vertrouwdheid een belangrijke rol spelen.

De studie concludeert dat succesvolle herbruikbare verpakkingen meer vragen dan milieubewustzijn alleen. Ook retourprocessen, standaardisatie, logistiek, ketensamenwerking en economische haalbaarheid moeten op elkaar worden afgestemd. Zo draagt het onderzoek bij aan de ontwikkeling van meer circulaire en duurzame consumptiesystemen.
Meer lezen

An Istanbul Tale - A Research on Identity and Belonging

Hogeschool PXL
2026
Busra
Kilisli
Dit project en deze scriptie zijn geïnspireerd door migratie en hebben geleid tot onderzoek naar identiteit en wat erbij horen inhoudt. Dit bracht mij ertoe deze onderwerpen te verkennen via het vertellen van verhalen en het weven. Een verhaal vertellen over Istanbul toen de stad nog heel was. Aan de hand van de vraag ‘Hoe kan de praktijk van het vertellen van verhalen worden verweven met culturele identiteit?’ werd een poging gedaan om een interpretatie van identiteit te bieden. De eerste stap was te begrijpen wat elk woord betekent. De verbanden tussen de sleutelwoorden ‘praktijk, vertelling, verhalen vertellen, weven, culturele identiteit’ werden onderzocht aan de hand van de vrije associatiemethode. Vervolgens werd elk woord op zijn betekenis geanalyseerd. De scriptie is opgebouwd uit drie hoofdhoofdstukken. Het eerste hoofdstuk behandelt de historische achtergrond van Istanbul, aangevuld met enkele persoonlijke citaten die van invloed zijn geweest op dit project. Aangezien Istanbul centraal staat in dit project, is het belangrijk om eerst over de stad te lezen alvorens zich te verdiepen in het literatuuronderzoek. Het tweede hoofdstuk analyseert het literatuuronderzoek. Het onderzoek wordt ondersteund door de benaderingen van kunstenaars ten aanzien van deze onderwerpen, geïllustreerd met voorbeelden van hun werken. Het derde hoofdstuk beschrijft de toegepaste methodologie.
Eerst werd het verhaal geschreven; vervolgens werden, door middel van een stapsgewijze analyse van het verhaal, de kleuren en patronen voor het weven onderzocht. Het hele project staat symbool voor de tijd die zowel aan het verhaal als aan het weven is besteed. Elke geweven draad en elke geschreven regel vertelt het verhaal van een deel van een onvervangbaar moment – of dat nu uitgesproken of beleefd is.
Een element dat alle trefwoorden met elkaar verbond, was de traditionele Turkse volkskunst, namelijk weven en verhalen vertellen. Een ondergewaardeerd onderzoeksgebied in Turkije. In hoofdstuk twee wordt uitgelegd wat deze praktijken inhouden en in hoofdstuk drie wordt getoond hoe ze in het project zijn verwerkt. Er zijn maar weinig kunstenaars zoals CANAN, Bedri Rahmi Eyüboğlu en Sabahattin Eyüboğlu die volkskunst waarderen en in hun praktijk integreren. Behalve CANAN zijn twee van hen overleden; er zijn dan ook geen hedendaagse toepassingen van volkskunst, noch in de literatuur, noch in de beeldende kunst. Literaire werken gaan niet veel verder dan een verzameling verhalen. Kunstwerken – weven, miniatuurschilderijen – worden, vooral onder de huidige politieke omstandigheden, gemaakt in het kader van ‘islamitische kunst’. In dit onderzoek is getracht traditionele vertelmethoden aan te passen aan een hedendaags verhaal. Bij dit project vormden het met de hand weven en het onderzoeken van verschillende weefpatronen, in een poging een manier te vinden om deze via het ritme van het verhaal met elkaar te verbinden, de grootste uitdaging. Het was tevens een manier om de traditionele manier van weven te doorbreken. Bij de traditionele werkwijze kiest de wever doorgaans een weefschets, selecteert hij de kleuren, spant hij het weefgetouw op en weeft hij volgens de enkele kleuren die hij heeft gekozen. Hier verandert het weefpatroon voortdurend, net als de tijd.
Meer lezen

(St)Rolling with: Onderweg met vaders met een fysieke beperking naar wat vaderschap voor hen betekent.

Universiteit Gent
2026
Loredana
Cremery
In westerse samenlevingen wordt vaderschap sterk gekenmerkt door normatieve verwachtingen rond autonomie, zelfredzaamheid en fysieke competentie. Binnen deze context blijven vaders met een beperking grotendeels onderbelicht in zowel wetenschappelijk onderzoek als maatschappelijke discoursen. Deze studie onderzoekt hoe vaders met een fysieke beperking betekenis geven aan hun vaderschap in Vlaanderen, vertrekkend vanuit een Disability Studies-perspectief waarin ervaringskennis centraal staat.

Via een kwalitatieve en belichaamde methodologie, namelijk (st)rolling-with, werden ontmoetingen georganiseerd tussen de onderzoeker en vijf vaders op betekenisvolle plekken in hun dagelijks leven. Deze methodologische benadering maakte het mogelijk om vaderschap niet enkel verbaal, maar ook relationeel, ruimtelijk en belichaamd te benaderen. Op basis van een assemblage analyse wordt vaderschap benaderd als een dynamisch proces van becoming waarin voortdurend wordt onderhandeld tussen persoonlijke betekenisgeving, lichamelijke mogelijkheden en maatschappelijke verwachtingen.

Hoewel de vaders geconfronteerd worden met normatieve kaders die hun ouderschap in vraag stellen, ontwikkelen zij alternatieve invullingen van vaderschap gebaseerd op relationaliteit, afstemming, creativiteit en ‘goed genoeg’. Door de geleefde ervaringen centraal te stellen kreeg deze studie een kritisch-emancipatorisch karakter gezien de vaders dagelijks (onbewust) bezig zijn met het doorbreken van deficitgerichte perspectieven op disability en vaderschap. Ervaringskennis wordt benadrukt als een volwaardige bron van inzicht voor inclusievere praktijken, ondersteuning en beleidsvorming rond vaderschap.
Meer lezen

People, Play & the City : een uitnodiging aan de niet-spelende volwassene in Brugge

KU Leuven
2026
Hannah
Van Vlimmeren
People, Play & the City: Circus Modulair komt naar de stad!
Het moderne circus als stedelijk attribuut voor de niet-spelende mens in Brugge.

Naarmate we ouder worden, verdwijnt spelen bijna ongemerkt uit ons leven. Volwassenen leren dat spel iets is wat je moet verdienen of verbergen, en in de publieke ruimte blijven we liever in onze rol van de 'serieuze' volwassene dan dat we echt ongeremd spelen. Mijn masterproef onderzoekt hoe spel opnieuw een plek kan krijgen in Brugge, vanuit de blik van de interieurarchitect.

Brugge profileert zich als circusstad, maar circus blijft er vooral programmering voor wie er bewust voor kiest. Het moderne circus is nochtans een van de meest toegankelijke vormen van groepsspel: niet competitief, zonder voorkennis, gebouwd op de dialoog tussen mens, object en beweging. Via historische mapping, observaties in de stad en gesprekken met Circusatelier Woesh zoek ik naar 'latente plekken' die die logica kunnen dragen.

Het resultaat is Circus Modulair: een bouwpakket van betonstenen, houten planken, banden en draadstangen dat in één aanhangwagen past. Bouwen is de eerste vorm van spel. Een 1:1-test op een kerkplein toonde dat spel zich niet laat organiseren, alleen uitnodigen. Of zoals een deelnemer zei, met twee planken in de hand: "Ik heb een paard!"
Meer lezen

(T)huis in de stad? Een participatief actieonderzoek naar de percepties van dak- en thuisloze personen over (alternatieve) woonvormen in Antwerpen

Universiteit Antwerpen
2026
Tine
Embrechts
Dit onderzoek gaat na wat er gebeurt in de leemte die ontstaat door een ontoereikend huisvestingsbeleid en sociale voorzieningen voor dak- en thuisloze personen. Aan de hand van participatief actieonderzoek onderzoekt dit onderzoek de percepties van dak-en thuisloze personen in Antwerpen met betrekking tot (alternatieve) woonvormen en de eigenschappen die nodig zijn om van een huis een thuis te maken.

Samen met een team bestaande uit leden van het Antwerps Straatsyndicaat vzw en ervaringsdeskundigen werd de methodologie ontwikkeld en werden dertien semi-gestructureerde interviews afgenomen. Deze interviews werden geanalyseerd aan de hand van het conceptuele kader van Sommerville (2009), dat gebruik maakt van de dimensies onderdak, haard, hart, privacy, wortels, verblijfplaats en paradijs om te begrijpen wat een huis tot een thuis maakt.

Uit de resultaten blijkt dat daklozen verblijven in een breed scala aan niet-officieel erkende woonvormen (zoals een tent, kraken, een auto of de openbare ruimte). Velen geven de voorkeur aan deze woonvormen vanwege het gevoel van veiligheid en rust dat ze bieden, met name in vergelijking met opvangcentra voor daklozen. De respondenten melden echter ook nadelen, zoals kou, de voortdurende noodzaak tot waakzaamheid en onrust. Reguliere woonvormen worden als ideaal beschouwd, maar zijn vaak onbereikbaar vanwege structurele belemmeringen zoals lange wachtlijsten, onbetaalbaarheid en discriminatie.

De dimensies ‘onderdak’ en ‘privacy’ van Sommerville (2009) kwamen tijdens de interviews het vaakst ter sprake, en de dimensie ‘wortels’ werd vaak besproken in verband met thema’s als ontologische (on)veiligheid en een gevoel van ontheemding en het gevoel niet welkom te zijn in de samenleving.

Deze studie beveelt aan dat het huisvestingsbeleid rekening houdt met de behoeften van dak- en thuisloze personen door te investeren in sociale huisvesting en de regelgeving inzake co-housing te herzien, zodat dit geen belemmering vormt voor mensen die in aanmerking komen voor een uitkering. Verder pleit deze studie voor voorzieningen die tegemoetkomen aan de behoeften van dak- en thuisloze personen, zoals voor het publiek toegankelijke lockers en toiletten.
Meer lezen

Tussen Town en Gown: Framing van studentenhuisvesting en buurtverandering in historische studentensteden

Vrije Universiteit Brussel
2026
Maxim
Heuvinck
De thesis vergelijkt hoe Gent en Bologna omgaan met studentenhuisvesting en de impact ervan op buurten. Uit de analyse van beleidsdocumenten, institutionele bronnen en media blijkt dat gelijkaardige problemen rond betaalbaarheid en woningtekort in beide steden tot verschillende beleidsreacties leiden. De centrale conclusie is dat studentenhuisvesting niet alleen draait om meer kamers bouwen: ook betaalbaarheid, locatie, kwaliteit, governance en de relatie met de reguliere woningmarkt bepalen wie werkelijk toegang krijgt tot wonen in de studentenstad.
Meer lezen

HOE PARK & RIDES EEN ECHTE OPTIE WORDEN IN VLAANDEREN: OP WEG NAAR EEN DUURZAME MOBILITEITSSHIFT

Universiteit Gent
2026
Thomas
De Visscher
Park & Rides moeten autoverkeer aan de stadsrand opvangen en de omslag naar openbaar vervoer versterken, maar hun gebruik verschilt sterk van stad tot stad. Deze masterproef onderzoekt onder welke voorwaarden Park & Rides in Vlaanderen echt werken, en hoe beleid daarop kan inspelen. Via een sequential explanatory mixed-methods design werden eerst de voorkeuren van 400 respondenten in kaart gebracht met een Choice-Based Conjoint-enquête rond kostprijs, frequentie, parkeergarantie en uitstraling. Die resultaten werden vervolgens verdiept met zes interviews met experten en beleidsactoren.

Een gegarandeerde parkeerplaats blijkt voor gebruikers veruit het belangrijkste, gevolgd door kostprijs en frequentie — terwijl beleidsactoren vooral op locatie en betrouwbaarheid van het openbaar vervoer focussen. Die kloof tussen gebruikersvoorkeuren en beleidspraktijk vormt een centrale bevinding. Het onderzoek mondt uit in concrete aanbevelingen op gebruikers-, stedelijk en Vlaams niveau, met als kern: parkeergarantie, herkenbare communicatie en een geïntegreerd Vlaams kader.
Meer lezen

"Van ambachtsman tot stadselite?" "Een dynamische studie aangaande sociale mobiliteit in laatmiddeleeuws Kortrijk a.d.h.v. sociale conflicten en opstanden." (ca. 1250 - ca. 1550)

Universiteit Gent
2026
Thomas E.J.
Vanwelsenaere
Ik ben nagegaan of je in het graafschap Vlaanderen als gewone ambachtsman kon opklimmen tot de stadselite. Omdat in de geschiedschrijving de aandacht vooral gaat naar Brugge, Gent en Ieper, heb ik als uitgangspunt de stad Kortrijk genomen.

Om een duidelijk antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag, omtrent een open of een gesloten elite, heb ik verschillende methoden toegepast. Voorts heb ik zo'n 300 jaar Kortrijkse geschiedenis onder de loep genomen, waarbij zowel de socio-politieke, de socio-economische en de socio-culturele verhoudingen aan bod komen.

Finaal blijkt dat middeleeuwse ambachtslieden in Kortrijk wel degelijk konden promoveren tot de stadselite. Vooral diegenen die kapitaalkrachtig waren kwamen hiervoor in aanmerking. Via een uitgekiemde huwelijkspolitiek nam de kans tot sociale promotie ook significant toe. Ondanks men vaak denkt dat Kortrijk uit een gesloten elite bestond, blijkt dit echter niet het geval te zijn. Niettegenstaande de financiële en politieke macht in laatmiddeleeuws Kortrijk in hoofdzaak wel in handen lag van kleine groepen, rijke families, kon je als gegoede ambachtsman wel degelijk sociaal promoveren tot de stadselite.

Meer lezen

Bouw multifunctioneel sportcomplex Benin (Cotonou)

Hogeschool VIVES
2026
Fenna
Vanhoutte
Mijn eindproef onderzoekt de haalbaarheid en ontwikkeling van een multifunctioneel sportcomplex in Cotonou, Benin, op vraag van de Port Autonome de Cotonou. Het project vertrekt vanuit de vaststelling dat er nood is aan kwalitatieve en toegankelijke sportinfrastructuur die aansluit bij de lokale context en behoeften.

De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan de ontwikkeling van een multifunctioneel sportcomplex in Cotonou bijdragen aan sportparticipatie en talentontwikkeling en bovendien maatschappelijke meerwaarde creëren binnen een financieel haalbaar en duurzaam exploitatiemodel?

Om deze vraag te beantwoorden, bracht ik de lokale sportcontext, bestaande infrastructuur, behoeften van verschillende doelgroepen en relevante stakeholders in kaart. Op basis van dit onderzoek deed ik aanbevelingen voor de mogelijke realisatie van het sportcomplex. Daarbij werd niet alleen gekeken naar de ruimtelijke en sportieve invulling, maar ook naar de manier waarop het complex op lange termijn kan functioneren.

De eindproef resulteert in een totaalconcept voor een sportsite waarin verschillende sporten en gebruikers samenkomen. Naast het ruimtelijke voorstel omvat de studie ook een businessplan, financieel plan, risicoanalyse en een faseringsplan. Zo biedt de eindproef een onderbouwd kader voor de mogelijke verdere ontwikkeling van een sportcomplex dat sportieve, maatschappelijke en economische doelstellingen met elkaar verbindt.
Meer lezen

Preserving Urban Identity

KU Leuven
2026
Madeline
Smid
Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijke herinneringen richting kunnen geven aan de transformatie van zowel institutioneel als beleefd erfgoed binnen de naoorlogse stedelijke wederopbouw. De focus ligt voornamelijk op Podil, een district in de Oekraïense hoofdstad Kyiv, waar de deelnemers vandaan komen. De thesis vertrekt vanuit de vaststelling dat binnen de naoorlogse wederopbouw van Oekraïne vaak de nadruk ligt op officieel erkend erfgoed, terwijl de alledaagse ruimtelijke herinneringen en levenservaringen van de inwoners het risico lopen over het hoofd te worden gezien.

De onderzoeksvraag luidt: Hoe kan ruimtelijke herinnering richting geven aan de transformatie van zowel institutioneel als beleefd erfgoed binnen de stedelijke wederopbouw na een conflict? Om deze vraag te beantwoorden, werd een participatieve aanpak ontwikkeld waarbij rechtstreeks werd samengewerkt met Oekraïense deelnemers uit hetzelfde stedelijke gebied in Kyiv. Aan de hand van een stapsgewijs proces van gesprekken en co-creatieve sessies combineerde het onderzoek memory talks, mentale kaarten, representatieve kaarten, tekeningen, maquettes en desktoponderzoek. Op deze manier werden de geleefde ervaringen en herinneringen van de deelnemers geleidelijk vertaald naar ruimtelijke representaties. Elke fase bouwde voort op de vorige en bracht nieuwe en meer gedetailleerde inzichten aan het licht. Gedurende het proces werd een dagboek bijgehouden waarin de ontwikkeling van de methodologie stap voor stap werd gedocumenteerd.

De bevindingen tonen aan dat stedelijke identiteit niet alleen wordt gedragen door monumenten, maar ook door alledaagse ruimtelijke structuren en zintuiglijke ervaringen. Op basis van de verschillende fasen van de methodologie werd een identiteitsgericht kader ontwikkeld dat bestaat uit vijf elementen: dagelijkse routine, groen ademen, connectiviteit, historische continuïteit en zintuiglijke rijkdom. Samen kunnen deze elementen de naoorlogse wederopbouw ondersteunen en bijdragen aan het behoud van de stedelijke identiteit.

Het kader werd toegepast op een geselecteerd gebied rond Hostynyi Dvir en de omliggende publieke ruimtes. De toepassing toonde aan hoe het identiteitsgerichte kader kan worden vertaald naar een ontwerp. In plaats van een vastomlijnd ontwerpvoorstel te formuleren, biedt de thesis een kwalitatieve methode om te herkennen welke ruimtelijke kwaliteiten bijdragen aan een gevoel van verbondenheid, collectief geheugen en stedelijke continuïteit. Hoewel het kader werd toegepast op een specifieke locatie, is het overdraagbaar en kan het op verschillende schaalniveaus en in uiteenlopende contexten worden gebruikt, van één gebouw tot een volledig district of een hele stad.

Deze thesis stelt dat naoorlogs herstel verder moet gaan dan het beschermen van officieel erkend erfgoed en dat participatieve benaderingen moeten worden ingezet om te ontdekken welke alledaagse ruimtelijke kwaliteiten eveneens het bewaren waard zijn. Ruimtelijke herinnering vormt daarbij de belangrijkste basis voor een wederopbouw die niet alleen gebouwen herstelt, maar ook de voorwaarden creëert voor het voortzetten van het stedelijke leven. Op die manier kan toekomstige wederopbouw evolueren naar een meer bottom-up praktijk, geworteld in de herinneringen, ervaringen en dagelijkse realiteit van de mensen die de stad bewonen.
Meer lezen

Tussen Twee Stoelen: Een geschiedenis van lesbische netwerken, organisaties en ruimtes in Antwerpen (1970-1990).

Universiteit Gent
2026
Lotte
Dötsch
Deze masterproef onderzoekt lesbische ruimtes, organisaties en netwerken in Antwerpen tijdens de jaren 1970 en 1980, met af en toe een uitwijking naar de bredere tweede helft van de 20ste eeuw. Aan de hand van literatuuronderzoek, archiefonderzoek en oral history-interviews analyseert de studie hoe lesbische vrouwen zich organiseerden binnen een context van dubbele uitsluiting: binnen de door mannen gedomineerde homobeweging en binnen de heteroseksuele vrouwenbeweging. De thesis belicht de rol van autonome organisaties zoals Atthis en Chatterbox, de betekenis van fysieke ontmoetingsplaatsen en de werking van formele en informele netwerken. Daarnaast wordt onderzocht hoe feminisme, radicale politiek en het idee van lesbianisme als politieke keuze bijdroegen aan de ontwikkeling van een eigen lesbische cultuur en gemeenschap. Door historische bronnen te combineren met persoonlijke getuigenissen brengt deze studie de leefwerelden van lesbische vrouwen in Antwerpen in kaart en draagt ze bij aan de beperkte historiografie rond lesbische geschiedenis in België.
Meer lezen

De Rol van Fort van Breendock tijdens de Duitse Bezetting in België

Thomas More Hogeschool
2026
Luca
Guarrera
Fort van Breendonk

Stel je voor dat een plek die ooit bedoeld was om een land te verdedigen, later verandert in een plaats van angst, pijn en onderdrukking. Dat is precies wat er gebeurde met het Fort van Breendonk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Oorspronkelijk werd het fort gebouwd tussen 1904 en 1914 als onderdeel van de verdedigingslinie rond Antwerpen. Maar in mei 1940, tijdens de Duitse inval, viel het vrijwel zonder verzet in handen van de Duitsers.

Vanaf dat moment veranderde alles. Het fort werd door de SS omgevormd tot een detentiekamp waar gevangenen werden opgesloten, mishandeld en gedwongen tot zware arbeid. Mensen leefden er in angst, zonder te weten wat hun toekomst zou worden.

Wat dit verhaal extra aangrijpend maakt, is dat niet alleen verzetsstrijders, maar ook onschuldige burgers werden vastgehouden. Het fort werd een symbool van terreur en controle.

In mijn thesis onderzoek ik hoe het Fort van Breendonk van een verdedigingsfort veranderde in een plaats van onderdrukking, en welke rol het speelde tijdens de Duitse bezetting van België.

Dit is niet zomaar geschiedenis. Het is een verhaal van menselijk leed, overleven en herinnering.
Meer lezen

Zelfontdekking door naar Perzische tapijten te kijken

KU Leuven
2026
Kimia
Rabieh Mahmareh
Deze masterproefnota is vanuit een persoonlijke anekdote vertrokken. Toen ik van Perzië naar België verhuisde, voelde het als een reis van zelfontdekking. Ik worstelde constant met mijn eigenwaarde en mijn rol in de wereld. Het was alsof ik gevangen zat tussen twee onderscheidende identiteiten, en ik was vastbesloten om evenwicht en perfecte afstemming tussen hen te bereiken. Tijdens mijn onderzoek naar verhuizingen en het soort voorwerpen dat mensen meenemen om een nieuwe plek als thuis te laten voelen, ontdekte ik een veelgebruikt antwoord: 'Textiel'. Dit besef bracht me ertoe de overeenkomsten op te merken tussen mijn inheemse cultuur en de betekenis van textiel in de Perzische samenleving. De traditie van Perzische tapijten omvat duizenden jaren, met deze ingewikkeld vervaardigde meesterwerken die volledig met de hand zijn gemaakt door nauwgezette weef- en knooptechnieken. Met name Iran is bekend geworden als de bewaarder van deze oude kunstvorm, zowel bekend als Perzische tapijten als magische tapijten. Elk facet van deze tapijten is gemaakt met veel aandacht voor detail, waarbij elk element doordrenkt is met een verborgen betekenis die, eenmaal ontcijferd, een duidelijk verhaal onthult. Daarom vond ik het Perzisch tapijt als een boeiende metafoor om uit te drukken wie ik ben en daarmee het verhaal van mijn leven te vertellen. Naargelang mijn onderzoek vorderde, merkte ik dat ik buiten de muren van huizen werd getrokken. Tapijt weven en architectuur hebben in Iran een lange en diepe relatie met elkaar. Deze relatie wordt weerspiegeld in de traditionele ontwerpen, motieven en symbolen die in beide gebieden worden gebruikt. Ik raakte gefascineerd door de binnentuinen van traditionele huizen en de levendige flora van stadstuinen. De term "Hayat" vertaalt zich naar "ommuurde tuin", en de binnenplaats is typisch een vierkante of rechthoekige open ruimte, begrensd door kamers en gangen. Met kamers die aan een of meer zijden zijn gebouwd, ontstaat er een enorme ruimte zonder dak, die wordt beschouwd als het hart en het centrum van het huis. Hoewel het Hayat-gebied niet noodzakelijkerwijs in het geometrische middelpunt van een huis ligt, is het een cruciale ruimte voor het uitvoeren van verschillende activiteiten en het verbinden van verschillende delen van het huis. Hierna wordt het verder uitgezoomd en naar de stadstuinen gekeken. Het Iraanse tapijt is als een luchtfoto van een tuin, waardoor de kijker een transcendentale visie ervaart die goddelijk inzicht biedt. Het streven van de mens naar een aards paradijs wordt belichaamd door deze tuinen. Zij bevatten drie essentiële elementen: ingang, water en paviljoen. Nadat ik me had laten inspireren door het culturele en ruimtelijke belang van tuinen en tapijten, verdiepte ik me in gedegen onderzoek. Het resultaat was een gepersonaliseerde ruimtelijke installatie die mijn levensverhaal vertelde. Mijn ontwerp heeft drie verschillende interpretaties. De eerste is geworteld in de tapijten die ik heb gebruikt en roept gevoelens op van comfort en stabiliteit die ik in mijn reis zocht. De tweede is verbonden met de stadstuinen die in het ontwerp zijn opgenomen en die de dynamische en altijd veranderende aard van het leven vertegenwoordigen. De derde en laatste interpretatie is dat de hele installatie wordt gezien als een eindeloos lang symbolisch huis, waarin ik mentaal aanwezig ben.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in genk: focus op Warm Waterschei

Universiteit Hasselt
2025
Jade
Daems
Hoe kan het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte specifiek worden toegepast in Waterschei, vertrekkende vanuit een milieu- en mensbewuste visie? Vanuit deze centrale vraagstelling vertrekt dit onderzoek.
De gedachtegang van Daniel Christian Wahl, waarbij het stellen van de juiste vragen vóór het handelen centraal staat, vormt de rode draad doorheen dit onderzoek. Volgens deze filosofie wijzen vragen, meer nog dan antwoorden, de weg naar collectieve wijsheid. Daarom worden vraagstellingen van verschillende auteurs gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden en fungeren ze als leidraad bij het zoeken naar antwoorden.
Het bewuste gebruik van deze vragen heeft geleid tot diepere reflectie over ontwerpbeslissingen en tot een grondiger onderbouwd onderzoek.
Deze masterthesis is opgedeeld in drie grote delen. Het eerste deel begint met een korte situering om de lezer wegwijs te maken. Hierin worden de probleemstelling, onderzoeksvraag, gehanteerde methodologie, de geschiedenis van de locatie, het station van Waterschei en de relevantie binnen het masterplan toegelicht.

Het tweede deel is de ruggengraat van dit onderzoek en wordt gevormd door de literatuurstudie. Deze bestaat uit een theoretisch en een praktisch denkkader. Het theoretisch denkkader bundelt diverse boeken en wetenschappelijke artikels die het onderzoek onderbouwen. De literatuur wordt besproken in een logische volgorde van een brede visie naar een steeds specifiekere focus. Vertrekkende vanuit het boek The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World van Roman Krznaric, wordt een eerste denkkader geschetst rond langetermijndenken en intergenerationele
verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt de filosofie van Bruno Latour besproken aan de hand van Waar kunnen we landen. Latour toont aan dat er vandaag een gemeenschappelijke visie ontbreekt en dat menselijke en niet-menselijke actoren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierna wordt dieper ingezoomd op regeneratief denken via Designing Regenerative Cultures van Daniel Christian Wahl. Dit
boek nodigt uit om verder te denken dan duurzaamheid en moedigt aan om de juiste vragen te stellen in plaats van vluchtige antwoorden te zoeken. Het theoretisch denkkader sluit af met het boek Postcapitalist Countrysides – From Commoning to Community Wealth Building dat bestaat uit een verzameling van essays. Hierbinnen wordt de essay Unpacking the energy commons geschreven door Thomas Bauwens and Robert Wade (pagina 327 tot 351) bestudeerd. Deze essay beschrijft specifiek hoe energie als gemeengoed kan beschouwd worden.

Het praktisch denkkader vertrekt vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Deze worden toegelicht waarna er kenmerken voor coöperatieve en collectieve wijkwarmte worden gedefinieerd. Vervolgens worden verschillende relevante referentieprojecten onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën: enerzijds warmtenetten, waarbij warmte netwerken als model worden bekeken, en
anderzijds energiestations, waarbij specifiek naar gebouwen wordt gekeken die functioneren als opslagen distributiesysteem. Beide categorieën worden geanalyseerd op basis van de eerder gedefinieerde kenmerken van coöperatieve wijkwarmte.
Het derde deel omvat de ontwerpstudie, deze vertrekt eveneens vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Op stedelijke schaal wordt eerst de situatie in Genk onderzocht, waarna de focus verschuift naar de wijk Waterschei. In waterschei wordt een coöperatief en collectief warmtenet ontworpen dat werkt op basis van mijnwater. Het uitgangspunt is de herbestemming van het voormalige station tot
een energiestation met bijhorende botanische tuin. Beide functies worden inhoudelijk onderzocht en er wordt toegelicht hoe ze relevant kunnen zijn voor de gemeenschap.
Vanuit de hoofdfunctie van een energiestation wordt de technische werking uiteengezet, gevolgd door enkele basisberekeningen die nodig zijn om de dimensionering te bepalen, zoals de grootte van het warmteopslagtanks. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de noodzakelijke installaties. Voor de bijhorende botanische tuin wordt de typologie van botanische tuinarchitectuur onderzocht. Daarnaast bevat dit onderdeel een analyse van plantensoorten die bijdragen aan het binnenklimaat en de beleving van de ruimte versterken. Het architecturale ontwerp vertrekt vanuit het idee dat technische elementen integraal deel uitmaken van de beleefde ruimte. Aangezien het programma van een energiestation uitbreiding vraagt wordt het bestaande stationsgebouw als uitgangspunt genomen voor het verdere ontwerp. De herbestemming en uitbreiding van het gebouw worden benaderd vanuit een duurzaam perspectief. Het ontwerp baseert zich op drie samenhangende strategieën: ‘Trias Energetica’, ‘Trias Materia’ en ‘Trias
Aquatica’. Elk van deze strategieën wordt toegelicht wat betreft de betekenis en de doelstelling, waarna wordt verduidelijkt hoe ze concreet zijn toegepast in het ontwerp.

De conclusie bundelt de resultaten van het onderzoek en formuleert een mogelijke oplossing voor de oorspronkelijke onderzoeksvraag.
Meer lezen

Meer-Dan-Menselijk Ontwerp: zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Merel
Dessent
  • Estée
    Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Dilara
    Ayvaz
  • Lore
    Gijsenberg
  • Jitte
    Jansen
Deze masterscriptie verkent hoe architecturaal ontwerp zich kan
verhouden tot een ‘more-than-human’-perspectief, waarbij niet alleen de mens,
maar ook andere levende en niet-levende entiteiten zoals dieren, planten, water,
bodem en energie als actoren in het ontwerp worden beschouwd. Vanuit een
kritische reflectie op het antropoceen en de ecologische crisis, onderzoeken we hoe
ontwerppraktijken kunnen bijdragen aan een wederkerige relatie tussen mens en de
meer-dan-menselijke wereld. Deze benadering wordt theoretisch onderbouwd aan
de hand van posthumanistische en ecologisch-filosofische kaders, zoals Haraway
en Latour, en vertaald naar ruimtelijke praktijken in de context van Zwartberg,
Genk. Door middel van zes ontwerpend-onderzoekende exploraties brengen we
verschillende manieren in kaart waarop verbondenheid met natuur, water, dieren
en energie ruimtelijk versterkt kan worden. De scriptie pleit voor een relationele en
zorgzame ontwerppraktijk, waarin menselijke en niet-menselijke noden in samenhang
worden benaderd. Zo beoogt deze scriptie bij te dragen aan een ecologisch en ethisch
bewustzijn binnen de ruimtelijke disciplines en aan nieuwe vormen van samenleven
in een gedeeld leefmilieu.
Meer lezen

[de leegte in het landschap en het gecureerd verval.]

Universiteit Hasselt
2025
Thomas
Cuyt
We leven in een wereld vol met dingen die zijn achtergelaten door degenen die vóór ons kwamen, maar we pikken een aantal van deze dingen eruit voor onze aandacht en zorg. We vragen bepaalde gebouwen, objecten en landschappen om te functioneren als
geheugensteuntjes, om het verleden te herinneren dat hen heeft voortgebracht, en om dit verleden beschikbaar te maken voor onze overpeinzing en zorg. Die geheugensteuntjes, of junk-space zoals Rem Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het omschrijft, is het residu dat de mensheid op deze planeet achterlaat. Het product van modernisme is niet moderne architectuur, maar junkspace, ruimteafval of gecureerd verval.
Hoe kan er worden omgegaan met dat verval wat bij wegnemen leidt tot littekens in het landschap en hoe kan deze leegte opnieuw een plaats krijgen?

In het samengaan van leegte en verval ontstaat een dialoog. Het landschap, datgene wat ooit de achtergrond was van menselijke activiteit, neemt langzaam zijn plek terug. Gras groeit door scheuren in het asfalt, klimop verslindt de bakstenen huid van verlaten panden. Wat ooit strak en gecontroleerd was, wordt nu een canvas voor de natuur, voor de tijd. De architectuur vertelt verhalen van tijd en vergankelijkheid, laat los wat het vasthield. De perfecte symmetrie van muren wordt vervangen door grillige lijnen en onvolmaakte vormen. De leegte in het landschap benadrukt dit proces; het biedt een podium zonder afleiding. In de leegte die hierdoor ontstaat, openbaart zich een nieuwe ruimte: een plek waar natuur en herinnering zich verstrengelen. Het is juist door het ontpitten en cureren van gebouwen in verval, of structuren die hun functie verloren, dat leegte ontstaat. Deze leegte, als een litteken in het landschap, kan uitgroeien tot een schakel. Een fluïde zone waar natuurlijke en menselijke processen elkaar ontmoeten. De grens tussen het kunstmatige en het natuurlijke vervaagt, verschuift, en wordt geen harde lijn meer, maar een overgangsgebied, een ademende ruimte die verbindt in plaats van scheidt.
Het is juist deze “junkspace”, zoals Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het noemt, of het “gecureerd verval” waar Caitlin DeSilvey (DeSilvey, 2017) over schrijft, die kan worden ingezet als verbinder. Een transitiegebied dat een dubbel doel dient: zowel als collectieve ruimte voor een omliggende woonwijk, als schakel tussen natuur en woonomgeving. Hier ontstaat geen nieuwe scheiding, maar een netwerk waarin de grenzen vervagen en een nieuwe harmonie kan groeien.
Meer lezen

Van Uniformiteit naar Veelzijdigheid: Een Ruimtelijk Renovatiekader voor de Adaptieve Transformatie van Kantoorgebouwen

KU Leuven
2025
Nathan
Verstappen
Stedelijke kantoorgebouwen uit de vorige eeuw bereiken massaal het einde van hun levenscyclus. Slopen lijkt vanzelfsprekend, maar is dat wel zo slim? Een samengestelde strategie die renovatie-ontwerp en kwantificatie van milieu-impact combineert, toont dat behoud niet alleen beter is voor onze klimaatdoelstellingen, maar ook een kans biedt om woningen, publieke ruimte en levendigheid terug te brengen in de stad.
Meer lezen