Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Generatieve AI in het programmeeronderwijs: Kansen, uitdagingen en de stand van zaken in Vlaanderen

Universiteit Gent
2026
Maxime
Debosschere
Generatieve artificiële intelligentie heeft zich op korte tijd stevig verankerd in softwareontwikkeling en beïnvloedt ook steeds vaker het programmeeronderwijs. Deze masterpraktijkproef onderzoekt de implicaties hiervan voor het leren en onderwijzen van programmeren en de wijze waarop lesgevers hiermee omgaan in hun onderwijspraktijk.

Het eerste luik bestaat uit een literatuurstudie over de invloed van generatieve AI op het aanleren van programmeervaardigheden en over didactische strategieën die hierbij kunnen worden ingezet. De literatuur beschrijft kansen op het vlak van ondersteuning, evaluatie, differentiatie en motivatie. Tegelijk worden uitdagingen aangehaald op het vlak van academische integriteit, afhankelijkheid en bias.

Het tweede luik omvat een vragenlijstonderzoek bij programmeerlesgevers in Vlaanderen (N = 37), met aandacht voor hun gebruik, ervaringen en opvattingen met betrekking tot generatieve AI. De resultaten wijzen erop dat generatieve AI inmiddels zowel bij lesgevers als bij lerenden een vaste plaats heeft verworven. De visies op het gebruik ervan lopen echter sterk uiteen: sommige lesgevers benadrukken het belang van een stevige programmeerbasis en kiezen voor een restrictieve aanpak, terwijl anderen generatieve AI beschouwen als een onmisbaar onderdeel van hedendaags programmeren en deze bewust integreren in hun onderwijspraktijk. Respondenten benadrukken daarnaast het groeiende belang van vaardigheden zoals probleemanalyse, het kritisch beoordelen en debuggen van code en het doordacht aanwenden van AI-hulpmiddelen.

Deze studie concludeert dat generatieve AI het programmeeronderwijs niet overbodig maakt, maar wel vraagt om een heroriëntatie van leerdoelen, didactiek en evaluatie.
Meer lezen

When the Lit hits the Fan: Shaping skilled literary readers in the English as a foreign language classroom through the use of fanfiction.

KU Leuven
2026
Margo
Roosen
Deze masterproef onderzoekt hoe fanfiction kan functioneren als een motiverende toegangspoort tot literair vaardig lezen binnen de EFL-klas in de derde graad van het Vlaams secundair onderwijs. Vanuit de vaststelling dat internationale onderzoeken, zoals PISA en PIRLS, wijzen op een dalende leesmotivatie en leesvaardigheid bij adolescenten, vertrekt dit onderzoek vanuit een nood aan krachtige en activerende vormen van literatuuronderwijs.
Het theoretische kader combineert inzichten uit de literatuurdidactiek, leesonderzoek en de motivatiepsychologie. Literair vaardig lezen wordt daarbij benaderd als een combinatie van beleving, interpretatie, evaluatie en analyse. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de factoren die de lezer en de leesontwikkeling beïnvloeden, zoals de leesdriehoek en de bredere leescontext. Vanuit motivatietheorieën zoals de Self-Determination Theory en de Expectancy-Value Theory worden D’hoker’s vier pijlers van leesbevordering centraal geplaatst: competentie, autonomie, relevantie en interactie. Fanfiction wordt vervolgens onderzocht als een praktijk die deze vier pijlers mogelijk ondersteunt.
Het empirische luik van deze thesis vertrekt vanuit een action research-benadering waarin een concrete onderwijsinterventie werd ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd. Een testgroep werkte gedurende drie lessen met fanfiction-gebaseerde EFL-lessen, terwijl een controlegroep werkte met meer algemeen gangbare praktijken in het literatuuronderwijs. De studie combineerde hierbij kwantitatieve dataverzameling met kwalitatieve dataverzameling via leesprofielen, de Intrinsic Motivation Inventory (IMI), interviews en klasobservaties.
De resultaten suggereren dat fanfiction potentieel heeft om leerlingen sterker te betrekken bij literaire activiteiten en om de intrinsieke leesmotivatie te ondersteunen. Vooral de herkenbaarheid van narratieve werelden, de ruimte voor persoonlijke interpretatie en de interactieve aard van de fanfiction praktijk werden door leerlingen als motiverend ervaren. Tegelijkertijd tonen de resultaten aan dat leesmotivatie sterk afhankelijk blijft van de individuele leesprofielen en eerdere leeservaringen, en dat het inherente karakter van fanfiction als autonoom en interactief ook als een valkuil kan worden ervaren.
Hoewel deze studie geen verregaande uitspraken kan toelaten over langetermijneffecten op leesvaardigheid of literaire competentie, benadrukt ze wel het belang van activerend en participatief literatuuronderwijs dat aansluit bij de leefwereld van leerlingen.
Meer lezen

Van visie naar praktijk: de (leer)KRACHT in een buitengewone context

Arteveldehogeschool Gent
2026
Davina
Van Campenhout
De maatschappelijke relevantie van deze bachelorproef is groot. Wanneer de capaciteitsdruk binnen het type 2-onderwijs steeds verder toeneemt, dreigen de meest kwetsbare leerlingen onvoldoende kansen te krijgen om zich te ontwikkelen. Het onderwijs van andere types, zoals basisaanbod, zien we geleidelijk aan uitdoven. Deze evolutie, gebaseerd op data, confronteerde ons als schoolteam met een fundamentele vraag: "Waar staan wij voor als schoolteam met betrekking tot ons didactisch aanbod, wat zijn onze gemeenschappelijke pijlers en hoe bieden wij krachtig onderwijs in de praktijk aan onze kwetsbare doelgroep?"

Deze vraag zette ons aan om te denken vanuit groeikansen in plaats vanuit beperkingen. We onderzochten samen of expliciete directe instructie (EDI) een krachtig antwoord kan bieden binnen onze type 2-context. Wat begon als een zoektocht naar effectieve didactiek, groeide uit tot een bredere pedagogische ontdekkingstocht. We herontdekten de (leer)KRACHT in onze buitengewone context.

De resultaten brachten waardevolle inzichten over hoe ook leerlingen met complexe ondersteuningsnoden doelgericht, betekenisvol en op hun eigen tempo kunnen leren en groeien. Ze bevestigden voor ons dat beperkingen niet het vertrekpunt hoeven te zijn van onderwijs. Groeikansen en het geloof van de mogelijkheden bij elk kind moeten dat wel zijn.

Met deze bachelorproef willen we daarom verder kijken dan onze eigen schoolmuren. We hopen andere scholen en onderwijsprofessionals te inspireren om ook binnen een type 2-context kritisch te kijken naar hun didactische aanpak en te durven inzetten op effectieve, onderbouwde onderwijspraktijken. Want ook wanneer leren er anders uitziet, blijft de vraag dezelfde: "Hoe kunnen wij als onderwijsprofessionals het verschil maken in de ontwikkeling van elke leerling?"

Deze bachelorproef wil informeren, inspireren en vooral een overtuiging versterken: elke leerling kan groeien. Het is aan ons om die groei te zien, mogelijk te maken, erin te geloven en er doelgericht aan bij te dragen.
Meer lezen

Lezen om jezelf en de ander te zien: Validatie van de TREQ-C en een dialogische literatuurinterventie bij tien- tot twaalfjarigen

Universiteit Antwerpen
2026
Steffi
Struys
Vanaf schooljaar 2026-2027 moeten Vlaamse basisscholen binnen de vakdiscipline Nederlands ook literatuur onderwijzen als elementair onderwerp. Het nieuwe minimumdoel 1.5.7 stelt dat leerlingen verbanden moeten leggen tussen elementen uit de tekst en hun eigen emoties en gedachten en deze met medeleerlingen bespreken. Hoewel er een groeiende evidentie is dat het lezen van literatuur zelfinzicht, empathie en inlevingsvermogen kan bevorderen, ontbreekt empirisch onderzoek binnen de Vlaamse basisschoolcontext. Deze masterproef adresseert deze lacune met twee gerelateerde
onderzoeksdoelen.
Het eerste doel was het valideren van de Transformative Reading Experiences Questionnaire (TREQ) voor gebruik in de basisschool, in de vorm van een aangepaste basisschoolversie (TREQ-C). De vragenlijst werd ingevuld door 368 leerlingen (leeftijd 10-13) uit elf Vlaamse basisscholen. Een principale componentenanalyse, aangevuld met een exploratieve factoranalyse en betrouwbaarheidsanalyse, toonde aan dat de originele zeven-dimensionale structuur niet volledig repliceerde. Een herziene vierdimensionale versie bleek wel robuust: Verbeelding, Zelfinzicht en inzicht in de ander, Oordelen over personages en Emotionele en esthetische respons. De TREQ-C
vertoonde een aanvaardbare tot goede betrouwbaarheid, met Zelfinzicht en inzicht in de ander als de sterkste schaal (α = .84).
Het tweede doel was het verkennen van het effect van een interventie bestaande uit zes dialogische literatuurlessen, gebaseerd op Transformative Dialogic Literature Teaching (TDLT), op 59 leerlingen uit het vijfde en zesde leerjaar. Een pre-post design zonder controlegroep toonde een klein maar significant positief effect op Zelfinzicht en inzicht in de ander (t(58) = 2.07, p = .043, d = 0.27); op de andere schalen werden geen significante effecten gevonden.
Samen leggen deze bevindingen een voorlopige empirische basis voor het evalueren en ondersteunen van transformatief literatuuronderwijs in Vlaamse basisscholen, in lijn met de verwachtingen in het vernieuwde curriculum
Meer lezen

Hoe kunnen evidence-informed didactische principes uit de twaalf wijze lessen toegankelijk gemaakt worden voor ervaren leerkrachten via een praktische toolkit?

Arteveldehogeschool Gent
2026
Amke
Deduytsche
Hoe kunnen wetenschappelijk onderbouwde inzichten over effectief lesgeven toegankelijk gemaakt worden voor ervaren leerkrachten? Vanuit die vraag onderzocht deze bachelorproef hoe de Twaalf Wijze Lessen van Tim Surma vertaald kunnen worden naar een praktisch hulpmiddel voor de klaspraktijk. Uit een literatuurstudie, een digitale bevraging en gesprekken met leerkrachten uit een West-Vlaamse basisschool bleek dat veel leerkrachten de didactische principes al onbewust toepassen, maar weinig vertrouwd zijn met het theoretische kader. Daarnaast gaven zij aan nood te hebben aan een overzichtelijk en onmiddellijk bruikbaar hulpmiddel.

Op basis van deze bevindingen werd een praktijkgerichte toolkit ontwikkeld rond zes geselecteerde Wijze Lessen. Per bouwsteen bevat de toolkit een beknopte theoretische toelichting, concrete klasvoorbeelden, mogelijke valkuilen, een mini-checklist en een QR-code naar extra verdieping. De toolkit slaat een brug tussen wetenschappelijk onderzoek en de dagelijkse klaspraktijk en ondersteunt leerkrachten om evidence-informed didactische keuzes bewust, efficiënt en zonder extra werkdruk toe te passen.
Meer lezen

Geschiedenis begint in de kleuterklas

Odisee Hogeschool
2026
Emilia
Van Impe
Met de invoering van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen binnen het Vlaamse basisonderwijs worden kleuterleerkrachten uitgedaagd om expliciet in te zetten op kennisopbouw. Voor veel leerkrachten vormt dit een nieuwe manier van werken, zeker binnen domeinen zoals geschiedenis. Op de stageschool Sint-Aloysius te Denderhoutem bleek dat er onzekerheid bestond over hoe een historisch thema zoals het Oude Egypte op een kennisrijke en ontwikkelingsgerichte manier aangeboden kan worden aan oudste kleuters. Vanuit deze vaststelling werd de centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe creëer je kennisrijke contexten voor de oudste kleuters rond het thema Oude Egypte vanuit de minimumdoelen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Een literatuurstudie bracht inzichten aan over kennisrijke contexten, effectieve didactiek, kennisopbouw en de nieuwe minimumdoelen. Daarnaast werden vier leerkrachten van de derde kleuterklas bevraagd via een online vragenlijst. Voor de evaluatie van kennisverwerving werd de klasmentor geïnterviewd. Op basis van deze gegevens werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte ontworpen en uitgetest in een derde kleuterklas. Uit de resultaten blijkt dat een kennisrijke context gekenmerkt wordt door doelgerichte kennisopbouw, rijke materialen, betekenisvolle activiteiten, herhaling en een actieve rol van de leerkracht. Zowel de literatuur als de bevraagde leerkrachten benadrukken het belang van een rijke speelleeromgeving waarin kleuters nieuwe kennis kunnen verwerven binnen en buiten hun leefwereld. Daarnaast blijkt dat verhalen, visuele ondersteuning, interactieve gesprekken en onderzoekende activiteiten belangrijke didactische strategieën zijn om kennisopbouw en taalontwikkeling te stimuleren. Op basis van de nieuwe minimumdoelen en het leerplan Op.stap werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte uitgewerkt. Het ontwerp omvatte onder meer een boekenhoek, ontdektafel, schrijfhoek met hiërogliefen, bouwhoek rond piramides, rollenspelhoek, beeldende activiteit rond papyrus en een wiskundige programmeeractiviteit. Tijdens de uitprobeerfase toonden de kleuters een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. De rijke impressies en concrete materialen bleken een belangrijke meerwaarde te zijn voor hun interesse en leerproces. De discussie toont aan dat het ontwerp een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van kennisrijke contexten binnen de derde kleuterklas. Tegelijk kent het onderzoek enkele beperkingen, zoals het beperkte aantal respondenten en de korte implementatieperiode van twee dagen. Hierdoor kunnen de resultaten niet veralgemeend worden naar andere contexten. Geconcludeerd kan worden dat kennisrijke contexten rond het Oude Egypte haalbaar zijn binnen het kleuteronderwijs wanneer kennis wordt aangeboden via spel, exploratie en betekenisvolle activiteiten. Het ontwikkelde ontwerp biedt een concreet antwoord op het gestelde praktijkprobleem en kan leerkrachten inspireren bij de implementatie van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen.
Meer lezen

Ritme en regels: een praktijkgerichte handleiding voor bodypercussie in de NT2-basiseducatie

Universiteit Antwerpen
2025
Sofie
Devos
In het superdiverse NT2-onderwijs van de basiseducatie stuiten docenten vaak op de grenzen van traditionele grammatica-instructie: abstracte regels bereiken cursisten onvoldoende, terwijl grammaticaal bewustzijn net als prosodische vaardigheden de verstaanbaarheid ten goede komen. Deze masterpraktijkproef richt zich daarom op het ontwerpen en documenteren van een docentenhandleiding voor bodypercussie als origineel multisensorieel didactisch instrument dat beweging, geluid en ritme combineert om grammatica en prosodie tastbaar te maken.

De methode is geïnspireerd door bodypercussie uit de muziekwereld en leunt op theorieën over embodied cognition, dual coding en de noticing hypothesis. Ontwerp, praktijk en reflectie volgen elkaar op in een lerend proces volgens het model van Design-Based Research. In samenwerking met docenten, mentoren en cursisten werd de methode met bijhorend materiaal stap voor stap ontworpen, getest, aangepast en verfijnd.

De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan er via een iteratief DBR-traject, een bruikbare en overdraagbare docentenhandleiding worden ontwikkeld voor het inzetten van bodypercussie als methode om grammatica en prosodie aan te brengen bij NT2-cursisten in de basiseducatie?

Het eindproduct is een helder gestructureerde docentenhandleiding, met iconen, instructiefilmpjes en een begeleidende presentatie. De materialen bieden NT2-lesgevers concrete ondersteuning om bodypercussie als didactische methode in te zetten bij het aanleren van onder meer de basiswoordvolgorde, inversie en klankgroepen. Deelnemers geven aan dat de multisensorische aanpak motiverend werkt en het taalbewustzijn van cursisten én docenten versterkt, met ruimte voor differentiatie, expressie en impliciete feedback. Bovendien kan de methode flexibel en creatief ingezet worden, bijvoorbeeld in combinatie met andere methodes zoals Body Grammar.

Deze masterpraktijkproef toont hoe praktijkgericht ontwerponderzoek kan bijdragen aan het ontwikkelen van gedeelde didactiek in een superdiverse klascontext. De bodypercussiemethode wordt niet gepresenteerd als wondermiddel, maar als laagdrempelige en overdraagbare methodiek binnen communicatief en participatief NT2-onderwijs. De resultaten vormen een uitnodiging tot verder gebruik, intervisie en impactonderzoek.
Meer lezen

Van inzicht naar actie: Hoe kunnen leerkrachten doelgericht ondersteuning bieden aan leerlingen met dyslexie?

Hogeschool VIVES
2025
Amber
Vanneste
Dyslexie komt steeds vaker ter sprake in het onderwijs. Het is een leerstoornis die moeilijkheden met zich meebrengt op vlak van lees- en spellingsvaardigheden. Een leerling wordt hiermee geboren, maar dit definieert hem/haar niet. Dyslexie hangt dan ook niet vast aan het niveau van intelligentie. Door gepaste ondersteuning en begeleiding kan elke leerling, met of zonder dyslexie, zich ontplooien in het onderwijs. Zowel de leerling als leerkracht spelen hier een actieve rol in.
Meer lezen

Wat als kinderkunst fout is?

Arteveldehogeschool Gent
2025
Laura
Maes
  • Naomi
    Bergerie
In deze bachelorproef werd het belang en de plaats van creativiteit binnen het kleuteronderwijs, specifiek binnen de Gambiaanse school ‘The Swallow’, onderzocht. Na observaties bleek creativiteit en muzische expressie geen actieve plaats te krijgen binnen het schoolsysteem. Vanuit deze vaststelling werd gezocht naar manieren om creativiteit meer te integreren in het dagelijkse klasgebeuren.

Het onderzoek vertrekt vanuit twee onderzoeksvragen. De eerste luidt als volgt: “Welke didactische strategieën en activiteiten kunnen worden geïntegreerd binnen een curriculum om de creativiteit van jonge kinderen in Gambia te bevorderen?”. Om deze onderzoeksvraag, onderverdeeld in enkele deelvragen, te beantwoorden werd er gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden zoals literatuurstudies, interviews met de klasleerkrachten en directie van The Swallow, interviews in andere basisscholen in Gambia en eigen toegepaste kennis uit de opleiding kleuteronderwijs. De kennis en het onderzoek in verband met deze eerste onderzoeksvraag is voornamelijk terug te vinden in onderzoeksfase 1.

Op basis van deze bevindingen en opgestelde ontwerpeisen binnen onderzoeksfase 1, werd een praktisch kunstcurriculum met verschillende creatieve lesfiches ontwikkeld. De fiches werden opgebouwd volgens een vast schema: onderwerp, doelen, differentiatiemaatregelen, lesverloop met algemene informatie en concrete voorbeelden, tips, materialenlijst en beeldmateriaal. In het begin en op het einde van het curriculum is ook algemene didactiek terug te vinden. Het biedt uitleg over de verschillende muzische bouwstenen, de Social Development Goals (SDG’s) en extra tools voor de leerkrachten om in te zetten binnen de klaspraktijk.

Met de tweede onderzoeksvraag: “Hoe beïnvloedt dit curriculum gericht op creativiteitsstimulatie de leerervaringen en betrokkenheid van jonge kinderen én de zienswijze van leerkrachten binnen het Gambiaanse kleuteronderwijs?”, werd het curriculum en de groei van creativiteit binnen dit onderwijs geëvalueerd, door opnieuw interviews af te nemen van dezelfde leerkrachten en de directie. Zo konden hun meningen, attitudes en gevoelens bij het curriculum duidelijk in beeld gebracht worden. Daarnaast werden er ook nieuwe observaties uitgevoerd om te ontdekken of de implementatie van het curriculum effectief een positieve invloed heeft voor de leerlingen, de leerkrachten en de school in het algemeen.

Tot slot volgen de conclusies en het resultaat van het onderzoek, waaruit onder andere blijkt dat creativiteit niet enkel plezier en luxe is binnen onderwijs, maar ook een fundamenteel onderdeel is van de ontwikkeling van elk kind. Vooral binnen een schoolcontext waarbij cognitieve vaardigheden vaak op de voorgrond staan is dit, afleidend uit de observatiescores en andere resultaten, van groot belang. Deze bachelorproef probeert het belang van creativiteit te staven en concrete handvatten aan te bieden om hiermee in eender welke klaspraktijk aan de slag te gaan.
Meer lezen

Didactiek van de metafoor - Het verborgen leerproces van metaforische conceptn in taal en betekenisvorming

Odisee Hogeschool
2025
Ines
Vakante
Metaforen zijn een krachtig hulpmiddel in het onderwijs, omdat ze abstracte concepten toegankelijker maken en leerlingen helpen complexe ideeën te begrijpen. Alleen blijkt uit onderzoek dat het gebruik van metaforen in het onderwijs is afgenomen, dit terwijl leerlingen steeds meer moeite hebben met het begrijpen van beeldspraak. Dit is problematisch, omdat metaforen niet alleen de taalvaardigheid versterken, maar ook een brug vormen tussen verschillende leerstijlen en -niveaus.

Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe metaforen effectief kunnen worden ingezet in het onderwijs, zodat ze voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Door middel van literatuurstudie, enquêtes en gesprekken met zowel leerkrachten als leerlingen is onderzocht welke abstracte concepten leerlingen als moeilijk ervaren, welke rol metaforen kunnen spelen bij het verduidelijken van deze concepten, en welke didactische principes hierbij van belang zijn. Op basis van de resultaten is een handleiding ontwikkeld met lessen waarin leerlingen stapsgewijs metaforen leren herkennen, begrijpen en zelf toe te passen.

De conclusie is dat metaforen een waardevol didactisch middel zijn, zolang ze op een bewuste manier worden ingezet. Expliciete uitleg, visuele ondersteuning en interactieve werkvormen zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat alle leerlingen, ongeacht achtergrond of leerstijl, kunnen profiteren van de kracht van beeldspraak. De handleiding biedt praktische handvatten voor leerkrachten om metaforen effectief in te zetten in hun lessen, waardoor taalvaardigheid en abstracte denkvermogen van leerlingen worden versterkt.
Meer lezen

Zin in zinvolle zinsontleding: Predicatie en valentie als verrijking van de lessen zinsleer in 2A

Odisee Hogeschool
2025
Tibor
Gurka
Hoewel zinsontleding opgenomen is in de eindtermen en leerplandoelen als essentieel onderdeel van het curriculum, ervaren zowel leerlingen, leraren, vakdidactici als taalkundigen pijnpunten en obstakels in de gangbare didactiek, die al te vaak bestaat uit het leren ontleden van geïsoleerde zinnetjes door middel van trucjes, ezelbruggetjes en controlevragen. Vakdidactici en taalkundigen schreeuwen al geruime tijd van de daken dat de ‘traditionele’ didactiek toe is aan verrijking en vernieuwing, willen we leerlingen meer betekenisvol onderwijs aanbieden. Een sleutelrol in die verrijking lijkt toebedeeld aan het werken vanuit taalkundige metaconcepten, met name predicatie en valentie.
In drie klassen van het tweede jaar A-stroom op OLVP Bornem ontwikkelde en testte ik een lessenreeks die werd voorafgegaan door een nulmeting (een toets met inzichtvragen, klassieke zinsontleding en een anonieme bevraging) en nadien werd opgevolgd door een effecttoets die naar analogie van de nulmeting werd opgesteld. Op basis van de resultaten van het praktijkonderzoek en mijn eigen ervaringen pleit ik resoluut voor een verrijking van de gangbare didactiek met predicatie en valentie. Zo kunnen leerlingen op een betekenisvolle manier leren hoe enkelvoudige zinnen zijn opgebouwd. De metaconcepten maken het mogelijk om sterk in te zetten op hun taalgevoel om complexe syntactische begrippen zoals het gezegde en de voorwerpen in een zin te verkennen. Bovendien vinden de metaconcepten makkelijk aansluiting bij de minimumdoelen en leerplandoelen die inzetten op talig bewustzijn en metacognitieve kennis over taal. Zowel predicatie als valentie lenen zich sterk tot activerende werkvormen, die in betekenisvolle contexten en d.m.v. visualisatie abstracte concepten concreet en tastbaar kunnen maken, wat zowel de beleving van de leerlingen als het leereffect ten goede kan komen. Ezelsbruggetjes en vuistregels maken plaats voor conceptuele diepgang, en er wordt een expliciet verband gelegd tussen de metaconcepten en de gangbare grammaticale begrippen. Daarnaast biedt die verrijking tal van mogelijkheden om leerlingen te laten reflecteren en redeneren, om met elkaar in dialoog te gaan en gezamenlijk tot een dieper inzicht in enkelvoudige zinnen te komen.
Meer lezen

Gender bewust werken bij oudste kleuters, Hoe kunnen leerkrachten hier aandacht voor hebben in hun boekenaanbod

Andere
2024
Kyara en Jolien
Devenyn en Verstraeten
  • Kyara
    Devenyn
  • Jolien
    Verstraeten
Deze bachelorproef gaat over genderbewust werken bij de oudste kleuters gefocust op het boekenaanbod en op verwerkingen van prentenboeken. Een kant en klare handleiding voor de leerkrachten.
Meer lezen

De Sint-Martinuskerk te Beveren, een immersieve beleving via een audiovisuele rondleiding.

Odisee Hogeschool
2024
Robin
Van Mieghem
Tijdens een ‘onderdompelende’ activiteit in de kerk van Beveren gaf een leerling aan dat de ervaring bijzonder was. Deze spontane opmerking ligt volledig in de lijn van wat bisschop Lode Van Hecke en leraars godsdienst ook reeds stelden, namelijk dat er in het secundair onderwijs binnen het vak r.-k. godsdienst onvoldoende aandacht wordt besteed aan geloofsbeleving.

Draagt een te rationeel opgezet godsdienstonderwijs bij tot een groeiende vervreemding tussen leerlingen en de godsdienst met bijhorende geloofsbeleving? Dit onderzoek verkent de hypothese of een immersief bezoek aan een gebedshuis de geloofsbeleving, de motivatie voor en prestaties in het vak r.-k. godsdienst verbeteren. Specifiek wordt gekeken naar de impact van een immersieve audiovisuele rondleiding in de Sint-Martinuskerk te Beveren.

Het onderzoek begon met een uitgebreide literatuurstudie naar didactiek. Twee klassen van de Sint-Maarten Bovenschool in Beveren namen deel: het 6de jaar verzorging kreeg reguliere lessen, terwijl het 7de jaar kinderzorg en thuis- en bejaardenzorg een audiotour door de kerk volgde. De controlegroep kreeg een traditionele les met PowerPoint-foto's, terwijl de experimentele groep zelfstandig de kerk ontdekte via de ErfgoedApp en hierbij ook de mogelijkheid kreeg om de stilte te beleven.

Toetsen en enquêtes werden gebruikt om de invloed van geloofsbeleving op prestaties en motivatie te meten. Observaties ondersteunden deze bevindingen.

De spectaculaire resultaten tonen aan dat leerlingen die deelnamen aan de audiotour hogere en consistentere scores behaalden dan degenen die reguliere lessen volgden. De experimentele groep was ook meer gemotiveerd. Dit suggereert dat praktijkervaringen, zoals kerkbezoeken, waardevolle aanvullingen zijn op traditioneel onderwijs en bijdragen aan betere lesmethoden en motivatie in het godsdienstonderwijs.

Leerlingen die de kerk bezochten, scoorden hoger op kennisvragen en toonden meer motivatie en interesse dan de controlegroep. Hoewel de bevindingen positief zijn, blijft de generaliseerbaarheid beperkt door de kleine steekproef en de eenmalige uitvoering van het onderzoek. Voor sterkere conclusies is herhaling met een grotere en diverse steekproef nodig.

Andere scholen kunnen leren dat praktijkervaringen, zoals kerkbezoeken, significant bijdragen aan de motivatie en prestaties van leerlingen. Het is echter belangrijk om rekening te houden met kosten, audiovisuele middelen en voorbereiding door de leerkracht, evenals de lokale context en behoeften van de leerlingen.
Meer lezen

De kracht van context, de kunst van meten Valideringsstudie van een vignetteninstrument voor datageletterdheid van Vlaamse leraren basis- en secundair onderwijs

Universiteit Antwerpen
2024
Andy
Boydens
Onderzoek toont aan dat data-geïnformeerde beslissingen cruciaal zijn voor leerkrachten om effectief lesgeven. Daardoor is diepgaand empirisch bewijs over datageletterdheid, de kennis en vaardigheden om deze beslissingen te nemen in combinatie met specifieke kennisdomeinen eigen aan de werkcontext van
leerkrachten, noodzakelijk. De contextuele diversiteit van het onderwijslandschap daagt onderzoekers echter uit om datageletterdheid adequaat te meten. Leraren onderwijzen namelijk verschillende vakken en leergebieden, met een specifieke vakinhoud, curriculum en didactiek. Bovendien variëren leerkrachten in onderwijsniveaus, klassamenstellingen, lokale contexten en onderwijswaarden. Meetinstrumenten kunnen dus niet omheen deze contextpremisse.
Dit onderzoek gaat deze uitdaging aan door ontwerpprincipes van factoriele survey-experimenten (FSE) te integreren in een contextrijk vignetteninstrument voor het meten van de datageletterdheid van Vlaamse leerkrachten basis- en secundair onderwijs. Meer specifiek beoordeelde deze studie de inhouds- en
constructvaliditeit van dit instrument via een kwalitatieve aanpak. Op basis van twaalf think-aloud interviews van Vlaamse leerkrachten, die variëren in onderwijsniveau (basis- en secundair onderwijs) en hun gehanteerde evaluatiepraktijk (cijferrapporten versus letter-, woord- en symboolrapporten), rapporteert dit onderzoek twee
belangrijke bevindingen. Ten eerste bleek het vignetteninstrument, door de factoren onderwijsniveau en evaluatiepraktijk te integreren, in staat om inhoudelijk valide metingen te verrichten voor datageletterdheid (inhoudsvaliditeit). Respondenten gebruikten bij het beantwoorden van de vignetten hun specifieke vakkennis,
curriculumkennis en algemene pedagogische kennis. Daarnaast bleek het instrument ook in staat om leerkrachten hun pedagogisch-inhoudelijke kennis, hun kennis over hun leerlingen, onderwijscontext en onderwijswaarden aan te doen boren. Ten tweede bleek het instrument effectief te zijn om de contextuele diversiteit te overbruggen, waardoor ze in staat is om dezelfde kennis en vaardigheden, consistent en gelijkwaardig, te meten bij alle respondenten (constructvaliditeit).
Dit onderzoek effent daardoor het pad voor onderwijsonderzoekers en beleidsmakers om via een FSE-design datageletterdheid adequaat te meten én biedt eveneens een nieuw methodologisch perspectief binnen het
complexe datageletterde discours.
Meer lezen

Het effect van een nieuwe didactische aanpak voor slag- en slaan VS De traditionele aanpak

Odisee Hogeschool
2024
Reggie
Smet
Journalistiek artikel bachelorproef
Meer lezen

De stem van leerkrachten statistiek in de tweede graad: Noden en uitdagingen

Universiteit Gent
2023
Thibaut
Heymans
Statistiek is alomtegenwoordig in onze samenleving. Het onderwijs probeert leerlingen statistische geletterdheid bij te brengen, maar welke noden en uitdagingen ervaren wiskundeleerkrachten hierbij?
Meer lezen

Bij wijze van lezen - een documentanalyse van kenmerken effectieve didactiek begrijpend lezen in Vlaamse methodes lager onderwijs

Universiteit Antwerpen
2023
Ellie
Lefevre
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Documentanalyse van kenmerken effectieve didactiek begrijpend lezen in Vlaamse taalmethodes lager onderwijs.
Meer lezen

Breuken breken met Barton

Thomas More Hogeschool
2023
Pascale
Van Elslande
  • Stef
    Engels
De onderzoeksvraag die aan de basis ligt van deze bachelorproef is: “Hoe kunnen de didactische principes van Barton ingezet worden om de leerstof rond breuken aan te brengen in de eerste graad van de B-stroom?”. Het eindproduct wordt gerealiseerd vanuit die vraagstelling.
Meer lezen

Een wiskundig drama

Thomas More Hogeschool
2022
Robbe
Calcoen
Wiskunde wordt als saai en moeilijk voorgesteld in de maatschappij. Om deze misvattingen weg te werken, zou drama ingezet kunnen worden binnen de wiskundeles. Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen of dit mogelijk is en of dit het gewenste effect heeft.
Meer lezen

Spelen op een kosteloze speelplaats: Een labyrintische omgeving om te experimenteren, genieten en dingen te ontdekken

Arteveldehogeschool Gent
2022
De Visscher Anissa
Martens Jetse
Een mondiale praktijkverkenning naar Tanzania gaf ons heel wat inzichten omtrent het gebruik van kosteloos materiaal op de speelplaats. De kernwoorden 'didactisch kosteloos materiaal - speelplaats -zelfstandig spel' staan dan ook centraal.
Meer lezen

Kunnen we de leermotivatie voor het vak Frans in de eerste graad a- en b-stroom verhogen met ons didactisch bordspel?

Odisee Hogeschool
2022
Katrien
Matthijs
  • Nele
    Lombaert
Omdat we merken dat de leerlingen in de eerste graad a- en b-stroom weinig leermotivatie hebben voor de lessen Frans, hebben we zelf een educatief bordspel ontworpen. We hebben duidelijk gekozen voor een bordspel en niet voor een online platform om de schermtijd te beperken en om de spreekvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid en groepsdynamica in de klas te vergroten. Daarbovenop willen we de leerlingen ook warm maken voor de Franse cultuur. Na een test bij 51 leerlingen hebben we 49% meer motivatie kunnen registreren.
Meer lezen

De leeslestabel: een hulp bij het ontwerpen van lessen begrijpend lezen

Hogeschool VIVES
2021
Fien
Vandenbussche
  • Eline
    Boone
  • Quinten
    De Baets
  • Dolores
    Devoldere
Een onderzoek naar hoe leraren het leesbegrip bij leerlingen concreet kunnen bevorderen. Vanuit een inventarisatie van wat al dan niet werkt, ontstond een tool - een “leeslestabel” - een instrument om kwaliteitsvolle leeslessen te garanderen.
Meer lezen

Transfereffecten van professionaliseringsinitiatieven over taalontwikkelend lesgeven aan ex-OKAN'ers-OKAN’ERS

Universiteit Gent
2021
Ellen
Sauvage
Effectieve nascholingen kunnen leraren competenter maken in taalontwikkelend lesgeven aan ex-OKAN'ers. Deze thesis onderzocht het aanbod en de effectieve kenmerken van dergelijke nascholingen.
Meer lezen

De waarde van ervaren leraren in Brussel

Odisee Hogeschool
2021
Robin
Van der Cammen
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
Door ervaren leraren uit de Brusselse context te bevragen, is er een brochure ontworpen die als doel heeft
startende leraren te ondersteunen bij de aanvangsbegeleiding. Via diepte-interviews, die zijn opgesteld
a.d.h.v. een literatuuronderzoek, wordt gericht bevraagd welke factoren ervaren leraren motiveren en hoe
deze startende leraren kunnen inspireren.
Meer lezen

Een checklist voor een effectieve begrijpend leesdidactiek

Arteveldehogeschool Gent
2020
Julie
Langlois
  • Lisa
    Dierckx
Deze bachelorproef bespreekt de kenmerken van een goede, effectieve begrijpend leesdidactiek in de lesmethodes Nederlands van het Vlaamse secundair onderwijs.
Meer lezen

Veel Vlamingen en Nederlanders leren zwemmen; volgen zij hetzelfde traject?

Hogeschool PXL
2020
Luciënne
Swinkels
De inhoud van deze bachelorproef gaat over de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen op het gebied van zwemlesmethodes, zwembewijzen en zwemorganisaties. Er wordt niet alleen stilgestaan bij zwemlessen voor kinderen, maar er wordt ook gesproken over zwemlessen voor volwassenen. Daarnaast is op de vraag; welke theorie schuilt achter zwemlesmethodieken?, geprobeerd een antwoord/oplossing te vinden.
Meer lezen

‘Uit de locker!’: Een studie naar de implementatie van Queer onderwerpen in het secundair onderwijs

Universiteit Antwerpen
2020
Steff
Nellis
Genomineerde longlist Klasseprijs
Deze scriptie onderzoekt hoe scholen kunnen bijdragen aan het verhogen van holebitolerantie. In dat licht worden de positie van wetgeving, onderzoek en didactisch materiaal ten aanzien van LGBTQ+ onderwerpen in het onderwijs besproken. Hoewel de literatuurstudie aanwijst dat zowel expliciete (top-down) als impliciete (bottom-up) aandacht vereist zijn om queer thema’s in secundaire scholen te promoten, stuurt dit onderzoek vooral aan op een impliciet-geïntegreerde aanpak van LGBTQ+ onderwerpen in de concrete lespraktijk.
Meer lezen

Zit er een wiskundig kritische geest in de boekentas van de toekomstige leerkracht kleuteronderwijs?

Vrije Universiteit Brussel
2019
Wim
Mees
Enerzijds proberen we inzicht te verkrijgen in de kritische en creatieve bagage van tweedejaarsstudenten kleuteronderwijs tegenover vier wiskundige activiteiten. Anderzijds onderzoeken we met een online enquête hoe leerkrachten kleuteronderwijs hun kleuters laten kennismaken met wiskunde en wat zij als makkelijk en moeilijk ervaren.
Meer lezen

En français? Volontiers! Collectief leren rond het gebruik van de doeltaal in de lessen Frans

Arteveldehogeschool Gent
2019
Monia
Van Damme
Samen met een vakgroep Frans (in Nederland) initieerde ik een veranderproces met als doel vaker en doelgerichter Frans als voertaal te gebruiken tijdens de lessen Frans. Dit resulteerde in het collectief leren en een mooi professionaliseringstraject.
Meer lezen

“Hebben scholen nood aan ondersteuning tijdens de lessen schaatsen?”

Hogeschool PXL
2019
Ira
Vannut
Mijn onderzoeksdoel is het geven van kennis en inzichten over het schaatsen en deze ook vertalen naar de onderwijspraktijk via een cursus. Door middel van deze didactisch onderbouwde cursus wil ik een bijdrage leveren aan de oplossing van het praktijkprobleem. De geïnteresseerde leerkrachten konden via de enquête hun contactgegevens achterlaten om toegang te krijgen tot de cursus. De cursus wordt bezorgd via een link naar de website of via e-mail.

Meer lezen