Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Key drivers and motivations for joining and participating in agricultural marketing cooperatives: The impact of farm size

KU Leuven
2025
Jef
Desmedt
  • Ariël
    Verschueren
  • Laurens
    Fievet
This thesis investigates the motivations and barriers that shape farmers’ participation in agricultural marketing cooperatives, with a focus on how farm size influences these dynamics. While established literature highlights economic, social, and governance-related drivers of participation, less is known about how these are perceived and prioritised by farmers of varying scales. Drawing on the Mutual Incentives Theory and elements of Self-Determination Theory, this study uses qualitative interviews with a diverse group of Flemish fruit and vegetable producers to explore motivational variation. Findings show that smaller farmers often highlight the cooperative’s stabilising role and deem their membership as critical, while larger farmers adopt a more strategic stance, valuing efficiency, autonomy, and access to alternative sales channels. Furthermore, the study reveals how collectivistic incentives, such as shared goals, are frequently internalised as individual business advantages. Ambitious, growth-oriented farmers, in particular, reported tensions between their entrepreneurial drive and the cooperative’s collective framework. This study contributes to the literature in three ways: by documenting how member motivations are interpreted through the lens of farm scale; by refining theoretical models of participation to account for strategic constraints; and by highlighting how motivation is shaped by context-specific perceptions, not fixed categories. These insights provide a more nuanced understanding of cooperative participation and offer broader relevance for motivation theory in collective organisational forms.
Meer lezen

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

Decentralised Motion Planning for Holonomic Multi-Agent Systems Using a Hybrid ADMM-CBF Approach: Application to Industrial Magnetic Levitation Platforms

KU Leuven
2025
Bavo
Tistaert
  • Stan
    Servaes
Genomineerde shortlist mtech+prijs
De industrie vereist elke dag complexere processen en logistiek, wat heeft geleid tot de opkomst van multi-agent systemen. Hierbij werken meerdere robots, voertuigen of machines in dezelfde omgeving. Dit stimuleert de behoefte aan multi-agent bewegingsplanners die de bewegingen van deze agents op een efficiënte en veilige manier coördineren en plannen.

Daarom presenteert deze scriptie een nieuwe, op model predictieve controle (MPC) gebaseerde bewegingsplanner voor holonomische multi-agent systemen, door een gedecentraliseerde formulering van de alternating direction method of multipliers (ADMM) te combineren met een gecentraliseerde formulering van control barrier functions (CBF's). De methode is ontwikkeld met het oog op, maar niet beperkt tot, industriële magnetische levitatieplatforms zoals het Beckhoff XPlanar-systeem.

De klassieke gecentraliseerde MPC-benadering blijkt te schalen met ∼ O(N^2,96), waardoor de methode onuitvoerbaar wordt bij een toenemend aantal agents. Hoewel gedecentraliseerde ADMM de tijdcomplexiteit aanzienlijk vermindert, kan deze de veiligheid niet garanderen, d.w.z. er bestaat een risico op botsingen. Daarom wordt de methode aangevuld met een extra optimalisatieprobleem waarin CBF's zijn opgenomen. Het resultaat is een veilige methode die schaalt met ∼ O(N^1,82). Deze veiligheidsgarantie stelt ons in staat om het aantal ADMM-iteraties vast te leggen, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen prestaties en rekenkracht.

Om de realtimeprestaties verder te verbeteren, biedt dit werk een C++-implementatie van de hybride methode, die gebruikmaakt van de gedecentraliseerde ADMM-structuur door de code te parallelliseren. Dit vermindert de rekentijd voor 5 en 10 agents met respectievelijk 90,1% en 60,5%. De hybride methode wordt vervolgens kwalitatief en kwantitatief vergeleken met de gecentraliseerde MPC-methode. Ten slotte wordt een proof of concept gepresenteerd door de algoritmen te implementeren en te testen op het XPlanar-systeem.
Meer lezen

Economic feasibility and challenges of electric trucks in Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Alix
Bens
Deze studie onderzoekt de economische haalbaarheid en de belangrijkste uitdagingen bij de overstap naar elektrische vrachtwagens in België. Daarom wordt een kostenanalyse uitgevoerd, aangevuld met de potentiële voordelen, obstakels en infrastructurele uitdagingen die gepaard gaan met een duurzame transitie in het wegtransport.

Het onderzoek maakt gebruik van een mixed-methods-aanpak, waarbij zowel kwantitatieve als kwalitatieve analyses worden gecombineerd. Voor het kwantitatieve luik werd een Total Cost of Ownership (TCO)-analyse uitgevoerd. De resultaten van deze analyse variëren afhankelijk van verschillende factoren, zoals de analyseperiode, regio en bedrijfsgrootte. In 2020 lag de TCO van elektrische vrachtwagens nog boven die van dieselvoertuigen. Tegen 2025 ligt de TCO voor elektrische vrachtwagens bij kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in Vlaanderen echter lager dan die van traditionele dieseltrucks. Voor grotere bedrijven of ondernemingen die actief zijn in Brussel en Wallonië blijft diesel voorlopig nog de economisch voordeligere optie. Tegen 2030 wordt verwacht dat de TCO van elektrische vrachtwagens in alle regio’s en voor alle bedrijfsgroottes lager zal zijn dan die van diesel.

De kwalitatieve analyse is gebaseerd op een enquête bij 69 Belgische bedrijven, actief in uiteenlopende sectoren en van verschillende groottes. Elk van deze bedrijven beschikt over minstens één vrachtwagen in zijn vloot. De resultaten van de enquête tonen aan dat de intrede van elektrische vrachtwagens in België nog steeds beperkt blijft. Opvallend is dat de meerderheid van de bedrijven die momenteel nog geen elektrische trucks gebruiken, ook niet overwegen om die op korte termijn aan te schaffen - ondanks de noodzaak van een uitstootvrije toekomst. Daarentegen hebben bedrijven die al elektrische vrachtwagens bezitten er vaak meerdere in gebruik: acht respondenten gaven aan dat hun vloot uit vijf of meer elektrische vrachtwagens bestaat.

De belangrijkste belemmeringen voor de uitbreiding naar duurzame vloten zijn de beperkte actieradius, hoge aankoopkosten, lange laadtijden, een tekort aan laadinfrastructuur en onvoldoende overheidssteun (Carlier, 2024). De resultaten van de enquête benadrukken de nood aan meer overheidssteun om de transitie te versnellen. Veel respondenten wijzen op het belang van hogere aankoopsubsidies en financiële ondersteuning voor de installatie van laadinfrastructuur. Bovendien is er een duidelijke vraag naar een ruimere uitbouw van laadinfrastructuur specifiek voor vrachtwagens in België.
Meer lezen

Circulair gebruik van natuurmaaisel: Een case study voor veengebied De Zegge

Universiteit Antwerpen
2025
Lien
Van Breda
Het beheer van veengebied De Zegge genereert jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid natuurmaaisel, die tegen hoge kosten wordt afgevoerd naar composteringsinstallaties. Tegelijkertijd wordt natuurmaaisel in Vlaanderen erkend als biomassareststroom met circulair potentieel. Deze masterproef onderzoekt welke circulaire waardeketens toepasbaar en rendabel zijn voor De Zegge.
De jaarlijkse maaiselopbrengst wordt geschat op 94,5 ton droge stof. Een brede inventarisatie brengt tien mogelijke waardeketens rond natuurmaaisel in beeld, waarbij de ketens rond veenvrije potgrond, grasisolatie en graspapier het meeste perspectief bieden. Ook is er toekomstpotentieel voor boerderijcompostering, zodra het nieuwe wettelijk kader hiervoor wordt uitgerold. Belangrijke knelpunten voor circulaire inzet van natuurmaaisel zijn biologische stabilisatie, een efficiënte logistiek en de ontwikkeling van verdienmodellen die aantrekkelijk zijn voor alle partijen binnen een strikt en complex regelgevend kader. De vier geselecteerde waardeketens demonstreren echter voldoende technologische maturiteit, ecologische meerwaarde en economisch potentieel om deze knelpunten te overkomen.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Glulamstructuren hergebruikt: Analyse van terugwinningsprocessen en milieu-impact aan de hand van 7 recente casussen

Universiteit Gent
2025
Emiel
Feys
  • Emiel
    Defever
Deze masterproef onderzoekt het structureel hergebruik van gelijmd gelamelleerd houten elementen in bouwprojecten. Via zeven casussen werden processen en strategieën in kaart gebracht, wat de technische haalbaarheid en het potentieel op grote schaal aantoont. Een levenscyclusanalyse bewijst daarnaast de aanzienlijke milieuvoordelen ten opzichte van nieuw materiaal. Het eindwerk vormt zo zowel een praktische gids als een kwantitatieve onderbouwing van de milieuvoordelen van deze hergebruikpraktijk.
Meer lezen

China en Zuid-Korea: Vriend of vijand? Onderzoek naar het discours van presidenten Moon Jae-in en Yoon Suk-yeol over de bilaterale relatie tussen China en Zuid-Korea

KU Leuven
2025
Basile
Moyaerts
Deze thesis onderzoekt hoe de Zuid-Koreaanse presidenten Moon Jae-in (2017–2022) en Yoon Suk-yeol (2022–) hun relatie met China construeren in officiële toespraken. Uit een analyse van de speeches blijkt een opvallende continuïteit: economische samenwerking met China wordt systematisch benadrukt, terwijl gevoelige thema’s zoals Taiwan, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee vrijwel onbesproken blijven of enkel in neutrale termen verschijnen. Ondanks hun verschillende politieke kleur volgen beide presidenten dezelfde lijn: zakelijk warm, politiek koel. Dit patroon toont hoe Zuid-Korea als middenmacht bewust inzet op “double hedging”: handel koesteren, confrontatie vermijden en zo manoeuvreerruimte behouden tussen Washington en Beijing.
Meer lezen

In-between Demolition and Reuse: Actor Networks and Urban Logistics of Salvaged Materials between 1880-1960

Vrije Universiteit Brussel
2025
Liese
Van Holen
Wat vandaag een innovatieve uitdaging lijkt – het hergebruik van materialen – was tot het midden van de 20ste eeuw een vanzelfsprekende praktijk in de bouwsector. Pas daarna raakte dit hergebruik steeds versnipperd en minder goed georganiseerd. Cruciale momenten in dit proces zijn de opslag en verkoop van materialen tussen afbraak en hergebruik. Juist in die tussenfase wordt het zichtbaar hoe hergebruik in de praktijk werd georganiseerd en wie erbij betrokken was.

Deze scriptie toont aan hoe opslag en verkoop van afbraakmaterialen historisch gezien systematisch werden georganiseerd. Naast grote stadsdepots en private depots, werden ook toevallige open ruimtes benut om afbraakmaterialen op te slaan. Vaak werden gerecupereerde materialen zelfs rechtstreeks gesorteerd op de afbraakwerf. Dit vergemakkelijkte het uiteindelijke doel, efficiënte en snelle verkoop van gerecupereerde materialen.

Het historische hergebruiksproces waarbij elke open plek in de stad als potentiële opslagruimte diende, kan inspiratie bieden voor hedendaagse circulaire hubs en logistieke modellen. De scriptie benadrukt bovendien dat uitdagingen rond opslag en verkoop niet onderschat mogen worden. Uit analyse van historisch hergebruik blijkt namelijk dat opslag en verkoop een onmisbare rol speelden. Zodra deze processen veranderden, verdween het systematische hergebruik.

Naast de hergebruiksprocessen maken ook de betrokken stakeholders duidelijk waarom materialen systematisch werden hergebruikt. Ze deden dit om economische, pragmatische of kunsthistorische redenen. Zo ging de stad bijvoorbeeld systematisch tewerk met regelgeving en stadsdepots voor het behoud erfgoedelementen. Aannemers daarentegen, waren vooral op zoek naar de meest winstgevende manier om een afbraakproject te organiseren. Ook kleinere spelers droegen bij aan de waardering van hergebruiksmaterialen. Antiquairs zochten bijvoorbeeld naar elementen die zij aan een cultureel cliënteel konden verkopen, een praktijk die vandaag nog steeds herkenbaar is op rommelmarkten en in antiekwinkels.

Met een vernieuwend analytisch kader onderzoekt deze scriptie de circulariteit van hergebruiksmaterialen. Door processen en actoren in kaart te brengen, wordt duidelijk hoe we afbraakmaterialen kunnen leren herwaarderen. De studie biedt daarmee belangrijke inzichten in de evolutie van een historisch circulaire bouwsector naar de huidige stand van zaken.

Door te begrijpen hoe hergebruik vroeger structureel was georganiseerd, krijgen we ideeën om dit opnieuw een vanzelfsprekende plaats te geven in de bouwsector van de toekomst.
Meer lezen

Hoe slimme kleuringen een zeldzame darmziekte bij baby’s zichtbaar maken

Erasmushogeschool Brussel
2025
Ramshah
Sabir Hussain
De ziekte van Hirschsprung (HD) is een zeldzame aangeboren darmaandoening waarbij zenuwcellen (ganglioncellen) ontbreken in een deel van de dikke darm. Dit veroorzaakt een stilgevallen darmwerking met ernstige gevolgen voor pasgeborenen. Een correcte en snelle diagnose is van cruciaal belang, maar vormt een uitdaging doordat weefselstructuren bij baby’s vaak onrijp zijn en foutieve interpretaties tot verkeerde behandelingen kunnen leiden.

In mijn bachelorproef onderzocht ik in samenwerking met het CHU Brugmann ziekenhuis in Brussel vijf patiëntencasussen waarbij rectumbiopten werden geanalyseerd met drie microscopische technieken: de klassieke hematoxyline-eosine-saffraan (HES)-kleuring, acetylcholinesterase (AChE)-histochemie en calretinine-immunohistochemie. Uit dit onderzoek bleek dat calretinine de meest betrouwbare methode is om ganglioncellen zichtbaar te maken, vooral bij jonge baby’s of technisch moeilijke stalen. Bovendien biedt calretinine praktische voordelen doordat het toepasbaar is op paraffinecoupes, in tegenstelling tot AChE dat vriescoupes vereist.

De resultaten tonen aan dat een gestandaardiseerde combinatie van technieken nodig is om foutieve diagnoses te vermijden. Vooral calretinine-IHC als basis, aangevuld met HES of AChE, blijkt een krachtige strategie. Daarmee draagt dit onderzoek bij aan een snellere, betrouwbaardere en wereldwijd toegankelijkere diagnostiek van Hirschsprung, wat rechtstreeks het leven van getroffen kinderen kan redden of verbeteren.
Meer lezen

Bouwen aan vertrouwen: de wisselwerking tussen politie en socio-preventieve actoren in de strijd tegen radicalisering in West-Vlaanderen

Universiteit Gent
2025
Zoë
Bouttry
Inleiding en literatuuroverzicht
Sinds 9/11 is de beleidsaandacht voor radicalisering aanzienlijk toegenomen. In België leidde dit tot de oprichting van een multidisciplinair coördinatieorgaan, dat zowel preventieve als repressieve benaderingen hanteert. Vertrouwen wordt daarbij gezien als de sleutel tot succesvolle samenwerking en effectieve resultaten. Het is dan ook cruciaal om te onderzoeken hoe vertrouwen wordt opgebouwd en hoe mogelijke barrières daarbij worden aangepakt. De context waarin deze coördinatie plaatsvindt, kan bovendien beïnvloed worden door uiteenlopende factoren, zoals politieke dynamieken, bevolkingsgroei en casusgebonden verschillen. De specifieke impact van deze factoren is echter nog niet onderzocht in Vlaanderen. Dit onderzoek heeft tot doel beide elementen te bestuderen door de volgende onderzoeksvraag te beantwoorden:
‘Hoe beïnvloedt het niveau van vertrouwen tussen politie en socio-preventieve actoren de effectiviteit van hun samenwerking bij de preventie van radicalisering in gemeenten in West-Vlaanderen?’

Methodologie
Deze masterproef maakt gebruik van semigestructureerde, kwalitatieve interviews. In totaal werden tien interviews afgenomen, waarvan de transcripties nadien geanalyseerd werden met behulp van NVivo. De respondenten werden geselecteerd uit verschillende gemeenten in West-Vlaanderen.

Resultaten
Uit de analyse kwamen twee belangrijke thema’s naar voren: de rol van vertrouwen in multidisciplinaire samenwerking rond radicaliseringspreventie en de contextuele factoren die deze samenwerking beïnvloeden.

Het eerste thema betreft vertrouwen. De meeste gemeenten rapporteren een sterk vertrouwen, opgebouwd door rechtstreeks contact, duidelijke afspraken, open communicatie, netwerking, stabiliteit en alertheid voor valkuilen. Eén gemeente, die zich nog in een beginfase bevindt, is nog bezig deze basis te leggen. Wantrouwen kan echter ontstaan, vooral bij partners die verbonden zijn aan onderwijsinstellingen. Ook personeelswissels kunnen wantrouwen in de hand werken.

Het tweede thema gaat in op de contextuele factoren. Sinds de verkiezingen van oktober 2024 zijn er in enkele gemeenten bestuurderswissels geweest. Deze veranderingen hebben geleid tot logistieke aanpassingen, zoals de vergaderfrequentie, maar niet tot een verminderde prioriteit. Casusgebonden verschillen worden vooral gestuurd door supralokale fenomenen, niet door veranderingen binnen de gemeenten zelf. Ten slotte blijkt dat veel gemeenten geen systematische evaluatieprocessen hanteren, waardoor mogelijkheden om de effectiviteit van hun aanpak te beoordelen en verbeteren beperkt blijven.

Conclusie
Dit onderzoek benadrukt de centrale rol van vertrouwen in de samenwerking tussen politie en socio-preventieve actoren, aangezien dit rechtstreeks invloed heeft op informatie-uitwisseling en operationele slagkracht. Externe factoren, zoals de beschikbaarheid van middelen en de politieke context, dragen sterk bij aan verschillen in effectiviteit tussen gemeenten. Belangrijke uitdagingen zijn blijvend wantrouwen, het ontbreken van systematische evaluaties en complexiteiten zoals bovenlokale dossiers. Het aanpakken van deze tekortkomingen is essentieel om de impact van de LIVC-R-werkingen in West-Vlaanderen te versterken.
Meer lezen

Unframing the territory of an arancini vendor

KU Leuven
2025
Marthe
Vanden Hautte
Deze scriptie onderzoekt de Ballarò markt in Palermo als een levend stedelijk netwerk waarin formele architectuur en stedelijke planning plaatsmaken voor improvisatie, sociale interactie en informele structuren. Vanuit een antropografische benadering wordt ruimte niet alleen gezien als fysieke omgeving, maar als ervaring en sociale praktijk. Door veldwerk, schetsen en interviews legt de studie de spanningen bloot tussen geplande stadsvernieuwing en dagelijkse praktijk, en toont ze hoe bewoners en marktkramers met improvisatie en creativiteit de stad telkens opnieuw vormgeven. De scriptie pleit voor een architectuur van observatie en betrokkenheid, die vertrekt vanuit wat er al is en ruimte biedt voor gedeeld gebruik en gemeenschapsvorming.
Meer lezen

Wachttijden in de gezinsondersteuning: Impact op gezinnen en de Werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde

Odisee Hogeschool
2025
Margault
Dumont
Lange wachttijden in de jeugdhulp en gezinsondersteuning vormen een toenemend
probleem in Vlaanderen, met ingrijpende gevolgen voor gezinnen en hulpverleners.
In deze bachelorproef wordt het ontstaan van deze wachttijden onderzocht én wat de
gevolgen zijn voor gezinnen die ondersteuning nodig hebben. Het ‘op de wachtlijst staan’
heeft een invloed op de gezinsdynamiek. De ontwikkeling van kinderen en jongeren wordt
negatief beïnvloed. Te lang op hulp moeten wachten kan stoornissen veroorzaken voor de
sociale en emotionele ontwikkeling van het kind. Het kind kan vertraging oplopen op het
verfijnen van de motorische vaardigheden, sociale interacties en cognitieve vermogens.
Ook de draagkracht van de gezinsleden staat hierdoor onder druk. De focus ligt op de
werking van de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde, een organisatie die
overbrugging biedt tijdens wachttijden.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Waarom zijn er wachtlijsten voor gezinsondersteuning
in Vlaanderen en wat zijn de gevolgen voor de werking van 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde?
De studie analyseert dit vraagstuk op drie niveaus. Op microniveau is de centrale
onderzoeksvraag gericht op de invloed van wachttijden op het functioneren van gezinnen
en de ouder-kindrelatie. Op mesoniveau ligt de focus op de gevolgen van wachttijden voor
de werking van 1 Gezin 1 Plan. Op macroniveau wordt de centrale onderzoeksvraag
geformuleerd over de impact op het samenwerkingsverband binnen de eerstelijnszones in
Halle-Vilvoorde.
Aan de hand van een theoretische analyse worden wachttijden geanalyseerd vanuit een
sociologisch, ontwikkelingspsychologisch en pedagogisch perspectief. Daarnaast wordt
een casestudy van een gezin met een kind met autisme en een verstandelijke beperking
gebruikt om de uitdagingen waarmee gezinnen op wachtlijsten geconfronteerd worden te
illustreren.
Dit onderzoek wijst uit dat wachttijden niet alleen het welzijn van gezinnen beïnvloeden,
maar ook de effectiviteit van gezinsondersteuning en de samenwerking binnen de
eerstelijnszorg onder druk zetten. Dit onderzoek formuleert concrete
veranderingsvoorstellen om de toegankelijkheid en efficiëntie van gezinsondersteuning te
verbeteren. Op gezinsniveau ligt de focus op het bevorderen van de draagkracht tijdens
het wachten, dit door een ouderavond te organiseren en zelfhulp-bundels te ontwikkelen.
Op organisatieniveau stelt de organisatie 1 Gezin 1 Plan Halle-Vilvoorde zich toegankelijker
op voor de gezinnen. Er wordt ook voorgesteld om een gemeenschappelijke
aanmeldprocedure op te stellen voor gelijkaardige diensten. Op eerstelijnsniveau worden
verschillende acties voorgesteld om psychische kwetsbaarheid bespreekbaar te maken.
Ook het organiseren van een netwerkbeurs wordt voorgesteld om alle zorg- en
hulpverleners in contact met elkaar te brengen.
De resultaten benadrukken de noodzaak van een geïntegreerd beleid en betere
samenwerking tussen eerstelijnsorganisaties om wachttijden te verkorten en gezinnen
sneller de nodige ondersteuning te bieden.
Deze voorstellen komen overeen met de principes van trajectondersteuning,
geformuleerd in het decreet Vroeg en Nabij.
Door wachttijden niet alleen als probleem, maar ook als opportuniteit voor verandering te
benaderen, schetst deze bachelorproef mogelijke wegen naar een effectiever en
mensgerichter ondersteuningssysteem, ter ondersteuning van gezinnen in moeilijkheden.
Meer lezen

Leopoldskazerne Gent

Thomas More Hogeschool
2025
maaren
nijs
De Leopoldskazerne in Gent moet gerenoveerd worden tot een volwaardig hotel met 110 kamers en
bijhorende faciliteiten. Het HVAC-gedeelte wordt opgeleverd door meerdere bedrijven binnen de
Bumacogroup, vooral de HVAC-afdeling van Bumaco.
De bachelorproef omvat een beschrijving van de volledige HVAC, maar gaat dieper vooral in op de installatie
en ontwerp van het SWW-systeem met CO₂ warmtepompen van Mitsubishi. Alsook het opmaken van
logistieke documenten bv. materiaallijst, kabellijst, ….
Er is slechts 1 keer met CO₂ warmtepompen gewerkt binnen Bumaco en daar is dus veel onderzoek naar de
werking hiervan gebeurd.
Meer lezen

Kunst op Verwijzing Piloot Leuven - een prospectieve studie over het inzetten van kunst in de eerstelijnsgezondheidszorg

KU Leuven
2024
Lieve
Nagels
  • Annemie
    Voets
Kunst heeft een heilzaam effect op de mens. In tegenstelling tot het buitenland, met koplopers de Angelsaksische en Scandinavische landen, is er in België een grote achterstand in onderzoek en praktijkervaring met Kunst op Verwijzing (KOV), een eerstelijn gezondheidsbevorderende tool met kunst. In maart 2023 beslisten vertegenwoordigers uit de Leuvense zorg-, welzijns- en cultuursector en de academische wereld om samen vorm te geven aan een KOV-pilootproject, gericht op volwassenen met langdurig bestaande milde tot matige psychosociale klachten. Zeven vrouwen tussen 25 en 71 jaar doorliepen begin 2024 het KOV-traject van acht wekelijkse sessies van tweeënhalf uur in museum Parcum. Het hele proces werd uitgebreid gedocumenteerd, van concept over praktische uitrol tot de wetenschappelijke analyse, door twee master studenten Kunstwetenschappen (KU Leuven). Ze gebruikten een gemengde methodologie met zowel kwantitatief (vragenlijsten) als kwalitatief onderzoek (diepte-interviews, focusgroepen en participatieve observatie). Een eerste onderzoeksvraag betrof een procesevaluatie: is KOV een haalbare interventie in de Belgische/Vlaamse eerstelijnszorg? Uit de ervaring met het Leuvense pilootproject kan besloten worden dat een traject met kunst een werkbare niet-medische interventie is die de gezondheid en levenskwaliteit kan bevorderen mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een performant samenwerkingsplan tussen de cultuur- en zorgsector, een ethische gedragscode en richtlijnen voor goede KOV-praktijkvoering, en de opleiding van professionals in Kunst voor Welzijn zijn essentieel. Een tweede onderzoeksvraag polste naar de impact op de kunstbeleving van de deelnemers, op het museum en de medewerkers en op de gezondheid van de deelnemers.   In lijn met internationaal onderzoek werd een verhoogd sociaal en mentaal welbevinden en activatie vastgesteld bij de deelnemers. Externe negatieve gebeurtenissen kunnen die positieve impact compromitteren. Een discrete vermindering in het beroep doen op de eerstelijn werd vastgesteld. Ook het mentaal welbevinden van de begeleiders kreeg een boost. Aanbevelingen werden geformuleerd voor het organiseren van toekomstige KOV-trajecten en voor voortgezet onderzoek. Het belang van de Kunstwetenschappen voor de nieuwe wetenschapsdiscipline Kunst voor Welzijn/ Arts in Health werd toegelicht.
Meer lezen

Participatief ondernemen in de Belgische evenementensector

Hogeschool UCLL
2024
Guillaume
Jacquet de Haveskercke
Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een fiscaal voordelige regeling voor medewerkers in de Belgische evenementensector, gericht op het bevorderen van een eigenaarschapmentaliteit en participatief ondernemen.

Het creeërt een win-win situatie voor zowel bedrijf als werknemer, door zelfontplooiing te bevorderen in lijn met de waarden en normen van het bedrijf. Echter, de implementatie van participatief ondernemen in de evenementensector wordt bemoeilijkt door de flexibiliteit en beïnvloeding van externe krachten. Daarom is het essentieel dat bedrijven duidelijk communiceren over hun cultuur en waarden, en dat werknemers betrokken zijn bij het beleid en de doelen van het bedrijf.
Het onderzoek concludeert dat aandeelhouderschap de ultieme motivator en beloning is voor ambitieuze medewerkers, en dat de praktische uitvoering en verdere testen van dit model de volgende stap zijn. Door input van experts zoals Geert Jansens en Thomas Van Eeckhout, wordt een holistische benadering gehanteerd die juridische, fiscale, economische en sociale aspecten overkoepelt. Dit biedt een robuuste basis voor het implementeren van een fiscaal voordelig en motiverend systeem voor medewerkers in de evenementensector.
Meer lezen

Het diepzeedilemma van de Europese Unie: een analyse van de verschillende standpunten van EU-lidstaten met betrekking tot diepzeemijnbouw in internationale wateren (2017-2023)

Universiteit Gent
2024
Seppe
Dewulf
Sinds enkele jaren lopen de politieke spanningen rond de mogelijke goedkeuring van diepzeemijnbouw in internationale wateren hoog op. Meer dan 167 landen onderhandelen binnen de Internationale Zeebodemautoriteit (IZA) over de toekomst van zeebodemexploitatie, met uitgesproken voor- en tegenstanders van de praktijk. Hoewel ook de Europese Unie lid is van dit intergouvernementeel orgaan speelt het tot op heden geen actieve rol in deze onderhandelingen, desondanks de indiening van een voorstel van de Europese Commissie aan de Raad van de Europese Unie in januari 2021 (met het oog op het innemen van een gezamenlijke positie binnen de IZA) – dat onbeantwoord bleef. Vertrekkende vanuit de hypothese dat dit interinstitutioneel (bevoegdheids)conflict binnen de EU te wijten is aan te grote tegenstellingen tussen de standpunten van de EU-lidstaten, worden in dit onderzoek de standpunten van vier lidstaten – België, Duitsland, Frankrijk en Polen – op het vlak van diepzeemijnbouw onderzocht.
Meer lezen

Toepassen van een Autonomous Mobile Robot (AMR) voor interne logistiek

Universiteit Gent
2024
Dries
Van Landeghem
Mijn masterproef is vertrouwelijk, gelieve mij te contacteren indien mijn onderzoek de volgende ronde haalt.
Meer lezen

Fleet replacement strategy during a sustainable transition

Universiteit Antwerpen
2024
Anton
Smidts
In dit onderzoek werd er een single-case study uitgevoerd op basis van kwantitatieve analyses en kwalitatieve interviews. De studie tracht de vraag: “Hoe kan het uitvoeren van een Life Cycle Cost Analysis (LCCA) en een Total Cost of Ownership (TCO) analyse logistieke bedrijven ondersteunen bij het vormgeven van hun fleet replacement strategy?” te beantwoorden.

De uitvoering van de analyse resulteert in een jaarlijkse equivalente kost die inzicht geeft in de optimale vervangleeftijd van de traditionele trekker. Het resultaat (zonder interest) geeft duidelijk zowel het verwachte stijgende verloop bij de onderhouds- en herstellingskosten als het dalend verloop van de depreciatie weer.

Het onderzoek concludeert dat de combinatie van een Life Cycle Cost Analysis met de TCO-analyse voldoende informatie genereert voor logistieke wagenparkbeheerder om hun fleet replacement strategy onderbouwd vorm te geven. Beide analyses kunnen een hoge toegevoegde waarde creëren bij het maken van wetenschappelijk onderbouwde beslissingen. Wegens de impact van de beslissing alsook de invloed van de variabelen op de resultaten, is het van essentieel belang om als logistieke speler de analyses uitsluitend te voeden met zeer betrouwbare (primaire) data.
Meer lezen

Stimulatie van correct bepaaldlidwoordgebruik bij leerlingen uit secundair onderwijs

Hogeschool PXL
2024
Neslihan
Özcan
In mijn bachelorproef bespreek ik welke oorzaken er aan de basis kunnen liggen van een verkeerd lidwoordgebruik onder zowel meertalige als Nederlandstalige schoolgaande jongeren en reik ik een tool aan om een correct gebruik van de bepaalde lidwoorden “de” en “het” te stimuleren bij leerlingen.

Het ontwerp – de "(lid)woordkalender 3 + 4 organisatie en logistiek" – is een jaarkalender op maat van de leerlingen die het mogelijk maakt om wekelijks in de klas kort stil te staan bij twee of drie woorden, die de leerlingen regelmatig zullen tegenkomen binnen hun richtingsvak, en bij de bijbehorende bepaalde lidwoorden.

Met de vaktaal- en/of schooltaalwoorden die gedurende een lesweek centraal staan, is telkens een voorbeeldzin gevormd om de woorden in een context te plaatsen. Waar mogelijk, wordt deze voorbeeldzin gevisualiseerd door één of enkele afbeeldingen. Daarnaast zijn in bijna alle weken van de kalender regels voor lidwoordgebruik opgenomen. Bovendien kunnen leerlingen om de twee weken zelf de ontbrekende bepaalde lidwoorden ingeven door de QR-code te scannen.

Met de (lid)woordkalender wil ik aan leerlingen organisatie en logistiek van het derde en vierde middelbaar een gestructureerd leermiddel bieden zodat het inzetten op lidwoorden een gedeelde gewoonte wordt en geen geïsoleerde materie blijft binnen het vak Nederlands. Het gepersonaliseerde en interactieve luik van het ontwerp heeft tot doel leerlingen te motiveren en hen meer bewust te maken van (hun eigen) bepaaldlidwoordgebruik. De laatste bladzijden van de kalender geven een overzicht van regels voor lidwoordgebruik waarop leerlingen kunnen terugvallen. De afsluitende pagina is bedoeld om leerlingen aan te sporen om bij twijfels het juiste bepaald lidwoord op te zoeken.
Meer lezen

Emissievrije stedelijk logistiek: Op weg naar een duurzaam verhaal

Hogeschool VIVES
2023
Hannah
Dequeker
  • Charlotte
    Balis
  • Gwendoline
    Devolder
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Stad Kortrijk stelt de vraag “Kan het werken met een consolidatiehub aan de rand van het stadscentrum van Kortrijk zorgen voor een reductie van broeikasgasemissies?”. Het antwoord luidt volmondig "Ja" en toch faalt keer op keer elk stadsrandhubproject dat in Vlaamse steden wordt uitgerold. In deze scriptie werd onderzocht waarom het zo'n moeilijke opgave blijkt en hoe Vlaamse steden toch al kunnen toewerken naar emissievrije stedelijke logistiek.
Meer lezen

Blok B op het UZ Gent. Een analyse van de mogelijkheden tot hergebruik van gebouwonderdelen en materialen. Ontmanteling voor hergebruik mogelijk maken door het herschrijven van het UGent typebestek.

Universiteit Gent
2023
Karen
Steukers
  • Lune
    Boret
Dit onderzoek kaart de verspilling van bouwmaterialen aan door het hoogwaardig hergebruik ervan te promoten. De scriptie plaatst de bestektekst in een ander licht, zodat deze ingezet kan worden als middel om circulaire bouwambities in uitvoering te brengen. De focus ligt daarbij op volgende begrippen: opdrachtgeverschap, de openbare aanbesteding en losmaakbaarheid.
Meer lezen

Onderzoek naar de milieu-impact bij hergebruik van keramische gevelstenen

Universiteit Gent
2023
Anke
Frulleux
  • Esther
    Vandenbulcke
In de studie wordt de milieu-impact van keramische gevelstenen onderzocht. Hierbij wordt aandacht besteed aan de huidige recuperatiepraktijk door gesprekken aan te gaan met specialisten in het vakgebied. Op deze manier wordt relevante informatie verzameld die bewijst dat hergebruik een waardevolle strategie is in de schakeling naar een circulaire toekomst.
Meer lezen

Laser hardening of internal gearing for a Formula Student car

KU Leuven
2021
Bart
Tyskens
  • Ward
    Lenaerts
Genomineerde shortlist mtech+prijs
Ontwikkeling en validatie van warmte- en faseveranderingsmodellen om inwendige vertandingen voor een Formula Student racewagen te laserharden.
Meer lezen

De BTW-hervormingen in het vastgoedlandschap: de concurrentiële handicap weggewerkt?

Universiteit Gent
2021
Charlotte
Eraly
Deze scriptie biedt een overzicht van de BTW-aspecten inzake onroerende verhuur. Hierbij wordt ingegaan op de betekenis van onroerende verhuur voor de toepassing van de BTW, de hervormingen van de wet van 14 oktober 2018 (BS 25 oktober 2018, 81448) en hun impact.
Meer lezen

Het voedselherverdelingslandschap in Vlaanderen: een casestudy

Universiteit Gent
2021
Fien
Mertens
Onderzoek naar de knelpunten en oplossingen voor voedselherverdeling van voedseloverschotten van retailers naar sociale organisaties in Vlaanderen, via sociale distributieplatformen.
Meer lezen

"Liever in het slachthuis, dan in de badkuip thuis" Botsende waardenkaders rond de islamitische slacht in Antwerpen 1974-1998

Universiteit Antwerpen
2021
Hanane
Llouh
Een historisch onderzoek naar de inbedding van de islamitische rituele slacht in Antwerpen tussen 1974 en 1998. Tot welke spanningen, maar ook vormen van mediatie heeft dit geleid? Is er aan het einde van de twintigste eeuw een nieuwe status-quo bereikt met betrekking tot deze religieuze praktijk in de publieke ruimte?
Meer lezen

Optimalisatie van de keten doormiddel van custom-based slotting

Karel de Grote Hogeschool
2021
Anton
Smidts
In deze masterproef wordt beschreven hoe Distrilog (3PL) door het strategisch toekennen van goederen aan een picklocatie (in hun magazijn) kan leiden tot efficiëntie verbetering van de totale supply chain van de klant, Tom&Co. Een, in Excel ontwikkelde, slotting-tool faciliteerde het onderzoek.
Meer lezen

BEDREIGING, OPPORTUNITEIT OF WEERLOZE SLACHTOFFERS? EEN ONDERZOEK NAAR DE EVOLUTIE VAN HET VLUCHTELINGEN- EN MIGRATIEDISCOURS IN HET EUROPEES PARLEMENT SINDS DE VLUCHTELINGENCRISIS VAN 2015

Universiteit Gent
2020
Sam
Taveirne
In deze masterproef werd een onderzoek gedaan naar de evolutie van het vluchtelingen- en migratiediscours bij de Europese Volkspartij in het Europees Parlement sinds de vluchtelingencrisis van 2015.
Meer lezen

Wat zijn de Belgische SEM-trends voor Belgische bedrijven in 2020?

Hogeschool West-Vlaanderen
2020
Bert
Bossier
In samenspraak met enkele toonaangevende Belgische ondernemingen werd onderzocht hoe zoekmachinemarketing kan helpen om zich te onderscheiden van buitenlandse concurrentie.
Meer lezen