Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Key drivers and motivations for joining and participating in agricultural marketing cooperatives: The impact of farm size

KU Leuven
2025
Jef
Desmedt
  • Ariël
    Verschueren
  • Laurens
    Fievet
This thesis investigates the motivations and barriers that shape farmers’ participation in agricultural marketing cooperatives, with a focus on how farm size influences these dynamics. While established literature highlights economic, social, and governance-related drivers of participation, less is known about how these are perceived and prioritised by farmers of varying scales. Drawing on the Mutual Incentives Theory and elements of Self-Determination Theory, this study uses qualitative interviews with a diverse group of Flemish fruit and vegetable producers to explore motivational variation. Findings show that smaller farmers often highlight the cooperative’s stabilising role and deem their membership as critical, while larger farmers adopt a more strategic stance, valuing efficiency, autonomy, and access to alternative sales channels. Furthermore, the study reveals how collectivistic incentives, such as shared goals, are frequently internalised as individual business advantages. Ambitious, growth-oriented farmers, in particular, reported tensions between their entrepreneurial drive and the cooperative’s collective framework. This study contributes to the literature in three ways: by documenting how member motivations are interpreted through the lens of farm scale; by refining theoretical models of participation to account for strategic constraints; and by highlighting how motivation is shaped by context-specific perceptions, not fixed categories. These insights provide a more nuanced understanding of cooperative participation and offer broader relevance for motivation theory in collective organisational forms.
Meer lezen

The effects of probiotic treatments on Laminaria ochroleuca Assessing their potential to enhance kelp resilience under heat stress

Universiteit Gent
2025
Axelle
Defossez
Kelpwouden – de weelderige onderwaterbossen die kustlijnen beschermen, CO₂ opslaan en onderdak bieden aan talloze zeeorganismen – staan onder druk door klimaatverandering en steeds hittegolven in de oceanen die alsmaar toenemen. Maar gelukkig is er hoop te vinden in de wateren van de oceanen. Nieuw onderzoek laat zien dat probiotische, oftewel “goede”, bacteriën kelp kunnen helpen om beter bestand te zijn tegen warmte en stress. Door samen te werken met deze natuurlijke microben versterken we de veerkracht van kelpwouden – van binnenuit, met de kracht van het leven zelf.

Verandering kunnen we helaas niet meer tegenhouden. Wat we wel kunnen doen? We kunnen leren ermee mee te bewegen. In de samenwerking tussen kelp en zijn microscopische bondgenoten schuilt misschien wel een blauwdruk voor hoe mens en natuur sámen de toekomst kunnen trotseren.
Meer lezen

Detentie op tafel leggen tussen ouder en kind

Erasmushogeschool Brussel
2025
Tine
Janssen
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe familiebegeleiders bij detentie thuisouders en ouders in detentie kunnen ondersteunen in het bespreekbaar maken van detentie bij hun kinderen. Dit onderwerp is verbonden met mijn stage bij CAW Oost-Brabant – Familiebegeleiding bij detentie, waar ik van september 2024 tot mei 2025 stage liep binnen de opleiding sociaal werk. Ik bevroeg gezinnen met jonge kinderen waarvan de vader in Leuven Hulp of in Leuven Centraal verbleef. Daarnaast ligt het onderwerp nauw aan mijn hart, omdat ik zelf een papa in detentie heb. Ik wil graag de openheid die in mijn gezin aanwezig is om over het onderwerp te spreken, inzetten om andere gezinnen te ondersteunen. Met de data uit het onderzoek en onze ervaringsdeskundigheid, zijn mijn mama, zus en ik opzoek gegaan naar een tool die open gesprekken en verbinding tussen ouder en kind mogelijk maakt in de bezoekzaal. Deze wens heeft vorm gekregen in placemats die detentie op tafel leggen.
Meer lezen

Geweld in pornografie: Percepties en attitudes van heteroseksuele mannen

KU Leuven
2025
Sien
Voets
In deze masterproef worden de percepties en attitudes van heteroseksuele mannen ten
aanzien van geweld in pornografie, en specifiek in titels van pornografische video’s,
bestudeerd. Om die doelstelling te bereiken zijn volgende twee hoofdonderzoeksvragen
opgesteld: ‘In welke mate beïnvloedt geweld in titels van pornografische video’s het
keuzeproces van heteroseksuele mannen?’ en ‘Welke variabelen hangen samen met een
voorkeur voor gewelddadige pornografie?’.
Om een antwoord te kunnen bieden op de vooropgestelde onderzoeksvragen werd een
kwantitatief onderzoek uitgevoerd waarbij Nederlandstalige heteroseksuele mannen tussen 18 en 60 jaar een online vragenlijst invulden. De finale steekproef bestaat uit 430 respondenten. In de vragenlijst werden concrete titels van pornografische video’s met uiteenlopende gradaties van geweld gepresenteerd aan de participanten. Bij elke titel dienden de participanten drie stellingen te beantwoorden om de geneigdheid om op de video te klikken, het begrip van de inhoud van de video, en de attitudes ten aanzien van de titel te onderzoeken.
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat heteroseksuele mannen gemiddeld een
voorkeur hebben voor pornografische titels die niet verwijzen naar geweld. Verder wijst het onderzoek uit dat de voorkeur van de participanten steeds uitgaat naar lichte vormen van geweld ten opzichte van zwaardere vormen. Daarnaast werden titels waarin een gebrek aan toestemming beschreven werd consistent negatiever beoordeeld dan titels die verwezen naar fysiek geweld. Ten slotte toont het onderzoek aan dat een voorkeur voor gewelddadige pornografie in verband gebracht kan worden met hostiliteit ten aanzien van vrouwen alsook met het ervaren van positieve effecten van eigen pornoconsumptie.
Meer lezen

Hope for basic hygiene in Uganda: Developing a participatory hygiene education package for vulnerable children in Uganda

Hogeschool UCLL
2025
Lieselotte
Ingels
Deze bachelorscriptie onderzoekt hoe goedkope, participatieve en visuele hygiënevoorlichting de basishygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen in Oeganda kan verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd tijdens een stage van zes maanden bij Uganda Hands for Hope (UHfH) in de sloppenwijk Namuwongo in Kampala, en door middel van vergelijkend veldwerk in het landelijke district Kamuli. De centrale onderzoeksvraag was: “Hoe kunnen goedkope, participatieve en educatieve hygiëne-interventies de hygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen en adolescenten in Oeganda verbeteren?” Met behulp van kwalitatieve methoden zoals participerende observatie, diepte-interviews en focusgroepen, bracht het onderzoek belangrijke hiaten in het hygiënebewustzijn en de hygiënepraktijken aan het licht, ondanks de beschikbaarheid van waterinfrastructuur. Er werd een kindvriendelijk hygiënevoorlichtingspakket ontwikkeld en getest, met visuele hulpmiddelen zoals stickers, posters en boekjes met pictogrammen. Uit de resultaten bleek dat interactief, visueel materiaal de betrokkenheid van kinderen aanzienlijk vergrootte en hun hygiëneroutines verbeterde. Leraren en verzorgers meldden ook positieve gedragsveranderingen bij kinderen. De studie concludeert dat effectieve hygiënevoorlichting moet worden geïntegreerd in het dagelijks leven en zo moet worden ontworpen dat deze toegankelijk, betaalbaar en lokaal relevant is. Visuele en participatieve methoden bieden een krachtige manier om hygiënearmoede in informele nederzettingen en plattelandsgemeenschappen aan te pakken.
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

“Het is maar een gsm”: partner phubbing en relationele betekenisgeving

Universiteit Gent
2025
Debbie
Cool
Dit onderzoek laat zien dat phubbing, het negeren van je partner voor je smartphone, een veelvoorkomend fenomeen is dat relaties kan belasten. Hoe partners dit ervaren en ermee omgaan, hangt af van context, intentie en gezamenlijke digitale afspraken. Het benadrukt hoe moderne technologie dagelijkse relaties vormt en het belang van duidelijke communicatie en gezonde digitale gewoonten.
Meer lezen

De representatie van transmannen in pornografie - een focusgroepstudie

Universiteit Gent
2025
Odamé
Blommaert
Het onderwerp van seksualiteitsbeleving bij volwassen transgender en gender diverse (TGD) personen is ernstig onderbelicht in de wetenschappelijke literatuur. TGD personen zijn vaak protagonisten in seksueel expliciet materiaal, maar hun ervaringen met en noden op vlak van gender divers materiaal zijn zelden geëxploreerd. Deze masterproef voerde een focusgroepstudie uit alsook drie individuele interviews met transmannen die zich in een beslissingsproces rond genitale chirurgie bevinden. We wensten te onderzoeken of beschikbare genderdiverse kanalen voor seksueel expliciet materiaal, hier Himeros.tv, een exploratie kon bieden, wat potentieel kan bijdragen in het ontwikkelen van een sekspositief zelfbeeld. Hiernaast wilden we te weten komen of dit op zijn beurt een effect heeft op het beslissingsproces rond genitale chirurgie. Vanuit de data werden er 3 overkoepelende thema’s gevonden: 1) De functies van pornografie, 2) Het effect op seksualiteit en transitie en 3) De representatie van transmannen. De resultaten toonden over het algemeen dat Himeros.tv een respectvoller, realistischer en diverser alternatief bood in tegenstelling tot mainstream pornografie waar TGD personen vaak gerepresenteerd worden aan de hand van stereotiepe, fetisjerende en objectiverende beelden en verhaallijnen. Door de nadruk op intimiteit, consent en plezier, alsook een minder expliciete focus op de geslachtsdelen, droeg Himeros.tv in zekere mate bij aan de exploratie en de ontwikkeling van een sekspositief zelfbeeld. Tegelijkertijd waren er enkele kritische bedenkingen aanwezig, zoals onder andere de stereotiepe representatie van translichamen (vooral na een borstoperatie, en voor een genitale chirurgie), de beperkte diversiteit in lichamen en de doelgroepgerichtheid op homo- en biseksuele mannen. Hierdoor voelden niet alle deelnemers zich gerepresenteerd in de video’s van Himeros.tv. Daarnaast speelde TGD pornografie voor velen een rol in het beslissingsproces rond genitale chirurgie, met name als visuele en laagdrempelige informatiebron over translichamen na een geslachtsoperatie in een seksuele context. Dit kon helpen om de chirurgische opties af te wegen, het idee te versterken dat een bevredigend seksleven zonder chirurgie mogelijk is en om alternatieve narratieven te bieden in het seksuele leven als TGD persoon. De impact hiervan verschilde sterk per individu en was afhankelijk van de fase in de transitie, persoonlijke behoeften binnen pornografie en het vermogen om de beelden kritisch te interpreteren.
Meer lezen

DE GELIJKE BEGUNSTIGING VAN KINDEREN EN PLUSKINDEREN: EEN ANALYSE

Universiteit Gent
2025
Anouk
Sys

Nieuw samengestelde gezinnen vormen vandaag een steeds groter deel van onze samenleving. Dit heeft niet alleen emotionele en praktische gevolgen, maar roept ook juridische vragen op, vooral op het gebied van familiale vermogensplanning. Een belangrijk vraagstuk binnen deze context is de gelijke begunstiging tussen de eigen kinderen en de pluskinderen. Hoewel biologische en adoptieve kinderen een wettelijk beschermde positie innemen in het erfrecht, geldt dit niet automatisch voor pluskinderen. De plusouder zal actief moeten optreden om het pluskind te begunstigen. Dit kan leiden tot spanningen bij de verdeling van nalatenschappen, waarbij de intenties van de plusouders niet altijd juridisch afdwingbaar zijn.
In het eerste deel van scriptie werd onderzocht in hoeverre de Belgische wetgeving tegemoetkomt aan de wensen van de plusouders. Er werd gekeken welke juridische oplossingen er bestaan om een gelijkwaardige behandeling van kinderen en pluskinderen te waarborgen. In het tweede deel werd onderzocht welke aanpassingen er kunnen worden gedaan om de hedendaagse regelgeving te verbeteren. Hier werd voornamelijk stilgestaan bij het stiefkindbeding, zoals dat bestaat in Nederland.
Meer lezen

A Language of Silence: Lived Experiences of Return among Burundian Returnees in Bujumbura Mairie

KU Leuven
2025
Nina
SOUDAN
Silence is often described in paradoxical terms, “loud”, “heavy”, “muted”, or “deafening”, reflecting its complex and contradictory nature. This dissertation explores the lived experiences and narratives of Burundian returnees, with a focus on the events of 1993 and 2015. Marked by violence, displacement and return, these events serve as points of departure for understanding returnees’ interconnected narratives that emerge from realities of political conflict and forced displacement. In particular, it examines how silence is constructed and expressed within these narratives. While expressions of silence vary, returnees’ experiences are consistently marked by the space silence occupies and the meaning it holds in relation to how return is perceived and interpreted. Based on short-term ethnographic fieldwork conducted in Bujumbura, Burundi, in March 2025, this research uses a combination of various qualitative methods, including participant observation, semi-structured interviews, informal meetings and interactions.

In a context where a highly politicised discourse surrounding return converges with a long-standing institutionalised culture of silence, this dissertation argues that silence in Burundi functions as an ambivalent space of negotiation between being silent and being silenced, capable of both upholding and subverting power. Drawing on the notion of historicity, the relationality between the past, present and future, it explores how silence operates as a language through which returnees articulate the complexities of their return. In the end, what emerges is a form of enlisement in silence, a sinking into the language of silence that permeates the everyday, as a response to legacies of violence and displacement.
Meer lezen

Van koloniaal verleden naar inclusieve toekomst: De rol van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in de herwaardering en versterking van Congolees Immaterieel Cultureel erfgoed

Universiteit Antwerpen
2025
Ruth Iyombe
Busano
Cultureel erfgoed omvat meer dan objecten en kunstwerken; ook immaterieel cultureel erfgoed (zoals rituelen, muziek, orale tradities en ambachten) speelt een cruciale rol in de beeldvorming van gemeenschappen. Toch krijgt dit immateriële aspect vaak minder aandacht binnen museale contexten en restitutiedebatten, waar de focus doorgaans ligt op materiële collecties. Deze masterproef onderzoekt hoe het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (AfricaMuseum) kan bijdragen aan de herwaardering en versterking van Congolees immaterieel erfgoed, in het bijzonder binnen de actuele context van dekolonisatie, restitutie en maatschappelijke kritiek.
Het onderzoek combineert deskresearch, beleidsanalyse, literatuurstudie en interviews met diverse stakeholders, waaronder de Congolese diaspora. In de analyse wordt ingegaan op de historische rol van het museum, de huidige strategieën rond immaterieel erfgoed en de percepties van verschillende betrokken actoren.
De conclusies benadrukken dat een toekomstgerichte rol voor het AfricaMuseum enkel mogelijk is door het versterken van partnerschappen met Congolese gemeenschappen, het bieden van ruimte voor immateriële praktijken en het uitbouwen van inclusieve beleidsprocessen. Deze studie draagt zo bij aan het bredere debat rond dekolonisering van musea en sluit aan bij internationale kaders zoals de UNESCO 2003 Conventie voor het borgen van immaterieel erfgoed en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, in het bijzonder SDG 11, 16 en 17.
Meer lezen

BURN-OUT BIJ VROEDVROUWEN IN HET ZIEKENHUIS Impact op de kwaliteit van de zorg, preventie en re-integratie

Arteveldehogeschool Gent
2025
Camille
Hendrickx
Burn-out onder vroedvrouwen in ziekenhuizen vormt een groeiend probleem dat niet alleen het welzijn van de zorgverleners bedreigt, maar ook de kwaliteit van de verstrekte zorg significant vermindert. Deze bachelorproef onderzoekt de impact van burn-out op vroedvrouwen en de directe en indirecte gevolgen voor de patiëntenzorg. Centraal staat de vraag: Welke maatregelen kunnen de impact van burn-out bij vroedvrouwen op de kwaliteit van de zorg verkleinen? Door een uitgebreide literatuurstudie en analyse van bestaande preventie- en re-integratiestrategieën wordt een overzicht geboden van effectieve interventies op micro-, meso- en macroniveau. Daarnaast wordt een preventiebrochure ontwikkeld, gericht op vroedvrouwen en hun leidinggevenden, met praktische tips voor vroegtijdige herkenning en zelfzorg. Uit de bevindingen blijkt dat factoren zoals werkdruk, emotionele belasting en persoonlijke kenmerken bijdragen aan de ontwikkeling van burn-out. Daarnaast worden de negatieve gevolgen voor de zorgkwaliteit benadrukt, waaronder verminderde empathie, toename in fouten en een hogere intentie om het beroep te verlaten. Het belang van preventieve maatregelen en ondersteuning is evident om de veerkracht van vroedvrouwen te versterken en de zorgstandaard te waarborgen. Concluderend onderstrepen de resultaten dat een holistische aanpak, gericht op zowel preventie als re-integratie, essentieel is om burn-out te voorkomen en de continuïteit en kwaliteit van de verloskundige zorg te garanderen.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

Het zorgcontinuüm op scholen: theorie versus beleving

Universiteit Gent
2025
Faline
de Bronett
Inclusief onderwijs is in Vlaanderen uitgegroeid tot een beleidsprioriteit, waarbij het zorgcontinuüm een centraal kader biedt om zorg en inclusie op schoolniveau structureel vorm te geven. Deze kwalitatieve studie onderzoekt hoe onderwijsprofessionals de implementatie van het zorgcontinuüm beleven. Daarbij staan drie onderzoeksvragen centraal: (1) Hoe beleven onderwijsprofessionals de toepassing van het zorgcontinuüm in de praktijk? (2) Hoe definiëren zij zorgcontinuïteit? (3) Welke hefbomen en drempels nemen zij waar bij het waarborgen van deze continuïteit?

Via semigestructureerde interviews met vier respondenten uit drie reguliere secundaire scholen werd data verzameld en thematisch geanalyseerd. De bevindingen tonen aan dat alle respondenten zich bewust en geëngageerd inzetten voor een doordachte implementatie van het zorgcontinuüm, wat wijst op een groeiende bereidheid binnen deze scholen om inclusief onderwijs te versterken. Tegelijkertijd blijkt dat de betrokkenheid afneemt en de weerstand toeneemt naarmate men hoger in het zorgcontinuüm opereert.

Respondenten geven blijk van inzet op drie vormen van zorgcontinuïteit: informatiecontinuïteit, managementcontinuïteit en relationele continuïteit, hoewel de concrete invulling en ervaren uitdagingen sterk variëren. Tot slot brengt de analyse verschillende factoren aan het licht die als hefboom of als drempel fungeren, afhankelijk van de context: professionalisering, schoolinterne samenwerking en coördinatie, de rol van het leerlingenbegeleidingsteam, kenmerken van de leerlingenpopulatie, en samenwerking met externe partners. Tot slot worden structurele voorwaarden zoals tijd, ruimte, middelen en een gedeeld begrippenkader rond inclusie als cruciaal beschouwd voor een duurzaam zorgbeleid.
Meer lezen

Wanneer autonomie een kleur krijgt

Universiteit Gent
2025
Pauline
Van de Walle
In mijn masterproef onderzocht ik hoe culturele en raciale vooroordelen de medische besluitvorming beïnvloeden rond vrouwelijke genitale modificaties in België. Via een experiment met videovignetten waarin drie vrouwen, enkel verschillend in huidskleur en religieuze achtergrond, dezelfde vraag stelden om hun binnenste schaamlippen te laten verkleinen, onderzocht ik hoe artsen daarop reageerden. Het onderzoek onthult subtiele maar betekenisvolle verschillen in interpretatie en taalgebruik, afhankelijk van wie de vraag stelt. Terwijl esthetische of medische motieven bij witte vrouwen als legitiem worden beschouwd, worden culturele of religieuze motieven bij niet-westerse vrouwen sneller geassocieerd met “verminking”.
Meer lezen

Hoe kan nazorg vanuit de contextbegeleiding die DC Jan Rap, binnen de Waaiburg, biedt vormgegeven worden?

Hogeschool UCLL
2025
Yinke
Macquoy
Deze bachelorproef onderzoekt hoe nazorg binnen contextbegeleiding bij Dagcentrum Jan Rap (vzw De Waaiburg) op een effectieve en mensgerichte manier kan worden vormgegeven. Nazorg na intensieve begeleidingstrajecten blijkt vaak ongestructureerd en onvoldoende toegankelijk, wat de kwetsbaarheid van jongeren en gezinnen vergroot.

Door een combinatie van literatuurstudie, interviews met coördinatoren, gezinnen en organisaties, en observaties van nazorggesprekken, worden werkzame elementen geïdentificeerd zoals het behouden van contact, netwerkbetrokkenheid en het creëren van een warme overgangsfase. Een concreet resultaat is de ontwikkeling van een “Nazorgbox”: een toolkit die begeleiders en gezinnen handvatten biedt voor een gestructureerde en ondersteunende nazorgperiode.

De studie benadrukt het belang van structurele verankering van nazorg binnen het beleidskader van de jeugdhulp, zodat jongeren en gezinnen ook na afronding van een traject optimaal ondersteund blijven en terugval kan worden voorkomen.
Meer lezen

Omgaan met schaamte: Als gezinswetenschapper het onbespreekbare, bespreekbaar maken

Odisee Hogeschool
2025
Nancy
Rits
Schaamte is een intens en vaak verlammend gevoel dat een grote invloed kan hebben op het welzijn van cliënten én op hun bereidheid om hulp te zoeken of hulp te aanvaarden.
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe schaamte een rol speelt binnen intrafamiliaal geweld, meer specifiek in partnerrelaties. Eveneens wordt onderzocht hoe we als hulpverleners het onbespreekbare toch bespreekbaar zouden kunnen maken. De scriptie vertrekt vanuit een praktijkgerichte casus die de problematiek concreet en beklijvend maakt. Vanuit de drie invalshoeken, de psychologische, communicatieve en de invalshoek van de hulpverlener, wordt de thematiek van schaamte diepgaand verkend.

De psychologische invalshoek richt zich op hoe persoonlijkheidskenmerken, gehechtheid en emotionele patronen mee vorm geven aan het ontstaan én in stand houden van schaamte. Er wordt onderzocht hoe schaamte verweven is met kwetsuren uit het verleden en hoe deze zich uiten in intieme relaties. Modellen zoals de gehechtheidstheorie en Emotionally Focused Therapy (EFT) helpen om destructieve interactiepatronen (ook wel ‘duivelse dansen’ genoemd), te begrijpen en te doorbreken (Johnson, 2019).

De communicatieve invalshoek belicht hoe schaamte zich uit in sociale interacties en hoe communicatie bepalend is voor het al dan niet bespreekbaar maken ervan. Er wordt dieper ingegaan op de rol van sociale normen, cultuur en het belang van veiligheid en empathie in gesprekken. Verbindende communicatie vormt hierbij een belangrijke kader. Deze invalshoek toont aan dat taal en houding het verschil kunnen maken tussen verbinding en afstand.

De invalshoek van de hulpverlener focust op de professionele praktijk. Binnen de context van het politiewerk wordt er gekeken naar het wettelijk kader bij intrafamiliaal geweld. We staan stil bij hoe crisisgespreksvoering kan bijdragen aan de bespreekbaarheid van gevoelige thema’s (Roberts, 2000). tegelijk wordt er aandacht besteed aan de hulpverlener zelf: aan diens draagkracht, aan de impact van confrontatie met geweld en schaamte en aan het belang van zelfzorg en collegiale ondersteuning. Het besef groeit dat ook de hulpverlener ruimte nodig heeft om ‘geraakt’ te mogen zijn, zonder oordeel (Deganseman et al., 2023).

Aansluitend bij deze invalshoeken werden twee veranderingsstrategieën uitgewerkt. De eerste strategie betreft een infobrochure die cliënten op een toegankelijke manier erkenning biedt en hen uitnodigt om het gesprek over schaamte aan te gaan. De tweede strategie focust op de hulpverlener en combineert vorming met intervisie, waardoor er ruimte kan ontstaan voor zelfreflectie, ondersteuning en verdieping. Beide strategieën werden getoetst aan het werkveld, waaruit blijkt dat zowel cliënt als hulpverleners nood hebben aan praktische materialen én ruimte om hun beleving te delen. Een duurzame verandering is enkel mogelijk als we oog hebben voor het perspectief van de cliënt én het perspectief van de hulpverlener. Pas dan ontstaat er ruimte voor herstel, verbinding en echte ontmoeting, daar waarbij schaamte plaats mag maken voor erkenning en groei.
Meer lezen

Isoleren of Isoleren? Een analyse van conflicterende belangen tussen energie-renovatie en huur(betaal)baarheid

Universiteit Gent
2025
Gaëlle
Detrooz
Naarmate Europa richting een duurzame toekomst beweegt, herschept een groeiende golf aan groene beleidsmaatregelen het woonlandschap en ontstaan er kansen voor een meer rechtvaardige samenleving. De weg vooruit kent echter ook uitdagingen, vooral op het vlak van woonbetaalbaarheid.

Energiezuinige renovaties vragen vaak aanzienlijke investeringen vooraf, meestal gedragen door verhuurders, terwijl de resulterende energiebesparing bij de huurders terechtkomt. Die misalignment tussen kosten en baten staat bekend als het “split-incentive”-probleem. Het roept kritische vragen op over de manier waarop de renovatieagenda de huurprijzen en de beschikbaarheid van betaalbare woningen beïnvloedt. Al vóór deze groene transitie stonden huurders vaak op achterstand ten opzichte van eigenaars. Vandaag dringt zich een urgente vraag op: zal de golf van energierenovaties bestaande ongelijkheden vergroten?

Om dit aan te pakken biedt het concept van “just resilience” een zinvol kader. Het pleit voor benaderingen die ervoor zorgen dat de kosten van duurzame vooruitgang eerlijk worden verdeeld, in het bijzonder dat mensen met beperkte middelen niet onevenredig worden belast. In deze context wil rechtvaardige veerkracht de noden van de huurders van vandaag verzoenen met de langetermijndoelstellingen van het klimaatbeleid.

Deze thesis onderzoekt het kruispunt van ambitieuze renovatiepolitiek en woonrechtvaardigheid, en nodigt uit tot reflectie over hoe we deze transitie kunnen vormgeven op een manier die zowel ecologisch doeltreffend als sociaal rechtvaardig is.
Meer lezen

Bouwen met CLT: Een analyse voor een Best-Practice ontwerp- en bouwpraktijk in België

Universiteit Gent
2025
Tomas
De Landsheer
De bouwsector stoot wereldwijd bijna 40% van alle CO₂ uit. Hout kan een belangrijk alternatief zijn voor beton en baksteen, omdat het CO₂ opslaat en vaak sneller en efficiënter verwerkt kan worden. Een veelbelovende vorm van houtbouw is Cross-Laminated Timber (CLT), waarbij planken kruislings verlijmd worden tot sterke panelen. In landen als Zweden en Canada zijn al indrukwekkende houtprojecten gebouwd, maar in België blijft het gebruik voorlopig beperkt. De reden? Ons natte klimaat en een gebrek aan duidelijke richtlijnen rond vochtbescherming.

In mijn onderzoek bracht ik de risico’s voor CLT in België in kaart. Ik vergeleek internationale kennis en voorbeelden met de Vlaamse praktijk, interviewde bouwprofessionals en volgde een groot project op in Gent. Daaruit blijkt dat het klimaat op zich niet het grootste probleem is, maar wel de manier waarop we met vocht en hout omgaan. Daarom ontwikkelde ik een Vocht-Beheersings-Plan (VBP) en praktische tools die architecten, aannemers en ingenieurs kunnen gebruiken om houten gebouwen beter te beschermen.
Meer lezen

Hoe komt Just Resilience aan bod in klimaatadaptatiebeleid? Een analyse van procedurele rechtvaardigheid in Belgisch waterbeheerbeleid

Universiteit Gent
2025
Eva
Shaw
Naarmate de klimaatverandering toeneemt, wint het concept Just Resilience aan terrein als een benadering die rechtvaardigheid wil integreren in klimaatadaptatie. Deze thesis onderzoekt één belangrijke dimensie van Just Resilience: procedurele rechtvaardigheid, die betrekking heeft op de eerlijkheid en inclusiviteit van beleidsprocessen.

Met België als casus, een land dat geconfronteerd wordt met toenemende, aan water gerelateerde klimaatuitdagingen, onderzoekt de studie in welke mate procedurele rechtvaardigheid is ingebed in het waterbeheerbeleid, met bijzondere aandacht voor twee kwetsbare groepen: landbouwers en personen met een lage sociaaleconomische status.

Via een mixed-methods benadering, die documentanalyse combineert met semigestructureerde interviews op verschillende bestuursniveaus, beoordeelt het onderzoek hoe de belangrijkste indicatoren van procedurele rechtvaardigheid (i.e, participatie, inclusie, transparantie, consistentie, ethiek/vertrouwen en erkenning van impact) zowel in theorie als in de praktijk worden toegepast.

De bevindingen tonen aan dat, hoewel beleidskaders en -documenten procedurele rechtvaardigheid soms in principe erkennen, de feitelijke uitvoering beperkt en gefragmenteerd blijft. Kwetsbare groepen worden onvoldoende betrokken bij het vormgeven van het beleid dat hen het meest raakt. Deze beperkte betrokkenheid neemt vaak de vorm aan van symbolische of eenmalige consultaties, zonder wezenlijke invloed of blijvende deelname.
Daardoor ontstaat een kloof tussen formele toezeggingen rond participatie en de daadwerkelijke ervaringen van de meest getroffen groepen, wat wijst op een blijvende procedurele lacune binnen het waterbeheer en, ruimer gezien, binnen het klimaatadaptatiebeleid.

De thesis concludeert dat het dichten van deze kloof vraagt om sterkere participatiestructuren en een betekenisvollere betrokkenheid van kwetsbare groepen gedurende het volledige beleidsproces. Ze eindigt met een oproep tot een diepere ethische en politieke inzet voor werkelijk inclusieve klimaatadaptatie.
Meer lezen

AI en toeristische B2B- en B2C-communicatie

Hogeschool PXL
2025
Maartje
Kerfs
Mijn bachelorproef gaat over AI binnen toeristische B2B- en B2C-communicatie. De communicatiemedewerkers van Visit Limburg - een toeristische organisatie die het toerisme in de provincie Limburg ontwikkelt en promoot - wensen artificiële intelligentie te gebruiken om de communicatie met partners én toeristen te verbeteren. Het resultaat is een praktische handleiding met tips over prompten en uitleg over AI-tools.
Meer lezen

“Kleine geluksmomentjes in het proces naar wie dat je bent”: De gendereuforische ervaringen van Vlaamse trans jongvolwassenen

Universiteit Gent
2025
Lukas
Deleu
Machtige medische instituties hebben de focus in transgenderstudies en andere domeinen van het sociale leven gelegd bij genderdysforie van trans mensen. Critici stellen dat deze focus eenzijdig, schadelijk en ontmenselijkend werkt. Vanuit de marge pleiten trans individuen voor het gebruik van de term gendereuforie. Gendereuforie verwijst naar positieve gevoelens, emoties, ervaringen en handelingen die verband houden met een bepaalde genderbeleving. Bestaande academische literatuur richt zich tot nu toe op Engelstalige westerse landen. Deze studie onderzoekt hoe transgender jongvolwassenen in Vlaanderen gendereuforie ervaren. Dit gebeurt via een kwalitatief onderzoek met vijftien semigestructureerde interviews. De data-analyse leverde drie thema’s op: (1) betekenissen van gendereuforie, (2) bronnen van gendereuforie, (3) impact van gendereuforie. Resultaten tonen aan dat gendereuforie een diep persoonlijke, veelzijdige en essentiële ervaring vormt voor trans jongvolwassenen. Het draagt bij aan hun mentaal, fysiek en sociaal welzijn. Deze studie benadrukt het belang om gendereuforie te erkennen en te bevorderen.
Meer lezen

Hunting for Exotic Features in Compact Binary Mergers with Gravitational Waves

Universiteit Gent
2025
Robin
Chan
Zwaartekrachtgolven bieden een unieke blik op ons universum en een nieuwe manier om materie te bekijken. We meten echt de dynamiek van massa's wat ons toe zou staan om op vrij natuurlijke wijze de samenstelling van compacte objecten te bepalen. Voor mijn thesis heb ik een techniek ontwikkeld die twee algemene data analyse technieken uit de zwaartekrachtgolffysica combineert om ongemodelleerde fenomenen bovenop gekende theoretische modellen toe te voegen en vervolgens te infereren. Zo'n fenomenen zouden bijvoorbeeld resonanties van neutronensterren kunnen zijn, die nauw samenhangen met de interne structuur van deze objecten, of glitches in zwaartekrachtgolfdetectoren.
Meer lezen

Vrijwillige kinderloosheid onder de loep: concepten, discoursen en machtsverhoudingen in verandering

Universiteit Gent
2025
Saar
De Coster
Mijn scriptie onderzoekt vrijwillige kinderloosheid en laat zien hoe wetenschap vaak vanzelfsprekendheden reproduceert waardoor bepaalde stemmen structureel onzichtbaar blijven. Uit een analyse van 23 wetenschappelijke artikelen blijkt dat onderzoek zich voornamelijk richt op witte, hoogopgeleide westerse vrouwen, terwijl LGBTQ+-personen, vrouwen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en mensen in precaire sociaaleconomische situaties nauwelijks aan bod komen. Veel studies beschouwen kinderloosheid als een volledig autonome keuze, terwijl sociale, culturele en economische factoren juist een grote rol spelen. Het onderscheid tussen “vrijwillig” en “onvrijwillig” blijkt vaak te simplistisch; in werkelijkheid bevindt kinderloosheid zich op een continuüm van uitstel, noodzaak en bewuste keuze. Mijn onderzoek toont dat inclusief en kritisch onderzoek nodig is om de blinde vlekken zichtbaar te maken en een vollediger beeld te krijgen van menselijke ervaringen rondom vrijwillige kinderloosheid.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

Restafval redt de olijfboom

Erasmushogeschool Brussel
2025
Wout
Van de Cauter
  • Lorenz
    Hmittou
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Onze scriptie vertrekt uit een bezoek aan Lisjak tijdens onze uitwisseling aan de universiteit van Koper (Slovenië), waar de vraag rees hoe reststromen als olijfpomace en -bladeren circulair te valoriseren.
IC rapport ultimate final count…
Onder begeleiding van olijfoliesommelier Wim Renneboog werkten we via designsprints een oplossing uit die olijfpomace ter plaatse omzet in hoogwaardige maatwerkcompost, afgestemd op blad- en bodemanalyse. Het model draait niet alleen in het oogstseizoen: buiten die periode verwerken we andere organische reststromen met lokale partners, zodat productie en impact jaarrond blijven. Zo koppelt de aanpak bodemherstel en weerbaardere olijfbomen aan een sluitende businesscase voor telers en perserijen.
Meer lezen

Dansklaar! Dans muzisch met je klas dankzij onze handige kaartentool

Arteveldehogeschool Gent
2025
Nele
Van Looveren
  • Natalia
    Kaya
Dans wordt in de meeste kleuterklassen slechts sporadisch ingezet, vaak beperkt tot gestructureerde klasdansjes of feestelijke gelegenheden. Nochtans genieten kleuters zichtbaar van bewegingsactiviteiten en is muzische dans een krachtig middel voor expressie, fantasie en verbondenheid. Tijdens een overleg met de stageschool kwam de nood aan een haalbare en inspirerende aanpak voor dans naar voren. Dit leidde tot het praktijkgericht onderzoek met de ontwerpvraag: “Hoe kunnen we een praktische tool ontwikkelen die kleuterleerkrachten ondersteunt om muzische dans op een haalbare, speelse en expressieve manier te integreren in hun klaspraktijk?”

Op basis van interviews, literatuurstudie en gesprekken met het kleuterteam werden de noden en struikelblokken in kaart gebracht. Deze inzichten vormden het vertrekpunt voor de ontwikkeling van Dansklaar!, een dansbox met gebruiksklare werkvormkaarten, QR-codes met muziek, concrete instructies en extra informatiekaarten. De box is opgesplitst in twee versies (voor jongste en oudste kleuters), met werkvormen die dans benaderen als muzische expressie en niet als nadoen van pasjes.

De tool werd getest in de praktijk en geëvalueerd via een try-out, vragenlijsten en een focusgroep. Leerkrachten reageerden positief: de kaarten zijn duidelijk, motiverend en bruikbaar binnen het klasgebeuren. Vooral het speelse karakter en de laagdrempeligheid vielen in de smaak. Door de korte testfase zijn uitspraken over structurele impact voorlopig beperkt, maar het onderzoek toont aan dat deze tool een waardevol startpunt vormt om muzische dans structureler te verankeren in het kleuteronderwijs.
Meer lezen

China en Zuid-Korea: Vriend of vijand? Onderzoek naar het discours van presidenten Moon Jae-in en Yoon Suk-yeol over de bilaterale relatie tussen China en Zuid-Korea

KU Leuven
2025
Basile
Moyaerts
Deze thesis onderzoekt hoe de Zuid-Koreaanse presidenten Moon Jae-in (2017–2022) en Yoon Suk-yeol (2022–) hun relatie met China construeren in officiële toespraken. Uit een analyse van de speeches blijkt een opvallende continuïteit: economische samenwerking met China wordt systematisch benadrukt, terwijl gevoelige thema’s zoals Taiwan, Hongkong en de Zuid-Chinese Zee vrijwel onbesproken blijven of enkel in neutrale termen verschijnen. Ondanks hun verschillende politieke kleur volgen beide presidenten dezelfde lijn: zakelijk warm, politiek koel. Dit patroon toont hoe Zuid-Korea als middenmacht bewust inzet op “double hedging”: handel koesteren, confrontatie vermijden en zo manoeuvreerruimte behouden tussen Washington en Beijing.
Meer lezen

Op weg naar morgen: een kwantitatief-exploratief onderzoek naar de behoefte aan een alumni-aanbod bij alumni van YAR Vlaanderen

Hogeschool UCLL
2025
Emmély
Ceulemans
Deze bachelorproef onderzoekt de behoefte aan een alumni-aanbod bij alumni van YAR Vlaanderen. YAR Vlaanderen is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg en richt zich op jongeren tussen de 16 en 21 jaar die moeilijkheden ervaren op verschillende levensdomeinen. Door middel van twee specifieke programma's, namelijk YAR Coaching en YAR Wonen, ondersteunen ze jongeren om hun leven en/of woonsituatie weer op de rails te krijgen. Dit onderzoek werpt een licht op de periode na afronding van een traject, die kwetsbaar en complex blijkt te zijn. Op basis van een bevraging aan 52 alumni worden hun ervaringen, behoeften en wensen in kaart gebracht. De resultaten tonen aan dat een alumni-aanbod geen overbodige luxe is, maar een betekenisvolle stap om de impact van YAR Vlaanderen te verduurzamen en relationele continuïteit te waarborgen. Alumni verwachten geen klassieke nazorg of terugkeer naar hulpverleningsrelaties, maar een gemeenschap die blijvende verbondenheid, reflectiemomenten en praktische ondersteuning biedt.
Meer lezen

Productive Campus: Future-proofing Vienna's economy through productive education

KU Leuven
2025
Britt
Van Gulck
Productive Campus is a pilot project reimagining the relationship between vocational
education and urban production by exploring a hybrid infrastructure that enables
them to coexist, and benefits both the employees and students in building a resilient,
local, and circular economy.

In a time where many cities struggle with issues such as congestion, affordability, in-
adequate infrastructure, and unemployment, Vienna repeatedly tops the ranking of
the most livable cities in Europe. Due to rapid demographic expansion, infrastructural
demands, and evolving economic systems, the search for sustainable development
strategies of the post-industrial city has been dominating political discourse on urban
transformation over the last decades.

However, a different voice is heard, one that advocates for a re-appreciation of
productive economies as a driver for sustainable urban development. Production
has become an indispensable component of an innovative, sustainable urban econ-
omy due to the increasing interrelationships with knowledge, research and develop-
ment, and services. These productive industries are essential for instigating econom-
ic growth, creating jobs for a wide range of workers, and stimulating infrastructure
development. Additionally, their high contribution to Vienna’s value creation and
collaboration with businesses, communities and governments can further facilitate
urban development by addressing specific challenges. Hence, the City of Vienna developed the ‘Produktive Stadt’ in 2017 in close partnership with the Vienna Chamber
of Commerce and the Federation of Austrian Industry.

The mutual benefits of collaboration between on the one hand knowledge institutions in favour of innovation, adaptability, and on the other hand a more networked,
collaborative economy, no longer need to be the domain of universities and larger
research facilities. This thesis takes as a stance the potential for Austria’s wide range
of vocational disciplines in specialized schools for students at the Upper Secondary
Level. Such education trajectories prepare them for future employment in the pro-
ductive sector. It raises the question whether we can develop alternative models from
this collaboration for an inclusive environment for makers with various financial and
expert backgrounds, as well as ensuring qualitative, sustainable education through
early hands-on experience.

Through literature and policy evaluation, spatial analysis, and design research, a personal design proposal seeks to integrate socio-economic, and architectural strategies
in a newly emerging urban context through the architecture of a future-proof mixed-use productive education building.

The resulting architecture envisions adaptable, hybrid spaces that cater to traditional
and new industries, providing a flexible and sustainable environment for small businesses, self-employed people, and start-ups. The integration of these real-world working conditions in addition to the required general infrastructure for education, creates
an environment in which students are motivated to become good craftspeople. The
focus on inspiring makers goes even beyond the student population, since the local
diy’er, teachers and professionals are able to enjoy lifelong practical and theoretical
skill building. The importance of qualitative education and the re-integration of production on a mixed-use site, will by extension have a positive impact on enforcing
this economic growth and stability as well as creating a local identity for its residents.
Meer lezen