Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

BelRAI in de praktijk: hoe vertalen we de resultaten naar zorg op maat?

Hogeschool VIVES
2026
Guillian
Vanhaelst
In woonzorgcentra wordt via BelRAI-LTCF veel informatie verzameld over het functioneren, de zorgnoden en de aandachtspunten van bewoners. De resultaten van deze inschaling worden echter niet altijd systematisch vertaald naar concrete en evalueerbare zorgdoelen en acties. Dit onderzoek ging daarom na hoe de resultaten van een BelRAI-inschaling systematisch kunnen worden vertaald naar SMART-zorgdoelstellingen en acties voor bewoners in een woonzorgcentrum.

Hiervoor werd eerst de bestaande wetenschappelijke literatuur en relevante richtlijnen onderzocht. Vervolgens werd het BelRAI-proces binnen de eigen voorziening in kaart gebracht en werd de werkwijze in twee andere zorgorganisaties onderzocht. Door deze bevindingen met elkaar te vergelijken, werden belangrijke stappen geïdentificeerd die nodig zijn om van een BelRAI-resultaat tot doelgerichte zorg te komen.

Uit het onderzoek bleek dat vooral het gericht verzamelen van aanvullende observaties, het multidisciplinair bespreken van resultaten, het betrekken van het perspectief van de bewoner en het concreet vastleggen en opvolgen van zorgdoelen belangrijke schakels vormen. Op basis hiervan werd een mogelijke werkwijze ontwikkeld, samen met ondersteunende hulpmiddelen zoals een observatiebundel, een voorstel voor taakverdeling, een voorbereiding voor het multidisciplinair overleg en een SMART-doelstellingensjabloon.

De ontwikkelde werkwijze en hulpmiddelen vormen een basis voor verdere implementatie en evaluatie in de praktijk. Zo wil het onderzoek bijdragen aan een zorgplanning waarin informatie uit BelRAI niet alleen wordt geregistreerd, maar ook daadwerkelijk wordt gebruikt om zorg af te stemmen op wat voor de individuele bewoner belangrijk is.
Meer lezen

Falling in love with automatic fall detection

Hogeschool UCLL
2026
Mirke
Brichard
Titel bachelorproef: Falling in love with automatic fall detection

Onderzoeksvraag: Wat is het effect van het gebruik van automatische draagbare valdetectiesystemen op de werking en responstijd bij valincidenten in vergelijking met traditionele draagbare valdetectiesystemen zonder automatische valdetectie bij thuiswonende ouderen vanaf 65 jaar met een valincident?


1. De kern van het probleem en de maatschappelijke maat
In België valt jaarlijks bijna één op de vier 65-plussers minstens één keer. Vallen is niet alleen een medisch incident, maar vormt ook de start van een verhoogd risico op fysieke verwondingen, functionele achteruitgang, sociale isolatie en angst om opnieuw te vallen.
Traditionele personenalarmsystemen, zoals de klassieke alarmknop aan de hals of pols, kennen in de praktijk enkele beperkingen. Ze vereisen een actieve handeling van het slachtoffer. Bij bewusteloosheid, verwarring of wanneer het toestel niet gedragen wordt, blijft hulp uit. Dit kan leiden tot het zogenaamde long lie-fenomeen, waarbij ouderen langere tijd op de grond blijven liggen. Dit kan het risico op complicaties zoals hypothermie, dehydratie en rhabdomyolyse verhogen en in ernstige gevallen zelfs bijdragen aan overlijden. Daarnaast kunnen valincidenten leiden tot ziekenhuisopnames en een bijkomende belasting voor de zorgverlening.

2. De vernieuwende oplossing: automatische valdetectie
Deze bachelorproef onderzoekt en vergelijkt de werking, betrouwbaarheid en responstijd van automatische draagbare valdetectiesystemen, zoals gespecialiseerde sensoren, smartwatches en man-downsystemen, met traditionele alarmknoppen bij thuiswonende 65-plussers.
Automatische systemen maken gebruik van bewegingssensoren, zoals accelerometers en gyroscopen, en algoritmen om bewegingspatronen te herkennen. Ze kunnen een val automatisch detecteren en een alarm activeren, ook wanneer de oudere dit zelf niet meer kan.
Belangrijkste inzichten en resultaten:
• Responstijd: De onderzochte automatische systemen vertoonden over het algemeen een korte responstijd. Bij gespecialiseerde valdetectiesystemen varieerde deze in de gevonden studies van 1 tot 50 seconden.
• Gespecialiseerde systemen: Systemen die op of dicht bij het lichaamszwaartepunt worden gedragen, lieten in de onderzochte studies doorgaans goede resultaten zien op het vlak van valdetectie.
• Smartwatches en man-downsystemen: Smartwatches bieden het voordeel van een hoge draagbaarheid en sociale aanvaarding, maar kennen in de onderzochte systemen een tragere responstijd van ongeveer 60–90 seconden en kunnen gevoeliger zijn voor fout-positieve meldingen door dagelijkse polsbewegingen. Man-downsystemen richten zich voornamelijk op het detecteren van langdurige immobiliteit en kunnen daarom een aanvullende functie hebben bij bepaalde doelgroepen.

3. Waarde voor verpleegkunde, thuiszorg en CM
Automatische valdetectie kan aansluiten bij kwaliteitsvolle, mensgerichte en duurzame thuiszorg.
1. Patiëntgerichtheid en zelfstandigheid: Automatische detectie kan bijdragen aan een groter gevoel van veiligheid en kan ouderen ondersteunen om langer zelfstandig thuis te wonen.
2. Duurzaamheid van zorg: Door een val sneller te detecteren, kan de periode waarin iemand zonder hulp op de grond ligt worden verkort. Hierdoor kunnen bepaalde complicaties mogelijk worden beperkt en kan de druk op de zorgverlening worden verminderd.
3. Proactieve verpleegkundige rol: Verpleegkundigen kunnen een belangrijke rol spelen bij het inschatten van de noden van de patiënt, het kiezen van een geschikt systeem en het begeleiden van de oudere bij het gebruik ervan.

4. Concrete aanbevelingen voor het werkveld
• Inzetten op draagbare sensoren dicht bij het lichaamszwaartepunt: Bij de keuze van een systeem kan worden nagegaan of een sensor ter hoogte van de heup of romp geschikt is voor de individuele gebruiker, aangezien dergelijke systemen in de onderzochte studies goede resultaten lieten zien.
• Focus op sensitiviteit: Geef bij de keuze van een automatisch valdetectiesysteem de voorkeur aan systemen met een hoge sensitiviteit, zodat het risico dat een val niet wordt gedetecteerd zo klein mogelijk blijft en de kans op complicaties door een long lie mogelijk wordt beperkt.
• AI en machine learning verder opvolgen: Verdere ontwikkelingen binnen AI en machine learning kunnen in de toekomst bijdragen aan een betere herkenning van bewegingspatronen en mogelijk het aantal fout-positieve meldingen verminderen. Dit vraagt echter nog verder onderzoek in realistische thuissituaties.
• Multidisciplinaire samenwerking en praktijkonderzoek: Verder onderzoek in de daadwerkelijke thuissituatie is belangrijk om na te gaan hoe betrouwbaar, gebruiksvriendelijk en haalbaar deze systemen zijn. Hierbij is samenwerking tussen verpleegkundigen, andere zorgverleners, technologieontwikkelaars en beleidsmakers relevant.

Conclusie
Automatische valdetectie biedt perspectief om de veiligheid van thuiswonende ouderen te vergroten en de tijd tussen een val en het inschakelen van hulp te verkorten. De technologie kan een belangrijke aanvulling vormen op bestaande personenalarmsystemen, vooral voor ouderen die na een val niet zelfstandig een alarm kunnen activeren.
Voor de verpleegkundige praktijk ligt hierbij een belangrijke rol in het beoordelen van de individuele noden van de oudere en het mee zoeken naar een systeem dat aansluit bij diens mogelijkheden, leefomgeving en bereidheid om het te gebruiken. Op die manier kan technologie niet de zorg vervangen, maar verpleegkundigen ondersteunen in het bieden van veilige, patiëntgerichte en toekomstgerichte thuiszorg.
Meer lezen

Van inzicht naar actie.

Thomas More Hogeschool
2026
Luci
Mioc
  • Stien
    Ceulemans
Therapieontrouw bij medicatie komt vaak voor, maar de onderliggende oorzaken blijven in de dagelijkse zorgpraktijk dikwijls onopgemerkt. Deze bachelorproef onderzoekt hoe zorgverleners therapieontrouw beter kunnen herkennen, de oorzaak ervan kunnen achterhalen en gerichte interventies kunnen inzetten.

Op basis van wetenschappelijke literatuur werden praktische hulpmiddelen ontwikkeld die zorgverleners ondersteunen in dit proces. De oplossing bestaat uit een digitale applicatie, de Therapietrouw Assistent Tool (TAT), aangevuld met praktische steekkaarten . Deze hulpmiddelen helpen zorgverleners om signalen van therapieontrouw systematisch te analyseren en evidence-based interventies toe te passen.

Met deze bachelorproef wordt de brug geslagen tussen wetenschappelijke inzichten en de dagelijkse praktijk. Het doel is de therapietrouw, de kwaliteit van zorg en leven en de patiëntgerichte begeleiding te verbeteren. Want therapieontrouw is geen falen van de patiënt of bewoner, maar een signaal naar de zorgverleners om beter te ondersteunen!
Meer lezen

Een onderzoek naar de meerwaarde van een nieuw zelfontworpen dentaal hulpmiddel voor zorgverleners in woonzorgcentra

Arteveldehogeschool Gent
2025
Laurence
Bonamie
  • Tania
    Cautaerts
Wat als er een dentaal hulpmiddel beschikbaar zou zijn dat het tandenpoetsen bij kwetsbare zorgafhankelijke ouderen toegankelijker, eenvoudiger en comfortabeler maakt?
Het doel van dit onderzoek is om de meerwaarde van een nieuw zelfontworpen dentaal hulpmiddel – VisaBite – na te gaan bij zorgverleners die instaan voor de mondzorg van hun bewoners.
Meer lezen

Grenzen in de thuiszorg: coping met ongewenst patiëntengedrag en de rol van leidinggevenden

Universiteit Hasselt
2025
Femke
Iven
Ongewenst patiëntengedrag tegen zorgmedewerkers neemt aanzienlijk toe, ook in de thuiszorgsector (Boureghda et al., 2024; Elst et al., 2016). Onderzoek (VBZV & Veys, 2024) toont aan dat 94% van de zelfstandige verpleegkundigen in de thuiszorgsector al in aanraking is gekomen met een vorm van ongewenst patiëntengedrag. Het kan negatieve gevolgen hebben voor zorgverleners zoals burn-out (Yagil, 2008) en voor zorgorganisaties zoals personeelsverloop (Fisk et al., 2010). Dit onderzoek kadert binnen het toenemende ongewenst patiëntengedrag tegen zorgverleners. Het doel is om inzichten te verkrijgen in welke copingmechanismen zorgverleners toepassen en welke maatregelen organisaties kunnen nemen om ongewenst patiëntengedrag in de thuiszorgsector tegen te gaan. De onderzoeksvraag van dit onderzoek is: “Hoe ervaren zorgmedewerkers in de thuiszorg ongewenst gedrag van patiënten en welke acties hiertegen beschouwen zij als effectief?”
Het beantwoorden van de onderzoeksvraag gebeurt via een kwalitatief onderzoek door middel van vijftien semigestructureerde diepte-interviews bij zowel zorgmedewerkers, leidinggevenden als een interne vertrouwenspersoon. Daarnaast vormt het model over het copingproces van verpleegkundigen bij stress op het werk van Akbar et al. (2017) de onderzoekslens. Dit model dient als vertrekpunt om op basis van de empirische bevindingen te werken naar een model dat het copingproces in kaart brengt van thuiszorgmedewerkers bij ongewenst patiëntengedrag.
Meer lezen

Optimale familiebetrokkenheid bij palliatieve sedatie: richtlijnen voor verpleegkundigen

Thomas More Hogeschool
2025
Gwen
van Loon
  • Hanne
    Van Bouwel
Het verlies van een dierbare heeft een grote impact op het rouwproces van nabestaanden. Optimale familiebetrokkenheid bij palliatieve sedatie speelt een cruciale rol in het bieden van kwalitatieve, patiëntgerichte zorg en het ondersteunen van het rouwproces. Verpleegkundigen vervullen hierbij een essentiële rol door families te betrekken, ondersteuning te bieden en een respectvol afscheid te faciliteren. Actieve betrokkenheid helpt familieleden betekenisvolle momenten te beleven, vermindert angst en machteloosheid en bevordert een rustiger rouwproces.
Meer lezen

Knipperlichten signaleren de nood aan vroegtijdige zorgplanning en palliatieve zorg in de thuiszorg. Hoe kunnen we zorgverstrekkers aanleren om ze te herkennen én ermee aan de slag te gaan?

Hogeschool West-Vlaanderen
2023
Femke
Degrande
Deze bachelorproef richt zich op het probleem van de te late start van vroegtijdige zorgplanningsgesprekken en palliatieve zorg in de thuiszorg waardoor cliënten en hun naasten niet de zorg krijgen waar ze recht op hebben. Dit probleem kan verholpen worden door het herkennen van knipperlichten te verbeteren: signalen van verandering in de toestand van de zorgvrager die aangeven dat de zorg moet herbekeken worden.

Thuisverpleegkundigen werden onderworpen aan een innovatieve vormingsmethodiek waarbij minimale kennis omtrent knipperlichten werd overgedragen en onmiddellijk in de praktijk werd gebracht door een activerende serious game.

De methodiek werd zeer positief onthaald en leidde tot een sensibilisering in de thuiszorgorganisatie waardoor we tot het volgende besluit komen: de combinatie van innovatieve vorming en educational games is een effectieve methode om de kennis en self-efficacy van zorgverstrekkers omtrent vroegtijdige zorgplanning, palliatieve zorg en de knipperlichten te verbeteren.
Meer lezen

Rouw bij naasten van psychisch kwetsbare mensen: een interpretatieve fenomenologische analyse

Universiteit Gent
2023
David
Van Deuren
Masterproef met literatuurstudie en kwalitatief onderzoek (IPA) bij mantelzorgers van psychisch kwetsbare mensen gediagnosticeerd met een ongeneeslijke ziekte. Eerste onderzoeksfocus ligt op het rouwproces van deze mantelzorgers. Tweede onderzoeksfocus ligt op de hiaten in de expertise bij professionele hulpverleners in de thuiscontext van EPS-patiënten (Ernstige psychiatrische stoornissen).
Meer lezen

Naar een betere thuiszorgplanning via artificiële intelligentie

Arteveldehogeschool Gent
2023
Jens
Vande Ginste
  • Louise
    De Rycke
  • Yaël
    Windey
  • Ibou
    Ndao
  • Matthias
    Reyntjens
  • Jens
    Vangaever
Genomineerde longlist Bachelorprijs
In de scriptie wordt besproken hoe artificiële intelligentie kan ingezet worden in het proces van de thuiszorgplanning, om deze te kunnen versnellen en vergemakkelijken. Hiervoor werd samengewerkt met de onderzoekers van het project PREPCA.I.RE.
Meer lezen

sociaal werker als brug tussen de oudere en het woonzorgcentrum

HOGENT
2021
Greet
Leemans
Ouder worden heeft een enorme impact op het leven. Verhuizen naar een woonzorgcentrum is een ingrijpende beslissing waarbij verschillende factoren een effect hebben. Thuiszorgdiensten, sociaal werkers en onthaalmedewerkers van een woonzorgcentrum zijn een eerste aanspreekpersoon bij de beslissing en hebben dan ook een belangrijke functie in de begeleiding naar de nieuwe leefomgeving. Voor dit onderzoek werd door middel van enquêtes aan sociaal werkers van ziekenhuizen en opnameverantwoordelijken van woonzorgcentra gevraagd hoe een opname naar een woonzorgcentrum verloopt en hoe men de ouderen bij een opname ondersteunt. Daarnaast werd ook de tuiszorgdiensten bevraagd om de ervaringen van deze dienst mee te nemen in de conclusies. De thuiswonende ouderen werd door middel van een enquête gevraagd naar de beeldvorming van woonzorgcentra en wat men belangrijk vindt. Daarnaast werd via interviews nagevraagd aan bewoners hoe men de opname heeft ervaren. Vanuit het literatuur- en praktijkonderzoek zijn er goede zaken naar boven gekomen maar vooral ook zeer veel tekortkomingen in de ondersteuning van ouderen bij de beslissing naar een woonzorgcentrum te verhuizen. Iedere dienst wil zich inzetten om ouderen de juiste ondersteuning te bieden om het welzijn te verbeteren maar krijgen vooral door beleidsmatige druk en veel administratief werk, veelal in functie van de financiering van de organisaties vanuit de overheid, hiervoor te weinig mogelijkheden. Om als sociaal werker de oudere zorgvrager beter te kunnen ondersteunen in het opnameproces door middel van psychosociale en praktische begeleiding is het belangrijk dat er een andere beeldvorming ontstaat over woonzorgcentra en deze beter aansluiten bij de leefwereld en zorgvragen van de ouderen. Daarnaast is het ook belangrijk dat deze betaalbaar worden en er meer werkmiddelen zijn in organisaties om tijd te kunnen vrij maken voor het welzijn van de ouderen. Hierdoor kan er op zoek gegaan worden naar mogelijkheden om de oudere zorgvrager beter te ondersteunen van thuis uit of vanuit het ziekenhuis en revalidatiecentrum naar het woonzorgcentrum. De sociaal werker wordt daardoor de vertrouwenspersoon van de oudere die beslissingsrecht heeft over zijn eigen leven.
Meer lezen

Voorgoed thuis Hoe gezinnen versterken bij keuzes rond levenseinde

Odisee Hogeschool
2020
Peggy
Borremans
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Praten over het levenseinde blijft een taboe. Duidelijke informatie, meer sensibilisering over palliatieve zorg, opleidingen voor zorgverleners inzake communicatie hierrond en het gebruik van de term ‘supportieve zorg’ kunnen ervoor zorgen dat de wensen rond het levenseinde bespreekbaarder worden, waardoor meer mensen kunnen sterven waar ze dit wensen. Een gezinswetenschapper zou een waardevolle aanvulling zijn binnen een palliatief team, om naast de patiënt ook de gezinsleden en familie te ondersteunen en te versterken.
Meer lezen

Mantelzorger tussen kracht en onmacht: een sociaal werkonderzoek naar de relatie tussen formele en informele zorg ervaren door mantelzorgers van hulpbehoevende, thuiswonende ouderen

Universiteit Gent
2020
Silke
De Troyer
Een onderzoek naar de relatie tussen formele en informele zorg, ervaren door mantelzorgers van thuiswonende, hulpbehoevende ouderen.
Meer lezen

Wanneer de zorg ontspoort...

Thomas More Hogeschool
2019
Laura
Van Cleuvenbergen
In deze scriptie wordt gezocht naar een oplossing om het kennistekort bij verpleegkundigen met betrekking tot het voorkomen, en tijdig signaleren van ontspoorde zorg bij ouderen in woonzorgcentra weg te werken. Het resultaat is een bijscholing voor verpleegkundigen omtrent dit thema, en een herwerkt risicotaxatie-instrument voor gebruik in woonzorgcentra, die aan de hand van beïnvloedende factoren het risico op het ontstaan van ontspoorde zorg bepaalt, en op die manier kan bijdragen aan de preventie van ontspoorde zorg.
Meer lezen

Kwaliteitsmanagement in de thuiszorg in Vlaanderen

Universiteit Gent
2019
Dimitri
Heyndrickx
Dit onderzoek verkent
bestaande praktijken op vlak van
kwaliteitsmanagement in de thuiszorg
en weegt af of dat
kwaliteitsmanagement veerkrachtig is ten
aanzien van de evoluties die zich in dat
verband voltrekken. Het beoogt hiermee
een bijdrage te leveren aan praktijk,
wetenschap en beleid.
Meer lezen

Palliatieve zorg en Architectuur

Universiteit Hasselt
2018
Maud
van Oerle
Op welke manier kan architectuur bijdragen aan palliatieve zorg? Dat is de centrale onderzoeksvraag en rode draad door de scriptie. Het doel van deze scriptie is om verschillende parameters die gerelateerd zijn aan architectuur en die positief kunnen bijdragen aan het welbevinden van een persoon in de laatste levensfase samen te vatten uit een literatuuronderzoek, en deze vervolgens in de praktijk te toetsen aan verschillende relevante casestudies.
Meer lezen

Ontwikkeling en pilootproject van een wachtsysteem voor palliatieve terminale patiënten in de eerste lijn, gebruikmakend van een nieuw multidisciplinair communicatie- platform: “het IRIS-project”

KU Leuven
2018
Sophie
Van Steenbergen
Pilootproject voor warme zorg op maat van de palliatieve thuispatiënt door gebruik te maken van een palliatief wachtsysteem in combinatie met een uniek multidisciplinair communicatieplatform.
Meer lezen

e-VOTO: ontwikkelen van een gevalideerd digitaal meetinstrument in kader van valpreventie

Arteveldehogeschool Gent
2018
Ruben
Haelewyn
Omwille van de vergrijzing van de bevolking komt de evolutie van de eerstelijnsgezondheidszorg in een stroomversnelling. De nood dringt zich op om efficiënter te werken. Digitalisering biedt hiervoor een oplossing. Een gestandaardiseerde digitale versie van de Valrisico’s Opsporen in de Thuissituatie van de Oudere persoon (VOTO-score) is noodzakelijk.
Meer lezen

Who cares?

Universiteit Gent
2018
Ilse
Govers
Sociologisch, landenvergelijkend onderzoek naar het effect van overheidsbezuinigingen op de zorgbehoeften van Europese zestigplussers tijdens de economische crisis. Middels multilevel-analyses werd onderzocht of informele zorg de minder toegankelijke professionele zorg vervangt. Daarbij werd er gecontroleerd voor effecten van BBP, werkloosheidsgraad, geslacht, leeftijd, de mogelijkheid om rond te komen, migratieachtergrond, het al dan niet hebben van een partner, opleidingsniveau, urbanisatiegraad en gezondheid.
Meer lezen

Assisted living bij ouderen met dementie

KU Leuven
2018
Erika
Coppens
De invloed van ondersteund wonen op de levenskwaliteit, het dagelijks functioneren en het gedrag bij ouderen met dementie en hun mantelzorgers.
Meer lezen

Zot van drank! Syndroom van Korsakov ten gevolge van overmatig alcoholgebruik. Verpleegkundig handelen in de thuiszorg.

Thomas More Hogeschool
2018
Evelien
Wils
Wat is het Syndroom van Korsakov en hoe kunnen deze mensen geholpen worden om hun plaats in de maatschappij te behouden. Een e-learning werd gemaakt om de kennis hierover op te doen.
Meer lezen

Informatieve tool voor eerstelijnsverpleegkundigen over de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter

Thomas More Hogeschool
2018
Tina
Ver Elst
In de bachelorproef werd een antwoord gezocht op de vraagstelling welke informatie een eerstelijnsverpleegkundigen dient te weten met betrekking tot de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter en welke strategie zich het best leent om deze informatie over te brengen.
Meer lezen

Informatieve tool voor eerstelijnsverpleegkundigen over de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter

Thomas More Hogeschool
2018
Tina
Ver Elst
Door reorganisatie in de eerste lijn komen er steeds meer complexere zorgen in de thuiszorg. De verzorging van de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter zijn daar één van. Deze katheters zijn uitermate geschikt voor intraveneuze thuistherapie. Ondanks hun relatief veilig gebruik kunnen er toch belangrijke complicaties optreden. Deze complicaties hebben een negatieve impact zowel op de patiënt als op de gezondheidszorg. Uit de literatuur is gebleken dat het aantal complicaties gerelateerd is met de kennis van het verpleegkundig personeel.

Momenteel is er bij eerstelijnsverpleegkundigen nog een kennistekort over de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter. Het doel van deze bachelorproef is een informatieve tool te ontwikkelen en aan te reiken waarbij eerstelijnsverpleegkundigen informatie verkrijgen over de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter. Deze informatieve tool moet er voor zorgen dat de eerstelijnsverpleegkundigen voldoende kennis krijgt omtrent de perifeer ingebrachte centrale katheter en de midline katheter. Verder wordt er nagegaan welke strategie zich het best leent om deze informatie over te brengen.

Er werd in verschillende databanken op zoek gegaan naar relevante literatuur. De literatuur werd afgebakend tussen 2012 – 2018. Verscheidene literatuur heeft weergegeven dat educatie aan eerstelijnsverpleegkundigen omtrent de complicaties, verzorging en onderhoud van de katheters bijdragen tot het verminderen van complicaties.

Om het kennistekort weg te werken, werd gestart vanuit het transtheoretisch model. Omdat uit de literatuur bleek dat E-learning erkend werd als een effectieve leerbenadering om verpleegkundige kennis en vaardigheden te verbeteren, en een multimediale tool superieur bleek in effectiviteit in vergelijking met de standaard educatieve sessie om de kennis te vergroten, werd er gekozen om een informatieve website te ontwikkelen.
Meer lezen

Welke noden ervaren mantelzorgers in een oncologische palliatieve thuissituatie op sociaal-emotioneel, financieel en psychisch-spiritueel vlak?

Thomas More Hogeschool
2016
Britt
Godts
Mantelzorgers spelen een centrale rol in de zorg voor palliatieve personen. Ze maken het mogelijk dat hun naaste thuis kan overlijden. Niet alleen de zorgvrager, maar ook de mantelzorger heeft noden in deze zorgsituatie. Palliatieve thuiszorg is op verschillende vlakken voor de mantelzorger niet vanzelfsprekend.
Meer lezen

Een Vlaams model van kwalitatief hoogstaande postnatale zorg. Ontwikkelen van kwaliteitsindicatoren vanaf ontslag uit het ziekenhuis

Universiteit Gent
2015
Katrien Helsloot
& Mieke Walraevens
  • Mieke
    Walraevens
 Sneller naar huis na de bevalling: reden tot bezorgdheid? Wereldwijd worden moeders na hun bevalling steeds vroeger naar huis gestuurd. Ook in België neemt de ligduur sterk af van 5,3 dagen in 2000 naar 4,1 dagen in 2015. Hierdoor ontstond enige onrust op het terrein. Vroedvrouwen in het ziekenhuis vrezen dat de werkdruk zal toenemen. Ziekenhuizen denken actief na over de meerwaarde van het lange verblijf op de kraamafdeling en stellen zich de vraag of het anders beter kan.
Meer lezen

Cytostatica in een ambulante setting

Thomas More Hogeschool
2015
Geert
Schuurmans
  • Matthias
    Hasendonckx
Chemo thuis, een gevaar voor iedereen?Op dit moment staat de zorg voor patiënten met kanker op een kantelpunt. Nieuwe methoden en producten maken het mogelijk dat patiënten een chemobehandeling thuis toegediend kunnen krijgen. Maar is dit wel allemaal zo veilig?In het buitenland gebeurt het al langer en stilaan is deze verschuiving in België ook zichtbaar. Steeds vaker wordt er gekozen om een chemobehandeling niet langer geheel in het ziekenhuis uit te laten voeren, in plaats daarvan kiest men ervoor om deze bij de patiënt thuis door te laten gaan.
Meer lezen

Bepaling van het aandeel vroedkundige activiteiten, gecoverd door VG-MZG, op materniteit en verloskunde

Universiteit Gent
2015
Christine
Vrielinck
Vroedkundige werklast in tijden van een verkort materniteitsverblijfDe overheid heeft plannen om te besparen in de gezondheidszorg. Zo streeft ze naar een efficiënter gebruik van beschikbare ziekenhuisbudgetten. Deze plannen kunnen leiden tot een even veilig, maar korter materniteitsverblijf. De vraag kan gesteld worden of de vroedvrouw dan meer zorg zal verstrekken in kortere tijd. Hoe kan de werklast van de vroedvrouw er dan uitzien?Om zicht te krijgen op de vroedkundige werklast is het nodig om de bovenstaande vraag in stukjes te verdelen. Wat wordt verstaan onder werklast?
Meer lezen

Zorgeloos naar huis, een beschrijvende studie omtrent de informatiebehoefte van kersverse ouders.

Hogeschool VIVES
2015
Charlotte
Cocquyt
Zorgeloos naar huis“Het krijgen van een baby kan je vergelijken met een reis. Een reis die vertrekt vanuit de ‘comfort zone’ uit een leven waarin ouders ‘experten’ waren in alles wat ze deden. Deze reis gaat naar een oord van het onbekende. Een onbekend gebied waarin ze helemaal onervaren zijn, het gebied van het ouderschap (Wilkins, 2005)."We worden in ons leven dagelijks geconfronteerd met het ouderschap, bij vrienden, familie of bij onszelf. In Vlaanderen hebben ouders inspraak in de verblijfsduur op de materniteit. De tendens van het verkorten van de ligdagen komt naar boven.
Meer lezen

Wat is de meerwaarde van beeldende therapie in de palliatieve zorg?

Hogeschool PXL
2014
Wendy
Mellaerts
WAT IS DE MEERWAARDE VAN BEELDENDE THERAPIE IN DE PALLIATIEVE ZORG?Door Wendy Mellaerts, O.l.v. Els Peters – PromotorPXL HOGESCHOOL HASSELT - Bachelor na bachelor Creatieve TherapiePalliatieve zorg is een actieve totaalzorg voor patiënten van wie de ziekte niet meer te genezen is. Ernstig ziek zijn betekent meer dan hinderlijke fysieke en psychische klachten. Men spreekt vaak van de vier dimensies: pijn- en symptomen, psychologische problemen, sociale opvang en spirituele nood. In deze laatste levensfase moeten we aandacht hebben voor alle facetten van het mens-zijn.
Meer lezen

Psychiatrische thuiszorg: een haalbare kaart?

KU Leuven
2013
Carolien
Van Doninck
Psychiatrische thuiszorg : een haalbare kaart ?Psychiatrische patiënten verdienen net als elke patiënt een zorg op maat in hun thuisomgeving. In de praktijk blijkt dit niet vlekkeloos te verlopen. Daarom ging men zowel bij hulpverleners als bij patiënten na welke aanpassingen zich opdringen opdat ook psychiatrische patiënten op een goede manier thuis kunnen worden behandeld.
Meer lezen

De impact van de feedbackomgeving op jobtevredenheid: De rol van ‘self-efficacy’ als moderator

HOGENT
2013
Lenie
De Wilde
Een gunstige feedbackomgeving:een ‘must’ om tevreden te zijn op het werk?De laatste jaren is er in werkomgevingen een evolutie geweest van de traditionele personeelsevaluatie naar een modern systeem waarin de medewerker integraal wordt benaderd (Aguinis & Pierce, 2008). Het gebruik van de kwaliteitscirkel van Deming (1986) met de elementen ‘plannen’, ‘uitvoeren’, ‘evalueren’, ‘plan bijsturen’ wordt hierbij als essentieel gezien.  De praktijken die hierbij aansluiten zoals doelen formuleren en feedback geven, zijn dan ook zeer belangrijk op de werkplaats.
Meer lezen