Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van AVI-lezen tot Alkibiades. Excellent leesonderwijs en de rol die hierbij is weggelegd voor literatuuronderwijs en Collective Teacher Efficacy

Universiteit Antwerpen
2025
Hanne
Kips
  • Sien
    Buelens
In Vlaanderen blijkt uit nationale en internationale peilingen dat de leesvaardigheid van leerlingen onder druk staat, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over hun verdere schoolloopbaan en participatie in de samenleving. Hoewel uit onderzoek duidelijk is hoe leesvaardigheid verbeterd kan worden, blijft de kloof tussen theorie en praktijk te groot. Deze masterpraktijkproef wil de brug slaan tussen beiden en vertrekt daarom vanuit de centrale onderzoeksvraag: op welke manier kan excellent leesonderwijs vorm krijgen in de praktijk, en welke rol speelt literatuuronderwijs hierin? Via een kwalitatieve en vergelijkende casestudy werden observaties, interviews, documentanalyse en een Collective Teacher Efficacy-bevraging uitgevoerd in twee scholen uit het secundair onderwijs: Atheneum Hoboken en Forum Da Vinci in Sint-Niklaas. Beide scholen zetten in op het versterken van leesonderwijs, elk vanuit een eigen visie en aanpak. Uit de analyse blijkt dat excellent leesonderwijs ontstaat wanneer visie, systematische interventies, strategie-instructie en motiverende leesinitiatieven gecombineerd worden, binnen een cultuur van samenwerking. Het concept CTE blijkt hierin een sleutelrol te spelen: waar leerkrachten geloven in hun gezamenlijke impact, zijn leesinitiatieven duurzamer en effectiever. Literatuuronderwijs draagt bij aan leesbevordering door verdieping, motivatie en differentiatie te bieden. Deze scriptie eindigt met aanbevelingen voor scholen en suggesties voor verder onderzoek. Daarbij blijft de centrale overtuiging dat leesonderwijs een gedeelde verantwoordelijkheid is en noodzakelijk is voor het versterken van de taalvaardigheid en onderwijskansen van elke leerling.
Meer lezen

Extraction and characterization of extracellular polymeric substances from various wastewater treatment sludges

KU Leuven
2025
Vedran
Vangramberen
Vloeibaar water van hoge kwaliteit is een van de belangrijkste zaken op aarde. Deze moet koste wat het kost behouden blijven. Bedrijven en gemeenschappen dragen hieraan toe door hun afvalwater te zuiveren, alvorens het in de natuur te lozen. Hoewel dit proces zorgt voor natuurlijke wateren van hogere kwaliteit, heeft dit proces ook zijn keerzijde, namelijk de productie van enorme hoeveelheden afvalslib. Tot hiertoe is nog geen grootschalige toepassing gevonden voor het recycleren van deze afvalstroom. Met dit werk, wil ik graag kijken naar een mogelijke toepassing van het afvalslib, meer bepaald het gebruik van EPS als hydrogel. Hierbij wordt gekeken naar de verschillende stappen van dit proces.

In een eerste stap wordt gekeken welke componenten het meeste potentieel tonen om gebruikt te worden. in een bepaalde toepassing. Na een literatuurstudie blijkt dat de extracellulaire polymere substanties of EPS het meeste potentieel tonen. Het proces gaande van afvalslib naar toepassing van EPS bestaat echter uit heel wat verschillende stappen. Deze thesis focust op deze verschillende stappen, vertrekkend bij de extractie van EPS uit het afvalslib. In dit werk worden vier extractieprotocols met elkaar vergeleken, aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve criteria. Op basis hiervan is het meest optimale extractieprotocol geselecteerd.

In een volgende stap zijn dan EPS'en van verschillende bronnen chemisch gekarakteriseerd, om na te gaan of EPS van verschillende bronnen ook verschillende samenstellingen hebben. Met behulp van verschillende technieken blijkt dat de samenstelling van EPS soortafhankelijk is. Elke bron van EPS resulteert dus in materiaal met een unieke compositie.

Om vervolgens na te gaan wat voor effecten dit heeft op de toepassingen van EPS, zijn EPS van vier verschillende industriële slibben gebruikt om hydrogels te maken, aan de hand van een 3D-geprinte mal. Met behulp van reologie zijn dan de mechanische eigenschappen van deze hydrogels getest. Deze resultaten zijn vervolgens gebruikt om het mechanisch gedrag van de EPS te linken aan hunchemische samenstelling. Door de complexe compositie van de EPS was het vinden van zo'n relatie echter niet mogelijk.
Meer lezen

Dansklaar! Dans muzisch met je klas dankzij onze handige kaartentool

Arteveldehogeschool Gent
2025
Nele
Van Looveren
  • Natalia
    Kaya
Dans wordt in de meeste kleuterklassen slechts sporadisch ingezet, vaak beperkt tot gestructureerde klasdansjes of feestelijke gelegenheden. Nochtans genieten kleuters zichtbaar van bewegingsactiviteiten en is muzische dans een krachtig middel voor expressie, fantasie en verbondenheid. Tijdens een overleg met de stageschool kwam de nood aan een haalbare en inspirerende aanpak voor dans naar voren. Dit leidde tot het praktijkgericht onderzoek met de ontwerpvraag: “Hoe kunnen we een praktische tool ontwikkelen die kleuterleerkrachten ondersteunt om muzische dans op een haalbare, speelse en expressieve manier te integreren in hun klaspraktijk?”

Op basis van interviews, literatuurstudie en gesprekken met het kleuterteam werden de noden en struikelblokken in kaart gebracht. Deze inzichten vormden het vertrekpunt voor de ontwikkeling van Dansklaar!, een dansbox met gebruiksklare werkvormkaarten, QR-codes met muziek, concrete instructies en extra informatiekaarten. De box is opgesplitst in twee versies (voor jongste en oudste kleuters), met werkvormen die dans benaderen als muzische expressie en niet als nadoen van pasjes.

De tool werd getest in de praktijk en geëvalueerd via een try-out, vragenlijsten en een focusgroep. Leerkrachten reageerden positief: de kaarten zijn duidelijk, motiverend en bruikbaar binnen het klasgebeuren. Vooral het speelse karakter en de laagdrempeligheid vielen in de smaak. Door de korte testfase zijn uitspraken over structurele impact voorlopig beperkt, maar het onderzoek toont aan dat deze tool een waardevol startpunt vormt om muzische dans structureler te verankeren in het kleuteronderwijs.
Meer lezen

Een duurzaamheidstoets van het nieuwe goederenrecht in relatie tot ondernemingen: was duurzaamheid écht een belangrijke doelstelling?

Universiteit Gent
2025
Noor
Buyssens
Samenvatting van mijn thesis:

Duurzaamheid was een belangrijke doelstelling bij de totstandkoming van het nieuwe goederenrecht. Bijgevolg onderzoekt dit werk het nieuwe goederenrecht, dat sinds 2021 in werking trad, door de lens van duurzaamheid, met een bijzondere focus op ecologische duurzaamheid. Centraal staat daarbij steeds de rol van de onderneming. Deze focus op ondernemingen vormt een nieuwe invalshoek binnen bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht.

Vertrekkend vanuit de onderwerpen die in bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht aan bod komen, gaat deze bijdrage verder op die onderwerpen die in het bijzonder relevant zijn voor ondernemingen: res communes, opstalrechten (waarbij zijn rol in de circulaire vastgoedeconomie en bij het recent ingevoerde volume-eigendom wordt besproken), en ten slotte de milieu-erfdienstbaarheid.

Voor elk van deze onderwerpen worden de tekortkomingen en obstakels geanalyseerd die ertoe leiden dat zij duurzaamheid belemmeren of onvoldoende ondersteunen. Telkens wordt onderzocht hoe en op welke manier duurzaamheid nu precies wordt tegengewerkt. Zo wordt aangetoond hoe de figuur van de res communes juridisch is uitgehold en daardoor in de praktijk nauwelijks bescherming biedt, hoe het eenheidsbeginsel – en meer bepaald het zelfstandigheidsbeginsel – de ontwikkeling van een circulaire economie binnen de vastgoedsector tegenwerkt, en hoe de invoering van (eeuwigdurend) volume-eigendom grote risico’s creëert op ongebreidelde vastgoedgroei, waarbij duurzaamheid slechts een voorwaardelijk en toevallig neveneffect blijkt te zijn. Ook de milieu-erfdienstbaarheid blijkt onder het huidige goederenrecht onwerkbaar.

Na het analyseren van deze knelpunten worden telkens mogelijke oplossingen of, minstens, suggesties en denkpistes aangereikt die kunnen bijdragen tot verdere verbetering. Kritiek wordt hier immers niet als destructief benaderd, maar juist als een eerste stap richting vooruitdenken.

Het werk sluit af met een filosofische noot waarin de rode draad tussen de besproken onderwerpen wordt blootgelegd. Diep onder de juridische spanningen die zich voordoen rond duurzaamheid blijkt een “structureel” probleem te schuilen: het goederenrecht is historisch gebouwd op liberale en kapitalistische fundamenten, wat duurzame ontwikkeling structureel belemmert. Dit werk eindigt dan ook met een oproep tot structurele verandering en geeft een eerste stap in de richting van dergelijke verandering.
Meer lezen

Effect of binder-to-sand ratio on the workability and mechanical properties of GGBS-CDW-based geopolymer mortars

KU Leuven
2025
Katlyn
Caerels
De bouwindustrie staat voor verschillende milieuproblemen, en cementalternatieven zouden wel eens een deel van de oplossing kunnen zijn. Het toevoegen van bouwafval aan cementalternatieven, zoals geopolymeren, kan niet alleen de CO2-uitstoot verminderen, maar ook een positief effect hebben op de schaarste aan grondstoffen en afvalstroom. Deze masterproef onderzoekt, door middel van een literatuurstudie, labonderzoek en kritische analyse, de hoeveelheid bouwafval die in geopolymeren toegevoegd kan worden, en welk zandpercentage en -soort daarbij optimaal is. Op deze manier wordt een stap in de juiste richting gezet om geopolymeren in de praktijk te gebruiken.
Meer lezen

Magie en Macht: The wheel of power and privilege herwerkt tot een intersectioneel model voor analyse van young adult fantasy literatuur

Universiteit Gent
2025
Maya
Stuyven
Young adult fantasy literatuur leent zich voor kritische reflectie over identiteit, macht en
maatschappelijke structuren. Magie en alternatieve werelden bieden een symbolische
weergave van machtsstructuren, privilege en uitsluiting. Binnen het bestaande literatuur- en intersectionaliteitsonderzoek ontbreekt echter een intersectioneel instrument dat de
verwevenheid tussen magie en sociale machtsstructuren benadert. Deze masterproef herwerkt the wheel of power and privilege, zoals ontwikkeld door Sylvia Duckworth, om intersectionele machtsstructuren in YA-fantasy te analyseren, met specifieke aandacht voor magie. Ik demonstreer het gebruik van dit aangepaste model aan de hand van twee personages uit de boeken Shadow and Bone van Leigh Bardugo en Children of Blood and Bone van Tomi Adeyemi. Het aangepaste model biedt een systematisch en visueel denkkader dat toelaat om macht in fictieve werelden intersectioneel te analyseren en zo bijdraagt aan een verdiepend inzicht in de werking van fictieve machtssystemen.
Meer lezen

Leesmotivatie op de Toren van Babel: Wat maakt dat leerlingen met migratieachtergrond (niet) graag lezen?

KU Leuven
2025
Manon
Evrard
Dit onderwijsonderzoek situeert zich op de Toren van Babel in Gent, een school uitsluitend voor
anderstalige leerlingen. Uit de literatuur blijkt dat het leesniveau in Vlaanderen sterk daalt en dat
anderstalige leerlingen een steeds groter deel van de groep laagpresteerders representeren (De
Meyer et al., 2023). Recente literatuur ziet een significant verband tussen leesmotivatie en
leesvaardigheid, waardoor leesmotivatie een belangrijke factor is om op in te spelen als school (Toste
et al., 2020). Uit onderzoek van Gobyn et al. (2019) vloeien drie factoren voort die impact hebben op
leesmotivatie: autonomie, belonging en competentie. Het onderdeel belonging verdient hier
specifieke aandacht, aangezien verschillende studies ook uitwijzen dat school belonging, beïnvloed
door het diversiteitsbeleid van de school, een grote impact heeft op de prestaties van leerlingen met
een migratieachtergrond. Dit onderzoek wil de leesmotivatie van de taalbadleerlingen in kaart
brengen, achterhalen waarom ze (niet) gemotiveerd zijn om te lezen en vervolgens een aanzet geven
tot een leesbeleid dat rekening houdt met bovengenoemde factoren. De dataverzameling gebeurt
aan de hand van een vragenlijst, afgenomen bij alle 28 leerlingen uit het eerste jaar B-stroom, en 6
diepte-interviews met leerlingen die ook deelnamen aan de vragenlijst. Uit de resultaten blijkt dat de
meeste leerlingen een combinatie vertonen van autonome en gecontroleerde leesmotivatie. De
invloed van de school op leesmotivatie komt ook sterk naar voor. De vergaarde informatie en
inzichten in waarom leerlingen (niet) graag lezen zal gebruikt worden als startpunt om het leesbeleid
van de school vorm te geven.
Meer lezen

Hoe beschermd is ons erfgoed? Een onderzoek naar de inrichting van toevluchtsoorden voor cultureel bezit in België, zoals opgenomen in de Conventie van Den Haag voor de bescherming van Cultureel Bezit tijdens gewapend conflict (1954) en het Tweede Protoco

Universiteit Antwerpen
2025
Karolien
Maho
Dit onderzoek streeft naar de opmaak van een stand van zaken wat betreft de inrichting van nationale en internationale toevluchtsoorden in België zoals opgenomen in de 1954 Conventie van Den Haag en het Tweede Protocol. In de eerste plaats biedt literatuurstudie een inkijk in historische en hedendaagse casussen inzake de toepassing van toevluchtsoorden. Daarnaast wordt er contact gelegd met acht stakeholders uit verschillende domeinen: beleid, erfgoedsector en Defensie. Van hieruit worden er vijf adviezen geformuleerd die van toepassing zijn op de bescherming van het cultureel bezit en de inrichting van toevluchtsoorden. Ondanks de ondertekening van de Conventie van Den Haag en haar Protocollen is België onvoldoende voorbereid op de bescherming van het cultureel bezit. Uit het onderzoekt blijkt dat het land niet beschikt over officieel geregistreerde toevluchtsoorden, hedendaagse prioriteitenlijsten, een nationale adviescommissie en een duurzaam netwerk tussen Defensie en de erfgoedsector. Om dit te kunnen realiseren heerst er een hoge nood aan wetenschappelijk onderzoek binnen zowel de toepassing van de Conventie als de bijkomende uitdagingen die komen kijken bij hybride oorlogsvoering.
Meer lezen

Omzetting van geschreven cursus naar stripformaat voor studenten met dyslexie: Hepatitis D virus

Universiteit Gent
2025
Dafne
Huyge
In deze masterproef staat één vraag centraal: hoe kan complexe biomedische leerstof toegankelijker worden gemaakt voor studenten met dyslexie? Het Hepatitis D-virus (HDV), behandeld in het vak Microbiologie in de derde bachelor Biomedische Wetenschappen aan de UGent, werd gebruikt als inhoudelijk voorbeeld. Het doel was om de bestaande, sterk tekstgerichte cursus om te zetten in een educatief stripverhaal dat de leerstof begrijpelijker en toegankelijker maakt.

De keuze voor een stripvorm is gebaseerd op wetenschappelijke literatuur. Studies tonen aan dat studenten met dyslexie vaak beter leren via visueel en verhalend materiaal. Dit verlaagt de cognitieve belasting en maakt de kerninhoud duidelijker. Traditionele cursussen zijn daarentegen vaak compact en tekstueel zwaar, waardoor ze voor studenten met dyslexie een extra drempel vormen. Met dit project werd gezocht naar een alternatief dat de wetenschappelijke correctheid behoudt, maar tegelijk de toegang tot de leerstof vergroot.

Het ontwikkelproces verliep in drie stappen. Eerst werd een literatuurstudie uitgevoerd naar dyslexie in het hoger onderwijs en de rol van visueel ondersteunde leermiddelen. Daaruit bleek dat graphic learning en stripverhalen een waardevolle aanvulling kunnen zijn, mits ze zorgvuldig ontworpen worden. Vervolgens werd bestaand cursusmateriaal, zoals PowerPointpresentaties en lesopnames, geanalyseerd om de kerninhouden te selecteren. In de laatste fase werd een volledig script geschreven waarin het HDV als personage optreedt en de leerstof verwerkt wordt in dialogen en herkenbare casussen.
Bij het schrijven is rekening gehouden met de specifieke noden van studenten met dyslexie. Lange tekstblokken werden vermeden, kernconcepten herhaald en de informatie verdeeld over korte, overzichtelijke scènes. Hoewel het project nog niet geïllustreerd is, bevat het script gedetailleerde aanwijzingen voor de visuele uitwerking, zoals sfeer, typografie en lay-out, afgestemd op een dyslexievriendelijke benadering.
Het resultaat is een script dat bruikbaar is als aanvullend studiemateriaal, maar ook breder kan worden ingezet. Het laat zien dat complexe academische inhoud ook in een creatieve en toegankelijke vorm kan worden aangeboden, zonder verlies van wetenschappelijke accuraatheid. Daarmee draagt de masterproef bij aan een inclusiever hoger onderwijs, waarin uiteenlopende leerprofielen niet als obstakel worden gezien, maar als uitgangspunt voor kwaliteitsvol en toegankelijk onderwijs.
Meer lezen

Taalonafhankelijke Detectie van Computation–Constraint Inconsistenties in ZKP-Programma’s via Waardeinferentie

Vrije Universiteit Brussel
2025
Arman
Kolozyan
Genomineerde longlist mtech+prijs
Zero-knowledge proof (ZKP) is een cryptografische methode waarmee kan worden bewezen dat een bewering klopt, zonder daarbij extra informatie prijs te geven. Denk bijvoorbeeld aan het aantonen dat iemand ouder is dan achttien zonder geboortedatum of naam te onthullen. Bij ZKP's zijn altijd twee partijen betrokken: de prover, die een bewijs aanlevert, en de verifier, die nagaat of dat bewijs correct is. Het bijzondere is dat de verifier kan vaststellen of een bewering waar is, zonder toegang te krijgen tot de achterliggende gegevens.

Hoewel dit veelbelovende mogelijkheden biedt voor privacy en veiligheid, is het programmeren van zulke systemen bijzonder complex. Ontwikkelaars moeten namelijk precies aangeven welke controles de verifier moet uitvoeren wanneer die een bewijs binnenkrijgt. Als er zelfs maar één controle ontbreekt, kan een vals bewijs toch worden aanvaard en vallen alle privacy-garanties weg.

Deze scriptie introduceert een formeel model om systematisch na te gaan of er nergens een controle ontbreekt. Met behulp van dit model konden zes nieuwe soorten kwetsbaarheden worden beschreven die door bestaande hulpmiddelen niet opgespoord konden worden. Toepassing van het model leidde tot de ontdekking van vijftien tot dan toe onbekende kwetsbaarheden in zes grote ZKP-projecten, waaronder die van Microsoft en TikTok.

Daarnaast werd een prototype ontwikkeld als eerste stap richting de automatisering van dit model. Het onderzoek toont aan dat zo'n aanpak veelbelovend is, maar dat toekomstige implementaties nog preciezer en efficiënter moeten worden om grote ZKP-programma's binnen een redelijke tijd te kunnen analyseren.
Meer lezen

Suffering in Silence: Trauma Resolution and Care in the Work of Annabel Pitcher

Vrije Universiteit Brussel
2025
Lisa
Heyvaert
Deze thesis onderzoekt hoe in het werk van de Britse kinderauteur Annabel Pitcher de verwerking van trauma beïnvloed wordt door zorg en verschillende copingstrategieën. Pitchers oeuvre getuigt van de groeiende culturele belangstelling voor trauma en de verbale representeerbaarheid ervan. Via close reading werden haar vier romans, die nog niet samen behandeld zijn, vergeleken aan de hand van inzichten uit de traumatheorie, zorgethiek en narratologie. De analyse toont aan dat het genezingsproces van Pitchers jonge vertellers/focalisators initieel belemmerd wordt door hun onvermogen om hun gevoelens te delen met hun medepersonages en door de onopgeloste trauma’s van hun ouders, wier zorgverlening daardoor negatief beïnvloed wordt. Uiteindelijk slagen de jonge protagonisten erin om positieve verandering teweeg te brengen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun gezin. Pitchers oeuvre belicht zo het vermogen van kinderen om zorg te verlenen en benadrukt de rol van hun (narratieve) agency in hun eigen rouwproces.
Meer lezen

Ontwerp van een alternatieve productiemethode voor duurzame thermoplastische druktanks

Universiteit Hasselt
2025
Michiel
Meurice
Genomineerde longlist mtech+prijs
Machinebouwer Cteso werkt in samenwerking met een druktankproducent uit Limburg aan de
ontwikkeling van een productiemachine voor duurzame druktanks. De huidige opstelling gebruikt
de KUKA KR 1000 Titan robot, die hoge investeringskosten met zich meebrengt, een aanzienlijke
structurele verankering in de vloer vereist en de nodige expertkennis voor het programmeren
vraagt. Bovendien kan de bestaande machine slechts één formaat druktank produceren. Daarom
richt deze masterproef zich op het ontwerpen van een kosteneffectiever alternatief dat toelaat
druktanks in verschillende formaten te produceren, met vereenvoudigde vloerverankering en verbeterde
programmeerbaarheid.
In eerste instantie werd een simulatie uitgevoerd om de exacte bewegingen van de KUKArobotarm
in kaart te brengen, gevolgd door een analyse van de robotgrijper die de druktank
vasthoudt. Daarna volgden opstellen van het eisenpakket, het functieblokschema en het morfologisch
overzicht. Deze leidden tot een nieuw mechanisch concept, dat werd geëvalueerd via
simulatie en onderworpen aan een kosten-batenanalyse.
Het finale concept gebruikt een XYR-systeem (twee translatieassen en één rotatieas). Het biedt
de flexibiliteit om druktanks te produceren met lengtes tussen 500 en 3000 mm en diameters
van 160 tot 460 mm . Hoewel het systeem veelzijdiger is, blijft de totale investeringskost lager,
terwijl de vloerverankering eenvoudiger is en de programmatie gebruiksvriendelijker.
Meer lezen

Met kleur grenzen stellen

Hogeschool VIVES
2025
elke
vermeiren
In mijn bachelorproef “Met Kleur Grenzen Stellen” onderzocht ik hoe het Vlaggensysteem kan bijdragen aan het bespreekbaar maken van seksualiteit en grenzen bij personen met een verstandelijke beperking binnen Schoonderhage VZW. Door literatuuronderzoek, gesprekken met bewoners, begeleiders en externe experts, en de ontwikkeling van concreet ondersteunend materiaal (zoals een kaartenspel en vormingsmomenten), vertaalde ik deze methodiek naar het laagdrempelig toepassen in de praktijk. Het resultaat is een bruikbaar en duurzaam hulpmiddel dat bewoners helpt hun grenzen te herkennen en te communiceren, en begeleiders ondersteunt in een open, respectvolle en consequente aanpak.
Meer lezen

De invloed van verpleegkundig pijnmanagement op de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten: een onderzoek naar effectieve interventies en een verbeterde zorgervaring

Hogeschool UCLL
2025
Moira
Forêt
Inleiding:

Pijn is één van de meest voorkomende en invaliderende symptomen bij oncologische patiënten en heeft een aanzienlijke impact op hun fysieke, emotionele en sociale welzijn. Ondanks de beschikbaarheid van pijnmedicatie, blijft pijn vaak onvoldoende onder controle gehouden en onderbehandeld, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert. Als oncologisch verpleegkundige ben je werkzaam in de directe klinische zorg en speel je een belangrijke rol in het signaleren, beoordelen en behandelen van pijn, en dragen hierdoor actief bij aan het optimaliseren van de zorgervaring.

Doelstelling:

Het doel van deze bachelorproef is om na te gaan hoe verpleegkundig pijnmanagement de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten beïnvloedt, en welke farmacologische en niet-farmacologische interventies hierin het meest effectief zijn. De nadruk ligt vooral op een holistische patiëntgerichte aanpak die verder gaat dan enkel de medicamenteuze pijnstilling die men nu gebruikt.

Methodologie:

Er werd aan de hand van een systematische literatuurstudie gezocht in wetenschappelijke databanken zoals PubMed, waarbij de PICO- methode gebruikt werd om de onderzoeksvraag scherp te stellen. Verder werden inclusiecriteria gehanteerd die focussen op oncologische patiënten, niet-medicamenteuze interventies en uitkomsten zoals verminderde pijnbeleving, verbeterde slaap, mobiliteit en psychisch welzijn. Uiteindelijk werden acht relevante studies diepgaand geanalyseerd, waaronder systematische reviews en randomized controlled trials. Daarnaast werden andere artikels geïncludeerd ter aanvulling.

Resultaten:

Resultaten tonen aan dat een combinatie van farmacologische en complementaire interventies het meest doeltreffend is voor het verbeteren van de levenskwaliteit. Interventies zoals mindfulness, muziektherapie, aromatherapie, virtual reality en cognitieve gedragstherapie blijken significante effecten te hebben op pijnreductie en emotioneel welzijn. Verder kwam naar voor dat effectieve communicatie, educatie van verpleegkundigen en multidisciplinaire samenwerking van belang zijn voor een succesvol pijnmanagement. Een praktische ervaring op de afdeling hematologie van UZ Leuven bevestigde deze bevindingen en illustreerde verder de impact van verpleegkundig handelen binnen de dagelijkse praktijk.

Conclusie:

Verpleegkundig pijnmanagement heeft een directe invloed op de levenskwaliteit van oncologische patiënten. Door in te zetten op een multidimensionele en patiëntgerichte aanpak, waarbij zowel farmacologische als niet- farmacologische strategieën worden toegepast, kunnen verpleegkundigen bijdragen aan een menswaardigere en effectieve pijnzorg. Binnen deze bachelorproef wordt het belang van kennis, communicatie en samenwerking binnen het verpleegkundig domein onderstreept, en word er gepleit voor meer aandacht en opleiding rond pijnbehandeling binnen een oncologische setting.
De verpleegkundige is kortom de belangrijkste schakel tussen patiënt en arts waar zowel de fysieke als de mentale aandachtspunten van de patiënt hoog in het vaandel staan en waarbij we zorgen dat patiënten correct en gericht doorverwezen worden.

Referentie(s):

(Mestdagh et al., 2023; Wu et al., 2023; Bouya et al., 2018; Warth et al., 2020; Nijs, 2021; Van Veen et al., 2024; Wang et al., 2023; Ghavami et al., 2022)



Meer lezen

Stilstaan om vooruit te gaan. Hoe kunnen meditatiepraktijken binnen het bestaande aanbod van jeugdhulpverlening bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar?

Odisee Hogeschool
2025
Isa
Vanderseijpen
Deze bachelorproef onderzocht hoe meditatiepraktijken binnen de jeugdhulpverlening kunnen bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar.
Uit een uitgebreide literatuurstudie blijkt dat meditatie, in het bijzonder liefdevolle-aandachtsmeditatie en ademhalingsoefeningen, aantoonbaar een positief effect heeft op de regulatie van stress en het herstel van veerkracht. De polyvagaaltheorie onderbouwt hoe meditatie via activering van de nervus vagus zorgt voor fysiologisch herstel bij stress. Jongeren in deze leeftijdsgroep bevinden zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase en zijn extra gevoelig voor mentale druk, terwijl veerkracht net dan essentieel is. Aanvullend onderzoek via enquêtes bij jongeren en jeugdhulpverleners en interviews met professionals van Art of Living bevestigen deze bevindingen. 80% van de bevraagde jongeren ervaart stress, en velen staan open voor meditatie, mits deze laagdrempelig en aangepast wordt aangeboden. 90% van de jeugdhulpverleners heeft interesse in meditatie als werkvorm, al zijn er uitdagingen zoals gebrek aan tijd,
kennis en omkadering. De ontwikkelde meditatietool beantwoordt aan deze noden en is concreet inzetbaar binnen de jeugdhulppraktijk. De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de concrete omzetting van wetenschappelijke inzichten naar een bruikbare, evidence-based en respectvolle meditatietool voor jeugdhulpverleners. De tool biedt een laagdrempelige methode om stress te verminderen en veerkracht te versterken bij jongeren, met aandacht voor context, haalbaarheid en betrokkenheid van zowel jongeren als begeleiders.
Meer lezen

Bruggen bouwen naar zorg op maat. EEN KWALITATIEF EMPIRISCH ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PASTORALE PRAKTIJK ROND VROEGTIJDIGE ZORGPLANNING IN VLAAMSE ALGEMENE ZIEKENHUIZEN

KU Leuven
2025
Gyrit
Ghillemyn
Tijdens het zorgproces kan een patiënt mee beslissen over welke zorg deze wel of niet wenst te ontvangen. Een patiënt kan dit actueel beslissen, maar er bestaan ook mogelijkheden om vooraf al na te denken over welke zorg men later wenst. Een mogelijkheid om hierover na te denken is via vroegtijdige zorgplanning (VZP). Dit is een continu proces, waarbij een zorgverlener met een patiënt en diens naasten spreekt over de waarden en wensen van de patiënt. Dit proces kan plaatsvinden in verschillende zorginstellingen, waaronder het ziekenhuis. Vroegtijdige zorgplanning is hier een multidisciplinaire aangelegenheid, waar de pastor ook in mee kan werken.
De focus van deze thesis ligt op de rol die pastores kunnen spelen in het proces van vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. De onderzoeksvraag die hierin centraal staat is: hoe ziet de huidige pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning in algemene ziekenhuizen in Vlaanderen eruit? Om een antwoord te formuleren op deze onderzoeksvraag wordt gebruik gemaakt van kwalitatief onderzoek, vooraf gegaan door een literatuurstudie.
Allereerst bestaat deze thesis uit een literatuurstudie. In deze literatuurstudie wordt eerst het concept van vroegtijdige zorgplanning uitgelegd. Ook wordt het juridisch luik rond vroegtijdige zorgplanning besproken. Hierna wordt ingegaan op vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Meer specifiek worden hier de kansen en uitdagingen besproken. Als laatste wordt de rol van de pastor in dit proces bekeken.
Het tweede deel van dit onderzoek bestaat uit het empirisch onderzoek. Dit onderzoek is een kwalitatief empirisch onderzoek. De resultaten voor dit onderzoek werden verzameld aan de hand van semigestructureerde interviews met acht ziekenpastores in Vlaanderen. Zij zijn in hun pastoraal werk bezig met vroegtijdige zorgplanning. Aan de hand van een thematische analyse werden deze interviews omgezet in zes hoofdthema’s waarvan enkele verder opgedeeld zijn in subthema’s. Samen beschrijven deze thema’s hoe de pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning eruit ziet in de ziekenhuizen waar de bevraagde pastores werken.
Uit de literatuur- en empirische studie kan geconcludeerd worden dat pastores een plek hebben in de multidisciplinaire werking rond vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Zo hebben zij een focus die voordelig kan zijn in het proces. Ook voeren zij bepaalde interventies uit, waaronder het praten met patiënten, het invullen van wilsverklaringen en het vervullen van een brugfunctie. Deze interventies worden door de pastores vaak geregistreerd in het patiëntendossier van de patiënt. In het proces van vroegtijdige zorgplanning zetten de pastores ook enkele waarden centraal. Als laatste vinden ze het belangrijk om opleidingen rond vroegtijdige zorgplanning te volgen en eventueel ook zelf te organiseren. Op basis van deze resultaten worden in dit onderzoek ook enkele aanbevelingen gegeven voor ziekenhuizen en pastores. Deze beschrijven hoe zij kunnen werken rond vroegtijdige zorgplanning.

Meer lezen

De toetsingsintensiteit van de Raad van State bij beperkingen op fundamentele rechten en vrijheden

Universiteit Gent
2025
Tristan
Deleersnyder
Deze masterscriptie onderzoekt de mate van toetsingsintensiteit van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak wanneer beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden aan de orde zijn. De centrale onderzoeksvraag werd opgesplitst in drie deelvragen: (i) wat is de variërende toetsingsintensiteit van de Raad van State (ii) welke factoren verklaren een terughoudende toets, en (iii) welke omstandigheden leiden tot een meer indringende toetsing. Er werden 109 arresten geanalyseerd die in de voorbije tien jaar zijn uitgesproken. Daarbij werd zowel de structurele als de epistemologische toetsingsintensiteit onderzocht, met andere woorden: enerzijds welke
voorwaarden worden gesteld aan beperkingen van fundamentele rechten en vrijheden, en anderzijds in welke mate de Raad deze voorwaarden inhoudelijk toetst.
Uit de analyse blijkt dat de Raad van State zich ook in zaken omtrent fundamentele rechten en vrijheden doorgaans terughoudend opstelt. De proportionaliteitstoets wordt meestal ingevuld via het gebruikelijke redelijkheidsbeginsel. In tien arresten paste de Raad enkel de ‘kennelijk-niet onevenredigheidscontrole’ toe, al werd in uitzonderlijke gevallen ook een striktere toets gehanteerd.
Meer lezen

Van stereotiep naar meer gelijkwaardig? De evolutie van genderrepresentatie in talige voorbeeldzinnen uit Nederlandstalige schoolboeken tussen 1985-1999 en 2000-2015

KU Leuven
2025
Gitte
Leysen
De meeste jongeren in Vlaanderen brengen gemiddeld 32 tot 36 uur per week binnen de schoolmuren door. Hoewel digitale leermiddelen daarin alsmaar meer hun intrede maken, blijven schoolboeken een cruciaal, al dan niet nog steeds belangrijkste, medium voor scholen voor het overbrengen van kennis. Schoolboeken bevatten naast die feitelijke kennis echter ook onderliggende normen en waarden, die genderspecifieke stereotypen kunnen overbrengen. Daarbij worden bepaalde persoonlijkheidskenmerken, activiteiten en rollen toegeschreven aan personages op basis van hun
gender. Een evenwichtige en niet-stereotiepe representatie van mannen en vrouwen verkiest echter de voorkeur aangezien dergelijke genderstereotypen een negatieve invloed kunnen hebben op het welzijn en aspiraties van adolescenten.
Talrijke studies die de representatie van gender in media, zoals radio, televisie en reclame, analyseerden, stelden patronen van ongelijke representatie en traditionele rolverdelingen tussen vrouwen en mannen vast. Hoewel genderrepresentatie in schoolboeken steeds vaker wordt onderzocht, richten die onderzoeken zich nauwelijks op de evolutie van genderrepresentatie en op middelbare schoolboeken en nog minder op Nederlandstalige schoolboeken. Dit onderzoek richtte zich daarom op de
evolutie van genderrepresentatie in Nederlandstalige schoolboeken bestemd voor de middelbare school.
Deze studie voerde een kwantitatieve inhoudsanalyse uit op een corpus van 615 talige
voorbeeldzinnen uit elf verschillende schoolboeken die bestemd waren voor het vierde, vijfde en zesde middelbaar uit twee afzonderlijke periodes, namelijk 1985-1999 en 2000-2015. Deze masterproef analyseerde diverse aspecten van genderrepresentatie. Er werd gekeken naar de beroepen, rollen, activiteiten en contexten waarin mannen en vrouwen voorkwamen en naar hun relatie tot passiviteit, fysiek uiterlijk, emoties en alcohol-, tabak- en drugsgebruik. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat traditionele representaties aanwezig bleven in de geanalyseerde zinnen. In beide tijdsperiodes werden in dit corpus vrouwen vaker geassocieerd met passiviteit, fysiek uiterlijk en huishoudelijke en sociale contexten. Mannen daarentegen waren
oververtegenwoordigd in beroepsmatige en autoritaire contexten en werden vaker geassocieerd met alcohol-, tabak- en drugsgebruik. Een opvallende en zorgwekkende bevinding was dat de aanwezigheid van vrouwen in leidinggevende functies zelfs afnam, terwijl die van mannen toenam. Op dat vlak stagneerde de representatie in schoolboeken niet alleen, maar deed die zelfs een stap terug, wat ingaat tegen de maatschappelijke verwachting.
De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de dominant heersende stereotiepe
genderrepresentaties grotendeels behouden bleven doordat de traditionele representaties in 2000-2015 aanwezig bleven bij het merendeel van de variabelen. Deze masterproef toont aan dat, ondanks de vergrootte maatschappelijke aandacht voor gendergelijkheid, genderstereotypen in schoolboeken ook anno 2000-2015 hardnekkig waren. Daarmee benadrukt dit onderzoek de blijvende noodzaak voor uitgevers, auteurs en leerkrachten om kritisch en bewust om te gaan met de representatie van gender in lesmateriaal.
Meer lezen

'Netwerk niet beschikbaar' De impact van ouderlijk schermgebruik op de ontwikkeling van het kind

Thomas More Hogeschool
2025
Roos
Leten
Deze bachelorproef onderzoekt de impact van problematisch schermgebruik door ouders op de ontwikkeling van hun kind tijdens het eerste levensjaar. In een tijd waarin ouders gemiddeld vijf uur per dag op hun smartphone actief zijn, moet hun baby die cruciale eerste levensfase vaak concurreren met een scherm. Dit fenomeen, bekend als parental technoference of phubbing, kan zowel de ouder-kindinteractie als de ontwikkeling van het kind ernstig verstoren.
In deze literatuurstudie werd er systematisch gezocht naar recente wetenschappelijke inzichten over ouderlijk schermgebruik en de effecten ervan op baby’s in hun eerste levensjaar.
Resultaten tonen aan dat afgeleid ouderschap negatieve effecten heeft op meerdere
ontwikkelingsdomeinen van het jonge kind. Minder ouderlijke betrokkenheid leidt tot een
beperking van motorische stimulatie en exploratie, verminderde cognitieve prikkels en taalinput, en meer stress- en protestgedrag bij baby’s. Dit kan de veilige hechting bemoeilijken, waardoor het belangrijk is extra aandacht te besteden aan vertrouwen, emotionele stabiliteit en verbondenheid om blijvende negatieve gevolgen te voorkomen.
Een vroedvrouw volgt als professional gezinnen in het eerste levensjaar intensief op. Tijdens deze begeleiding kan zij ouders sensibiliseren rond de risico’s van overmatig schermgebruik. Door observaties, gesprekken en praktische tools kan de vroedvrouw ouders bewustmaken en ondersteunen in het creëren van warme, responsieve en authentieke interacties met hun baby.
Deze bachelorproef onderstreept de maatschappelijke relevantie van bewuster omgaan met technologie in de eerste levensfase van een kind en pleit voor een actieve rol van de vroedvrouw in dit actuele thema.
Meer lezen

Projectverslag: infographic informele melkdeling: Ter ondersteuning van educatie voor zorgverleners

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Femke
Rylant
Informele melkdeling, een kant van melkdeling die weinig aandacht krijgt en vooral geheim wordt besproken.
Met de nieuwe donormelkbanken is er ook breder gekeken naar zorgverleners die in aanraking komen met vragen naar informele deling. Zij hebben nood aan een ondersteunende tool om ook dit gesprek te kunnen voeren en vooral de veiligheid te verhogen in het mate van het mogelijke. Deze bacherlorproef legt zich toe op zo'n tool en maakt nog extra aanbevelingen.
Meer lezen

Onderschatten we de zeekreeft (Homarus gammarus)

Odisee Hogeschool
2025
Amber
Vroonen
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kreeften worden in culinaire contexten nog steeds vaak levend gekookt. Ze ondergaan lange,
stressvolle transporten, worden op zeer lage temperaturen gehouden, uitgehongerd, en blijven één
van de weinige consumptiedieren die levend verkocht en bereid worden. Deze praktijken krijgen
steeds meer kritiek naarmate het wetenschappelijk bewijs voor bewustzijn en lijdensvermogen van
schaaldieren groeit. Toch zijn kreeften in veel landen nog steeds uitgesloten van
dierenwelzijnswetgeving. Deze studie behandelt de wetenschappelijke en ethische urgentie rond de
behandeling van kreeften via een drieledig onderzoek: een literatuurstudie, een bevraging van de
publieke perceptie en een gedragsmatige trainingsproef.
We onderzochten hoe het publiek kijkt naar het welzijn van kreeften en in hoeverre dit overeenkomt
met de huidige praktijken. Daarnaast testten we of Europese kreeften (Homarus gammarus) kunnen
leren via operante conditionering, associaties kunnen vormen tussen prikkels en voedselbeloningen,
en hoe consistent ze aangeleerde gedragingen uitvoeren.
De literatuurstudie bespreekt biologie, cognitie, natuurlijk gedrag, leefomgeving, pijnperceptie en
ethische implicaties van het gebruik van kreeften in voedselsystemen. De bevindingen dagen
bestaande aannames over ongewervelden uit en roepen vragen op over de huidige omgangsvormen.
De publieksenquête (n = 334) bracht aan het licht dat, hoewel de meeste respondenten kreeft ooit
hadden geproefd, regelmatige consumptie zeldzaam was. Prijs, ethische bezwaren en gebrek aan
gelegenheid werden vaak genoemd, terwijl er sterke steun was voor betere bescherming en
humanere slachtmethoden.
Tot slot werd een gedragsmatige trainingsproef uitgevoerd met één Europese kreeft, Orion. Met
geurprikkels en een targetobject (een Kong-speeltje) vertoonde hij gedragingen die consistent zijn
met operante conditionering, zoals objectmanipulatie, probleemoplossend gedrag en doelgericht
zoeken, wat wijst op cognitieve flexibiliteit en leervermogen.
Deze bevindingen tonen een kloof tussen publieke houding, wetenschappelijk bewijs en
commerciële praktijken. Hoog-stressvolle dodingsmethoden, zoals levend koken, lijken steeds
moeilijker te rechtvaardigen. Deze studie benadrukt de nood aan wetgevende hervormingen, grotere
publieke bewustwording en verder onderzoek naar diervriendelijkere omgang met schaaldieren.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

Populierenhout als constructiehout

HOGENT
2025
Indy
Verheyen
Winnaar NBN Sustainability Award
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe lokaal populierenhout kan worden ingezet als constructiehout in Vlaanderen. Populier is een van de meest voorkomende boomsoorten in het Vlaamse landschap, maar wordt slechts beperkt benut in de bouwsector. De heersende perceptie van lage kwaliteit, gecombineerd met onduidelijke normatieve kaders, belemmert een brede marktintroductie.
De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan lokaal populierenhout op een praktische en haalbare manier beschikbaar worden gesteld als constructiehout voor bouwbedrijven in Vlaanderen? Om deze vraag te beantwoorden werd een combinatie van methodes toegepast. Enerzijds werd een literatuurstudie uitgevoerd met focus op bosinventarisgegevens, mechanische eigenschappen en houtstromen. Anderzijds werden kwalitatieve gegevens verzameld via gesprekken, werkbezoeken en sectorale studiedagen, die inzichten boden in marktpercepties en praktische haalbaarheid. Bovendien werd een prototype ontwikkeld: een cross laminated timber (CLT)-paneel uit populier, opgebouwd uit drie kruislings verlijmde lagen en verbonden met Lignoloc®-houten nagels en een tand-en-groefverbinding. Dit prototype illustreert hoe de houtsoort kan worden toegepast in modulaire wandsystemen.
De resultaten tonen dat populierenhout mechanisch vergelijkbaar is met gangbare naaldhoutsoorten zoals vuren en grenen, mits correcte dimensionering en toepassing. Ecologisch scoort populier sterk dankzij de korte rotatieperiode, de hoge CO₂-opslag en de lokale beschikbaarheid. Toch blijven de praktische toepassingen beperkt door normatieve onzekerheden en een negatief imago in de sector.
Dit onderzoek bevestigt dat populier, mits verdere normatieve erkenning en bewustmaking bij bouwactoren, kan uitgroeien tot een waardevolle en duurzame grondstof in circulaire bouwmodellen.
Door de combinatie van lokale beschikbaarheid, korte rotatiecycli en de mogelijkheid tot verwerking in circulaire bouwsystemen draagt populier niet alleen bij aan een versterking van de Vlaamse houtsector, maar ook aan de realisatie van bredere klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen.
Meer lezen

"Un genre qui lui appartient en toute propriété." Marie-Antoinette Marcotte (1867-1929) en de weergave van de serre in de West-Europese schilderkunst tussen 1850 en 1930.

Universiteit Gent
2025
Marie
Harteel
Aan het einde van de 19e eeuw maakte de Frans-Belgische kunstenares Marie-Antoinette Marcotte haar handelsmerk van een uniek artistiek onderwerp: de serre. Talloze contemporaine recensies prijzen haar talent om de zonnige kleuren en broeierige atmosfeer op doek vast te leggen. Het originele onderwerp speelde tegelijk in op de maatschappelijke belangstelling voor de serrecultuur in Europa. Aan de hand van historisch en iconografisch onderzoek van het oeuvre van Marcotte en een 100-tal schilderijen door andere Europese kunstenaars wordt nagegaan hoe verschillende waarden, praktijken en sociale problematieken omtrent de serrebouw in de West-Europese samenleving tussen 1850 en 1930 in de schilderkunst zichtbaar worden. Het uitgangspunt van dit onderzoek is om primaire bronnen, archiefmateriaal en secundaire literatuur te combineren met iconografische analyse om de artistieke afbeelding van serres diepgaand te begrijpen.

Het eerste hoofdstuk belicht de sociaalhistorische bestaansvoorwaarden die de idylle van de serrecultuur mogelijk maken. Zowel de lokale en internationale populariteit van horticulturele tentoonstellingen als de koloniale botanica worden onderzocht. Om de planten in leven te houden was verder veel werk en zorg nodig. Afbeeldingen van de arbeidersklasse in de serres zijn uitzonderlijk, maar vormen belangrijke getuigenissen van het anders onzichtbare werk dat beladen is met complexe sociale en genderdynamieken. De actieve arbeid die in de schilderijen terug te vinden is, is op zijn best in een verwaterde versie herkenbaar in afbeeldingen van de bourgeoisie in de plantenkas.
Hoofdstuk twee belicht de weergave van de burgerij, voor wie de serres vooral ruimtes waren voor vrijetijd en ontspanning, alleen of met gezelschap. Daarnaast was de serre een locus van sociale interactie. Gaande van intieme relaties in de domestieke plantenkassen tot zien en gezien worden in de publieke wintertuinen, en van moederschap tot romantische allusies – de schilderijen brengen een brede waaier aan interpersoonlijke dynamieken in beeld.
In het laatste hoofdstuk wordt Marcottes oeuvre geanalyseerd vanuit een specifiek kunsthistorisch standpunt: het genre van het serreschilderij wordt uitgeklaard vanuit het perspectief van het bloemstuk en de daarmee geassocieerde genrehiërarchie en genderconnotaties. Ondanks dit traditioneel verwantschap worden conventies uitgedaagd door de vormelijke kracht van de architectuur enerzijds en de symbolische verbondenheid ervan aan ideeën van technologische vooruitgang en moderniteit anderzijds.

Gekaderd in de kunsthistorische evolutie van het bloemstuk, de sociaalhistorische relevantie van de serrebouw en het werk van haar tijdgenoten toont dit onderzoek de relevantie aan van Marcottes deeloeuvre als zijnde zowel vernieuwend als symptomatisch voor de tijdsgeest waarin het gemaakt werd.
Meer lezen

Van lerarenopleiding naar beroep: Een mixed-method onderzoek naar de relatie tussen autonome motivatie, self-efficacy, zelfbeeld en de instapintentie van student-leraren

Universiteit Gent
2025
Kylian
Almey
Tegen de achtergrond van het Vlaamse lerarentekort is de instroom van afgestudeerde
student-leraren in het lerarenberoep cruciaal. Een kwart van de afgestudeerde student-leraren
secundair onderwijs stapt niet in het beroep binnen de drie jaar na het afstuderen. In de
onderzoeksliteratuur is er echter weinig recent Vlaams onderzoek dat autonome motivatie,
self-efficacy en zelfbeeld van student-leraren in verband brengt met de instapintentie.
Voorliggend masterproefonderzoek komt aan dit hiaat tegemoet door deze relaties in kaart te
brengen. Om dit te onderzoeken werd een mixed-method onderzoeksdesign opgezet. In het
kwantitatieve onderzoeksluik werd een online vragenlijst afgenomen bij 531 student-leraren
secundair onderwijs. Vervolgens werden de antwoorden geanalyseerd met behulp van een
hiërarchische regressieanalyse. Op die manier konden de verbanden tussen autonome
motivatie, self-efficacy, zelfbeeld en de instapintentie gekwantificeerd worden. In het
kwalitatieve onderzoeksluik werden 16 student-leraren secundair onderwijs geïnterviewd met
als doel de statistische verbanden te interpreteren en te verklaren. Met behulp van een
thematische analyse werden deze interviewdata geanalyseerd. Uit zowel de kwantitatieve als
kwalitatieve resultaten blijkt dat autonome motivatie en zelfbeeld een positieve relatie vertonen
met de instapintentie. Het resultaat voor self-efficacy is daarentegen minder eenduidig. De
kwantitatieve data wijzen op een significante negatieve relatie en de kwalitatieve data op een
positieve relatie tussen self-efficacy en de instapintentie. Een mogelijke verklaring is dat
andere factoren in vergelijking met self-efficacy meer doorwegen op de instapintentie of dat
het effect van self-efficacy afhangt van het niveau van autonome motivatie en zelfbeeld. De
kwalitatieve resultaten tonen aan dat naast autonome motivatie, self-efficacy en zelfbeeld er
diverse factoren zijn die invloed hebben op de instapintentie. Een andere bevinding uit het
kwalitatieve onderzoeksluik is dat de lerarenopleiding en stage-ervaringen een aanzienlijke rol
spelen in de ontwikkeling van autonome motivatie, self-efficacy en zelfbeeld bij student
leraren. Op basis van deze inzichten zijn er verschillende aanbevelingen aangereikt voor praktijk en beleid.
In de scriptie worden ook limitaties van het onderzoek en suggesties voor vervolgonderzoek
besproken.
Meer lezen

LEVENSKWALITEIT VAN PATIËNTEN MET EEN STEUNHART: TOEPASSING VAN DE QOLVAD-VRAGENLIJST EN ANALYSE VAN GEASSOCIEERDE FACTOREN

Universiteit Gent
2025
Steffi
Demeyer
Doelstelling
Hartfalen is wereldwijd een toenemend gezondheidsprobleem. Left Ventricular Assist Devices (LVAD’s) verbeteren zowel overleving als levenskwaliteit (HRQoL) bij terminaal hartfalen. Generieke meetinstrumenten meten de specifieke impact van een LVAD op HRQoL onvoldoende. Deze pilootstudie meet HRQoL bij Vlaamse LVAD-patiënten met een ziektespecifiek meetinstrument: de QOLVAD-vragenlijst, en identificeert factoren die met HRQoL samenhangen.

Methode
In de cross-sectionele pilootstudie (n = 8) werd HRQoL bij LVAD-patiënten uit 2 Vlaamse universitaire centra gemeten met de EQ-5D-3L en QOLVAD-vragenlijst en onderling vergeleken. Wilcoxon-Signed Rank testen vergeleken de resultaten van de QOLVAD-vragenlijst met een referentiecohort. Bivariate analyses identificeerden factoren geassocieerd met HRQoL en werden aangevuld met een verdiepend literatuur-onderzoek.

Resultaten
De HRQoL-metingen met EQ-5D-3L en QOLVAD toonden discrepanties in het fysieke en emotionele domein. De steekproef rapporteerde significant hogere HRQoL op de QOLVAD dan het referentiecohort (p = 0.04), maar lagere scores op het spirituele domein (p = 0.07). Bivariate analyses wezen op negatieve associaties met ernstige complicaties (p = 0.12), BMI (p = 0.16), aantal ziekenhuisopnames (p = 0.24), hogere leeftijd (p = 0.35) en implantatie als DT (p = 0.14). Verdiepend literatuuronderzoek bevestigde deze verbanden en identificeerde bijkomende determinanten, waaronder psychiatrische aandoeningen, cognitieve vaardigheden en tewerkstelling.

Conclusie
De studiepopulatie vertoonde een hoge HRQoL met de QOLVAD-vragenlijst. Verschillen tussen EQ-5D-3L en QOLVAD onderstrepen het klinisch nut van de QOLVAD als sensitief meetinstrument voor LVAD-specifieke uitdagingen, zeker bij patiënten met risicofactoren voor een lagere HRQoL. Verdere Europese validatie en onderzoek naar HRQoL bij LVAD-patiënten in Europa zijn aanbevolen.
Meer lezen

Obstetrisch geweld in Sub-Saharaans Afrikaanse en Europese contexten. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniale feministische lens.

Universiteit Gent
2025
Yana
Demey
Obstetrisch geweld en respectvolle geboortezorg staan op de agenda van overheden en internationale vrouwen- en gezondheidsorganisaties, met name in lage- en middeninkomenslanden. Obstetrisch geweld is een vorm van gendergerelateerd en medisch geweld dat historisch voortkomt uit genderongelijkheid, de ontwikkeling van de biomedische wetenschap en koloniale verhoudingen. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniaal feministische lens waarbij 25 gepubliceerde gezondheidsonderzoeken werden geanalyseerd, toont hoe het concept van respectvolle geboortezorg een vorm van kolonialiteit inhoudt, obstetrisch geweld als een kleurenblind concept wordt toegepast en hoe de epistemische kennis van bevallende vrouwen niet of nog onvoldoende erkend wordt.
Meer lezen

Hoe dragen muzikale verhalen bij aan het creëren van een veilige ervaring voor kinderen van 4 tot 8 jaar tijdens medische procedures volgens de PROSA-aanpak?

Hogeschool UCLL
2025
Kim
Van Vlaenderen
Muzikale verhalen als afleidingsmethodiek binnen de PROSA-aanpak

Deze bachelorproef onderzoekt hoe muzikale verhalen kunnen bijdragen aan een veilige ervaring voor kinderen van 4 tot 8 jaar tijdens medische procedures. Het praktijkgericht onderzoek werd uitgevoerd op de kinderafdeling van het Noorderhart Mariaziekenhuis in Pelt en sluit aan bij de PROSA-aanpak (Procedurele Sedatie en Analgesie), die comfort, veiligheid en verbondenheid centraal stelt.

Muziek bleek vanuit literatuur en praktijk een krachtige bron van troost en afleiding. Het activeert het limbisch systeem, stimuleert dopamine-afgifte en verlaagt stress. Binnen de methodiek kiezen kinderen interactieve verhalen en sturen ze het verloop mee door instrumenten te bespelen. Deze combinatie van verbeelding, muziek en keuzevrijheid vergroot hun gevoel van autonomie en controle, passend bij hun ontwikkelingsfase.

Drie casussen tonen de meerwaarde en nuances van de aanpak. Bij een 4-jarige jongen met traumatische voorgeschiedenis bood het verhaal aanvankelijk rust, maar was aanvullende ondersteuning nodig bij hernieuwde paniek. Een bijna 6-jarig meisje zonder trauma bleef volledig ontspannen en merkte de prik nauwelijks op. Een 8-jarig meisje bleef gefocust en wilde de methode bij een volgend bezoek opnieuw gebruiken. Ouders en verpleegkundigen rapporteerden consequent positieve effecten zoals ontspanning, verminderde angst en plezier.

De analyse wijst uit dat effectiviteit afhankelijk is van leeftijd, eerdere ervaringen en procedureduur. Bij kinderen zonder trauma volstaat de methodiek vaak, terwijl bij belaste voorgeschiedenis extra interventies nodig kunnen zijn. Cruciaal zijn de keuzemomenten in het verhaal, die kinderen controle en betrokkenheid geven.

Voor duurzame implementatie werden een draaiboek voor pedagogisch medewerkers en een ouderfolder ontwikkeld. Deze bevatten praktische richtlijnen voor voorbereiding, opstelling, interactieve verteltechnieken en ouderbetrokkenheid. Zo wordt de methodiek structureel verankerd in de zorgpraktijk.

De conclusie luidt dat muzikale verhalen een waardevolle, kindgerichte afleidingsmethodiek zijn binnen de PROSA-aanpak. Ze bieden kinderen rust, plezier en controle, versterken de verbinding met ouders en zorgverleners, en kunnen in veel gevallen ingezet worden zonder sedatie. De methodiek is praktisch uitvoerbaar en vormt een duurzame aanvulling op bestaande comfortzorg. Verdere samenwerking en uitbreiding van de verhalenbundel kunnen het aanbod in de toekomst verrijken.
Meer lezen

Tussen voelen en vertellen: De emotionele cultuur tijdens de jaren 1960 in Vlaanderen

KU Leuven
2025
Lies-An
Desaever
Dit onderzoek focust zich op het voelen en het vertellen. Centraal staan de emotionele
herinneringen en herinnerde emoties van vertellers die opgroeiden tijdens de jaren 1960. Aan de hand van mondelinge interviews werd onderzocht hoe de emotionele cultuur in Vlaanderen tijdens dit decennium verschoof, en hoe de emotionele stijlen tussen stad en platteland verschilden. Daarvoor werden achttien vertellers geselecteerd die zowel op het West- en Oost-Vlaamse platteland als in de steden Kortrijk en Gent opgroeiden tijdens hun tienerjaren.

De analyse onderscheidt drie thema’s die inzicht geven in de toenmalige emotionele cultuur: het emotionele zelf, het gezin en de gemeenschap, en de invloed van technologie en de opkomst van de consumptiecultuur. De interviews tonen aan dat er een overgangsfase plaatsvond in de emotionele beleving, waarin de externe en relationele emoties aan belang verloren ten voordele van het interne zelf. Binnen de emotionele opvoeding is er vooral een verschil te zien, waarbij autoriteitsfiguren streefden naar stabiliteit en discipline, terwijl jongeren naar vrijheid en verbondenheid verlangden. De opkomst van de consumptiecultuur en de verspreiding van technologie beïnvloedde eveneens het emotioneel zijn. Er ontstond een tendens van verbondenheid en afstand, collectief geluk, maar vooral een stijgend individualisme.

Dit onderzoek biedt een andere kijk op het verleden door de focus te leggen op het belang van emoties. Het brengt de belevingsdimensie van het persoonlijke en geleefde verleden in beeld en toont hoe jongeren hun emoties ontwikkelden in een veranderende samenleving. Het theoretische fundament van dit onderzoek combineert inzichten uit de emotiegeschiedenis en mondelinge geschiedenis, en vult hiaten aan met multidisciplinaire literatuur. Zo levert dit onderzoek zowel methodologisch als inhoudelijk een bijdrage aan de historiografie. Het bewijst een vruchtbaar pad voor verder onderzoek naar de wisselwerking tussen emotie, herinnering en identiteit in verschillende historische contexten.
Meer lezen

HOOG SENSITIVITEIT IN HET DOMEIN VAN DE SENSUALITEIT Een beschrijvend onderzoek naar het verband tussen hoog sensitiviteit en seksualiteit

KU Leuven
2025
Vanessa
Verlinden
Deze masterproef onderzoekt de mogelijke invloed van hoog sensitiviteit op seksualiteit, beide worden beïnvloed door een combinatie van persoonlijkheidskenmerken en biologische factoren. Ondanks het feit dat hoog sensitiviteit een aantoonbare impact kan hebben op de fysieke en mentale gezondheid (Costa-lópez et al.,2021), is de relatie met seksuele gezondheid tot op heden weinig onderzocht. Voorts blijkt uit onderzoek van Lionetti et al. (2018) dat hoog sensitieve personen, door hun verhoogde gevoeligheid voor positieve omgevingsinvloeden, ook sterker kunnen reageren op psychotherapeutische interventies. Dit impliceert dat hun verhoogde kwetsbaarheid tegelijk ook kansen biedt voor een effectieve behandeling.
In het kader van dit beschrijvend onderzoek werd via sociale media en HSP Vlaanderen een online vragenlijst verspreid, resulterend in een steekproef van 273 respondenten die voldeden aan de inclusiecriteria. De vragenlijst omvatte reeds gevalideerde vragenlijsten die persoonlijkheidskenmerken, Sensation Seeking, seksuele inhibitie en excitatie en seksuele disfuncties nagaan. Bij de analyses werd er een onderscheid gemaakt op basis van geslacht en Sensation Seeking. Er werden 241 vrouwen en 32 mannen weerhouden met een HSP score die boven gemiddeld was.
De resultaten toonden enkele discrepanties met de bestaande literatuur wat betreft persoonlijkheidskenmerken. Hoog sensitieve personen scoorden doorgaans lager op extraversie, terwijl het gemiddelde in deze steekproef het theoretisch gemiddelde benaderde. Ook op vriendelijkheid lag het gemiddelde hoger dan wat de literatuur aangeeft. De hogere scores op openheid en neuroticisme bij hoog sensitieve personen werden wel bevestigd. Deze kenmerken kunnen enerzijds bijdragen aan grotere seksuele tevredenheid, maar anderzijds ook een negatieve invloed uitoefenen door verhoogde prikkelgevoeligheid. Ook op het vlak van seksuele inhibitie en excitatie waren er afwijkingen. Mannen scoorden hoger dan vrouwen op inhibitie, terwijl vrouwen hoger scoorden op excitatie. Opvallend is dat de hoog sensitieve personen in dit onderzoek vaker seksuele problemen, lijdensdruk en seksuele disfuncties rapporteerden dan wat in de algemene Vlaamse populatie werd vastgesteld in het Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013). De hogere prevalentie van seksuele disfuncties kon echter niet worden verklaard op basis van seksuele inhibitie, excitatie of Sensation Seeking.
Uit deze studie blijkt dat hoog sensitieve personen hoog scoren op vriendelijkheid en openheid, waardoor ze mogelijk een hogere seksuele tevredenheid ervaren. Daarnaast lopen ze een verhoogd risico op seksuele problemen en eventuele lijdensdruk, waardoor er mogelijk ook meer kans is op seksuele disfuncties. Hoog sensitieve personen vertegenwoordigen vermoedelijk een groot deel van de populatie die vroeg of laat nood heeft aan seksuologische hulpverlening. Het is dan ook opportuun om seksualiteit in relatie tot hoog sensitiviteit verder te onderzoeken, bij voorkeur op basis van grotere en meer representatieve steekproeven om de bevindingen te versterken. Daarbij verdient ook de rol van mogelijke biologische factoren aandacht. Tot slot is het aangewezen om bestaande interventies meer toe te spitsen op specifieke kenmerken van hoog sensitieve personen. Meer inzicht in de seksuele beleving van hoog sensitieve personen is niet alleen van belang voor henzelf, maar ook voor hun partners en de hulpverleners die hen begeleiden bij seksuele bezorgdheden.
Meer lezen