Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Rituele passage

KU Leuven
2024
Lanaya
De Naeyer
Deze masterproef is tot stand gekomen binnen de opleiding Interieurarchitectuur aan de KU Leuven, met als thema ‘The Bright Side of the Moon’. Deze publicatie biedt een inkijk in het ontwerpend onderzoek voor de masterproef ‘rituele passage’. Het onderwerp werpt een kritische en deconstructivistische blik op de transitie die plaatsvindt bij nabestaanden. Het onderzoek is voortgekomen uit persoonlijke ervaringen met plotseling verlies en het herbestemmen van ‘toegangbare plekken’ in zowel kerkgebouwen als publieke ruimtes. Als toekomstig interieurarchitect streef ik ernaar om telkens het persoonlijke, zowel van mezelf als van mijn omgeving, te integreren in het ontwerp, waardoor het begrip ‘interieur’ zich ontwikkelt tot een breder concept zonder grenzen.
Ik wil graag mijn dank uitspreken aan mijn begeleidende docenten, Tom Callebaut, Ignaas Back, Hilde Bouchez en Klaas Vanslembrouck, voor hun waardevolle begeleiding, kritische inzichten en motivatie tijdens het proces. Daarnaast wil ik mijn familie en vriend bedanken, en in het bijzonder mijn overleden vader, die mij altijd heeft gesteund en geholpen gedurende deze jaren. Deze masterproef is voor ons, papa.
Meer lezen

De kracht van context, de kunst van meten Valideringsstudie van een vignetteninstrument voor datageletterdheid van Vlaamse leraren basis- en secundair onderwijs

Universiteit Antwerpen
2024
Andy
Boydens
Onderzoek toont aan dat data-geïnformeerde beslissingen cruciaal zijn voor leerkrachten om effectief lesgeven. Daardoor is diepgaand empirisch bewijs over datageletterdheid, de kennis en vaardigheden om deze beslissingen te nemen in combinatie met specifieke kennisdomeinen eigen aan de werkcontext van
leerkrachten, noodzakelijk. De contextuele diversiteit van het onderwijslandschap daagt onderzoekers echter uit om datageletterdheid adequaat te meten. Leraren onderwijzen namelijk verschillende vakken en leergebieden, met een specifieke vakinhoud, curriculum en didactiek. Bovendien variëren leerkrachten in onderwijsniveaus, klassamenstellingen, lokale contexten en onderwijswaarden. Meetinstrumenten kunnen dus niet omheen deze contextpremisse.
Dit onderzoek gaat deze uitdaging aan door ontwerpprincipes van factoriele survey-experimenten (FSE) te integreren in een contextrijk vignetteninstrument voor het meten van de datageletterdheid van Vlaamse leerkrachten basis- en secundair onderwijs. Meer specifiek beoordeelde deze studie de inhouds- en
constructvaliditeit van dit instrument via een kwalitatieve aanpak. Op basis van twaalf think-aloud interviews van Vlaamse leerkrachten, die variëren in onderwijsniveau (basis- en secundair onderwijs) en hun gehanteerde evaluatiepraktijk (cijferrapporten versus letter-, woord- en symboolrapporten), rapporteert dit onderzoek twee
belangrijke bevindingen. Ten eerste bleek het vignetteninstrument, door de factoren onderwijsniveau en evaluatiepraktijk te integreren, in staat om inhoudelijk valide metingen te verrichten voor datageletterdheid (inhoudsvaliditeit). Respondenten gebruikten bij het beantwoorden van de vignetten hun specifieke vakkennis,
curriculumkennis en algemene pedagogische kennis. Daarnaast bleek het instrument ook in staat om leerkrachten hun pedagogisch-inhoudelijke kennis, hun kennis over hun leerlingen, onderwijscontext en onderwijswaarden aan te doen boren. Ten tweede bleek het instrument effectief te zijn om de contextuele diversiteit te overbruggen, waardoor ze in staat is om dezelfde kennis en vaardigheden, consistent en gelijkwaardig, te meten bij alle respondenten (constructvaliditeit).
Dit onderzoek effent daardoor het pad voor onderwijsonderzoekers en beleidsmakers om via een FSE-design datageletterdheid adequaat te meten én biedt eveneens een nieuw methodologisch perspectief binnen het
complexe datageletterde discours.
Meer lezen

Media in de kleuterklas: Het creatief denken stimuleren

Hogeschool PXL
2024
Britt
Roosen
Als bachelorproef onderwerp heb ik gekozen voor media in de kleuterklas. Ik heb onderzocht hoe ik het creatief denken bij kleuters van de derde kleuterklas kan stimuleren met behulp van een toolbox met verschillende mediamaterialen rond muzische vorming en diverse activiteiten.

Mijn ontwerp is een toolbox met verschillende mediamaterialen, diverse activiteiten, handleiding en een kijkwijzer. De toolbox is bedoeld voor gebruik in de kleuterklas en is zodanig ontworpen dat kleuters er zelfstandig en toegankelijk mee aan de slag kunnen. De open opdrachten in de toolbox geven de kleuters de ruimte en vrijheid om procesgericht met media te werken.
Meer lezen

Gebruik van onderzoeksevidentie bij leerkrachten lager en secundair onderwijs in Vlaanderen

Universiteit Antwerpen
2024
Bart
De Maesschalck
Genomineerde longlist Klasseprijs
De aandacht voor evidence-informed werken in het onderwijs is enorm gestegen. Ook leerkrachten kunnen
evidence-informed werken door onderzoeksevidentie te gebruiken om hun lesgeven te informeren. In
Vlaanderen is onderzoek naar het gebruik van evidentie door leerkrachten schaars. Deze studie onderzocht de
gebruiksdoelen, attitudes en drijfveren van Vlaamse leerkrachten ten aanzien van het gebruik van
onderzoeksevidentie in het lager en secundair onderwijs en bracht ook de professionaliseringsactiviteiten in
kaart aan de hand van een vragenlijst. Daarnaast ging deze studie na of er verschillen zijn tussen leerkrachten in
het lager en secundair onderwijs, en of er voorspellers zijn die een effect hebben op de gebruiksdoelen van
onderzoeksevidentie. De resultaten tonen aan dat leerkrachten voornamelijk conceptuele benaderingen
gebruiken bij het toepassen van onderzoeksevidentie, waarbij de focus ligt op het veranderen van de zienswijze
van een probleem of oplossing. Autonome motivatie blijkt de belangrijkste drijfveer te zijn voor leerkrachten om
onderzoeksevidentie te gebruiken. Alhoewel leerkrachten bovengemiddeld deelnemen aan
updatingsactiviteiten, reflectieve activiteiten en samenwerkingsactiviteiten, krijgt het lezen van
onderzoeksevidentie minder prioriteit dan andere vormen van professionalisering. Er zijn twee cruciale
verschillen tussen leraren lager onderwijs en leraren secundair: leraren uit het secundair onderwijs doen meer
aan reflectieve activiteiten en bezitten meer gecontroleerde motivatie om onderzoeksevidentie te gebruiken ten
opzichte van hun collegae in het lager. Ten slotte blijken autonome motivatie en in meer of mindere mate
deelnemen aan updatingsactiviteiten voorspellers te zijn voor het gebruik van evidentie, terwijl gecontroleerde
motivatie een duidelijke voorspeller voor opgelegd gebruik van evidentie is. Deze bevindingen accentueren het
belang van ondersteuning en opleiding van de leerkracht om het gebruik van onderzoeksevidentie te bevorderen
en zo de onderwijskwaliteit te verbeteren. Verder onderzoek naar effecten op gebruik van onderwijsevidentie
bij leraren in Vlaanderen dringt zich op aangezien lesgeven meer impact op de leerresultaten heeft dan elk ander
aspect van onderwijs.
Meer lezen

Allemaal Digitaal

Hogeschool VIVES
2024
Nina
Noppe
  • Carol
    Remaut
  • Beau
    Ketels
  • Bieke
    Allegaert
  • Jasna
    Devriese
  • Neal
    Papegaey
  • Louise
    Dieryck
Tijdens deze bachelorproef gaan wij als studenten van hogeschool VIVES aan de slag met het project ‘Allemaal Digitaal’, dit in samenwerking met stad Kortrijk. Het project richt zich op de ‘digipunten’ in en rond Kortrijk. Dit zijn fysieke locaties waar inwoners toegang hebben tot computers, internet en digitale ondersteuning. Het is om deze digipunten bekender te maken bij een breder publiek. Wij merkten door ons onderzoek op dat deze locaties voornamelijk door dezelfde groep mensen worden gebruikt en dat nieuwe gebruikers moeilijk worden bereikt. Wij zijn van mening dat het essentieel is dat iedereen gelijke toegang heeft tot digitale middelen en vaardigheden, vooral gezien de toegenomen rol van digitale diensten, versneld door de COVID-19-pandemie. Digipunten zien wij als cruciale schakels in het bevorderen van digitale inclusie en het verkleinen van de digitale kloof. We willen de rol van deze digipunten binnen de gemeenschap versterken, zodat meer inwoners van Kortrijk hiervan op de hoogte zijn en er gebruik van kunnen maken.

Onze literatuurstudie behandelt enkele belangrijke termen en verduidelijkt deze. We beginnen met een uitleg over wat digitalisering inhoudt, gevolgd door een bespreking van digitale uitsluiting en digitale inclusie. Uit de literatuurstudie concluderen we dat digitalisering een voortdurende transformatie is waarbij digitale communicatie en toepassingen centraal staan. Het heeft een diepgaande impact op organisaties, onderwijs, gezondheidszorg en burgerschap. De voordelen en uitdagingen van digitalisering worden besproken in een SWOT-analyse.

We belichten ook de huidige visie op digitale uitsluiting, waarbij we erkennen dat mensen uit alle lagen van de maatschappij hier slachtoffer van kunnen zijn, ongeacht hun sociale status of opleidingsniveau. Ondanks de toenemende toegang tot internet blijft het niveau van digitale vaardigheden achter, wat het risico op digitale uitsluiting verhoogt. Daarnaast hebben we onderzoek gedaan naar bestaande initiatieven in Kortrijk en andere Belgische steden.

Na de literatuurstudie voerden wij een kwalitatief onderzoek uit, waarbij we experts interviewden die ons inzicht gaven in de aanpak van digitalisering en de bijbehorende uitdagingen. Daarnaast analyseerden we de reeds bestaande digipunten van Kortrijk en deelgemeenten om hun efficiëntie en toegankelijkheid te evalueren. We gingen hierbij in gesprek met buurtbewoners om hun ervaringen met deze initiatieven te begrijpen.

Na onze literatuurstudie in combinatie met ons onderzoek, werkten we een project uit met bijhorende aanbevelingen en suggesties. De stappen die we binnen ons project ondernomen hebben zijn gedetailleerd en chronologisch uitgewerkt binnen ons draaiboek. We werkten een poster, een uitnodiging, de Digimobiel met het draairad, goodiebag uit en herwerkten de bestaande folder.
Meer lezen

Agressiepreventie bij de psychosegevoelige populatie binnen de forensische psychiatrie

Thomas More Hogeschool
2024
Pieter
Boffin
Hoe verpleegkundigen op een opnameafdeling binnen de forensische psychiatrie effectiever kunnen omgaan met agressie bij psychosegevoelige patiënten.

Meer lezen

Etnisch ondernemerschap in Beringen: Wat zijn de verschillen en gelijkenissen tussen de eerste, tweede en derde generatie Turkse migranten?

Universiteit Antwerpen
2024
Mahmut Can
Akbudak
Op internationaal niveau zijn er veel onderzoeken verricht omtrent etnisch ondernemerschap. In België en Vlaanderen is dat echter vrij beperkt. Dit onderzoek probeert hier een bijdrage aan te leveren. Het onderzoek focust meer specifiek op wat de verschillen en gelijkenissen zijn in ondernemerschap tussen Turkse ondernemers met een migratieachtergrond van de eerste, tweede en derde generatie in Beringen. De casestudy wordt uitgevoerd in Beringen, omdat die stad een grote Turkse gemeenschap en een rijke migratiegeschiedenis heeft. Er werden elf Turkse ondernemers geïnterviewd aan de hand van een interviewgids, waarbij de data werd getranscribeerd en opgenomen in de analyse. Uit de resultaten blijkt dat er evolutie te zien is in etnisch ondernemerschap in Beringen. Turkse ondernemers groeien en breiden hun economische activiteiten uit en focussen zich op klanten buiten de etnische groep. Ondanks de uitdagingen die Turkse ondernemers ondervinden, vermelden de geïnterviewde zaakvoerders dat hun etnische achtergrond een positieve rol speelt in hun ondernemerschap. Niettemin zijn er opportuniteiten beschikbaar voor beleid die de slaagkansen van etnische ondernemers zullen vergroten. Bovendien kan het interessant zijn voor academici en beleidsmakers om meer onderzoek te voeren rond de derde generatie etnische ondernemers omdat het een vrij jonge generatie is waarbij er weinig informatie beschikbaar is. Een onderzoek over dit onderwerp is sociaal en maatschappelijk relevant omdat het bijdraagt aan een groter begrip van de superdiversiteit in de samenleving. Daarnaast kan ondernemerschap bijdragen aan inclusie en groei ongeacht geslacht, ras of etniciteit.
Meer lezen

Nederlandse innovatieve online-tools ook bruikbaar in Vlaanderen?

Hogeschool VIVES
2024
Kaiby
Francis
Het is me een genoegen dat ik mijn bachelorproef aan u presenteer. Als een toekomstig leerkracht,
heb ik altijd een interesse gehad in de manier waarop leerlingen het beste worden ondersteund bij
hun leerproces. Tijdens mijn studie hoorde ik heel wat over de noodzaak van innovatieve
leerstrategieën in het lager onderwijs in combinatie met digitale tools.
Mijn ervaringen in Nederland, waar ik drie maanden verbleef en waar de digitalisering al een stap
verder is, hebben mij geïnspireerd om dit onderwerp verder te onderzoeken. Het is interessant om te
zien hoe leerlingen hier reageren en of deze digitale manier van leren effectiever is. Ik werkte aan een
project in België om deze methode te testen en te evalueren. Dit project is een belangrijke stap in de
ontwikkeling van een effectieve leerstrategie in het lager onderwijs.
Ik wil mijn begeleiders, H. Verkest, L. Van Eecke en A. Debo, bedanken voor hun steun en inzichten
tijdens de voorbereiding en het onderzoek. Ik wil ook mijn mentoren, P. Dekruijter en N. Delestrez,
bedanken voor hun ervaring en inzichten in het lager onderwijs, ze gaven mij ook de kansen om het
project op te stellen.
Ik hoop dat mijn onderzoek een bijdrage levert aan de ontwikkeling van effectieve leerstrategieën via
digitalisering in het lager onderwijs en dat het een inspiratie is voor andere leerkrachten om
innovatieve manieren te vinden om hun leerlingen te ondersteunen.
– K.Francis, Ieper, 10 juni
Meer lezen

Eindrapport_Protocol_voor_Rode_Kruis_over_SGG

Hogeschool VIVES
2024
Griet
Stoffels
  • Gresa
    Sadiku
  • Samira
    Radwan
  • Valerie
    Pollefliet
  • Britt
    Vervaeke
  • Shaima
    Khan
  • Thayline
    Mahieu
  • Febe
    Vanoverschelde
In onze bachelorproef “Een protocol ontwikkelen voor vrijwilligers van het Rode Kruis West-Vlaanderen omtrent seksueel grensoverschrijdend gedrag” werd een literatuurstudie en een kwalitatief onderzoek uitgevoerd om relevante informatie te verkrijgen waarmee we een kaderprotocol konden opstellen.

We ontworpen in opdracht van het Rode Kruis West-Vlaanderen een kaderprotocol waarin concreet beschreven staat welke stappen vrijwilligers van de medische en psychosociale dienst van het Rode Kruis West-Vlaanderen dienen te ondernemen om slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) op muziekfestivals en –evenementen zo correct mogelijk te behandelen op medisch, te ondersteunen op psychosociaal en te begeleiden op gerechtelijk vlak en door te verwijzen naar bevoegde en gespecialiseerde diensten. Het uitgewerkt stappenplan gaat in werking vanaf het moment van aanmelding van het slachtoffer tot de doorverwijzing naar een gespecialiseerde dienst of totdat het slachtoffer de hulppost verlaat. Naast het protocol maakten we een flowchart met een overzichtelijk stappenplan van het uitgebreid protocol voor de vrijwilligers en een flyer met tips en doorverwijsmogelijkheden voor de slachtoffers. We keken ook kritisch naar ons eigen kaderprotocol. Zo gaven we Rode Kruis West-Vlaanderen enkele aanbevelingen mee die in acht moeten genomen worden vooraleer ze ons protocol effectief in de praktijk kunnen gebruiken.

Allereerst deden we een literatuurstudie waarin diverse relevante onderwerpen onder de loep werden genomen. Eerst namen we onze opdrachtgever, het Rode Kruis West-Vlaanderen onder de loep waarna we ons verdiepten in de begrippen grensoverschrijdend gedrag (GOG) en SGG. Verder deden we een studie naar het wettelijk kader rond SGG en welke handvaten er al bestaan rond dit thema. Het Zorgcentrum na Seksueel (ZSG), wat een protocol is en hoe dit wordt opgesteld werd ook onderzocht.

Daarnaast voerden we een kwalitatief onderzoek aan de hand van interviews. Door het afnemen van deze interviews ontdekten we wat er al dan niet gedaan en gezegd mag worden op medisch, psychosociaal en gerechtelijk vlak, wat de doorverwijsmogelijkheden zijn en wat niet mag ontbreken in ons protocol.

Tot slot stelden we het protocol op aan de hand van de resultaten en de antwoorden op onze onderzoeksvragen.
Meer lezen

zorggarantie voor ouders met een verstandelijke beperking

Hogeschool VIVES
2024
Eva
Laperre
  • Chanel
    Bonte
  • Rhune
    Dessein
  • Eva
    Laperre
  • Drieke
    Linseele
  • AnnaÏgue
    Mathurel
  • Margot
    Moons
  • Nyobe
    Saelens
  • Margo
    Vandekerkhove
We maakten een woord- en beeldverhaal. Dit konden we maken door een uitgebreide literatuurstudie te doen en een kwalitatief onderzoek uit te voeren. Dit woord- en beeldverhaal is gemaakt voor ouders met een verstandelijke beperking om zorggarantie en een zorgtafel uit te leggen. Hiernaast maakten we ook een handleiding, deze handleiding is bedoeld voor de aanmelders. De handleiding bevat het woord- en beeldverhaal met extra informatie over wat er moet verteld worden bij elke prent.
Meer lezen

8800 op Kinderkoers!

Hogeschool VIVES
2024
Justine
Delrue
  • Lana
    De Kerpel
  • Hanne
    Demey
  • Marie-Flore
    Janssens
  • Jorunn
    Hosseel
  • Femke
    Corneillie
  • Julie
    Decock
  • Shania
    Remaut
Stad Roeselare zet volop in op het uitwerken van een kwalitatief aanbod aan opvang voor kinderen. Vanuit het BOA-decreet wil men tegen begin 2026 een uitgewerkt lokaal beleid hieromtrent. We willen met deze bachelorproef er mede toe bijdragen dat kinderen ontplooiingskansen krijgen en begeleiders tegelijkertijd ontlast worden. Daarnaast vinden we het belangrijk om rekening te houden met de noden en behoeften van de ouders bij het uitwerken van een kwalitatief en toegankelijk opvangaanbod.

Om hierop te kunnen inzetten, formuleerden we een centrale onderzoeksvraag die als volgt luidt; ‘Hoe kunnen we samen met Stad Roeselare buitenschoolse opvanginitiatieven versterken bij de implementatie van de doelstellingen van het BOA-decreet?’.

Met de centrale onderzoeksvraag in het achterhoofd, gingen we aan de slag met reeds verworven resultaten van onderzoeksbureau Studio Dott. Het bureau bevraagde verschillende actoren omtrent vijf mogelijke ideeën om te implementeren in opvanginitiatieven. We gingen aan de slag met één van deze ideeën. Uit het onderzoek blijkt dat kinderen van zes tot twaalf jaar de meeste spelprikkels in de opvang missen. Vandaar dat er voor deze doelgroep werd gekozen.

Aan de hand van ons proefproject willen we voor een brede waaier aan gevarieerd spelmateriaal zorgen dat aantrekkelijk is voor onze doelgroep. Het proefproject resulteerde in de uitwerking van vier thematische wisseldozen. De vier gekozen thema’s zijn: avontuurlijk buitenspelen, cultuur, hobby’s en welbevinden. Deze werden geselecteerd uit een brainstormsessie met oog op de ontplooiing en ontwikkeling van onze doelgroep.

Om na te gaan of de dozen werken bij de kinderen, organiseerden we een testmiddag. Na deze testmiddag pasten we onze dozen aan, zodat de dozen effectiever ingezet kunnen worden. Daarna stelden we het systeem in werking. Gedurende drie weken werden de dozen uitgeprobeerd op drie scholen in Roeselare. De feedback vanuit de praktijk was positief.

De uitwerking van de wisseldozen dient als voorloper op mogelijke pilootprojecten in de toekomst. Aan de hand van verschillende sensibiliseringsmethoden; filmpje, persmoment … zorgden we ervoor dat ons proefproject in de kijker werd gezet. Op deze manier probeerden we mensen warm te maken om zelf pilootprojecten in te dienen.

Tot slot stelden we adviezen en suggesties op voor Stad Roeselare. Dit aan de hand van vier grote clusters; inhoud dozen, wisselsysteem, implementatie en alternatieve uitwerkingen. Bij de verdere uitwerking van het BOA-decreet, dienen deze zaken in acht genomen te worden.
Meer lezen

Nieuwe Autoriteit, Geweldloos Verzet en verbindende communicatie op school: Een antwoord op ongewenst gedrag

Hogeschool VIVES
2024
Amber
Deneweth
Mijn scriptie onderzoekt hoe leerkrachten in het basisonderwijs effectief kunnen omgaan met ongewenst gedrag door gebruik te maken van de benaderingen Nieuwe Autoriteit, Geweldloos Verzet en verbindende communicatie. Traditionele methoden zoals straffen en belonen blijken vaak ineffectief en schadelijk voor de relatie tussen leerkracht en leerling. Door middel van kwantitatieve enquêtes en kwalitatieve interviews met leerkrachten, en aparte interviews met scholen die deze benaderingen al toepassen, wordt aangetoond dat verbale agressie het meest voorkomt en dat er een behoefte is aan alternatieve benaderingen. De resultaten laten zien dat deze benaderingen veelbelovend zijn, mits er voldoende training en ondersteuning wordt geboden om ze in de dagelijkse praktijk te integreren. Als eindproducten heb ik een brochure en een draaiboek ontwikkeld, die leerkrachten theoretische inzichten en praktische richtlijnen bieden om ongewenst gedrag effectief aan te pakken.
Meer lezen

Constipatie bij kinderen: een veelvoorkomend, verst(r)opt probleem

Thomas More Hogeschool
2024
Yana
Verachtert
  • Maaike
    Van Dijck
  • Emma
    Delen
  • Eva
    Dijckmans
Literatuurstudie met: wat is constipatie, symptomen, oorzaken, diagnose, behandelingen, educatie en preventie
Praktijkluik: ontwikkelde box met een deel voor ouders, verpleegkundige en kinderen. De inhoud is aangepast aan de doelgroep.
Meer lezen

surftherapie toepasbaar bij jongeren in kansengroepen

Hogeschool VIVES
2024
Nienke
Delaere
  • Lindert
    Wilbers
  • Justien
    Cool
  • Axelle
    Vandermeersch
  • Elise
    Deven
  • Laura
    Van Cauwenberge
  • Sarah
    Vandorpe
  • Marjana
    Debyser
De bachelorproef ‘Surftherapie voor kansengroepen’ wordt uitgevoerd binnen de vzw Monstergolf. Monstergolf is een vzw die streeft naar een verbetering van de mentale gezondheid van haar deelnemers. Er wordt gewerkt via een ‘outdoor’ programma. Monstergolf werkt in de natuur en ervaringsgericht. De hoofdactiviteit van Monstergolf is surfen. Via surftherapie wordt er gestreefd naar een verbetering van gezondheid en verbetering van de levenskwaliteit.

Het project gaat gepaard met enkele uitdagingen, namelijk het financieel aspect, het team, de tijdsnood, de winter en het bereiken/activeren en motiveren van de jongeren. Als groep besloten een draaiboek op basis van dit onderzoek te stellen voor een vijfdaags surfkamp voor jongeren uit kansengroepen.

In het eerste deel van het onderzoeksrapport kunt u onze literatuurstudie raadplegen. In dit onderdeel behandelen we uitgebreid thema’s die relevant zijn om het vijfdaags kamp te gronden. We starten met het definiëren van surftherapie, om vervolgens de ontwikkeling van jongeren te bespreken. Daarnaast bespreken we de mentale gezondheid en de link met sport.

In het tweede deel van het onderzoeksrapport delen wij ons onderzoeksontwerp- en verloop. In dit onderzoek maken we gebruik van een kwalitatieve onderzoeksmethode, waarbij we diepgaand onderzoek verrichten. Met het onderzoek willen we zicht krijgen op de ervaringen, ideeën, denkwijzen, motieven, belevingen, gevoelens en de gedragingen van personen met bepaalde expertise binnen ons onderwerp. Aan de hand daarvan kunnen we een antwoord bieden op de onderzoeksvraag: ‘Hoe kan je surftherapie voor jongeren uit kansengroepen vormgeven en promoten?’.

Aan het einde van ons onderzoeksrapport delen we onze resultaten mee die we verkregen uit ons kwalitatief onderzoek. Bij de jongerenorganisaties, partnerorganisaties en de focusgroepen kwam er aan bod dat de meesten nog geen weet hadden van surftherapie en/of Monstergolf vzw. De meeste respondenten van onze focusgroepen hebben nog geen ervaring met surfen. Het promoten van een kamp vereist een veelzijdige aanpak. Een samenwerking met gemeenschappen en jeugdorganisaties biedt een meerwaarde. Het financieel aspect is van belang, want zonder is het onmogelijk om alles te verwezenlijken. Daarom is het een meerwaarde om samen te werken met instellingen, partners... en gebruik te maken van maatschappelijke hulpbronnen. Er moet rekening gehouden worden met de interesses van de jongeren om hen persoonlijk te benaderen, dit kwam voor bij al onze bevraagden. De betrokkenheid van een begeleider is essentieel bij de jongeren en de opvoedingsfiguren, want het betrekken van hen blijft een uitdaging. Begripvolle communicatie is essentieel wanneer er weerstand is bij jongeren en/of opvoedingsfiguren, en is het belangrijk om de weerstand te erkennen. De groepscontext is afhankelijk van de doelgroep en de dynamiek die er zich in bevindt. Veiligheid binnen de groep wordt aangegeven belangrijk te zijn voor alle bevraagden. Sociale media is een effectieve tool om met de jongeren te communiceren. De partnerorganisaties vertellen dat mond- tot-mondreclame effectiever is. Het samenwerken met instellingen die te maken hebben met jongeren die een vertrouwensband hebben, leidt zich ertoe actief te mengen in groepen en laagdrempelige ondersteuning te bieden. Dit kan een belangrijke rol spelen in het begeleiden van jongeren. De jongeren tonen waardering en dankbaarheid wanneer men succeservaringen behaalt. Het is belangrijk om geduldig te zijn met de doelgroep en hen de ruimte te bieden die ze nodig hebben, omdat dit essentieel is voor de individuele behoeften.

Tot slot werd ons meegegeven dat het woord therapie kan afschrikken en hier een voorzichtige aanpak in moet worden voorzien. Als laatste boodschap wordt ons meegegeven dat we niet mogen opgeven in wat we doen.
Meer lezen

Hoe kan ik de mate van betrokkenheid van leerlingen in de tweede graad doorstroom vergroten door het toepassen van gamificatie in geschiedenislessen?

Karel de Grote Hogeschool
2024
Mirte
Meessens
Voor mijn actieonderzoek heb ik onderzocht hoe gamificatie de betrokkenheid van leerlingen kan verhogen tijdens geschiedenislessen. Ik heb een spel ontwikkeld gebaseerd op mijn onderzoek, om zo mijn onderzoeksvraag te beantwoorden. Actieonderzoek is een onderzoeksmethode waarbij de onderzoeker actief betrokken is bij het ontwikkelen en implementeren van oplossingen voor praktijkproblemen, in dit geval gericht op het verbeteren van leerlingbetrokkenheid door middel van gamificatie.
Meer lezen

Herstelgericht werken in VBS De Wijzer

Hogeschool VIVES
2024
Senthe
Monbaillieu
  • Anna
    Shishkina
  • Frieke
    Roose
  • Zoë
    Hardeman
  • Mirl
    Lauwers
  • Simon
    Persyn
  • Louis
    Thorrée
  • Anouk
    Liagre
Genomineerde longlist Bachelorprijs
We integreerden de herstelgerichte visie in VBS De Wijzer in Kanegem. Dit is een basisschool met peuters, kleuters en lagere schoolkinderen. De visie integreerden we op basis van een onderzoek; een literatuuronderzoek, een kwantitatief en kwalitatief onderzoek. We integreerden verschillende acties op de school en deden ook een aantal aanbevelingen om de school herstelgerichter te maken.
Meer lezen

Inpakt

Universiteit Antwerpen
2024
Karen
De Mayer
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Deze masterthesis, uitgevoerd aan de Universiteit Antwerpen binnen het kader van het tweede jaar aan de masteropleiding Productontwikkeling, richt zich op het onderwerp ‘herbruikbare transportverpakkingen voor sofa’s’. De thesis omvat een uitgebreide eerste fase, genaamd OPD (onderzoeks-en productdefinitie), waarin grondige analyses en onderzoek uitgevoerd worden om de haalbaarheid en de benodigde specificaties van herbruikbare verpakkingsoplossingen voor sofa’s te bepalen.

Het centrale doel was het creëren van een nieuwe, duurzame verpakking voor het transport van sofa’s. De nadruk lag hierbij op een herbruikbaar product dat zowel sneller als ergonomischer in gebruik is, waardoor het aantrekkelijk is om het herhaaldelijk te gebruiken.

Het onderzoek leidde tot een innovatieve verpakking die voldeed aan alle gestelde criteria. Het ontwerp is geïnspireerd door de voordelen van de in de bouwsector veelgebruikte Big Bags, met snelle en gemakkelijke bruikbaarheid en een focus op ecologisch verantwoord design. Door het combineren van wasbare, modulaire hoezen, onderplaten en ergonomische handvaten, is een innovatief en duurzaam ontwerp tot stand gekomen. Dit ontwerp bevordert een positieve milieu-impact en zorgt voor een efficiënter transport van goederen.
Meer lezen

Participatie binnen De Zande

Hogeschool VIVES
2024
Marie
Degryse
  • Davina
    Dejonghe
  • Janick
    Van Loock
  • Margaux
    Maebe
  • Febe
    Vanderbeken
  • Chloë
    Van Steenbrugge
  • Chiandro
    Verschaeve
  • Julia
    Gheysens
De initiële vraag die deze bachelorproef in gang zette, kwam vanuit de gemeenschapsinstelling De Zande in Ruiselede. Het hoofddoel van dit onderzoek is om antwoorden te verschaffen op de vragen die binnen De Zande leven. Concreet brengen we in kaart hoe de participatie van jongeren in de gemeenschapsinstelling 'De Zande Ruiselede' verloopt, en hoe zij deze participatie ervaren. Daarnaast onderzoeken we ook de mate van participatie en de ervaring ervan bij de ouder(s) of voogd(en) van de jongeren. Participatie betekent het mee mogen beslissen en denken, en dit kan invloed hebben op het leven van de jongeren.

Onze hoofdonderzoeksvraag is “In welke mate ervaren jongeren en hun ouder(s)/voogd(en) participatiemogelijkheden binnen de gemeenschapsinstelling Ruiselede?”. Vanuit deze centrale onderzoeksvraag hebben we een aantal deelvragen opgesteld. Om deze vragen te beantwoorden, hebben we diverse onderzoeksmethoden gebruikt. We organiseerden cirkelgesprekken in vier leefgroepen om de jongeren te bevragen en voerden daarnaast individuele gesprekken met enkele jongeren.
Voor de ouder(s)/voogd(en) hebben we een enquête opgesteld. Om de respons op onze enquêtes te optimaliseren, organiseerden we aansluitend bij een ouderavond. Tijdens deze avond waren de ouders welkom om vragen te stellen omtrent onze enquêtes.

Met de resultaten van bovenstaande onderzoeksmethoden hebben we een SWOT-analyse opgesteld, waarin we de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de organisatie met betrekking tot participatie bespraken. Op basis van deze analyse kwamen we tot een aantal aanbevelingen voor De Zande, campus Ruiselede.

Uit het kwantitatief onderzoek waarin we ouder(s)/voogd(en) bevragen, kunnen we concluderen dat het grootste aandachtspunt de gesprekken met de individuele begeleiders zijn. Huisbezoeken, de ronde tafel, het trajectoverleg en de gesprekken met de contextwerker worden als waardevol ervaren en mogen behouden blijven. Daarnaast wensen sommige respondenten voor meer georganiseerde evenementen zoals familiedagen om de participatie te vergroten. Helaas ervaren enkele ouder(s)/voogd(en) dat de bereikbaarheid naar de gemeenschapsinstelling als moeilijk.

Vanuit ons kwalitatief onderzoek blijkt dat de jongeren hun stem kunnen laten horen tijdens hun traject. Echter, hun vragen of ideeën worden niet altijd opgevolgd. Ze ervaren vaak lange wachttijden op een antwoord, aangezien niet alle voorstellen haalbaar zijn. Een negatief antwoord op de vragen of voorstellen van de jongeren kan afhankelijk zijn van de begeleider die op dat moment dienst heeft. Ook moet de sanctie ‘kamermoment’ volgens de jongeren worden herzien.

Enkele aanbevelingen om de participatie van de ouders te bevorderen is onder andere om meer familiedagen te organiseren zodat er op een informele manier meebeslist kan worden binnen het traject van de jongere. Daarnaast hadden we het idee om een welkomstboekje te introduceren in de opstartprocedure van hun traject. Op die manier kunnen ouder(s)/voogd(en) meer kennis krijgen over wat participatie precies is en hoe deze tot uiting komt. Een andere belangrijk gegeven is de bereikbaarheid van de gemeenschapsinstelling. Er zou eventueel overlegd kunnen worden met het politieke bestuur om het openbaar vervoer toegankelijker te maken in die streek.

Er zijn ook een aantal aanbevelingen omtrent de participatie voor de jongeren. Een eerste actie is om meer gesprekken te organiseren tussen de jongere en de individuele begeleider. De jongeren geven ook aan dat ze meer behoefte hebben aan eerlijkheid en transparantie. Vervolgens willen we meer aandacht schenken aan de rol van de commissaris Eveline, die het aanspreekpunt is voor de jongeren.
Meer lezen

Artificiële Intelligentie in het onderwijs

Hogeschool VIVES
2024
Istvan
Demey
Deze bachelorproef onderzoekt de optimale en veilige integratie van artificiële intelligentie (AI) in het Vlaams secundair onderwijs. Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden van AI om een meerwaarde te bieden in het onderwijs en de gevaren die daarmee gepaard gaan. Door middel van een literatuurstudie, een enquêteonderzoek onder actieve leerkrachten en experimenteel onderzoek, wordt een breed overzicht gegeven van de huidige stand van zaken en de toekomstige potenties van AI in het onderwijs.
Uit de enquête blijkt dat veel leerkrachten reeds AI-tools gebruiken voor lesvoorbereiding en gepersonaliseerd leren, maar dat er een aanzienlijke kenniskloof bestaat die het optimaal gebruik van AI belemmert. Dit benadrukt de noodzaak voor gerichte opleidingen en ondersteuningsprogramma's. De literatuurstudie toont aan dat AI aanzienlijke voordelen kan bieden, zoals efficiëntieverbeteringen en gepersonaliseerde leerervaringen, maar ook risico's met zich meebrengt, zoals bias, ethische kwesties en mogelijke negatieve effecten op de creativiteit en het kritisch denken van leerlingen.
Het experimentele onderzoek illustreert praktische toepassingen van AI in het klaslokaal en biedt concrete voorbeelden en richtlijnen voor leerkrachten. De studie concludeert dat een gestandaardiseerde en goed gereguleerde aanpak essentieel is voor de succesvolle implementatie van AI in het onderwijs. Door het adresseren van de opleidingsbehoeften van leerkrachten en het ontwikkelen van ethische richtlijnen, kan AI een positieve en duurzame impact hebben op het onderwijs en de leerervaring van leerlingen in Vlaanderen.
(ChatGPT, persoonlijke communicatie, 30 mei 2024)
Meer lezen

VR in de Klas: innovatie met een verontrustende keerzijde

Odisee Hogeschool
2024
Lucas
Pauwels
Deze scriptie onderzoekt het gebruik van Virtual Reality (VR) in het secundair onderwijs en de effecten hiervan op de motivatie en kennisretentie van leerlingen. Het doel is dan ook om te bepalen of de toepassing van VR in de klas moet worden voortgezet of heroverwogen.
Meer lezen

De beleving van de leerlingen met de verschillende typologieën bij het L-decreet op school X.

Hogeschool VIVES
2024
Illona
Staelens
Dit praktijkgericht onderzoek naar inclusief onderwijs legt speciale nadruk op de ervaringen van leerlingen en het formuleren van verbeteringsaanbevelingen. Het omvat een uitgebreide literatuurstudie over de oorsprong en ontwikkeling van inclusief onderwijs, gevolgd door een praktijkgericht onderzoek dat gedurende een volledig academiejaar werd uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek werden interactieve interviews gehouden met leerlingen, waarbij verschillende materialen zoals een toverstok (wondervraag), smiley's om gevoelens aan te duiden die aansloten bij de leefwereld van de kinderen, en een spiegel waarop ze gevoelens konden tekenen, werden gebruikt om hun ervaringen te documenteren. De bevindingen benadrukken de noodzaak van voortdurende inspanningen om inclusief onderwijs te bevorderen. Het artikel biedt aanbevelingen voor individuele en leraargerichte ondersteuning, evenals een pleidooi voor voortdurend onderzoek en evaluatie van inclusief onderwijspraktijken.
Meer lezen

Atomic Universe, Een krachtige en educatieve werkvorm

Odisee Hogeschool
2024
Yves
De Meersman
‘Atomic Universe’ is een krachtige en educatieve werkvorm in de lessen chemie. Met ‘Atomic Universe’ kan je verschillende kaartspellen spelen in de lessen chemie. Het vernieuwend kaartspel maakt jouw chemielessen rijker en leerzamer.
De speelkaarten bevatten modellen van ruimtelijke structuren en een massa gegevens van de eerste 18 elementen uit het PSE van waterstof tot en met Argon. Atomic Universe kan ingezet worden in de verschillende leerstofonderdelen van de lessen chemie in verschillende jaren van zowel de doorstroom- als dubbele finaliteit.
De kaartspellen verhogen het leerrendement van jouw leerlingen en maken jouw chemielessen boeiender en dynamischer. Daarbovenop zet Atomic Universe in op de x-factor in het onderwijs: binding en verbinding met leerlingen en leerkrachten onderling.
Deze krachtige spelvorm is ontstaan uit het onderzoek naar verschillende leerproblemen in de lessen chemie. Deze leerproblemen zijn heel divers en vaak ook leerlinggebonden. De conclusies uit het vooronderzoek brachten naar voren dat de actieve werkvorm zo divers en verschillend mogelijk dienen ingezet te worden. De impact van de kaartspellen in de testmomenten overtroffen de verwachtingen.
Atomic Universe biedt antwoord op verschillende leerproblemen in de lessen chemie. Met de kaartspellen wordt ingezet op herhaling en vastzetting van diverse basisbegrippen en -concepten.
Meer lezen

In welke mate beïnvloeden de hoge energie- en loonkosten de huidige financiële uitdagingen van het AZ Sint-Lucas, en welke impact hebben deze factoren?

Hogeschool VIVES
2024
Hélène
De Jonckheere
De grootste financiële uitdagingen in de gezondheidszorg zijn de hoge energie- en loonkosten. Beiden wegen zwaar door de laatste jaren en komen tot stand door verschillende factoren. De energiefactuur steeg met 4 miljoen euro over 3 jaar tijd, ondanks de vele inspanning van de ziekenhuizen om zoveel mogelijk op groene stroom over te schakelen of te investeren in andere duurzame oplossingen. Steun hiervoor van de overheid bleef ook beperkt. Daarnaast kwam de inflatie met een ongelijke stijging van het honorarium. Hierbij komt dan nog het personeelstekort door ziekteverzuim en uitstroom van studenten/personeel. Vervanging brengt een duurdere loonkost met zich mee. COVID-19 heeft een zekere impact gehad maar is niet de hoofdreden, omdat ziekenhuizen voor deze periode al in rode cijfers zaten. Ook andere factoren spelen een rol want ook bijvoorbeeld de prijs van voeding is gestegen.
Meer lezen

Reconstructie, bescherming en valorisatie van een Franse redoute uit 1748

Hogeschool UCLL
2024
Jade
Lemoine
Genomineerde longlist Bachelorprijs
In een wereld waar klassieke grenzen vervagen en kennis eindeloos stoomt, moet het onderwijs mogelijkheden vinden om zich aan te passen en deze kennis zo efficiënt mogelijk over te dragen. STEAM is een mogelijke oplossing om creativiteit, innovatie en technologie in het onderwijs te combineren samen met de klassieke vakken. Maar er is onderzoek nodig om te komen tot nuttige of beproefde STEAM-lesmaterialen.
Mijn verdiepend praktijkonderzoek is gericht op het integreren van historische gebeurtenissen in STEAM-onderwijs, met focus op een Franse redoute uit 1748 in Hocht, Lanaken. De redoute dient dus als middel om STEAM-onderwijs te realiseren. Dit onderzoek toont aan dat het verbinden van historische context met hedendaagse vraagstukken de effectiviteit van STEAM-onderwijs kan bevorderen. Mijn onderzoek heeft niet alleen geleid tot de ontwikkeling van vakoverschrijdend lesmateriaal
voor STEAM-onderwijs, maar ook voor een brug tussen historische context en hedendaagse onderwijspraktijken. Door gebruik te maken van Franstalige archiefbronnen en historische Franse kaarten met gedetailleerde beschrijvingen, wil ik leerlingen ook proberen te betrekken bij de Franse taal en cultuur. De redoute dient niet alleen als een object van historisch belang, maar ook als een venster naar de Franse imperialistische visie en de invloed ervan op de regio. Mijn studie leidde tot de ontwikkeling van vakoverschrijdend lesmateriaal voor het secundair onderwijs, waarbij leerlingen de geometrie van historische militaire structuren verkennen met behulp van moderne meettechnieken, zoals drones en 3D-modellering via laser cutting. Het doel is om kritisch denken en probleemoplossende vaardigheden te stimuleren, en samen te
werken met erfgoedorganisaties voor educatieve initiatieven. Het lesmateriaal is uitgewerkt om in te zetten tijdens projectdagen of educatieve excursies en het wordt opgenomen in de opleiding voor officieren in de KMS in Brussel.
Meer lezen

Weerstand tegen wetenschap? Louis Willems en het debat over pleuropneumonie (1852-1865)

KU Leuven
2024
Margeaux
De Borger
Deze masterproef onderzoekt het debat over de inentingsmethode van de Hasseltse arts Louis Willems tegen pleuropneumonie tussen 1852 en 1865. Ze kijkt daarbij naar de visie van (vee)artsen, boeren, agronomen en de regering.
Meer lezen

Hoe kunnen individuele leertrajecten bestaande uit open leermiddelen worden aangeboden in basisonderwijs in achtergestelde contexten?

Hogeschool West-Vlaanderen
2024
Tuur
Delacroix
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie onderzoekt hoe individuele leerpaden met open onderwijsmaterialen kunnen worden aangeboden in het basisonderwijs in kansarme contexten, zoals Gambia. Het KUBO-platform, dat gebruik maakt van de Kolibri-software, biedt offline toegang tot educatieve content via betaalbare technologie zoals de Raspberry Pi. Gebruikerstesten toonden aan dat het platform effectief is, maar verbeteringen nodig heeft voor betere toegankelijkheid. De implementatie begint met training voor leerkrachten en pilotprojecten in Gambia, met plannen voor uitbreiding naar Uganda en Kenia. Het onderzoek concludeert dat technologie een cruciale rol kan spelen in het verbeteren van onderwijskansen in ontwikkelingslanden.
Meer lezen

Het effect van een nieuwe didactische aanpak voor slag- en slaan VS De traditionele aanpak

Odisee Hogeschool
2024
Reggie
Smet
Journalistiek artikel bachelorproef
Meer lezen

De ethiek en legaliteit van vechtsport

Universiteit Gent
2024
Josse
Noynaert
Deze scriptie behandelt de ethische literatuur rond vechtsporten en de legale voorwaarden voor een verwezenlijking voor die potentieel ethische vechtsport. Hiervoor is er diepgaand onderzoek naar de kritieken en daar bij horende verdediging van vechtsport, waarna de praktische toepassing van vechtsport wereldwijd onderzocht wordt om deze aan die voorwaarden te toetsen.
Meer lezen

Length Measurement Estimation Skills in Children With Developmental Coordination Disorder

KU Leuven
2024
Joke
Hufkens
Deze masterthesis onderzoekt de "Vaardigheden voor Schatting van Lengtemeting bij Kinderen met Developmental Coordination Disorder". Het onderzoek werd geïnitieerd door observaties van professionals die werkten met kinderen met DCD en die moeilijkheden met schatting opmerkten. Hoewel cognitieve moeilijkheden erkend worden bij kinderen met DCD, blijft de literatuur over schatting van meetvaardigheden in deze populatie beperkt. Schatting van lengtemeting houdt in dat de grootte van een object wordt bepaald zonder gebruik te maken van conventionele meetinstrumenten, zoals voor lengte.

Deze thesis adresseert het gebrek aan kennis over de schattingsvaardigheden van kinderen met DCD. De studie omvatte 45 kinderen met DCD in de leeftijd van 12 tot 18 jaar (39 jongens). Aangezien deze studie voornamelijk onderzoekt welke kenmerken van de te schatten objecten invloed hebben op de schattingen van kinderen met DCD, hebben onderzoekers ervoor gekozen om geen controlegroepen te implementeren. Het onderzoeksontwerp is gemodelleerd naar de benadering van Desli en Giakoumi (2017) en omvatte acht verschillende lengteschattingstaken. Deze taken omvatten diverse kenmerken van eigenschappen (horizontaal/verticaal, kort/lang, met/zonder visuele interferentie) en gebruikten twee soorten meeteenheden: standaard eenheden (in centimeters) en niet-standaard eenheden (zoals de grootte van potloden, paperclips als eenheden).

Kinderen met DCD vertonen grote intra- en interindividuele variaties in hun schattingsprestaties, maar deze verschillen zijn grotendeels niet gerelateerd aan groepsfactoren zoals leeftijd en opleidingsniveau. Bij het onderzoeken van kinderen met DCD werden comorbiditeiten zoals AD(H)D, dyslexie, ASS, dyscalculie, epilepsie, dysorthografie en dysfasie waargenomen. Persoonlijke kenmerken zoals leeftijd, opleidingsniveau en comorbiditeit hadden minimale tot geen invloed op hun schattingsprestaties. Specifiek vertoonden kinderen met dyscalculie en DCD (zonder een andere comorbiditeit) een slechtere prestatie bij het trekken van een lange lijn van een specifieke lengte dan degenen met alleen DCD of in combinatie met ASS en/of AD(H)D, een taalstoornis of meerdere comorbiditeiten.
Kenmerken van items zoals objectoriëntatie, de aanwezigheid van visuele interferentie en het type meeteenheid hadden geen invloed op hun schattingsprestaties, terwijl de lengte van het object dat wel deed. Schattingen voor kortere items waren beter dan die voor langere items.
Deze inzichten kunnen misschien helpen bij het ontwikkelen van compensatiestrategieën wanneer kinderen met DCD moeten schatten.
Meer lezen

'Samen verbonden in vrede' vredeseducatie in de b-stroom.

Odisee Hogeschool
2024
Kim
Saey
De invloed die een project rond vredeseducatie heeft op leerlingen van de b-stroom.
Meer lezen