Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Eindelevensgesprekken met personen met een ernstige en persisterende psychiatrische aandoening (EPPA). Een kwalitatieve studie naar ervaringen met de Amforamethodiek.

Universiteit Gent
2026
Annelies
Cuypers
Personen met een ernstige en persisterende psychiatrische aandoening (EPPA) ervaren vaak langdurig psychisch lijden, waarbij existentiële vragen en levenseindethema’s een belangrijke rol kunnen spelen. Het voeren van existentiële eindelevensgesprekken binnen de geestelijke gezondheidszorg blijkt echter niet vanzelfsprekend, en hulpverleners ervaren hierbij regelmatig handelingsverlegenheid. Narratieve interventies, zoals het Amforagesprek, bieden een mogelijke ingang om deze thema’s bespreekbaar te maken, maar hun toepasbaarheid bij personen met een EPPA is nog weinig onderzocht.

Deze studie verkent hoe het Amforagesprek wordt ervaren door personen met een EPPA, hun naastbetrokkenen en Amforaschrijvers, en welke betekenis deze methodiek kan hebben in het omgaan met existentiële vragen aan het levenseinde.

Er werd gekozen voor een kwalitatief, multiperspectivistisch onderzoeksdesign. Data werden verzameld via semigestructureerde interviews met zes personen met een EPPA en zes naastbetrokkenen, aangevuld met schriftelijke reflecties en een groepsinterview met vier Amforaschrijvers. De data werden geanalyseerd via thematische analyse volgens Braun en Clarke (2006).

De resultaten tonen een ambivalent en gelaagd beeld van het Amforaproces. Participanten ervaarden het gesprek overwegend als betekenisvol, doordat het ruimte bood voor erkenning, emotionele expressie en het delen van hun levensverhaal. Het eindelevensverhaal kon bijdragen aan verbinding, begrip en afscheid, maar deze impact bleek vaak beperkt en contextafhankelijk. Daarnaast brachten de gesprekken ook uitdagingen met zich mee, zoals confrontatie met pijnlijke levensverhalen, ambivalentie rond het delen van het eindelevensverhaal en spanning tussen de noden van participanten en het oorspronkelijke Amforaconcept.

Deze studie suggereert dat narratieve interventies zoals het Amforagesprek een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan existentiële zorg bij personen met een EPPA, maar dat verdere theoretische, empirische en ethische uitdieping noodzakelijk blijft.
Meer lezen

SENSORISCHE OVERPRIKKELING, HOOGSENSITIVITEIT EN PERSOONLIJKHEID: SURVEY-ONDERZOEK NAAR INDIVIDUELE VERSCHILLEN IN EEN PRIKKELRIJKE WERKOMGEVING

Universiteit Gent
2026
Maaike
Grootaert
In mijn masterproef onderzocht ik waarom sommige werknemers sneller sensorisch overprikkeld raken op het werk dan anderen. Daarbij richtte ik mij op de rol van hoogsensitiviteit en angstgevoeligheid.

Via een online vragenlijst bij werknemers uit verschillende sectoren onderzocht ik de relatie tussen hoogsensitiviteit, angstgevoeligheid en sensorische overprikkeling. De uiteindelijke analyses werden uitgevoerd bij 580 respondenten. De resultaten tonen aan dat hoogsensitieve werknemers gemiddeld meer overprikkeling ervaren. Zij scoren ook vaker hoger op angstgevoeligheid, wat een deel van het verband tussen hoogsensitiviteit en overprikkeling verklaart. Hoogsensitiviteit blijft echter ook rechtstreeks samenhangen met overprikkeling.
Meer lezen

Het synthetiseren van continue besturingsprogramma's vanuit een deep reinforcement learning-agent

Vrije Universiteit Brussel
2026
Anandu
Sreekumar
Deze thesis breidt een framework voor verklaarbare AI uit zodat het realistischere scenario's kan verwerken. Met behulp van reinforcement learning leert een AI-systeem autonoom taken uit te voeren en genereert het interpreteerbare computerprogramma's die zijn beslissingen verklaren. Dit verhoogt de transparantie, ondersteunt menselijke experts bij het valideren van AI-beslissingen en draagt bij aan betrouwbare AI-systemen.
Meer lezen

Calibrating gravitational wave detectors using scattered light

Universiteit Gent
2026
Arthur
Callens
Zwaartekrachtsdetectoren zoals Virgo meten uiterst kleine lengteveranderingen in hun kilometerslange laserarmen om zwaartekrachtsgolven van botsende zwarte gaten en neutronensterren te detecteren. De betrouwbaarheid van deze metingen (massa, afstand en locatie van de bron) hangt volledig af van de nauwkeurigheid waarmee het instrument geijkt is. Een bekende bron van systematische fouten is verstrooid licht: een klein deel van het laserlicht lekt door de eindspiegels van de detector en kan, wanneer het weerkaatst en opnieuw de arm binnendringt, een echte zwaartekrachtsgolf nabootsen.

Deze scriptie onderzoekt of dit ongewenste effect net bewust kan worden opgewekt en gebruikt als onafhankelijke ijkingsmethode. Een piëzo-elektrisch plaatje, geplaatst achter de eindspiegel, wordt op een gekozen frequentie in trilling gebracht om gecontroleerd verstrooid licht te genereren. Twee sensoren, één ter hoogte van het plaatje, één aan het einde van de detector, meten het resulterende signaal, waarna een zelfijkende methode toelaat om het spiegellek te berekenen.

Simulaties tonen aan dat deze methode, ondanks de beperkte tijdsvensters waarin het signaal bruikbaar is, het spiegellek kan bepalen met een nauwkeurigheid van ruim onder één procent, over een breed bereik van trilfrequenties. Een prototype van het plaatje en zijn positioneersysteem werd gebouwd en getest, wat een onverwacht thermisch probleem blootlegde: het kale oppervlak absorbeert te veel laserlicht en warmt op in vacuüm. Een reflecterende coating (spectralon) wordt voorgesteld als oplossing.

Eenmaal operationeel op Virgo, biedt deze methode een volledig onafhankelijke ijkingscontrole naast bestaande technieken, en draagt ze zo bij aan de betrouwbaarheid van toekomstige zwaartekrachtgolfdetecties.
Meer lezen

Unravelling endothelial cell-based anti-tumor immunity

Universiteit Gent
2026
Rafal
Hanc
Deze masterthesis onderzoekt hoe endotheelcellen, die van nature niet gespecialiseerd zijn in antigeenpresentatie, toch een actieve rol kunnen spelen in de opwekking van anti-tumor T-celrespons. Wanneer kankercellen sterven via immunogene celdood (ICD), stoten ze specifieke signalen (DAMPs) uit die het omliggende weefsel activeren. Het onderzoek toont expliciet aan dat endotheelcellen, ondanks dat ze geen professionele antigeenpresenterende cellen (APC's) zijn zoals dendritische cellen, door deze ICD-signalen "opgeleid" kunnen worden om toch antigenen van tumorcellen op te nemen en te presenteren via MHC-moleculen. Zo fungeren ze als niet-professionele APC's die bijdragen aan de anti-tumor immuunrespons.
Met behulp van co-cultuursystemen (MS1 en HUVEC endotheelcellen), CRISPR-Cas9 knockouts (CD74, CD80, H2-D1) en in vivo vaccinatiemodellen werd onderzocht in welke mate deze niet-professionele antigeenpresentatie door endotheelcellen bijdraagt aan het activeren van T-cellen tegen tumoren. Dit werk draagt bij aan het begrijpen van de tumor micro-omgeving en biedt mogelijk nieuwe aanknopingspunten voor kankerimmuuntherapie.
Meer lezen

WUSSY: het artistiek onderzoek achter het theaterdoek

LUCA School of Arts
2026
Roisin
Callaerts
Mijn scriptie is een artistiek onderzoek over mezelf als artiest die een toneelstuk maakt waarin ze komaf wil maken met haar eigen onzekerheid. Een stap die ze moet zetten voor ze als actrice in het werkveld kan stappen. Een onderzoek naar zelfacceptatie en wat ik als speler en maker nodig heb om mijn woorden tot bij een publiek over te brengen en hen te raken.
Meer lezen

Het/een/mijn huis als geconstrueerde grot

Hogeschool PXL
2026
Noa
Kuypers
In mijn project ‘Het/een/mijn huis als geconstrueerde grot’ onderzoek ik de spanning tussen verval en standvastigheid: hoe een gebouw transformeert en toch zijn kern behoudt, en hoe atmosfeer, dat ongrijpbare samenspel van licht, materiaal, geheugen en emotie, een lege schil omtovert tot een thuis. Het vertrekpunt is de observatie dat een huis nooit werkelijk leeg is; het draagt littekens van vroegere bewoning. Tijdens de renovatie van een woning uit 1830 leg ik deze verborgen lagen bloot, parallel aan een artistiek project waarin ik herinnering en materiaal met elkaar combineer. Door plattegronden te tekenen op basis van impressies, kleimodellen te stapelen en betonnen kubussen met uitgeholde gangen te gieten, vertaal ik het vluchtige van geheugen naar het tastbare van een fundament. Collage fungeert hierin als terugkerend ritueel, een proces van afbreken en herschikken dat het verbouwingsproces zelf weerspiegelt. Geïnspireerd door de praktijk van Do Ho Suh, Sara Bomans en Peter Zumthor, toon ik aan dat atmosfeer niet statisch is, maar draagbaar: een opeenstapeling van tijdlagen, materiële sporen en menselijke tussenkomst. Het resultaat is een visuele taal die het onzichtbare fundament en de dromerige invulling van een plek naast elkaar plaatst, en bevestigt dat een huis pas leeft in de spanning tussen wat was, wat is, en wat we met ons meedragen.
Meer lezen

GOL(L)D ALS REFLECTIEKADER BINNEN CONSULTATIEVE LEERLINGENBEGELEIDING EEN PRAKTIJKGERICHT KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR DE PROFESSIONELE POSITIONERING VAN CLB-MEDEWERKERS

Universiteit Gent
2026
Safae
El Ksisar
Deze masterproef onderzoekt hoe CLB-medewerkers hun rol invullen binnen consultatieve leerlingenbegeleiding: niet als expert die een diagnose stelt, maar als partner die samen met de leerkracht zoekt naar oplossingen. Negen CLB-medewerkers werden gevolgd tijdens een vormingstraject via focusgroepen, individuele gesprekken en een visuele oefening met poppetjes. Het onderzoek toont dat deze rolverschuiving zich afspeelt binnen drie spanningsvelden: tussen expert en procesbegeleider, tussen verbinding en weerstand, en tussen ideaal en praktijkrealiteit. Het GOL(L)D-kader functioneert daarbij niet als een expliciete methodiek, maar als een impliciete reflectieve lens. De studie besluit dat duurzame verandering niet enkel professionele groei vraagt, maar ook structurele voorwaarden zoals tijd, continuïteit en rechtstreeks contact met leerkrachten.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Conflicted Playground: Erfgoed in een veelstemmig onderhandelingsproces

KU Leuven
2026
Emile
Vertriest
Conflicted Playground: Erfgoed in een veelstemmig onderhandelingsproces
Synthese Masterproef Emile Vertriest (Grand Tour 2025-2026)
KU Leuven Faculteit Architectuur Campus Sint-Lucas Gent
Promotor: Carl Bourgeois | Co-promotor: Hugo Vanneste

In deze masterproef onderzoek ik hoe we omgaan met postindustrieel erfgoed, meer bepaald de leegstand, herprogrammering en het onderhoud ervan. Als casestudy koos ik de voormalige steenkoolmijn Forte-Taille nabij Charleroi, een verlaten steenkoolmijn die sinds haar sluiting in 1935 geleidelijk werd overgenomen door spontane plantengroei, urbex-bezoekers en verval.

Het onderzoek vertrekt vanuit mijn 'Grand Tour' door Japan en België, waarbij verschillende erfgoedsites werden bezocht en geobserveerd. Daaruit ontstond de vaststelling dat omgang met erfgoed steeds het resultaat is van culturele subjectiviteit, maatschappelijke waarden en economische afwegingen. Waar de Belgische omgang met erfgoed vaak gericht is op restauratie, onderhoud en herbestemming, lijkt de Japanse benadering wat meer ruimte te laten voor vergankelijkheid, aanpassing en zelfs verdwijning.

Deze observaties deden mij de gekozen site steeds minder beschouwen als een toestand die om een oplossing vroeg, maar eerder als een proces dat voortdurend transformeert.
Tijdens het ontwerptraject bleek het dan ook moeilijk om een specifieke toekomstvisie voor de site te vormen. Forte-Taille is groot, gelaagd en kent verschillende mogelijke gebruikers, elk met hun eigen belangen en benaderingen ten opzichte van erfgoed. Een keuze voor één definitieve toekomstvisie betekende onvermijdelijk het uitsluiten van andere mogelijkheden. Die complexiteit werd uiteindelijk juist het uitgangspunt van mijn project.

Ik besloot Forte-Taille te vertalen naar een speculatief bordspel. Het spel als medium laat een vrijwel oneindig aantal ruimtelijke combinaties toe en maakt complexiteit zichtbaar zonder een voorkeur uit te spreken over bepaalde ruimtelijke keuzes. Het spel werkt als een simulatie van conflicten die ontstaan wanneer verschillende actoren met elk hun eigen logica belang hebben bij dezelfde plek. Vier protagonisten nemen het tegen elkaar op:

• De Conservator, die de gebouwen wil beschermen en consolideren.
• De Ontwikkelaar, die nieuwe programma’s en gebouwen introduceert.
• De Ecoloog, die ruimte vrijmaakt voor natuurlijke processen en vegetatie.
• De Verkenner, die zich de site toe-eigent via tijdelijke constructies opgebouwd uit
gerecupereerde materialen en industrieel puin.

Elke speler beweegt over een spelbord dat gebaseerd is op de werkelijke site. Door middel van claims, obstructies en tijdsgebonden gebeurtenissen proberen ze hun invloed op de site uit te breiden. Wanneer een speler terrein verliest verdwijnen de interventies niet, maar keren ze terug naar hun eigenaar om elders opnieuw ingezet te worden. Zo ontstaat een eindeloze cyclus van conflict, toe-eigening, verval en transformatie waarin geen definitieve winnaar mogelijk is. Door het conflict centraal te stellen legt het spel de complexiteit en subjectiviteit bloot van erfgoedbeleid, ruimtelijke keuzes en de vele actoren die betrokken zijn bij het vormgeven van de site. Tegelijk benadrukt het de rol van de architect als bemiddelaar: niet als ontwerper van één standpunt, maar als iemand die uiteenlopende belangen verenigt binnen een dynamisch en complex proces.
Meer lezen

Productie en evaluatie van elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten voor fecale metabolomics via LA-REIMS

Odisee Hogeschool
2026
Elia Amnon
Bar On
Binnen een klinische en biomedische context zijn snelle en robuuste analysemethoden voor untargeted metabolomics essentieel. Laser-assisted rapid evaporative ionisation massaspectrometrie (LA-REIMS) maakt directe analyse van biofluïda mogelijk, maar de analytische prestaties worden bepaald door de intrinsieke matrixeigenschappen van het staal. Elektrogesponnen nanovezelmembranen kunnen via surface-assisted laser desorption/ionisation (SALDI) de desorptie en ionisatie verbeteren en zo de analyses versterken. Het potentieel van silicagebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics is echter nog onvoldoende geëvalueerd.

In deze studie wordt onderzocht in welke mate elektrogesponnen tetraethylorthosilicaat (TEOS)-gebaseerde nanovezelmembranen de prestaties van LA-REIMS-analyses voor fecale metabolomics beïnvloeden.

De productie van TEOS-membranen omvat het elektrospinnen van een sol-geloplossing, gevolgd door een thermische behandeling om een superhydrofiel membraan te verkrijgen. De morfologie en hydrofiliciteit worden gekarakteriseerd met scanning-elektronenmicroscopie, watercontacthoekmetingen en infraroodspectrometrie. De analytische prestaties worden geëvalueerd via LA-REIMS-analyse van fecale stalen en vergeleken met rechtstreekse analyse van feces en met geoptimaliseerde MetaSAMP-membranen. Data-analyse omvat principal component analysis, evaluatie van reproduceerbaarheid en vergelijking van metabolomische dekking.

LA-REIMS-analyses tonen aan dat met fecale stalen geïmpregneerde TEOS-membranen een metabolomische vingerafdruk genereren die vergelijkbaar is met die van feces as-such, met detectie van een groter aantal features. Tegelijkertijd worden, vergeleken met zowel MetaSAMP-membranen als feces as-such, beperkingen vastgesteld in reproduceerbaarheid en signaalintensiteit, met lagere signaalintensiteiten en meer variabele features (p < 0,01).

Na optimalisatie van de membraandikte en het staalvolume worden TEOS-membranen verkregen die significant hogere signaalintensiteiten opleveren dan feces as-such (p < 0,01; g > 1), met een hoger aantal gedetecteerde features (p < 0,01) en een aanvaardbare reproduceerbaarheid (> 75 % van de features met een variatiecoëfficiënt ≤ 30 %).

De resultaten tonen aan dat elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen doeltreffend zijn als SALDI-substraat binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics. Toekomstige studies kunnen zich richten op het optimaliseren van de membraanproductie, functionalisatiestappen en het verder afstemmen van de LA-REIMS-methode.
Meer lezen

EmbedLLM from legacy documents to embedded XR instructions: automatic context aware content generation to support manual task execution

Universiteit Hasselt
2026
Bram
Verstappen
This thesis addresses the cognitive friction associated with executing manual tasks using flat 2D documentation in spatial computing environments, where users must constantly shift attention between instructions, physical tools, and machinery. To solve this, we present EmbedLLM, the first automated, context-aware content reformatting framework that adapts both content design and presentation to the user’s environment and specific goal. EmbedLLM converts unstructured step-based PDF manuals into 3D spatially embedded instructions in Virtual Reality (VR). The system operates via a pipeline that abstracts the environment into a semantic scene graph, leverages a multi-stage Large Language Model (LLM) reasoning chain to construct step-based instruction nodes and semantic edges, and instantiates these panels using a novel, semantically aware force-directed 3D label placement algorithm to achieve spatial equilibrium and prevent visual clutter.
We evaluated EmbedLLM through a preliminary preference survey (n = 20) across diverse environments and a within-subjects user study (n = 12) comparing the framework to a traditional floating PDF window during 3D printer maintenance tasks. The preference survey showed that EmbedLLM achieves significantly higher environmental alignment than traditional baseline documents, with participants strongly favoring spatial orchestration for complex, structurally demanding procedures. However, the task execution study revealed a clear trade-off: active task support with EmbedLLM resulted in significantly longer completion times (996.93 s vs. 580.46 s) and increased cognitive load (3.00 vs. 2.31 on the NASA-TLX scale). Qualitative feed-back suggests these performance costs stem from the rigid sequential pacing of the generated interface and novices struggling with hardware terminology.
This work contributes the technical pipeline of EmbedLLM, a semantically enhanced physics layout algorithm, and empirical insights on context-aware XR instruction delivery. Future research directions include real-time situated action updates, user skill level adaptation, and integration with agentic GUI automation and text-to-3D models.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

Kennis van bachelorstudenten verpleegkunde over de patiëntenrechtenwet

HOGENT
2026
Bente
Van Parys
Deze bachelorproef onderzocht het kennisniveau van bachelorstudenten verpleegkunde over patiëntenrechten en de vernieuwde patiëntenrechtenwet van 2024. Aan de hand van een online vragenlijst bij 43 studenten werd nagegaan hoeveel kennis studenten hebben over patiëntenrechten en hoe zij hun eigen kennis hierover inschatten. De resultaten tonen aan dat studenten over een matige kennis beschikken en dat hogere opleidingsjaren niet automatisch leiden tot meer kennis. Daarnaast bleek dat studenten hun eigen kennis niet altijd correct konden inschatten. Het onderzoek benadrukt het belang van blijvende aandacht voor patiëntenrechten binnen verpleegkundige opleidingen.
Meer lezen

Eerste hulp bij postpartumpsychoses

Arteveldehogeschool Gent
2026
Nona
De Vylder
De overgang naar het moederschap is voor veel vrouwen een ingrijpende periode. Hoewel de meeste moeders zich aanpassen aan het ouderschap, kan bij een kleine groep vrouwen een ernstige psychiatrische aandoening optreden, namelijk postpartumpsychose. Deze zeldzame aandoening treft ongeveer 1 tot 2 op de 1.000 vrouwen na de bevalling en kan, indien niet tijdig herkend en behandeld, ernstige gevolgen hebben voor zowel moeder als kind (Spinelli, 2009).
Vroedvrouwen spelen een cruciale rol in de postnatale zorg, aangezien zij vaak tot de eerste zorgverleners behoren die intensief contact hebben met de moeder en haar gezin. Hierdoor bevinden zij zich in een unieke positie om vroege signalen van postpartumpsychose te detecteren en passende ondersteuning en doorverwijzing te initiëren. Ondanks de toenemende aandacht voor perinatale mentale gezondheid ervaren vroedvrouwen nog steeds onzekerheid over hun rol en beschikbare interventies bij postpartumpsychose.
Deze bachelorproef onderzoekt welke proactieve en doelgerichte interventies vroedvrouwen kunnen inzetten om moeders met postpartumpsychose en hun omgeving adequaat te ondersteunen. Aan de hand van een literatuurstudie wordt ingegaan op herkenning, doorverwijzing en ondersteuning binnen een multidisciplinaire context. Het doel van deze bachelorproef is het versterken van de vroedkundige praktijk en het bijdragen aan kwaliteitsvolle postnatale zorg voor vrouwen in een kwetsbare periode.
Meer lezen

Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Walter
D'Amico
‘Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)’
Student: Walter D’Amico – AP Hogeschool Antwerpen
Stageplaats: VEKA – Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
Opleiding: Professionele bachelor Energiemanagement (2024-2025)
In een energiemarkt gekenmerkt door prijsschommelingen, capaciteitsheffingen en digitalisering, worden huishoudens en KMO’s uitgedaagd om hun verbruik slimmer te beheren. Energie Management Systemen (EMS’en) vormen hierbij een sleuteltechnologie: ze sturen het verbruik automatisch op basis van realtime prijs- en netdata. Toch blijft de rendabiliteit ervan voor veel gebruikers onduidelijk. Deze bachelorproef brengt daar verandering in.
Ik ontwikkelde een interactieve rekenmodule die op basis van gebruikersinput – zoals woningtype, toestellen, gedrag en contractvorm – de Total Cost of Ownership (TCO) en de Terugverdientijd (TVT) van een EMS berekent. Via Google Sheets en Apps Script wordt automatisch een gepersonaliseerd rapport gegenereerd, inclusief scenariovergelijking, besparingsgrafieken en benchmarkanalyse.
De tool werd ontworpen met reproduceerbare logica, gevoeligheids- en correctiefactoren, en werd getest op meer dan 550 realistische scenario’s. De resultaten tonen dat voor gebruikers met meerdere regelbare toestellen en een dynamisch of een contract bij een Flexibility Service Provider of aggregator, de jaarlijkse besparing kan oplopen tot honderden euro’s, met een gemiddelde terugverdientijd van net boven de 5 jaar. Daartegenover staan profielen waar de investering minder loont – wat de nood aan maatwerk aantoont.
Het project is technisch en beleidsmatig relevant. VEKA gaat deze rekenmodule zeker verder bespreken om te integreren in de website www.maakjemeterslim.be en zal dan worden ingezet in campagnes van VEKA als extra stimulans om potentiële gebruikers te overtuigen. Daarnaast is het inzetbaar als simulatie-instrument bij energieloketten, netbeheerders of leveranciers die contractoptimalisatie en flexibiliteitsdiensten willen ondersteunen. De methodiek is uitbreidbaar naar andere technologieën (zoals warmtepompen of batterijen) en types aansluitingen (zoals AMR).
Deze bachelorproef koppelt praktijkervaring, innovatie en systeeminzicht met een breed maatschappelijk nut. Het biedt gebruikers helderheid, en beleidsmakers een onderbouwde basis om het potentieel van EMS’en gericht te stimuleren in het kader van de energietransitie.
Meer lezen

Reframing Security in the Age of CLIMATE REfugees, A Comparative Study of Syria and Bangladesh Through Security Perspectives

Universiteit Gent
2025
ilkay
kesebir
This thesis examines how climate change reshapes security and mobility by comparing two distinct pathways of climate-related displacement: rapid-onset drought and agricultural collapse in Syria, and slow-onset sea-level rise and salinization in Bangladesh. Building on Environmental Security, Human Security, and Securitization Theory, the study argues that these frameworks illuminate important mechanisms—such as climate change as a “threat multiplier” and the political construction of (in)security—but remain limited by state- and anthropocentric assumptions. To address these limits, the thesis advances a Green Theory–informed perspective that centers ecological integrity and climate justice as core security referents. Methodologically, the research employs a comparative case design with process-tracing and pattern-matching across secondary data (peer-reviewed studies, attribution science, displacement statistics, and policy reports). The Syria case links multi-year drought, rural–urban migration, and governance failures to heightened social unrest and onward displacement. The Bangladesh case shows how chronic inundation, salinity intrusion, and livelihood erosion generate primarily internal, incremental mobility with long-term human security risks. Cross-case synthesis demonstrates convergent vulnerabilities (exposure, adaptive capacity, and institutional response) alongside divergent temporal dynamics and policy needs. The thesis contributes in two ways: empirically, by integrating visual and quantitative evidence on climate impacts and mobility patterns across contrasting contexts; and normatively, by proposing elements of a sui generis protection regime for climatedisplaced persons (eligibility criteria for planned relocation, responsibility-sharing formula, and dedicated financing and monitoring). Overall, it reframes security in the Anthropocene toward ecocentric and justice-oriented protection that better aligns with the lived realities of climate-affected populations.
Meer lezen

Grenzen In beeld

HOGENT
2025
Clara-Emmie
Crop
  • Joke
    Drieghe
  • Sien
    Pas
  • Fée
    Van Hout
Vier studenten Orthopedagogie aan HOGENT ontwikkelden in samenwerking met Nektari vzw een digitale, visuele tool over grensoverschrijdend gedrag voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Het oorspronkelijke draaiboek werd omgevormd tot een interactieve leeromgeving in Genially, die cliënten helpt praten over gevoelens, grenzen en gewenst gedrag. De tool ontstond via co-creatie met cliënten, ouders en begeleiders en maakt complexe thema's begrijpelijk met verhalen, pictogrammen en oefeningen. Ze bevordert open communicatie, preventie en begrip - een hulpmiddel dat luisteren en verbinding centraal stelt.
Meer lezen

The Role of Coffee Cooperatives in the Socio-Economic Transition of Rebel Returnees in Sulu, Southern Philippines

Universiteit Gent
2025
Moh. Shanizee
Sarabi
Reintegrating former rebels into civilian life remains a major challenge in post-conflict societies, where sustainable livelihoods and social cohesion are essential for long-term peace. The Philippines is one of the most conflict-affected countries in the world, sharing the 29th spot with Afghanistan and ranks second in ASEAN after Myanmar. The Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM) in the southern Philippines has been particularly affected by decades of armed conflict and
institutional weaknesses, notably in provinces such as Sulu. In response, the Philippine government is promoting the integration of returnees into coffee cooperatives as part of its peace and reintegration strategy. Despite persistent volatility, the BARMM, particularly Sulu province, has emerged as one of the country’s leading coffee-producing regions contributing over a quarter of national production and providing a strategic pathway to economic recovery. It is therefore crucial to understand how these cooperatives contribute to both livelihoods and social reintegration. This study examines how membership in a coffee cooperative is associated to the socio-economic transition of rebel returnees in Sulu. Based on the Disarmament, Demobilization, and Reintegration (DDR) framework and social capital theory, a comparative cross-sectional design with survey data from 101 returnees was used. Through regression analysis and structural equation modelling, we show that membership in a cooperative is associated with higher productivity, financial stability, and stronger social capital, even if infrastructural challenges, conflict vulnerabilities, governance, and market difficulties persist. The study demonstrates how locally rooted cooperatives can transform conflict legacies into peace dividends that foster economic gains, social cohesion, and inclusive development. These findings highlight the potential of cooperatives as a pathway for durable socio-economic transitions in fragile contexts. Moreover, the study underscores the importance of targeted support, capacity building, and improved market access to enable returnee cooperatives to fully realize their role in promoting sustainable livelihoods, facilitating social reintegration, and contributing to lasting peace.
Meer lezen

Multimodal Large Language Models and Computer Vision for Open Discovery in Educational Augmented Reality

Universiteit Gent
2025
Xander
Vanparys
Genomineerde longlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist Eosprijs
Tijdens mijn masterproef ontwikkelde ik een slimme assistent die via de smartphonecamera meekijkt met de gebruiker en in 3D aanwijst wat er nodig is. De AI begrijpt zowel tekst als beeld en kan feedback geven wanneer een stap fout loopt. Na succesvolle tests met eenvoudige taken werd het systeem toegepast in twee realistische scenario’s: een medische oefening en het opzetten van een VR-installatie. De resultaten tonen dat zo’n digitale assistent gebruikers effectief kan begeleiden, een eerste stap richting handsfree opleiding via augmented reality.
Meer lezen

ONOPGEMERKT, TOCH VERMOORD. Een kwantitatief onderzoek naar de implicaties en uitdagingen wanneer de doodsoorzaak wordt vastgesteld door artsen die geen specialist zijn in de gerechtelijke geneeskunde

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sofie
Wyloeck
Deze masterproef onderzoekt hoe huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning beoordelen bij het vaststellen van niet-natuurlijke doodsoorzaken. De hoofdonderzoeksvraag: "Hoe beoordelen huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning bij niet-natuurlijke doodsoorzaken en welke factoren dragen bij aan mogelijke tekortkomingen?" wordt in dit onderzoek beantwoord.

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst met 59 respondenten, verzameld via een convenience sampling. Door de korte onderzoeksperiode voor de dataverzameling en de gebruikte steekproefmethode is de representativiteit van de resultaten beperkt. De volledige onderzoeksperiode besloeg acht maanden.

Uit de resultaten blijkt dat vooral huisartsen hun kennisniveau als onvoldoende beoordelen, terwijl urgentieartsen vaker voldoende kennis rapporteren. Bijscholing wordt vooral door huisartsen als moeilijk toegankelijk ervaren. Beide groepen ervaren belemmeringen zoals tijdsdruk en druk vanuit politie of andere hulpverleners. Ze beschouwen de medische voorgeschiedenis, overleg met collega’s uit hun eigen praktijk of dienst en samenwerking met de politie als belangrijke ondersteuningsmiddelen.
Ondanks het gebruik van Ordomedic, maken artsen zelden gebruik van richtlijnen.

De conclusie is dat artsen behoefte hebben aan betere opleiding en ondersteuning bij het vaststellen van doodsoorzaken. Structurele scholing kan twijfels helpen verminderen. Daarnaast is aandacht nodig voor de samenwerking met politiediensten. Ten slotte verdient de invoering van digitale overlijdensaangifte zorgvuldige begeleiding om fouten en variatie in overlijdensregistratie te voorkomen.
Meer lezen

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints in lijn met de CSRD-wetgeving

HOGENT
2025
Xander
Vansteenkiste
Korte inhoud – Bachelorproef “Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints”

Deze bachelorproef werd uitgevoerd binnen de opleiding KMO-management aan HOGENT in samenwerking met BOSS paints. Het onderzoek ontwikkelt, implementeert en evalueert een CSRD-conform leveranciersscoremodel dat de duurzaamheidsprestaties van non-paintleveranciers op systematische wijze in kaart brengt.

De centrale onderzoeksvraag luidt:
“Hoe kan BOSS paints een systematische leveranciersranking ontwikkelen en implementeren voor non-paintproducten die voldoet aan de eisen van de CSRD en bijdraagt aan haar duurzame doelstellingen?”

Na een literatuurstudie over duurzaam supply-chain- en ESG-beheer werd een digitale vragenlijst ontworpen op basis van internationale standaarden zoals EcoVadis en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De vragenlijst omvatte thema’s als bedrijfsgegevens, milieu, ethiek en duurzaam aankopen, en werd in vier talen verspreid naar 124 non-paintleveranciers.

De resultaten werden verwerkt in een Excel-geautomatiseerd scoremodel met gewichten en correcties op basis van bedrijfsgrootte. De empirische analyse (respons van 48 leveranciers, goed voor 70% van het aankoopvolume) toonde duidelijke verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen grote ondernemingen en kleinere KMO’s. Structurele tekortkomingen werden vastgesteld op het vlak van CO₂-meting, transportelektrificatie en ketentransparantie.

Daarnaast werd een CO₂-nulmeting uitgevoerd van het inkomend transport van non-paintgoederen. In 2024 bedroeg de uitstoot 819.795 kg CO₂, een stijging van 11,84% tegenover 2022, waarbij drie leveranciers meer dan 54% van de emissies veroorzaakten. Gemiddeld werd 8,61 kg CO₂ per €1.000 aankoopwaarde uitgestoten.

Het model werd in mei 2025 gepresenteerd aan het Supply Chain Team van BOSS paints en formeel geïntegreerd in het aankoopbeleid. De aanbevelingen omvatten verdere benchmarking, de formalisering van een leveranciersgedragscode, en de uitbouw van ketentransparantie en transportoptimalisatie.

Deze bachelorproef bewijst dat datagedreven leveranciersbeheer binnen een KMO niet alleen haalbaar is, maar ook een hefboom vormt voor structurele verduurzaming in lijn met de CSRD-wetgeving.
Meer lezen

Nieuw kapitalisme: Juridische middelen om kapitaal te sturen naar ESG bedrijven

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sara
Faes
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Mijn masterproef omvat een onderzoek naar welke ESG criteria reeds zijn opgenomen in de Belgische Corporate Governance Code en hoe deze laatste kan worden verbeterd opdat ESG de nieuwe bedrijfsfilosofie wordt.
Meer lezen

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Design for recycling of electric machines

Universiteit Gent
2025
Vincent
Van de Peer
Mijn masterproef onderzoekt hoe elektrische machines, in het bijzonder permanent-magneet-synchrone motoren (PMSM), recycleerbaar kunnen worden ontworpen zonder prestatieverlies. Vandaag worden deze motoren meestal versnipperd, waardoor waardevolle materialen zoals koper en zeldzame aardmetalen verloren gaan. Het grootste obstakel is het gebruik van lijmen en thermohardende harsen, die demontage onmogelijk maken. In mijn onderzoek ontwikkelde ik een rotorconcept waarin magneten mechanisch worden gefixeerd met bouten in plaats van lijm. Dit ontwerp werd gevalideerd via elektromagnetische en mechanische simulaties en vervolgens gerealiseerd in een prototype. De lijmloze rotor bleek structureel robuust en presteerde vergelijkbaar met conventionele motoren, terwijl hij volledig demonteerbaar is. Daarnaast werd een opschalingsstudie uitgevoerd, waaruit bleek dat radiale bouten geschikt zijn voor grotere motoren zoals in elektrische voertuigen. Dit werk toont aan dat design-for-recycling haalbaar is en een belangrijke stap vormt naar circulaire elektrische aandrijfsystemen.
Meer lezen

Hoe kunnen klanten eenvoudig bouwmaterialen met een lage milieu-impact kiezen voor houten bijgebouwen?

HOGENT
2025
Peter
Vanduffel
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van Ostyn, een producent van houtskeletconstructies voor bijgebouwen, op een eenvoudige manier bewust kunnen kiezen voor duurzame bouwmaterialen op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Aangezien voor bijgebouwen geen normering bestaat rond milieu-impact, is er behoefte aan een eenvoudige methode die transparantie biedt met betrekking tot de duurzaamheid van materialen. Dit werk richt zich op het onderzoeken van een manier waarop Ostyn klanten kan ondersteunen in hun materiaalkeuzes.

De methodologie omvat een vergelijkende analyse van bestaande tools voor milieu-impactberekening, waaronder de Nederlandse Nationale Milieudatabase (NMD) en de Belgische tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials). Hierbij wordt gekeken naar hun toepasbaarheid voor Ostyn’s constructies, met aandacht voor de beschikbaarheid van data en de nauwkeurigheid van de resultaten.

Uit het onderzoek blijkt dat een vergelijking op productniveau binnen een element, zoals gevelbekleding en isolatie, relevanter is dan een analyse op constructieniveau vanwege de standaardisatie van veel onderdelen. Een belangrijke bevinding is dat de beperkte beschikbaarheid van productspecifieke data de betrouwbaarheid van de vergelijkingen beïnvloedt.

De conclusie luidt dat Ostyn met tools als TOTEM de mogelijkheid heeft om klanten te informeren over duurzame opties, mits er geïnvesteerd wordt in betere dataverzameling en heldere communicatie. Verdere ontwikkeling van databases en tools is essentieel om de keuze voor duurzame bouwmaterialen verder te reguleren en normaliseren.

Meer lezen

Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket

Hogeschool VIVES
2025
Jitske
Van Steenlandt
In mijn bachelorproef “Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket voor de tweede graad godsdienstonderwijs” onderzocht ik hoe jongeren bewust kunnen leren omgaan met de ethische grenzen van artificiële intelligentie. Uit mijn onderzoek bij leerkrachten en leerlingen bleek dat er grote interesse is in AI-ethiek, maar dat er weinig geschikt lesmateriaal bestaat. Daarom ontwikkelde ik een lessenpakket en ontwierp ik het bordspel Tussen Mens en Machine. Met dit spel denken leerlingen op een speelse manier na over morele dilemma’s, zoals: Mag een zelfrijdende auto kiezen wie overleeft? of Is AI altijd eerlijk? Het project wil jongeren leren kritisch omgaan met technologie en hen laten ontdekken dat AI niet enkel slim, maar ook menselijk doordacht moet zijn.
Meer lezen

Claiming Responsibility, Narrating Solidarity: Discursive Legitimation of Turkey's Involvement in the Nagorno-Karabakh Conflict (1988–2020)

Universiteit Gent
2025
Görkem
Yavuz
Deze masterproef onderzoekt hoe Turkije tussen 1988 en 2020 zijn betrokkenheid bij het Nagorno-Karabachconflict discursief heeft geconstrueerd en gelegitimeerd. Het centrale uitgangspunt is dat politieke taal niet louter een communicatiemiddel is, maar een krachtig instrument dat legitimiteit creëert en internationale normen beïnvloedt. Het onderzoek hanteert een driedelig analytisch kader: (i) hoe Turkije zijn eigen discours opbouwde, (ii) hoe internationale actoren dit discours ontvingen en betwistten, en (iii) welke impact dit had op mondiale normen rond interventie. De bevindingen tonen een evolutie van voorzichtige diplomatieke steun naar een assertieve en veiligheidsgedreven retoriek. Deze verschuiving benadrukt hoe discursieve strategieën niet alleen de perceptie van legitimiteit vormgeven, maar ook bredere implicaties hebben voor internationale conflictoplossing en normontwikkeling.
Meer lezen