Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints in lijn met de CSRD-wetgeving

HOGENT
2025
Xander
Vansteenkiste
Korte inhoud – Bachelorproef “Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints”

Deze bachelorproef werd uitgevoerd binnen de opleiding KMO-management aan HOGENT in samenwerking met BOSS paints. Het onderzoek ontwikkelt, implementeert en evalueert een CSRD-conform leveranciersscoremodel dat de duurzaamheidsprestaties van non-paintleveranciers op systematische wijze in kaart brengt.

De centrale onderzoeksvraag luidt:
“Hoe kan BOSS paints een systematische leveranciersranking ontwikkelen en implementeren voor non-paintproducten die voldoet aan de eisen van de CSRD en bijdraagt aan haar duurzame doelstellingen?”

Na een literatuurstudie over duurzaam supply-chain- en ESG-beheer werd een digitale vragenlijst ontworpen op basis van internationale standaarden zoals EcoVadis en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De vragenlijst omvatte thema’s als bedrijfsgegevens, milieu, ethiek en duurzaam aankopen, en werd in vier talen verspreid naar 124 non-paintleveranciers.

De resultaten werden verwerkt in een Excel-geautomatiseerd scoremodel met gewichten en correcties op basis van bedrijfsgrootte. De empirische analyse (respons van 48 leveranciers, goed voor 70% van het aankoopvolume) toonde duidelijke verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen grote ondernemingen en kleinere KMO’s. Structurele tekortkomingen werden vastgesteld op het vlak van CO₂-meting, transportelektrificatie en ketentransparantie.

Daarnaast werd een CO₂-nulmeting uitgevoerd van het inkomend transport van non-paintgoederen. In 2024 bedroeg de uitstoot 819.795 kg CO₂, een stijging van 11,84% tegenover 2022, waarbij drie leveranciers meer dan 54% van de emissies veroorzaakten. Gemiddeld werd 8,61 kg CO₂ per €1.000 aankoopwaarde uitgestoten.

Het model werd in mei 2025 gepresenteerd aan het Supply Chain Team van BOSS paints en formeel geïntegreerd in het aankoopbeleid. De aanbevelingen omvatten verdere benchmarking, de formalisering van een leveranciersgedragscode, en de uitbouw van ketentransparantie en transportoptimalisatie.

Deze bachelorproef bewijst dat datagedreven leveranciersbeheer binnen een KMO niet alleen haalbaar is, maar ook een hefboom vormt voor structurele verduurzaming in lijn met de CSRD-wetgeving.
Meer lezen

De invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties

Universiteit Gent
2025
Emma
De Naeyer
Deze masterproef onderzoekt de invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties bij Belgische eliteatletes. Hoewel internationale aandacht voor dit thema toeneemt, bleef het onderwerp in België tot nu toe grotendeels onontgonnen terrein.

Aan de hand van een online vragenlijst bij 81 vrouwelijke Belgische topsporters uit verschillende sporten werd nagegaan hoe zij hun menstruatiecyclus ervaren, welke klachten ze ondervinden en hoe open erover gecommuniceerd wordt binnen de sportcontext.

De resultaten tonen aan dat meer dan 90% van de atletes fysieke en mentale klachten ervaart voor of tijdens de menstruatie, en dat de helft regelmatig pijnstillers gebruikt om te kunnen presteren. Daarnaast werd een hoge prevalentie van menstruatiestoornissen vastgesteld. Opvallend is dat slechts één op drie atletes met haar coach over dit onderwerp spreekt; vooral in teamsporten blijft de drempel groot.

Het onderzoek benadrukt de nood aan meer open communicatie, educatie voor coaches en medische staf en begeleiding op maat, waarbij de menstruatiecyclus structureel wordt meegenomen in trainings- en wedstrijdplanning.

Deze bevindingen leveren waardevolle inzichten voor een meer genderbewuste benadering van topsport en dragen bij tot het doorbreken van een hardnekkig taboe binnen de sportwereld.
Meer lezen

Hoe framen Europese populistisch radicaal-rechtse partijen het Israëlisch-Palestijns conflict na 7 Oktober?

Universiteit Gent
2025
Sien
Daeninck
Populistisch radicaal-rechtse partijen zoals Vlaams Belang (VB) en het Franse Rassemblement National (RN) gebruiken het Israëlisch-Palestijns conflict om hun kernboodschappen over migratie, veiligheid en islamitisch extremisme te versterken. Beide partijen kaderen het conflict als een bedreiging die door migratie naar Europa wordt overgebracht en sluiten zo aan bij de ideologische pijlers: nativisme, autoritarisme en populisme. Toch verschillen ze in hun benadering: RN kiest nadrukkelijk de kant van Israël, terwijl VB een neutralere, pragmatische houding aanneemt. Die verschillen tonen aan dat radicaal-rechts geen homogene groep is, maar hun discours aanpast aan nationale en geopolitieke contexten.
Meer lezen

Une vague de femmes françaises? Een studie naar professionele beroepsmigratie van buitenlandse sekswerkers in Antwerpen tijdens de periode november 1922 tot juni 1925

Universiteit Gent
2025
Helena
Van Hiel
Tussen november 1922 en juni 1925 was Antwerpen getuige van een opmerkelijke migratiegolf van buitenlandse vrouwelijke sekswerkers. Deze migratie werd niet alleen gekenmerkt door haar aanzienlijke omvang, maar ook door de homogeniteit van de migranten. Bijna al deze vrouwen kwamen uit dezelfde regio, werden binnen korte tijd geregistreerd bij de zedendienst van de stad, werkten in een beperkt aantal bordelen – voornamelijk gelegen in de Spuistraat, een straat die bekend stond om haar sekswerk – en verhuisden na een kort verblijf naar een andere stad, meestal Parijs. Deze gelijkenissen wijzen op georganiseerde beroepsmigratie binnen de gereguleerde seksindustrie.
Meer lezen

Curating Alienation in the Pavillon des Sessions?

Universiteit Gent
2025
Rowena
Dossche
Kwalitatief onderzoek naar hoe de curatoriële keuzes in de Pavillon des Sessions (Louvre) vóór de huidige renovatie (ca. 2024–2025) ruimtelijke, contextuele en (koloniaal) historische vervreemding vermeden of in stand hielden.
Meer lezen

Oranje tegen Bonaparte. De Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden (1815-1831)

KU Leuven
2025
Tuur
Porters
In deze scriptie onderzocht ik de ontwikkeling van de Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden tussen 1815 en 1831. Ik legde daarbij de focus op de verhouding tussen die twee fenomenen, die door verschillen maar ook vele gelijkenissen gekenmerkt werden, maar ook op de houding van de Nederlandse overheid tegenover die napoleontische sentimenten.
Meer lezen

Glulamstructuren hergebruikt: Analyse van terugwinningsprocessen en milieu-impact aan de hand van 7 recente casussen

Universiteit Gent
2025
Emiel
Feys
  • Emiel
    Defever
Deze masterproef onderzoekt het structureel hergebruik van gelijmd gelamelleerd houten elementen in bouwprojecten. Via zeven casussen werden processen en strategieën in kaart gebracht, wat de technische haalbaarheid en het potentieel op grote schaal aantoont. Een levenscyclusanalyse bewijst daarnaast de aanzienlijke milieuvoordelen ten opzichte van nieuw materiaal. Het eindwerk vormt zo zowel een praktische gids als een kwantitatieve onderbouwing van de milieuvoordelen van deze hergebruikpraktijk.
Meer lezen

KLIMAATBEWUSTZIJN IN KUNSTBESCHOUWENDE VAKKEN. Leerlingen secundair onderwijs op een vakoverschrijdende manier betrekken bij klimaateducatie binnen kunstbeschouwende vakken.

Universiteit Gent
2025
Pieter
Verstraete
Genomineerde longlist Klasseprijs
Jongeren maken zich zorgen om het klimaat. De klimaatmodellen tonen een toekomst met complexe en uiteenlopende uitdagingen. De individuele en collectieve keuzes die we maken bepalen mee het verloop en de ernst van de gevolgen. Om tot handelen te komen is niet alleen klimaatkennis, maar ook een zeker klimaatbewustzijn essentieel. Het besef wat er aan de hand is en de wil om daar iets aan te doen.
Met deze paper onderzoeken we hoe kunst en kunstbeschouwende vakken het klimaatbewustzijn van jongeren kan versterken. Kunst heeft immers de kracht om te beroeren. Het speelt in op onze zintuigen en wekt emoties op. In die zin bieden kunstbeschouwende vakken een unieke context om klimaateducatie te integreren.
We onderzoeken achtereenvolgens waarom we klimaateducatie, vakoverschrijdend aanbieden, welke meerwaarde kunst en kunstbeschouwende vakken bieden en hoe we dat praktisch implementeren in de Vlaamse onderwijscontext. De finaliteit van deze paper is een les klimaateducatie in een kunstbeschouwend vak. Deze les werd in de praktijk getoetst in de derde graad van Scholen Da Vinci in Sint-Niklaas.
Uit dit praktijkonderzoek blijkt er wel degelijk een rol weggelegd voor kunstbeschouwende vakken om klimaateducatie te integreren. Het biedt cognitieve en pedagogische voordelen om tot een dieper bewustzijn te komen in de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. Kunstwerken bieden ook een vakdidactisch potentieel om doelbewust in te zetten op specifieke cognitieve processen en leeractiviteiten. Bovendien faciliteert en stimuleert de Vlaamse overheid vakoverschrijdend lesgeven, specifiek ook voor klimaateducatie. Kunst en kunstbeschouwende vakken als brugfunctie tussen kennis en engagement.
Meer lezen

Why Architects Wear Prada

Universiteit Gent
2025
Mira
Nietvelt
Flagship fashion stores zijn geëvolueerd van eenvoudige commerciële ruimtes tot meeslepende omgevingen waarin architectuur bepaalt hoe mode wordt ervaren, herinnerd en begrepen. Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijk ontwerp bijdraagt aan merkidentiteit door retail te transformeren tot een zintuiglijke en culturele ervaring. Via materiaalkeuze, licht, circulatie en sfeer fungeert architectuur als een narratief medium dat gedrag stuurt en betekenis versterkt.

Ondanks hun prominente aanwezigheid worden modieuze retailruimtes vaak over het hoofd gezien in academische architectuurprogramma’s. Dit onderzoek vult dat gat door flagship stores, ontworpen door architecten, te analyseren als scenografische platforms die storytelling verbinden met ruimtelijke beleving. Het volgt de ontwikkeling van meeslepende flagship-architectuur vanaf OMA’s Prada Epicenter (2001) in New York tot recente casestudy’s in Londen, Tokio, Parijs en Miami.

De methodologie combineert theoretisch onderzoek, het opstellen van een historische tijdslijn en veldwerk op locatie. Persoonlijke bezoeken en zintuiglijke observatie voeden de analyse van hoe ruimte emoties oproept, merkwaarden uitdrukt en gebruikerservaringen vormgeeft.

De bevindingen laten zien dat deze modespecifieke ruimtes de grenzen vervagen tussen publiek en privé, spektakel en intimiteit, economie en cultuur. Ze maken duidelijk dat architectuur niet ondergeschikt is aan mode, maar integraal deel uitmaakt van haar uitdrukking. Door identiteit te ensceneren en emotionele betrokkenheid uit te lokken, herdefiniëren flagship stores wat het betekent om te ontwerpen voor consumptie. De thesis pleit voor hun opname in architectuurtheorie als cruciale plekken waar culturele, symbolische en ervaringsgerichte krachten samenkomen.
Meer lezen

Wortel-eters of geslagen honden? Klimaatclubs en het Europese mechanisme voor koolstofgrenscorrectie

Universiteit Antwerpen
2024
Toon
Van Os
Nobelprijswinnaar Nordhaus ontwierp de klimaatclub om vrijbuitersgedrag op het internationale klimaattoneel tegen te gaan. De wortel en de stok van zo’n klimaatclub komen voor het eerst tot uiting in het Europese mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM). Daardoor wordt niet enkel op productie binnen de EU een koolstofheffing geheven, maar ook op de import uit derde landen. Mijn analyse van Canada, China, India, Turkije en de VS toonde dat CBAM derde landen nieuw klimaatbeleid doet overwegen. De economische droomoplossing van een globale
koolstofprijs kan dus dichterbij komen m.b.v. koolstofgrenscorrecties. Tot slot categoriseerde ik mijn vijf casussen als wortel-eter of als geslagen hond.
Meer lezen

Spatiotemporal modelling of air temperature over European cities using machine learning

Universiteit Gent
2024
Jonas
Blancke
Klimaatmodellen voorspellen dat de temperatuur wereldwijd zal blijven stijgen, samen met een toename van de intensiteit en frequentie van hittegolven. Daarbovenop krijgen steden te maken met extra opwarming door het stedelijk hitte-eilandeffect. Met een groeiende stedelijke bevolking, waaronder veel kwetsbare mensen, is het van cruciaal belang om effectieve mitigatiemaatregelen te implementeren om hittestress te verminderen. Hiervoor is temperatuurdata op hoge resolutie noodzakelijk.

Vaak worden numerieke modellen gebruikt om deze data te verkrijgen, maar deze zijn
computationeel zeer intensief, waardoor het moeilijk is om hoge resolutie data te verkrijgen over lange periodes en grote gebieden. Een computationeel goedkoop alternatief voor numerieke modellen zijn statistische modellen, vaak gebaseerd op machine learning technieken. Deze simuleren de temperatuur op basis van datagedreven relaties. De huidige machine learning modellen zijn echter meestal afgestemd op een enkele stad of een beperkte regio, wat resulteert in slechte prestaties voor steden met verschillende karakteristieken. Deze thesis onderzoekt de mogelijkheden om een machine learning model te ontwikkelen dat kan worden toegepast op steden over heel Europa.

De studie gebruikt ruimtelijke en temporele variabelen om een machine learning emulator van het numerieke UrbClim model te construeren. Daarnaast wordt het effect van het aantal steden in de trainingsset bestudeerd. Dit is cruciaal omdat grote datasets met numerieke trainingsdata, zoals die beschikbaar zijn gesteld voor UrbClim, vaak ontoegankelijk of rekenkundig te duur zijn om te verkrijgen
Meer lezen

Duurzaamheidsrapportering in genoteerde vennootschappen

Universiteit Antwerpen
2024
Eline
Roels
Samenvatting
1. Door de omvang van de problematiek van de klimaatverandering wordt het duidelijk dat verschillende belanghebbenden zullen moeten bijdragen aan de bestrijding ervan. Hierbij wordt steeds meer aandacht besteed aan de rol van ondernemingen, die via duurzaamheidsrapportering verantwoordelijk kunnen worden gesteld. De Europese Unie heeft in dit kader niet stil gezeten en heeft een nieuwe richtlijn voorbereid, de Corporate Sustainability Reporting Directive. Deze richtlijn zal voor een groot aantal ondernemingen de verplichting tot duurzaamheidsrapportering opleggen. In het licht van deze nieuwe richtlijn en het feit dat een groot aantal ondernemingen hiervoor niet verplicht waren te rapporteren, lijkt het nuttig om te onderzoeken in hoeverre ondernemingen hierop zijn voorbereid.

2. Om dit te evalueren wordt allereerst het juridisch kader onderzocht, dat grote uitbreidingen met zich meebrengt. Zo zullen veel ondernemingen die voorheen niet over duurzaamheid rapporteerden, dit nu wel moeten doen. Bovendien wordt het toepassingsgebied qua inhoud aanzienlijk uitgebreid, vooral door de ESRS-standaarden die worden geïntroduceerd bij de CSRD. De ESRS-standaarden bestaan uit een aantal dwarsdoorsnijdende standaarden en thematische standaarden waaronder de ondernemingen zullen moeten rapporteren. Ondernemingen zullen hun rapportering moeten uitvoeren met een grote mate van detail. Voor sommige ondernemingen komt dit er bovendien al snel aan, waarbij sommige ondernemingen volgend jaar al moeten rapporteren over hun boekjaar in 2024.

3. In het kader van deze aangrijpende juridische veranderingen, lijkt het nuttig om te onderzoeken in hoeverre ondernemingen al rapporteren over duurzaamheid en of de nieuwe wetgeving haalbaar zal zijn voor deze ondernemingen. In dit empirisch onderzoek zijn de variabelen opgesteld door informatie te putten uit de duurzaamheidsrapporten van 2022. Hieruit worden de huidige problematieken omtrent duurzaamheid achterhaald. Deze variabelen worden vervolgens getoetst aan de duurzaamheidsrapporten van de ondernemingen van de BEL 20, BEL Mid en BEL Small. Uiteindelijk worden de bevindingen over duurzaamheidsrapportering in 2022 vergeleken met de CSRD-richtlijn en ESRS-standaarden om de stand van zaken van de ondernemingen te achterhalen. Dit helpt een beter beeld te vormen over de huidige positie van de ondernemingen en of deze stand van zaken tekort schiet in de toekomst.

Het onderzoek begint met het analyseren of ondernemingen überhaupt al rapporteren over duurzaamheid, wat niet bij alle ondernemingen al het geval is. Vervolgens wordt er onderzocht waar deze informatie zich bevindt, dit is van belang voor de consistentie met de financiële informatie. De resultaten tonen aan dat de overgrote meerderheid van de ondernemingen duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag opneemt, wat de consistentie met de financiële informatie ten goede komt. Daarna wordt onderzocht in welke mate ondernemingen vrijwillig het belang van duurzaamheid erkennen. Dit wordt getoetst aan de vermelding van duurzaamheidsthema’s in het voorwoord en de aanwezigheid van een materialiteitsanalyse. Uit de bevindingen komt naar voren dat de vermelding van een duurzaamheidsthema daalt per categorie. De ondernemingen van de BEL 20 vermelden dit bijna allemaal, bij de BEL Mid doen 75% van de ondernemingen dit, terwijl dit bij de BEL Small 52% is. Bij de meeste ondernemingen lijkt het eerder de verantwoordelijkheid van de CEO om dit voorwoord op te stellen. Daarnaast hanteren ondernemingen vaak een (dubbele) materialiteitsanalyse. Deze analyse is voornamelijk aanwezig bij de ondernemingen van de BEL 20 en BEL Mid en komt minder naar voren bij de BEL Small.

Nadat onderzocht is of ondernemingen rapporteren over duurzaamheid en of zij vanuit zichzelf al met deze thema’s bezig zijn, wordt ook de inhoud van deze rapporteringen beoordeeld. Allereerst wordt onderzocht volgens welke standaarden ondernemingen hun duurzaamheidsrapportering opstellen. De conclusie hierbij is dat er een grote diversiteit aan rapporteringsstandaarden wordt gebruikt, doordat de NFRD geen verplichte standaarden oplegt. De EU hoopt hier in de toekomst verandering in te brengen, door de komst van de ESRS-standaarden. Hoogstwaarschijnlijk zal de diversiteit aan standaarden blijven bestaan, maar zullen de ondernemingen enkel onder de ESRS-standaarden moeten rapporteren om ook aan de andere standaarden te voldoen.

Met betrekking tot de klimaatdoelstellingen, zijn de meeste ondernemingen vanaf 2021 hun CO2uitstoot beginnen meten. Uit deze resultaten blijkt dat de BEL 20 en BEL Mid al uitgebreid rapporteren over hun uitstoot scopes 1, 2, terwijl de inspanningen van de BEL Small achterblijven. Vooral de rapportering over scope 3 blijft een grotere uitdaging dan de andere scopes, dit voor alle categorieën van ondernemingen. Niettemin komen de ESRS-standaarden hier al tegemoet door de ondernemingen de mogelijkheid te bieden deze scope in het eerste jaar, weg te laten. De klimaatkwesties hebben bovendien voor de verscheidene ondernemingen een andere impact, hierdoor wordt het belang van sectorale standaarden benadrukt.

Bij de sociale thema's valt op dat ondernemingen al uitgebreid rapporteren over deze thema’s. Dit staat in contrast met de rapportering over klimaatthema’s, waarbij de rapportering voor sommige ondernemingen toch moeizamer gaat. Dit kan verklaard worden doordat de informatie in eigen onderneming en bij eigen personeel verzamelen, simpeler is.

4. Op dit moment zijn er nog uiteenlopende resultaten op te merken tussen de verschillende ondernemingen, dit is vooral bij de BEL Small in vergelijking met de BEL 20 en de BEL Mid. Voor de meeste ondernemingen zal de komst van de CSRD inspanningen verwachten. De mate waarin ondernemingen zich zullen moeten inspannen zal wel verschillen. Van sommige ondernemingen, vooral in de BEL Small, zullen er nog veel inzet verwacht worden doordat ze momenteel achterlopen in hun rapportering. Bij de andere ondernemingen is dit echter niet het geval en wordt er gerapporteerd over de onderwerpen die de ESRS-standaarden voorop zal stellen. Dit gebeurt vaak nog niet in de mate van detail die van deze standaarden en nieuwe wetgeving wordt verwacht. Ook voor hen zal er dus nog energie moeten gestoken worden in het verfijnen van hun duurzaamheidsrapporten.
Meer lezen

Materialen en technieken in Rubens' Tronende Madonna omringd door heiligen

Universiteit Antwerpen
2024
Emma
Balduck
Deze masterproef analyseert het schilderij “Tronende Madonna omringd door heiligen” (1628) van Peter Paul Rubens, onderdeel van het project “Studio Rubens” in het KMSKA, Antwerpen. Het onderzoek documenteert de levensloop van het schilderij en analyseert gebruikte materialen, technieken en de impact van eerdere restauraties door historische gegevens te koppelen aan materiaal-technische analyses. Het doel is om restauratoren te ondersteunen bij de huidige restauratie van het schilderij.
Meer lezen

Van de laatste kasteelvrouwe van Gaasbeek naar de Belgische Staat

KU Leuven
2024
Emma
Wouters
Dit onderzoek gaat na hoe het schenkingsproces van het Kasteel van Gaasbeek door markiezin Arconati Visconti aan de Belgische Staat verliep aan het begin van de twintigste eeuw. De schenking hield naast het kasteel ook het park, de gronden, de collecties en een bijkomende som van 200 000 frank in. In dit onderzoek wordt bestudeerd welke motieven ze had om het landgoed aan verschillende mogelijke ontvangstpartijen aan te bieden.

Het karakter van de markiezin werd getekend door haar antiklerikale, patriottische en republikeinse waarden. Een groot deel van haar tijd spendeerde ze aan corresponderen, salons organiseren en het bevorderen van wetenschappen en kunsten, met bijzondere aandacht voor historische wetenschappen. Ze stond bekend als gulle weldoenster door haar uitgebreide verzamel- en schenkingspolitiek. Dit was mogelijk door de aanzienlijke erfenis, waaronder het Kasteel van Gaasbeek, die ze in bezit had gekregen na de dood van haar echtgenoot markies Giammartino Arconati Visconti in februari 1876. Vooral vanaf de jaren 1890 hield ze zich hier frequent mee bezig. Tijdens het Brusselse burgemeesterschap van Émile De Mot (1899-1909), kreeg de markiezin voor het eerst het idee om haar geliefde Kasteel van Gaasbeek weg te schenken. Het schenkingsproces stuitte echter op enkele obstakels. Pas na drie mislukte schenkingspogingen aan respectievelijk de stad Brussel onder De Mot, de Belgische Staat en koning Albert I, kon de werkelijke schenking kon plaatsvinden. Toen de markiezin de Belgische Staat voor een tweede keer benaderde om het kasteel aan te bieden, had ze namelijk meer succes. Uiteindelijk kon de schenkingsakte op 30 augustus 1921 ondertekend worden.

De schenking en haar motieven daartoe passen binnen de bredere schenkingspolitiek van de markiezin. Ten eerste waren haar kinderloze status als weduwe, haar fysieke verzwakking en haar confrontatie met vergankelijkheid door de dood van enkelen van haar dierbaren, drijfveren om bij haar schenkingspolitiek een versnelling hoger te schakelen. Daardoor paste haar schenking eveneens binnen de algemene schenkingspolitiek uit die tijdsgeest. Meer specifiek voor de schenking van het Kasteel van Gaasbeek was een eerste motief haar bewondering voor België door de dappere bescherming van Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog die ze daaraan toeschreef. Door bij te dragen aan de opbouw van het Belgisch nationaal patrimonium wilde ze haar sympathie uiten, hoewel ze België bleef bekijken met haar Franse blik. Ten tweede wilde ze het behoud van het kasteel op lange termijn verzekeren. Verder wilde ze bijdragen aan de bevordering van kunsten en wetenschappen. Daarnaast wilde ze de herinnering aan overleden geliefden eren, en hoopte ze ook dat het museum voor haarzelf attent bleef. Omwille van dit alles wenste ze dat de schenking zou leiden tot de creatie van een publiek museum, waar alle objecten van de collectie tentoongesteld zouden blijven.

De schenking leverde de markiezin veel dankbaarheid op. Tot op de dag van vandaag wordt ze herinnerd omwille van haar vrijgevigheid. Na de afronding van het proces doken er toch nog enkele problemen op. Zo maakten er nog enkele nazaten van de Arconati Visconti’s aanspraak op een deel van de schenking. De uitkomst daarvan is echter onduidelijk. Daarenboven vormde de benoeming van de eerste conservator ook voor discussies binnen de Ministerraad. Vooral een machtsstrijd tussen twee betrokken ministers lagen aan de basis van die spanningen. Ondanks die discussies was het uiteindelijk Georges Lockem die de eerste conservator werd en die functie dan ook bekleedde bij de opening van het kasteel-museum voor het publiek op 11 februari 2024.
Meer lezen

Franse militaire interventies in de Sahel: verklaringen hoe Russische inmenging de Franse terugtrekking beïnvloedde

Universiteit Gent
2024
Aelön
Messiaen
Deze masterproef heeft als doel om verklaringen te vinden voor de impact van Russische
inmenging op de terugtrekking van Franse militaire interventies in de Sahel. Daarbij wordt
gefocust op interventies van de afgelopen tien jaar met als vertrekpunt de toegenomen
militarisering in de regio. Dit zal namelijk een proces in gang zetten dat leidde tot de Franse terugtrekking waarbij onderzocht wordt wanneer en in welke mate Rusland via o.a. huurlingen (PMSC’s) invloed uitoefende. Voor het onderzoek naar de geselecteerde cases Mali, Burkina Faso en Niger wordt gebruikt gemaakt van de methode theory-testing process-tracing. Concreet wordt aan de hand van bevindingen uit de literatuur en voorgaand onderzoek een model opgesteld dat de verhouding tussen de militarisering van de Sahel, de Franse terugtrekking en de Russische inmenging theoretiseert. Hieruit worden hypotheses afgeleid en getest aan de hand van observaties. Een eerste vaststelling is dat er aanwijzingen zijn dat Rusland invloed uitoefende bij de gemilitariseerde lokale bevolking wiens onvrede leidde tot een staatsgreep, vooral door het bestaande anti-regeringssentiment te exploiteren. Vervolgens werden observaties gevonden dat Rusland via PMSC’s en lokale pro-Russische organisaties uit de civil society een anti-Frans narratief verspreidde bij de junta. Ten slotte werd met de uiteindelijke ontplooiing van Russische PMSC’s bevestigd dat de nieuwe machtshebbers voluit voor het aanbod van Moskou hebben gekozen. De impact van Russische inmenging op de Franse militaire terugtrekkingen van Opération Barkhane, Opération Sabre en Les éléments français au Niger werd dus in redelijke mate bevestigd, waarbij Rusland vooral een bestaand ongenoegen succesvol capteerde.
Meer lezen

Mannelijk, ziek, gevaarlijk en vreemd. De representatie van lesbian-like vrouwen in de Belgische dagbladpers tijdens het interbellum.

KU Leuven
2024
Lea
Schiettecatte
Sinds het midden van de jaren 1970 besteden historici steeds meer aandacht aan de geschiedenis van lesbische vrouwen. Hoewel er sindsdien al veel invloedrijke werken verschenen, is er nog weinig historisch onderzoek gevoerd naar de geschiedenis van de representatie van vrouwelijke homoseksualiteit. Deze masterproef besprak daarom de representatie van lesbian-like vrouwen in de Belgische pers tijdens het interbellum. Daarbij werd een discoursanalyse toegepast op meer dan 150 krantenartikelen van 37 verschillende kranten. In de eerste plaats toonde dit onderzoek aan dat journalisten uitvoerig berichtten over vrouwen die zich mannelijk kleedden. Die vrouwen werden tijdens het interbellum ‘garçonnes’ genoemd. Journalisten gingen daarbij op zoek naar verschillende mogelijke oorzaken voor het bestaan van de garçonne, waarbij ze de Eerste Wereldoorlog en de emancipatie van de vrouw aanhaalden. Welke reden ze ook toeschreven aan hun bestaan, de verslaggevers waren het erover eens dat garçonnes onaantrekkelijk waren. Daarbij benadrukten socialistische en liberale journalisten dat de omgeving van de garçonne misnoegd was over haar uiterlijk en drukten katholieke journalisten hun bezorgdheid uit over de gezondheid van de vrouwen. Daarnaast benoemden verslaggevers de garçonne als een sociaal probleem, waarbij ze zich volgens hen ‘immoreel’ gedroeg. Daarnaast toonde dit onderzoek aan dat Belgische journalisten het pathologisch discours van medici overnamen. In die representaties was de lesbian-like vrouw een femme fatale, die roofdiergedrag vertoonde. Mogelijke slachtoffers van die femme fatale waren kinderen, maar ook volwassen vrouwen en mannen. Daarnaast geloofden de verslaggevers dat lesbian-like vrouwen een gevaar vormden voor de maatschappij, waarbij ze een bedreiging vormden voor gezinnen en bijgevolg de toekomst van het land. Afhankelijk van de ideologie van de krant waarvoor ze werkten, haalden journalisten de censuur van fictieve werken met lesbian-like personages aan als oplossing voor de bedreiging van de lesbian-like vrouwen. Ten slotte benoemden journalisten lesbian-like vrouwen consequent als ‘de andere’. Zo werden ze vereenzelvigd met de oudheid, waarbij ze zelfs als oorzaak van de val van het Griekse Rijk benoemd werden. Lesbian-like vrouwen werden echter ook vaak geassocieerd met het buitenland, met Frankrijk en Duitsland in het bijzonder. Die associatie was wellicht het gevolg van de imago’s van Berlijn en Parijs als steden met een sterke homoseksuele subcultuur. Daarnaast maakte specifiek de socialistische pers de associatie van lesbian-like gedrag met de hoogste klasse, wat gekaderd kan worden binnen het idee van de klassenstrijd. Het onderzoek toonde aan dat er zowel sprake was van gelijkenissen als verschillen tussen de berichtgeving per ideologie. Daarbij was er vaak sprake van meningsverschillen tussen de katholieke en socialistische pers en nam de liberale pers een meer ambigu standpunt in. Daarnaast kan de berichtgeving van België vergeleken worden met die van andere Europese landen. Daarbij kwamen bredere trends op het continent, zoals het pathologisch discours, het nationalisme en de afkeur ten opzichte van garçonnes, ook terug in Belgische pers. Toch verschilde de Belgische casus ook van andere Europese landen, bijvoorbeeld wat betreft de ideologische verschillen in het land en het uitzonderlijk verbod op censuur.
Meer lezen

Unwrapping Margiela: Casestudy: “Object X,” Maison Martin Margiela herfst-wintercollectie 1997-1998: “waarom Tyvek® in plaats van papier?” – een socio-historische, esthetische, en materiaal-technische deconstructie

KU Leuven
2023
Jessy
Baeken
Unwrapping Margiela is een casestudy van “Object X,” een ontwerp van het Franse modehuis Maison Martin Margiela (1989-), het geesteskind van de Belgische ontwerper Martin Margiela (°1957). Het is een drieledig onderzoek, waarbij allereerst de geschiedenis en de esthetiek van Maison Martin Margiela onderzocht wordt. Als tweede is het een conservatorische studie naar de materiaal-technische verschillen tussen Tyvek® en papier – de toegepaste of geïmiteerde materialen van “Object X.” Daarnaast is er ook een focus op de mogelijke juridische statuten van het modeobject, de standpunten van de curator en conservator, en de bespreking van toepasbare communicatieve theorieën bruikbaar in de museale context. Het is het onderzoek van één object, maar vanuit meerdere hoeken. Het eindpunt is een waar mode-museaal universum.
Meer lezen

Parelmoer pour toujours: Consolidatie van lacque burgauté op Pierre Gole tafel uit collectie Smidt van Gelder

Universiteit Antwerpen
2023
Vadim
Van Meenen
Genomineerde shortlist Eosprijs
Onderzoek naar consolidatieproducten voor lacque burgauté op een unieke Barokke pronktafel van Louis XIV.
Meer lezen

Kunstenaars en de Antwerpse broederschap van romanisten. Een typologie van confraterneel lidmaatschap, 1572-1681

KU Leuven
2023
Nathan
Faviana
Tussen 1572 en 1681 sloten elf kunstenaars zich aan bij de Antwerpse broederschap van romanisten, een exclusieve corporatie die thuisgekomen Romevaarders verenigde. Deze masterproef ontleedt hoe het lidmaatschap van die meesters gekarakteriseerd kan worden. Ze is het resultaat van een multidisciplinair onderzoek op het kruispunt van geschiedenis en kunstwetenschappen waarin de betrokken kunstenaars en hun werken in een ruimer sociaal weefsel gesitueerd worden.
Meer lezen

De architecturale referenties in Henri Lefebvres manifest Vers une architecture de la jouissance. Een kritische analyse.

Universiteit Gent
2023
Anne-Sophie
De Clercq
Vijftig jaar geleden schreef Frans filosoof en neomarxist Henri Lefebvre het manifest 'Vers une architecture de la jouissance' in context van een onderzoeksproject rond de Spaanse toeristische dorpen en steden en de 'architecture of pleasure' die hier gevonden kan worden. In deze masterproef wordt dit manifest op een nieuwe manier toegankelijk gemaakt, gefocust op de architect. Dit gebeurt aan de hand van de visualisatie van de architecturale referenties en een aantal verkennende essays die een beeld schetsen van waar jouissance mogelijks in kan huizen.
Meer lezen

Rêve de la nage métropolitaine

Universiteit Gent
2023
Nicolas
De Wispelaere
Winnaar Vlaamse Scriptieprijs
Ontwerpvoorstellen voor nieuwe openbare zwembaden in Brussel, vertrekkend vanuit een stedenbouwkundige en historische beschouwing van openbare zwembaden in Parijs.
Meer lezen

Een dérive van de Demer in Hasselt. Psychogeografie als sleutelconcept voor een ruimtelijke analyse.

Universiteit Hasselt
2023
Oguzhan
Aydin
Dit onderzoek vormt een wandeling door de stad Hasselt met de Demer als leidraad. Na een beknopte literatuurstudie wordt een dérive, een vrije wandeling, uitgevoerd en vervolgens gebruikt als inspiratie voor een (anti-)architectuurproject. Het belang van dit soort wandeling wordt op een organische manier duidelijk gemaakt met het project.
Meer lezen

Molly Spotted Elk (1903-1977) and The Surrealists: Transatlantic Modernisms in Interwar Paris

KU Leuven
2023
Charlotte
Greenaway
Molly Spotted Elk (1903-1977) was een Penobscot danseres, schrijver en actrice die in 1931 naar Parijs trok. Daar gaf ze advies aan de directie van het Ethnografisch museum in het Trocadéro paleis en werd ze een belangrijk onderdeel van de artistieke scène.

De Franse Surrealisten hadden vanuit hun primitivisme grote interesse voor al wat Native-American was, maar niet voor de dansen van Spotted Elk. Uit deze fundamentele tegenstelling blijken de verschillende, maar diachrone modernismes die bestonden in interbellum Parijs.
Meer lezen

50 jaar emoties in de Ronde van Vlaanderen: emotieonderzoek in de Ronde van Vlaanderen van 1970 tot 2020

KU Leuven
2022
Brent
Mylemans
Deze scriptie brengt de emoties in de Ronde van Vlaanderen in een tekst geschreven, niet enkel voor de Leuvense professor, ook voor de wielerfan die zich niet bezighoudt met het lezen van wetenschappelijke artikels. De evolutie van deze emoties in de laatste vijf decennia van de Ronde van Vlaanderen kan ons helpen om de emoties in de bredere maatschappij onder de loep te nemen.
Meer lezen

De Sint-Rochuskerk (1925-1928) te Halle: een innovatieve betonbouw

Vrije Universiteit Brussel
2022
Bart
Pierreux
Deze masterproef onderzoekt de Sint-Rochuskerk in Halle (Vlaams-Brabant), een innovatieve betonbouw in België, gerealiseerd in 1928. De kerk werd met een complexe genese opgetrokken in het interbellum door de samenwerking van drie architecten. Ondanks haar innovatieve karakter werd de kerk nog niet eerder wetenschappelijk bestudeerd.
Meer lezen

Asking the Right Question: Generating Difficulty-Ranked Questions from Examples

KU Leuven
2022
Jinfu
Chen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze scriptie onderzoekt automatische vragen generatie door gebruik te maken van sjablonen. We extraheren sjablonen uit bestaande vragen, en we maken gebruik van Wikidata om de sjablonen in te vullen. Vervolgens schatten we de moeilijkheidsgraad van de gegenereerde vragen om een ordening te creëren van makkelijke naar moeilijke vragen.
Meer lezen

Qualifying the European Carbon Border Adjustment Mechanism: a preliminary but necessary step in assessing its WTO-legality

Vrije Universiteit Brussel
2022
Laure
Hendrickx
Deze thesis gaat over het Commissievoorstel voor een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (de EU CBAM). Meer bepaald wordt in deze thesis onderzocht of het voorstel niet in strijd is met de regels opgelegd in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de vraag naar de kwalificatie van het mechanisme. Om een nauwkeurige legaliteitsbeoordeling van het voorgestelde mechanisme te voeren, moet immers eerst worden bepaald of het mechanisme een belastingmaatregel of een gewone wetgevingsmaatregel uitmaakt.
Meer lezen

Kunnen we de leermotivatie voor het vak Frans in de eerste graad a- en b-stroom verhogen met ons didactisch bordspel?

Odisee Hogeschool
2022
Katrien
Matthijs
  • Nele
    Lombaert
Omdat we merken dat de leerlingen in de eerste graad a- en b-stroom weinig leermotivatie hebben voor de lessen Frans, hebben we zelf een educatief bordspel ontworpen. We hebben duidelijk gekozen voor een bordspel en niet voor een online platform om de schermtijd te beperken en om de spreekvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid en groepsdynamica in de klas te vergroten. Daarbovenop willen we de leerlingen ook warm maken voor de Franse cultuur. Na een test bij 51 leerlingen hebben we 49% meer motivatie kunnen registreren.
Meer lezen

Muziek in erfgoed Herbestemming van monumenten tot concertzalen in Vlaanderen

Universiteit Antwerpen
2021
Raphael
De Mey
Deze thesis beoogt om op basis van voornamelijk akoestisch theoretische toetsing van bestaande cases en hun erfgoedwaarden enkele algemene aandachtspunten mee te geven die een tool kunnen zijn bij het herbestemmen van monumenten tot concertzalen.
Meer lezen

La « matriochka traductive » : réflexions sur l'altérité stratifiée dans la traduction littéraire. Traduction partielle de La fille d'un héros de l'Union soviétique d'Andreï Makine comparée à la traduction néerlandaise publiée.

Universiteit Gent
2021
Philippe
Vanhoof
Het Vreemde en het Eigene, de Andere en het Ik vormen de spilfiguren van de interculturele spanning in de literaire vertaling, maar blijven tegelijkertijd té diffuus. Deze scriptie fourneert een preliminaire en non-exhaustieve categorisering van de verschillende types 'alteriteit' waarmee een vertaler in aanraking komt. Bovendien snijdt ze ook een pseudovertaling van Andreï Makine aan en tracht te verklaren hoe een dat tekstgenre niet alleen frauduleus is, maar ook intrinsiek vreemd aan zichzelf.
Meer lezen