Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

De rol van schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in het kader van de verslaggeving van de psychosociale dienst van de gevangenis

Universiteit Antwerpen
2025
Claudie
Van Opstal
In deze meesterproef zal aan de hand van een combinatie van klassiek juridisch en empirisch onderzoek onderzocht worden welke rol schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in de verslaggeving van de psychosociale dienst (PSD) van de gevangenis spelen.

Beslissingnemers inzake de straftenuitvoerlegging zoals de strafuitvoeringsrechter (SUR), de strafuitvoeringsrechtbank (SURB) en de (vertegenwoordiger van de) minister van Justitie, in het bijzonder de centrale gevangenisadministratie sectie externe rechtspositie van de Directie Detentiebeheer (DDB) hebben grote vrijheid bij het nemen van beslissingen over de toekenning van strafuitvoeringsmodaliteiten.

Aan de veroordeelde kunnen verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten worden toegekend voor zover er in hoofde van deze veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan niet tegemoet kan worden gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Deze tegenaanwijzingen hebben onder andere betrekking op het gevaar dat de veroordeelde het slachtoffer zou lastigvallen, een manifest risico voor de fysieke integriteit van derden, het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten, de houding van de veroordeelde ten aanzien van de slachtoffers, enzovoort.

Bij de inschatting van deze tegenindicaties kan de ingesteldheid van de veroordeelde tegenover de feiten en het slachtoffer en meer specifiek de aan- of afwezigheid van schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen in hoofde van de veroordeelde een relevante factor zijn.

Om te kunnen beoordelen of deze tegenaanwijzingen al dan niet aanwezig zijn, dienen de beslissingnemers aldus een goed beeld te hebben over de persoon van de veroordeelde. Daarom voorziet de Wet externe rechtspositie (WER) een verplicht advies van de gevangenisdirecteur met betrekking tot de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit. Voor de opmaak van zijn advies zal de gevangenisdirecteur zich laten inspireren door het verslag van de PSD, een orgaan dat deel uitmaakt van het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen (DGEPI) en een lokale vestiging heeft in iedere strafinrichting.

De kerntaak van de PSD bestaat er immers in advies te verlenen over de toekenning van een bepaalde strafuitvoeringsmodaliteit in het kader van de uitvoering van een vrijheidsberovende straf. In het PSD-verslag wordt daarom aan de hand van de criminogene domeinen of een formele risicotaxatie een inschatting van de mogelijke risico’s gemaakt. Deze inschatting dient om vervolgens de tegenindicaties te kunnen beoordelen en een advies over de toekenning van de gevorderde modaliteit te kunnen opstellen.

De verslagen van de PSD blijken in de praktijk een belangrijke rol te hebben bij de besluitvorming over de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit. Ondanks het grote belang van de PSD-verslagen is er nauwelijks informatie over het PSD-verslag beschikbaar. Het is immers onduidelijk of de PSD met schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen rekening houdt, hoe zij deze begrippen invult, hoe zij de aanwezigheid en oprechtheid ervan beoordeelt, waar deze begrippen in het PSD-verslag aan bod kunnen komen alsook welke impact schuldinzicht, berouw en spijtbetuigingen op het uiteindelijke advies hebben. Het doel van het onderzoek is dan ook om hierover meer inzicht te vergaren.
Meer lezen

Omgaan met schaamte: Als gezinswetenschapper het onbespreekbare, bespreekbaar maken

Odisee Hogeschool
2025
Nancy
Rits
Schaamte is een intens en vaak verlammend gevoel dat een grote invloed kan hebben op het welzijn van cliënten én op hun bereidheid om hulp te zoeken of hulp te aanvaarden.
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe schaamte een rol speelt binnen intrafamiliaal geweld, meer specifiek in partnerrelaties. Eveneens wordt onderzocht hoe we als hulpverleners het onbespreekbare toch bespreekbaar zouden kunnen maken. De scriptie vertrekt vanuit een praktijkgerichte casus die de problematiek concreet en beklijvend maakt. Vanuit de drie invalshoeken, de psychologische, communicatieve en de invalshoek van de hulpverlener, wordt de thematiek van schaamte diepgaand verkend.

De psychologische invalshoek richt zich op hoe persoonlijkheidskenmerken, gehechtheid en emotionele patronen mee vorm geven aan het ontstaan én in stand houden van schaamte. Er wordt onderzocht hoe schaamte verweven is met kwetsuren uit het verleden en hoe deze zich uiten in intieme relaties. Modellen zoals de gehechtheidstheorie en Emotionally Focused Therapy (EFT) helpen om destructieve interactiepatronen (ook wel ‘duivelse dansen’ genoemd), te begrijpen en te doorbreken (Johnson, 2019).

De communicatieve invalshoek belicht hoe schaamte zich uit in sociale interacties en hoe communicatie bepalend is voor het al dan niet bespreekbaar maken ervan. Er wordt dieper ingegaan op de rol van sociale normen, cultuur en het belang van veiligheid en empathie in gesprekken. Verbindende communicatie vormt hierbij een belangrijke kader. Deze invalshoek toont aan dat taal en houding het verschil kunnen maken tussen verbinding en afstand.

De invalshoek van de hulpverlener focust op de professionele praktijk. Binnen de context van het politiewerk wordt er gekeken naar het wettelijk kader bij intrafamiliaal geweld. We staan stil bij hoe crisisgespreksvoering kan bijdragen aan de bespreekbaarheid van gevoelige thema’s (Roberts, 2000). tegelijk wordt er aandacht besteed aan de hulpverlener zelf: aan diens draagkracht, aan de impact van confrontatie met geweld en schaamte en aan het belang van zelfzorg en collegiale ondersteuning. Het besef groeit dat ook de hulpverlener ruimte nodig heeft om ‘geraakt’ te mogen zijn, zonder oordeel (Deganseman et al., 2023).

Aansluitend bij deze invalshoeken werden twee veranderingsstrategieën uitgewerkt. De eerste strategie betreft een infobrochure die cliënten op een toegankelijke manier erkenning biedt en hen uitnodigt om het gesprek over schaamte aan te gaan. De tweede strategie focust op de hulpverlener en combineert vorming met intervisie, waardoor er ruimte kan ontstaan voor zelfreflectie, ondersteuning en verdieping. Beide strategieën werden getoetst aan het werkveld, waaruit blijkt dat zowel cliënt als hulpverleners nood hebben aan praktische materialen én ruimte om hun beleving te delen. Een duurzame verandering is enkel mogelijk als we oog hebben voor het perspectief van de cliënt én het perspectief van de hulpverlener. Pas dan ontstaat er ruimte voor herstel, verbinding en echte ontmoeting, daar waarbij schaamte plaats mag maken voor erkenning en groei.
Meer lezen

Oranje tegen Bonaparte. De Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden (1815-1831)

KU Leuven
2025
Tuur
Porters
In deze scriptie onderzocht ik de ontwikkeling van de Napoleontische mythe en het bonapartisme in de Zuidelijke Nederlanden tussen 1815 en 1831. Ik legde daarbij de focus op de verhouding tussen die twee fenomenen, die door verschillen maar ook vele gelijkenissen gekenmerkt werden, maar ook op de houding van de Nederlandse overheid tegenover die napoleontische sentimenten.
Meer lezen

Van stereotiep naar meer gelijkwaardig? De evolutie van genderrepresentatie in talige voorbeeldzinnen uit Nederlandstalige schoolboeken tussen 1985-1999 en 2000-2015

KU Leuven
2025
Gitte
Leysen
De meeste jongeren in Vlaanderen brengen gemiddeld 32 tot 36 uur per week binnen de schoolmuren door. Hoewel digitale leermiddelen daarin alsmaar meer hun intrede maken, blijven schoolboeken een cruciaal, al dan niet nog steeds belangrijkste, medium voor scholen voor het overbrengen van kennis. Schoolboeken bevatten naast die feitelijke kennis echter ook onderliggende normen en waarden, die genderspecifieke stereotypen kunnen overbrengen. Daarbij worden bepaalde persoonlijkheidskenmerken, activiteiten en rollen toegeschreven aan personages op basis van hun
gender. Een evenwichtige en niet-stereotiepe representatie van mannen en vrouwen verkiest echter de voorkeur aangezien dergelijke genderstereotypen een negatieve invloed kunnen hebben op het welzijn en aspiraties van adolescenten.
Talrijke studies die de representatie van gender in media, zoals radio, televisie en reclame, analyseerden, stelden patronen van ongelijke representatie en traditionele rolverdelingen tussen vrouwen en mannen vast. Hoewel genderrepresentatie in schoolboeken steeds vaker wordt onderzocht, richten die onderzoeken zich nauwelijks op de evolutie van genderrepresentatie en op middelbare schoolboeken en nog minder op Nederlandstalige schoolboeken. Dit onderzoek richtte zich daarom op de
evolutie van genderrepresentatie in Nederlandstalige schoolboeken bestemd voor de middelbare school.
Deze studie voerde een kwantitatieve inhoudsanalyse uit op een corpus van 615 talige
voorbeeldzinnen uit elf verschillende schoolboeken die bestemd waren voor het vierde, vijfde en zesde middelbaar uit twee afzonderlijke periodes, namelijk 1985-1999 en 2000-2015. Deze masterproef analyseerde diverse aspecten van genderrepresentatie. Er werd gekeken naar de beroepen, rollen, activiteiten en contexten waarin mannen en vrouwen voorkwamen en naar hun relatie tot passiviteit, fysiek uiterlijk, emoties en alcohol-, tabak- en drugsgebruik. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat traditionele representaties aanwezig bleven in de geanalyseerde zinnen. In beide tijdsperiodes werden in dit corpus vrouwen vaker geassocieerd met passiviteit, fysiek uiterlijk en huishoudelijke en sociale contexten. Mannen daarentegen waren
oververtegenwoordigd in beroepsmatige en autoritaire contexten en werden vaker geassocieerd met alcohol-, tabak- en drugsgebruik. Een opvallende en zorgwekkende bevinding was dat de aanwezigheid van vrouwen in leidinggevende functies zelfs afnam, terwijl die van mannen toenam. Op dat vlak stagneerde de representatie in schoolboeken niet alleen, maar deed die zelfs een stap terug, wat ingaat tegen de maatschappelijke verwachting.
De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de dominant heersende stereotiepe
genderrepresentaties grotendeels behouden bleven doordat de traditionele representaties in 2000-2015 aanwezig bleven bij het merendeel van de variabelen. Deze masterproef toont aan dat, ondanks de vergrootte maatschappelijke aandacht voor gendergelijkheid, genderstereotypen in schoolboeken ook anno 2000-2015 hardnekkig waren. Daarmee benadrukt dit onderzoek de blijvende noodzaak voor uitgevers, auteurs en leerkrachten om kritisch en bewust om te gaan met de representatie van gender in lesmateriaal.
Meer lezen

Familiale vermogensplanning via een maatschap

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Jari
Diet
Deze bachelorproef onderzoekt de maatschap als instrument binnen familiale vermogensplanning. De centrale vraag luidt hoe deze rechtsvorm optimaal kan worden ingezet om vermogen fiscaal voordelig en juridisch sluitend over te dragen naar de volgende generatie, zonder dat de ouders hun controle volledig verliezen.

Het theoretische luik schetst eerst het juridische kader: de oprichting, werking en beëindiging van een maatschap, met bijzondere aandacht voor de contractuele vrijheid, stemrechten, de rol van de zaakvoerder en de vereisten rond boekhouding en administratieve verplichtingen. Vervolgens worden de fiscale aspecten geanalyseerd, waaronder de erfbelasting, de toepassing van de antimisbruikbepaling en de spanningslijn tussen controle en overdracht. Ook alternatieve technieken, zoals de beheersvolmacht, worden besproken.

In het praktijkgedeelte wordt een casus uitgewerkt waarbij een gezin zijn effectenportefeuille overdraagt via een maatschap. De financiële vergelijking toont dat een zorgvuldig uitgewerkte maatschap een aanzienlijke besparing in erfbelasting oplevert, oplopend tot bijna €188.000, ondanks de oprichtings- en begeleidingskosten.

De thesis besluit dat de maatschap een krachtig en flexibel instrument blijft binnen familiale vermogensplanning. Wel is maatwerk onmisbaar: overmatige controle door de ouders kan leiden tot fiscale herkwalificatie en nadelige gevolgen. Met de juiste balans tussen controle en afstand biedt de maatschap families een duurzame en fiscaal voordelige manier om hun vermogen over te dragen.
Meer lezen

Sincerity, Strength, and Spin: Putin’s Brand in a Decade of Direct Line. Applying Aaker’s Brand Personality Framework to Authoritarian Image Management.

KU Leuven
2025
Sofie
Poestovit
This thesis examines how Vladimir Putin has adjusted his personal brand over a ten-year period by analyzing three episodes of the televised program Direct Line with Vladimir Putin from 2014, 2019, and 2024. In modern authoritarian regimes, popularity and public legitimacy are crucial for maintaining power. This research applies Jennifer Aaker’s Five Dimensions of Brand Personality: Sincerity, Excitement, Competence, Ruggedness, and Sophistication, as a coding framework to assess how Putin constructs and adapts his image in response to changing political and social contexts. Four hypotheses were tested: (1) that Putin’s brand primarily uses Sincerity, Excitement, and Competence; (2) that Competence is emphasized during economically stable periods; (3) that Ruggedness and Daring increase during international crises and (4) that Excitement becomes more prominent when public mobilization is needed. The findings affirm the first two hypotheses. Sincerity, Excitement, and Competence consistently dominate Putin’s image, with a notable emphasis on Competence in 2019. The third hypothesis receives partial support, as Ruggedness increases during crisis years, though mainly in domestic contexts. The fourth hypothesis is not supported, as no significant rise in Excitement was observed in 2024. This study contributes to the field of political marketing in authoritarian regimes and offers a deeper understanding of how contemporary autocrats use media and personal branding to maintain legitimacy and control.
Meer lezen

Tussen voelen en vertellen: De emotionele cultuur tijdens de jaren 1960 in Vlaanderen

KU Leuven
2025
Lies-An
Desaever
Dit onderzoek focust zich op het voelen en het vertellen. Centraal staan de emotionele
herinneringen en herinnerde emoties van vertellers die opgroeiden tijdens de jaren 1960. Aan de hand van mondelinge interviews werd onderzocht hoe de emotionele cultuur in Vlaanderen tijdens dit decennium verschoof, en hoe de emotionele stijlen tussen stad en platteland verschilden. Daarvoor werden achttien vertellers geselecteerd die zowel op het West- en Oost-Vlaamse platteland als in de steden Kortrijk en Gent opgroeiden tijdens hun tienerjaren.

De analyse onderscheidt drie thema’s die inzicht geven in de toenmalige emotionele cultuur: het emotionele zelf, het gezin en de gemeenschap, en de invloed van technologie en de opkomst van de consumptiecultuur. De interviews tonen aan dat er een overgangsfase plaatsvond in de emotionele beleving, waarin de externe en relationele emoties aan belang verloren ten voordele van het interne zelf. Binnen de emotionele opvoeding is er vooral een verschil te zien, waarbij autoriteitsfiguren streefden naar stabiliteit en discipline, terwijl jongeren naar vrijheid en verbondenheid verlangden. De opkomst van de consumptiecultuur en de verspreiding van technologie beïnvloedde eveneens het emotioneel zijn. Er ontstond een tendens van verbondenheid en afstand, collectief geluk, maar vooral een stijgend individualisme.

Dit onderzoek biedt een andere kijk op het verleden door de focus te leggen op het belang van emoties. Het brengt de belevingsdimensie van het persoonlijke en geleefde verleden in beeld en toont hoe jongeren hun emoties ontwikkelden in een veranderende samenleving. Het theoretische fundament van dit onderzoek combineert inzichten uit de emotiegeschiedenis en mondelinge geschiedenis, en vult hiaten aan met multidisciplinaire literatuur. Zo levert dit onderzoek zowel methodologisch als inhoudelijk een bijdrage aan de historiografie. Het bewijst een vruchtbaar pad voor verder onderzoek naar de wisselwerking tussen emotie, herinnering en identiteit in verschillende historische contexten.
Meer lezen

HOOG SENSITIVITEIT IN HET DOMEIN VAN DE SENSUALITEIT Een beschrijvend onderzoek naar het verband tussen hoog sensitiviteit en seksualiteit

KU Leuven
2025
Vanessa
Verlinden
Deze masterproef onderzoekt de mogelijke invloed van hoog sensitiviteit op seksualiteit, beide worden beïnvloed door een combinatie van persoonlijkheidskenmerken en biologische factoren. Ondanks het feit dat hoog sensitiviteit een aantoonbare impact kan hebben op de fysieke en mentale gezondheid (Costa-lópez et al.,2021), is de relatie met seksuele gezondheid tot op heden weinig onderzocht. Voorts blijkt uit onderzoek van Lionetti et al. (2018) dat hoog sensitieve personen, door hun verhoogde gevoeligheid voor positieve omgevingsinvloeden, ook sterker kunnen reageren op psychotherapeutische interventies. Dit impliceert dat hun verhoogde kwetsbaarheid tegelijk ook kansen biedt voor een effectieve behandeling.
In het kader van dit beschrijvend onderzoek werd via sociale media en HSP Vlaanderen een online vragenlijst verspreid, resulterend in een steekproef van 273 respondenten die voldeden aan de inclusiecriteria. De vragenlijst omvatte reeds gevalideerde vragenlijsten die persoonlijkheidskenmerken, Sensation Seeking, seksuele inhibitie en excitatie en seksuele disfuncties nagaan. Bij de analyses werd er een onderscheid gemaakt op basis van geslacht en Sensation Seeking. Er werden 241 vrouwen en 32 mannen weerhouden met een HSP score die boven gemiddeld was.
De resultaten toonden enkele discrepanties met de bestaande literatuur wat betreft persoonlijkheidskenmerken. Hoog sensitieve personen scoorden doorgaans lager op extraversie, terwijl het gemiddelde in deze steekproef het theoretisch gemiddelde benaderde. Ook op vriendelijkheid lag het gemiddelde hoger dan wat de literatuur aangeeft. De hogere scores op openheid en neuroticisme bij hoog sensitieve personen werden wel bevestigd. Deze kenmerken kunnen enerzijds bijdragen aan grotere seksuele tevredenheid, maar anderzijds ook een negatieve invloed uitoefenen door verhoogde prikkelgevoeligheid. Ook op het vlak van seksuele inhibitie en excitatie waren er afwijkingen. Mannen scoorden hoger dan vrouwen op inhibitie, terwijl vrouwen hoger scoorden op excitatie. Opvallend is dat de hoog sensitieve personen in dit onderzoek vaker seksuele problemen, lijdensdruk en seksuele disfuncties rapporteerden dan wat in de algemene Vlaamse populatie werd vastgesteld in het Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013). De hogere prevalentie van seksuele disfuncties kon echter niet worden verklaard op basis van seksuele inhibitie, excitatie of Sensation Seeking.
Uit deze studie blijkt dat hoog sensitieve personen hoog scoren op vriendelijkheid en openheid, waardoor ze mogelijk een hogere seksuele tevredenheid ervaren. Daarnaast lopen ze een verhoogd risico op seksuele problemen en eventuele lijdensdruk, waardoor er mogelijk ook meer kans is op seksuele disfuncties. Hoog sensitieve personen vertegenwoordigen vermoedelijk een groot deel van de populatie die vroeg of laat nood heeft aan seksuologische hulpverlening. Het is dan ook opportuun om seksualiteit in relatie tot hoog sensitiviteit verder te onderzoeken, bij voorkeur op basis van grotere en meer representatieve steekproeven om de bevindingen te versterken. Daarbij verdient ook de rol van mogelijke biologische factoren aandacht. Tot slot is het aangewezen om bestaande interventies meer toe te spitsen op specifieke kenmerken van hoog sensitieve personen. Meer inzicht in de seksuele beleving van hoog sensitieve personen is niet alleen van belang voor henzelf, maar ook voor hun partners en de hulpverleners die hen begeleiden bij seksuele bezorgdheden.
Meer lezen

Besluitvorming bij het aanwerven van atypische profielen

KU Leuven
2025
Sarah
Aben
  • Eva
    Totori
Deze masterproef onderzoekt oorzaken van rekruteringsbeslissingen, meer specifiek het effect van profieltype op aanwervingsintentie en de invloed van inertiemechanismen. Daarnaast wordt nagegaan of de relatie tussen inertiemechanismen en aanwervingsintentie wordt gemodereerd door de mate van tijdsdruk, openheid voor ervaring en/of neuroticisme. De hypothesen worden getest door middel van een experimentele vignettestudie uitgevoerd bij 158 recruiters. De resultaten geven weer dat atypische profielen leiden tot een lagere aanwervingsintentie in verhouding tot typische profielen, door het ervaren van sterkere inertiemechanismen. Er zijn echter geen significante effecten gevonden voor de modererende rollen van tijdsdruk, openheid voor ervaring en neuroticisme in de indirecte relatie tussen profieltype en aanwervingsintentie, via inertiemechanismen. Deze resultaten bieden nieuwe inzichten in rekruteringsbeslissingen en hoe ze tot stand komen. De limitaties en praktische implicaties van dit onderzoek worden eveneens besproken.
Meer lezen

De beoordelingsvrijheid van de jeugdrechter en het belang van de minderjarige in het jeugddelinquentierecht

Vrije Universiteit Brussel
2025
Damra
Citak
Mijn masterproef onderzoekt de beoordelingsvrijheid van Vlaamse jeugdrechters onder het Jeugddelinquentiedecreet van 15 februari 2019 en de wijze waarop het belang van de minderjarige in hun beslissingen doorweegt. Het decreet markeert een paradigmaverschuiving van een beschermingsgericht model naar een benadering waarin vooral responsabilisering centraal staat, naast herstel, beveiliging en sanctionering.

De ruime discretionaire bevoegdheid van jeugdrechters laat zowel juridische (legale) als buiten-juridische (extralegale) factoren toe in de besluitvorming, zoals leeftijd, geslacht, etnisch-culturele achtergrond, sociale context, gezinsstructuur, het gedrag van de minderjarige en de persoonlijkheid van de jeugdrechter. Ook praktische factoren, zoals de beschikbaarheid van voorzieningen, beïnvloeden de uiteindelijke sancties en maatregelen.

Het onderzoek combineert een juridische analyse van nationale en internationale regelgeving, rechtsleer en rechtspraak met een empirisch luik via interviews met zes Vlaamse jeugdrechters. Hierbij worden onder meer de interpretatie van het belang van de minderjarige, de toepassing van proces- en rechtswaarborgen en de rol van juridische en extralegale factoren onderzocht.

De bevindingen tonen dat jeugdrechters sterk rekening houden met de context van de minderjarige, maar dat de ruime beoordelingsvrijheid ook leidt tot variatie in beslissingen. De studie levert zowel een wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdrage aan het begrip van de toepassing van het Jeugddelinquentiedecreet en benadrukt het spanningsveld tussen responsabilisering, bescherming en kindvriendelijkheid.
Meer lezen

Persoonlijkheden bij kinderen in de lagere school

Hogeschool UCLL
2025
Maarten
Coeckelberghs
Wat als we de persoonlijkheid van een kind niet in hokjes moeten stoppen, maar kunnen laten bloeien zoals een bloem? Gewapend met observaties in verschillende klassen, zomerscholen, kampen enz. en met mijn vraag: Hoe kan een leerkracht de persoonlijkheid van een kind benutten zodat dit sneller en beter tot leren komt?, ging ik op pad naar een antwoord.

Aan de hand van het wetenschappelijk onderbouwde Big Five-model ontwikkelde ik een speelse en visuele metafoor: de persoonlijkheidsbloem. Dit model laat kinderen (6 tot 12 jaar) op een laagdrempelige manier ontdekken wie ze zijn, terwijl leerkrachten een krachtig hulpmiddel krijgen om het gedrag en de noden van dit kind beter te begrijpen. Het onderzoek combineert de inschattingen van klasleerkrachten met een spel waarin kinderen zichzelf al spelend plaatsen binnen de vijf persoonlijkheidsdimensies.

Wat blijkt? Deze bloem werkt. Ze maakt persoonlijkheid bespreekbaar, zichtbaar en bruikbaar in de klas.
Zo kan ik stellen dat wie inzet op persoonlijkheidsontwikkeling, investeert in diepgaander en inclusiever onderwijs. Want pas als je weet hoe een kind groeit, weet je hoe je het kan laten bloeien.
Meer lezen

Wat zegt jouw Spotify Wrapped over je persoonlijkheid? Een lensmodelonderzoek naar persoonlijkheidsindrukken op basis van muziekvoorkeuren

KU Leuven
2025
Sara
Samadi
Veel mensen luisteren naar muziek via Spotify, waar ze vrij kunnen kiezen waar ze naar luisteren. Op basis van deze keuzes, die hun luistergedrag weerspiegelen, stelt Spotify jaarlijks een overzicht samen dat bekendstaat als Spotify Wrapped. Dit roept de vraag op of mensen in staat zijn om op basis van iemands Spotify Wrapped een accurate indruk te vormen van diens persoonlijkheid. Hoewel heel wat studies de accuraatheid van persoonlijkheidsindrukken in andere domeinen hebben onderzocht, is er tot nu toe slechts één studie die dit binnen de context van muziek heeft gedaan. Dit is de eerste studie die het verband onderzoekt tussen muziekvoorkeuren, persoonlijkheid en persoonlijkheidsoordelen aan de hand van de populaire Spotify Wrapped, met als theoretische basis het Lens Model van Brunswik (1955).
Het doel van deze thesis is het onderzoeken van: (1) het verband tussen iemands muziekvoorkeuren, met name Spotify Wrapped en zelfgerapporteerde voorkeuren voor genres, en diens persoonlijkheid, (2) het verband tussen muziekvoorkeuren en persoonlijkheidsoordelen door anderen, en (3) de accuraatheid van deze oordelen op basis van deze informatie. Om de eerste twee onderzoeksvragen te beantwoorden, werden 14 muziekgenres en twee bijkomende kenmerken (het aantal genres waar men graag naar luistert en de neiging om naar dezelfde artiest te luisteren) gebruikt als cues, wat een totaal geeft van 16 cues waarmee correlaties berekend worden.
De studie werd uitgevoerd in twee delen. Voor het eerste deel werd een vragenlijst opgesteld waarin deelnemers (N = 96) werd gevraagd naar hun leeftijdscategorie, gender, een screenshot te uploaden van hun top 5 Spotify Wrapped nummers, hun voorkeuren voor 14 muziekgenres aan te duiden en een persoonlijkheidsvragenlijst in te vullen. Dit eerste deel van de studie leverde het materiaal voor het tweede deel. Er werden 93 muziekprofielen samengesteld die informatie bevatten over de gender, leeftijdscategorie, top 5 Spotify Wrapped nummers en genrevoorkeuren van de deelnemer. Deze 93 muziekprofielen (dit zijn de ‘targets’) werden verdeeld over vragenlijst A en B, elk die de helft van de muziekprofielen bevat. Zes beoordelaars evalueerden de persoonlijkheid van de targets in vragenlijst A, en zes andere beoordelaars deden hetzelfde voor vragenlijst B.
Wat de eerste onderzoeksvraag betreft, werd zwak bewijs gevonden voor een verband tussen persoonlijkheid en muziekvoorkeuren. Na toepassing van de Bonferroni-correctie werden de meeste verbanden verwaarloosbaar. Met betrekking tot de tweede onderzoeksvraag werden verscheidene verbanden gevonden, waarvan een deel ook na toepassing van de Benjamini-Hochberg-correctie overeind bleven. Mensen vormen dus wel degelijk persoonlijkheidsindrukken op basis van meerdere muzikale cues. Dit geldt in het bijzonder voor de trekken openheid voor ervaringen, gewetensvolheid en vriendelijkheid.
Wat betreft de laatste onderzoeksvraag tonen de resultaten aan dat beoordelaars in beperkte mate accuraat zijn in het inschatten van gewetensvolheid, neuroticisme en openheid op basis van iemands muziekvoorkeuren. Mensen blijken dus in staat om indrukken te vormen die in zekere mate overeenkomen met de werkelijke persoonlijkheid, op basis van de muziekvoorkeuren zoals weerspiegeld in de Spotify Wrapped en genrevoorkeuren. Dit is opmerkelijk gezien de beperkte informatie die werd aangeboden én het zwakke verband tussen muziekvoorkeuren en persoonlijkheid, zowel in deze als in eerdere studies.
Meer lezen

Langs de zijlijn of buitenspel? Representatie van partners van voetballers in de Vlaamse sportpers van 1978 tot 1997 en hun ervaringen.

KU Leuven
2024
Maarten
Drossart
Voetballers zijn al decennialang gemediatiseerde figuren, die aandacht krijgen via verschillende media. Met name sinds het begin van de 21ste eeuw zorgde dit ook voor een toename in aandacht voor hun respectievelijke partners, de Zogenaamde WAGs, Wives and Girlfriends. Dit onderzoek tracht een bijdrage te leveren rond de representatie van vrouwen van voetballers in de media in de periode vóór de toegenomen aandacht rond hun figuur, specifiek van 1978 tot 1997. Daarnaast gaat dit onderzoek ook dieper in op de ervaringen van vrouwen getrouwd met een profvoetballer op het einde van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw. Dit onderzoek bevindt zich door de focus op een marginale groep binnen de sportwereld op de kruising tussen sport- gender- en subalterne geschiedenis.
Dit onderzoek voerde een kwalitatief personderzoek uit op artikels uit Vlaamse sport- en voetbalmagazines zoals Sport ’80, Sport ’90 en Voetbalmagazine over een periode van 1978 tot 1997. Samen met artikels uit januari-edities van Het Laatste Nieuws, over een periode van 16 jaar (1980-1995), vormden deze het bronnencorpus. In de verschillende artikels kwamen de partners van voetballers via woord of beeld aan bod. Aan de hand hiervan kwamen verschillende vormen van representatie naar voren, met een sterke nadruk op traditionele vrouwelijke rollen als huismoeder of opvoedster van de kinderen. Daarnaast kwamen verschillende stereotypen naar boven die focusten op de zorgzaamheid van de vrouwen, de steun die ze boden of een focus op hun uiterlijk en vertoon. Verder waren er ook artikels die dieper ingingen op de partners zelf en dusdanig non-stereotiepe representaties vormden, wat vernieuwend was in vergelijking met gelijkaardig onderzoek.
De vrouwen die dit onderzoek interviewde bespraken zowel hun privéleven, hun omgang met de media als hun positie en rol binnen de voetbalwereld. Hierbij gaven de vrouwen wat betreft hun privéleven aan dat zij verantwoordelijk waren voor zowel het huishouden als de zorg over de kinderen, mede door de carrières van hun echtgenoten. Zij waren zich bewust van hun persoonlijke opofferingen en rationaliseerden deze vanuit andere positieve neveneffecten verbonden aan een voetbalcarrière, zoals de mogelijkheid tot verschillende mooie reizen. Dit kwam grotendeels overeen met ander onderzoek naar sporthuwelijken. Wat betreft media-aandacht, gaven de vrouwen aan hier geen belang aan te hechten, en hadden zij tevens het gevoel dat deze tijdens de spelerscarrières van hun echtgenoten tot op zekere hoogte voor hen beperkt was. Wat betreft hun positie binnen de voetbalwereld waren de vrouwen zich bewust van hun marginale positie, wat zij niet negatief ervaarden. De voetbalwereld bood hen herinneringen waar ze zeer positief op terugkeken, zoals het verkrijgen van een nieuwe sociale kring. Al bij al hielden de vrouwen overwegend positieve herinneringen over aan de actieve spelerscarrières van hun echtgenoten.
Meer lezen

Persoonlijkheid en schaamhaar: Een analyse van schaamhaaronderhoud en de redenen hiervoor

KU Leuven
2024
Rob
Dralants
Deze masterproef richt zich op de relatie tussen persoonlijkheidskenmerken en de manier waarop mensen hun schaamhaar onderhouden. Het onderzoek richt zich specifiek op de invloed van de Big Five persoonlijkheidskenmerken (neuroticisme, extraversie, openheid voor ervaringen, vriendelijkheid en consciëntieusheid) op de keuzes rondom het scheren, trimmen of laten staan van schaamhaar. Het doel was om te begrijpen of persoonlijkheidskenmerken invloed hebben op deze keuzes en wat de achterliggende redenen daarvoor zijn.

Om deze hypothesen te testen, werd een vragenlijst verspreid via sociale media, die werd ingevuld door 906 mensen met verschillende genderidentiteiten en seksuele oriëntaties. De vragenlijst bevatte onder andere een Big Five persoonlijkheidstest en vragen over schaamhaaronderhoud. De resultaten toonden aan dat vrouwen inderdaad vaker hun schaamhaar scheren of trimmen dan mannen, hoewel heteroseksuele mannen steeds vaker aan “manscaping” doen. Daarnaast bleken neuroticisme, extraversie en openheid voor ervaringen de belangrijkste persoonlijkheidskenmerken die verband hielden met schaamhaaronderhoud. Ook werd duidelijk dat de redenen voor schaamhaaronderhoud varieerden afhankelijk van de genderidentiteit en seksuele oriëntatie van de deelnemers.

Over het algemeen concludeert de studie dat er een duidelijk verband bestaat tussen persoonlijkheidskenmerken, schaamhaaronderhoud en de redenen waarom mensen ervoor kiezen om hun schaamhaar te onderhouden.
Meer lezen

Hoe ervaren interculturele koppels in Vlaanderen hun samenleven? Kwalitatief onderzoek naar perspectieven op cultuur(verschillen), culturele onderhandelingsprocessen en (in)formeel netwerk

Universiteit Gent
2024
Eva
Cornelus
Onder invloed van globalisering en processen zoals migratie worden samenlevingen steeds diverser, wat in Vlaanderen gepaard gaat met een stijging aan interculturele relaties. Deze masterproef gaat na wat voor deze koppels de betekenis is van cultuur, hoe koppels omgaan met cultuurverschillen en/of gelijkenissen en hoe ze hun contacten met het (in)formeel netwerk ervaren. Het doel van deze masterproef is om bij te dragen aan de wetenschappelijke kennis over hoe divers samengestelde gezinnen hun gezinsleven ervaren zodat pedagogische praktijken zo goed mogelijk op hun noden afgestemd kunnen worden. Om een antwoord te bieden op de onderzoeksvragen werd er gebruik gemaakt van kwalitatief onderzoek. Er werden semi-gestructureerde interviews afgenomen bij negentien participanten die zichzelf identificeren als intercultureel koppel en minstens één kind hebben. Op basis van de resultaten kunnen er vragen gesteld worden bij de validiteit en bruikbaarheid van het concept ‘cultuur’ voor het aanduiden van de assen van diversiteit en identiteit die partners in een interculturele relatie bij zichzelf en elkaar ervaren. Daarnaast levert deze masterproef evidentie op voor het feit dat een interculturele relatie een facilitator kan zijn voor persoonlijke groei in de partners en dat koppels gebruik maken van interne en externe krachtbronnen/strategieën. Ten derde bevestigt deze masterproef de resultaten van eerder onderzoek waaruit bleek dat interculturele koppels vooroordelen en discriminatie ervaren. Ten laatste wijzen de resultaten naar het formeel netwerk toe op twee aandachtspunten: enerzijds meertaligheid en anderzijds sensitiviteit ten aanzien van zowel de culturele identiteit als ten aanzien van mogelijke verschillen in maatschappelijke achtergrond.
Meer lezen

Unmasking in een neurotypische samenleving: de invloed van sociale contexten op authentieke zelfpresentatie bij queer autistische personen

KU Leuven
2024
Mirre
Verhoeven
Deze thesis onderzoekt de ervaringen van queer autistische personen met authentieke zelfpresentatie of unmasking in sociale contexten om inzicht te krijgen in de manieren waarop sociale omgevingen personen op het autismespectrum faciliteren of net belemmeren zichzelf te zijn. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van een kritisch-constructivistische versie van Grounded Theory om (intersectionele) machtsrelaties en betekenisgeving in deze situaties bloot te leggen.
Een stijging in het aantal diagnoses resulteerde nog niet in een algemene aanvaarding van autistische personen in de samenleving. Stigmatisering en discriminatie vormen dan ook een grote oorzaak voor camouflerend of ‘masking’ gedrag bij personen met autisme. Dit resulteert vaak in een slechtere mentale gezondheid vanwege de continue stress, de verhoogde alertheid en het identiteitsverlies die masking veroorzaakt. Dit onderzoek exploreert daarom of ‘unmasking’, of het terug opbergen van zo’n camouflerende persona, een oplossing biedt in een nog steeds stigmatiserende samenleving.
De literatuurstudie van deze thesis bespreekt de historische context van het concept autisme en masking en gaat dieper in op de aanwezigheid van neurotypische normen en hun (intersectioneel) effect op autistische personen. Ook het potentieel van unmasking wordt hierin besproken. De opvallende afwezigheid van onderzoek over autisme dat door en voor autistische personen werd gevoerd is een belangrijke drijfveer geweest om dit onderzoek participatief en emancipatief uit te voeren.
Een analyse van dagboekfragmenten en interviews met queer autistische personen over hun ervaringen met unmasking resulteerde in drie soorten bevindingen. Enerzijds viel het op dat partcipanten zelf vaak weerstand bieden tegen het algemeen ableist narratief rond autisme als ze over hun ervaringen en identiteit spreken. Ze stellen niet alleen het medisch discours rond autisme in vraag, maar voelen in het algemeen vaak weerstand tegenover sociale normen en linken dit ook aan hun queer identiteit. Ten tweede bleek unmasking vaak nog te kwetsbaar in heel wat sociale omgevingen door een neurotypische hegemonie, die eveneens doorwerkt in de zorgsector. Heel wat participanten linken deze beperkingen bovendien aan een vrouwelijke socialisatie die hen sowieso beperkt in het zichzelf zijn en die niet overeenkomt met autistische gedragingen. Toch is unmasking wel wenselijk en ook mogelijk. De mogelijkheidsvoorwaarden zijn hierbij een gevoel van veiligheid, blijdschap of enthousiasme, het willen opkomen voor een hoger doel en sterke vermoeidheid.
Vernieuwende bevindingen waren onder andere dat masking ook in neurodiverse contexten gebeurt en dus niet uitsluitend bij neurotypische mensen. Daarnaast bleek unmasking voor participanten ook vermoeiend te zijn waardoor masking soms geprefereerd werd. Dit bleek niet alleen vanwege de stigmatiserende omgeving zo, maar ook vanwege de sterk aangeleerde gewoonte om continu te masken die veel participanten eigen is.
Deze resultaten van deze thesis benadrukken het belang van inclusiviteit en het betrekken van autistische stemmen (maar ook andere communicatievormen) in het maatschappelijk en wetenschappelijk debat over autisme. De thesis hoopt met de reflectieve dagboeken van waarde geweest te zijn voor de participanten, maar ook voor de bredere (queer) autistische community door bewustzijn bij hun omgevingen te creëren rond de gevolgen van stigmatisering en discriminatie.
Meer lezen

HATE THE PLAYER, NOT THE GAME. Exploring extremist and terrorist use of games, gaming platforms and gamification strategies for propaganda purposes.

Andere
2024
Olivier
Cauberghs
This dissertation explores how video games, gaming culture, and gamification
strategies are employed by (violent) extremist and terrorist individuals and organisations to disseminate propaganda. The literature review commences by providing the current state of knowledge on the topic, including the correlation between video games and violence, and why extremist and terrorist content in the gaming community demands our undivided
attention.

Thereafter, the study delves into the historical context of online extremism, tracing
its evolution from the digital pioneers of the 1980s to the modern challenges faced today. It further investigates the strategies employed by (violent) extremist and terrorist organisations in video games, including the modification of existing games to disseminate violent extremist messages, and the use of in-game communication for recruitment and radicalisation.

This dissertation also examines online gaming and gaming adjacent platforms like
Steam, Twitch, Discord, etc. and their potential role in this context. Furthermore, it will
investigate the extent to which they are utilised and whether their usage is restricted to
specific ideologies.

Finally, it examines gaming culture references, both visual and linguistic, in the
communication strategies employed by (violent) extremist and terrorist people and
organisations.

This dissertation will conclude that (violent) extremist and terrorist individuals and
organisations fully exploit video games and modifications to spread their ideology, gaming (adjacent) platforms for community building and communication and gamification strategies to recruit and radicalise individuals. It is not confined to far-right and Jihadist ideology but encompasses a broad range of ideologies. Gamification techniques are commonly used to disseminate their respective ideologies, build communities, and recruit and radicalise individuals.
Meer lezen

Van Bank tot Winkel: Interpersoonlijke servicescape in een doe-het-zelfzaak

Universiteit Hasselt
2024
Aura
Vanbuel
Mijn scriptie onderzoekt het model servicescapes en hoe dit een rol kan spelen in de toekomstige ontwerpen van retail design. Het eerste deel omvat de literatuurstudie. De betekenis van servicescapes, de relatie tot retail design en welke interpersoonlijke dienstverleningen er bestaan. De belangrijkste conclusie die hieruit voortkwam was dat het interpersoonlijke aspect van servicescapes relevant is voor retail design. Dit heb ik verder in detail onderzocht en hierdoor kwam ik tot een lijst van dienstensectoren die aandacht besteden aan het interpersoonlijke aspect. Finaal kwam de bankensector als meest relevante dienst, om verder te onderzoeken, naar voren. Daarop volgde het veldonderzoek startend met een online enquête om meer inzicht te verkrijgen in de wensen van de hedendaagse klant. Hieruit bleek dat er vooral in de sector 'fashion' en 'bouwmarkt' gebrek is aan interpersoonlijke service. Vervolgens heb ik casestudies van moderne banken, gelegen in Europa, geanalyseerd. Ze zijn een goed voorbeeld van de designstrategieën voor het interieurontwerp van een moderne bank. Dit onderzoek heeft zijn waarde voor retail design en heeft mij geholpen in de ontwikkeling van mijn masterproject.
Meer lezen

Een cross-sectioneel onderzoek naar de persoonskenmerken bij eerste- en laatstejaarsstudenten verpleeg- en geneeskunde in Vlaamstalige onderwijsinstellingen.

Universiteit Antwerpen
2024
Joyce
Refuge
Deze masterproef onderzoekt de persoonskenmerken van eerste- en laatstejaarsstudenten verpleeg- en geneeskunde in Vlaanderen en de impact daarvan op interprofessionele samenwerking. Met een cross-sectioneel design werden persoonlijkheidskenmerken zoals neuroticisme, openheid en consciëntieusheid gemeten bij 659 studenten. Resultaten tonen dat verpleegkundestudenten hoger scoren op neuroticisme en lager op openheid dan geneeskundestudenten, wat invloed heeft op hun samenwerking en studiekeuze. Het onderzoek benadrukt het belang van zelfbewustzijn en persoonlijkheidskennis voor betere samenwerking in de gezondheidszorg en roept op tot meer gerichte onderwijsstrategieën om interprofessionele communicatie te verbeteren.
Meer lezen

Tuchtstatuut bij militairen: hiërarchie bij defensie is bijzonder

Universiteit Gent
2024
Warre
Vancompernolle
Deze masterproef onderzoekt het verschil tussen het militaire disciplinaire systeem in theorie en in de praktijk binnen het Belgische leger, een onderwerp dat tot nu toe weinig aandacht heeft gekregen. Via interviews met jonge Vlaamse militairen en experts werd vastgesteld dat er een duidelijke kloof bestaat tussen wat op papier staat en hoe disciplinaire maatregelen in de praktijk worden uitgevoerd. Factoren die deze verschillen veroorzaken zijn onder meer alternatieve straffen, de invloed van netwerken en vakbonden, en variaties in handhaving afhankelijk van inzet in het buitenland of de locatie. Het grootste probleem is echter het gebrek aan kennis over de disciplinaire procedures, zowel bij de leiding als bij het personeel zelf. De studie biedt daarnaast kort inzichten in militaire wetgeving, pesten en wangedrag binnen het Belgische leger. Op het einde van de thesis worden enkele aanbevelingen naar voren gebracht.
Meer lezen

Mijn zoektocht naar sporadisch welzijn

Hogeschool VIVES
2024
Eddy
Van Damme
Mijn portfolio is opgebouwd als een interview met mezelf.
De verschillende vragen die ik me heb gesteld doorheen deze opleiding komen
hier systematisch aan bod.
Stilaan komt het waarom, het hoe en het wat duidelijk naar boven via die
structuur. De keuze voor een klassiek format accentueert de inhoud.
Antwoorden komen hier in mijn eigen specifieke schrijftaal op papier, aangezien
dat voor mij de helderste manier is om mijn binnenkant naar buiten te brengen.
Zo kan ik ook tonen hoe ik met deze opleiding aan de slag ben gegaan.
Mijn persoonlijk pad tot ervaringswerker en mijn maatschappelijke positie
komen daarmee duidelijk aan bod.
Meer lezen

The relationship between empowering leadership and in-role job performance: the moderating role of conscientiousness

Universiteit Gent
2024
Mara
de Koning
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Mijn scriptie onderzoekt hoe "empowering leadership" de prestaties van leerkrachten beïnvloedt, met een focus op de persoonlijkheidstrek "consciëntieusheid." Het onderzoek, uitgevoerd onder bijna duizend leerkrachten in Vlaanderen en Brussel, toont aan dat leiderschap dat autonomie bevordert, een positieve invloed kan hebben op de werkprestaties van leerkrachten. Echter, deze positieve invloed is minder sterk bij leerkrachten die zeer consciëntieus zijn, omdat zij meer behoefte hebben aan structuur en duidelijke richtlijnen. De conclusie van de studie is dat een flexibele leiderschapsaanpak, afgestemd op de persoonlijkheid van leerkrachten, essentieel is om het lerarentekort en werkgerelateerde stress te verminderen.
Meer lezen

Hoe kan MASTR, als Vlaams influencer marketing agency, Belgische influencers ondersteunen bij het volgen van het Content Creator Protocol zonder dat zij hun authenticiteit verliezen?

Hogeschool West-Vlaanderen
2024
Kirsten
Vercruysse
In mijn scriptie ga ik op zoek naar hoe Belgische influencers beter ondersteund kunnen worden bij het volgen van het Content Creator Protocol en welke gevolgen ze ondervinden sinds de regelgeving in België strenger werd. Daarnaast bekijk ik dit ook vanuit het standpunt van volgers van influencers en vanuit het standpunt van de VRM.
Meer lezen

Hartfalen, een tikkende tijdbom? Met meer inzicht en vertrouwen terug naar huis.

Thomas More Hogeschool
2024
Charlotte
Ulenaers
Steeds méér mensen lijden aan chronisch hartfalen (CHF). Voor wie het
treft, is het een tikkende tijdbom. Voor de zorgverleners betekent dit een
toename van hun werklast. Beiden zijn op elkaar aangewezen om de lont
uit het kruitvat te halen en om het tij te keren.
Meer lezen

AT THE MERCY OF THE STATE How nature's rights can reinstall (Indigenous) commons: a Te Urewera case study

KU Leuven
2024
Joanna
Wils
This master's thesis researches the governance aspect of New Zealand's Te Urewera Act. It answers the following question: 'What does a commons evaluation of the Te Urewera Act demonstrate about Rights of Nature's (RoN) potential to contribute to the reinstatement of (Indigenous) commons?' The research starts with a descriptive chapter, comprising an introduction to the Te Urewera Act, its historical background, the RoN movement and the commons framework, followed by a thorough legal analysis of the Act. Then, the paper determines the way in which the Te Urewera framework can be classified as a commons. Further on, Elinor OSTROM’s eight design principles for sustainable commons institutions are applied to the legal framework, revealing continued state involvement. The paper explains this particular feature through the founding principles of international law, and their continued influence on the international legal framework. Building on these findings, the concluding chapter communicates the role of the RoN aspect in Te Urewera's governance structure and the general potential of RoN for the reinstatement of (Indigenous) commons. The research paper concludes with a call to consider RoN and commons together more often, especially in the context of international law.
Meer lezen

De betovering van narcistische liefde doorbroken: bewondering en rivaliteit in relatie tot partnergeweld

Universiteit Gent
2023
Anouk
Vercruysse
Onderzoek naar of er een verschil bestaat tussen narcistische bewondering en narcistische rivaliteit en hun relatie tot aantal wisselende partners, geneigdheid tot stellen van ontrouw en mate van partnergeweld.
Meer lezen

Clinical characteristics and treatment approaches in patients with Susac syndrome: a scoping review of cases

Universiteit Antwerpen
2023
Robin
Stinissen
  • Eldar
    Tukanov
  • Martin
    Wyckmans
  • Jeroen
    Kerstens
  • Barbara
    Willekens
Het Susac-syndroom (SuS) is een zeldzame ziekte die wordt gekenmerkt door slechthorendheid, visuele stoornissen en encefalopathie. De aard van de ziekte lijkt auto-immuun en hiervoor worden verschillende immunosuppressieve behandelingen toegepast. Echter ontbreekt er een evidence-based behandelingsaanpak. Deze scriptie geeft een overzicht van de patiëntkenmerken, het ziektebeloop en de variabiliteit in behandelingspatronen die de afgelopen 10 jaar werden toegepast.
Meer lezen

Log... In

LUCA School of Arts
2023
Wafaa
Saad
In haar eerste negen verhalen wil ze de lezer meelokken naar haar manier om zichzelf te ontdekken. Het is een aftasten tussen “observatie, gevoelens, oogopslag, zachtheid, warmte…….”. Tot men bij het tiende verhaal komt, waar zij haar harmonie bereikt heeft. Want tien staat voor een moment van zelfbeschikking in haar kunst carriere.1
Het doel is dat de lezer een indirecte relatie aangaat met deze werelden, waarin men geconfronteerd wordt met de gedachten die zij in elkaar weeft zonder kant-en-klare oplossingen te bieden.
Kan harmonie lichte of zware spanning dragen?
Kan ik een grens trekken tussen stille en luidruchtige harmonie?
Kan ik een grens trekken tussen harmonie of het wennen aan zaken die we het meest afwijzen.
Zoeken we naar harmonie alsof we een oplossing vinden voor alle tegenstellingen, zoals in het vinden van troost als een veilige haven met een gevoel van thuiskomen?
Meer lezen

DE IDEALE GROEPSSAMENSTELLING BIJ SAMENWERKEND LEREN VOLGENS LEERLINGEN UIT DE DERDE GRAAD SECUNDAIR ONDERWIJS: Een mixed-method onderzoek naar hoe leerlingen hun groepsgenoten kiezen

Universiteit Gent
2023
Noa
Rogiers
In deze masterproef wordt onderzocht hoe leerlingen hun groepen samenstellen en op basis van welke motieven. Daarnaast wordt nagegaan welke groepssamenstellingen volgens leerlingen leiden tot het beste eindresultaat en welke tot een goede samenwerking. Om een antwoord op de onderzoeksvragen te formuleren, werd een kwantitatief en kwalitatief onderzoek opgesteld. Dit bestond enerzijds uit een online vragenlijst die peilde naar de voorkeur van leerlingen om samen te werken met bepaalde groepsgenoten en anderzijds uit een interview naar de motieven voor de voorkeuren van leerlingen.
Meer lezen