Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Manifest voor autismevriendelijke schoolarchitectuur - ASPECTSS als methodiek voor een inclusieve brede school

Universiteit Hasselt
2026
Anouck
Cautaert
Genk is een zeer diverse en cultureel
rijke stad, waar ook sociaal-economische
ongelijkheden aanwezig zijn. Aan de hand
van deze scriptie probeer ik bij te dragen aan
de inclusie in de stad door in te zetten op
onder andere autismevriendelijk maken van
de schoolinfrastructuur van Zwartberg-Zuid.
De principes die later worden toegepast
voor de schoolsite De Appelboom en De
Wissel kunnen veralgemeend worden naar
de andere twee scholenclusters in Zwartberg.

Het eerste luik van de scriptie omvat dan
ook het onderzoek naar onder andere de
noden van mensen met autisme en het
algemeen gebrek - volgens Mostafa - aan
autismevriendelijke infrastructuur.
Hierna wordt er een link gemaakt naar
de projectlocatie, namelijk Zwartberg,
waarbij er een groeiende nood is aan
autismevriendelijke ondersteuning
binnen bestaande organisaties en
gebouwen, alsmede naar onderwijs- en
ontwikkelingskansen voor kinderen en
jongeren, te concluderen uit het interview met
de wijkmanager van Zwartberg. Momenteel
wordt er binnen deze infrastructuur minimaal
ingezet op autismeondersteunende
infrastructuur, waarbij datgene dat aanwezig
is niet kwalitatief is.
Ook wordt er een link gemaakt naar
Zwartberg door de relatie tussen autisme en
migratieachtergrond verder te onderzoeken,
onder andere blijkens het interview met
directeur Frank Bartholomé. Binnen deze
autismevriendelijke aanpak wordt er verder
ingegaan op de ASPECTSS-richtlijnen,
waarbij deze richtlijnen als ondersteunend
middel worden gezien.

Als tweede luik wordt er ingegaan op
het brede school-principe, waarbij in dit
beleidsidee wordt ingezet op onder andere
de maximale ontwikkelingskansen en de
brede leer- en leefomgeving van kinderen en
jongeren. Hierbij wordt er dieper ingegaan
op de organisatorische en ruimtelijke
organisatie van de brede school.
Als derde en tevens laatste luik wordt
voorgaande verzamelde info ruimtelijk
vertaald aan de hand van een case study
van twee projecten, die inzetten op
autismevriendelijke architectuur en het brede
school-principe.

De onderzoeksvraag van de scriptie is als
volgt: “Hoe kan architectuur bijdragen
om scholen, als ondersteunende
ontmoetingsplek, inclusiever te maken voor
kinderen en jongeren met autisme?”. Dit
wordt onder andere onderzocht aan de hand
van de theoretische ASPECTSS-richtlijnen
en het principe van de brede school. Echter
is het belangrijk om te benadrukken dat
de ASPECTSS-richtlijnen en het principe
van de brede school als hulpmiddel
dienen om de bestaande site in Zwartberg
autismevriendelijk te maken en in te zetten
op de sociale noden - in tegenstelling tot het
utopische beeld dat momenteel rond deze
principes hangt. Bijkomend dient vermeld
dat dit een persoonlijke interpretatie zal zijn
van hoe deze twee theoretische modellen
kunnen worden toegepast binnen een
nieuwbouw en herbestemming.

Dit onderzoek wordt aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews en case
onderzoek gevoerd, om op deze manier
meer inzicht te krijgen in onder andere de
noden van deze doelgroep.
Meer lezen

Potential of African Diasporic Spatiality in Adaptive Reuse and Postcolonial Placemaking

Universiteit Hasselt
2026
Brenda Jerotich
Maswan
By examining the postcolonial condition of the European metropole, as influenced by colonial and postcolonial migration, this thesis explores how African diasporic communities in Brussels engage in spatial practices as a legitimate form of architectural knowledge. Focusing on Molenbeek-Saint-Jean and Matongé, it argues that the incremental, vernacular adaptations through which African migrants appropriate and reinterpret the European built environment constitute an alternative approach to placemaking. This approach has often been overlooked by conventional heritage and planning systems.
Drawing on postcolonial theory, diasporic urbanism, and African diasporic spatial
practice, this thesis develops a critical framework for reading African diasporic spatial
practice not as informality or deficit, but as a culturally embedded, socially driven
architectural knowledge. This framework is tested through ethnographic research of
Luce Beeckmans and site-writing, following Jane Rendell’s concept of critical spatial
practice, and applied through a design project for a former industrial complex at Rue
De Courtrai and Rue d’Ostende in Molenbeek.
The design proposes an adaptive reuse strategy grounded in the African diasporic
logic of negotiated visibility—the practice of managing presence and withdrawal
across the city and building scales simultaneously. By preserving existing street
façades, directing transformation inward through the inner block, and retaining existing
users, the project translates African diasporic spatial qualities into an architectural
methodology capable of producing an inclusive social infrastructure while resisting the
displacement pressures of ongoing urban renewal. In doing so, it positions adaptive
reuse not as a technical or aesthetic strategy but as a cultural and political redefinition
of space—one that recognises the African diaspora community in Molenbeek as
spatial agents in postcolonial placemaking.
Meer lezen

Van kerk naar pedagogische ontmoetingsruimte

Hogeschool UCLL
2026
Maxime
Neven
Dit ontwerpgericht onderzoek verkent een mogelijke nieuwe indeling voor de Sint-Pieterskerk van Sint-Truiden. De kerkruimte fungeert iedere donderdagvoormiddag als spel- en ontmoetingsruimte bij de organisatie KOALA voor kwetsbare gezinnen met kinderen tussen de nul en drie jaar. De aanleiding voor dit onderzoek vloeit voort uit de signalen van de begeleiders over de indeling en inkleding van de kerkruimte. Die zou naar hun mening onvoldoende aansluiten bij hun eigen noden, hun visie, de noden van de ouders en die van de kinderen. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan de kerkruimte van KOALA Sint-Truiden worden ingericht zodat ze aansluit bij de pedagogische noden en leefwereld van kwetsbare gezinnen met jonge kinderen (0-3 jaar)?
De studie is theoretisch onderbouwd met inzichten uit onder meer het ecocipatieperspectief (Cockx, 2007) en de visie omtrent de ruimte als derde pedagoog (Malaguzzi in Reggio Emilia Approach, 2022). Deze kader hielpen om de relevantie van die onderzoek te kaderen binnen de richting Sociale Readaptatiewetenschappen.
De onderzoeksmethode bestond enerzijds uit kwalitatieve dataverzameling via individuele, semigestructureerde interviews met de begeleiders en de ouders. Op deze manier werd de huidige beleving van de kerkruimte in kaart gebracht, alsook de noden en behoeften die er leefden. Anderzijds werden er na uit uitvoeren van een aantal aanpassingen participerende observaties gevoerd, om ook de jonge kinderen te laten participeren en mee te nemen in dit onderzoek. Daarnaast werden tussentijds de ouders en begeleiders bevraagd over de uitgevoerde aanpassingen.
Uit de resultaten van de interviews kwamen vijf belangrijke wensen naar boven: meer gebruik maken van de beschikbare speelruimte, duidelijkheid creëren omtrent de ingang (een warm welkom), zorgen voor herkenbaarheid en erkenbaarheid, een gezellige sfeer creëren en de koude overbruggen. Voor elk van deze wensen werd een ontwerp opgesteld en goedgekeurd.
Meer lezen

Ontwerpgerichte methodiek voor herbestemmingen van religieus erfgoed.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Fleur
Sanchez
Overal ter wereld staan religieuze erfgoedsites onder druk. Door de secularisering van de maatschappij verliezen kerken en andere religieuze gebouwen hun oorspronkelijke functie en komen ze leeg te staan. Een nieuwe functie kan een gebouw een toekomst geven, maar een herbestemming is meer dan het simpelweg invullen van een nieuwe functie. Het is een complex proces waarin erfgoedwaarden, ontwerp, regelgeving, gebruikers en verschillende actoren voortdurend op elkaar inspelen.

Daarom onderzocht ik hoe een methodiek ontwikkeld kan worden die ontwerpers houvast biedt bij herbestemmingsprojecten van religieus erfgoed. Via literatuuronderzoek, analyse van bestaande procesmodellen, interviews en praktijkgerichte validatie bracht ik de verschillende aspecten, actoren en knelpunten van het proces in kaart. Ik onderzocht onder meer het Godshuis De Lichtervelde en het Begijnhof in Hasselt. Vervolgens toetste ik de ontwikkelde methodiek aan de Abdij van Herkenrode als testcase.

Uit het onderzoek bleek dat herbestemming geen strikt lineair proces is. Beslissingen veranderen voortdurend door nieuwe inzichten, randvoorwaarden en input van verschillende actoren. Daarom ontwikkelde ik een methodologisch model dat het proces opdeelt in vijf fases: vooronderzoek, haalbaarheidsstudie, ontwerp, uitvoering en ingebruikname. Terugkoppelingen verbinden deze fases met elkaar en maken zichtbaar wanneer eerdere keuzes opnieuw moeten worden onderzocht.

Daarnaast vormen ontwerpmethodieken en ruimtelijke ontwerpstrategieën een belangrijke schakel tussen analyse en ontwerp. Ze helpen ontwerpers om erfgoedwaarden, randvoorwaarden, het programma en ruimtelijke kwaliteit te vertalen naar concrete ontwerpkeuzes. Het model wordt aangevuld met digitale informatiefiches die per fase extra uitleg en praktische handvatten bieden.

Het eindresultaat is geen vast stappenplan dat voor elke kerk hetzelfde antwoord geeft. Het biedt ontwerpers een flexibel houvast om het complexe herbestemmingsproces te structureren, keuzes te onderbouwen en het ontwerp voortdurend af te toetsen. Zo bundelt de methodiek versnipperde kennis in één praktisch hulpmiddel voor toekomstige herbestemmingsprojecten van religieus erfgoed.
Meer lezen

Kies de toekomst: van gesloten kloosters en abdijen tot bruisend buurthuis of stille studeerplaats. Een stem voor buurt en clerici

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Matti
De Gryze
Deze bachelorproef gaat over hoe abdijen en kloosters op een duurzame en respectvolle manier worden herbestemd, een nevenfunctie krijgen of gevaloriseerd worden in een tijd van religieuze transitie. Aan de hand van literatuurstudie, onderzoek naar geselecteerde cases en interviews heb ik een digitale participatietool ontworpen die bouwheer, (oud)bewoners, omwonenden en architect met elkaar verbindt. Het is een platform waar iedereen zijn bezorgdheden, meningen, bedenkingen en ideeën voor de site op een plaats brengt en ze bundelt voor de architect om de typologisch meest geschikte aan te duiden. Op deze manier ontstaat een voorstel voor een nieuwe functie voor de site die niet enkel voldoet aan de noden van de directe samenleving maar ook aanvaardbaar is voor de bewoners die het gebouw hun thuis noemen.
Meer lezen

De renovatiekloof in Vlaanderen: een micro-economische analyse van gedifferentieerde ondersteuning en financiering.

Universiteit Gent
2026
Ona
Inghelbrecht
Deze masterproef onderzoekt de financiële haalbaarheid van energetische renovaties voor Vlaamse huishoudens. Op basis van een simulatiemodel met data van 2.587 Vlaamse eigenaar-bewoners (inkomen, EPC-label, renovatiekost, leeftijd en leencapaciteit) blijkt dat 47,7% van de huishoudens zijn woning financieel niet naar het beste energielabel kan renoveren.

In een eerste fase werd de financiële realiteit van deze huishoudens in kaart gebracht: op basis van inkomen, renovatiekost en leencapaciteit werd nagegaan waarom ze hun woning niet kunnen renoveren met eigen middelen en een klassieke hypothecaire lening. Op basis hiervan werden vijf blokkadeprofielen geconstrueerd, elk gekenmerkt door een specifieke financiële blokkade.

In een tweede fase werd het bestaande financieringsinstrumentarium getest, waaronder de gesubsidieerde instrumenten Mijn VerbouwPremie en Mijn VerbouwLening. Daaruit bleek dat deze steun vandaag vrijwel volledig terechtkomt bij huishoudens die ze niet nodig hebben. Daarnaast werden ook alternatieve instrumenten getest op hun effectiviteit om na te gaan hoe elk blokkadeprofiel wél bereikt kan worden, waarbij via sensitiviteitsanalyses werd nagegaan welke parameters bepalend zijn.

In een laatste fase werd een gedifferentieerd voorstel uitgewerkt dat per profiel het instrument kiest dat het best aansluit, rekening houdend met de afweging tussen financiële haalbaarheid, gedragsdrempels bij huishoudens, en schaalbaarheid en risico voor kredietverstrekkers. Dit voorstel verhoogt de financiële haalbaarheid van 52,3% naar 80,5%, tegenover slechts 2,6% bij de bestaande Mijn VerbouwLening. Daarmee toont deze masterproef aan dat een gerichte, profielgestuurde aanpak zowel sociaal als financieel sterk scoort.
Meer lezen

AURALISATIE ALS TOOL VOOR INCLUSIEF ONTWERPEN: EEN VERKENNEND ONDERZOEK MET DRIE ERVARINGSDESKUNDIGEN

KU Leuven
2026
Dany
Ye
Traditioneel is het architectonisch ontwerpproces sterk visueel georiënteerd, waarbij de auditieve dimensie van ruimtes vaak pas laat door gespecialiseerde akoestici wordt geanalyseerd. Hoewel de auditieve mogelijkheden in het ontwerp de laatste jaren zijn toegenomen door diverse softwarepakketten, wordt geluid tijdens het creatieve proces nog onvoldoende als ontwerpparameter ingezet. Deze benadering schiet tekort in het waarborgen van auditieve toegankelijkheid voor diverse gebruikersgroepen.

Auralisatie, het auditieve equivalent van visualisatie, biedt een manier om de akoestische beleving van een ruimte al tijdens het ontwerpproces hoorbaar te maken. In dit onderzoek wordt auralisatie benaderd als een verkennende, communicatieve en participatieve ontwerptool die de uitwisseling tussen technische akoestische parameters en subjectieve ruimtelijke ervaring kan ondersteunen binnen inclusieve ontwerppraktijken.

De centrale onderzoeksvraag luidt: "Hoe kan auralisatie, met aandacht voor auditieve diversiteit, worden ingezet als een tool tijdens het ontwerpproces om tot meer inclusieve ruimtelijke ontwerpen te komen?" Een grondige literatuurstudie legt de theoretische basis en identificeert auditieve diversiteit bij mensen met een zintuiglijke beperking of mensen die neurodivergent zijn: mensen met een visuele beperking hebben baat bij enige nagalm voor ruimtelijke oriëntatie, mensen met een auditieve beperking vereisen een korte nagalmtijd voor spraakverstaanbaarheid, en mensen op het autismespectrum hebben vaak behoefte aan een korte nagalm en een laag geluidsniveau om sensorische overbelasting te voorkomen.

Door middel van een kwalitatieve casestudy binnen het kader van het herbestemmingsproject voor het Stadhuis van Leuven, waarbij drie ervaringsdeskundigen werden betrokken, werd onderzocht hoe auralisatie in een concrete ontwerpcontext kan functioneren. De sessies leverden niet alleen ontwerp-gerelateerde inzichten op, maar maakten ook zichtbaar hoe uiteenlopende auditieve ervaringen elkaar kunnen aanvullen of in spanning kunnen staan. Dit benadrukt dat inclusieve akoestiek niet kan worden herleid tot uniforme richtlijnen, maar eerder een proces is van afwegen en contextualiseren.

De bijdrage van dit onderzoek ligt in het verkennen van auralisatie als een communicatieve en participatieve ontwerptool die het begrip van akoestische ruimte-ervaring kan ondersteunen. De resultaten suggereren dat auralisatie kan bijdragen aan het expliciteren van impliciete kennis over geluid en ruimte, en het faciliteren van dialoog tussen architecten en ervaringsdeskundigen. Binnen de beperkingen van dit verkennend onderzoek wordt auralisatie hierbij beschouwd als een hulpmiddel voor participatieve reflectie, eerder dan als een zelfstandige ontwerpoplossing.
Meer lezen

Conflicted Playground: Erfgoed in een veelstemmig onderhandelingsproces

KU Leuven
2026
Emile
Vertriest
Conflicted Playground: Erfgoed in een veelstemmig onderhandelingsproces
Synthese Masterproef Emile Vertriest (Grand Tour 2025-2026)
KU Leuven Faculteit Architectuur Campus Sint-Lucas Gent
Promotor: Carl Bourgeois | Co-promotor: Hugo Vanneste

In deze masterproef onderzoek ik hoe we omgaan met postindustrieel erfgoed, meer bepaald de leegstand, herprogrammering en het onderhoud ervan. Als casestudy koos ik de voormalige steenkoolmijn Forte-Taille nabij Charleroi, een verlaten steenkoolmijn die sinds haar sluiting in 1935 geleidelijk werd overgenomen door spontane plantengroei, urbex-bezoekers en verval.

Het onderzoek vertrekt vanuit mijn 'Grand Tour' door Japan en België, waarbij verschillende erfgoedsites werden bezocht en geobserveerd. Daaruit ontstond de vaststelling dat omgang met erfgoed steeds het resultaat is van culturele subjectiviteit, maatschappelijke waarden en economische afwegingen. Waar de Belgische omgang met erfgoed vaak gericht is op restauratie, onderhoud en herbestemming, lijkt de Japanse benadering wat meer ruimte te laten voor vergankelijkheid, aanpassing en zelfs verdwijning.

Deze observaties deden mij de gekozen site steeds minder beschouwen als een toestand die om een oplossing vroeg, maar eerder als een proces dat voortdurend transformeert.
Tijdens het ontwerptraject bleek het dan ook moeilijk om een specifieke toekomstvisie voor de site te vormen. Forte-Taille is groot, gelaagd en kent verschillende mogelijke gebruikers, elk met hun eigen belangen en benaderingen ten opzichte van erfgoed. Een keuze voor één definitieve toekomstvisie betekende onvermijdelijk het uitsluiten van andere mogelijkheden. Die complexiteit werd uiteindelijk juist het uitgangspunt van mijn project.

Ik besloot Forte-Taille te vertalen naar een speculatief bordspel. Het spel als medium laat een vrijwel oneindig aantal ruimtelijke combinaties toe en maakt complexiteit zichtbaar zonder een voorkeur uit te spreken over bepaalde ruimtelijke keuzes. Het spel werkt als een simulatie van conflicten die ontstaan wanneer verschillende actoren met elk hun eigen logica belang hebben bij dezelfde plek. Vier protagonisten nemen het tegen elkaar op:

• De Conservator, die de gebouwen wil beschermen en consolideren.
• De Ontwikkelaar, die nieuwe programma’s en gebouwen introduceert.
• De Ecoloog, die ruimte vrijmaakt voor natuurlijke processen en vegetatie.
• De Verkenner, die zich de site toe-eigent via tijdelijke constructies opgebouwd uit
gerecupereerde materialen en industrieel puin.

Elke speler beweegt over een spelbord dat gebaseerd is op de werkelijke site. Door middel van claims, obstructies en tijdsgebonden gebeurtenissen proberen ze hun invloed op de site uit te breiden. Wanneer een speler terrein verliest verdwijnen de interventies niet, maar keren ze terug naar hun eigenaar om elders opnieuw ingezet te worden. Zo ontstaat een eindeloze cyclus van conflict, toe-eigening, verval en transformatie waarin geen definitieve winnaar mogelijk is. Door het conflict centraal te stellen legt het spel de complexiteit en subjectiviteit bloot van erfgoedbeleid, ruimtelijke keuzes en de vele actoren die betrokken zijn bij het vormgeven van de site. Tegelijk benadrukt het de rol van de architect als bemiddelaar: niet als ontwerper van één standpunt, maar als iemand die uiteenlopende belangen verenigt binnen een dynamisch en complex proces.
Meer lezen

CIRCULAIRE AMBITIES, JURIDISCHE GRENZEN? EEN ANALYSE VAN DE NIEUWE BATTERIJENVERORDENING

Universiteit Gent
2026
Pieter-Jan
Debbaut
Batterijen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Van smartphones tot elektrische wagens: de vraag naar batterijen groeit razendsnel. Toch gaat de productie van batterijen gepaard met aanzienlijke milieuproblemen: voor elke nieuwe batterij zijn zeldzame grondstoffen nodig die via mijnbouw worden gewonnen en afgedankte batterijen bevatten gevaarlijke stoffen. De overgang naar een zogenaamde circulaire economie, waarbij materialen zo lang mogelijk in omloop blijven en afval tot een minimum wordt beperkt, is dan ook een centrale doelstelling van de Europese Unie. Om die overgang te sturen, vaardigde de EU in 2023 een nieuwe Batterijenverordening uit (Verordening (EU) 2023/1542). Deze masterproef onderzoekt in welke mate die verordening daadwerkelijk bijdraagt aan een circulaire batterijwaardeketen en welke juridische en praktische drempels een effectieve uitvoering in de weg staan. Daartoe werd eerst uitvoerig in kaart gebracht wat de EU verstaat onder circulaire economie, hoe dit concept in de loop van de tijd is geëvolueerd en welke juridische principes eruit voortvloeien. Op basis van wetenschappelijke literatuur en EU-beleidsdocumenten werden negen kernelementen van circulariteit omgezet naar concrete juridische toetsingscriteria. Vervolgens werd de Batterijenverordening aan deze criteria getoetst. De conclusie is genuanceerd. De verordening vormt onmiskenbaar een stap vooruit: de verschuiving van een richtlijn naar een rechtstreeks toepasselijke verordening, de introductie van het batterijpaspoort, de verruiming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid naar industriële batterijen en elektrische voertuigen en de invoering van strikte recycling- en terugwinningsdoelstellingen zijn substantiële verbeteringen. Dit beeld werd bevestigd door verkennende interviews met Umicore (een batterijrecycler) en Bebat (een OPV), die de ambities van de verordening principieel ondersteunen. Toch vertoont de verordening ook belangrijke juridische tekortkomingen. Ten eerste worden enkele belangrijke eisen, zoals concrete prestatienormen en maximale koolstofvoetafdrukken, pas later uitgewerkt via uitvoeringsregelgeving. Daardoor weten bedrijven nog niet altijd precies waaraan zij zullen moeten voldoen. Bovendien bestaat het risico dat de circulaire ambitie van de verordening later wordt afgezwakt, afhankelijk van hoe streng die uitvoeringsregels uiteindelijk worden ingevuld. Ten tweede vallen batterijen voor elektrische voertuigen, nochtans de grootste en meest impactvolle categorie, niet onder de verplichting om batterijen verwijderbaar en vervangbaar te maken. Ten derde maakt de verordening hergebruik en herfabricage mogelijk, maar geeft zij deze opties geen juridische voorrang op recyclage. Dat wringt met het uitgangspunt dat producten en materialen zo lang mogelijk op hun hoogste waarde moeten worden behouden. Ten slotte ontbreekt een geharmoniseerd handhavingskader. Lidstaten mogen zelf bepalen welke sancties zij opleggen, waardoor het risico bestaat dat de verordening niet overal in de EU even streng wordt toegepast. Op basis van deze bevindingen worden concrete juridische verbeteringsvoorstellen geformuleerd: het opnemen van minimale materiële drempels in de verordening zelf, de uitbreiding van ontwerpverplichtingen naar EVbatterijen, de invoering van financiële prikkels voor waardebehoudende strategieën en een bindend coördinatiemechanisme met aanverwante EU-wetgeving. Dit onderzoek toont aan dat de Batterijenverordening een ambitieus maar juridisch onvolledig instrument is. De circulaire ambitie is reëel, maar de juridische uitwerking schiet op meerdere punten tekort om die ambitie volledig te verzilveren.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in genk: focus op Warm Waterschei

Universiteit Hasselt
2025
Jade
Daems
Hoe kan het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte specifiek worden toegepast in Waterschei, vertrekkende vanuit een milieu- en mensbewuste visie? Vanuit deze centrale vraagstelling vertrekt dit onderzoek.
De gedachtegang van Daniel Christian Wahl, waarbij het stellen van de juiste vragen vóór het handelen centraal staat, vormt de rode draad doorheen dit onderzoek. Volgens deze filosofie wijzen vragen, meer nog dan antwoorden, de weg naar collectieve wijsheid. Daarom worden vraagstellingen van verschillende auteurs gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden en fungeren ze als leidraad bij het zoeken naar antwoorden.
Het bewuste gebruik van deze vragen heeft geleid tot diepere reflectie over ontwerpbeslissingen en tot een grondiger onderbouwd onderzoek.
Deze masterthesis is opgedeeld in drie grote delen. Het eerste deel begint met een korte situering om de lezer wegwijs te maken. Hierin worden de probleemstelling, onderzoeksvraag, gehanteerde methodologie, de geschiedenis van de locatie, het station van Waterschei en de relevantie binnen het masterplan toegelicht.

Het tweede deel is de ruggengraat van dit onderzoek en wordt gevormd door de literatuurstudie. Deze bestaat uit een theoretisch en een praktisch denkkader. Het theoretisch denkkader bundelt diverse boeken en wetenschappelijke artikels die het onderzoek onderbouwen. De literatuur wordt besproken in een logische volgorde van een brede visie naar een steeds specifiekere focus. Vertrekkende vanuit het boek The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World van Roman Krznaric, wordt een eerste denkkader geschetst rond langetermijndenken en intergenerationele
verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt de filosofie van Bruno Latour besproken aan de hand van Waar kunnen we landen. Latour toont aan dat er vandaag een gemeenschappelijke visie ontbreekt en dat menselijke en niet-menselijke actoren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierna wordt dieper ingezoomd op regeneratief denken via Designing Regenerative Cultures van Daniel Christian Wahl. Dit
boek nodigt uit om verder te denken dan duurzaamheid en moedigt aan om de juiste vragen te stellen in plaats van vluchtige antwoorden te zoeken. Het theoretisch denkkader sluit af met het boek Postcapitalist Countrysides – From Commoning to Community Wealth Building dat bestaat uit een verzameling van essays. Hierbinnen wordt de essay Unpacking the energy commons geschreven door Thomas Bauwens and Robert Wade (pagina 327 tot 351) bestudeerd. Deze essay beschrijft specifiek hoe energie als gemeengoed kan beschouwd worden.

Het praktisch denkkader vertrekt vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Deze worden toegelicht waarna er kenmerken voor coöperatieve en collectieve wijkwarmte worden gedefinieerd. Vervolgens worden verschillende relevante referentieprojecten onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën: enerzijds warmtenetten, waarbij warmte netwerken als model worden bekeken, en
anderzijds energiestations, waarbij specifiek naar gebouwen wordt gekeken die functioneren als opslagen distributiesysteem. Beide categorieën worden geanalyseerd op basis van de eerder gedefinieerde kenmerken van coöperatieve wijkwarmte.
Het derde deel omvat de ontwerpstudie, deze vertrekt eveneens vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Op stedelijke schaal wordt eerst de situatie in Genk onderzocht, waarna de focus verschuift naar de wijk Waterschei. In waterschei wordt een coöperatief en collectief warmtenet ontworpen dat werkt op basis van mijnwater. Het uitgangspunt is de herbestemming van het voormalige station tot
een energiestation met bijhorende botanische tuin. Beide functies worden inhoudelijk onderzocht en er wordt toegelicht hoe ze relevant kunnen zijn voor de gemeenschap.
Vanuit de hoofdfunctie van een energiestation wordt de technische werking uiteengezet, gevolgd door enkele basisberekeningen die nodig zijn om de dimensionering te bepalen, zoals de grootte van het warmteopslagtanks. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de noodzakelijke installaties. Voor de bijhorende botanische tuin wordt de typologie van botanische tuinarchitectuur onderzocht. Daarnaast bevat dit onderdeel een analyse van plantensoorten die bijdragen aan het binnenklimaat en de beleving van de ruimte versterken. Het architecturale ontwerp vertrekt vanuit het idee dat technische elementen integraal deel uitmaken van de beleefde ruimte. Aangezien het programma van een energiestation uitbreiding vraagt wordt het bestaande stationsgebouw als uitgangspunt genomen voor het verdere ontwerp. De herbestemming en uitbreiding van het gebouw worden benaderd vanuit een duurzaam perspectief. Het ontwerp baseert zich op drie samenhangende strategieën: ‘Trias Energetica’, ‘Trias Materia’ en ‘Trias
Aquatica’. Elk van deze strategieën wordt toegelicht wat betreft de betekenis en de doelstelling, waarna wordt verduidelijkt hoe ze concreet zijn toegepast in het ontwerp.

De conclusie bundelt de resultaten van het onderzoek en formuleert een mogelijke oplossing voor de oorspronkelijke onderzoeksvraag.
Meer lezen

[de leegte in het landschap en het gecureerd verval.]

Universiteit Hasselt
2025
Thomas
Cuyt
We leven in een wereld vol met dingen die zijn achtergelaten door degenen die vóór ons kwamen, maar we pikken een aantal van deze dingen eruit voor onze aandacht en zorg. We vragen bepaalde gebouwen, objecten en landschappen om te functioneren als
geheugensteuntjes, om het verleden te herinneren dat hen heeft voortgebracht, en om dit verleden beschikbaar te maken voor onze overpeinzing en zorg. Die geheugensteuntjes, of junk-space zoals Rem Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het omschrijft, is het residu dat de mensheid op deze planeet achterlaat. Het product van modernisme is niet moderne architectuur, maar junkspace, ruimteafval of gecureerd verval.
Hoe kan er worden omgegaan met dat verval wat bij wegnemen leidt tot littekens in het landschap en hoe kan deze leegte opnieuw een plaats krijgen?

In het samengaan van leegte en verval ontstaat een dialoog. Het landschap, datgene wat ooit de achtergrond was van menselijke activiteit, neemt langzaam zijn plek terug. Gras groeit door scheuren in het asfalt, klimop verslindt de bakstenen huid van verlaten panden. Wat ooit strak en gecontroleerd was, wordt nu een canvas voor de natuur, voor de tijd. De architectuur vertelt verhalen van tijd en vergankelijkheid, laat los wat het vasthield. De perfecte symmetrie van muren wordt vervangen door grillige lijnen en onvolmaakte vormen. De leegte in het landschap benadrukt dit proces; het biedt een podium zonder afleiding. In de leegte die hierdoor ontstaat, openbaart zich een nieuwe ruimte: een plek waar natuur en herinnering zich verstrengelen. Het is juist door het ontpitten en cureren van gebouwen in verval, of structuren die hun functie verloren, dat leegte ontstaat. Deze leegte, als een litteken in het landschap, kan uitgroeien tot een schakel. Een fluïde zone waar natuurlijke en menselijke processen elkaar ontmoeten. De grens tussen het kunstmatige en het natuurlijke vervaagt, verschuift, en wordt geen harde lijn meer, maar een overgangsgebied, een ademende ruimte die verbindt in plaats van scheidt.
Het is juist deze “junkspace”, zoals Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het noemt, of het “gecureerd verval” waar Caitlin DeSilvey (DeSilvey, 2017) over schrijft, die kan worden ingezet als verbinder. Een transitiegebied dat een dubbel doel dient: zowel als collectieve ruimte voor een omliggende woonwijk, als schakel tussen natuur en woonomgeving. Hier ontstaat geen nieuwe scheiding, maar een netwerk waarin de grenzen vervagen en een nieuwe harmonie kan groeien.
Meer lezen

Mapping the Margin

KU Leuven
2025
Riet
Nonneman
This thesis explores how architectural practice engages with the socio-
political realities of displacement through methods of subjective storytelling
and spatial observation. Set within the broader frameworks of
temporality and marginality, the focus lies on two reception centres for
asylum seekers in Flanders: Opvangcentrum Westakkers – Rode Kruis
and Rode Kruisopvangcentrum Beveren. It does so by mapping how individuals
negotiate homemaking practices within these temporary and
institutionalised contexts.
By adopting a position of critical proximity, the analysis draws on sketching,
informal interviews, and on-site presence as tools to map space in
both a physical and emotional sense. Through this approach, personal
subjectivity is not masked, but embraced as a lens through which to reveal
hidden spatial narratives and to question the traditional role of the
architect.
This socio-spatial reflection is grounded in intersectional theory, building
on the work of researchers such as Luce Beeckmans, Huda Tayob and
Seethaler-Wari. It seeks to reframe the architectural gaze towards the
margin, as defined by bell hooks, not as a zone of lack or exclusion, but
as a space of resilience, improvisation, and agency. Rather than offering
a design solution, this thesis proposes a method of architectural engagement
that centres listening, mapping, and the empowering of voices that
are often left unheard.
Ultimately, this thesis aims to challenge dominant architectural modes by
foregrounding the potential of alternative, slower, and more humane ways
of reading and working with space, particularly in contexts where uncertainty
and hope coexist.
Meer lezen

Altijd in twee woorden. Erfgoed en verval volgens Caitlin DeSilvey

Universiteit Gent
2025
Fay
De Maesschalck
Deze masterproef onderzoekt hoe erfgoedtheoretica Caitlin DeSilvey met behulp van paradoxaal taalgebruik en oxymorons een alternatief discours over erfgoed en verval heeft ontwikkeld. In plaats van het behoud en de fixatie van objecten centraal te stellen, pleit DeSilvey voor een ‘postpreservation paradigm’, waarin vergankelijkheid, transformatie en zelfs verdwijnen worden erkend als volwaardige erfgoedprocessen. De thesis is opgebouwd als een essaybundel rond vier paradoxen: ‘ephemeral commemoration’, ‘mutable matter’, ‘experimental preservation’ en ‘ruin porn’. Elk essay bespreekt DeSilveys concepten in dialoog met literatuur, filosofie en concrete casussen, en wordt vergezeld van vier lexicons waarin sleuteltermen staan gedefinieerd. De centrale vraag is hoe erfgoedpraktijken kunnen verschuiven van statisch en objectgericht naar fluïde en procesmatig. Wat betekent het om architectuur te ontwerpen of conserveren met oog voor verandering, verval en onvermijdelijke fragmentatie? DeSilveys vocabulaire toont aan dat taal zelf richtinggevend is: haar tweeledige begrippen creëren ruimte om voorbij binaire tegenstellingen te denken. Deze thesis wil geen alternatieve doctrine formuleren, maar eerder een reflectieve ruimte openen waarin ontwerp en erfgoedzorg zich kunnen positioneren tegenover fragiliteit en eindigheid.
Meer lezen

Towards a circular turn in heritage. Spolia, a bridge between past and present in Brussels' and Flemish contemporary preservation practices.

Vrije Universiteit Brussel
2025
Judith
Cools
De klimaatopwarming is een feit, en onderzoekers vertellen ons al jaren over de snel aankomende gevolgen daarvan. Één van de transities die we kunnen maken om de klimaatopwarming een halt toe te roepen is overstappen naar een circulaire economie, en voor de constructiesector is dat niet anders. Een circulaire bouweconomie introduceren kan op verschillende manieren: 1. Het omkeerbaar ontwerpen van gebouwen, zodat wanneer ze niet meer van dienst kunnen zijn, we hun onderdelen elders opnieuw kunnen gebruiken 2. Het retrofitten van bestaande gebouwen 3. Materialen en bouwelementen recupereren en hergebruiken na volledige of gedeeltelijke demontage. De bouwsector volledig circulair maken kan dus niet door enkel in de toekomst slim te ontwerpen, maar ook alle bestaande gebouwen zijn deel van deze transitie. In Brussel en Vlaanderen tezamen hebben meer dan 130.000 van deze gebouwen erfgoedwaarde. Maar hoe kunnen we circulariteit en erfgoed laten samengaan om ook deze gebouwen van cultureel en historisch belang in de transitie te betrekken? Binnen de erfgoedpraktijk is traditioneel en strikt beschermen en behouden vaak dé strategie bij uitstek. Deze gebouwen strikt beschermen én conform houden aan onze duurzaamheidsvereisten van vandaag kost veel tijd, aandacht, geld, etc. Gebruik van deze strategie is onhaalbaar en onwenselijk voor al die 130.000 gebouwen. Daarnaast heeft een evoluerende maatschappij ook steeds veranderende noden. Zo werd het herbestemmen van gebouwen waarbij flexibiliteit, aanpassingen maken en respect voor het erfgoed gecombineerd en steeds gangbaarder onder titel 'adaptive reuse'. Alhoewel dit al een enorme stap is richting duurzaamheid voor zowel mens als maatschappij, wordt er vaak over het hoofd gezien dat er bij flexibele erfgoedbewaarstrategieën fragmenten overblijven die de selectie niet halen en zo later ‘afval’ worden. Daarom beargumenteer ik in dit onderzoek waarom ook het demonteren, verplaatsen en herintegreren van architecturale erfgoedfragmenten deel is van een volledige transitie naar een circulaire bouweconomie. Echter is de erfgoedpraktijk nog sceptisch over het transporteren van erfgoedfragmenten als bewaarstrategie. Met een betoog, uitgediept op niveau van theoretische debatten, lokale beleidsdocumenten en praktijkvoorbeelden, toont deze thesis aan dat het verplaatsen van erfgoedfragmenten ook bijdraagt aan een inclusievere erfgoedzorg. Indien toegepast onder voorwaarden, kan het verplaatsen van erfgoedfragmenten bijdragen aan een rijker begrip van erfgoedwaarden en -betekenissen. In deze masterproef wordt er getracht de complexe match tussen hergebruik van bouwmaterialen en architecturale erfgoedfragmenten te benutten en aan te tonen dat beide disciplines op deze manier de volgende stap kunnen zetten richting duurzaamheid. Tenslotte is er niet enkel een ecologische voetafdruk verbonden aan materialen en fragmenten, maar dus ook een culturele/historische voetafdruk. Niet alleen biedt deze masterproef een grondige basis, gebaseerd op theorie, beleid en praktijk voor stakeholders uit beide disciplines om dit innovatief debat verder te voeren, ze biedt ook een concrete uiteenzetting hoe deze transitie in de praktijk gerealiseerd kan worden. Dit gebeurt met een voorstel om erfgoed- en bouwbeleid te integreren en zo niet alleen geschiedenis en cultuur, maar ook de 'embodied carbon en energy' te waarborgen.
Meer lezen

Tussen erfgoed en actualiteit: de herbestemming van Aldo van Eyck’s Algemene Rekenkamer

Universiteit Hasselt
2025
Anne
Bonten
Aldo van Eyck, een sleutelfiguur binnen het Nederlandse structuralisme, heeft met zijn uitgesproken vormentaal en humanistische benadering een blijvende invloed uitgeoefend op de architectuur. Toch worden veel van zijn gebouwen, waaronder de Algemene Rekenkamer in Den Haag, bedreigd door sloop of ingrijpende renovaties. Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een richtlijnenkader voor de herbestemming van dit gebouw, waarbij de architectonische identiteit behouden blijft én wordt geactualiseerd.

Centraal staat de vraag welke strategieën ingezet kunnen worden om Van Eyck’s ontwerpprincipes, zoals tussenruimtes, modulair denken, en menselijke schaal, te vertalen naar een hedendaagse context, met oog voor functionele, technische en maatschappelijke uitdagingen. Het onderzoek combineert literatuurstudie, analyse van relevante casestudies en een ontwerpend onderzoek binnen de Algemene Rekenkamer zelf.

De resultaten tonen aan dat het mogelijk is om Van Eyck’s principes zorgvuldig te integreren binnen nieuwe programma’s zonder hun betekenis te verliezen. Ingrepen zoals het reactiveren van het documentatiecentrum als sociale ontmoetingsplek en het toevoegen van een tweede entree maken het gebouw toegankelijker en toekomstbestendiger. Deze benadering laat zien hoe erfgoed transformatie niet alleen gaat over behoud, maar ook over empathische vernieuwing.

Deze scriptie draagt bij aan de bredere discussie over de omgang met jong architectonisch erfgoed en biedt praktische richtlijnen voor ontwerpers die zich inzetten voor een betekenisvolle en duurzame herbestemming van gebouwen met een uitgesproken vormentaal.
Meer lezen

Mis Gebouw(d)?

KU Leuven
2025
Lotte
Van Hecke
Door de secularisatie vanaf einde jaren ‘60 lopen de kerken leeg en verliezen ze hun sociale en symbolische rol in de maatschappij. De klassieke kerk heeft dankzij zijn historisch karakter een draagvlak om deze te behouden of herbestemmen. De naoorlogse kerkbouw in Vlaanderen is minder gekend en gedragen bij het grote publiek waardoor een toekomstvisie ontbreekt voor dit jong erfgoed. Deze kerken volgen namelijk een nieuwe liturgische beweging conform Vaticanum II waardoor er verschillende en nieuwe architecturale uitingen aan een kerkgebouw gegeven werd zoals open grondplan en zichtbare materialen. Dit leidt onder andere tot kerken in brutalistische stijl. Brutalistische gebouwen kennen vele structurele gebreken en deze zijn ook in de kerkbouw aanwezig. Daarnaast bemoeilijkt het gebrek aan archiefmateriaal, kennis over de gebruikte materialen en constructiemethodes de instandhouding van de naoorlogse kerkbouw. De consolidering van het religieus patrimonium verergert deze algemene verwaarlozing. Hieruit ontstond de onderzoeksvraag, welke veelvoorkomende gebreken in brutalistische kerkgebouwen zijn er en wat zijn hun oorzaken? In deze masterproef ligt de focus op de gebouwde naoorlogse kerken van Marc Dessauvage (° 13 maart 1931, Moorslede. † 29 december 1984, Brugge), de officieus aangestelde kerkenbouwer door het Aartsbisdom Mechelen-Brussel. Marc Dessauvage ontwierp brutalistische en functionele huiskerken. Hij realiseert 14 kerkgebouwen op een relatief korte periode, voornamelijk in Vlaanderen en enkelen in Brussel. Tussen Dessauvages eerste ontwerpvoorstel in 1959 en de laatste oplevering in 1974 zit amper 16 jaar. Ondanks dat het oeuvre van Dessauvage extensief onderzocht is op zijn historische en architecturale kwaliteiten, blijven de technische en bouwfysische gebreken van zijn werk onderbelicht. In deze scriptie wordt de bouwtechnische zijde voor het eerste gebundeld, onderzocht en besproken. Doorheen het onderzoek komen de pathologische gebreken naar boven in zijn projecten, gebreken typerend voor Dessauvage en andere brutalistische (kerk)gebouwen. Eerst bestudeer ik het algemeen theoretisch beeld van brutalisme als ondersteunend kader, vanuit een sociaal en technisch perspectief. Hierbij legt het onderzoek de typische problemen voor gebouwen met een zichtbare constructie bloot. In een tweede fase wordt toegelicht hoe het brutalisme kon integreren in kerkelijke architectuur en hoe de Kerk zich positioneerde en hervormde na WOII. Vervolgens zoom ik verder in op de gerealiseerde projecten van Dessauvage. Er wordt onderzoek gedaan naar de levensloop van het gebouw, gaande van de constructie van het gebouw, de verschillende renovatiewerken doorheen de tijd, tot de huidige toestand. Hierbij wordt gekeken naar de materiële ingrepen alsook naar de betekenis van het gebouw voor de parochie. Uit het onderzoek komen 3 repetitieve gebreken naar voren, namelijk betonrot, waterinfiltratie en scheurvorming.
Meer lezen

Van Bank tot Winkel: Interpersoonlijke servicescape in een doe-het-zelfzaak

Universiteit Hasselt
2024
Aura
Vanbuel
Mijn scriptie onderzoekt het model servicescapes en hoe dit een rol kan spelen in de toekomstige ontwerpen van retail design. Het eerste deel omvat de literatuurstudie. De betekenis van servicescapes, de relatie tot retail design en welke interpersoonlijke dienstverleningen er bestaan. De belangrijkste conclusie die hieruit voortkwam was dat het interpersoonlijke aspect van servicescapes relevant is voor retail design. Dit heb ik verder in detail onderzocht en hierdoor kwam ik tot een lijst van dienstensectoren die aandacht besteden aan het interpersoonlijke aspect. Finaal kwam de bankensector als meest relevante dienst, om verder te onderzoeken, naar voren. Daarop volgde het veldonderzoek startend met een online enquête om meer inzicht te verkrijgen in de wensen van de hedendaagse klant. Hieruit bleek dat er vooral in de sector 'fashion' en 'bouwmarkt' gebrek is aan interpersoonlijke service. Vervolgens heb ik casestudies van moderne banken, gelegen in Europa, geanalyseerd. Ze zijn een goed voorbeeld van de designstrategieën voor het interieurontwerp van een moderne bank. Dit onderzoek heeft zijn waarde voor retail design en heeft mij geholpen in de ontwikkeling van mijn masterproject.
Meer lezen

De Ruimtelijk-Energetische Puzzel: Koppelkansen tussen ruimtelijke en energetische doelstellingen op wijkniveau in Mechelen

KU Leuven
2024
Laurine
De Rop
De klimaatverandering zal de vormgeving van ons leven in de nabije toekomst sterk bepalen. De komende jaren zal er dus prioriteit moeten worden gegeven aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De omschakeling naar hernieuwbare energie is hierbij cruciaal. Er gaapt echter momenteel een enorme kloof tussen de ambitieuze visies en doelstellingen en de operationale acties op het terrein.

De ruimtelijke dimensie blijft in deze uitdaging echter vaak onderbelicht, vooral wanneer het gaat over klimaatmitigatie. Het wijkniveau vormt, als hypothese in deze masterproef, een beheersbaar en tastbaar schaalniveau om op een collectieve manier energetische doelstellingen te integreren met ruimtelijke uitdagingen en aldus samenhangende projecten te intiëren.

Deze masterproef onderzoekt daarom welke mogelijke koppelkansen er bestaan tussen ruimtelijke en energetische doelstellingen voor klimaatmitigatie op wijkniveau en de rol van de ruimtelijke planning in het identificeren en integreren van deze koppeling(en). Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een iteratief leertraject dat ontwerpend onderzoek, theorievorming en bestaande praktijken integreert. Hiermee tracht deze masterproef bij te dragen aan de verdere uitbouw van kennis en inzichten rond ‘Klimaatwijken’, met een specifieke focus op de koppeling tussen ruimtelijke en energetische doelstellingen op vlak van warmteproductie, -opslag en -distributie.

De ruimtelijke planning kan bijdragen in het opnieuw zicht- en kenbaar te maken van energie voor energetische bewustwording, de energetische ruggengraat te gebruiken als drager voor ruimtelijke ontwikkeling, in te zetten op duurzame koeling voor groenere, aangenamere en comfortabelere wijken, het momentum van warmte-infrastructuuringrepen te gebruiken om ruimtelijke meerwaarde te creëren en intersectorale koppelingen te maken met energie in gedeeld ruimtegebruik. Het toepassen van deze strategieën vereist echter een nieuwe manier van denken en werken. Het is duidelijk dat ruimtelijke planning een cruciale rol speelt in de koppeling van ruimte en energie op wijkniveau, maar dat er nood is aan een gemeenschappelijke taal. Een nauwe samenwerking tussen energie-experts en ruimtelijke planners is essentieel in het garanderen van een geïntegreerd planningsproces. Daarnaast lijkt er vandaag een ontbrekende schakel te zijn tussen niet-juridisch bindende energetische plannen en hun doorwerking in omgevingsvergunningen.
Meer lezen

Duurzame renovatiescenario's voor een flexibel gebouwgebruik op campus Sterre

Universiteit Gent
2022
Hannelore
Scheipers
  • Kevin
    Vanlerberghe
Deze masterproef onderzoekt hoe de gebouwen op campus Sterre op een duurzame manier gerenoveerd kunnen worden, waarbij energetisch-efficiënt en flexibel gebouwgebruik centraal staan.
Meer lezen

De lijm tussen de Kanaalkom en het historisch stadscentrum van Hasselt. De herbestemming van de gelatinefabriek als verbinding.

Universiteit Hasselt
2022
Melissa
Swager
De gelatinefabriek - bestempeld als erfgoed - gelegen aan de Kanaalkom in Hasselt staat al een lange tijd leeg. Rondom de gelatinefabriek zijn er veel nieuwbouwprojecten gerealiseerd. Deze scriptie onderzoekt het contrast tussen deze nieuwbouwprojecten en de bestaande buurt. Daarnaast worden de behoeftes en de noden van de stad Hasselt onderzocht zodat de gelatinefabriek als lijm kan fungeren tussen de Kanaalkom en het historisch stadscentrum van Hasselt.
Meer lezen

Muziek in erfgoed Herbestemming van monumenten tot concertzalen in Vlaanderen

Universiteit Antwerpen
2021
Raphael
De Mey
Deze thesis beoogt om op basis van voornamelijk akoestisch theoretische toetsing van bestaande cases en hun erfgoedwaarden enkele algemene aandachtspunten mee te geven die een tool kunnen zijn bij het herbestemmen van monumenten tot concertzalen.
Meer lezen

Kerk&* : De herwaardering van de Sint-Ritakerk

KU Leuven
2021
Quinten
Malfait
De projectnota is opgesteld in het kader van de masterproef OMG! Van God Los en bundelt het onderzoekend en ontwerpend werk, opgebouwd uit drie blokken, opeenvolgend onderzoek, scenario’s en ontwerp. De masterproef spitst zich toe op het relevant en hedendaags vraagstuk rond de herbestemming van het kerkelijk erfgoed in Vlaanderen. Door de groeiende secularisering lopen de kerken, vaak gelegen in het centrum van een wijk of dorp, stilaan leeg. Toch zien architecten, stedenbouwkundigen en erfgoedspecialisten verschillende opportuniteiten ontstaan voor de gebouwen omwille van hun specifieke typologie, strategische ligging en publieke schaal. De casestudies richten zich specifiek toe op kerken gebouwd na de Tweede Wereldoorlog. De modernistische architectuur zowel in plan als opbouw verschilt fenomenaal van de kerken gebouwd voor de oorlog.
De vooropgestelde case van deze nota is de Sint-Ritakerk in Harelbeke van de Belgische architect Léon Stynen. De kerk staat als een losstaand sculpturaal artefact in een generische Vlaamse context. “Dit is een tent waar men God vindt”, concludeerde de pastoor bij de inwijding in 1966. De architectuur is een zoektocht naar de essentie van deze typologie waarin de sacraliteit wordt uitgedrukt in de piramidale oervorm en puurheid tussen het materiaal en structuur. Sinds 2016 is de kerk een beschermd monument.
De aanwezigheid van de Sint-Ritakerk laat zich gelden in de ruimte waarmee dit heilige object een spanningsveld creëert als monument op zijn omgeving. Hierom luidt de onderzoeksvraag als volgt: “Wat is de impact van een ‘beschermd monument’ op zijn omgeving op korte en lange termijn?”. De Sint-Ritakerk wordt hiermee niet enkel een ‘heilige’ plek voor christenen, maar ook voor architecten en erfgoedspecialisten.
Het uitgewerkte scenario is een masterplan dat de zones en perimeters die voortkomen uit de gedefinieerde spanningsvelden eerst gaat optekenen om ze vervolgens te gaan herformuleren in een groter netwerk. De intentie is om de kerk van zijn banale omgeving te onttrekken en hem een centrale rol als monument en kerk te geven in de nieuwe gecontroleerde stedelijke ruimte waar zowel de lokale als de globale actoren in en rond de kerk samenkomen. Het web van de kerk biedt zo een omkadering op uiteenlopende schaalniveaus dat de impact van de Sint-Ritakerk op zijn omgeving op korte en lange termijn kan meten.
Meer lezen

De Betonstop: een journalistiek onderzoek naar een onhaalbaar beleid

Vrije Universiteit Brussel
2021
Mathijs
Minten
  • Annabel
    Meuleman
Betonstop
Meer lezen

Herbestemming Sint-Maartensberg

Universiteit Hasselt
2020
Nele
Hanssens
Ik wil met dit onderzoek het accent leggen op de erfgoedwaarde van het gebouw. De manifeste aanwezigheid van het verleden en tevens ook het geheugen van Sint-Maartensberg loopt als een rode draad doorheen mijn thesis.
Meer lezen

How can we evolve a harmonious integration of an isolated historical defence infrastructure within a current society? A recipe in which a burial site, a green landscape and a public character are blended into a seamless unity.

Universiteit Hasselt
2020
Silke
Vandeputte
Een belangrijk deel van de Belgische geschiedenis en een uniek stukje architectuur, namelijk een verdedigingsfort, herbestemmen tot een begraafplaats en een locatie om afscheid te nemen van dierbaren. Het gaat over het integreren van een fort in de huidige samenleving.
Meer lezen

Afwegingskader voor het herstel en de versteviging van houten vloeren in historisch waardevolle gebouwen.

Universiteit Antwerpen
2019
Jana
De Borger
Historisch waardevolle gebouwen moeten in veel gevallen aangepast worden aan ons hedendaags gebruik en levenswijze, om hun voortbestaan te garanderen. Veranderd gebruik en daarmee vaak ook veranderde lasten op de vloeren hebben een invloed op de draagstructuur van deze erfgoedgebouwen.
Meer lezen

Geborgenheid, een nieuwe kans voor de citadel van Diest

Universiteit Hasselt
2019
Babs
Jambé
Een zoektocht naar geborgenheid op plekken waar het onmogelijk lijkt voor het uitwerken van een herbestemmingsproject.
Meer lezen

The Church of Saint-James in Leuven - From 55 Years of Closure to Reuse

KU Leuven
2019
Pieter
Vermeir
Na 55 jaar sluiting van de Sint-Jacobskerk te Leuven maakt deze thesis een volledig overzicht van het verleden tot nu, dit op historisch, als structureel, als sociaal vlak. Hierna wordt een herbestemming voor deze kerk voorgesteld.
Meer lezen

Welzijn en interieur in ouderenzorg: herbestemming van de site van het Sterckshof

Universiteit Hasselt
2018
Laura
Mariën
Deze studie onderzoekt het verband tussen geluk en interieur, toegepast op ouderenzorg. Zowel het objectieve als het subjectieve aspect van welzijn wordt geanalyseerd, waarna er oplossingen geboden worden voor het ontwerpen van woonzorgcentra met geluk op de voorgrond.
Meer lezen

Transforming timeframes - stepping over lines

Universiteit Hasselt
2017
Linde
Van Den Bosch
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Adaptive Reuse through a layered reading system:
This thesis investigates the connection between representation and atmosphere and uses this as a tool to analyse the layered complexity of historical sites. The study emphasizes the importance of subjective research methods and interdisciplinary research to complete the common fact-based investigation of historic sites.
Meer lezen