Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

AI in het wiskundeonderwijs.

HOGENT
2025
Annelore
Liekens
  • Milan
    De Smet
AI in het wiskundeonderwijs.
Hoe kan leermateriaal binnen het wiskundeonderwijs met AI ontwikkeld
worden.
Meer lezen

De theory-fiction van de CCRU: op zoek naar the Outside

Universiteit Gent
2025
Felix
De Backer
Een analyse van de filosofische pertinentie van de theory-fiction van de CCRU, aan de hand van hun notie van hyperstition.
Meer lezen

Baas in eigen hoofd

Vrije Universiteit Brussel
2025
Julie
Cuyx
Dit onderzoek verkent hoe vrouwen in Vlaanderen het abortusstigma ervaren en welke impact dit heeft op hun leven. Hoewel abortus in België sinds 1990 wettelijk toegestaan is onder bepaalde voorwaarden, blijft maatschappelijke stigmatisering bestaan. Deze vindt haar oorsprong in sociale, religieuze en morele overtuigingen, en beïnvloedt onder andere het psychologisch welzijn en sociale relaties van vrouwen. Het primaire doel van deze masterproef is om de uitingsvormen en impact van abortusstigma in kaart te brengen in een context waar tot heden vooral wettelijke aspecten aandacht kregen. Daarnaast wil het bijdragen aan een breder maatschappelijk bewustzijn en uiteindelijk aan het verminderen van stigma rond abortus. Aan de hand van diepte-interviews deelden tien vrouwen die een abortus ondergingen, hun ervaring met het stigma. Respondenten werden gerekruteerd via verschillende kanalen, waaronder vrouwenorganisaties, zorg- en begeleidingsnetwerken en sociale mediaplatformen. De resultaten tonen aan dat stigmatisering zich uit via oordelende reacties en subtielere vormen van sociale afwijzing. De psychologische impact komt naar voren in tijdelijke, maar soms intense gevoelens van schuld en schaamte, zelfs bij vrouwen die overtuigd waren van hun beslissing. Op sociaal vlak kan stigma relaties beschadigen of zelfs volledig verbreken. Als copingstrategieën kozen vrouwen voor geheimhouding, openheid of conflictvermijding. Deze studie toont aan dat abortusstigma in Vlaanderen zich uit in zowel expliciete als subtiele vormen, met aanzienlijke psychologische en sociale gevolgen voor vrouwen, ondanks de wettelijke acceptatie van abortus.
Meer lezen

EVALUATING DISINFECTION STRATEGIES FOR SUSTAINABLE REUSE OF MEDICAL DRUG ADMINISTRATION CUPS: A LIFE CYCLE ASSESSMENT

Universiteit Gent
2025
Camille
Masselis
Deze thesis vergelijkt de milieu-impact van drie alternatieve systemen die de dienst van geneesmiddelentoediening met een niet-kritisch medisch hulpmiddel leveren, met name een plastic geneesmiddelentoedieningsbekertje. Het doel is om de hypothese te toetsen of het vervangen van het huidige wegwerpsysteem in het Universitair Ziekenhuis Gent door een hergebruikssysteem via desinfectie van het bekertje leidt tot een lagere milieu-impact. Voor het herbruikbare systeem worden twee types desinfectie geëvalueerd en vergeleken met het wegwerpsysteem aan de hand van een attributionele milieugerichte Levenscyclusanalyse (LCA). De eerste vorm van desinfectie gebeurt met een gebruiksklare desinfecterende polyesterdoek van Clinell®. De tweede methode betreft geautomatiseerd wassen en desinfecteren in een thermodesinfector van Miele®. Primaire data zijn verzameld in nauwe samenwerking met het Universitair Ziekenhuis Gent en aangevuld met secundaire data, zoals uit de ecoinvent-database. De impacten zijn beoordeeld met behulp van de software SimaPro 9.5.0.1 en de ReCiPe2016 v1.07-methode. In het basisscenario (gemiddeld 270 keer hergebruikt) vertoont het systeem met het herbruikbare bekertje dat wordt gedesinfecteerd in de thermodesinfector de laagste netto-impact op vier van de zeven hotspot-middenindicatoren en op alle drie de eindpuntindicatoren. Daarentegen blijkt het herbruikbare systeem met natte doekjes minder gunstig, voornamelijk omdat het gebruik van wegwerpdoekjes voor herbruikbare bekertjes de milieulast verschuift van het ene product naar het andere. Bovendien worden de doekjes geproduceerd in China, wat extra impact veroorzaakt door transport. Wel kunnen gewijzigde aannames over de productie en de afvalverwerking van de thermodesinfector, evenals het aantal keren hergebruik de voorkeur voor dit systeem verminderen.
Meer lezen

Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints in lijn met de CSRD-wetgeving

HOGENT
2025
Xander
Vansteenkiste
Korte inhoud – Bachelorproef “Duurzaamheid in de leveranciersketen: een strategisch model voor het monitoren en verbeteren van duurzame prestaties van non-paintleveranciers bij BOSS paints”

Deze bachelorproef werd uitgevoerd binnen de opleiding KMO-management aan HOGENT in samenwerking met BOSS paints. Het onderzoek ontwikkelt, implementeert en evalueert een CSRD-conform leveranciersscoremodel dat de duurzaamheidsprestaties van non-paintleveranciers op systematische wijze in kaart brengt.

De centrale onderzoeksvraag luidt:
“Hoe kan BOSS paints een systematische leveranciersranking ontwikkelen en implementeren voor non-paintproducten die voldoet aan de eisen van de CSRD en bijdraagt aan haar duurzame doelstellingen?”

Na een literatuurstudie over duurzaam supply-chain- en ESG-beheer werd een digitale vragenlijst ontworpen op basis van internationale standaarden zoals EcoVadis en de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De vragenlijst omvatte thema’s als bedrijfsgegevens, milieu, ethiek en duurzaam aankopen, en werd in vier talen verspreid naar 124 non-paintleveranciers.

De resultaten werden verwerkt in een Excel-geautomatiseerd scoremodel met gewichten en correcties op basis van bedrijfsgrootte. De empirische analyse (respons van 48 leveranciers, goed voor 70% van het aankoopvolume) toonde duidelijke verschillen in duurzaamheidsprestaties tussen grote ondernemingen en kleinere KMO’s. Structurele tekortkomingen werden vastgesteld op het vlak van CO₂-meting, transportelektrificatie en ketentransparantie.

Daarnaast werd een CO₂-nulmeting uitgevoerd van het inkomend transport van non-paintgoederen. In 2024 bedroeg de uitstoot 819.795 kg CO₂, een stijging van 11,84% tegenover 2022, waarbij drie leveranciers meer dan 54% van de emissies veroorzaakten. Gemiddeld werd 8,61 kg CO₂ per €1.000 aankoopwaarde uitgestoten.

Het model werd in mei 2025 gepresenteerd aan het Supply Chain Team van BOSS paints en formeel geïntegreerd in het aankoopbeleid. De aanbevelingen omvatten verdere benchmarking, de formalisering van een leveranciersgedragscode, en de uitbouw van ketentransparantie en transportoptimalisatie.

Deze bachelorproef bewijst dat datagedreven leveranciersbeheer binnen een KMO niet alleen haalbaar is, maar ook een hefboom vormt voor structurele verduurzaming in lijn met de CSRD-wetgeving.
Meer lezen

Meer-Dan-Menselijk Ontwerp: zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Merel
Dessent
  • Estée
    Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Dilara
    Ayvaz
  • Lore
    Gijsenberg
  • Jitte
    Jansen
Deze masterscriptie verkent hoe architecturaal ontwerp zich kan
verhouden tot een ‘more-than-human’-perspectief, waarbij niet alleen de mens,
maar ook andere levende en niet-levende entiteiten zoals dieren, planten, water,
bodem en energie als actoren in het ontwerp worden beschouwd. Vanuit een
kritische reflectie op het antropoceen en de ecologische crisis, onderzoeken we hoe
ontwerppraktijken kunnen bijdragen aan een wederkerige relatie tussen mens en de
meer-dan-menselijke wereld. Deze benadering wordt theoretisch onderbouwd aan
de hand van posthumanistische en ecologisch-filosofische kaders, zoals Haraway
en Latour, en vertaald naar ruimtelijke praktijken in de context van Zwartberg,
Genk. Door middel van zes ontwerpend-onderzoekende exploraties brengen we
verschillende manieren in kaart waarop verbondenheid met natuur, water, dieren
en energie ruimtelijk versterkt kan worden. De scriptie pleit voor een relationele en
zorgzame ontwerppraktijk, waarin menselijke en niet-menselijke noden in samenhang
worden benaderd. Zo beoogt deze scriptie bij te dragen aan een ecologisch en ethisch
bewustzijn binnen de ruimtelijke disciplines en aan nieuwe vormen van samenleven
in een gedeeld leefmilieu.
Meer lezen

Hip Hop zet jongeren in hun kracht: Over de inzet van Hip Hop als instrument voor empowerment bij Vlaamse jongeren

Universiteit Antwerpen
2025
Ilaria
D'Ippolito
Deze masterproef onderzoekt hoe en waarom Hip Hop binnen Vlaamse sociaal-culturele initiatieven wordt ingezet om (kwetsbare) jongeren te versterken. Hip Hop ontstond in de jaren zeventig in de Bronx als expressievorm van gemarginaliseerde gemeenschappen en groeide uit tot een wereldwijd middel voor identiteit, verbinding en sociale verandering. Via acht diepte-interviews met sociale professionals werd nagegaan hoe Hip Hoppraktijken in Vlaanderen vorm krijgen en welke betekenis ze hebben voor jongeren. De resultaten tonen dat Hip Hop bijdraagt aan zelfvertrouwen, expressie en eigenaarschap, en dat methodieken zoals studiowerking, workshops en peer learning zowel persoonlijke als collectieve groei stimuleren. Hoewel de term empowerment zelden expliciet wordt gebruikt, vormt ze de kern van deze praktijken. De Vlaamse context toont een verbreding van het begrip empowerment: niet vertrekken vanuit problemen, maar vanuit kracht, creativiteit en ontmoeting. Hip Hop blijkt zo een betekenisvolle strategie voor jongerenemancipatie en een inspiratiebron voor het sociaal werk.
Meer lezen

STANDALONE ON-SITE LIGHTING MEA- SUREMENTS FOR INSECT STUDIES

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zakaria
El Gharbaoui Ben Mekki
Voortgaande verstedelijking en de wereldwijde overstap naar energiezuinige LED-
verlichting vergroten de blootstelling aan kunstlicht ’s nachts, wat bezorgdheid
wekt over de effecten op gemeenschappen van nachtactieve insecten. De meeste
bestaande veldstudies zijn kort van duur en beperkt in ruimtelijke dekking van-
wege de arbeidsintensieve aard van traditionele bemonstering. Dit proefschrift
pakt deze lacune aan door het ontwerpen, implementeren en valideren van een
goedkope, op camera’s gebaseerde, op afstand werkende monitoringsunit voor
seizoenslange inzet in diverse buitenomgevingen. Het systeem registreert weerpa-
rameters (temperatuur, relatieve vochtigheid), locatie (GPS), verlichtingsparame-
ters (gecorreleerde kleurtemperatuur) en tijdgestempelde beelden van aangetrokken
insecten.
Om classificatiestrategieën te evalueren zonder grootschalige inzet, werd in een
kleinschalige casestudy het gebruik van twee algemene vision–language modellen
getest op zorgvuldig geselecteerde insectenbeelden met gezaghebbende ObsIdentify-
bepalingen. De resultaten positioneren vision–language modellen als effectieve
hulpmiddelen voor voorlopige tagging, triage en kwaliteitscontrole, terwijl geza-
ghebbende labels afkomstig moeten zijn van specialisten of gespecialiseerde soorten-
herkenningsdiensten.
Toekomstig werk dient eerst de minimaal vereiste taxonomische diepte voor ALAN-
impactstudies vast te stellen en vervolgens herkenningstools aan te passen om
aan deze eis te voldoen. Verdere stappen omvatten het uitbreiden van de pij-
plijn naar tellingen en abundantiematen, het ontwikkelen van een robuuste con-
tainergebaseerde implementatie-architectuur, het migreren van de database naar
een beveiligde cloud- of NAS-infrastructuur en het implementeren van sterke
cyberbeveiligingsmaatregelen voor externe units. Deze verbeteringen zullen ge-
standaardiseerde, seizoenslange, multisitecampagnes mogelijk maken die robu-
uste beoordelingen van ALAN-effecten onder door LED gedomineerde lichtom-
standigheden opleveren.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Detentie op tafel leggen tussen ouder en kind

Erasmushogeschool Brussel
2025
Tine
Janssen
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe familiebegeleiders bij detentie thuisouders en ouders in detentie kunnen ondersteunen in het bespreekbaar maken van detentie bij hun kinderen. Dit onderwerp is verbonden met mijn stage bij CAW Oost-Brabant – Familiebegeleiding bij detentie, waar ik van september 2024 tot mei 2025 stage liep binnen de opleiding sociaal werk. Ik bevroeg gezinnen met jonge kinderen waarvan de vader in Leuven Hulp of in Leuven Centraal verbleef. Daarnaast ligt het onderwerp nauw aan mijn hart, omdat ik zelf een papa in detentie heb. Ik wil graag de openheid die in mijn gezin aanwezig is om over het onderwerp te spreken, inzetten om andere gezinnen te ondersteunen. Met de data uit het onderzoek en onze ervaringsdeskundigheid, zijn mijn mama, zus en ik opzoek gegaan naar een tool die open gesprekken en verbinding tussen ouder en kind mogelijk maakt in de bezoekzaal. Deze wens heeft vorm gekregen in placemats die detentie op tafel leggen.
Meer lezen

Design for recycling of electric machines

Universiteit Gent
2025
Vincent
Van de Peer
Mijn masterproef onderzoekt hoe elektrische machines, in het bijzonder permanent-magneet-synchrone motoren (PMSM), recycleerbaar kunnen worden ontworpen zonder prestatieverlies. Vandaag worden deze motoren meestal versnipperd, waardoor waardevolle materialen zoals koper en zeldzame aardmetalen verloren gaan. Het grootste obstakel is het gebruik van lijmen en thermohardende harsen, die demontage onmogelijk maken. In mijn onderzoek ontwikkelde ik een rotorconcept waarin magneten mechanisch worden gefixeerd met bouten in plaats van lijm. Dit ontwerp werd gevalideerd via elektromagnetische en mechanische simulaties en vervolgens gerealiseerd in een prototype. De lijmloze rotor bleek structureel robuust en presteerde vergelijkbaar met conventionele motoren, terwijl hij volledig demonteerbaar is. Daarnaast werd een opschalingsstudie uitgevoerd, waaruit bleek dat radiale bouten geschikt zijn voor grotere motoren zoals in elektrische voertuigen. Dit werk toont aan dat design-for-recycling haalbaar is en een belangrijke stap vormt naar circulaire elektrische aandrijfsystemen.
Meer lezen

Hoe kunnen klanten eenvoudig bouwmaterialen met een lage milieu-impact kiezen voor houten bijgebouwen?

HOGENT
2025
Peter
Vanduffel
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van Ostyn, een producent van houtskeletconstructies voor bijgebouwen, op een eenvoudige manier bewust kunnen kiezen voor duurzame bouwmaterialen op basis van levenscyclusanalyses (LCA’s). Aangezien voor bijgebouwen geen normering bestaat rond milieu-impact, is er behoefte aan een eenvoudige methode die transparantie biedt met betrekking tot de duurzaamheid van materialen. Dit werk richt zich op het onderzoeken van een manier waarop Ostyn klanten kan ondersteunen in hun materiaalkeuzes.

De methodologie omvat een vergelijkende analyse van bestaande tools voor milieu-impactberekening, waaronder de Nederlandse Nationale Milieudatabase (NMD) en de Belgische tool TOTEM (Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials). Hierbij wordt gekeken naar hun toepasbaarheid voor Ostyn’s constructies, met aandacht voor de beschikbaarheid van data en de nauwkeurigheid van de resultaten.

Uit het onderzoek blijkt dat een vergelijking op productniveau binnen een element, zoals gevelbekleding en isolatie, relevanter is dan een analyse op constructieniveau vanwege de standaardisatie van veel onderdelen. Een belangrijke bevinding is dat de beperkte beschikbaarheid van productspecifieke data de betrouwbaarheid van de vergelijkingen beïnvloedt.

De conclusie luidt dat Ostyn met tools als TOTEM de mogelijkheid heeft om klanten te informeren over duurzame opties, mits er geïnvesteerd wordt in betere dataverzameling en heldere communicatie. Verdere ontwikkeling van databases en tools is essentieel om de keuze voor duurzame bouwmaterialen verder te reguleren en normaliseren.

Meer lezen

Challenging standards: Analyzing the alternative audio description of the dance video Isomo

Universiteit Antwerpen
2025
Afifa
Kharchi
Deze thesis onderzoekt de evoluerende praktijken van audiobeschrijving in dans aan de hand van de dansvideo Isomo als casestudy, een hedendaagse dansvideo gemaakt door choreografe Iris Bouche voor het KMSKA. Traditioneel wordt audiobeschrijving beschouwd als een objectief hulpmiddel voor toegankelijkheid, maar recentelijk zijn alternatieve benaderingen die subjectiviteit en creativiteit omarmen in opkomst (Fryer & Cavallo, 2022). Het doel van dit onderzoek is om de strategieën die in de audiobeschrijving van de dansvideo Isomo worden gebruikt te identificeren en te onderzoeken in hoeverre deze afwijken van de traditionele richtlijnen. Het onderzoek combineert een vertaalanalyse met vijf semigestructureerde interviews met experts. De bevindingen geven aan dat de audiobeschrijving niet strikt kan worden gecategoriseerd als traditioneel of alternatief, maar eerder ergens tussen beide in ligt, aangezien deze elementen van beide bevat. Enerzijds maakt het gebruik van creatieve strategieën, waaronder eerste- en tweepersoonsvertellingen die door de dansers zelf worden ingesproken. Anderzijds bevat het elementen van traditionele AD, zoals het vasthouden aan een traditionele workflow.
Meer lezen

Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket

Hogeschool VIVES
2025
Jitske
Van Steenlandt
In mijn bachelorproef “Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket voor de tweede graad godsdienstonderwijs” onderzocht ik hoe jongeren bewust kunnen leren omgaan met de ethische grenzen van artificiële intelligentie. Uit mijn onderzoek bij leerkrachten en leerlingen bleek dat er grote interesse is in AI-ethiek, maar dat er weinig geschikt lesmateriaal bestaat. Daarom ontwikkelde ik een lessenpakket en ontwierp ik het bordspel Tussen Mens en Machine. Met dit spel denken leerlingen op een speelse manier na over morele dilemma’s, zoals: Mag een zelfrijdende auto kiezen wie overleeft? of Is AI altijd eerlijk? Het project wil jongeren leren kritisch omgaan met technologie en hen laten ontdekken dat AI niet enkel slim, maar ook menselijk doordacht moet zijn.
Meer lezen

De generatie'breuk': Een vergelijkend onderzoek naar het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn in het zesde leerjaar en vijfde middelbaar

KU Leuven
2025
Ine
Meers
Breuken vormen een fundamenteel onderdeel van het curriculum in het basis- en secundair onderwijs. Toch blijkt uit onderzoek dat mensen meer moeilijkheden ervaren met het begrijpen van de numerieke grootte van breuken, in vergelijking met natuurlijke en decimale getallen. Dit heeft geleid tot verder onderzoek naar hoe leerlingen breuken begrijpen en welke strategieën zij daarbij gebruiken. Zo onderzocht Hofmans (2022) het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn van leerlingen uit het zesde leerjaar met verschillende wiskundige competenties. Zij maakte daarbij gebruik van de Number Line Estimation (NLE)-taak, waarbij leerlingen verschillende breuken op een getallenlijn van 0 tot 1 moesten plaatsen. Daarnaast ontwikkelde ze een codeerschema waarmee ze het strategiegebruik systematisch kon coderen en analyseren in relatie tot item- en leerlingkenmerken. In dit driedelig codeerschema werd elke trial eerst globaal beoordeeld als ‘correct’, ‘inaccuraat’ of ‘rest’. Het schatten van de breuk werd vervolgens opgesplitst in drie stappen, namelijk ‘encoderen’, ‘positioneren’ en ‘finaliseren’.
Hoewel Hofmans (2022) aantoonde dat de strategiekeuze en adaptief strategiegebruik samenhingen met de schattingsnauwkeurigheid, beperkte haar studie zich enkel tot leerlingen uit het zesde leerjaar. Hierdoor werd niet duidelijk in hoeverre onderwijsniveau of expertise een invloed uitoefende op het strategiegebruik en de schattingsfouten.
Het huidig onderzoek vergeleek daarom leerlingen uit het zesde leerjaar en vijfde middelbaar. Er werd via een gelijkaardig onderzoeksopzet nagegaan hoe deze onderwijsniveaus verschilden in hun strategiegebruik en adaptiviteit en welk effect dit had op hun schattingsfouten. Hierbij werd er gebruikgemaakt van hetzelfde codeerschema, mits enkele aanpassingen, en de NLE-taak. De nauwkeurigheid van de schattingen van de leerlingen werd berekend door middel van de Percentage of Absolute Error (PAE).
Er werd onderzocht welke strategieën leerlingen hanteerden, hoe accuraat en hoe flexibel deze werden toegepast en in welke mate die samenhingen met leerling- of itemkenmerken. Er werd gekeken naar de algemene schattingsfout bij het positioneren van breuken op een getallenlijn en naar de verschillen in strategiegebruik en nauwkeurigheid tussen leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus. Daarnaast werd onderzocht of er verschillen optraden in de nauwkeurigheid van de schattingen op leerling- en itemniveau. Ook de relatie tussen de strategiediversiteit van een leerling en diens onderwijsniveau werd geanalyseerd in relatie tot de schattingsnauwkeurigheid. Tot slot werd nagegaan of bepaalde itemkenmerken specifieke strategieën uitlokten en of dit leidde tot een grotere nauwkeurigheid in de schatting. Zo werd het adaptief strategiegebruik van leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus in kaart gebracht worden.
Samenvattend toonden de resultaten aan dat zowel het onderwijsniveau als het strategiegebruik een rol spelen bij het accuraat schatten van breuken op een getallenlijn. Leerlingen uit het vijfde middelbaar schatten over het algemeen nauwkeuriger dan leerlingen uit het zesde leerjaar. Dit verschil leek eerder samen te hangen met het strategiegebruik binnen de stap ‘positioneren’ dan met ‘encoderen’ of ‘finaliseren’. Daarnaast bleek dat itemkenmerken, zoals de noemergrootte en de ligging ten opzichte van referentiepunten, het strategiegebruik en de schattingsnauwkeurigheid sterk beïnvloedden.
Meer lezen

Erfgoediseren van digitale cultuur: door musea en andere erfgoedinstellingen

KU Leuven
2025
Floor
Arnauts
Digitale cultuur ontwikkelt zich in een ongekend tempo en wordt gekenmerkt door zowel overvloed als kwetsbaarheid. De vluchtigheid van digitale creaties, van interactieve installaties tot websites, sociale mediaplatformen en andere databestanden, stelt musea en erfgoedinstellingen voor fundamentele vragen. Hoe kan born-digital erfgoed worden geïdentificeerd als cultureel waardevol, duurzaam worden vastgelegd en vervolgens toegankelijk en betekenisvol worden gepresenteerd? Dit onderzoek benadert deze uitdaging vanuit het proces van erfgoedisering, waarbij de vier kernfuncties waarderen, verzamelen, bewaren en presenteren centraal staan. In de digitale context blijken deze functies niet los van elkaar te opereren, maar voortdurend op elkaar in te grijpen. Door middel van beleidsanalyse, theoretische kaders en casestudies van Vlaamse erfgoedinstellingen, waaronder Design Museum Gent, Amsab, de Hendrik Conscience Bibliotheek en KADOC, wordt zichtbaar hoe technische, juridische en beleidsmatige drempels een structurele inbedding van born-digital erfgoed bemoeilijken. Tegelijkertijd tonen innovatieve praktijken aan dat interdisciplinariteit, het gebruik van open standaarden en samenwerking met makers en publiek effectieve strategieën kunnen opleveren. De bevindingen wijzen erop dat een geïntegreerde en structureel verankerde aanpak onontbeerlijk is om digitale cultuur niet alleen te bewaren, maar ook haar betekenis te behouden voor toekomstige generaties.
Meer lezen

DE RECHTSVORDERING VAN RECHTSPERSONEN TER VERDEDIGING VAN ALGEMENE BELANGEN Aan poten en hoeven gebonden? De rechtsvordering van verenigingen ter verdediging van dierenwelzijn: een kritische toetsing

Vrije Universiteit Brussel
2025
Astrid
Pepermans
De mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden ter verdediging van algemene belangen – dat wil zeggen belangen die verband houden met hun statutair doel – vormt al jarenlang een bron van juridische en maatschappelijke discussie. Het vraagstuk werd recent opnieuw op scherp gesteld door het arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 11 juni 2024, waarin de burgerlijke partijstelling van vzw Animal Rights onontvankelijk werd verklaard wegens een gebrek aan eigen belang in de zin van artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek. De vzw had zich, naar aanleiding van ernstige schendingen van dierenwelzijnswetgeving, burgerlijke partij gesteld in een strafprocedure tegen een slachthuis en diens zaakvoerder. Hoewel het Gentse Hof van beroep het jaar voordien nog had geoordeeld dat de vzw een eigen belang kon aantonen op basis van haar statutair doel, kwam het Hof van Cassatie tot een tegengestelde conclusie.

De vraag of, en onder welke voorwaarden, dergelijke rechtspersonen een rechtsvordering kunnen uitoefenen, raakt aan fundamentele beginselen van het procesrecht en aan de klassieke tweedeling tussen het private en publieke domein waarop het Belgisch recht steunt. Deze indeling onderscheidt enerzijds private belangen, die via de burgerlijke procedure worden verdedigd door titularissen van subjectieve rechten of hun gemachtigden, en anderzijds het publieke belang, waarvoor doorgaans het openbaar ministerie optreedt, meestal binnen het strafrecht.

Deze bijdrage beoogt een diepgaande analyse van de ontvankelijkheidsvoorwaarden die de Belgische rechtsorde hanteert voor rechtspersonen die algemene belangen in rechte willen verdedigen, met bijzondere aandacht voor dierenwelzijnsverenigingen. De uiteenzetting vertrekt dan ook vanuit de centrale onderzoeksvraag: Hoe verhoudt de invulling van het belang, de hoedanigheid en de (potentieel) geleden schade als ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van de algemene belangen zich tot de behartiging van dierenwelzijn?

Al in de jaren 60 wees de koninklijk commissaris bij het ontwerp van het gerechtelijk wetboek op het ontbreken van een uitgewerkte theorie rond de rechtsvordering, met inbegrip van vorderingen ingesteld door rechtspersonen. Een eenduidige, coherente en systematische wettelijke regeling kwam er tot op heden niet. Een wisselvallige rechtsleer én rechtspraak is het gevolg.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, vat dit artikel aan met een verkenning van het juridisch en rechtsdogmatisch kader waarin de rechtsvordering, het belang, de hoedanigheid en de schade wordt geconceptualiseerd en geïnterpreteerd. Ook een overzicht van de historische en actuele positie van de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van algemene belangen is onontbeerlijk. Door de juridische en politieke premissen te onderzoeken waarop uiteenlopend invulling is gegeven aan de toepassingsvoorwaarden ervan, en door na te gaan hoe deze verschillende benaderingen zich tot op vandaag in de praktijk manifesteren, brengt dit artikel bestaande lacunes en begripsverwarring in kaart.

De focus wordt vervolgens, aan de hand van een veldstudie, toegespitst op de mogelijkheid voor verenigingen die milieubescherming en dierenwelzijn nastreven om als burgerlijke partij op te treden in strafzaken. Deze veldstudie, ingegeven door het arrest van 11 juni 2024, toont aan dat zelfs na de hervorming van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek – waarmee de initiatiefnemers beoogden de juridische mist rond de rechtsvordering weg te nemen – nog steeds geen sluitende interpretatie bestaat over de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de rechtsvordering van rechtspersonen.

Dit is niet alleen problematisch in de burgerlijke rechtspraak. Zoals de analyse in deze bijdrage aantoont, treden verenigingen ook in strafzaken op om dierenleed onder de aandacht van de rechter te brengen, met inconsistente rechtspraak als resultaat. Gezien de maatschappelijke urgentie en het toenemende draagvlak voor handhaving van dierenwelzijnswetgeving, is de nood aan een eenduidig wettelijk kader en aan rechtszekerheid des te groter. In dat opzicht overstijgt deze bijdrage de technisch-processuele discussie over ontvankelijkheid, en raakt ze ook aan fundamentelere vragen over wie er het best geplaatst is om dierenwelzijn te verdedigen in het gerecht, op welke manier dierenleed kan worden gesignaleerd, erkend en gecompenseerd, en welke belangen – vooral wanneer ze niet worden gestut door eigen subjectieve rechten – al dan niet een juridische stem verdienen.

Daarbij wordt ook stilgestaan bij de mogelijkheid van verdere wetgevende actie. Twee wetsvoorstellen van 16 september 2024 en van 11 oktober 2024 trachtten het hiaat in de toegang van dierenwelzijnsverenigingen tot de rechter op te vullen door in artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een uitdrukkelijke rechtsvordering toe te kennen aan deze verenigingen. Dit roept de vraag op of het wenselijk is om opnieuw een bijzonder wettelijk regime in te voeren, dan wel of het tijd is om de conventionele, binaire fundamenten van de rechtsvordering in België te herzien, in het licht van belangen die vandaag nog te vaak noodgedwongen zonder juridisch klankbord blijven.
Meer lezen

Geweld in pornografie: Percepties en attitudes van heteroseksuele mannen

KU Leuven
2025
Sien
Voets
In deze masterproef worden de percepties en attitudes van heteroseksuele mannen ten
aanzien van geweld in pornografie, en specifiek in titels van pornografische video’s,
bestudeerd. Om die doelstelling te bereiken zijn volgende twee hoofdonderzoeksvragen
opgesteld: ‘In welke mate beïnvloedt geweld in titels van pornografische video’s het
keuzeproces van heteroseksuele mannen?’ en ‘Welke variabelen hangen samen met een
voorkeur voor gewelddadige pornografie?’.
Om een antwoord te kunnen bieden op de vooropgestelde onderzoeksvragen werd een
kwantitatief onderzoek uitgevoerd waarbij Nederlandstalige heteroseksuele mannen tussen 18 en 60 jaar een online vragenlijst invulden. De finale steekproef bestaat uit 430 respondenten. In de vragenlijst werden concrete titels van pornografische video’s met uiteenlopende gradaties van geweld gepresenteerd aan de participanten. Bij elke titel dienden de participanten drie stellingen te beantwoorden om de geneigdheid om op de video te klikken, het begrip van de inhoud van de video, en de attitudes ten aanzien van de titel te onderzoeken.
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat heteroseksuele mannen gemiddeld een
voorkeur hebben voor pornografische titels die niet verwijzen naar geweld. Verder wijst het onderzoek uit dat de voorkeur van de participanten steeds uitgaat naar lichte vormen van geweld ten opzichte van zwaardere vormen. Daarnaast werden titels waarin een gebrek aan toestemming beschreven werd consistent negatiever beoordeeld dan titels die verwezen naar fysiek geweld. Ten slotte toont het onderzoek aan dat een voorkeur voor gewelddadige pornografie in verband gebracht kan worden met hostiliteit ten aanzien van vrouwen alsook met het ervaren van positieve effecten van eigen pornoconsumptie.
Meer lezen

GenAI, MT en de vertaler van morgen

Vrije Universiteit Brussel
2025
Davina
Ferraris
De opkomst van generatieve artificiële intelligentie (GenAI) en machinevertaling (MT) verandert het beroep van vertaler drastisch, wat leidt tot toenemende onzekerheid over de toekomst van het beroep. Tegelijkertijd staan derdejaarsstudenten Toegepaste Taalkunde aan Vlaamse universiteiten voor belangrijke studie- en carrièrekeuzes, waaronder de keuze om vertaler te worden. Deze masterproef onderzoekt hoe zij het beroep van vertaler percipiëren in tijden van GenAI en MT en in hoeverre deze percepties hun keuze om vertaler te worden beïnvloeden.
Meer lezen

MORE DRAMA, MORE HAPPINESS? EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR HET VERBAND TUSSEN DRAMALESSEN EN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN 2E-GRAADS DOORSTROOM-STUDENTEN

Universiteit Gent
2025
Matthew
Wright
Deze studie werd uitgevoerd om te bepalen hoe 2e-graads doorstroomstudenten het verband tussen dramalessen en hun mentaal welbevinden ervaren. Het zes dimensionaal mentaal welbevinden model, ontwikkeld door Ryff (1989), toont deels overlap met de in de literatuur gevonden effecten van drama en werd daarom als theoretische basis gebruikt in dit onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 6 jongeren die een 2e-graads doorstroomrichting volgen en die gedurende 40 weken 24 keer één uur per week dramales kregen als keuzevak. De studie werd uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews die aan het einde van het schooljaar bij de leerlingen werden afgenomen. Om de gegevens te verwerken en analyseren werd een thematische analyse volgens Braun & Clarke (2006) toegepast. Als resultaat van het onderzoek werd er een duidelijke, positieve invloed vastgesteld op de persoonlijke groei, positieve relaties met anderen en zelfacceptatie dimensies. De invloed op de autonomie is matig en op de omgevingsbeheersing is de invloed gering. Er ontbreken gegevens om een besluit te maken over de doelgerichtheid dimensie, maar de verwachting is dat deze laag is. Het algemeen mentaal welbevinden van de participanten lijkt te zijn toegenomen na het volgen van dramalessen. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed groter is bij jongeren wiens mentaal welbevinden laag is dan bij jongeren met een matig tot hoog mentaal welbevinden, al dient verder onderzoek dit verder te staven. De belangrijkste, niet eerder gevonden resultaten zijn dat participanten aangeven zich minder aan te trekken van de mening van anderen, makkelijker hun mening te kunnen uiten, meer te durven, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en meer onbekenden durven aan te spreken. Vele andere resultaten bevestigen wat eerdere literatuur al bewees. Het onderzoek sluit af met een pleidooi om educatief drama een standaardonderdeel te maken van het curriculum van de middelbare school of het ten miste als potentieel keuzevak aan te bieden.
Meer lezen

De invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties

Universiteit Gent
2025
Emma
De Naeyer
Deze masterproef onderzoekt de invloed van de menstruatiecyclus op sportprestaties bij Belgische eliteatletes. Hoewel internationale aandacht voor dit thema toeneemt, bleef het onderwerp in België tot nu toe grotendeels onontgonnen terrein.

Aan de hand van een online vragenlijst bij 81 vrouwelijke Belgische topsporters uit verschillende sporten werd nagegaan hoe zij hun menstruatiecyclus ervaren, welke klachten ze ondervinden en hoe open erover gecommuniceerd wordt binnen de sportcontext.

De resultaten tonen aan dat meer dan 90% van de atletes fysieke en mentale klachten ervaart voor of tijdens de menstruatie, en dat de helft regelmatig pijnstillers gebruikt om te kunnen presteren. Daarnaast werd een hoge prevalentie van menstruatiestoornissen vastgesteld. Opvallend is dat slechts één op drie atletes met haar coach over dit onderwerp spreekt; vooral in teamsporten blijft de drempel groot.

Het onderzoek benadrukt de nood aan meer open communicatie, educatie voor coaches en medische staf en begeleiding op maat, waarbij de menstruatiecyclus structureel wordt meegenomen in trainings- en wedstrijdplanning.

Deze bevindingen leveren waardevolle inzichten voor een meer genderbewuste benadering van topsport en dragen bij tot het doorbreken van een hardnekkig taboe binnen de sportwereld.
Meer lezen

[de leegte in het landschap en het gecureerd verval.]

Universiteit Hasselt
2025
Thomas
Cuyt
We leven in een wereld vol met dingen die zijn achtergelaten door degenen die vóór ons kwamen, maar we pikken een aantal van deze dingen eruit voor onze aandacht en zorg. We vragen bepaalde gebouwen, objecten en landschappen om te functioneren als
geheugensteuntjes, om het verleden te herinneren dat hen heeft voortgebracht, en om dit verleden beschikbaar te maken voor onze overpeinzing en zorg. Die geheugensteuntjes, of junk-space zoals Rem Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het omschrijft, is het residu dat de mensheid op deze planeet achterlaat. Het product van modernisme is niet moderne architectuur, maar junkspace, ruimteafval of gecureerd verval.
Hoe kan er worden omgegaan met dat verval wat bij wegnemen leidt tot littekens in het landschap en hoe kan deze leegte opnieuw een plaats krijgen?

In het samengaan van leegte en verval ontstaat een dialoog. Het landschap, datgene wat ooit de achtergrond was van menselijke activiteit, neemt langzaam zijn plek terug. Gras groeit door scheuren in het asfalt, klimop verslindt de bakstenen huid van verlaten panden. Wat ooit strak en gecontroleerd was, wordt nu een canvas voor de natuur, voor de tijd. De architectuur vertelt verhalen van tijd en vergankelijkheid, laat los wat het vasthield. De perfecte symmetrie van muren wordt vervangen door grillige lijnen en onvolmaakte vormen. De leegte in het landschap benadrukt dit proces; het biedt een podium zonder afleiding. In de leegte die hierdoor ontstaat, openbaart zich een nieuwe ruimte: een plek waar natuur en herinnering zich verstrengelen. Het is juist door het ontpitten en cureren van gebouwen in verval, of structuren die hun functie verloren, dat leegte ontstaat. Deze leegte, als een litteken in het landschap, kan uitgroeien tot een schakel. Een fluïde zone waar natuurlijke en menselijke processen elkaar ontmoeten. De grens tussen het kunstmatige en het natuurlijke vervaagt, verschuift, en wordt geen harde lijn meer, maar een overgangsgebied, een ademende ruimte die verbindt in plaats van scheidt.
Het is juist deze “junkspace”, zoals Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het noemt, of het “gecureerd verval” waar Caitlin DeSilvey (DeSilvey, 2017) over schrijft, die kan worden ingezet als verbinder. Een transitiegebied dat een dubbel doel dient: zowel als collectieve ruimte voor een omliggende woonwijk, als schakel tussen natuur en woonomgeving. Hier ontstaat geen nieuwe scheiding, maar een netwerk waarin de grenzen vervagen en een nieuwe harmonie kan groeien.
Meer lezen

Hoe framen Europese populistisch radicaal-rechtse partijen het Israëlisch-Palestijns conflict na 7 Oktober?

Universiteit Gent
2025
Sien
Daeninck
Populistisch radicaal-rechtse partijen zoals Vlaams Belang (VB) en het Franse Rassemblement National (RN) gebruiken het Israëlisch-Palestijns conflict om hun kernboodschappen over migratie, veiligheid en islamitisch extremisme te versterken. Beide partijen kaderen het conflict als een bedreiging die door migratie naar Europa wordt overgebracht en sluiten zo aan bij de ideologische pijlers: nativisme, autoritarisme en populisme. Toch verschillen ze in hun benadering: RN kiest nadrukkelijk de kant van Israël, terwijl VB een neutralere, pragmatische houding aanneemt. Die verschillen tonen aan dat radicaal-rechts geen homogene groep is, maar hun discours aanpast aan nationale en geopolitieke contexten.
Meer lezen

DEVELOPMENT OF A MULTI-SENSOR MODULAR ELECTRONIC STETHOSCOPE

Vrije Universiteit Brussel
2025
Veronika
Schatz
De Open-Source Multi-Sensor Modulaire Elektronische Stethoscoop (OMES) is een elektronische stethoscoop, die jij heel gemakkelijk kunt gebruiken als een modulaire upgrade voor een analoge stethoscoop of als zelfstandig apparaat. Alle bestanden die nodig zijn om OMES te bouwen, zijn gratis en open-source beschikbaar. Jij kunt OMES dus op eenvoudige wijze zelf assembleren. Hier leest jij hoe dat werkt en wat OMES zo uniek maakt.
Meer lezen

Ontwerp en regeling van een hoppende robot met serieel gekoppelde actuatoren

Universiteit Gent
2025
Eline
De Groote
Humanoïde robots moeten in staat zijn om te navigeren op complex, ongestructureerd terrein, wat actuatoren vereist met een hoge koppeldichtheid en een sterke schokbestendigheid, evenals robuuste besturingsstrategieën voor stabiele voortbeweging.

Dit werk presenteert het ontwerp en de besturing van een hopper dat een humanoïde-been nabootst, met behulp van nieuw ontwikkelde serieel gekoppelde actuatoren. Het doel is om een onderbestuurd 3-DOF-been te creëren met verbeterde impactresistentie en springprestaties in vergelijking met state-of-the-art systemen.

Het resulterende been van 13,62 kg en 0,9 m integreert op maat gemaakte transmissie- en sensorsystemen. Er wordt een driefasige besturingsstrategie gebruikt: PD-besturing tijdens de vlucht, impedantiebesturing tijdens het bufferen en energy shaping tijdens het opstijgen.

Simulatie en experimentele validatie tonen aan dat lineaire railwrijving een aanzienlijke invloed heeft op de prestaties. Een experiment om de wrijving te schatten leverde een dimensieloze springhoogte van 1,28 op. Opvallend is dat het been een dimensieloze stijfheid van 14,25 bereikte onder impedantiebesturing, wat wijst op een verbeterde schokbestendigheid.
Meer lezen

Public Awareness of Media Accessibility: A Study on Knowledge and Perception

Universiteit Antwerpen
2025
Jara
Van Den Berge
In mijn scriptie onderzocht ik hoe bewust de Belgische bevolking is van mediatoegankelijkheid, zoals ondertiteling of audiodescriptie, die ervoor zorgen dat iedereen media kan begrijpen en beleven. Aan de hand van een enquête met 140 deelnemers analyseerde ik vier vormen van bewustzijn: algemeen, cognitief, perceptueel en cultureel.

De resultaten tonen dat veel mensen de term wel kennen, maar niet goed weten wat het inhoudt. Slechts weinigen beseffen dat functies zoals ondertiteling ook onder mediatoegankelijkheid vallen. De meeste koppelen het vooral aan mensen met een beperking.

Met mijn onderzoek wil ik de kloof tussen beleid en publieke kennis verkleinen en aantonen dat mediatoegankelijkheid een fundamenteel mensenrecht is.
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

Rubens' portretkunst als spiegel voor zijn interesse in fysiognomie

Universiteit Gent
2025
Mariette
Van Gysegem
Mijn onderzoek bekijkt de portretpraktijk van Peter Paul Rubens vanuit een fysiognomische lens. Vooraleer dit denkkader kan toegepast worden op zijn oeuvre, wordt Rubens' fascinatie voor fysiognomie in zijn culturele context bekeken. Het vertrekt vanuit de oorsprong en ontwikkeling van het gedachtegoed om zo het belang in de leefwereld van Rubens te contextualiseren. Vervolgens onderzoekt het de connectie tussen fysiognomie en de vroegmoderne kunstpraktijk. Hierna wordt ingezoomd op Rubens' aantoonbare interesse in het onderwerp als vereiste voor het gebruik van een fysiognomische lens.

Daarna wordt het fysiognomisch denkkader toegepast op case-studies binnen zijn oeuvre. Hierbij richt de beeldanalyse zich op vorm, kleur en textuur, aangezien bestaand onderzoek vaak enkel naar vorm keek. Voor de karaktertypologie werden primaire zeventiende-eeuwse fysiognomische traktaten bestudeerd en zo de typerende elementen van verschillende karaktertypes geïdentificeerd om ze toe te passen op de case-studies. De afbakening tot portretkunst is een logisch gevolg van het gezicht als primaire plek voor de fysiognomische lezing. Binnen zijn portretten wordt gefocust op familieportretten en kopieën naar oude meesters aangezien hij bij deze genres het meeste vrijheid had om te experimenteren.

Voor deze analyse werd een methodologie ontwikkeld die vertrekt vanuit het uitgangspunt van de fysiognomie, waarbij het uiterlijk en het innerlijk van een persoon onlosmakelijk verbonden zijn. Het onderzoek bekijkt deze connectie in twee richtingen. Ten eerste worden familieportretten geanalyseerd om te onderzoeken in hoeverre het innerlijk iets zegt over het uiterlijk, met het sanguinische temperament als uitgangspunt, omdat dit karaktertype als positief en zeldzaam werd beschouwd en Rubens vermoedelijk warme genegenheid voor zijn familieleden voelde. Ten tweede worden zijn kopieën naar oude meesters bestudeerd om de omgekeerde richting te ondervragen. Het uitgangspunt is de beeldanalyse van visuele aanpassingen die Rubens doorvoert in zijn kopie ten opzichte van het origineel. Vervolgens wordt gekeken of deze aansluiten bij de representatie van een specifiek innerlijk karakter.

De analyse toont hoe Rubens systematisch ronde vormen, roodheid en glanzende huidaccenten gebruikte, kenmerken die overeenstemmen met het sanguinische temperament, dat in zijn tijd overwegend positief gewaardeerd werd. Hierdoor creëerde Rubens een fysiognomisch ideaaltype dat functioneerde binnen de beeldcommunicatie met zijn publiek. Dit onderzoek vult een lacune in de bestaande literatuur, die vaak enkel de passies en niet de fysiognomie in Rubens’ werk behandelde. Bovendien wordt dit gedachtegoed nooit bekeken zij-aan-zij met het effectieve kunstwerk, hoewel deze combinatie cruciaal is. Het besluit dat Rubens’ intellectuele fascinatie voor fysiognomie niet enkel een persoonlijke interesse was, maar een diep ingebed cultureel referentiekader dat zijn portretkunst beïnvloedde.

Deze studie opent de weg om Rubens’ intellectuele interesses concreet te verbinden met zijn oeuvre en suggereert verdere uitbreiding via technische beeldanalyses zoals kleuranalyse en reflectografie. Daarnaast vormt ze een vertrekpunt om ook andere categorieën binnen zijn portretkunst, zoals de keizerportretten, door een fysiognomische lens te bestuderen. Verdere analyses kunnen nagaan hoe andere temperamenten werden verbeeld en in welke mate Rubens’ leerlingen en tijdgenoten dit gedachtegoed overnamen of er eigen invullingen aan gaven.
Meer lezen

“Het is maar een gsm”: partner phubbing en relationele betekenisgeving

Universiteit Gent
2025
Debbie
Cool
Dit onderzoek laat zien dat phubbing, het negeren van je partner voor je smartphone, een veelvoorkomend fenomeen is dat relaties kan belasten. Hoe partners dit ervaren en ermee omgaan, hangt af van context, intentie en gezamenlijke digitale afspraken. Het benadrukt hoe moderne technologie dagelijkse relaties vormt en het belang van duidelijke communicatie en gezonde digitale gewoonten.
Meer lezen

Sjorren aan de toekomst: een beleidsanalyse in functie van een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen

Universiteit Gent
2025
Cato
De Roover
Het onderzoek analyseert de kwetsbaarheid van Vlaamse jeugdbewegingen, die onder druk staan door gebrekkige infrastructuur, administratieve lasten, dalende ledenaantallen en veranderend vrijwilligersengagement. Via een kwalitatieve beleidsanalyse, gebaseerd op literatuur, interviews en een participatiemoment, werden vijf beleidsalternatieven ontwikkeld om een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen te stimuleren. Twee daarvan, "Zelfstandiger Jeugdwerk" en "Opgewaardeerd Jeugdwerk", bieden het meeste potentieel. Het eerste bevordert de oprichting van ondersteunende vzw’s om lokale groepen meer autonomie te geven. Het tweede stelt een onderzoek en campagne voor om de maatschappelijke en economische waarde van jeugdwerk beter in de verf te zetten. Daarnaast formuleert de scriptie nog twee bijkomende aanbevelingen: het verminderen van de versnippering van administratieve taken via het Verenigingsloket en het versterken van de Vlaamse Jeugdraad als participatiekanaal.
Meer lezen