Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ontwerp van een alternatieve productiemethode voor duurzame thermoplastische druktanks

Universiteit Hasselt
2025
Michiel
Meurice
Genomineerde longlist mtech+prijs
Machinebouwer Cteso werkt in samenwerking met een druktankproducent uit Limburg aan de
ontwikkeling van een productiemachine voor duurzame druktanks. De huidige opstelling gebruikt
de KUKA KR 1000 Titan robot, die hoge investeringskosten met zich meebrengt, een aanzienlijke
structurele verankering in de vloer vereist en de nodige expertkennis voor het programmeren
vraagt. Bovendien kan de bestaande machine slechts één formaat druktank produceren. Daarom
richt deze masterproef zich op het ontwerpen van een kosteneffectiever alternatief dat toelaat
druktanks in verschillende formaten te produceren, met vereenvoudigde vloerverankering en verbeterde
programmeerbaarheid.
In eerste instantie werd een simulatie uitgevoerd om de exacte bewegingen van de KUKArobotarm
in kaart te brengen, gevolgd door een analyse van de robotgrijper die de druktank
vasthoudt. Daarna volgden opstellen van het eisenpakket, het functieblokschema en het morfologisch
overzicht. Deze leidden tot een nieuw mechanisch concept, dat werd geëvalueerd via
simulatie en onderworpen aan een kosten-batenanalyse.
Het finale concept gebruikt een XYR-systeem (twee translatieassen en één rotatieas). Het biedt
de flexibiliteit om druktanks te produceren met lengtes tussen 500 en 3000 mm en diameters
van 160 tot 460 mm . Hoewel het systeem veelzijdiger is, blijft de totale investeringskost lager,
terwijl de vloerverankering eenvoudiger is en de programmatie gebruiksvriendelijker.
Meer lezen

Stadsvernieuwing in Santo Antônio door een vrouwelijke lens - Een participatief actieonderzoek naar de vrouwelijke beleving van de publieke ruimte

Universiteit Antwerpen
2025
Rosa
Hillebron
Dit onderzoek speelt zich af in het noordoosten van Brazilië, in de deelstaat Pernambuco. Recife heeft als hoofdstad van deze staat met ongeveer 1,5 miljoen inwoners te kampen met sociale uitdagingen. Onveiligheid in de publieke ruimte is een van deze uitdagingen, en is een veelbesproken onderwerp in de samenleving. Zo worden bepaalde plaatsen actief vermeden, zoals de wijk Santo Antônio, een historisch deel van het centrum van Recife. Wat ooit een bruisende en levendige wijk was, heeft nu plaatsgemaakt voor leegstand en criminaliteit. Het begrip onveiligheid is een belangrijk onderdeel van de identiteit van de wijk Santo Antônio, en wordt door iedereen anders ervaren. Zo kunnen vrouwen andere percepties hebben dan mannen in het ervaren van veiligheid, en is deze eerste groep vaak vergeten bij het betrekken van perspectieven voor nieuwe stadsontwikkelingen. In dit onderzoek wordt het genderaspect van veiligheid verder uitgewerkt, en wordt onderzocht hoe vrouwen in de krakersbeweging van Leonardo Cisneiros onveiligheid ervaren in hun mobiliteitspatronen in de wijk Santo Antônio. Hierbij wordt gefocust op aspecten van gendered fear of crime die impact kunnen hebben op de belevingswereld van vrouwen. Via een participatieve actie wordt de ervaring van vrouwen in de publieke ruimte als prioriteit genomen, en wordt er bewustwording gecreëerd rond de problemen die zij ervaren. Dit is een eerste stap in de richting van inclusieve stadsvernieuwing voor Santo Antônio, met de noden van de vrouwen als prioriteit.
Dit onderzoek maakt deel uit van de ISTT-onderzoeksgroep. Het uitgangspunt van deze studio is het doen van een participatief actiegericht onderzoek, ook wel PAR. Participatieve onderzoeksmethoden zoals gezamenlijke workshops en activiteiten staan hierbij centraal, waarbij de onderzoeksgroep meestuurt in de ontwikkeling van het onderzoek.
De resulterende gegevens gaven aan dat er een tekort aan buurtactiviteiten, bewoners, natural surveillance, maintenance en social management is in Santo Antônio. De reden van het gevoel van onveiligheid ligt hierbij vooral in het tekort aan mensen op straat, wat een gebrek aan sociale controle veroorzaakt. Er is behoefte aan activiteiten voor families in de buurt, en meer sociale voorzieningen. Als wordt gekeken naar fysieke aspecten van de publieke ruimte worden meer plaatsen voor kinderen om te spelen en meer faciliteiten zoals winkels en openbare toiletten benoemd die de publieke ruimte aangenamer zouden maken om te bezoeken. Hiervoor zijn zowel ruimtelijke ingrepen nodig die de stadsvernieuwingsdienst Recentro in hun masterplan zou kunnen opnemen, als het herzien van de huidige stedelijke planningspraktijken. Om aan inclusieve stedelijke ontwikkeling te doen vanuit het oogpunt van de vrouw moet er worden gekeken naar het actief opbouwen van nieuwe stedelijke identiteiten in de wijk, zowel op ruimtelijk als sociaal vlak. Ook moet er rekening worden gehouden met de nachtelijke identiteit in het ontwerpproces van de wijk. Kinderen moeten een centrale rol krijgen in het masterplan, omdat ouders en moeders in het specifiek hierdoor ook een plaats krijgen in de publieke ruimte. Tot slot wordt gepleit voor een inclusief investeringsplan, waarbij actief investeerders worden aangetrokken die oog hebben voor sociale initiatieven en verbeteringen in de wijk
Sleutelwoorden: informal feminist placemaking, feminist city, gender, gendered fear of crime, participatory walk, veiligheid, participatory action research, empowerment.
Meer lezen

Development of Braided Peltier Devices to Achieve Thermoelectric Cooling in Shape Memory Alloy Actuation Mechanisms

Universiteit Gent
2025
Cynthia
Wang
This dissertation investigates the design and development of braided Peltier devices for achieving active thermoelectric cooling in shape memory alloy (SMA) actuation mechanisms. The research focuses on the integration of periodically nickel-electroplated thermoelectric fibres into flexible braided textile structures that thermally couple and act as a sheath to SMA wires. By leveraging the Peltier effect within the braid architecture, the system is designed to enhance the thermal management and dynamic response of the SMA-based actuators. The work includes fibre fabrication, braid prototyping, electrical and thermal characterisation, and performance testing of the integrated thermoelectric-SMA smart textile. Results indicate that while passive thermoelectric integration modestly improves actuation timing and force response, active Peltier cooling alone was unable to overcome the dominant effects of Joule heating in the current system. Nonetheless, the trends observed suggest potential for improving thermal management in smart textile systems through enhanced thermoelectric design. The findings contribute to the advancement of flexible, textile-integrated thermoelectric devices and their application in wearables and responsive materials.
Meer lezen

Genetische kennis in de opleiding geneeskunde: het ontwikkelen van een vragenlijst die peilt naar de zelfgepercipieerde en feitelijke kennis bij laatstejaarsstudenten geneeskunde.

Universiteit Gent
2025
Emilia
Flyps
Probleemstelling: De snelle vooruitgang in genetisch onderzoek en de toenemende integratie van genetische toepassingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de kennis en competenties van toekomstige artsen. Hoewel genetica is opgenomen in het Vlaamse geneeskundecurriculum, blijft onduidelijk in welke mate laatstejaarsstudenten beschikken over voldoende feitelijke genetische kennis en in hoeverre hun zelfinschatting hiermee overeenkomt. Psychologische factoren zoals motivatie en zelfeffectiviteit kunnen hierin een rol spelen, maar worden zelden in samenhang onderzocht.
Methode: In deze masterpraktijkproef werd een vragenlijst ontwikkeld die peilt naar zelfgepercipieerde en feitelijke genetische kennis bij Vlaamse laatstejaarsstudenten geneeskunde. Daarnaast bevat het instrument metingen van motivatie, zelfeffectiviteit en zekerheidsinschatting. Het onderzoek heeft een kwantitatief, cross-sectioneel ontwerp en richt zich uitsluitend op de constructie en theoretische onderbouwing van het meetinstrument. De inhoud is gebaseerd op bestaande gevalideerde instrumenten, waaronder de International Genetic Literacy and Attitudes Survey (iGLAS), de General Self-Efficacy Scale (GSES) en de Intrinsic Motivation Inventory (IMI). De afname en data-analyse maken geen deel uit van deze masterpraktijkproef, maar kunnen plaatsvinden in vervolgonderzoek.
Resultaten en Conclusie: Het eindresultaat is een theoretisch onderbouwd en praktijkgericht meetinstrument dat genetische competenties benadert vanuit zowel inhoudelijke als psychologische invalshoeken. Door de integratie van diverse cognitieve niveaus en inhoudsdomeinen biedt de vragenlijst een breed inzetbaar kader voor toekomstig onderzoek naar genetische kennis bij geneeskundestudenten. Het instrument is beschikbaar in het Nederlands en het Engels en is klaar voor vervolgonderzoek.
Meer lezen

De invloed van verpleegkundig pijnmanagement op de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten: een onderzoek naar effectieve interventies en een verbeterde zorgervaring

Hogeschool UCLL
2025
Moira
Forêt
Inleiding:

Pijn is één van de meest voorkomende en invaliderende symptomen bij oncologische patiënten en heeft een aanzienlijke impact op hun fysieke, emotionele en sociale welzijn. Ondanks de beschikbaarheid van pijnmedicatie, blijft pijn vaak onvoldoende onder controle gehouden en onderbehandeld, wat de kwaliteit van leven aanzienlijk vermindert. Als oncologisch verpleegkundige ben je werkzaam in de directe klinische zorg en speel je een belangrijke rol in het signaleren, beoordelen en behandelen van pijn, en dragen hierdoor actief bij aan het optimaliseren van de zorgervaring.

Doelstelling:

Het doel van deze bachelorproef is om na te gaan hoe verpleegkundig pijnmanagement de kwaliteit van leven bij oncologische patiënten beïnvloedt, en welke farmacologische en niet-farmacologische interventies hierin het meest effectief zijn. De nadruk ligt vooral op een holistische patiëntgerichte aanpak die verder gaat dan enkel de medicamenteuze pijnstilling die men nu gebruikt.

Methodologie:

Er werd aan de hand van een systematische literatuurstudie gezocht in wetenschappelijke databanken zoals PubMed, waarbij de PICO- methode gebruikt werd om de onderzoeksvraag scherp te stellen. Verder werden inclusiecriteria gehanteerd die focussen op oncologische patiënten, niet-medicamenteuze interventies en uitkomsten zoals verminderde pijnbeleving, verbeterde slaap, mobiliteit en psychisch welzijn. Uiteindelijk werden acht relevante studies diepgaand geanalyseerd, waaronder systematische reviews en randomized controlled trials. Daarnaast werden andere artikels geïncludeerd ter aanvulling.

Resultaten:

Resultaten tonen aan dat een combinatie van farmacologische en complementaire interventies het meest doeltreffend is voor het verbeteren van de levenskwaliteit. Interventies zoals mindfulness, muziektherapie, aromatherapie, virtual reality en cognitieve gedragstherapie blijken significante effecten te hebben op pijnreductie en emotioneel welzijn. Verder kwam naar voor dat effectieve communicatie, educatie van verpleegkundigen en multidisciplinaire samenwerking van belang zijn voor een succesvol pijnmanagement. Een praktische ervaring op de afdeling hematologie van UZ Leuven bevestigde deze bevindingen en illustreerde verder de impact van verpleegkundig handelen binnen de dagelijkse praktijk.

Conclusie:

Verpleegkundig pijnmanagement heeft een directe invloed op de levenskwaliteit van oncologische patiënten. Door in te zetten op een multidimensionele en patiëntgerichte aanpak, waarbij zowel farmacologische als niet- farmacologische strategieën worden toegepast, kunnen verpleegkundigen bijdragen aan een menswaardigere en effectieve pijnzorg. Binnen deze bachelorproef wordt het belang van kennis, communicatie en samenwerking binnen het verpleegkundig domein onderstreept, en word er gepleit voor meer aandacht en opleiding rond pijnbehandeling binnen een oncologische setting.
De verpleegkundige is kortom de belangrijkste schakel tussen patiënt en arts waar zowel de fysieke als de mentale aandachtspunten van de patiënt hoog in het vaandel staan en waarbij we zorgen dat patiënten correct en gericht doorverwezen worden.

Referentie(s):

(Mestdagh et al., 2023; Wu et al., 2023; Bouya et al., 2018; Warth et al., 2020; Nijs, 2021; Van Veen et al., 2024; Wang et al., 2023; Ghavami et al., 2022)



Meer lezen

Stilstaan om vooruit te gaan. Hoe kunnen meditatiepraktijken binnen het bestaande aanbod van jeugdhulpverlening bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar?

Odisee Hogeschool
2025
Isa
Vanderseijpen
Deze bachelorproef onderzocht hoe meditatiepraktijken binnen de jeugdhulpverlening kunnen bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar.
Uit een uitgebreide literatuurstudie blijkt dat meditatie, in het bijzonder liefdevolle-aandachtsmeditatie en ademhalingsoefeningen, aantoonbaar een positief effect heeft op de regulatie van stress en het herstel van veerkracht. De polyvagaaltheorie onderbouwt hoe meditatie via activering van de nervus vagus zorgt voor fysiologisch herstel bij stress. Jongeren in deze leeftijdsgroep bevinden zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase en zijn extra gevoelig voor mentale druk, terwijl veerkracht net dan essentieel is. Aanvullend onderzoek via enquêtes bij jongeren en jeugdhulpverleners en interviews met professionals van Art of Living bevestigen deze bevindingen. 80% van de bevraagde jongeren ervaart stress, en velen staan open voor meditatie, mits deze laagdrempelig en aangepast wordt aangeboden. 90% van de jeugdhulpverleners heeft interesse in meditatie als werkvorm, al zijn er uitdagingen zoals gebrek aan tijd,
kennis en omkadering. De ontwikkelde meditatietool beantwoordt aan deze noden en is concreet inzetbaar binnen de jeugdhulppraktijk. De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de concrete omzetting van wetenschappelijke inzichten naar een bruikbare, evidence-based en respectvolle meditatietool voor jeugdhulpverleners. De tool biedt een laagdrempelige methode om stress te verminderen en veerkracht te versterken bij jongeren, met aandacht voor context, haalbaarheid en betrokkenheid van zowel jongeren als begeleiders.
Meer lezen

Bruggen bouwen naar zorg op maat. EEN KWALITATIEF EMPIRISCH ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PASTORALE PRAKTIJK ROND VROEGTIJDIGE ZORGPLANNING IN VLAAMSE ALGEMENE ZIEKENHUIZEN

KU Leuven
2025
Gyrit
Ghillemyn
Tijdens het zorgproces kan een patiënt mee beslissen over welke zorg deze wel of niet wenst te ontvangen. Een patiënt kan dit actueel beslissen, maar er bestaan ook mogelijkheden om vooraf al na te denken over welke zorg men later wenst. Een mogelijkheid om hierover na te denken is via vroegtijdige zorgplanning (VZP). Dit is een continu proces, waarbij een zorgverlener met een patiënt en diens naasten spreekt over de waarden en wensen van de patiënt. Dit proces kan plaatsvinden in verschillende zorginstellingen, waaronder het ziekenhuis. Vroegtijdige zorgplanning is hier een multidisciplinaire aangelegenheid, waar de pastor ook in mee kan werken.
De focus van deze thesis ligt op de rol die pastores kunnen spelen in het proces van vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. De onderzoeksvraag die hierin centraal staat is: hoe ziet de huidige pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning in algemene ziekenhuizen in Vlaanderen eruit? Om een antwoord te formuleren op deze onderzoeksvraag wordt gebruik gemaakt van kwalitatief onderzoek, vooraf gegaan door een literatuurstudie.
Allereerst bestaat deze thesis uit een literatuurstudie. In deze literatuurstudie wordt eerst het concept van vroegtijdige zorgplanning uitgelegd. Ook wordt het juridisch luik rond vroegtijdige zorgplanning besproken. Hierna wordt ingegaan op vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Meer specifiek worden hier de kansen en uitdagingen besproken. Als laatste wordt de rol van de pastor in dit proces bekeken.
Het tweede deel van dit onderzoek bestaat uit het empirisch onderzoek. Dit onderzoek is een kwalitatief empirisch onderzoek. De resultaten voor dit onderzoek werden verzameld aan de hand van semigestructureerde interviews met acht ziekenpastores in Vlaanderen. Zij zijn in hun pastoraal werk bezig met vroegtijdige zorgplanning. Aan de hand van een thematische analyse werden deze interviews omgezet in zes hoofdthema’s waarvan enkele verder opgedeeld zijn in subthema’s. Samen beschrijven deze thema’s hoe de pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning eruit ziet in de ziekenhuizen waar de bevraagde pastores werken.
Uit de literatuur- en empirische studie kan geconcludeerd worden dat pastores een plek hebben in de multidisciplinaire werking rond vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Zo hebben zij een focus die voordelig kan zijn in het proces. Ook voeren zij bepaalde interventies uit, waaronder het praten met patiënten, het invullen van wilsverklaringen en het vervullen van een brugfunctie. Deze interventies worden door de pastores vaak geregistreerd in het patiëntendossier van de patiënt. In het proces van vroegtijdige zorgplanning zetten de pastores ook enkele waarden centraal. Als laatste vinden ze het belangrijk om opleidingen rond vroegtijdige zorgplanning te volgen en eventueel ook zelf te organiseren. Op basis van deze resultaten worden in dit onderzoek ook enkele aanbevelingen gegeven voor ziekenhuizen en pastores. Deze beschrijven hoe zij kunnen werken rond vroegtijdige zorgplanning.

Meer lezen

Van stereotiep naar meer gelijkwaardig? De evolutie van genderrepresentatie in talige voorbeeldzinnen uit Nederlandstalige schoolboeken tussen 1985-1999 en 2000-2015

KU Leuven
2025
Gitte
Leysen
De meeste jongeren in Vlaanderen brengen gemiddeld 32 tot 36 uur per week binnen de schoolmuren door. Hoewel digitale leermiddelen daarin alsmaar meer hun intrede maken, blijven schoolboeken een cruciaal, al dan niet nog steeds belangrijkste, medium voor scholen voor het overbrengen van kennis. Schoolboeken bevatten naast die feitelijke kennis echter ook onderliggende normen en waarden, die genderspecifieke stereotypen kunnen overbrengen. Daarbij worden bepaalde persoonlijkheidskenmerken, activiteiten en rollen toegeschreven aan personages op basis van hun
gender. Een evenwichtige en niet-stereotiepe representatie van mannen en vrouwen verkiest echter de voorkeur aangezien dergelijke genderstereotypen een negatieve invloed kunnen hebben op het welzijn en aspiraties van adolescenten.
Talrijke studies die de representatie van gender in media, zoals radio, televisie en reclame, analyseerden, stelden patronen van ongelijke representatie en traditionele rolverdelingen tussen vrouwen en mannen vast. Hoewel genderrepresentatie in schoolboeken steeds vaker wordt onderzocht, richten die onderzoeken zich nauwelijks op de evolutie van genderrepresentatie en op middelbare schoolboeken en nog minder op Nederlandstalige schoolboeken. Dit onderzoek richtte zich daarom op de
evolutie van genderrepresentatie in Nederlandstalige schoolboeken bestemd voor de middelbare school.
Deze studie voerde een kwantitatieve inhoudsanalyse uit op een corpus van 615 talige
voorbeeldzinnen uit elf verschillende schoolboeken die bestemd waren voor het vierde, vijfde en zesde middelbaar uit twee afzonderlijke periodes, namelijk 1985-1999 en 2000-2015. Deze masterproef analyseerde diverse aspecten van genderrepresentatie. Er werd gekeken naar de beroepen, rollen, activiteiten en contexten waarin mannen en vrouwen voorkwamen en naar hun relatie tot passiviteit, fysiek uiterlijk, emoties en alcohol-, tabak- en drugsgebruik. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat traditionele representaties aanwezig bleven in de geanalyseerde zinnen. In beide tijdsperiodes werden in dit corpus vrouwen vaker geassocieerd met passiviteit, fysiek uiterlijk en huishoudelijke en sociale contexten. Mannen daarentegen waren
oververtegenwoordigd in beroepsmatige en autoritaire contexten en werden vaker geassocieerd met alcohol-, tabak- en drugsgebruik. Een opvallende en zorgwekkende bevinding was dat de aanwezigheid van vrouwen in leidinggevende functies zelfs afnam, terwijl die van mannen toenam. Op dat vlak stagneerde de representatie in schoolboeken niet alleen, maar deed die zelfs een stap terug, wat ingaat tegen de maatschappelijke verwachting.
De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de dominant heersende stereotiepe
genderrepresentaties grotendeels behouden bleven doordat de traditionele representaties in 2000-2015 aanwezig bleven bij het merendeel van de variabelen. Deze masterproef toont aan dat, ondanks de vergrootte maatschappelijke aandacht voor gendergelijkheid, genderstereotypen in schoolboeken ook anno 2000-2015 hardnekkig waren. Daarmee benadrukt dit onderzoek de blijvende noodzaak voor uitgevers, auteurs en leerkrachten om kritisch en bewust om te gaan met de representatie van gender in lesmateriaal.
Meer lezen

Projectverslag: infographic informele melkdeling: Ter ondersteuning van educatie voor zorgverleners

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Femke
Rylant
Informele melkdeling, een kant van melkdeling die weinig aandacht krijgt en vooral geheim wordt besproken.
Met de nieuwe donormelkbanken is er ook breder gekeken naar zorgverleners die in aanraking komen met vragen naar informele deling. Zij hebben nood aan een ondersteunende tool om ook dit gesprek te kunnen voeren en vooral de veiligheid te verhogen in het mate van het mogelijke. Deze bacherlorproef legt zich toe op zo'n tool en maakt nog extra aanbevelingen.
Meer lezen

Onderschatten we de zeekreeft (Homarus gammarus)

Odisee Hogeschool
2025
Amber
Vroonen
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Kreeften worden in culinaire contexten nog steeds vaak levend gekookt. Ze ondergaan lange,
stressvolle transporten, worden op zeer lage temperaturen gehouden, uitgehongerd, en blijven één
van de weinige consumptiedieren die levend verkocht en bereid worden. Deze praktijken krijgen
steeds meer kritiek naarmate het wetenschappelijk bewijs voor bewustzijn en lijdensvermogen van
schaaldieren groeit. Toch zijn kreeften in veel landen nog steeds uitgesloten van
dierenwelzijnswetgeving. Deze studie behandelt de wetenschappelijke en ethische urgentie rond de
behandeling van kreeften via een drieledig onderzoek: een literatuurstudie, een bevraging van de
publieke perceptie en een gedragsmatige trainingsproef.
We onderzochten hoe het publiek kijkt naar het welzijn van kreeften en in hoeverre dit overeenkomt
met de huidige praktijken. Daarnaast testten we of Europese kreeften (Homarus gammarus) kunnen
leren via operante conditionering, associaties kunnen vormen tussen prikkels en voedselbeloningen,
en hoe consistent ze aangeleerde gedragingen uitvoeren.
De literatuurstudie bespreekt biologie, cognitie, natuurlijk gedrag, leefomgeving, pijnperceptie en
ethische implicaties van het gebruik van kreeften in voedselsystemen. De bevindingen dagen
bestaande aannames over ongewervelden uit en roepen vragen op over de huidige omgangsvormen.
De publieksenquête (n = 334) bracht aan het licht dat, hoewel de meeste respondenten kreeft ooit
hadden geproefd, regelmatige consumptie zeldzaam was. Prijs, ethische bezwaren en gebrek aan
gelegenheid werden vaak genoemd, terwijl er sterke steun was voor betere bescherming en
humanere slachtmethoden.
Tot slot werd een gedragsmatige trainingsproef uitgevoerd met één Europese kreeft, Orion. Met
geurprikkels en een targetobject (een Kong-speeltje) vertoonde hij gedragingen die consistent zijn
met operante conditionering, zoals objectmanipulatie, probleemoplossend gedrag en doelgericht
zoeken, wat wijst op cognitieve flexibiliteit en leervermogen.
Deze bevindingen tonen een kloof tussen publieke houding, wetenschappelijk bewijs en
commerciële praktijken. Hoog-stressvolle dodingsmethoden, zoals levend koken, lijken steeds
moeilijker te rechtvaardigen. Deze studie benadrukt de nood aan wetgevende hervormingen, grotere
publieke bewustwording en verder onderzoek naar diervriendelijkere omgang met schaaldieren.
Meer lezen

Ontwikkelen van een lespakket of workshop voor educatie rond klimaatopwarming

Universiteit Antwerpen
2025
Glenn
De Meuleneir
Klimaatverandering is een probleem dat de laatste decennia steeds vaker het nieuws haalt. Zowel via klassieke media als via sociale media wordt de jeugd vandaag geconfronteerd met deze problematiek. Om het verschil tussen fake news en realiteit te onderscheiden en een kritische geest te ontwikkelen, is het noodzakelijk dat jongeren de basisbeginselen van klimaatverandering begrijpen.
Via een literatuuronderzoek wordt enerzijds de werking van de koolstofcyclus en anderzijds het broeikaseffect uitgelegd. Met deze informatie ging ik aan de slag om een lespakket met escaperooms uit te werken, vertrekkende vanuit deze literatuurstudie, reeds bestaande lespakketten van klimaatLINK en de leerplandoelen.
Door te starten bij de bestaande lespakketten van klimaatLINK wordt de integratie en continuïteit vergroot. De leerplandoelen als uitgangspunt nemen, zorgt bovendien voor een eenvoudige toepasbaarheid in de klas, zonder dat hiervoor extra lestijd moet worden vrijgemaakt. Dit vergroot de kans op effectief gebruik.
De escaperooms slagen erin om op een creatieve en interactieve manier een complex onderwerp om te zetten naar iets spannends en uitdagends. Op deze manier blijft de opgedane kennis beter hangen en worden leerlingen gestimuleerd om in de toekomst hun eigen handelen kritisch te evalueren en waar nodig bij te sturen.
Meer lezen

Communicatiestrategieën op de medische dienst van asielcentra van Fedasil

KU Leuven
2025
Freya
Moonen
Vlotte toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg is een grondrecht van elk mens. Om tot goede gezondheidszorg te komen, moet er echter goede communicatie zijn tussen arts en patiënt. In asielcentra kan dat problematisch zijn. De masterproef Communicatiestrategieën op de medische dienst van de asielcentra van Fedasil bestudeert het verloop van communicatie tussen asielzoekers en hulpverleners in asielcentra, om zo de meest kenmerkende aspecten ervan en de obstakels in de communicatie te kunnen uitlichten. Het onderzoek gebeurt op basis van paradigma’s uit de Language as social interacition (LSI)-theorie, in de vorm van een illustrative case-study. Uit het onderzoek komen vier belangrijke terugkerende obstakels naar voren: fluctuerende taalbarrières, false fluency, een moeilijke omgang met de voice of lifeworld en wisselingen in participation framework en rolverdeling. Deze obstakels kunnen goede gezondheidszorg in de weg staan. Mogelijk zouden een grotere inzet van professionele tolken en vormingen in LSI-sensitiviteit voor artsen deze moeilijkheden kunnen verzachten.
Meer lezen

"Un genre qui lui appartient en toute propriété." Marie-Antoinette Marcotte (1867-1929) en de weergave van de serre in de West-Europese schilderkunst tussen 1850 en 1930.

Universiteit Gent
2025
Marie
Harteel
Aan het einde van de 19e eeuw maakte de Frans-Belgische kunstenares Marie-Antoinette Marcotte haar handelsmerk van een uniek artistiek onderwerp: de serre. Talloze contemporaine recensies prijzen haar talent om de zonnige kleuren en broeierige atmosfeer op doek vast te leggen. Het originele onderwerp speelde tegelijk in op de maatschappelijke belangstelling voor de serrecultuur in Europa. Aan de hand van historisch en iconografisch onderzoek van het oeuvre van Marcotte en een 100-tal schilderijen door andere Europese kunstenaars wordt nagegaan hoe verschillende waarden, praktijken en sociale problematieken omtrent de serrebouw in de West-Europese samenleving tussen 1850 en 1930 in de schilderkunst zichtbaar worden. Het uitgangspunt van dit onderzoek is om primaire bronnen, archiefmateriaal en secundaire literatuur te combineren met iconografische analyse om de artistieke afbeelding van serres diepgaand te begrijpen.

Het eerste hoofdstuk belicht de sociaalhistorische bestaansvoorwaarden die de idylle van de serrecultuur mogelijk maken. Zowel de lokale en internationale populariteit van horticulturele tentoonstellingen als de koloniale botanica worden onderzocht. Om de planten in leven te houden was verder veel werk en zorg nodig. Afbeeldingen van de arbeidersklasse in de serres zijn uitzonderlijk, maar vormen belangrijke getuigenissen van het anders onzichtbare werk dat beladen is met complexe sociale en genderdynamieken. De actieve arbeid die in de schilderijen terug te vinden is, is op zijn best in een verwaterde versie herkenbaar in afbeeldingen van de bourgeoisie in de plantenkas.
Hoofdstuk twee belicht de weergave van de burgerij, voor wie de serres vooral ruimtes waren voor vrijetijd en ontspanning, alleen of met gezelschap. Daarnaast was de serre een locus van sociale interactie. Gaande van intieme relaties in de domestieke plantenkassen tot zien en gezien worden in de publieke wintertuinen, en van moederschap tot romantische allusies – de schilderijen brengen een brede waaier aan interpersoonlijke dynamieken in beeld.
In het laatste hoofdstuk wordt Marcottes oeuvre geanalyseerd vanuit een specifiek kunsthistorisch standpunt: het genre van het serreschilderij wordt uitgeklaard vanuit het perspectief van het bloemstuk en de daarmee geassocieerde genrehiërarchie en genderconnotaties. Ondanks dit traditioneel verwantschap worden conventies uitgedaagd door de vormelijke kracht van de architectuur enerzijds en de symbolische verbondenheid ervan aan ideeën van technologische vooruitgang en moderniteit anderzijds.

Gekaderd in de kunsthistorische evolutie van het bloemstuk, de sociaalhistorische relevantie van de serrebouw en het werk van haar tijdgenoten toont dit onderzoek de relevantie aan van Marcottes deeloeuvre als zijnde zowel vernieuwend als symptomatisch voor de tijdsgeest waarin het gemaakt werd.
Meer lezen

Obstetrisch geweld in Sub-Saharaans Afrikaanse en Europese contexten. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniale feministische lens.

Universiteit Gent
2025
Yana
Demey
Obstetrisch geweld en respectvolle geboortezorg staan op de agenda van overheden en internationale vrouwen- en gezondheidsorganisaties, met name in lage- en middeninkomenslanden. Obstetrisch geweld is een vorm van gendergerelateerd en medisch geweld dat historisch voortkomt uit genderongelijkheid, de ontwikkeling van de biomedische wetenschap en koloniale verhoudingen. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniaal feministische lens waarbij 25 gepubliceerde gezondheidsonderzoeken werden geanalyseerd, toont hoe het concept van respectvolle geboortezorg een vorm van kolonialiteit inhoudt, obstetrisch geweld als een kleurenblind concept wordt toegepast en hoe de epistemische kennis van bevallende vrouwen niet of nog onvoldoende erkend wordt.
Meer lezen

L'Agiatissimo Madonna dell'Arcadia: Bianca Laura Saibante and the Arcadian inspiration of the Accademia Roveretana degli Agiati

KU Leuven
2025
Aurélie
Lemmens
Deze thesis onderzoekt de evolutie in de toelating en deelname van vrouwen aan literair-wetenschappelijke academies tijdens het Italiaanse primo Settecento, te beginnen met het wettelijke precedent dat werd geschapen door de Arcadia Academie in 1700. Om de impact van de nationale literaire academie op het intellectuele leven van vrouwen verder toe te lichten, biedt deze thesis een vergelijkende, microhistorische casestudy van de rol van Bianca Laura Saibante bij het integreren van Arcadische principes in de Tiroolse context tijdens de vormingsjaren van de Accademia Roveretana degli Agiati (1750-1756). Aan de hand van grondwetten, ledenlijsten, anthologieën en academische sessies reconstrueert de thesis het vroege bestuur, het toelatingsbeleid en de toelatingsprocedures, evenals de academische output van beide Academies, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de deelname en publieke vertegenwoordiging van vrouwen. Tegen deze achtergrond traceert de thesis een evolutie van de symbolische vermelding van vrouwen in ledenlijsten naar hun officiële bijdrage aan academisch leiderschap en literair-intellectuele output, en onthult daarmee de tot nu toe onderschatte invloed van de Arcadia Academie bij het vormgeven van deze veranderingen. Gezien de aanhoudende debatten over de actuele noodzaak van gendergelijkheid in de academische wereld, biedt een persoonlijk interview met de huidige voorzitster van de Agiati Academie, Patricia Salomoni, een hedendaags perspectief op de erfenis van vrouwen uit de Verlichting, waarbij zowel belangrijke vooruitgang als aanhoudende uitdagingen worden belicht. Door het verleden in dialoog te brengen met het heden, benadrukt de thesis de continuïteit van de centrale rol van vrouwen binnen (Italiaanse) academische kringen waarmee ook de actuele waarde van deze geschiedenis bevestigd wordt.
Meer lezen

Een professioneel leven in het teken van l’art chrétien: De rol van Emilie van Outryve d’Ydewalle (1826-1894) in het neogotische bedrijf van Jean-Baptiste Bethune

KU Leuven
2025
Flora
Debaere
Deze scriptie onderzoekt de professionele rol van Emilie van Outryve d’Ydewalle (1826-1894) in het neogotische kunstbedrijf van haar echtgenoot Jean-Baptiste Bethune. De basis voor deze studie vormden ongeveer duizend brieven uit het familiearchief de Bethune in Marke. Zij waren geschreven door of geadresseerd aan Emilie van Outryve d’Ydewalle. Via een inhouds- en discoursanalyse kwamen bevindingen naar boven over de professionele rol van van Outryve d’Ydewalle op verschillende niveaus ’s: binnen het gezin, in het bedrijf en in het kader van een breder netwerk van gelijkgezinden. Die brieven maken duidelijk dat zowel van Outryve d’Ydewalle als Bethune samen meer artistieke en professionele mogelijkheden hadden dan ze alleen konden verwezenlijken.
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

Gezinsondersteuning voor gezinnen met een pedofiel gezinslid

Odisee Hogeschool
2025
Hanne
Deprez
Stigmatisatie van pedofielen faciliteert verschillende stigmaprocessen binnen onze samenleving. Het zorgt voor veel verkeerde vooroordelen die het moeilijk maken voor pedofielen om uit te komen voor hun leeftijdsgeaardheid. Binnen deze bachelorproef verken ik eerst via het biopsychosociaal model wat pedofiel zijn betekent voor een pedofiel en het gezin waarbinnen die woont. vervolgens analyseer ik de rol die hulpverlening momenteel inneemt om deze gezinnen te ondersteunen en hoe deze hulpverlening verbeterd kan worden. Daarna ga ik dieper in op welke invloed stigma heeft op de thematiek van pedofilie. Aan de hand van deze drie invalshoeken formuleer ik vervolgens drie veranderingsstrategieën. Op microniveau werk ik een strategie uit die zorgt voor meer begrip binnen de gezinnen. Op mesoniveau draait de strategie rond hulpverlening en het betrekken van het volledige gezin en op macroniveau worden de verschillende stigmaprocessen strategisch aangepakt. Deze bachelorproef toont aan dat je als gezinswetenschapper een sleutelrol kan spelen om pedofielen een sociaal vangnet te geven door zelf meer informatie in te winnen over pedofielen en hun gezinnen en door informatie te geven aan deze gezinnen. Ook kunnen gezinswetenschappers op deze manier gezinnen laten inzien dat het gestigmatiseerd beeld van pedofielen dat momenteel wordt geportretteerd geen realistisch beeld is van heel veel pedofielen. Doorheen dit onderzoek is het opvallend hoeveel mogelijkheden er zijn om pedofielen en hun gezinnen bijkomend te ondersteunen. Wat voornamelijk ontbreekt is de juiste kennis en de durf om hardop uit te spreken dat ook pedofielen en hun gezinnen hulp nodig hebben.
Meer lezen

Taal over terreur: een retorische analyse van het presidentiële discours over de War on Terror

Universiteit Gent
2025
Florentine
Moens
Dit onderzoek analyseert de retorische strategieën van vier Amerikaanse presidenten—George W. Bush, Barack Obama, Donald Trump en Joe Biden—met betrekking tot de War on Terror. Met een unieke methodologische combinatie van Aristoteles’ Ars Rhetorica en kritische discoursanalyse zijn zeven toespraken rondom belangrijke kenterpunten van deze oorlog onderzocht. De resultaten laten zien dat de presidenten vergelijkbare aristotelische overtuigingsmiddelen en stijlfiguren inzetten. De belangrijkste verschillen liggen echter in de constructie van vijandbeelden en in de persoonlijke retorische stijlen van de sprekers.
Meer lezen

Assisen in vraag gesteld: een kwantitatief onderzoek naar de publieke perceptie van lekenrechtspraak in België

Universiteit Gent
2025
Janne
Vandenberghe
Deze masterproef onderzoekt hoe het publiek het jurysysteem binnen het Belgische hof van assisen percipieert. Hoewel de assisenprocedure diep verankerd is in de Belgische rechtscultuur, staat zij steeds vaker onder druk door hedendaagse uitdagingen zoals budgettaire beperkingen en de roep om efficiëntie. Ondanks het fundamentele uitgangspunt van lekenparticipatie blijft de stem van de burger opvallend afwezig in academische en publieke debatten. Dit onderzoek vult die kenniskloof op door de centrale onderzoeksvraag te stellen: ‘Hoe wordt het systeem van de volksjury binnen het Belgische hof van assisen door het publiek ervaren?’

Om deze vraag te beantwoorden werd een gemengd juridisch-sociologisch kader ontwikkeld. De empirische kern van het onderzoek bestaat uit een kwantitatieve online survey (n=380). Deze survey onderzocht de houding van burgers tegenover de volksjury en hun voorkeuren inzake behoud of hervorming van het systeem. Sociodemografische kenmerken, juridische scholing en slachtofferschap werden meegenomen als verklarende variabelen. Het theoretisch kader werd opgebouwd via een kritische literatuurstudie en een vergelijkende rechtsanalyse met Frankrijk en Nederland.

De resultaten van de survey tonen een genuanceerde publieke houding. Enerzijds geniet de volksjury symbolische legitimiteit door haar democratisch karakter, anderzijds bestaan er aanhoudende twijfels over de juridische expertise van juryleden in complexe strafzaken. Twee derde van de respondenten steunt het systeem van de volksjury. Daarnaast verkiest maar liefst 83% een gemengd model waarin burgers en beroepsrechters samen beraadslagen. Juridische professionals en personen met een juridische opleiding stonden significant kritischer tegenover het huidige jurysysteem. Bovendien bleken attitudes ten aanzien van correctionele straffen een sterke voorspeller van steun voor de volksjury: respondenten die bestaande straffen te mild vonden, waren vaker voorstander van burgerparticipatie. Sociodemografische variabelen en slachtofferschap bleken daarentegen weinig verklarende waarde te hebben.

Dit onderzoek levert een bijdrage aan de juridische en criminologische literatuur door publieke houdingen tegenover het eeuwenoude instituut van participatieve justitie empirisch in kaart te brengen. Daarnaast is het beleidsmatig relevant, aangezien het de maatschappelijke steun voor hervormingsscenario’s in beeld brengt.
Meer lezen

Besluitvorming bij het aanwerven van atypische profielen

KU Leuven
2025
Sarah
Aben
  • Eva
    Totori
Deze masterproef onderzoekt oorzaken van rekruteringsbeslissingen, meer specifiek het effect van profieltype op aanwervingsintentie en de invloed van inertiemechanismen. Daarnaast wordt nagegaan of de relatie tussen inertiemechanismen en aanwervingsintentie wordt gemodereerd door de mate van tijdsdruk, openheid voor ervaring en/of neuroticisme. De hypothesen worden getest door middel van een experimentele vignettestudie uitgevoerd bij 158 recruiters. De resultaten geven weer dat atypische profielen leiden tot een lagere aanwervingsintentie in verhouding tot typische profielen, door het ervaren van sterkere inertiemechanismen. Er zijn echter geen significante effecten gevonden voor de modererende rollen van tijdsdruk, openheid voor ervaring en neuroticisme in de indirecte relatie tussen profieltype en aanwervingsintentie, via inertiemechanismen. Deze resultaten bieden nieuwe inzichten in rekruteringsbeslissingen en hoe ze tot stand komen. De limitaties en praktische implicaties van dit onderzoek worden eveneens besproken.
Meer lezen

Multi-branch Neural Networks for Drug-target Interaction Prediction and Target-conditioned de novo Drug Design

Universiteit Gent
2025
Robbe
Claeys
Het ontdekken van nieuwe interacties tussen geneesmiddelen en proteïne-doelwitten (DTIs) is cruciaal voor therapeutische innovatie, maar experimentele validatie is kostelijk
en schaalt niet naar de astronomische omvang van chemische mogelijkheden. Heterogene, schaarse bindingsdata en beperkte diversiteit belemmeren robuuste voorspelling en de mogelijkheden voor in silico moleculaire ontwerp. Deze scriptie presenteert een geïntegreerd raamwerk dat data, representaties en modellen opschaalt voor DTI-voorspelling en doelwit-gestuurd de novo geneesmiddelontwerp.

Een gecombineerd DTI-corpus (339k interacties) en twee grote pretrainingsbronnen werden samengesteld om zowel supervised als unsupervised leerdoelen te ondersteunen. Centraal in het raamwerk is een flexibele, modulaire multi-branch architectuur: elke branch van het model (geneesmiddel of doelwit) kan geïnstantieerd worden als een encoder met enkele invoer, of als een multi-invoer-encoder die complementaire representaties fuseert (bijv. graaf, vingerafdruk, aminozuursequentie, DNA-signalen).
De geneesmiddel branch kan ook een variatie-sampling kop en een latent-gestuurde, discrete diffusie gebaseerde moleculaire graaf-generator omvatten. Branches kunnen
gezamenlijk getraind worden voor supervised DTI-voorspelling, of onafhankelijk met unsupervised/self-supervised leerdoelen om biologische voorkennis langs domeinen
heen in te brengen.

Resultaten tonen een regime-afhankelijk beeld: in data-arme regimes zijn foundationmodel embeddings het effectiefst, terwijl moleculaire vingerafdrukken de leiding hebben
wanneer data abundant zijn. Analyses tonen aan dat geneesmiddel-representaties de DTI-voorspellingsnauwkeurigheid sturen, met graaf-gebaseerde representaties als
meest invloedrijk; aminozuur- en DNA-signalen zijn complementair voor proteïnen. Algemeen verduidelijkt deze studie wanneer en hoe leren van meerdere representaties
en transfer learning helpen, biedt het een reproduceerbare basis voor DTI-voorspelling, en toont het de haalbaarheid aan van latent-gestuurde omgekeerde diffusie voor het
genereren van chemisch valide, doelwit-specifieke moleculen waarvan de farmacofore kenmerken consistent zijn met de bredere biochemische literatuur.
Meer lezen

Bruggen bouwen tussen generaties: spelenderwijs verbinding creëren tijdens een intergenerationeel kamp

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Joke
Lambrechts
Dit onderzoek richt zich op een intergenerationeel kamp dat werd uitgevoerd in woonzorgcentrum Verbert-Verrijdt, waarbij ouderen en kinderen samen diverse activiteiten uitvoerden. Het doel van het onderzoek was om te bekijken hoe de ergotherapeut het kamp zodanig kan organiseren dat de verbinding tussen deze generaties wordt versterkt. Er werden vier verschillende activiteiten geëvalueerd bij 17 ouderen en 6 kinderen. Uit de resultaten blijkt dat activiteiten met één-op-één interactie en activiteiten waarbij één kind samenwerkt met twee ouderen het contact het sterkst bevorderen.
Meer lezen

The link between self-stigma and self-efficacy toward the reintegration process of people experiencing homelessness in Malta.

Hogeschool UCLL
2025
Sylena
Sorba
Deze scriptie onderzoekt dakloosheid in Malta, een vaak onzichtbaar probleem dat sterk wordt beïnvloed door culturele waarden zoals familieruzie, religie en sociale acceptatie. Het onderzoek richt zich op de relatie tussen zelfstigma en zelfeffectiviteit bij mensen die dakloos zijn. De resultaten laten zien dat er een sterke negatieve correlatie bestaat: hoe hoger het gevoel van zelfeffectiviteit, hoe lager het ervaren zelfstigma. Over het algemeen hebben deelnemers een hoog gevoel van zelfeffectiviteit, terwijl de onzichtbaarheid van dakloosheid in Malta zowel beschermend kan zijn tegen stigmatisering als een belemmering voor structurele verandering. Vergroting van bewustzijn en publieke kennis over dakloosheid is essentieel voor maatschappelijke en beleidsmatige verbeteringen.
Meer lezen

ML-gebaseerde survival analyse met intervalgecensureerde gegevens voor leeftijdsvoorspelling bij honden

Universiteit Gent
2025
Jennifer
Martlé
Puppy’s worden vaak op te jonge leeftijd verhandeld. Dit kan gezondheidsimplicaties voor
zowel de hond, als de menselijke bevolking met zich meebrengen. Hierbij spelen de
minimumleeftijden van acht en vijftien weken een cruciale rol. Deze zijn ingevoerd om te
voorkomen dat te jonge en ongevaccineerde honden verhandeld worden. Deze studie
ontwikkelt daarom met behulp van machinaal leren en survival analyse een techniek om de illegale puppyhandel te bestrijden. Dit gebeurt door middel van modellen die accuraat de leeftijd van een pup kunnen bepalen op basis van zijn gebit.
Meer lezen

Een podium voor de verpleegkunde. 50 jaar Week van de Verpleegkunde

KU Leuven
2025
Nona
Vinken
In deze masterproef heb ik onderzocht hoe de Week van de Verpleegkunde tussen 1975 en 2024 een podium vormde waarop verpleegkundigen hun professionele identiteit konden ontwikkelen en uitdragen. Terwijl de Belgische geschiedschrijving zich tot nu toe vooral heeft gericht op de identiteitsvorming van verpleegkundigen vóór het verkrijgen van hun juridisch statuut in 1974, betoog ik dat die formele erkenning geen eindpunt was, maar juist het begin van nieuwe vormen van professionele profilering. Aan de hand van archiefmateriaal en mondelinge bronnen heb ik geanalyseerd hoe het grootste jaarlijkse congres van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (N.V.K.V.V.) niet alleen een spiegel was van de evoluerende professionele identiteit van verpleegkundigen, maar ook een actieve rol speelde in de constructie ervan. Tussen 1975 en 1980 zocht de verpleegkunde, in het kielzog van het nieuwe statuut, naar erkenning als volwaardig en autonoom beroep, los van de medische autoriteit. De Week speelde hierop in door een eigen kenniscultuur te ontwikkelen en het beeld van een standvastige en zelfbewuste beroepsgroep zowel binnen de verpleegkundige gemeenschap als naar de samenleving toe uit te dragen. In de jaren 1980 en 1990 begonnen verpleegkundigen zich, onder druk van overheidsbesparingen in de zorgsector, steeds meer politiek te roeren, onder andere via bewegingen zoals de Witte Woede. Het N.V.K.V.V. gebruikte die spanningen om verpleegkundigen intern te versterken door hen neer te zetten als veerkrachtige en gespecialiseerde professionals. Tegelijkertijd groeide de congresweek uit tot een platform waarop zij hun eisen naar het beleid toe konden uiten. Tussen 2000 en 2024 werd de beroepsgroep steeds diverser, met meer specialisaties, niveaus en culturele achtergronden. Het N.V.K.V.V. maakte de Week inclusiever, zodat al deze verschillende verpleegkundigen zich als professionals konden profileren en hun stemmen konden laten horen. Sinds de coronacrisis van 2020 kreeg de congresweek ook een digitaal platform, wat de democratisering van het congres zowel versterkte als bemoeilijkte. Zo toont deze masterproef aan dat de Week van de Verpleegkunde niet alleen een spiegel van haar tijd was, maar ook een motor die de interne en externe dimensies van de professionele identiteit van verpleegkundigen sinds 1975 actief heeft versterkt.

Meer lezen

De implementatie van een verpleegkundige in de huisartsenpraktijk: een literatuurstudie naar de ervaring van chronische patiënten met zorgsubstitutie

HOGENT
2025
Yentl
De Coninck
Introductie: Door het dreigende huisartsentekort, de vergrijzing en de stijgende prevalentie
van chronische aandoeningen neemt de druk op de eerstelijnszorg in Europa toe.
Zorgsubstitutie, een permanente of structurele verschuiving van verantwoordelijkheden,
wordt gezien als een manier om de capaciteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg te vergroten. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te verkrijgen in de ervaring van patiënten met een chronische aandoening ten aanzien van deze verschuiving.

Methode: Een narratieve literatuurstudie werd uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksvraag werd een zoekstring ingevoerd in PubMed en Web of Science. De resultaten werden geselecteerd op basis van in-en exclusiecriteria met behulp van het programma Rayyan.

Resultaten: Zorgsubstitutie van huisarts naar verpleegkundige blijkt de patiënttevredenheid positief te beïnvloeden, dankzij laagdrempelige toegang, langere consultaties, hun empathische benadering en focus op zelfmanagement. Acceptatie varieert echter, afhankelijk van demografische factoren en zorgcomplexiteit. Een duidelijke taakverdeling en complementariteit binnen het interdisciplinaire team blijken essentieel.

Conclusie: De substitutie van huisartsen naar verpleegkundigen in de huisartsenpraktijk
beïnvloedt de ervaring van patiënten met een chronische aandoening overwegend positief. Patiënten ervaren verpleegkundige zorg als aanvullend op die van de huisarts, en
onderstrepen het belang van samenwerking, rolduidelijkheid en vertrouwen in de
competentie van de verpleegkundige.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

t' Vroetwijf met cloecken verstande. Een genderhistorische analyse van t'Boeck vande Vroet-Wijfs van Maarten Everaert uit de late zestiende eeuw.

Universiteit Gent
2025
Marthe
Clymans
Dit onderzoek bekijkt hoe man-vrouw verhoudingen aan bod komen in t’ Boeck vande Vroet-Wijfs. Dat werd geschreven door Maarten Everaert in de late zestiende eeuw. Aan de hand van een discoursanalyse onderzoekt de scriptie hoe mannelijke inmenging in de geneeskundige zorg terug te vinden is in een handboek voor vroedvrouwen. In het inleidend deel kadert de thesis de bron aan de hand van de auteur en het doelpubliek, de situatie van vroedvrouwen in de zestiende eeuw en de theorieën die het onderzoek ondersteunen. Het betoog is opgebouwd aan de hand van vier stadia waarbij de taak van de vroedvrouw beschreven wordt: preconceptionele fase, zwangerschap, bevalling en de postpartumzorg. Uit deze analyse blijkt dat er een verschil is in hoe Everaert zwangere vrouwen en vroedvrouwen beschrijft. Het onderzoek ent zich op verschillende vakgebieden en pleegt daartoe een bijdrage. Zo blijkt dat abortus een gangbare praktijk was en verbloemd werd, maar ook dat vroedvrouwen wel degelijk taken tijdens de bevalling mochten uitvoeren, zoals het gebruiken van operatieve instrumenten, die in de literatuur eerder aan mannen worden gekoppeld. Waar de bewegingsvrijheid van de zwangere vrouw in t’ Boeck van de Vroet-Wijfs uitermate beperkt wordt, krijgt de vroedvrouw veel beslissende en uitvoerende rollen toegelegd. Het onderzoek legt veel spanningsvelden in één van de eerste handboeken voor vroedvrouwen bloot. De verhoudingen tussen praktische en theoretische kennis, mannelijke en vrouwelijke zorgers en verschillende vrouwen onderling lagen nog niet vast en in die ruimte kon dit handboek ontstaan.
Meer lezen

The Paradox of Open Knowledge: Digital Democratization and Epistemic Violence in Open Educational Resources A Critical Case Study of ‘OER Commons’

Universiteit Gent
2025
Nikita
Van Holderbeke
Mijn thesis onderzocht een fundamentele paradox : namelijk hoe Open Educational Resources educatie waarborgt voor iedereen - het doet een belofte van democratisatie en gelijkheid - maar tegelijkertijd reproduceert het koloniale hierarchieen in kennis. Het onderzoek werd benaderd vanuit een specifieke case-study naar OER Commons - wat zichzelf een ‘digitale bibliotheek en collaboratief platform’ noemt, waarin talrijke OER verzameld worden - op basis van digitaal veldwerk over deze site, in combinatie met kritische discoursanalyse van het ontwerp van de interface en diens algoritmes, om te kijken naar hoe het platform eruit ziet; hoe het werkt, en welke boodschappen het uitzendt over wat “goede” / “echte” kennis is.
Meer lezen