Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Eerste hulp bij postpartumpsychoses

Arteveldehogeschool Gent
2026
Nona
De Vylder
De overgang naar het moederschap is voor veel vrouwen een ingrijpende periode. Hoewel de meeste moeders zich aanpassen aan het ouderschap, kan bij een kleine groep vrouwen een ernstige psychiatrische aandoening optreden, namelijk postpartumpsychose. Deze zeldzame aandoening treft ongeveer 1 tot 2 op de 1.000 vrouwen na de bevalling en kan, indien niet tijdig herkend en behandeld, ernstige gevolgen hebben voor zowel moeder als kind (Spinelli, 2009).
Vroedvrouwen spelen een cruciale rol in de postnatale zorg, aangezien zij vaak tot de eerste zorgverleners behoren die intensief contact hebben met de moeder en haar gezin. Hierdoor bevinden zij zich in een unieke positie om vroege signalen van postpartumpsychose te detecteren en passende ondersteuning en doorverwijzing te initiëren. Ondanks de toenemende aandacht voor perinatale mentale gezondheid ervaren vroedvrouwen nog steeds onzekerheid over hun rol en beschikbare interventies bij postpartumpsychose.
Deze bachelorproef onderzoekt welke proactieve en doelgerichte interventies vroedvrouwen kunnen inzetten om moeders met postpartumpsychose en hun omgeving adequaat te ondersteunen. Aan de hand van een literatuurstudie wordt ingegaan op herkenning, doorverwijzing en ondersteuning binnen een multidisciplinaire context. Het doel van deze bachelorproef is het versterken van de vroedkundige praktijk en het bijdragen aan kwaliteitsvolle postnatale zorg voor vrouwen in een kwetsbare periode.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in genk: focus op Warm Waterschei

Universiteit Hasselt
2025
Jade
Daems
Hoe kan het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte specifiek worden toegepast in Waterschei, vertrekkende vanuit een milieu- en mensbewuste visie? Vanuit deze centrale vraagstelling vertrekt dit onderzoek.
De gedachtegang van Daniel Christian Wahl, waarbij het stellen van de juiste vragen vóór het handelen centraal staat, vormt de rode draad doorheen dit onderzoek. Volgens deze filosofie wijzen vragen, meer nog dan antwoorden, de weg naar collectieve wijsheid. Daarom worden vraagstellingen van verschillende auteurs gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden en fungeren ze als leidraad bij het zoeken naar antwoorden.
Het bewuste gebruik van deze vragen heeft geleid tot diepere reflectie over ontwerpbeslissingen en tot een grondiger onderbouwd onderzoek.
Deze masterthesis is opgedeeld in drie grote delen. Het eerste deel begint met een korte situering om de lezer wegwijs te maken. Hierin worden de probleemstelling, onderzoeksvraag, gehanteerde methodologie, de geschiedenis van de locatie, het station van Waterschei en de relevantie binnen het masterplan toegelicht.

Het tweede deel is de ruggengraat van dit onderzoek en wordt gevormd door de literatuurstudie. Deze bestaat uit een theoretisch en een praktisch denkkader. Het theoretisch denkkader bundelt diverse boeken en wetenschappelijke artikels die het onderzoek onderbouwen. De literatuur wordt besproken in een logische volgorde van een brede visie naar een steeds specifiekere focus. Vertrekkende vanuit het boek The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World van Roman Krznaric, wordt een eerste denkkader geschetst rond langetermijndenken en intergenerationele
verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt de filosofie van Bruno Latour besproken aan de hand van Waar kunnen we landen. Latour toont aan dat er vandaag een gemeenschappelijke visie ontbreekt en dat menselijke en niet-menselijke actoren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierna wordt dieper ingezoomd op regeneratief denken via Designing Regenerative Cultures van Daniel Christian Wahl. Dit
boek nodigt uit om verder te denken dan duurzaamheid en moedigt aan om de juiste vragen te stellen in plaats van vluchtige antwoorden te zoeken. Het theoretisch denkkader sluit af met het boek Postcapitalist Countrysides – From Commoning to Community Wealth Building dat bestaat uit een verzameling van essays. Hierbinnen wordt de essay Unpacking the energy commons geschreven door Thomas Bauwens and Robert Wade (pagina 327 tot 351) bestudeerd. Deze essay beschrijft specifiek hoe energie als gemeengoed kan beschouwd worden.

Het praktisch denkkader vertrekt vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Deze worden toegelicht waarna er kenmerken voor coöperatieve en collectieve wijkwarmte worden gedefinieerd. Vervolgens worden verschillende relevante referentieprojecten onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën: enerzijds warmtenetten, waarbij warmte netwerken als model worden bekeken, en
anderzijds energiestations, waarbij specifiek naar gebouwen wordt gekeken die functioneren als opslagen distributiesysteem. Beide categorieën worden geanalyseerd op basis van de eerder gedefinieerde kenmerken van coöperatieve wijkwarmte.
Het derde deel omvat de ontwerpstudie, deze vertrekt eveneens vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Op stedelijke schaal wordt eerst de situatie in Genk onderzocht, waarna de focus verschuift naar de wijk Waterschei. In waterschei wordt een coöperatief en collectief warmtenet ontworpen dat werkt op basis van mijnwater. Het uitgangspunt is de herbestemming van het voormalige station tot
een energiestation met bijhorende botanische tuin. Beide functies worden inhoudelijk onderzocht en er wordt toegelicht hoe ze relevant kunnen zijn voor de gemeenschap.
Vanuit de hoofdfunctie van een energiestation wordt de technische werking uiteengezet, gevolgd door enkele basisberekeningen die nodig zijn om de dimensionering te bepalen, zoals de grootte van het warmteopslagtanks. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de noodzakelijke installaties. Voor de bijhorende botanische tuin wordt de typologie van botanische tuinarchitectuur onderzocht. Daarnaast bevat dit onderdeel een analyse van plantensoorten die bijdragen aan het binnenklimaat en de beleving van de ruimte versterken. Het architecturale ontwerp vertrekt vanuit het idee dat technische elementen integraal deel uitmaken van de beleefde ruimte. Aangezien het programma van een energiestation uitbreiding vraagt wordt het bestaande stationsgebouw als uitgangspunt genomen voor het verdere ontwerp. De herbestemming en uitbreiding van het gebouw worden benaderd vanuit een duurzaam perspectief. Het ontwerp baseert zich op drie samenhangende strategieën: ‘Trias Energetica’, ‘Trias Materia’ en ‘Trias
Aquatica’. Elk van deze strategieën wordt toegelicht wat betreft de betekenis en de doelstelling, waarna wordt verduidelijkt hoe ze concreet zijn toegepast in het ontwerp.

De conclusie bundelt de resultaten van het onderzoek en formuleert een mogelijke oplossing voor de oorspronkelijke onderzoeksvraag.
Meer lezen

ONOPGEMERKT, TOCH VERMOORD. Een kwantitatief onderzoek naar de implicaties en uitdagingen wanneer de doodsoorzaak wordt vastgesteld door artsen die geen specialist zijn in de gerechtelijke geneeskunde

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sofie
Wyloeck
Deze masterproef onderzoekt hoe huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning beoordelen bij het vaststellen van niet-natuurlijke doodsoorzaken. De hoofdonderzoeksvraag: "Hoe beoordelen huisartsen en urgentie-/spoedartsen hun kennisniveau en ondersteuning bij niet-natuurlijke doodsoorzaken en welke factoren dragen bij aan mogelijke tekortkomingen?" wordt in dit onderzoek beantwoord.

Het onderzoek werd uitgevoerd aan de hand van een online vragenlijst met 59 respondenten, verzameld via een convenience sampling. Door de korte onderzoeksperiode voor de dataverzameling en de gebruikte steekproefmethode is de representativiteit van de resultaten beperkt. De volledige onderzoeksperiode besloeg acht maanden.

Uit de resultaten blijkt dat vooral huisartsen hun kennisniveau als onvoldoende beoordelen, terwijl urgentieartsen vaker voldoende kennis rapporteren. Bijscholing wordt vooral door huisartsen als moeilijk toegankelijk ervaren. Beide groepen ervaren belemmeringen zoals tijdsdruk en druk vanuit politie of andere hulpverleners. Ze beschouwen de medische voorgeschiedenis, overleg met collega’s uit hun eigen praktijk of dienst en samenwerking met de politie als belangrijke ondersteuningsmiddelen.
Ondanks het gebruik van Ordomedic, maken artsen zelden gebruik van richtlijnen.

De conclusie is dat artsen behoefte hebben aan betere opleiding en ondersteuning bij het vaststellen van doodsoorzaken. Structurele scholing kan twijfels helpen verminderen. Daarnaast is aandacht nodig voor de samenwerking met politiediensten. Ten slotte verdient de invoering van digitale overlijdensaangifte zorgvuldige begeleiding om fouten en variatie in overlijdensregistratie te voorkomen.
Meer lezen

De theory-fiction van de CCRU: op zoek naar the Outside

Universiteit Gent
2025
Felix
De Backer
Een analyse van de filosofische pertinentie van de theory-fiction van de CCRU, aan de hand van hun notie van hyperstition.
Meer lezen

Politieke in(kt)vloed: Een vergelijkende visuele analyse van politieke cartoons uit De Roode Vaan, De Schelde, Volk en Staat, en De Standaard (1929-1945)

KU Leuven
2025
Pauline
Stofferis
Een vergelijkende visuele analyse van politieke cartoons uit het communistische blad De Roode Vaan, het Vlaams-nationalistische dagblad De Schelde en zijn opvolger Volk
en Staat, en de centrumrechtse krant De Standaard van 1929 tot 1945.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Geweld in pornografie: Percepties en attitudes van heteroseksuele mannen

KU Leuven
2025
Sien
Voets
In deze masterproef worden de percepties en attitudes van heteroseksuele mannen ten
aanzien van geweld in pornografie, en specifiek in titels van pornografische video’s,
bestudeerd. Om die doelstelling te bereiken zijn volgende twee hoofdonderzoeksvragen
opgesteld: ‘In welke mate beïnvloedt geweld in titels van pornografische video’s het
keuzeproces van heteroseksuele mannen?’ en ‘Welke variabelen hangen samen met een
voorkeur voor gewelddadige pornografie?’.
Om een antwoord te kunnen bieden op de vooropgestelde onderzoeksvragen werd een
kwantitatief onderzoek uitgevoerd waarbij Nederlandstalige heteroseksuele mannen tussen 18 en 60 jaar een online vragenlijst invulden. De finale steekproef bestaat uit 430 respondenten. In de vragenlijst werden concrete titels van pornografische video’s met uiteenlopende gradaties van geweld gepresenteerd aan de participanten. Bij elke titel dienden de participanten drie stellingen te beantwoorden om de geneigdheid om op de video te klikken, het begrip van de inhoud van de video, en de attitudes ten aanzien van de titel te onderzoeken.
De resultaten van het onderzoek tonen aan dat heteroseksuele mannen gemiddeld een
voorkeur hebben voor pornografische titels die niet verwijzen naar geweld. Verder wijst het onderzoek uit dat de voorkeur van de participanten steeds uitgaat naar lichte vormen van geweld ten opzichte van zwaardere vormen. Daarnaast werden titels waarin een gebrek aan toestemming beschreven werd consistent negatiever beoordeeld dan titels die verwezen naar fysiek geweld. Ten slotte toont het onderzoek aan dat een voorkeur voor gewelddadige pornografie in verband gebracht kan worden met hostiliteit ten aanzien van vrouwen alsook met het ervaren van positieve effecten van eigen pornoconsumptie.
Meer lezen

[de leegte in het landschap en het gecureerd verval.]

Universiteit Hasselt
2025
Thomas
Cuyt
We leven in een wereld vol met dingen die zijn achtergelaten door degenen die vóór ons kwamen, maar we pikken een aantal van deze dingen eruit voor onze aandacht en zorg. We vragen bepaalde gebouwen, objecten en landschappen om te functioneren als
geheugensteuntjes, om het verleden te herinneren dat hen heeft voortgebracht, en om dit verleden beschikbaar te maken voor onze overpeinzing en zorg. Die geheugensteuntjes, of junk-space zoals Rem Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het omschrijft, is het residu dat de mensheid op deze planeet achterlaat. Het product van modernisme is niet moderne architectuur, maar junkspace, ruimteafval of gecureerd verval.
Hoe kan er worden omgegaan met dat verval wat bij wegnemen leidt tot littekens in het landschap en hoe kan deze leegte opnieuw een plaats krijgen?

In het samengaan van leegte en verval ontstaat een dialoog. Het landschap, datgene wat ooit de achtergrond was van menselijke activiteit, neemt langzaam zijn plek terug. Gras groeit door scheuren in het asfalt, klimop verslindt de bakstenen huid van verlaten panden. Wat ooit strak en gecontroleerd was, wordt nu een canvas voor de natuur, voor de tijd. De architectuur vertelt verhalen van tijd en vergankelijkheid, laat los wat het vasthield. De perfecte symmetrie van muren wordt vervangen door grillige lijnen en onvolmaakte vormen. De leegte in het landschap benadrukt dit proces; het biedt een podium zonder afleiding. In de leegte die hierdoor ontstaat, openbaart zich een nieuwe ruimte: een plek waar natuur en herinnering zich verstrengelen. Het is juist door het ontpitten en cureren van gebouwen in verval, of structuren die hun functie verloren, dat leegte ontstaat. Deze leegte, als een litteken in het landschap, kan uitgroeien tot een schakel. Een fluïde zone waar natuurlijke en menselijke processen elkaar ontmoeten. De grens tussen het kunstmatige en het natuurlijke vervaagt, verschuift, en wordt geen harde lijn meer, maar een overgangsgebied, een ademende ruimte die verbindt in plaats van scheidt.
Het is juist deze “junkspace”, zoals Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het noemt, of het “gecureerd verval” waar Caitlin DeSilvey (DeSilvey, 2017) over schrijft, die kan worden ingezet als verbinder. Een transitiegebied dat een dubbel doel dient: zowel als collectieve ruimte voor een omliggende woonwijk, als schakel tussen natuur en woonomgeving. Hier ontstaat geen nieuwe scheiding, maar een netwerk waarin de grenzen vervagen en een nieuwe harmonie kan groeien.
Meer lezen

Vergeten kennis: wat zeventiende- en achttiende eeuwse medicinale recepten onthullen over de impact van botanica op de geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden.

Universiteit Gent
2025
Lien
Vandenbroucke
In mijn scriptie ben ik via een vergelijkende analyse van zeventiende- en achttiende-eeuwse medicinale recepten en hun ingrediënten, gefocust op medicinale planten, nagegaan welke impact de globalisering van botanica had op de geneeskunde in de Zuidelijke Nederlanden. De scriptie is opgedeeld in twee grote delen.

In het eerste deel bespreek ik de bestaande literatuur of historiografie en schets ik aan de hand van een literatuurstudie de zeventiende- en achttiende eeuwse situatie in Italië, de Noordelijke Nederlanden en de Atlantische Wereld. Vervolgens heb ik een eigen studie gedaan van huishoudboeken en archiefstukken uit familiearchieven om zo te achterhalen welke nieuwe plantensoorten, medicinale recepten en aandoeningen zijn toegevoegd of verdwenen; Hierbinnen heb ik ook aandacht voor de dierlijke en minerale ingrediënten die voorkwamen in recepten om op die manier ook de impact van chemische geneeskunde te kunnen schetsen. Vervolgens onderzocht ik de oorzaken die aan de basis lagen van deze veranderingen. Ik heb me hierbij afgevraagd welke trends en individuen een impact hadden op de evolutie binnen medicinale recepten, hoe nieuwe kennis werd verspreid en in welke mate apothekers en medicinale instituties hier verantwoordelijk voor waren.

Om af te sluiten maakte ik een vergelijkende analyse tussen de situatie in de Zuidelijke Nederlanden en de regio's die voorkwamen in de literatuurstudie (Italië, de Noordelijke Nederlanden en de Atlantische Wereld). Op deze manier kon ik bijdragen aan de debatten omtrent de impact die de val van Antwerpen al dan niet had op het intellectuele leven in de Zuidelijke Nederlanden alsook mijn casus terugplaatsen in zijn bredere context.

Meer lezen

De Metamorfose van Zwartberg: Een Industrieel Landschap in Beweging

Universiteit Hasselt
2025
Robine
Lemmens
De voormalige mijnsite van Zwartberg kent een rijke gelaagde geschiedenis. Van een heidelandschap, naar een mijsite, tot een industrieterrein. Vandaag is het gebied geëvolueerd tot een anonieme gefragmenteerde plek. Mijn project wil identiteit en verbondenheid herstellen, vertrekkend vanuit het idee van voortdurende verandering. Via een flexibele, modulaire structuur die inspeelt op de noden van de gemeenschap, ontstaat ruimte voor diverse functies: winkels, bedrijven, recreatie en verblijf. Deze structuur groeit mee met de transitie van industrie naar natuur en weerspiegelt de vergankelijkheid van het landschap. Het masterplan stelt een clustering van functies voor. Oude industriegebouwen maken plaats voor zones met halfopen binnengebieden, ingericht voor zachte circulatie en rust. Met inheemse beplanting, water en heidefragmenten ontstaan plekken van ontmoeting en verstilling. Het contrast tussen bedrijvigheid en rustplekken creëert gelaagdheid en karakter. Zo krijgt deze generieke plek opnieuw betekenis in een toekomstgerichte visie
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

Oplossingsstrategieën voor het nieuwe demarcatieprobleem: een integratie van Resnik & Elliotts axiologische strategie met Wagners systemische strategie

Universiteit Gent
2025
Jan
Baecke
Niet-epistemische waarden spelen een onvermijdelijke rol bij alle fases van wetenschappelijk onderzoek. Hoe kunnen we legitieme waarde-invloeden onderscheiden van illegitieme? Ik stel een integratie voor van twee reeds bestaande strategieën in de literatuur: de axiologische strategie van David Resnik en Kevin Elliott (2023), en de systemische strategie van Wendy Wagner (2022). Beide strategieën kunnen elkaar in belangrijke mate aanvullen door elkaars individuele tekortkomingen wederzijds op te vangen en weg te werken. Zo zorgt Wagner er institutioneel voor dat de verschillende belangengroepen fysiek rond de discussietafel geraken, maar Resnik en Elliott helpen vervolgens om de “agenda” op te stellen van wat daar inhoudelijk
besproken moet worden indien we de onvermijdelijke waarde-invloeden in wetenschappelijk onderzoek kritisch voor het voetlicht willen brengen.
Meer lezen

De representatieve voorzijde: sporen van de historische 'goede kamer' in het Vlaanderen van vandaag

Universiteit Gent
2025
Femke
Blum
Deze masterproef onderzoekt enerzijds de historische goede kamer en
anderzijds de hedendaagse Vlaamse wooncultuur en architectuurpraktijk.
Die twee facetten worden met elkaar verbonden via de onderzoeksvraag:
hoe vinden aspecten van de historische goede kamer hun weg in de
hedendaagse woning en op welke manier blijven ze toepasbaar?
Meer lezen

Revisiting Early Modern Female History Writing Lucy Hutchinson’s History of the English Civil War and Restoration in the Memoirs of the Life of Colonel Hutchinson

Universiteit Gent
2025
Roxan
Dewaele
In de jaren 1660’s schreef de Engelse Lucy Hutchinson (1620-1681) de Memoirs of the Life of Colonel Hutchinson, een republikeinse en puriteinse geschiedenis van de Engelse Burgeroorlog (1642-1651) tot de Restauratie (1660) met haar echtgenoot als protagonist. In het zog van de tweede feministische golf werden de Memoirs erkend als geschiedschrijving. Onder invloed van de herstory-beweging die op zoek gaat naar de specificiteit van de vrouwelijke pen, werd dit geschiedkundig werk tot nu toe bestudeerd op basis van de dichotomie tussen vrouwelijke en mannelijke geschiedschrijving. Deze thesis toont aan dat deze dichotomie gepaard gaat met twee andere gegenderde assumpties: (1) vroegmoderne mannen schreven eerder publieke, politieke, militaire
geschiedschrijving, terwijl vrouwen private familiegeschiedenissen schreven; (2) vrouwen schreven hun geschiedenissen met een grotere focus op de menselijke passies en emoties. Ik stel dat deze benadering resulteert in een misinterpretatie van vrouwelijke geschiedschrijving, met Hutchinson als voorbeeld.
Ik beargumenteer aan de hand van de Memoirs dat Hutchinson de dichotomie tussen
het private en het publieke overstijgt en dat zij geen onderscheid maakt tussen
familiegeschiedenis en politieke geschiedenis. Veder toon ik aan dat Hutchinson geen
emotioneel geladen stijl gebruikt om haar werk een vrouwelijke toon te geven, maar dat ze haar geschiedenis onderbouwt met een antropologische analyse van de menselijke passies als destructieve factor in de Burgeroorlog. Om haar eigen bottom-up analyse van de Burgeroorlog te ondersteunen, baseert ze zich op bestaande filosofische en theologische kaders, voornamelijk de leer van St. Augustinus.
Deze studie toont aan dat het herstory-paradigma de meest fascinerende aspecten van Hutchinsons geschiedschrijving in de schaduw laat, en een misinterpretatie van de tekst oplevert. Ik hoop andere onderzoekers te inspireren om de herstory-zoektocht naar binaire verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke geschiedschrijving achterwege te laten, om samen een nieuw theoretisch raamwerk te creëren. Alleen zo wordt het mogelijk om vroegmoderne geschiedschrijfsters op een genuanceerde manier te benaderen en om hen volwaardig op te nemen in de geschiedenis van de geschiedschrijving.
Meer lezen

A Language of Silence: Lived Experiences of Return among Burundian Returnees in Bujumbura Mairie

KU Leuven
2025
Nina
SOUDAN
Silence is often described in paradoxical terms, “loud”, “heavy”, “muted”, or “deafening”, reflecting its complex and contradictory nature. This dissertation explores the lived experiences and narratives of Burundian returnees, with a focus on the events of 1993 and 2015. Marked by violence, displacement and return, these events serve as points of departure for understanding returnees’ interconnected narratives that emerge from realities of political conflict and forced displacement. In particular, it examines how silence is constructed and expressed within these narratives. While expressions of silence vary, returnees’ experiences are consistently marked by the space silence occupies and the meaning it holds in relation to how return is perceived and interpreted. Based on short-term ethnographic fieldwork conducted in Bujumbura, Burundi, in March 2025, this research uses a combination of various qualitative methods, including participant observation, semi-structured interviews, informal meetings and interactions.

In a context where a highly politicised discourse surrounding return converges with a long-standing institutionalised culture of silence, this dissertation argues that silence in Burundi functions as an ambivalent space of negotiation between being silent and being silenced, capable of both upholding and subverting power. Drawing on the notion of historicity, the relationality between the past, present and future, it explores how silence operates as a language through which returnees articulate the complexities of their return. In the end, what emerges is a form of enlisement in silence, a sinking into the language of silence that permeates the everyday, as a response to legacies of violence and displacement.
Meer lezen

Virtual Reality in de lagere school - De meerwaarde van social virtual Reality in de lagere school

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Yoran
Pedros Y Salvador
  • Rianne
    Konings
  • Monica
    Panis
  • Amber
    Damen
  • Arne
    van den Bergh
  • Ella-Victoria
    Feremans
De bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van Social Virtual Reality (SVR) in het basisonderwijs. Aan de hand van literatuurstudie en praktijktests met Mozilla Hubs wordt nagegaan hoe virtuele leeromgevingen motivatie, samenwerking en begrip bij leerlingen kunnen bevorderen. De resultaten tonen dat SVR abstracte leerstof concreet maakt en differentiatie ondersteunt, vooral in vakken zoals geschiedenis en wereldoriëntatie. Ondanks technische en didactische uitdagingen (zoals infrastructuur, tijdsinvestering en beperkte ervaring) besluiten wij dat SVR, mits doordachte implementatie, een innovatieve en inclusieve aanvulling vormt op het traditionele onderwijs.
Meer lezen

Van koloniaal verleden naar inclusieve toekomst: De rol van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in de herwaardering en versterking van Congolees Immaterieel Cultureel erfgoed

Universiteit Antwerpen
2025
Ruth Iyombe
Busano
Cultureel erfgoed omvat meer dan objecten en kunstwerken; ook immaterieel cultureel erfgoed (zoals rituelen, muziek, orale tradities en ambachten) speelt een cruciale rol in de beeldvorming van gemeenschappen. Toch krijgt dit immateriële aspect vaak minder aandacht binnen museale contexten en restitutiedebatten, waar de focus doorgaans ligt op materiële collecties. Deze masterproef onderzoekt hoe het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (AfricaMuseum) kan bijdragen aan de herwaardering en versterking van Congolees immaterieel erfgoed, in het bijzonder binnen de actuele context van dekolonisatie, restitutie en maatschappelijke kritiek.
Het onderzoek combineert deskresearch, beleidsanalyse, literatuurstudie en interviews met diverse stakeholders, waaronder de Congolese diaspora. In de analyse wordt ingegaan op de historische rol van het museum, de huidige strategieën rond immaterieel erfgoed en de percepties van verschillende betrokken actoren.
De conclusies benadrukken dat een toekomstgerichte rol voor het AfricaMuseum enkel mogelijk is door het versterken van partnerschappen met Congolese gemeenschappen, het bieden van ruimte voor immateriële praktijken en het uitbouwen van inclusieve beleidsprocessen. Deze studie draagt zo bij aan het bredere debat rond dekolonisering van musea en sluit aan bij internationale kaders zoals de UNESCO 2003 Conventie voor het borgen van immaterieel erfgoed en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, in het bijzonder SDG 11, 16 en 17.
Meer lezen

Een vergeten zijde van de Verlichting? Een kritische analyse van het beeld van de Verlichting in Vlaamse geschiedenishandboeken

Universiteit Gent
2025
Natan
Maes
Deze masterproef onderzoekt in hoeverre recente historiografische en filosofische nuances over de Verlichting weerspiegeld worden in het Vlaamse geschiedenisonderwijs. In de academische literatuur wordt de Verlichting steeds minder als een homogeen en eenduidig fenomeen beschouwd, en er is toenemende aandacht voor de interne spanningen, contradicties en exclusieve aspecten binnen deze intellectuele stroming. Dit onderzoek analyseert of en hoe deze kritische perspectieven doordringen in de onderwijspraktijk, met specifieke aandacht voor de manier waarop verlichtingsdenkers en hun ideeën worden gepresenteerd in geschiedenishandboeken. Finaal betoogt dit onderzoek dat de incorporatie van een genuanceerd narratief over de Verlichting pedagogische voordelen met zich meebrengt inzake het bereiken en behandelen van de eindtermen van de sleutelcompetentie historisch bewustzijn.

De studie combineert een literatuuronderzoek met een handboekanalyse. Vier veelgebruikte Vlaamse geschiedenishandboeken werden geanalyseerd op hun benadering van de Verlichting, nl. de mate waarin zij aandacht besteden aan de diversiteit binnen de beweging en de integratie van recente historiografische inzichten. De resultaten tonen aan dat de handboeken nog grotendeels vasthouden aan een klassiek en lineair vooruitgangsnarratief. Hoewel sommige handboeken, zoals Sapiens, pogingen doen om een kritische en multiperspectivistische benadering te hanteren, blijft de uitwerking hiervan vaak beperkt. Andere handboeken presenteren de Verlichting voornamelijk als een eenduidig succesverhaal zonder diepgaande reflectie op haar interne spanningen en beperkingen.

Deze bevindingen wijzen op het potentieel voor verdere didactische ontwikkeling die een kritische en genuanceerde benadering van de Verlichting binnen het geschiedenisonderwijs bevordert, met duidelijke pedagogische voordelen als resultaat. De studie onderstreept het belang van een lespraktijk die niet alleen oog heeft voor de emancipatorische idealen van de Verlichting, maar ook ruimte maakt voor de schaduwzijden en historiografische discussies. Zo kunnen leerlingen een genuanceerd en historisch onderbouwd beeld ontwikkelen, wat tegelijkertijd bijdraagt aan een rijkere leerervaring en het behalen van de eindtermen.
Meer lezen

Curating Alienation in the Pavillon des Sessions?

Universiteit Gent
2025
Rowena
Dossche
Kwalitatief onderzoek naar hoe de curatoriële keuzes in de Pavillon des Sessions (Louvre) vóór de huidige renovatie (ca. 2024–2025) ruimtelijke, contextuele en (koloniaal) historische vervreemding vermeden of in stand hielden.
Meer lezen

Meer-dan-Menselijk ontwerp, zes exploraties van groenblauw ontwerpend onderzoek in Zwartberg, Genk

Universiteit Hasselt
2025
Estée
Scavone
  • Ruth
    Ubachs
  • Jitte
    Jansen
  • Merel
    Dessent
  • Lore
    Gijsenberg
  • Dilara
    Ayvaz
De collectieve masterscriptie vertrekt vanuit ‘More-than-human-ontwerpen’: een visie waarin mens, natuur en energie samen onze leefomgeving vormgeven. Ze verkent hoe architectuur en ruimtelijke ordening kunnen bijdragen aan een rechtvaardige en duurzame toekomst.

Het onderzoek situeert zich in Zwartberg (Genk), een voormalige mijnsite waar natuur, erfgoed en diverse gemeenschappen samenkomen. Vanuit een gezamenlijke contextanalyse en theoretisch kader werd een masterplan ontwikkeld dat inzet op groenblauwe netwerken als dragers voor een klimaatbestendig en sociaal inclusief Genk.

Binnen dit masterplan werden zes individuele cases uitgewerkt, elk met een eigen focus op de relatie tussen mens en meer-dan-mens. Mijn case ‘De energieke wijk’ onderzoekt hoe de energietransitie in een tuinwijk van Zwartberg collectiever en inclusiever kan worden aangepakt. De energietransitie is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. In Europa is 40% van het energieverbruik afkomstig van gebouwen. Toch blijft de renovatiegraad laag en wordt de energietransitie vaak gezien als een individuele verantwoordelijkheid, wat leidt tot ongelijkheid. Immers, wie geld, kennis of eigenaarschap mist, blijft achter. In sociaal kwetsbare wijken, zoals de Zuiderwijk in Zwartberg, is die kloof bijzonder voelbaar. De energietransitie is meer dan een technische operatie en een individuele verantwoordelijkheid. Het is een hefboom voor sociale rechtvaardigheid, ruimte om te delen en collectieve veerkracht. Mijn case toont hoe een kwetsbare wijk een pionier kan worden. Niet door te isoleren, maar door te verbinden.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Cultuur als pedagogie: De ontwikkeling van ethische oriëntatie en burgerschapszin bij jongeren door middel van manga-literatuur 'One piece - een kader voor de leerkracht

Universiteit Gent
2025
Lander
Goossens
Deze studie bespreekt hoe leerkrachten aan de hand van fictieve literatuur – meer bepaald door manga-literatuur One Piece – jongeren kunnen begeleiden bij de ontwikkeling van hun ethische oriëntatie. De filosofie van de narratieve ethiek zoals geformuleerd door Martha Nussbaum biedt hierbij de basis, meer bepaald de drie centrale kenmerken die zij relevant acht: identificatie, empathie en multiperspectivisme.

Op basis van deze elementen is het leer- en leskader dat deze studie voorziet, ontwikkeld. Het bestaat uit een theoretisch en praktisch luik. Het theoretisch luik voorziet een analyse van een verhaallijn uit One Piece op basis van de drie centrale kenmerken uit de narratieve ethiek zoals beschreven door Nussbaum. Deze analyse maakt het mogelijk ook een praktisch luik te voorzien waarin concrete werkvormen worden aangeboden om met One Piece aan de slag te gaan in de klas wanneer het gaat over morele ontwikkeling en ethische oriëntatie.

Deze studie is gestoeld op de sleutelcompetenties en leerplandoelen voor de derde graad secundair onderwijs, doorstroomfinaliteit humane wetenschappen.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Een grote wereld aan een kleine universiteit. Buitenlandse studenten aan de Katholieke Universiteit Leuven, 1900 – 1968

KU Leuven
2025
Alexe
Heleu
Deze thesis onderzoekt hoe de internationalisering van de KU Leuven zich heeft ontwikkeld tussen 1900 en 1968. Het doel is om een antwoord te bieden op de vraag: In welke mate ontwikkelde de KU Leuven zich tot ‘internationale’ universiteit? Daarvoor analyseer ik enerzijds het relatieve aantal internationale inschrijvingen en de diversiteit. Anderzijds besteedt de thesis aandacht aan het beleid en het imago van de KU Leuven. Een breed onderzoek, over een langere periode, naar studentenmobiliteit vanuit het oogpunt van een Belgische universiteit vormt een lacune in de bestaande academische historiografie. Daarnaast combineert het onderzoek kwantitatieve en kwalitatieve bronnen om de internationaliseringsgraad van de universiteit te bepalen. Voor het kwantitatieve aspect digitaliseerde ik de inschrijvingsgegevens, afkomstig uit de Jaarboeken van de KU Leuven, in een databank. Daarnaast analyseerde ik correspondenties, rapporten en artikelen, uit de Archieven van voormalige rectoren Ladeuze en Van Waeyenbergh, om het kwalitatieve aspect vorm te geven. Het eerste hoofdstuk analyseert de evolutie van de inschrijvingen van buitenlandse studenten aan de KU Leuven om zo het ‘internationale’ karakter te bepalen. Daaruit bleek dat de aantallen relatief beperkt bleven, maar dat de afkomst van de studenten enorm divers was, zeker na de Tweede Wereldoorlog. Daarna onderzocht ik aan de hand van correspondenties en rapporten hoe de KU Leuven en de rectoren hun beleid voerden ten opzichte van internationale studenten: de rectoren gebruikten de vernieling van de oorlogen als uitgangsbord om de Leuvense universiteit opnieuw te doen groeien. Ze deden dit door het beeld van de KU Leuven als een werelduniversiteit te propageren. Daarnaast gebruikten ze het katholieke karakter als bindmiddel. Tot slot ondersteunden ze opkomende organisaties om internationale studenten te helpen in Leuven. In het derde hoofdstuk ligt de nadruk op de individuele levensbelevingen van studenten. De analyse toont aan dat het eeuwenoude imago van de KU Leuven, haar katholieke karakter en culturele netwerken met de universiteit een positieve invloed hadden op de motivaties van studenten. Daarentegen vormden complexe, administratieve procedures en integratieproblemen struikelblokken. Het Frans, het financiële aspect en de geopolitieke situaties waren dubbelzinnige factoren, die zowel bevorderend als belemmerend werkten. Uit de analyse volgde dat Leuven zich in de vroege twintigste eeuw al ontwikkelde tot een internationale universiteit. Ze gebruikte de internationalisering in eerste instantie als een strategisch middel voor de wederopbouw na de oorlogen, maar geleidelijk aan evolueerde het naar een institutionele prioriteit. In de periode 1900 – 1968 legde ze de fundamenten voor een explosieve toename van internationale inschrijvingen vanaf 1970. Het ‘internationale’ karakter van de universiteit kwam dus naar voren dankzij een diverse studentengroep en was niet enkel afhankelijk van het aantal inschrijvingen.
Meer lezen

Ontwijken van oorlogsgeweld Hoe handelaars hun schepen veiligstelden door middel van neutralisatie in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog 1775-1783.

KU Leuven
2025
Robbe
Degroote
Deze scriptie behandelt de praktijk van “neutralisatie” van schepen in Oostende tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), met bijzondere aandacht voor de strategieën waarmee handelaars hun eigendommen probeerden te beschermen tegen de kaapvaart. Door te onderzoeken hoe schepen juridisch en praktisch “geneutraliseerd” werden, werpt dit onderzoek nieuw licht op de complexiteit van maritieme oorlogsvoering en handelsstrategieën in een Europa vol conflict.
Niet alleen wordt daarmee aangesloten bij het al bestaande onderzoek naar kapers, maritieme handel en neutraliteit, zoals dat van Parmentier, Farasyn en Schankenbourg. Deze thesis vult ook concrete gaten in de historiografie op. Zo focuste het onderzoek zich op onderbelichte aspecten zoals de naamsveranderingen van schepen; de praktische situatie aan boord van een geneutraliseerd schip en de band met de haven van registratie.
Methodologisch combineert dit onderzoek drie bronnen: de notariële akten opgemaakt in Oostende tijdens het conflict, scheepsbewegingen waarvan de gegevens met behulp van AI werden geëxtraheerd uit de Gazette van Gend; en de Prize Papers van het Engelse High Court of the Admiralty. Door deze bronnen systematisch te koppelen en te analyseren werd een beeld gevormd van de praktische werking van neutralisatie als de geografische netwerken erachter. In de verwerking werd gebruik gemaakt van AI voor datamining, met bijgevoegd een kritische reflectie over de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van AI voor dit en toekomstig onderzoek.
De thesis bestaat uit drie inhoudelijke onderzoek hoofdstukken: een kwantitatieve analyse van de herkomst locatie en vaargeschiedenis naar Oostende van geneutraliseerde schepen; een semantische en taalkundige studie van naamsveranderingen; en een case study van de kaping van het schip “de Dageraad van Oostende”, waarbij de verborgen gezagsstructuur aan boord en de juridische verdediging nader onderzocht worden.
De conclusie toont aan dat neutralisatie in Oostende niet beperkt bleef bij het bekomen van scheepsdocumenten, maar dat er een complexe fictie gecreëerd werd om de schepen veilig te proberen stellen van kapers. Dit gebeurde aan de hand van naamsveranderingen en pragmatische organisatie. Daarnaast werd aangetoond dat geneutraliseerde schepen geen fysieke band met Oostende hoefden te hebben tijdens de neutralisatie. Hiermee levert deze scriptie een vernieuwende bijdrage aan de geschiedenis van zowel neutraliteit, handel en maritieme cultuur in de late 18de eeuw.

Meer lezen

Exhibited Space

LUCA School of Arts
2025
Houda
Ben Azzouz
Deze studie onderzoekt hoe de structurele en ruimtelijke inrichting van tentoonstellingen de interpretatie en bezoekerservaring van een museumnarratief beïnvloedt. De galerij Kunst uit de Islamitische Wereld in de KMKG in Brussel diende als case study om te onderzoeken hoe ruimtelijk en zintuiglijk informatieontwerp bijdraagt aan de leesbaarheid, toegankelijkheid en helderheid van het tentoonstellingsverhaal.

Door de analyse van ruimte, bezoekersstromen en informatie-structuur brengt dit onderzoek zowel knelpunten als kansen voor narratieve verbetering in kaart. Op basis daarvan wordt een ontwerpmethode ontwikkeld die de samenwerking tussen curatoren, architecten, grafisch ontwerpers en publieksbemiddelaars stimuleert, met als doel tentoonstellingen van meet af aan coherenter en toegankelijker (zowel ruimtelijk als zintuiglijk) vorm te geven. Zo positioneert deze studie informatieontwerp als een analytisch én conceptueel instrument voor het creëren van toegankelijke museumervaringen.
Meer lezen

Crafting Tomorrow's Museum Experience: Integrating Extended Reality (XR) for Accessibility, Engagement, and Education.

Universiteit Gent
2025
Hanne
Mannens
Extended Reality (XR) technologies, encompassing Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR), and Mixed Reality (MR), are increasingly reshaping sectors worldwide, including the museum field. This thesis examines the integration of XR in museum settings, focusing on its potential to enhance visitor engagement, accessibility, and educational outcomes while ensuring meaningful, user-centered experiences. As museums evolve from static repositories to dynamic, interactive environments, XR technologies offer a powerful means to transcend physical, geographical, and socioeconomic barriers, fostering deeper connections with diverse audiences.

Through a combination of literature review, field studies, and a case study of the Actual Day installation at MSK Ghent, this research investigates how XR can enrich museum experiences. The findings highlight the potential of XR to foster multisensory engagement, deepen emotional connections, and improve inclusivity by addressing physical, geographical, and socioeconomic constraints. However, the study also identifies key challenges, including funding limitations, ethical considerations, and technological obsolescence, which must be navigated to ensure sustainable implementation.

A central focus of this thesis is the importance of user-centered design and co creation, advocating for active visitor involvement in the development and assessment of XR applications. The study offers actionable strategies and a framework for aligning XR technologies with institutional missions, ensuring their transformative potential is realized in ways that are meaningful and inclusive.

This research contributes to the growing discourse on digital transformation in the cultural sector, offering evidence-based insights and practical frameworks for integrating XR technologies effectively. By blending technological innovation with human-centered practices, museums can redefine the visitor experience, ensuring cultural accessibility and engagement for future generations.
Meer lezen

Tegendraads. De subversieve mogelijkheden van amateuristische textielpraktijken: een onderzoek in Manoeuvres open atelier

Universiteit Gent
2025
Saar
Lermytte
Deze thesis weerlegt de veronderstelling dat textiel politiek onbelangrijk is. Sinds de
(vroeg)moderne tijd wordt het materiaal ingezet als instrument van onderdrukking, met name tegenover vrouwen en gekoloniseerde volkeren. Tegelijkertijd schuilt er in textiel ook een mogelijkheid van verzet. Voortbouwend op drie vastgestelde lacunes in huidig textielonderzoek, verkent deze thesis hoe amateuristische textielpraktijken een plaats van subversieve kracht kunnen zijn, met aandacht voor de samenkomst van gender en ras. Via een textiele etnografie bij Manoeuvre, een open textielatelier in Gent, worden drie subversieve strategieën geïdentificeerd: (1) de toegankelijkheid van textielbewerking; (2) het reclaimen van vrouwelijke en raciale connotaties – met daarbinnen aandacht voor publieke zichtbaarheid, intergenerationele en
interculturele verbindingen, plezier als verzetsdaad en het vormgeven van sociale identiteiten; en (3) de functie van textiel als lichamelijk, zintuiglijk en emotioneel kennissysteem. Ten slotte benadrukt de thesis dat de subversieve potentie van textiel afhangt van context en gebruik.
Meer lezen

Over dikke dozen op gevoelige grond

Universiteit Gent
2025
Senne
De Ridder
  • Cas
    Neels
Charleroi is een stad gevormd door haar industriële verleden en getekend door socio-economische breuken. Deze thesis onderzoekt hoe de industriële kavels – restanten van een cyclisch patroon van gebruik en verwaarlozing – opnieuw betekenis kunnen krijgen in het stedelijk weefsel. Via de lens van fytoremediatie, successie en typologisch onderzoek groeit een voorstel: de dikke doos. Deze grote vorm balanceert tussen industriële robuustheid en historische verfijning. Zo tekent zich een nieuw landschap af waarin vergeten gronden, architectuur en sociale relaties elkaar ontmoeten.
Meer lezen

Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.

HOGENT
2025
Davide
Degano
Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.
This thesis investigates how photographic and archival practices have shaped the construction of Italian national identity from unification to the present, exposing the continuities between colonial, fascist, and post-fascist visual regimes. Through the case study of Leone Jacovacci — an Italian-Congolese boxer whose 1928 victory was erased from public record — the research examines how archives function as instruments of power that define visibility and belonging. Drawing on the theoretical frameworks of Achille Mbembe, Ariella Azoulay, and Saidiya Hartman, it argues that absence within the archive is never neutral but a form of epistemic violence that structures collective memory.

By tracing the evolution of Italian image culture — from Lombroso’s pseudo-scientific photography to Mussolini’s propagandistic iconography and contemporary media — the study reveals how the aesthetic foundations of whiteness and exclusion persist beneath post-war and neoliberal narratives of modernity. Engaging both institutional and personal archives, the project proposes an alternative methodology grounded in solidarity and speculation: one that re-reads the archive not as a closed repository, but as a site of struggle and potential reactivation. Ultimately, it calls for a re-imagining of visual history as an ethical and political practice, where to look is also to take responsibility for what has been made invisible.
Meer lezen