Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Langlezend!

Hogeschool PXL
2026
Nina
Reumers
Binnen deze bachelorproef werd onderzocht hoe bibliotheken en scholen sterker kunnen
samenwerken rond leesbevordering binnen de eerste graad A-stroom. Aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews met bibliotheken en leerkrachten, analyses van leerplannen
en methodes en overlegmomenten binnen het project Langlezend! werd nagegaan welke
noden er vandaag bestaan rond leesmotivatie en leesbevordering binnen de
onderwijspraktijk.

Uit het onderzoek bleek dat veel leerkrachten nood hebben aan overzichtelijke, betrouwbare en direct bruikbare materialen rond lezen en literatuur. Tegelijk organiseren bibliotheken al heel wat sterke initiatieven, maar vinden deze niet altijd hun weg naar de klaspraktijk, of proberen ze veel dezelfde dingen uit in hun regio en zouden ook zij graag inspiratie opdoen.

Vanuit deze vaststellingen werd in samenwerking met smartICT een databank ontwikkeld waarin leesbevorderend materiaal, bibliotheekinitiatieven en lesideeën centraal verzameld worden. Deze databank zal in september 2026 officieel gelanceerd worden.

Daarnaast werd ook gewerkt rond een samenleesapp die in de toekomst gelanceerd zal
worden. Op basis van deze app werd een interactieve lessenreeks ontwikkeld waarin leerlingen samen lezen, reageren op teksten en deelnemen aan digitale leesgroepen. De lessenreeks werd geïntegreerd binnen de databank als voorbeeld van innovatief leesbevorderend materiaal.

Deze bachelorproef toont aan hoe belangrijk de ondersteuning van leerkrachten is binnen leesbevordering en hoe scholen en bibliotheken elkaar hierin kunnen versterken.
Meer lezen

Ontwerpgerichte methodiek voor herbestemmingen van religieus erfgoed.

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Fleur
Sanchez
Overal ter wereld staan religieuze erfgoedsites onder druk. Door de secularisering van de maatschappij verliezen kerken en andere religieuze gebouwen hun oorspronkelijke functie en komen ze leeg te staan. Een nieuwe functie kan een gebouw een toekomst geven, maar een herbestemming is meer dan het simpelweg invullen van een nieuwe functie. Het is een complex proces waarin erfgoedwaarden, ontwerp, regelgeving, gebruikers en verschillende actoren voortdurend op elkaar inspelen.

Daarom onderzocht ik hoe een methodiek ontwikkeld kan worden die ontwerpers houvast biedt bij herbestemmingsprojecten van religieus erfgoed. Via literatuuronderzoek, analyse van bestaande procesmodellen, interviews en praktijkgerichte validatie bracht ik de verschillende aspecten, actoren en knelpunten van het proces in kaart. Ik onderzocht onder meer het Godshuis De Lichtervelde en het Begijnhof in Hasselt. Vervolgens toetste ik de ontwikkelde methodiek aan de Abdij van Herkenrode als testcase.

Uit het onderzoek bleek dat herbestemming geen strikt lineair proces is. Beslissingen veranderen voortdurend door nieuwe inzichten, randvoorwaarden en input van verschillende actoren. Daarom ontwikkelde ik een methodologisch model dat het proces opdeelt in vijf fases: vooronderzoek, haalbaarheidsstudie, ontwerp, uitvoering en ingebruikname. Terugkoppelingen verbinden deze fases met elkaar en maken zichtbaar wanneer eerdere keuzes opnieuw moeten worden onderzocht.

Daarnaast vormen ontwerpmethodieken en ruimtelijke ontwerpstrategieën een belangrijke schakel tussen analyse en ontwerp. Ze helpen ontwerpers om erfgoedwaarden, randvoorwaarden, het programma en ruimtelijke kwaliteit te vertalen naar concrete ontwerpkeuzes. Het model wordt aangevuld met digitale informatiefiches die per fase extra uitleg en praktische handvatten bieden.

Het eindresultaat is geen vast stappenplan dat voor elke kerk hetzelfde antwoord geeft. Het biedt ontwerpers een flexibel houvast om het complexe herbestemmingsproces te structureren, keuzes te onderbouwen en het ontwerp voortdurend af te toetsen. Zo bundelt de methodiek versnipperde kennis in één praktisch hulpmiddel voor toekomstige herbestemmingsprojecten van religieus erfgoed.
Meer lezen

Water Dichter, een metabool ontwerp voor een zwembare Roosterbeek

Universiteit Hasselt
2026
Jilles
van der Linde
Deze masterscriptie onderzoekt de grens tussen lichaam en water, door een kleine waterloop als zwembaar te benaderen. Waterlopen werden in Vlaanderen lang beschouwd als infrastructuur, hygiënisch risico of juridische last, waardoor de directe lichamelijke ervaring van water uit het dagelijks leven verdween. De laatste jaren ontstaat een voorzichtige kentering die buitenzwemmen opnieuw op de politieke agenda heeft gezet. Binnen die context onderzoekt deze scriptie onder welke ruimtelijke, ecologische en lichamelijke voorwaarden een kleine, waterloop opnieuw zwembaar kan worden, en hoe een ontwerp deze voorwaarden in één samenhangend systeem kan brengen.

De Roosterbeek in Midden-Limburg dient als case. Het onderzoek combineert een lichamelijke verkenning van de beek, gesprekken met experts uit waterbeheer en ecologie, een literatuurstudie naar zwembeleid en de fenomenologische omgang met water, en ontwerpend onderzoek waarin de bevindingen ruimtelijk worden getoetst. De analyse brengt verschillende obstakels voor zwembaarheid naar voren. De beek is op meerdere plekken ingebuisd, snijdt zich steeds dieper in door versnelde afvoer, en wordt bij regen vervuild door een riooloverstort. Deze problemen zijn niet apart oplosbaar; ze vragen om een aanpak die ecologie, infrastructuur en lichamelijke beleving samenbrengt.

Het ontwerp Water Dichter vertaalt deze inzichten in een sequentie van ingrepen waarin elk obstakel niet wordt weggewerkt maar omgekeerd. Rioolslib wordt warmte, buizen worden constructies, vervuild water wordt gezuiverd en gevierd. Het ontwerp positioneert zwembaarheid als ontwerpcriterium en zorg, die uit lichamelijk contact ontstaat, als ontwerpvoorwaarde. Daarmee biedt het een aanpak voor de herdenking van vergelijkbare kleine waterlopen in Vlaanderen.
Meer lezen

Wandelend door de bewaakte stad. Tussen beleid en beleving: folk theories over CCTV-surveillance in Hasselt

KU Leuven
2026
Benthe
Peeters
Deze masterproef onderzoekt hoe burgers betekenis geven aan CCTV-surveillance in de publieke ruimte en hoe hun percepties zich verhouden tot de institutionele werking van cameratoezicht in Hasselt. Vertrekkend vanuit het concept van folk theories analyseert dit onderzoek hoe burgers intuïtieve verklaringen ontwikkelen over wie surveilleert (bron), waarom camera’s worden geplaatst (doel), hoe het systeem technisch werkt (mechanisme) en welke rol de locatie van camera’s speelt (plaats). Methodologisch hanteerde dit onderzoek tien data walks met 22 deelnemers, aangevuld met expertinterviews, een observatiebezoek en een analyse van webpagina’s van Stad Hasselt en Politie Limburg Regio Hoofdstad.

De resultaten tonen een discrepantie tussen het officiële luik en burgerpercepties. Terwijl lokale autoriteiten cameratoezicht beschrijven als een juridisch gereguleerd, grotendeels retroactief en doelgebonden systeem, ervaren burgers het cameranetwerk vaak als een ondoorzichtig systeem waarvan de werking onduidelijk blijft. Onvolledige informatie wordt aangevuld met folk theories, waarbij vooral onzekerheid bestaat over live monitoring, bewaartermijnen, datakoppeling, AI en gezichtsherkenning. Dit onderzoek identificeert plaats als een tot nu toe onderbelichte dimensie: dezelfde camera kan anders worden geïnterpreteerd afhankelijk van de locatie. Burgers hanteren verschillende copingstrategieën, van relativering en onverschilligheid tot actief vragen stellen of begrip tonen voor het officiële perspectief. Sociale identiteit en smart-citytoepassingen kleuren de betekenisgeving verder, onder meer via zorgen over sociale sortering, function creep en AI-bias.

Deze studie toont aan dat CCTV niet louter een technisch veiligheidsinstrument is, maar een sociotechnische assemblage waarin camera’s, signalisatie, regelgeving, locatie en communicatie samen betekenis produceren. De bevindingen onderstrepen het belang van transparantere
communicatie over cameratoezicht, zodat burgers beter geïnformeerd kunnen deelnemen aan het democratisch debat over surveillance in de publieke ruimte.
Meer lezen

De crisis van de grote schaal

Universiteit Hasselt
2026
Kaat
Daelemans
Wat als de weg naar minder criminaliteit en minder herval (70% nu in België) niet begint met hogere gevangenismuren, maar met betere gebouwen? Die vraag staat centraal in de opmerkelijke masterproef van Kaat Daelemans (UHasselt) die onderzoekt hoe doordachte architectuur bijna ex-gedetineerden kan helpen om opnieuw volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Het resultaat is een concreet ontwerp voor een nieuwbouw transitiehuis: een plek waar mensen in de laatste fase van hun straf stap voor stap leren zelfstandig wonen, werken en leven. En het gebouw kan nadien zonder probleem ook weer hergebruikt worden voor andere doeleinden: wonen of gemeenschapsfuncties voor de hele buurt. Transitie en hergebruik.
Meer lezen

The instant messaging use of secondary school teachers and its implications for teacher well-being

Universiteit Gent
2026
Kyra
De Keyser
Instant messaging wordt steeds vaker gebruikt op de werkvloer. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat werkgerelateerd gebruik van instant messaging zowel positieve als negatieve implicaties met zich meebrengt. Omdat werkcontexten sterk kunnen verschillen, focust deze studie specifiek op het secundair onderwijs. Aan de hand van diepte-interviews met 15 Vlaamse leerkrachten secundair onderwijs wordt hun gebruik van instant messaging met collega's en/of leerlingen in kaart gebracht. Daarnaast wordt nagegaan in welke mate leerkrachten op de hoogte zijn van het socialemediabeleid van hun school en hoe ze dit beleid ervaren. De resultaten tonen aan dat instant messaging vooral onder collega's voorkomt en in mindere mate met leerlingen. Participanten ervaren voordelen (snelheid en versterken van onderlinge banden), nadelen (gebrek aan overzicht, informatie-overload, storende meldingen en verstoorde werk-privébalans) en ambivalente implicaties (informaliteit en grotere toegankelijkheid). Ongeveer de helft van de bevraagde leerkrachten is niet op de hoogte van de richtlijnen rond werkgerelateerde communicatie (deconnectie en (on)gewenste kanalen). Op basis daarvan worden enkele aanbevelingen geformuleerd voor het socialemediabeleid van scholen.
Meer lezen

De zoete afstand

LUCA School of Arts
2026
Yasmin
Gheisari
Deze masterproef vertrekt vanuit een persoonlijke vraag: hoe kan baraka, een spirituele
kracht van goddelijke oorsprong die voorspoed en bescherming brengt, voelbaar
worden binnen beeldende kunst?
Baraka is voor mij geen abstract begrip. Ze zit in mijn culturele achtergrond, in mijn
familie, in mijn eigen zoektocht naar geloof en het spirituele. Vanuit die persoonlijke
basis kijk ik ook naar hoe baraka historisch en cultureel gevormd is binnen de
Marokkaanse context, hoe ze zich toont in mensen, materialen en alledaagse
handelingen.
Dit onderzoek beweegt zich tussen literatuur, gesprekken, inspirerende kunstenaars en
mijn eigen artistieke praktijk. Het resultaat is een werk waarin het maakproces een
ritueel karakter krijgt, en waarin kunst een ruimte opent waar het onzichtbare niet wordt
verklaard, maar voelbaar wordt.
Meer lezen

Een raamwerk voor het ondersteunen van beslissingen met betrekking tot Agile-initiatieven.

Universiteit Hasselt
2026
Sander
Bollen
Ondanks de status van Agile Software Development (ASD) als industriestandaard,
blijft de definitie ervan in zowel academische literatuur als de professionele praktijk ge-
fragmenteerd en ambigu. Deze conceptuele onduidelijkheid belemmert organisaties in
het effectief selecteren en implementeren van ASD-praktijken die hun specifieke doel-
stellingen ondersteunen. Dit onderzoek introduceert het Collaboration-Flow-Learning
(CFL) raamwerk, een theoretisch en praktisch model dat ASD-concepten deconstru-
eert in drie orthogonale dimensies: Collaboration, Flow en Learning.
Door middel van een synthese van wetenschappelijke en praktische bronnen, aange-
vuld met expertvalidatie geïnspireerd door de Delphi-methode, toont dit werk aan dat
ASD-praktijken en organisatieproblemen consistent in een gedeelde driedimensionale
ruimte kunnen worden gesitueerd. De resultaten wijzen uit dat het raamwerk fungeert
als een methode-onafhankelijke vertaallaag die shared understanding bevordert tussen
diverse stakeholders, van software-ontwikkelaars tot strategisch management. Dit on-
derzoek legt hiermee de fundering voor een holistische softwaretheorie die de kloof
tussen methodologische voorschriften en organisatorische behoeften kan overbruggen.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in genk: focus op Warm Waterschei

Universiteit Hasselt
2025
Jade
Daems
Hoe kan het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte specifiek worden toegepast in Waterschei, vertrekkende vanuit een milieu- en mensbewuste visie? Vanuit deze centrale vraagstelling vertrekt dit onderzoek.
De gedachtegang van Daniel Christian Wahl, waarbij het stellen van de juiste vragen vóór het handelen centraal staat, vormt de rode draad doorheen dit onderzoek. Volgens deze filosofie wijzen vragen, meer nog dan antwoorden, de weg naar collectieve wijsheid. Daarom worden vraagstellingen van verschillende auteurs gebruikt om elk hoofdstuk in te leiden en fungeren ze als leidraad bij het zoeken naar antwoorden.
Het bewuste gebruik van deze vragen heeft geleid tot diepere reflectie over ontwerpbeslissingen en tot een grondiger onderbouwd onderzoek.
Deze masterthesis is opgedeeld in drie grote delen. Het eerste deel begint met een korte situering om de lezer wegwijs te maken. Hierin worden de probleemstelling, onderzoeksvraag, gehanteerde methodologie, de geschiedenis van de locatie, het station van Waterschei en de relevantie binnen het masterplan toegelicht.

Het tweede deel is de ruggengraat van dit onderzoek en wordt gevormd door de literatuurstudie. Deze bestaat uit een theoretisch en een praktisch denkkader. Het theoretisch denkkader bundelt diverse boeken en wetenschappelijke artikels die het onderzoek onderbouwen. De literatuur wordt besproken in een logische volgorde van een brede visie naar een steeds specifiekere focus. Vertrekkende vanuit het boek The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World van Roman Krznaric, wordt een eerste denkkader geschetst rond langetermijndenken en intergenerationele
verantwoordelijkheid. Vervolgens wordt de filosofie van Bruno Latour besproken aan de hand van Waar kunnen we landen. Latour toont aan dat er vandaag een gemeenschappelijke visie ontbreekt en dat menselijke en niet-menselijke actoren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierna wordt dieper ingezoomd op regeneratief denken via Designing Regenerative Cultures van Daniel Christian Wahl. Dit
boek nodigt uit om verder te denken dan duurzaamheid en moedigt aan om de juiste vragen te stellen in plaats van vluchtige antwoorden te zoeken. Het theoretisch denkkader sluit af met het boek Postcapitalist Countrysides – From Commoning to Community Wealth Building dat bestaat uit een verzameling van essays. Hierbinnen wordt de essay Unpacking the energy commons geschreven door Thomas Bauwens and Robert Wade (pagina 327 tot 351) bestudeerd. Deze essay beschrijft specifiek hoe energie als gemeengoed kan beschouwd worden.

Het praktisch denkkader vertrekt vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Deze worden toegelicht waarna er kenmerken voor coöperatieve en collectieve wijkwarmte worden gedefinieerd. Vervolgens worden verschillende relevante referentieprojecten onderzocht. Deze zijn onderverdeeld in twee categorieën: enerzijds warmtenetten, waarbij warmte netwerken als model worden bekeken, en
anderzijds energiestations, waarbij specifiek naar gebouwen wordt gekeken die functioneren als opslagen distributiesysteem. Beide categorieën worden geanalyseerd op basis van de eerder gedefinieerde kenmerken van coöperatieve wijkwarmte.
Het derde deel omvat de ontwerpstudie, deze vertrekt eveneens vanuit het concept van coöperatieve en collectieve wijkwarmte. Op stedelijke schaal wordt eerst de situatie in Genk onderzocht, waarna de focus verschuift naar de wijk Waterschei. In waterschei wordt een coöperatief en collectief warmtenet ontworpen dat werkt op basis van mijnwater. Het uitgangspunt is de herbestemming van het voormalige station tot
een energiestation met bijhorende botanische tuin. Beide functies worden inhoudelijk onderzocht en er wordt toegelicht hoe ze relevant kunnen zijn voor de gemeenschap.
Vanuit de hoofdfunctie van een energiestation wordt de technische werking uiteengezet, gevolgd door enkele basisberekeningen die nodig zijn om de dimensionering te bepalen, zoals de grootte van het warmteopslagtanks. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de noodzakelijke installaties. Voor de bijhorende botanische tuin wordt de typologie van botanische tuinarchitectuur onderzocht. Daarnaast bevat dit onderdeel een analyse van plantensoorten die bijdragen aan het binnenklimaat en de beleving van de ruimte versterken. Het architecturale ontwerp vertrekt vanuit het idee dat technische elementen integraal deel uitmaken van de beleefde ruimte. Aangezien het programma van een energiestation uitbreiding vraagt wordt het bestaande stationsgebouw als uitgangspunt genomen voor het verdere ontwerp. De herbestemming en uitbreiding van het gebouw worden benaderd vanuit een duurzaam perspectief. Het ontwerp baseert zich op drie samenhangende strategieën: ‘Trias Energetica’, ‘Trias Materia’ en ‘Trias
Aquatica’. Elk van deze strategieën wordt toegelicht wat betreft de betekenis en de doelstelling, waarna wordt verduidelijkt hoe ze concreet zijn toegepast in het ontwerp.

De conclusie bundelt de resultaten van het onderzoek en formuleert een mogelijke oplossing voor de oorspronkelijke onderzoeksvraag.
Meer lezen

[de leegte in het landschap en het gecureerd verval.]

Universiteit Hasselt
2025
Thomas
Cuyt
We leven in een wereld vol met dingen die zijn achtergelaten door degenen die vóór ons kwamen, maar we pikken een aantal van deze dingen eruit voor onze aandacht en zorg. We vragen bepaalde gebouwen, objecten en landschappen om te functioneren als
geheugensteuntjes, om het verleden te herinneren dat hen heeft voortgebracht, en om dit verleden beschikbaar te maken voor onze overpeinzing en zorg. Die geheugensteuntjes, of junk-space zoals Rem Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het omschrijft, is het residu dat de mensheid op deze planeet achterlaat. Het product van modernisme is niet moderne architectuur, maar junkspace, ruimteafval of gecureerd verval.
Hoe kan er worden omgegaan met dat verval wat bij wegnemen leidt tot littekens in het landschap en hoe kan deze leegte opnieuw een plaats krijgen?

In het samengaan van leegte en verval ontstaat een dialoog. Het landschap, datgene wat ooit de achtergrond was van menselijke activiteit, neemt langzaam zijn plek terug. Gras groeit door scheuren in het asfalt, klimop verslindt de bakstenen huid van verlaten panden. Wat ooit strak en gecontroleerd was, wordt nu een canvas voor de natuur, voor de tijd. De architectuur vertelt verhalen van tijd en vergankelijkheid, laat los wat het vasthield. De perfecte symmetrie van muren wordt vervangen door grillige lijnen en onvolmaakte vormen. De leegte in het landschap benadrukt dit proces; het biedt een podium zonder afleiding. In de leegte die hierdoor ontstaat, openbaart zich een nieuwe ruimte: een plek waar natuur en herinnering zich verstrengelen. Het is juist door het ontpitten en cureren van gebouwen in verval, of structuren die hun functie verloren, dat leegte ontstaat. Deze leegte, als een litteken in het landschap, kan uitgroeien tot een schakel. Een fluïde zone waar natuurlijke en menselijke processen elkaar ontmoeten. De grens tussen het kunstmatige en het natuurlijke vervaagt, verschuift, en wordt geen harde lijn meer, maar een overgangsgebied, een ademende ruimte die verbindt in plaats van scheidt.
Het is juist deze “junkspace”, zoals Koolhaas (Koolhaas & Foster, 2013) het noemt, of het “gecureerd verval” waar Caitlin DeSilvey (DeSilvey, 2017) over schrijft, die kan worden ingezet als verbinder. Een transitiegebied dat een dubbel doel dient: zowel als collectieve ruimte voor een omliggende woonwijk, als schakel tussen natuur en woonomgeving. Hier ontstaat geen nieuwe scheiding, maar een netwerk waarin de grenzen vervagen en een nieuwe harmonie kan groeien.
Meer lezen

Development and Validation of a CFD Multiphase Model for Micro‐channels

Universiteit Hasselt
2025
Sven
Jaspers
Deze masterscriptie beschrijft de ontwikkeling en validatie van een Computational
Fluid Dynamics-model voor adiabatische en diabatisch twee-fasenstroming in een mi-
crokanaal, met focus op toepassingen in Microkanaal-Warmtewisselaars voor Small
Modular Reactors. De Euleriaans–Euleriaanse methode werd toegepast en meerdere
interfaciale krachten en warmteoverdrachtsmodellen werden getest op toepasbaarheid
binnen experimentele configuraties. Een modulaire strategie werd gevolgd, van een
adiabatisch basismodel (verticale kleine kanaal), tot een verfijnd adiabatisch model
(horizontaal microkanaal), naar een volledig kookmodel (verticaal microkanaal). De
eerste twee modellen toonden sterke overeenkomst met experimentele data voor vol-
umefracties, snelheidsprofielen, stromingsregimes en drukverliezen. Voor horizontale
stroming vormde het gebrek aan gedetailleerde data en geschikte submodellen echter
een beperking. De kooksimulaties voorspelden drukverliezen en wandoververhitting
correct, maar toonden gevoeligheid voor de stabiliteit van de vloeistoffilm aan de wand.
De modellen vormen een degelijke basis voor thermo-hydraulisch gedrag in annulair
regime, maar zijn beperkt bij extremere condities. Toekomstig werk moet zich richten
op horizontale data en robuustere krachtmodellen voor bredere stromingsregimes.
Meer lezen

Looking for the Soul

Hogeschool PXL
2025
Wataru
Sato
This is a journey in search of the answer “Who am I?” and “What is a soul?”, and a story that is at the same time a fantasy.
One day in the small Belgian town of Hasselt, Holland "the glove," was feeling alone and adrift, when he met Elle, a talking dog. Through talking with Elle, he started to wonder about a soul. And heard of Shiro, a cat in Antwerp who might hold a clue to the nature of the soul. I decided to set out on a journey to discover whether I, too, possessed a soul.

In Antwerp, Holland, a half pair of glove—searched for Shiro, the cat Elle had told me about. After he arrived at a quiet park, where he met a cat matching Shiro’s description. Shiro led him to her home, where he met Donatello, a wise tortoise. Surprised that he could speak, Shiro introduced him as a possible tsukumogami—a Japanese spirit that inhabits objects. This sparked a conversation about the soul: comparing Japanese and Western concepts, touching on Greek philosophy—Socrates, Plato, and Aristotle. he listened, overwhelmed but intrigued.

That encounter made Holland reflect on the differences between cultural ideas of the soul and the possibility that even objects might have one. He began to question his own identity and purpose. This reflection inspired an artwork titled Looking for a Soul, a piece that is repeatedly broken and repaired—symbolizing the search for meaning in imperfection. As he delved deeper, he became curious about disembodiment and quantum mechanics. he reached out via video call to Paul, an octopus he had seen in scientific footage. Paul spoke of the soul as a quantum function and the possibility of existence in higher dimensions. His words gave Holland a flicker of hope.

As part of his journey to understand the “shape of the soul,” Holland joined a glassblowing workshop in rural Germany. His first attempt was clumsy: he tried shaping a piece using a broken flowerpot and a piece of leather glove as a mold. Through repeated trial and error, he began to see a reflection of his own soul in the transparent, ever-changing nature of glass. He quietly confronted himself.

Inspired by Shiro, Holland also pursued kintsugi, the Japanese art of repairing broken pottery. He traveled to Japan, searching for a school that would take him in. Eventually, he was accepted under certain conditions. He studied under Toki in Shibuya and, though the process was slow and painstaking, he committed himself to learning. Over the New Year holidays, he visited Aomori and found unexpected inspiration in the work of a Belgian artist. As he prepares to return, he quietly enjoys the winter in Japan, putting the final touches on his kintsugi.

Eventually, his glass piece, completed after many failures and repairs, broke once more. Though he felt a deep sense of loss, he refused to abandon it. He's come to believe that the soul reveals itself in the act of repair—that meaning lies not in flawlessness, but in the willingness to mend. Just like humans, objects live with their wounds. Through the lens of kintsugi, we see that damage can deepen the bond between people and things. We honor the breaks not by hiding them, but by making them beautiful.

In today’s throwaway culture, we discard things at the first sign of damage. But every object carries the imprint of someone’s hands and thoughts. By restoring broken objects and turning them into art—scars and all—we give form to the idea that even objects have souls. Still, not everything can be fixed. Choosing what to keep and what to let go of is never easy. Yet every broken thing we encounter carries meaning. Holland believes he met them not by accident, but by fate. In their fragments, he senses their feelings—and through his work, he restores their souls.
Meer lezen

Op weg naar zelfstandigheid!

Hogeschool PXL
2025
Jana
Kerfs
Winnaar Klasseprijs
In het tweede leerjaar van Vrije Basisschool De Puzzel bleek dat de leerlingen vaak onmiddellijk de hulp van de leerkracht inriepen bij het maken van een oefening. Hoewel de kinderen gemotiveerd waren, waren ze onzeker om een taak zelfstandig aan te pakken. Vanuit dit praktijkprobleem ontwikkelde ik een toolbox met acht praktische tools en een handleiding voor de leerkracht, gericht op het versterken van zelfsturing bij jonge kinderen.

De toolbox focust op vier executieve functies: taakinitiatie, organisatie, volgehouden aandacht en reactie-inhibitie. Op basis van observaties in een methodeschool, interviews met experten, deelname aan een workshop en een grondige literatuurstudie werden ontwerpcriteria opgesteld. Hierbij zijn belangrijke pijlers: het formuleren van haalbare weekdoelen in leerlingentaal, het beoordelen van zichzelf en het voorzien van aanpasbare ondersteuning (scaffolding) door de leerkracht. Daarnaast zijn de tools inzetbaar in alle leergebieden.

De tools werden getest in de klas en bijgestuurd waar nodig. De leerlingen en de leerkracht reageerden erg positief. Zo groeide de Wachtwijzer, een hulpmiddel om eerst na te denken alvorens te starten, uit tot een vast onderdeel bij dictees. Daarnaast werden ouders betrokken bij de zelfsturing van hun kind via de Zwem Bingo, een visuele checklist om te controleren of de zwemzak compleet is.

Met deze bachelorproef toon ik aan dat kleinschalige, doelgerichte ingrepen een positief effect kunnen hebben in de klaspraktijk. De toolbox is ontworpen voor de eerste graad van het basisonderwijs, maar kan mits aanpassingen ook in hogere leerjaren worden ingezet.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Evaluating multi-pollutant methods for PFAS mixture effects on immunometabolic health

Universiteit Hasselt
2025
Jonas
Meijerink
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Mensen worden dagelijks blootgesteld aan vele chemicaliën, waarvan de effecten op onze gezondheid vaak onbekend zijn. Omdat we aan meerdere stoffen tegelijk worden blootgesteld, is het cruciaal om niet alleen naar individuele stoffen te kijken, maar naar de gehele cocktail. Het onderzoek vergelijkt verschillende statistische methoden voor het schatten van individuele en gezamenlijke effecten. Hierbij ligt de focus op PFAS in humane biomonitoringstudies. Resultaten tonen aan dat verschillende ‘multi-pollutant’ methodes de effecten van volledige PFAS-cocktails beter detecteren dan traditionele technieken. Tegelijk laten de resultaten zien dat methoden die de cocktail negeren tot misleidende conclusies kunnen leiden. Bovendien blijken gezamenlijke effecten vaak makkelijker te detecteren dan individuele effecten. De studie benadrukt dat de juiste methodologie essentieel is om complexe milieu- en gezondheidsvragen te begrijpen en vormt een basis voor een effectievere risico-inschatting in de toekomst.
Meer lezen

Urinary sodium-guided precision management for heart failure

KU Leuven
2025
Evelyne
Meekers
Verbetering opvolging en therapie bij patiënten met hartfalen, onder andere door gebruik van urinaire zoutmetingen.
Dit werd zowel getest bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis met hartfalen en thuis. Gebruik van een urinair geleid zoutschema in het ziekenhuis laat het toe om sneller de juiste dosis plasmedicatie voor de juiste patiënt te vinden; waardoor patiënten sneller klachtenvrij het ziekenhuis kunnen verlaten.
Daarnaast is er tevens een rol voor patiënten thuis. Een eenmalige meting laat een betere inschatting van de prognose bepaling van de patiënt toe. Daarnaast kan het helpen om de plaspil thuis beter te doseren en daarmee ook onnodige ongemakken te voorkomen. De patiënt staat hierbij centraal waarbij hij mee controle krijgt over zijn ziekte.
Meer lezen

5G Man-in-the-Middle Research Tool

Universiteit Hasselt
2025
Jelle
Beerts
In deze scriptie onderzoeken we de mogelijkheden rond het ontwikkelen van een tool die onderzoekers moet helpen met het ontwikkelen van nieuwe aanvallen op 5G netwerken. Typisch vereisen aanvallen op dit soort netwerken dat de aanvaller zich tussen twee nietsvermoedende partijen plaatst en deze positie op een of andere manier misbruikt. Dit onderzoek tracht een generiek platform te maken om vanaf deze basis te starten met het ontdekken van nieuwe aanvallen, om zo dit essentiële onderzoek een duw in de rug te geven.
Meer lezen

Enhancing Trustworthiness in Algorithmic Stock Forecasting using Multi-Model Machine Learning and Historical Similarity

Universiteit Hasselt
2025
Xander
Corvers
Deze thesis behandelt het black-box-probleem van machine learning (ML) en het daaruit voortvloeiende gebrek aan gebruikersvertrouwen bij beursvoorspellingen. Er wordt een beslissingsondersteunend systeem geïntroduceerd en geëvalueerd dat de betrouwbaarheid verhoogt. Het systeem combineert hiervoor de voorspellingen van zes uiteenlopende ML-modellen met een transparante, historische analyse. De kerninnovatie is een zoekmachine die historisch vergelijkbare marktperioden identificeert. Vervolgens toont het systeem hoe de modellen in die analoge situaties presteerden: het plaatst hun toenmalige voorspellingen naast de daadwerkelijke marktresultaten.

Een empirisch gebruikersonderzoek vergeleek deze “Multiple Models View” (MMV) met een simplistische interface die slechts één model toonde. De resultaten tonen aan dat de MMV significant betrouwbaarder werd gevonden, het vertrouwen van gebruikers verhoogde en de risico's van voorspellingen effectiever communiceerde. Gebruikers schreven dit toe aan de grotere transparantie, omdat ze meerdere modellen konden vergelijken, en aan de concrete context die de historische prestatie-analyse bood. De thesis concludeert daarom dat de combinatie van meerdere modellen en een historische similariteitsanalyse een krachtige strategie is om weloverwogen gebruikersvertrouwen in complexe, AI-gedreven financiële systemen te creëren.
Meer lezen

Machine à Guérir - Laboratoria van Transitie: een helende architectuur voor een verzakt landschap in herstel.

Universiteit Hasselt
2025
Illy
Klerckx
Mijn masterscriptie vertrekt vanuit een persoonlijke zoektocht naar de essentie van architectuur. Een architectuur met aandacht voor traagheid, schoonheid en tactiliteit, iets dat we vandaag de dag minder en minder zien in het gebouwde. Een architectuur als middel om te helen, te verbinden en betekenis te geven aan een plek. Met Machine à Guérir, of vertaald 'helende machine', onderzoek ik hoe architectuur kan bijdragen aan herstel, zowel van mens als landschap, in een stad als Genk die vandaag gekenmerkt wordt door versnippering en verlies van identiteit.

Ik reconstrueerde samen met een aantal medestudenten (Het vooronderzoek, deel 1, van de scriptie is gezamenlijk geschreven) voor het eerst het ondergrondse mijngangenstelsel van Genk, een vergeten netwerk dat onder de stad sluimert. In plaats van mijnverzakkingen als bedreiging te zien, besloot ik ze te omarmen als ruimtelijk potentieel. Zo ontstond een masterplan waarin landschap en architectuur in dialoog treden, en waarin de ondergrond fungeert als geheugendrager én verbindende laag.

Mijn scriptie mondt uit in mijn masterproject, een sanatorium ingebed in het verzakkende landschap, is een voorstel voor helende architectuur. Geen steriele en witte zorginstelling, maar een plek van rust, openheid en traagheid, waar licht, uitzicht en materiaal een actieve rol spelen in het welzijn van de mens. Mijn zelf ontwikkelde 'Ten Tactics of Healing Architecture' boden de basis voor het ontwerp. Met deze scriptie wil ik aantonen hoe architectuur in tijden van transitie opnieuw zorg kan dragen. Zorg voor de mens, zorg voor het landschap, zorg voor het verleden én de toekomst, zorg als integraal ontwerpprincipe.
Meer lezen

Postscriptum

Hogeschool PXL
2025
Ben
Martens
Postscriptum is een masterscriptie in briefvorm waarin ik als architect en kunstenaar de relatie tussen architectuur, kunst, vergankelijkheid en context onderzoek. Via brieven aan kunstenaars en denkers (onder meer Daniel Buren, Luc Deleu, Chris Dercon) reflecteer ik op hoe menselijke ingrepen sporen nalaten in ruimte en tijd — bewust of onbedoeld. Het begrip collateral architecture loopt als rode draad doorheen de scriptie: de neveneffecten van ontwerp en vormgeving. In woord en beeld exploreer ik hoe minimale, disruptieve ingrepen de manier waarop we ruimte ervaren kunnen verschuiven. De scriptie pleit voor traagheid, twijfel en het toelaten van omwegen als strategie om anders te kijken naar wat verdwijnt, en naar de sporen die we als mens nalaten in het landschap.
Meer lezen

De impact van congitieve biases op investeringsbeslissingen

Universiteit Hasselt
2025
Sander
Sobota
Deze scriptie onderzoekt hoe Belgische particuliere beleggers in hun beslissingen worden beïnvloed door cognitieve biases — systematische denkfouten zoals verliesaversie, overmoed en confirmation bias. Aan de hand van een enquête bij 246 beleggers toont het onderzoek aan dat deze biases vaak leiden tot irrationeel gedrag, zoals het vasthouden aan verlieslatende aandelen of het overschatten van eigen kunnen. De studie benadrukt het belang van gedragsinzichten in de financiële wereld, zowel voor beleggers zelf als voor adviseurs en beleidsmakers.
Meer lezen

A green flag for the Flag System? Fostering a cultural change to tackle transgressive behavior in the Belgian Higher education

Andere
2024
Valéry Ann
Jacobs
Deze thesis situeert zich in de nasleep van de Belgische sociale #MeToo-beweging en belicht de toename van mediakritiek op grensoverschrijdend gedrag binnen het hoger onderwijs. Na het ontslag van een professor aan UHasselt in 2018 vanwege grensoverschrijdend gedrag, kreeg het thema meer aandacht door de veelbesproken rechtszaak rond de Belgische televisieproducent ‘De Pauw’. Vanaf begin 2022 kwamen er regelmatig berichten in de media over grensoverschrijdend gedrag aan alle Vlaamse universiteiten. Deze berichten brachten wijdverspreid grensoverschrijdend gedrag aan het licht, zoals pesten, intimidatie, discriminatie, geweld en (seksueel) wangedrag. Het (destijds) ontbreken van een duidelijke, eenduidige definitie, bijvoorbeeld in universitaire reglementen, ethische codes, maar ook in de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, belemmerde een goed begrip van het probleem en vertraagde een tijdige, gepaste en proportionele aanpak van deze incidenten. Deze thesis streeft ernaar een omvattende definitie van grensoverschrijdend gedrag te formuleren door middel van een narratieve literatuurstudie, waarbij de verschillende vormen ervan worden onderzocht. Het onderzoekt de systemische kwetsbaarheden in het hoger onderwijs die dergelijk gedrag in de hand werken en stelt op bewijs gebaseerde en praktijkgerichte maatregelen voor om dit tegen te gaan. Een belangrijk aandachtspunt van deze thesis is de ontwikkeling van een op bewijs gebaseerde training, geïnspireerd door het SENSOA Vlaggensysteem, aangepast om de verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag binnen instellingen voor hoger onderwijs te beoordelen en te bespreken. Deze training werd gevalideerd door de resultaten te vergelijken van deelnemers die de training volgden en nadien een enquête invulden over 15 scenario’s van grensoverschrijdend gedrag, met een controlegroep die dezelfde enquête online invulde zonder de training te volgen. De huidige resultaten tonen aan dat getrainde deelnemers grensoverschrijdend gedrag even goed beoordelen als de ongetrainde controlegroep, wat erop wijst dat personeelsleden aan instellingen voor hoger onderwijs in het algemeen al in staat zijn om zulke gevallen te beoordelen. De getrainde groep is echter beter in staat om hun eigen capaciteiten te evalueren en rapporteert een aanzienlijk positief leereffect bij het beoordelen van grensoverschrijdend gedrag. Hoewel de gebruikslimieten van het Vlaggensysteem worden opgezocht, blijkt het een waardevol kader om grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs beter te begrijpen en aan te pakken. Voordat definitieve conclusies getrokken kunnen worden, is verder onderzoek nodig in verschillende departementen, faculteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs. Pas dan kan hun potentieel worden gevalideerd, wat een echte cultuuromslag mogelijk maakt waarin grensoverschrijdend gedrag geen plaats meer heeft.
Meer lezen

Remediëring hoger onderwijs aan de fac ARK

Universiteit Hasselt
2024
Sander
Panis
  • Axelle
    Stulens
Genomineerde longlist Klasseprijs
Naar aanleiding van de vele studenten die aangeven niet te weten hoe om te gaan met feedback, blijkend uit het eigen onderzoek (observatie en bevraging), richt deze scriptie zich bijgevolg op hoe studenten getraind kunnen worden om op een effectieve manier om te gaan met deze feedback. Hieraan gekoppeld volgt het ontwerpen (en daarna ook het inzetten) van een remediëringstool en wordt er besproken wat de eventuele bijkomende mogelijkheden naar andere opleidingen in het hoger en secundair onderwijs toe zijn.

Dit onderzoek spitst zich uit over de nood aan remediëring in het hoger onderwijs in de eerste bacheloropleiding interieurarchitectuur. Er wordt dieper ingegaan op de verwachtingen van ontwerpdocenten (die eveneens begeleiding en juryleden vormen in het eerste opleidingsjaar) binnen het opleidingsonderdeel Ontwerpstudio.
Er wordt gezocht naar een manier waarop er kan achterhaald worden op welke vlakken er remediëring nodig is bij elk individu en waar als groep op getraind kan worden. In dit proces worden ook de rollen van zowel studenten als docenten binnen de remediëring van een individu onder de loep genomen.

Daar bestaande bronnen in de literatuurstudie omtrent remediëring voornamelijk over inhoudelijke remediëring spreekt, de cognitieve kennis, en onze eigen ervaring in zowel de ontwerpopleiding als de lerarenopleiding alsook een gesprek met de huidige ontwerpdocenten ons getoond hebben dat een ontwerpvak meer skills nodig heeft dan enkel het ‘weten’, ontwikkelen we een visuele samenvatting van de nodige kennisdimensies. Dit leidt naar het resultaat van een creatief product: het radardiagram van kennisdimensies als remediëringstool.

Dit onderzoek vormt de aanleiding voor meerdere vervolgonderzoeken zoals het uittesten van de ontworpen tools en het inzetten van deze tools in andere opleidingen in het hoger alsook secundair onderwijs.
Meer lezen

Een warme transitie naar het secundair onderwijs: Ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen met een andere moedertaal dan het Nederlands in het Huis van het Kind

Odisee Hogeschool
2024
Chiara
Pletinckx
Winnaar Bachelorprijs
Genomineerde longlist Klasseprijs
Onderzoeksvraag:

De overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs is niet makkelijk voor gezinnen. Om gezinnen daarin te ondersteunen, organiseren ze in Hasselt jaarlijks een Onderwijsbeurs. Tijdens de vorige edities van de Onderwijsbeurs hadden de betrokken organisaties, waaronder dienst Flankerend Onderwijsbeleid, de scholen en het Huis van het Kind, waar ik stage liep, het aanvoelen dat er niet veel gezinnen met een andere moedertaal gebruik maakten van het aanbod op de beurs. Dit terwijl Hasselt een stad is die wel wat diversiteit kent. Het HvhK vroeg mij om op zoek te gaan naar manieren om gezinnen met een andere moedertaal dan het Nederlands te bereiken en te betrekken op de Onderwijsbeurs, zodat ook zij de nodige ondersteuning kunnen krijgen tijdens deze transitie.

Daaruit ontstond de onderzoeksvraag: Hoe kunnen Huizen van het Kind gezinnen, waaronder in het bijzonder gezinnen met een andere moedertaal dan het Nederlands, met een migratieachtergrond, … ondersteunen en begeleiden tijdens de transitie naar het secundair onderwijs?

Korte samenvatting bachelorproef:

De Bachelorproef richt zich op drie veranderingsdoelen om gezinnen met een andere moedertaal dan het Nederlands beter te bereiken en te ondersteunen.

De vaststelling dat gezinnen waarvan Nederlands niet de thuistaal is, moeilijk worden bereikt op de Onderwijsbeurs door onvoldoende afgestemde informatie bracht mij bij het veranderingsdoel: Stad Hasselt en Huis van het Kind stemmen hun onderwijsaanbod beter af op deze gezinnen en bereiken hen effectiever op de Onderwijsbeurs. Door middel van de invalshoek taal- en cultuursensitiveit in de hulpverlening maakte ik kennis met het TOPOI-model en een diversiteitsbenadering om stereotype benaderingen te vermijden en de communicatiewaaier om communicatie te verbeteren. Op basis van tips uit deze modellen kom ik tot concrete voorstellen om het oorspronkelijke aanbod en materiaal aan te passen aan de doelgroep (bv. gebruik van pictogrammen en schema’s). Naast het afstemmen van het aanbod is het essentieel dat gezinnen door een vertrouwd gezicht, zoals de leerkracht, worden toegeleid naar dit aanbod.

Tijdens het proefproject dat ingevoerd werd ter ondersteuning van gezinnen waar Nederlands niet de thuistaal is, merkte ik dat de huisbezoeken concrete theoretische onderbouwing en uitwerking misten. Daaruit ontstond het veranderingsdoel: Huis van het Kind Hasselt zorgt voor een theoretisch onderbouwd kader voor huisbezoeken om het project duurzaam te maken. De invalshoek outreachend werken implementeerde werkvormen en modellen met een focus op zorgmissers. Een outreachend project volgt idealiter zes fases en houdt rekening met noodzakelijke competenties van de ondersteuner. Vanuit deze theorie werkte ik een draaiboek uit als houvast voor toekomstige ondersteuners in het project, met daarin aandacht voor meertaligheid en maatwerk. Hierbij is het noodzakelijk om de toekomstige uitvoerder van de huisbezoeken te bepalen: een professional óf een vrijwilliger, student, … die begeleiding nodig heeft.

Toen bleek dat ouders en kinderen steeds vaker samen de school- en studiekeuze maken, maar niet altijd dezelfde belangen hebben, ontstond het veranderingsdoel: Ouders en kinderen worden ondersteund om samen in gesprek te gaan (onder begeleiding van een hulpverlener) over hun wensen en noden omtrent de schoolkeuze. Via de invalshoek begeleiding van ouders en kinderen doorheen het keuzeproces kwam ik terecht bij gesprekskaders zoals de determinatietheorie en het systeem- en contextgericht perspectief. De kaders van driehoekgesprekken en bemiddeling bieden daarnaast ondersteuning om gemeenschappelijke belangen van ouder en kind te identificeren. Ik ontwikkelde een schoolkeuzespel met handleiding voor professionals om het keuzeproces te faciliteren. Kind en ouder leren elkaars belangen kennen en de professional neemt een bemiddelende rol op tijdens het spel. Een testfase dient verder te onderzoeken of de aanwezigheid van een professional noodzakelijk is voor een onderbouwd verloop, of dat het spel ook zelfstandig door gezinnen gespeeld kan worden.

Door deze veranderingsdoelen na te streven, streven we naar een inclusiever en effectiever onderwijs- en ondersteuningssysteem voor gezinnen waarvan Nederlands niet de thuistaal is. De concrete aanpassingen in het huidige materiaal en de ontwikkelde materialen zoals het draaiboek en het schoolkeuzespel kunnen bijdragen aan een betere afstemming van het aanbod op de noden van deze gezinnen, waardoor zij beter bereikt en betrokken worden.
Meer lezen

Implementeren van best practices met het oog op duurzame campusmobiliteit op Campus Hasselt en Campus Diepenbeek

Universiteit Hasselt
2024
Jeroen
Luyck
  • Issam
    Aabbasy
In het kader van het project transitiemanager sloegen de Universiteit Hasselt, Hogeschool PXL en Hogeschool UCLL de handen ineen om samen met, onder meer, de Stad Hasselt en de gemeente Diepenbeek, een gedragsverandering bij studenten en personeelsleden te realiseren. Het onderzoek richt zich op de totstandkoming van mobiliteitsinitiatieven die bijdragen aan een duurzamer verplaatsingsgedrag op en rond onderwijscampussen. Hiervoor werden interviews gehouden met onderwijsinstellingen uit binnen- en buitenland. De best practices uit deze interviews hebben geleid tot de opstelling van maatregelenpakketten met toekomstige maatregelen voor de Universiteit Hasselt.
Meer lezen

Van Bank tot Winkel: Interpersoonlijke servicescape in een doe-het-zelfzaak

Universiteit Hasselt
2024
Aura
Vanbuel
Mijn scriptie onderzoekt het model servicescapes en hoe dit een rol kan spelen in de toekomstige ontwerpen van retail design. Het eerste deel omvat de literatuurstudie. De betekenis van servicescapes, de relatie tot retail design en welke interpersoonlijke dienstverleningen er bestaan. De belangrijkste conclusie die hieruit voortkwam was dat het interpersoonlijke aspect van servicescapes relevant is voor retail design. Dit heb ik verder in detail onderzocht en hierdoor kwam ik tot een lijst van dienstensectoren die aandacht besteden aan het interpersoonlijke aspect. Finaal kwam de bankensector als meest relevante dienst, om verder te onderzoeken, naar voren. Daarop volgde het veldonderzoek startend met een online enquête om meer inzicht te verkrijgen in de wensen van de hedendaagse klant. Hieruit bleek dat er vooral in de sector 'fashion' en 'bouwmarkt' gebrek is aan interpersoonlijke service. Vervolgens heb ik casestudies van moderne banken, gelegen in Europa, geanalyseerd. Ze zijn een goed voorbeeld van de designstrategieën voor het interieurontwerp van een moderne bank. Dit onderzoek heeft zijn waarde voor retail design en heeft mij geholpen in de ontwikkeling van mijn masterproject.
Meer lezen

Van versnipperd naar verbonden landschap: een duurzame transitie van landschappen via nomadisch denken, trage wegen en hubs

Universiteit Hasselt
2024
Leen
Vansteenkiste
  • Lore
    Crijns
  • Taryn
    Traest
  • Britte
    Luts
  • Finn
    Boonen
  • Silke
    Grondelaers
Het Vlaamse landschap ondergaat een complexe transformatie, gekenmerkt door een toenemende versnippering van dorpen en een groeiend gebrek aan verbindingen met het omliggende landschap, als gevolg van uitbreidende ontwikkelingen en dominante infrastructuren. Deze problematieken vereisen een hernieuwde focus op leefbare dorpen en landschappen. In deze context richt dit onderzoek zich op de rol van trage wegen van deze wegen als katalysator voor verbindingen en als ruimtelijke concretiseringen van de nodige duurzame transitie.

Trage wegen worden binnen dit onderzoek benaderd als gemeengoed. Het herintroduceren van gedeeld landgebruik vormt een strategie om ruimtelijke degradatie door een marktgerichte samenleving tegen te gaan. Deze benadering van gedeeld ruimtegebruik wordt verder verkend vanuit het perspectief van het nomadische denken. De introductie van dit denkkader creëert ruimte voor het verbreden van de ontwerpdiscipline.

Uit onderzoek van trage wegen stellen we vast dat architectuur een rol van herkenning kan spelen in een context van verplaatsen en verbinden. Daarom introduceren we ankerpunten, of zogenaamde hubs, om trage wegen van leesbaarheid te voorzien. Op deze manier gaan verplaatsen en verblijven met elkaar in dialoog binnen een tastbaar verbindend netwerk.

Dit leidt tot de onderzoeksvraag:

Kunnen wij als ontwerpers plaatsmaken voor een shift naar nomadisch denken in de publieke ruimte, door zowel met trage wegen als hubs te ontwerpen die invulling kunnen geven aan de wereld van passanten?
Meer lezen

The Effect of a Highly Intensive and Task Oriented Intervention Camp on Postural Control in Children with Developmental Coordination Disorder

Universiteit Hasselt
2024
Linde
Cauwelier
  • Anke
    Schollen
Deze masterproef onderzoekt het effect van een hoog intensief taak georiënteerd trainingskamp op de posturale controle bij kinderen met DCD tussen 6 en 12 jaar oud. Deze thesisstudie is gesitueerd binnen een doctoraatstudie rond posturale controle bij kinderen met DCD. De belangrijkste aspecten die gebruikt werden tijdens de interventie waren taakgerichte activiteiten, 1-op-1 begeleiding, motorisch leren en het framework van posturale controle.
Meer lezen

Een case study naar studiekeuzeprocessen bij laatstejaars. The adventures of Alice, Cat, Rabbit and several others in Choosing Land

Universiteit Antwerpen
2024
Lise
Bergen
Laatstejaars in het secundair onderwijs maken een studiekeuze als ze verder willen studeren. Dat proces verloopt via vijf studiekeuzetaken die een belangrijke voorspeller vormen van studiesucces en drop-out in het hoger onderwijs.

Voorgaand onderzoek is hoofdzakelijk kwantitatief van aard. Bovendien is er gebrek aan gecontextualiseerd onderzoek op dit terrein. Daarom kiezen we in deze masterproef voor een kwalitatieve aanpak, meer bepaald een casestudy, waarmee we peilen naar de opvattingen, percepties en ervaringen van 13 laatstejaars gedurende een volledig schooljaar binnen de context van één school. Via interviews, observaties, documentanalyse, interventieonderzoek en vragenlijsten proberen we grip te krijgen op het studiekeuzeproces dat zij doorlopen. Daarnaast exploreren we in welke mate de functiebeperkingen autismespectrumstoornissen (ASS) en dyslexie invloed kunnen uitoefenen op het studiekeuzeproces. Ten slotte bekijken we de rol die de school speelt bij het begeleiden van studiekeuzeprocessen en onderzoeken we welke activiteiten jongeren hierbij waarderen.

Uit de resultaten blijkt dat jongeren die leercoaching volgen hun mogelijkheden breder en diepgaander exploreren dan jongeren die dat niet doen. De meeste leerlingen raadplegen hierbij bronnen zoals mensen, zowel bekenden als professionals, exploreren op afstand via websites, brochures en sociale media en leggen plaatsbezoeken af waar ze peers en docenten ontmoeten. Niet al deze bronnen zijn even kwaliteitsvol, waardoor jongeren ook op basis van desinformatie een keuze dreigen te maken. Verder stellen we vast dat eenzelfde leerling meerdere studiekeuzeprocessen kan doorlopen. Wie een eerste keuze maakt, maar een toegangsproef voor deze keuze moet afleggen, doorloopt een parallel keuzeproces om een backup-plan te voorzien. We merken dat dit tweede keuzeproces anders verloopt dat het eerste. Hierdoor stellen we niet alleen variabiliteit vast in de tijd en tussen leerlingen, maar ook binnen eenzelfde persoon.
Bovendien vinden we indicaties die doen vermoeden dat jongeren met ASS en dyslexie anders exploreren dan leerlingen zonder deze functiebeperkingen. Ten slotte waarderen leerlingen een aanpak op maat, waarbij scholen zowel één-op-één gesprekken als groepssessies voorzien om op een regelmatige basis studiekeuzebegeleiding aan te bieden. Een combinatie van verschillende generieke, gefocuste en vakspecifieke activiteiten, waaruit ze autonoom kunnen kiezen, zijn zinvol volgens deze respondenten.
Meer lezen

Ontwikkeling van een Python-tool voor het snel analyseren en ontwerpen van balken

Universiteit Hasselt
2024
Jens
Sanen
Deze scriptie beschrijft de ontwikkeling van een innovatieve softwaretool voor de analyse en het ontwerp van balken in bouwkundige constructies. De tool is speciaal ontworpen voor studenten bouwkunde om hen te helpen bij het begrijpen en toepassen van complexe berekeningen die nodig zijn voor het ontwerpen van veilige en efficiënte structuren. Naast het bieden van gedetailleerde stapsgewijze uitleg over de berekeningen, bevat de software functies zoals automatische optimalisatie van wapening, wat uniek is in vergelijking met bestaande professionele tools. De tool is eenvoudig in gebruik, voldoet aan de Belgische en Europese normen, en is bedoeld om zowel het leerproces van studenten te ondersteunen als een nuttig hulpmiddel te bieden voor professionals in de bouwsector.
Meer lezen