Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Comparison of Smartphone-Based 3D Body Measurements with Traditional Anthropometry and 4D Stereophotogrammetry: Reliability, Validity, and Accuracy in Healthy Adults

Universiteit Antwerpen
2026
Femke
Van Orden
  • Emma
    Van den Hoek
Deze scriptie onderzoekt de betrouwbaarheid, validiteit en nauwkeurigheid van smartphonegebaseerde 3D-scantoepassingen voor lichaamsmetingen in vergelijking met traditionele antropometrische metingen en 4D-stereofotogrammetrie. In een cross-sectionele studie werden 35 gezonde volwassenen gemeten met twee smartphone-apps (3D Measure Me en MeThreeSixty), een 4D-stereofotogrammetriesysteem en conventionele meetinstrumenten. De resultaten tonen aan dat 4D-stereofotogrammetrie en de app 3D Measure Me over het algemeen goede tot uitstekende overeenstemming vertonen met traditionele metingen, terwijl MeThreeSixty minder nauwkeurige en consistente resultaten oplevert. Vooral metingen van de ledematen bleken betrouwbaar, terwijl rompmetingen meer variatie vertoonden. De bevindingen suggereren dat smartphonegebaseerde 3D-scans, en in het bijzonder 3D Measure Me, een veelbelovend en toegankelijk alternatief kunnen vormen voor antropometrische metingen in de klinische praktijk, mits de beperkingen van bepaalde lichaamsregio's in acht worden genomen.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

“Dag lieve Ketnetters”: Het taalgebruik op de Vlaamse kinder- en jeugdzender Ketnet

Universiteit Antwerpen
2026
Maïté
Michiels
Als grootste Vlaamse kinder- en jeugdzender speelt Ketnet een belangrijke rol in de taalontwikkeling van jonge kijkers. Deze masterproef onderzoekt welke variatiepatronen het taalgebruik op Ketnet vertoont, met bijzondere aandacht voor het gebruik van standaardtaal, tussentaal en Engelse woorden.

Voor het onderzoek werden afleveringen van de programma’s Hallo Kroket, Karrewiet en #LikeMe geanalyseerd. Het taalgebruik werd onderzocht aan de hand van verschillende tussentaalkenmerken. Voor het Engels lag de focus specifiek op het gebruik van Engelse evaluatieve adjectieven. De resultaten werden vervolgens vergeleken met de taalrichtlijnen uit het Taalcharter van de VRT, waarin standaardtaal centraal staat. Voor Karrewiet geldt daarbij de strengste norm, aangezien het programma het Nieuwsnederlands hanteert.

Uit de analyse blijkt dat het taalgebruik op Ketnet varieert naargelang het programmagenre. Karrewiet sluit nauw aan bij de norm van het Nieuwsnederlands, terwijl Hallo Kroket en #LikeMe meer tussentaalkenmerken bevatten. Vooral de weglating van de eind-t in de korte functiewoorden dat, wat, niet en met komt regelmatig voor. Andere kenmerken, zoals het gebruik van ge of gij en niet-standaardtalige verkleinwoorden, blijven eerder beperkt. Ook het aandeel van het Engels blijkt opvallend klein, ondanks hun prominente plaats in de jongerentaal.

De resultaten tonen dus aan dat Ketnet bewust balanceert tussen de taalnorm en een geloofwaardige manier van communiceren met kinderen en jongeren. Hoewel de zender inspeelt op de leefwereld van zijn doelgroep, weerspiegelt het taalgebruik niet zozeer de Vlaamse jongerentaal.
Meer lezen

Arbeidsongeschiktheid in Vlaamse gemeenten. Een kwalitatieve vergelijkende analyse

KU Leuven
2026
Rens
Vandenbussche
Het aantal langdurig arbeidsongeschikten in Vlaanderen is de afgelopen decennia sterk gestegen, maar deze stijging verliep niet gelijkmatig tussen gemeenten. Terwijl sommige gemeenten percentages langdurige arbeidsongeschiktheid boven de 11 procent kennen, blijven andere onder de 4 procent. Deze lokale verschillen suggereren dat gemeentelijke kenmerken een belangrijke rol spelen. Deze masterproef onderzoekt welke combinaties van sociaaleconomische, demografische en arbeidsmarktgerelateerde factoren samenhangen met een hoog of laag aandeel langdurig arbeidsongeschikten in Vlaamse gemeenten.

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van Qualitative Comparative Analysis (QCA), meer specifiek crisp-set QCA. Deze methode laat toe om gemeenten te analyseren als configuraties van condities die samen leiden tot een bepaalde uitkomst. In totaal werden veertig Vlaamse gemeenten geselecteerd: de twintig gemeenten met de hoogste percentages langdurig arbeidsongeschikten en de twintig gemeenten met de laagste percentages.

De resultaten tonen aan dat langdurige arbeidsongeschiktheid niet verklaard kan worden door één afzonderlijke factor, maar het resultaat is van een complex samenspel tussen bevolkingskenmerken en arbeidsmarktstructuren. Gemeenten met hoge percentages langdurige arbeidsongeschiktheid worden vaker gekenmerkt door een sociaaleconomisch kwetsbare bevolking, een minder sterke arbeidsmarkt en arbeidsomstandigheden die het risico op uitval vergroten. Gemeenten met lage percentages langdurige arbeidsongeschiktheid vertonen daarentegen vaker gunstigere arbeidsomstandigheden en een bevolking met gemiddeld een sterkere sociaaleconomische positie.

De bevindingen onderstrepen dat langdurige arbeidsongeschiktheid een multidimensioneel en lokaal ingebed fenomeen is, waarbij verschillende condities elkaar versterken of compenseren. Deze studie biedt daardoor niet alleen inzicht in welke factoren relevant zijn, maar vooral in hoe specifieke combinaties van factoren leiden tot uiteenlopende gemeentelijke profielen.
Meer lezen

Tussen afscheid en verbondenheid Euthanasie in de thuiscontext als relationeel gezinsproces

Odisee Hogeschool
2026
kimberly
Vangheluwe
Euthanasie in de thuiscontext wordt vaak benaderd vanuit de autonomie van de patiënt en de medische besluitvorming. Deze bachelorproef toont echter aan dat euthanasie veel meer is dan een individuele keuze: het is een ingrijpend gezinsproces waarin partners, kinderen, mantelzorgers en andere naasten samen afscheid nemen en omgaan met verlies.

Vanuit een gezinswetenschappelijk perspectief onderzoekt deze bachelorproef welke rol de gezinswetenschapper kan opnemen in het ondersteunen van gezinnen tijdens een euthanasietraject in de thuiscontext. Aan de hand van een literatuurstudie, een praktijkgerichte probleemverkenning en twee geanonimiseerde casussen worden de emotionele en relationele processen binnen gezinnen in kaart gebracht. Daarbij staan thema's zoals gezinsveerkracht, anticiperende rouw, relationele autonomie, communicatie en de positie van kinderen centraal.

Het onderzoek toont aan dat gezinnen niet alleen behoefte hebben aan medische begeleiding, maar ook aan ondersteuning die ruimte creëert voor open communicatie, gedeelde betekenisgeving en emotionele afstemming. In het bijzonder blijkt dat kinderen baat hebben bij eerlijke, leeftijdsadequate informatie en betrokkenheid tijdens het afscheid.

Als antwoord op deze noden werden twee praktijkgerichte hulpmiddelen ontwikkeld: gesprekskaarten die moeilijke gesprekken binnen gezinnen ondersteunen en een narratief kinderboekje, Egel zegt zachtjes tot ziens, dat kinderen op een warme en begrijpelijke manier helpt omgaan met afscheid, liefde en verlies. Deze bachelorproef benadrukt de meerwaarde van de gezinswetenschapper als brugfiguur tussen de medische wereld en het gezin en pleit voor een meer relationele benadering van euthanasie in de thuiscontext.
Meer lezen

Van meten naar beleven: het motiverend inrichten van langeafstandslopen in de lessen LO van de eerste en tweede graad secundair onderwijs.

Odisee Hogeschool
2026
Sverre
Van Britsom
Deze bachelorproef onderzocht op welke manier lessen langeafstandslopen in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kunnen worden ingericht om de motivatie van leerlingen te verhogen. De motivatie van leerlingen hangt niet alleen af van de loopopdracht zelf, maar ook van de manier waarop deze wordt aangeboden, begeleid en geëvalueerd.
De resultaten tonen aan dat leerlingen langeafstandslopen vaak ervaren als een traditionele en weinig gevarieerde activiteit, meestal in de vorm van rondjes lopen of de Coopertest. Dit leidt regelmatig tot verveling, stress en een negatieve houding tegenover lopen. Zowel de literatuur als de onderzoeksresultaten tonen aan dat motivatie kan worden verhoogd wanneer lessen inspelen op de psychologische basisbehoeften van autonomie, verbondenheid en competentie. Concreet betekent dit dat leerlingen meer keuzevrijheid krijgen, samen kunnen werken, duidelijke doelen krijgen en positieve feedback ontvangen. Daarnaast blijkt dat speelse en gevarieerde werkvormen een positieve invloed hebben op de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
Op basis van deze inzichten werden de website “Lopen met beleving” ontwikkeld. Deze website bundelt inzichten rond gedragsbepalers voor motivatie, aanbevelingen voor motiverend evalueren en uitgewerkte loopvormen die onmiddellijk inzetbaar zijn binnen de lespraktijk. Hiermee biedt het product een concreet antwoord op de onderzoeksvraag.
De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de combinatie van inzichten en praktische toepasbaarheid. Het onderzoek toont aan dat langeafstandslopen niet beperkt hoeft te blijven tot traditionele duurloopvormen. De ontwikkelde website ondersteunt leerkrachten LO hierbij met bruikbare materialen en inspiratie. Op die manier kan deze bachelorproef bijdragen aan een positievere beleving van langeafstandslopen en een grotere betrokkenheid van leerlingen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Meer lezen

Kindhuwelijken in Centraal-Lombok: Een orthopedagogisch perspectief op preventie en begeleiding

Karel de Grote Hogeschool
2025
Saloua
Bedraoui
In mijn scriptie onderzoek ik het fenomeen van kindhuwelijken in Lombok. Dit doe ik vanuit het perspectief van een praktijkgerichte orthopedagoog.
Meer lezen

Typologie van sharenting-inhouden op Instagram

Universiteit Antwerpen
2025
Nena
Huybrechts
Sharenting is een veelvoorkomende praktijk onder jonge ouders. Deze ouders hebben vaak verschillende motieven om aan sharenting te doen, maar zijn zich ervan bewust dat deze praktijk ook bepaalde gevolgen kan hebben voor de privacy en veiligheid van hun kinderen. Aan het begin van deze studie werd een literatuuronderzoek uitgevoerd om deze motieven en gevolgen te identificeren, om te definiëren wat als risicovolle inhoud geldt en om de mindful sharenting-technieken te identificeren die ouders kunnen toepassen. Vervolgens werd een kwalitatieve inhoudsanalyse uitgevoerd en werd een steekproef van openbare Instagram-berichten verzameld met behulp van relevante hashtags zoals #kids en #momlife. De berichten werden systematisch gecodeerd en geanalyseerd op basis van een vooraf opgesteld codeboek.

Het belangrijkste doel van deze studie was het ontwikkelen van een typologie van sharenting-inhoud en specifiek het onderzoeken van het delen van risicovolle inhoud en het gebruik van mindful sharenting-technieken. De resultaten tonen aan dat ouders voornamelijk foto’s delen van alledaagse momenten, verjaardagen en gezinsuitstapjes. Ongeveer 34% van de geanalyseerde berichten bevatte risicovolle inhoud. Dit waren berichten die identificeerbare informatie bevatten of waarin negativiteit of naaktheid werd getoond. 28% van de ouders in deze studie paste bewust technieken toe die wijzen op mindful sharenting, zoals alleen de achterkant van het kind tonen of het gezicht van het kind afdekken met een emoji om de privacy te beschermen. Deze bevindingen suggereren dat er sprake is van een beperkte maar groeiende bewustwording omtrent de bescherming van de online privacy van kinderen. Verdere bewustwordingscampagnes worden aanbevolen om ouders beter te helpen de potentiële risico’s van het delen van beelden van hun kinderen online te begrijpen.
Meer lezen

Min of Meer Chambres d'Amis

Universiteit Gent
2025
Luca-Ray
Rogiers
  • Beth
    Lason
  • Angela
    De Roover
Een tentoonstelling is per definitie tijdelijk: kunstwerken worden
in een specifieke ruimte en gedurende een afgebakende periode
samengebracht. Na afloop blijven slechts sporen over - documentatie,
herinneringen, fysieke restanten - maar niet de tentoonstelling zelf als
geheel. Eenmaal voorbij, wordt het daarom vrijwel onmogelijk om haar
te herhalen. Toch zijn tentoonstellingen regelmatig het onderwerp van
retrospectie. Vaak wordt bij het terugblikken zo dicht mogelijk bij het
origineel gebleven, een poging om de oorspronkelijke ervaring opnieuw
vast te leggen. Dit roept onvermijdelijk een spanning op: tussen het
origineel en de reconstructie, tussen objectief feit en subjectieve
herinnering. Maar is het mogelijk om een tentoonstelling opnieuw te
vatten?

Deze masterproef onderzoekt de uitdagingen van de retrospectieve
aan de hand van Chambres d’Amis. Deze tentoonstelling bracht in
1986 kunst buiten de muren van het museum. 51 Kunstenaars werden
door Jan Hoet uitgenodigd om hun werk te tonen op 57 locaties in
Gent, voornamelijk privéwoningen. Drie maanden lang openden
bewoners hun deuren en veranderden hun leefruimtes tijdelijk in
tentoonstellingsruimtes. De kunst ging zo een directe dialoog aan met
de alledaagsheid van de architectuur. In 2026 viert Chambres d’Amis
haar veertigste verjaardag, waarbij sprake is van een retrospectieve. Het
concept van de oorspronkelijke tentoonstelling maakt het herinneren
echter heel lastig: veel werken zijn verdwenen, sommige huizen zijn
grondig verbouwd en meerdere bewoners zijn verhuisd. Bovendien
waren veel van de werken onlosmakelijk verbonden met de architectuur
waarin ze ontstonden.

Deze masterproef vertrekt vanuit het besef dat een retrospectieve
altijd gepaard gaat met een gevoel van verlies. Een exacte herhaling is
onmogelijk en resulteert onvermijdelijk in een vereenvoudiging. Het is
net in de erkenning van die complexiteit dat aan betekenis kan worden
gewonnen. Verlies hoeft niet noodzakelijk als verlies te worden ervaren;
wat ontbreekt is in zijn afwezigheid veelzeggend.

Vanuit die gedachte onderzoekt deze masterproef de mogelijkheden
voor een retrospectieve voor Chambres d’Amis. Om tot
tentoonstellingsvoorstellen te komen worden er drie posities ingenomen:
de onderzoeker, de ontwerper en de tentoonstellingsmaker. Deze
posities verwijzen respectievelijk naar de figuur die het archiefmateriaal
verzamelt, de figuur die de ruimtelijke drager vormgeeft, en de figuur
die daarmee de uiteindelijke tentoonstelling maakt. Dit resulteert in
drie voorstellen voor een retrospectieve, elk met een eigen positie ten
opzichte van het origineel. De tentoonstellingen werken verkennend, en
zijn elk op hun eigen manier Min of Meer Chambres d’Amis.
Meer lezen

Van Uniformiteit naar Veelzijdigheid: Een Ruimtelijk Renovatiekader voor de Adaptieve Transformatie van Kantoorgebouwen

KU Leuven
2025
Nathan
Verstappen
Stedelijke kantoorgebouwen uit de vorige eeuw bereiken massaal het einde van hun levenscyclus. Slopen lijkt vanzelfsprekend, maar is dat wel zo slim? Een samengestelde strategie die renovatie-ontwerp en kwantificatie van milieu-impact combineert, toont dat behoud niet alleen beter is voor onze klimaatdoelstellingen, maar ook een kans biedt om woningen, publieke ruimte en levendigheid terug te brengen in de stad.
Meer lezen

Political connections, corruption and road traffic safety: a Russian case study

Universiteit Gent
2025
Seppe
Van Den Berge
Een onzichtbaar sociaal mechanisme kwam aan het licht. Dat was geen evidente opdracht, want de gegevens om nepotisme of vriendjespolitiek aan te tonen zijn schaars, van wisselende kwaliteit en bovendien gevoelig. Toch leveren grote, ongefilterde datasets onverwachte schatten op. In mijn datagedreven thesis gebruik ik Russische cijfers om nepotistische effecten op te sporen in een nieuw domein: het verkeer. Een terrein dat tot nu toe grotendeels buiten het onderzoek naar nepotisme bleef, dat zich vooral op de arbeidsmarkt richtte.
Meer lezen

Public Awareness of Media Accessibility: A Study on Knowledge and Perception

Universiteit Antwerpen
2025
Jara
Van Den Berge
In mijn scriptie onderzocht ik hoe bewust de Belgische bevolking is van mediatoegankelijkheid, zoals ondertiteling of audiodescriptie, die ervoor zorgen dat iedereen media kan begrijpen en beleven. Aan de hand van een enquête met 140 deelnemers analyseerde ik vier vormen van bewustzijn: algemeen, cognitief, perceptueel en cultureel.

De resultaten tonen dat veel mensen de term wel kennen, maar niet goed weten wat het inhoudt. Slechts weinigen beseffen dat functies zoals ondertiteling ook onder mediatoegankelijkheid vallen. De meeste koppelen het vooral aan mensen met een beperking.

Met mijn onderzoek wil ik de kloof tussen beleid en publieke kennis verkleinen en aantonen dat mediatoegankelijkheid een fundamenteel mensenrecht is.
Meer lezen

INVESTIGATING FAIRNESS IN EPIDEMIC CONTROL

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sam
Vanspringel
In dit werk onderzoeken we hoe artificiële intelligentie kan helpen om epidemieën eerlijker en efficiënter aan te pakken. Met behulp van reinforcement learning leert een algoritme verschillende maatregelen uitproberen en afwegen, zodat het zowel de medische impact als de sociale last probeert te beperken. Dit onderzoek breidt eerder onderzoek uit door in de sociale last ook het risico op hospitalisatie in rekening te brengen. We kijken hoe het algoritme de maatregelen op een gebalanceerde manier aanpakt en verdeelt tussen de leeftijdsgroepen. Door middel van simulaties en visualisaties tonen we hoe het gebruik van artificiële intelligentie leidt tot meer gebalanceerde strategieën, zonder dat het de effectiviteit van bestrijding van de epidemie beïnvloed.
Meer lezen

Bescherming of beperking? De invloed van child trackingtechnologie op privacy, autonomie en ouder-kindrelaties bij gezinnen met adolescenten van 15 tot 22 jaar

Universiteit Antwerpen
2025
Manon
Timmerman
Child trackingtechnologie wordt vaak gebruikt in het gezinsleven om de veiligheid te vergroten en gemoedsrust te bieden. Het roept echter ook ethische vragen op over privacy, autonomie en vertrouwen. Hoewel veel onderzoek zich heeft gericht op kinderen en jongere adolescenten, is er een gebrek aan diepgaande kennis over hoe dergelijke technologieën gezinnen met oudere adolescenten beïnvloeden - die zich in een cruciale fase bevinden waarin ze onafhankelijkheid en privacybewustzijn ontwikkelen. Deze studie vult die leemte door de volgende onderzoeksvraag te onderzoeken: Hoe beïnvloedt het gebruik van child trackingtechnologie de ouder-kindrelatie en privacyonderhandelingen in gezinnen met adolescenten van 15 tot 22 jaar?

Op basis van de Communication Privacy Management Theory van Petronio onderzoekt deze studie hoe volgpraktijken worden geïmplementeerd, onderhandeld en ervaren binnen gezinnen. Met behulp van een kwalitatieve methodologie werden diepte-interviews gehouden met 23 deelnemers (11 adolescenten en 12 ouders) uit zes Vlaamse gezinnen.

Uit de bevindingen blijkt dat tracking vaak wordt geïntroduceerd op belangrijke momenten van toenemende onafhankelijkheid en over het algemeen wordt geaccepteerd door adolescenten, hoewel vaak zonder uitdrukkelijke toestemming. Ouders behouden de primaire controle over beslissingen omtrent tracking, terwijl adolescenten beperkte zeggenschap hebben over het gebruik ervan. Tracking kan leiden tot privacyturbulentie wanneer grenzen worden overschreden, wat conflicten of vermijdingsstrategieën kan veroorzaken.

Deze studie benadrukt het belang van een open dialoog en onderhandelde grenzen om spanningen te verminderen en wederzijds begrip te bevorderen. Ze draagt bij tot een beter begrip van de gezinsdynamiek die wordt gevormd door surveillancetechnologieën en moedigt een reflectieve benadering van digitaal ouderschap aan, waarbij de opkomende behoefte van adolescenten aan autonomie en privacy wordt gerespecteerd.
Meer lezen

Wandering through the osteocyte network of zebrafish vertebrae

Universiteit Gent
2025
Faith
Maes
Osteocyten, levende botcellen in de botmatrix, zijn de meest voorkomende botcellen bij zoogdieren. Ze reguleren botgroei, herstructurering en metabolisme via hun uitgebreid netwerk. Hoewel de zebravis een courant modelorganisme is in biomedisch onderzoek, richten de meeste studies naar zebravis botbiologie zich op botcellen die bot vormen (osteoblasten), gelegen op het botoppervlak en vroege ontwikkelingsstadia, vóór de ontwikkeling van osteocyten. Deze studie pakt het gebrek aan kennis over osteocyten in het volwassen zebravis skelet aan, specifiek hun morfologie, oriëntatie en distributie binnen de wervelkolom. We maken gebruik van continue seriële parasagittale coupes van volwassen zebravissen om de rugwervels te doorlopen. Lichtmicroscopie is gebruikt om osteocyten te meten en te beschrijven, en gepolariseerde lichtmicroscopie om de oriëntatie van het cellichaam en de cel uitlopers te identificeren ten opzichte van de oriëntatie van de vezels van de botmatrix. Osteocyt processen (of ook wel dendrieten genoemd) vormen een lacuno-canaliculair netwerk. De sterkte hiervan wordt beoordeeld door de osteocyt dichtheid te kwantificeren en de vertakking van dendrieten te evalueren. De studie focust op de osteocyt morfologie en de distributie van het lacuno-canaliculair netwerk tussen en binnen regio's van de wervels. Variaties in osteocyten grootte, vorm en distributie zowel tussen als binnen verschillende wervelregio’s werden geobserveerd. De osteocyten hebben een circulaire oriëntatie aan de uitersten van het wervellichaam (de eindplaten), maar zijn parallel met de anteroposteriore as in het midden van het wervellichaam. Dit komt overeen met de oriëntatie van de collageen vezels van de botmatrix. In de eindplaten van de wervelkolom is er een hoge abundantie van osteocyten ter hoogte van de Sharpey vezels met een dens netwerk van dendrieten die daarop loodrecht georiënteerd zijn. Het doornuitsteeksel heeft osteocyten met een verschillende morfologie. Ze zijn lang en dun met gepolariseerde lange dendritische processen die parallel georiënteerd zijn met de collageen vezels. Deze studie presenteert inzichten in osteocyten morfologie, densiteit en organisatie in wervellichamen van Danio rerio.
Meer lezen

Improving preconception care interventions for metabolically compromised women: the potential of Tirzepatide to restore oocyte quality as a way to overcome obesity-related subfertility

Universiteit Antwerpen
2025
Silke
Roofthooft
Obesitas is een wereldwijd toenemend gezondheidsprobleem dat nauw samenhangt met metabole verstoringen en vruchtbaarheidsproblemen. Incretine-gebaseerde geneesmiddelen winnen snel aan belang als een veelbelovende behandelingsstrategie in de strijd tegen deze obesitaspandemie, dankzij hun klinisch bewezen effectiviteit in gewichtsverlies en het verbeteren van systemische metabole parameters. In het bijzonder duale incretine-receptoragonisten, zoals Tirzepatide, hebben klinisch superieure resultaten aangetoond. Deze metabole voordelen maken Tirzepatide interessant in de context van preconception care interventions (PCCi). Obesitas wordt namelijk in verband gebracht met verminderde fertiliteit, voornamelijk als gevolg van een verminderde eicelkwaliteit en mitochondriale disfunctie in de eicel. Gezien Tirzepatide’s gunstige effecten op de metabole gezondheid, zou het mogelijk ook een positieve invloed hebben op eicelkwaliteit, aangezien de maternale metabole status de eicelkwaliteit beïnvloedt. Bovendien suggereren studies dat Tirzepatide de mitochondriale functies in somatische cellen beïnvloedt. Hoewel bestaande PCCi-strategieën, voornamelijk gefocust op gewichtsverlies en dieet normalisatie, enige verbetering in eicelkwaliteit tonen, blijkt uit studies dat de eicel en de mitochondriale functie niet volledig wordt hersteld. Dit benadrukt de noodzaak voor nieuwe PCCi-strategieën die zich specifiek richten op de ondersteuning van de eicel. Dit project onderzoekt daarom het potentieel van Tirzepatide als aanvullende therapie bij preconceptie dieetnormalisatie. Het richt zich op de vraag of Tirzepatide de eicel- en mitochondriale kwaliteit verder kan verbeteren dan bestaande dieetinterventies daar momenteel toe in staat zijn, en kan bijdragen aan het herstel van de mitochondriale functie in eicellen.
Meer lezen

Geen vluggertje, maar bewustzijn: de preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag in het secundair onderwijs

Vrije Universiteit Brussel
2025
Jolien
Roelens
Genomineerde longlist Klasseprijs
Dit onderzoek richt zich op de effectiviteit van Nederlandstalige preventieprogramma’s tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) in het secundair onderwijs en onderzoekt de ervaringen van Vlaams schoolpersoneel met deze programma’s. Er is gebruikgemaakt van een mixed-methods benadering. Enerzijds is een inhoudsanalyse uitgevoerd van zeventien Nederlandstalige preventieprogramma’s. Anderzijds is een zelfrapportage enquête afgenomen bij 57 schoolmedewerkers die betrokken zijn bij relationele en seksuele vorming, inclusief de preventie van SGG.

De analyse toont aan dat geen enkel preventieprogramma volledig voldoet aan de achttien wetenschappelijk onderbouwde criteria voor effectieve interventies. Wel bevatten de meeste programma’s enkele positieve elementen, zoals actieve leervormen en duidelijke handleidingen. Tegelijkertijd blijken herhalingssessies, genderspecifieke kennis en ouderbetrokkenheid vaak te ontbreken. Uit de bevraging blijkt bovendien dat leerkrachten regelmatig programma’s aanpassen of zelf samenstellen, wat de effectiviteit onder druk kan zetten. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel van het schoolpersoneel aan zich momenteel onvoldoende bekwaam of opgeleid te voelen om het thema SGG adequaat te behandelen bij middelbare scholieren.

Kortom, de bevindingen onderstrepen de nood aan een overkoepelend kader voor de evaluatie van SGG preventieprogramma’s. Duidelijke richtlijnen en structurele ondersteuning zijn essentieel om leerkrachten in staat te stellen het thema op een veilige, doeltreffende en wetenschappelijk onderbouwde manier aan te kaarten. Het systematisch trainen van schoolpersoneel vormt hierbij een cruciale stap. Een open, goed ondersteunde meldcultuur kan uiteindelijk bijdragen tot vroegtijdige detectie en preventie van SGG en kan mogelijk een daling in prevalentie tot gevolg hebben.
Meer lezen

De betrokkenheid van het kind in (echt)scheidingsbemiddeling

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Vastmans
Artikel 12 van het IVRK erkent het recht van kinderen om betrokken te worden in alle aangelegenheden die het kind aanbelangen. Bovendien moet aan hun mening passend belang worden gehecht, in overeenstemming met hun leeftijd en maturiteit. Hoewel dit spreekrecht stevig verankerd is in gerechtelijke procedures via artikel 1004/1 van het Gerechtelijk Wetboek, is er tot op heden geen juridische grondslag voor de uitoefening van dit recht in bemiddelingsprocessen die het kind aanbelangen. In het licht hiervan gaat deze masterthesis na hoe het spreekrecht van kinderen in het kader van (echt)scheidingsbemiddeling in België juridisch kan worden versterkt en verankerd. Hiertoe wordt een interdisciplinair onderzoek gevoerd, bestaande uit een juridische analyse van de wetgeving, rechtsleer en – in beperkte mate – rechtspraak, aangevuld met een empirisch onderzoek, waarin de huidige bemiddelingspraktijk in kaart wordt gebracht.
Meer lezen

Crafting Tomorrow's Museum Experience: Integrating Extended Reality (XR) for Accessibility, Engagement, and Education.

Universiteit Gent
2025
Hanne
Mannens
Extended Reality (XR) technologies, encompassing Virtual Reality (VR), Augmented Reality (AR), and Mixed Reality (MR), are increasingly reshaping sectors worldwide, including the museum field. This thesis examines the integration of XR in museum settings, focusing on its potential to enhance visitor engagement, accessibility, and educational outcomes while ensuring meaningful, user-centered experiences. As museums evolve from static repositories to dynamic, interactive environments, XR technologies offer a powerful means to transcend physical, geographical, and socioeconomic barriers, fostering deeper connections with diverse audiences.

Through a combination of literature review, field studies, and a case study of the Actual Day installation at MSK Ghent, this research investigates how XR can enrich museum experiences. The findings highlight the potential of XR to foster multisensory engagement, deepen emotional connections, and improve inclusivity by addressing physical, geographical, and socioeconomic constraints. However, the study also identifies key challenges, including funding limitations, ethical considerations, and technological obsolescence, which must be navigated to ensure sustainable implementation.

A central focus of this thesis is the importance of user-centered design and co creation, advocating for active visitor involvement in the development and assessment of XR applications. The study offers actionable strategies and a framework for aligning XR technologies with institutional missions, ensuring their transformative potential is realized in ways that are meaningful and inclusive.

This research contributes to the growing discourse on digital transformation in the cultural sector, offering evidence-based insights and practical frameworks for integrating XR technologies effectively. By blending technological innovation with human-centered practices, museums can redefine the visitor experience, ensuring cultural accessibility and engagement for future generations.
Meer lezen

Tegendraads. De subversieve mogelijkheden van amateuristische textielpraktijken: een onderzoek in Manoeuvres open atelier

Universiteit Gent
2025
Saar
Lermytte
Deze thesis weerlegt de veronderstelling dat textiel politiek onbelangrijk is. Sinds de
(vroeg)moderne tijd wordt het materiaal ingezet als instrument van onderdrukking, met name tegenover vrouwen en gekoloniseerde volkeren. Tegelijkertijd schuilt er in textiel ook een mogelijkheid van verzet. Voortbouwend op drie vastgestelde lacunes in huidig textielonderzoek, verkent deze thesis hoe amateuristische textielpraktijken een plaats van subversieve kracht kunnen zijn, met aandacht voor de samenkomst van gender en ras. Via een textiele etnografie bij Manoeuvre, een open textielatelier in Gent, worden drie subversieve strategieën geïdentificeerd: (1) de toegankelijkheid van textielbewerking; (2) het reclaimen van vrouwelijke en raciale connotaties – met daarbinnen aandacht voor publieke zichtbaarheid, intergenerationele en
interculturele verbindingen, plezier als verzetsdaad en het vormgeven van sociale identiteiten; en (3) de functie van textiel als lichamelijk, zintuiglijk en emotioneel kennissysteem. Ten slotte benadrukt de thesis dat de subversieve potentie van textiel afhangt van context en gebruik.
Meer lezen

Meer vrouwen aan het werk, minder last van vergrijzing?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Fadia
Farhat
Mijn masterproef onderzoekt of gendergelijkheid kan fungeren als buffer tegen de negatieve economische gevolgen van vergrijzing. Uit een analyse van data van 85 landen (2006-2024) blijkt dat gendergelijkheid de impact van vergrijzing kan verzachten, maar dat het effect sterk afhankelijk is van de context.
Meer lezen

Restafval redt de olijfboom

Erasmushogeschool Brussel
2025
Wout
Van de Cauter
  • Lorenz
    Hmittou
Genomineerde longlist Bachelorprijs
Onze scriptie vertrekt uit een bezoek aan Lisjak tijdens onze uitwisseling aan de universiteit van Koper (Slovenië), waar de vraag rees hoe reststromen als olijfpomace en -bladeren circulair te valoriseren.
IC rapport ultimate final count…
Onder begeleiding van olijfoliesommelier Wim Renneboog werkten we via designsprints een oplossing uit die olijfpomace ter plaatse omzet in hoogwaardige maatwerkcompost, afgestemd op blad- en bodemanalyse. Het model draait niet alleen in het oogstseizoen: buiten die periode verwerken we andere organische reststromen met lokale partners, zodat productie en impact jaarrond blijven. Zo koppelt de aanpak bodemherstel en weerbaardere olijfbomen aan een sluitende businesscase voor telers en perserijen.
Meer lezen

Magie en Macht: The wheel of power and privilege herwerkt tot een intersectioneel model voor analyse van young adult fantasy literatuur

Universiteit Gent
2025
Maya
Stuyven
Young adult fantasy literatuur leent zich voor kritische reflectie over identiteit, macht en
maatschappelijke structuren. Magie en alternatieve werelden bieden een symbolische
weergave van machtsstructuren, privilege en uitsluiting. Binnen het bestaande literatuur- en intersectionaliteitsonderzoek ontbreekt echter een intersectioneel instrument dat de
verwevenheid tussen magie en sociale machtsstructuren benadert. Deze masterproef herwerkt the wheel of power and privilege, zoals ontwikkeld door Sylvia Duckworth, om intersectionele machtsstructuren in YA-fantasy te analyseren, met specifieke aandacht voor magie. Ik demonstreer het gebruik van dit aangepaste model aan de hand van twee personages uit de boeken Shadow and Bone van Leigh Bardugo en Children of Blood and Bone van Tomi Adeyemi. Het aangepaste model biedt een systematisch en visueel denkkader dat toelaat om macht in fictieve werelden intersectioneel te analyseren en zo bijdraagt aan een verdiepend inzicht in de werking van fictieve machtssystemen.
Meer lezen

Taalonafhankelijke Detectie van Computation–Constraint Inconsistenties in ZKP-Programma’s via Waardeinferentie

Vrije Universiteit Brussel
2025
Arman
Kolozyan
Genomineerde longlist mtech+prijs
Zero-knowledge proof (ZKP) is een cryptografische methode waarmee kan worden bewezen dat een bewering klopt, zonder daarbij extra informatie prijs te geven. Denk bijvoorbeeld aan het aantonen dat iemand ouder is dan achttien zonder geboortedatum of naam te onthullen. Bij ZKP's zijn altijd twee partijen betrokken: de prover, die een bewijs aanlevert, en de verifier, die nagaat of dat bewijs correct is. Het bijzondere is dat de verifier kan vaststellen of een bewering waar is, zonder toegang te krijgen tot de achterliggende gegevens.

Hoewel dit veelbelovende mogelijkheden biedt voor privacy en veiligheid, is het programmeren van zulke systemen bijzonder complex. Ontwikkelaars moeten namelijk precies aangeven welke controles de verifier moet uitvoeren wanneer die een bewijs binnenkrijgt. Als er zelfs maar één controle ontbreekt, kan een vals bewijs toch worden aanvaard en vallen alle privacy-garanties weg.

Deze scriptie introduceert een formeel model om systematisch na te gaan of er nergens een controle ontbreekt. Met behulp van dit model konden zes nieuwe soorten kwetsbaarheden worden beschreven die door bestaande hulpmiddelen niet opgespoord konden worden. Toepassing van het model leidde tot de ontdekking van vijftien tot dan toe onbekende kwetsbaarheden in zes grote ZKP-projecten, waaronder die van Microsoft en TikTok.

Daarnaast werd een prototype ontwikkeld als eerste stap richting de automatisering van dit model. Het onderzoek toont aan dat zo'n aanpak veelbelovend is, maar dat toekomstige implementaties nog preciezer en efficiënter moeten worden om grote ZKP-programma's binnen een redelijke tijd te kunnen analyseren.
Meer lezen

Reward processing and the preference for sweet taste: exploring the relationship between sweet liker phenotypes and dispositional impulsiveness

Vrije Universiteit Brussel
2025
Helen
Stuy
  • Anahit
    Amirzadian
While links between sweet taste preference and impulsivity exist, the relationship with specific sweet liking phenotypes remains underexplored. This relationship may have implications for understanding reward related systems and dysfunction. This study investigated the association between sweet liking phenotypes and dispositional
impulsivity, using the Barratt Impulsivity Scale-11 (BIS-11), the BIS/BAS Scales, the Effortful Control Scale, and the Iowa Gambling Task (IGT). A cross-sectional design was employed with N=97 healthy adult participants. Sweet liking phenotypes were classified based on sweet taste assessment. Analyses revealed no significant differences in
BIS/BAS, Effortful Control, BIS-11, or overall IGT learning trends across the sweet liking phenotype groups. Although not confirmed by primary group comparisons, exploratory analysis of IGT performance suggested a potential trend for increased selection of the disadvantageous Deck B over time among individuals with higher sweet liking, pointing to impaired learning from negative outcomes and an insensitivity to punishment. These
findings suggest that BIS/BAS, Effortful Control, BIS-11 scores, and Iowa Gambling Task performance may not strongly differentiate sweet liking phenotypes; however, the study's power was limited by the relatively small sample size. Future studies employing dedicated tasks designed to isolate specific impulsivity facets are warranted.
Additionally, investigating the neural correlates of this relationship, particularly involving the ventromedial prefrontal cortex, could further clarify its mechanisms.
Meer lezen

“Think about the lives you are going to change”: egg donors’ narratives on blogs hosted by commercial recruitment agencies and fertility clinics

Universiteit Gent
2025
Siri
Hellin
Egg donors may face substantial health risks, making it essential that they receive comprehensive information to ensure valid informed consent. Additionally, altruistic narratives reinforce traditional gender norms, which may shape perceptions of who is seen as a ‘suitable’ donor. In light of these challenges, this study examined in what ways egg donor narratives are represented in blogs on websites of commercial recruitment agencies and fertility clinics. A thematic analysis of 43 blogs revealed four major themes: ‘Bloggers encouraging others to donate’, ‘The recipients as the focus points in bloggers’ stories’, ‘Bloggers constructing their identity’ and ‘Nothing negative to say about agencies and/or clinics’. The findings show that bloggers internalised and reinforced an altruistic, gendered and economic discourse. While further research is needed, this study offers valuable insights into the ways egg donor narratives are represented on commercial recruitment agencies and fertility clinic websites.
Meer lezen

Using common gen-AI tools to generate reading materials for A2-level ESL learners.

Universiteit Gent
2025
Annelies
Pandelaers
De toenemende beschikbaarheid van generatieve artificiële intelligentie (genAI) biedt taalonderwijzers nieuwe mogelijkheden om leesmateriaal op maat van hun leerlingen te ontwikkelen. Deze masterpraktijkproef onderzoekt of vrij toegankelijke gen-AI-platformen (met name ChatGPT en Google Gemini) in staat zijn om Engelstalige leesteksten te genereren die aansluiten bij het ERK niveau A2. Via een vergelijkende corpusanalyse werden AI-gegenereerde teksten geëvalueerd tegenover teksten uit twee gevestigde bronnen: Vlaamse handboeken en het Key A2 English-examen van Cambridge. De lexicale profilering gebeurde met behulp van AntWordProfiler om de woorddekkingsgraad van elke tekst te analyseren. Uit de resultaten van dit beperkte corpus blijkt dat de AI-gegenereerde teksten een hogere lexicale dekking bereikten dan de handboek- en examenteksten. De AI-teksten benaderden de drempel van 95% dekking die volgens het Coverage Comprehension Model noodzakelijk wordt geacht voor tekstbegrip. De teksten gegenereerd door Google Gemini bleken lexicaal sterker en beter afgestemd op pedagogische richtlijnen dan die van ChatGPT. De bevindingen suggereren dat genAI, mits aangestuurd door zorgvuldig geformuleerde prompts, inderdaad niveau-adequate teksten kan produceren. Dit kan mogelijk de werklast van leerkrachten verlichten en hen in staat stellen om leesteksten af te stemmen op specifieke onderwerpen of onderwijsnoden. Deze studie formuleert praktische richtlijnen voor promptontwikkeling en benadrukt de nood aan verder praktijkgericht onderzoek naar het begrip en de ervaring van AI-gegenereerde teksten door leerlingen.
Meer lezen

Stilstaan om vooruit te gaan. Hoe kunnen meditatiepraktijken binnen het bestaande aanbod van jeugdhulpverlening bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar?

Odisee Hogeschool
2025
Isa
Vanderseijpen
Deze bachelorproef onderzocht hoe meditatiepraktijken binnen de jeugdhulpverlening kunnen bijdragen aan het verminderen van stress en het bevorderen van veerkracht bij jongeren van 14 tot 18 jaar.
Uit een uitgebreide literatuurstudie blijkt dat meditatie, in het bijzonder liefdevolle-aandachtsmeditatie en ademhalingsoefeningen, aantoonbaar een positief effect heeft op de regulatie van stress en het herstel van veerkracht. De polyvagaaltheorie onderbouwt hoe meditatie via activering van de nervus vagus zorgt voor fysiologisch herstel bij stress. Jongeren in deze leeftijdsgroep bevinden zich in een kwetsbare ontwikkelingsfase en zijn extra gevoelig voor mentale druk, terwijl veerkracht net dan essentieel is. Aanvullend onderzoek via enquêtes bij jongeren en jeugdhulpverleners en interviews met professionals van Art of Living bevestigen deze bevindingen. 80% van de bevraagde jongeren ervaart stress, en velen staan open voor meditatie, mits deze laagdrempelig en aangepast wordt aangeboden. 90% van de jeugdhulpverleners heeft interesse in meditatie als werkvorm, al zijn er uitdagingen zoals gebrek aan tijd,
kennis en omkadering. De ontwikkelde meditatietool beantwoordt aan deze noden en is concreet inzetbaar binnen de jeugdhulppraktijk. De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de concrete omzetting van wetenschappelijke inzichten naar een bruikbare, evidence-based en respectvolle meditatietool voor jeugdhulpverleners. De tool biedt een laagdrempelige methode om stress te verminderen en veerkracht te versterken bij jongeren, met aandacht voor context, haalbaarheid en betrokkenheid van zowel jongeren als begeleiders.
Meer lezen

Hoe laten kinderen de pedagogische visie van een basisschool weerklinken in de voor- en naschoolse opvang?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Nele
Sleurs
Het huidig onderzoek vond plaats in Leefschool Het Biezebos te Waregem. In een participatief ontwerponderzoek werd de pedagogische visie van de school vertaald naar de voor- en naschoolse opvang. Dit vertrok vanuit de kinderen, aangezien kinderparticipatie de rode draad vormde in dit verhaal. Via het creëren van ruimte voor de stemmen van de kinderen uit de opvang (alle leeftijden) ontstond de mogelijkheid voor de kinderen om effectief invloed uit te oefenen op de ontwikkeling en toepassing van de pedagogische visie. Zo werd in co-creatie met de directeur, de zorgcoördinator en de verantwoordelijke van de opvang een gedragen pedagogische visie voor de opvang ontworpen, waardoor er pedagogische afstemming werd gecreëerd tussen de school en de opvang.
Meer lezen

Van stereotiep naar meer gelijkwaardig? De evolutie van genderrepresentatie in talige voorbeeldzinnen uit Nederlandstalige schoolboeken tussen 1985-1999 en 2000-2015

KU Leuven
2025
Gitte
Leysen
De meeste jongeren in Vlaanderen brengen gemiddeld 32 tot 36 uur per week binnen de schoolmuren door. Hoewel digitale leermiddelen daarin alsmaar meer hun intrede maken, blijven schoolboeken een cruciaal, al dan niet nog steeds belangrijkste, medium voor scholen voor het overbrengen van kennis. Schoolboeken bevatten naast die feitelijke kennis echter ook onderliggende normen en waarden, die genderspecifieke stereotypen kunnen overbrengen. Daarbij worden bepaalde persoonlijkheidskenmerken, activiteiten en rollen toegeschreven aan personages op basis van hun
gender. Een evenwichtige en niet-stereotiepe representatie van mannen en vrouwen verkiest echter de voorkeur aangezien dergelijke genderstereotypen een negatieve invloed kunnen hebben op het welzijn en aspiraties van adolescenten.
Talrijke studies die de representatie van gender in media, zoals radio, televisie en reclame, analyseerden, stelden patronen van ongelijke representatie en traditionele rolverdelingen tussen vrouwen en mannen vast. Hoewel genderrepresentatie in schoolboeken steeds vaker wordt onderzocht, richten die onderzoeken zich nauwelijks op de evolutie van genderrepresentatie en op middelbare schoolboeken en nog minder op Nederlandstalige schoolboeken. Dit onderzoek richtte zich daarom op de
evolutie van genderrepresentatie in Nederlandstalige schoolboeken bestemd voor de middelbare school.
Deze studie voerde een kwantitatieve inhoudsanalyse uit op een corpus van 615 talige
voorbeeldzinnen uit elf verschillende schoolboeken die bestemd waren voor het vierde, vijfde en zesde middelbaar uit twee afzonderlijke periodes, namelijk 1985-1999 en 2000-2015. Deze masterproef analyseerde diverse aspecten van genderrepresentatie. Er werd gekeken naar de beroepen, rollen, activiteiten en contexten waarin mannen en vrouwen voorkwamen en naar hun relatie tot passiviteit, fysiek uiterlijk, emoties en alcohol-, tabak- en drugsgebruik. De resultaten van dit onderzoek toonden aan dat traditionele representaties aanwezig bleven in de geanalyseerde zinnen. In beide tijdsperiodes werden in dit corpus vrouwen vaker geassocieerd met passiviteit, fysiek uiterlijk en huishoudelijke en sociale contexten. Mannen daarentegen waren
oververtegenwoordigd in beroepsmatige en autoritaire contexten en werden vaker geassocieerd met alcohol-, tabak- en drugsgebruik. Een opvallende en zorgwekkende bevinding was dat de aanwezigheid van vrouwen in leidinggevende functies zelfs afnam, terwijl die van mannen toenam. Op dat vlak stagneerde de representatie in schoolboeken niet alleen, maar deed die zelfs een stap terug, wat ingaat tegen de maatschappelijke verwachting.
De bevindingen van dit onderzoek laten zien dat de dominant heersende stereotiepe
genderrepresentaties grotendeels behouden bleven doordat de traditionele representaties in 2000-2015 aanwezig bleven bij het merendeel van de variabelen. Deze masterproef toont aan dat, ondanks de vergrootte maatschappelijke aandacht voor gendergelijkheid, genderstereotypen in schoolboeken ook anno 2000-2015 hardnekkig waren. Daarmee benadrukt dit onderzoek de blijvende noodzaak voor uitgevers, auteurs en leerkrachten om kritisch en bewust om te gaan met de representatie van gender in lesmateriaal.
Meer lezen