Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Wanneer autonomie een kleur krijgt

Universiteit Gent
2025
Pauline
Van de Walle
In mijn masterproef onderzocht ik hoe culturele en raciale vooroordelen de medische besluitvorming beïnvloeden rond vrouwelijke genitale modificaties in België. Via een experiment met videovignetten waarin drie vrouwen, enkel verschillend in huidskleur en religieuze achtergrond, dezelfde vraag stelden om hun binnenste schaamlippen te laten verkleinen, onderzocht ik hoe artsen daarop reageerden. Het onderzoek onthult subtiele maar betekenisvolle verschillen in interpretatie en taalgebruik, afhankelijk van wie de vraag stelt. Terwijl esthetische of medische motieven bij witte vrouwen als legitiem worden beschouwd, worden culturele of religieuze motieven bij niet-westerse vrouwen sneller geassocieerd met “verminking”.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Too hot to handle? Wat is de impact van de Brexit op rechtsmacht en toepasselijk recht in Business en Human-Rightszaken tegen multinationale ondernemingen in de EU en het VK?

KU Leuven
2025
Anna
Cartuyvels
Deze masterproef analyseert hoe de Brexit de inhoud, toepassing en interpretatie inzake rechtsmacht en toepasselijk recht beïnvloedt in Business and Human Rights-zaken in het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU). In de huidige geglobaliseerde economie besteden multinationale ondernemingen (MNO’s) hun productie vaak uit aan landen met goedkopere productiemogelijkheden, waar mensenrechten- en milieuschendingen geen uitzondering zijn. Slachtoffers botsen in de zoektocht naar gerechtigheid op een complex weefsel van ondernemingen waardoor de aansprakelijkheid vertroebelt en slachtoffers met lege handen achterblijven. Door zich juridisch af te schermen via dochtervennootschappen, proberen MNO’s aansprakelijkheid te ontlopen. In veel derde landen bemoeilijken rechtsonzekerheid, corruptie, partijdige rechtspraak en beperkte middelen de toegang tot gerechtigheid.
In het spanningsveld tussen mondiale bedrijfsactiviteiten en territoriaal begrensde rechtsmacht speelt het Internationaal Privaatrecht een sleutelrol. Via foreign direct liability-zaken proberen slachtoffers de moedervennootschap in haar thuisstaat aansprakelijk te stellen voor het falen in haar zorgplicht ten aanzien van een dochtervennootschap in het buitenland. Het Internationaal Privaatrecht bepaalt onder welke voorwaarden dat mogelijk is en welk recht van toepassing is. Door de Brexit is het VK niet langer gebonden aan de geharmoniseerde Europese regels waardoor er nieuwe risico’s maar ook opportuniteiten ontstaan. Is het VK na de Brexit een juridische schuilplaats geworden voor MNO’s, of stelt het zich net actief op als forum voor aansprakelijkheid?
Deze masterproef onderzoekt aan de hand van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer, het Europees kader rond rechtsmacht en toepasselijk recht en in welke mate dat tekortschiet bij de behandeling van foreign direct liability-zaken. Vervolgens wordt het Brits kader geanalyseerd en vergeleken met dat van de EU, met bijzondere aandacht voor het standpunt van slachtoffers in Business and Human Rights-zaken.
Meer lezen

"Un genre qui lui appartient en toute propriété." Marie-Antoinette Marcotte (1867-1929) en de weergave van de serre in de West-Europese schilderkunst tussen 1850 en 1930.

Universiteit Gent
2025
Marie
Harteel
Aan het einde van de 19e eeuw maakte de Frans-Belgische kunstenares Marie-Antoinette Marcotte haar handelsmerk van een uniek artistiek onderwerp: de serre. Talloze contemporaine recensies prijzen haar talent om de zonnige kleuren en broeierige atmosfeer op doek vast te leggen. Het originele onderwerp speelde tegelijk in op de maatschappelijke belangstelling voor de serrecultuur in Europa. Aan de hand van historisch en iconografisch onderzoek van het oeuvre van Marcotte en een 100-tal schilderijen door andere Europese kunstenaars wordt nagegaan hoe verschillende waarden, praktijken en sociale problematieken omtrent de serrebouw in de West-Europese samenleving tussen 1850 en 1930 in de schilderkunst zichtbaar worden. Het uitgangspunt van dit onderzoek is om primaire bronnen, archiefmateriaal en secundaire literatuur te combineren met iconografische analyse om de artistieke afbeelding van serres diepgaand te begrijpen.

Het eerste hoofdstuk belicht de sociaalhistorische bestaansvoorwaarden die de idylle van de serrecultuur mogelijk maken. Zowel de lokale en internationale populariteit van horticulturele tentoonstellingen als de koloniale botanica worden onderzocht. Om de planten in leven te houden was verder veel werk en zorg nodig. Afbeeldingen van de arbeidersklasse in de serres zijn uitzonderlijk, maar vormen belangrijke getuigenissen van het anders onzichtbare werk dat beladen is met complexe sociale en genderdynamieken. De actieve arbeid die in de schilderijen terug te vinden is, is op zijn best in een verwaterde versie herkenbaar in afbeeldingen van de bourgeoisie in de plantenkas.
Hoofdstuk twee belicht de weergave van de burgerij, voor wie de serres vooral ruimtes waren voor vrijetijd en ontspanning, alleen of met gezelschap. Daarnaast was de serre een locus van sociale interactie. Gaande van intieme relaties in de domestieke plantenkassen tot zien en gezien worden in de publieke wintertuinen, en van moederschap tot romantische allusies – de schilderijen brengen een brede waaier aan interpersoonlijke dynamieken in beeld.
In het laatste hoofdstuk wordt Marcottes oeuvre geanalyseerd vanuit een specifiek kunsthistorisch standpunt: het genre van het serreschilderij wordt uitgeklaard vanuit het perspectief van het bloemstuk en de daarmee geassocieerde genrehiërarchie en genderconnotaties. Ondanks dit traditioneel verwantschap worden conventies uitgedaagd door de vormelijke kracht van de architectuur enerzijds en de symbolische verbondenheid ervan aan ideeën van technologische vooruitgang en moderniteit anderzijds.

Gekaderd in de kunsthistorische evolutie van het bloemstuk, de sociaalhistorische relevantie van de serrebouw en het werk van haar tijdgenoten toont dit onderzoek de relevantie aan van Marcottes deeloeuvre als zijnde zowel vernieuwend als symptomatisch voor de tijdsgeest waarin het gemaakt werd.
Meer lezen

Obstetrisch geweld in Sub-Saharaans Afrikaanse en Europese contexten. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniale feministische lens.

Universiteit Gent
2025
Yana
Demey
Obstetrisch geweld en respectvolle geboortezorg staan op de agenda van overheden en internationale vrouwen- en gezondheidsorganisaties, met name in lage- en middeninkomenslanden. Obstetrisch geweld is een vorm van gendergerelateerd en medisch geweld dat historisch voortkomt uit genderongelijkheid, de ontwikkeling van de biomedische wetenschap en koloniale verhoudingen. Een vergelijkende literatuurstudie vanuit een dekoloniaal feministische lens waarbij 25 gepubliceerde gezondheidsonderzoeken werden geanalyseerd, toont hoe het concept van respectvolle geboortezorg een vorm van kolonialiteit inhoudt, obstetrisch geweld als een kleurenblind concept wordt toegepast en hoe de epistemische kennis van bevallende vrouwen niet of nog onvoldoende erkend wordt.
Meer lezen

Door de huid heen: Performancekunst en de radicale esthetiek van pijn op de Duystere Markt

KU Leuven
2025
Lies
Bogaerts
Mijn scriptie/thesis onderzoekt hoe pijn en lichaamsmodificatie binnen performancekunst, en specifiek op de Duystere Markt, bewust worden ingezet als artistiek en ritueel middel. Ik toon hoe het lichaam zo fungeert als medium voor expressie, transformatie en verbondenheid, en hoe dit ons denken over kunst en identiteit verruimt.
Meer lezen

Taal over terreur: een retorische analyse van het presidentiële discours over de War on Terror

Universiteit Gent
2025
Florentine
Moens
Dit onderzoek analyseert de retorische strategieën van vier Amerikaanse presidenten—George W. Bush, Barack Obama, Donald Trump en Joe Biden—met betrekking tot de War on Terror. Met een unieke methodologische combinatie van Aristoteles’ Ars Rhetorica en kritische discoursanalyse zijn zeven toespraken rondom belangrijke kenterpunten van deze oorlog onderzocht. De resultaten laten zien dat de presidenten vergelijkbare aristotelische overtuigingsmiddelen en stijlfiguren inzetten. De belangrijkste verschillen liggen echter in de constructie van vijandbeelden en in de persoonlijke retorische stijlen van de sprekers.
Meer lezen

De pluriformiteit van de overheid

Universiteit Hasselt
2025
Yorunn
Beeckelaers
Deze scriptie onderzoekt het overheidsbegrip binnen de Belgische rechtsorde met bijzondere aandacht voor de pluriformiteit ervan. De centrale vraag luidt: Wat is het juridische overheidsbegrip en hoe vertaalt de pluriformiteit ervan zich binnen de Belgische rechtsstaat?
Uit de analyse blijkt dat er geen eenduidige en alomvattende definitie bestaat, wat kan leiden tot rechtsonzekerheid en lacunes in de toepassing van het bestuursrecht. Daarnaast concluderen we echter ook dat het niet altijd wenselijk en mogelijk is om dit begrip volledig af te bakenen.
Deze scriptie bespreekt verschillende vormen waarin de overheid zich voordoet in onze staat. Zo
gaan we dieper in op de administratieve overheid, bestuursinstanties en overheidsinstanties en
openbare instellingen en diensten. Elk van deze begrippen kent een eigen juridische kwalificatie die
afhankelijk is van het toepassingsgebied. Ook behandelen we de toepassing van de
imperiumbevoegdheid binnen deze verschillende begrippen.
Daarnaast zullen we ook een rechtsvergelijking doen met onze buurlanden; Nederland en Frankrijk.
Dit toont de verschillende benaderingen en uitkomsten van beide landen en het verschil met België.
Nederland werkt met een functioneel overheidsbegrip in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), wat
zorgt voor rechtszekerheid en ruime toepasselijkheid. Frankrijk leunt dan weer sterk op de jurisprudentie van de Raad van State. België blijft achter met een fragmentarische regelgeving en een gebrek aan systematische afbakening.
De conclusie van deze scriptie is dan ook dat het streven naar een alomvattende en omlijnde definitie van het overheidsbegrip in België niet wenselijk of haalbaar is. In plaats daarvan moet er sterk worden ingezet op een specifieke benadering waarbij men elke regelgeving individueel bekijkt en specifieke criteria opstelt. Enkel zo kan het overheidsbegrip worden afgestemd op de realiteit van een gelaagde en evoluerende bestuursstructuur.
Meer lezen

Constructing Tales of Future Belgian Heatwaves Using Ensemble-Mining Strategies

Universiteit Gent
2025
Niels
Carlier
Hitte-extremen zijn moeilijk te onderzoeken door hun zeldzaamheid. Hoewel observaties en klimaatsimulaties essentiële inzichten bieden in toekomstige klimaatextremen, resoneren ruwe statistieken alleen vaak niet met het bredere publiek.

Storylines of Tales of Future Weather kunnen de kloof overbruggen tussen abstracte wetenschap en door mensen beleefde extreme weersomstandigheden, waardoor klimaatverandering tastbaar, herkenbaar en concreet wordt. Een storyline is een zelf-consistente beschrijving van een plausibel klimaatextreem - zoals een hittegolf - in een gegeven klimaat, gebaseerd grondige data-analyse, statistiek en impactmodellen. Zulke wetenschappelijk onderbouwde narratieven werpen licht op vragen als: "Hoe erg zouden de 2024 Balkanhittegolven geweest zijn in een warmer klimaat?" of "Waren ze mogelijk in een pre-industrieel klimaat?" Dergelijke informatie kan belangrijk zijn voor stakeholders en onze samenleving, maar het is niet a priori duidelijk wat de karakteristieken zijn van plausibele extremen in een gegeven, toekomstig klimaat. In mijn thesis introduceer ik een efficiënte methodologie om hittegolven te karakteriseren in een toekomstig Belgisch klimaat, die gebruik maakt van zowel geobserveerde temperatuursreeksen als gesimuleerde klimaatprojecties. Deze techniek kreeg de naam Global Warming Scaling of kortweg GWS.

In GWS wordt een observationele temperatuursreeks geschaald naar een toekomstig klimaat, bijvoorbeeld een opwarming van 2°C boven pre-industriële gemiddelden. In deze getransformeerde reeks zoeken we naar de recordwaarden voor bepaalde jaarlijkse klimaatindices die volgens ons jaren van extreme hitte aanduiden. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse piektemperatuur. Deze geschaalde recordwaarden worden vervolgens gezien als drempelwaarden die in het toekomstige klimaat overschreden moeten worden vooraleer we van een extreem jaar spreken.

Deze GWS drempelwaarden kunnen gebruikt worden in een zogenaamde data-miningprocedure, waar we in een groot ensemble van gesimuleerde klimaatvoorspellingen dergelijke jaren van extreme hitte gaan identificeren. Eens we zo’n event gevonden hebben, beschikken we over een set meteorologische velden die volgens onze methode geloofwaardig zijn voor een bovengemiddeld warm jaar in het bestudeerde toekomstige klimaat.

We kunnen deze meteorologische data met andere woorden gebruiken als input voor impactmodellen. Dit zijn wiskundige modellen die de impact van extreme temperatuur op de samenleving inschatten. Ik modelleerde in mijn thesis onder andere het aantal werkdagen dat verloren zou gaan door een toename in hittestress, stijgingen in riviertemperaturen, bosbrandgevaar onder aanhoudende droogte, potentiële toename van invasieve insectensoorten en meer. De resultaten van soortgelijke impactstudies kunnen gebruikt worden als referentiemateriaal in het construeren van een storyline met betrekking tot extreme hitte. Op die manier kunnen stakeholders aan de hand van zulke verhaallijnen de zwakke plekken in hun respectievelijke sectoren blootleggen, en kunnen beleidsmakers een beeld vormen van waarop ze zich moeten voorbereiden.
Meer lezen

MOSLIMVROUWEN EN DE HIJAB: ACADEMISCHE LOOPBAAN EN LATERE LOOPBAANKANSEN IN RELATIE TOT HET LERAARSCHAP

Universiteit Gent
2024
Oumaima
El Achraki
Deze masterproef onderzoekt de academische loopbaan en latere carrièremogelijkheden van moslimvrouwen die een hoofddoek dragen in het Vlaams onderwijs. Voor het onderzoek werden 28 moslimvrouwen bevraagd die een hoofddoek dragen en momenteel een lerarenopleiding volgen of recent hebben afgerond aan een Vlaamse hogeschool. Er werd gebruik gemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethoden, waaronder focusgroepen en diepte-interviews. Het onderzoek focust zich op het hoofddoekendebat en belicht hoe deze vrouwen hun ervaringen op dat vlak beleven met betrekking tot hun academische loopbaan en latere loopbaankansen, waarbij discriminatie een belangrijke rol speelt.
Meer lezen

Stalin door de lens van Nikita Michalkov de Burnt By The Sun-films als case study voor de veranderende geheugenpolitiek rond het stalinisme

Universiteit Gent
2024
Leander
Hanssen
Nikita Michalkovs 'Burnt by the Sun'-films als case study voor de veranderde geheugenpolitiek rond het stalinisme.
Meer lezen

Het is niet al goud wat blinkt: Een onderzoek naar de status van edele materialen binnen de hedendaagse sieraadkunst van 1967 tot nu

KU Leuven
2024
Ebba
Van der Taelen
Wanneer de - relatief korte - geschiedenis van de hedendaagse sieraadkunst onder de loep wordt genomen, valt op dat de status van edele materialen erg fluctueerde. Naar dit aspect van de hedendaagse sieraadkunst is tot op heden weinig diepgaand onderzoek verricht, een hiaat dat deze masterproef tracht op te vullen door informatie die zich vaak in de marges van primaire en secundaire bronnen bevindt te verbinden.

Terwijl in het Westen tot ver in de 20ste eeuw voorname sieraden uit edele materialen - zoals edelmetalen, parels en edelstenen - vervaardigd werden, ontstond er geleidelijk aan een tendens die het roer helemaal omgooide en het juk van traditie wilde afwerpen. De evidentie dat sieraden edele materialen moesten bevatten, werd in de late jaren zestig van vorige eeuw uitgedaagd door creaties die uit alternatieve materialen - zoals papier, hout, plastic en aluminium – vervaardigd werden. De sociale betekenissen van materialen – qualities - werden losgekoppeld van hun natuurlijke eigenschappen – properties - waardoor zowel edele als onedele materialen uit puur esthetische overwegingen in sieraden geïntegreerd konden worden. Deze verschuiving, bekend als material relativism, benadrukte dat de waarde van een sieraad niet langer afhing van de gebruikte materialen, maar eerder van het achterliggende concept en de verrichte artistieke arbeid. Dit markeerde in de late jaren zestig het begin van de hedendaagse sieraadkunst, waarbij materiaalkeuze voortkwam uit artistieke overwegingen in plaats van traditie.
Hoewel sommige sieraadmakers resoluut voor alternatieve materialen kozen en het gebruik van edele materialen stiefmoederlijk behandelden, bleven andere edele materialen trouw en trachtten ze er een nieuwe vormentaal voor te ontwikkelen. In de jaren zestig was er in de Duitstalige sieraadscene bijvoorbeeld nog steeds animo om met edele materialen te werken, terwijl deze in de Nederlandse scene bijna volledig verbannen werden uit ideologische optiek. Edele materialen bleven dus sluimeren in de hedendaagse sieraadkunst én hun gebruik werd door sieraadmakers geïnnoveerd - twee aspecten die in bronnen vaak onderbelicht bleven. De status van edele materialen zou in de daaropvolgende decennia nog vaak fluctueren: in sommige decennia werd het gebruik van edelstenen, edelmetalen en parels op grote schaal omarmd, terwijl deze materialen in andere stiefmoederlijk behandeld werden. Zo kende het klassieke, uit edele materiaal vervaardigde sieraad aan het einde van de jaren tachtig een heuse revival, die zich in de jaren negentig doorzette.

Het in vraag stellen van edele materialen is sinds het ontstaan van de hedendaagse sieraadkunst de facto een belangrijk kenmerk van deze toegepaste kunstvorm geworden, dat zich zowel uit in specifieke sieraadcreaties met het gebruik van edele materialen als onderwerp, als in publiekelijk gevoerde debatten tussen sieraadmakers en -onderzoekers.
Meer lezen

Tussenruimte

LUCA School of Arts
2024
Dragan
Marinkovic
Deze scriptie is een verhaal over het zoeken naar een thuis wanneer je op de vlucht moet. Een aanpassing aan de nieuwe wereld, nieuwe cultuur, nieuwe taal en nieuwe mensen. Ik vertel het verhaal van mijn ouders, zus en mij vanaf onze komst hier naar Vlaanderen in december 2010.

Daarnaast heb ik een eigen font / alfabet ontworpen dat de Latijnse alfabet (alfabet dat in West Europa en Amerika wordt gebruikt) gemengd met het Cyrillisch alfabet (Oost-Europees alfabet). De scriptie is in het Nederlands geschreven, maar bevat hier en daar woorden die in door mij ontworpen alfabet zijn geschreven. Dit daagt de lezer uit op intellectueel en fysiek vlak om de scriptie te lezen en te ervaren als iemand die de taal opnieuw leert. Het is een nabootsing van wat mijn ouders en ik hebben meegemaakt in het begin van de asielprocedure. Het ontcijferen van de vele brieven en documenten over de asielprocedure, in een taal die we nog niet machtig waren.

Interviews van mijn ouders heb ik ook afgenomen, om hun verhaal en aanwezigheid te versterken. Documenten van de asielprocedure zitten ook in het boek en vertellen op een ander laag hun verhaal (minder persoonlijk en menselijk).

Je leert in het boek ons kennen, een immigranten familie en hun verhaal. Je leert hun taal, cultuur en je bekijkt ze door een andere bril. Ik open een deur naar een thema dat voor veel autochtone mensen onzichtbaar is, maar een feit en leven is van veel immigranten.
Meer lezen

Franse militaire interventies in de Sahel: verklaringen hoe Russische inmenging de Franse terugtrekking beïnvloedde

Universiteit Gent
2024
Aelön
Messiaen
Deze masterproef heeft als doel om verklaringen te vinden voor de impact van Russische
inmenging op de terugtrekking van Franse militaire interventies in de Sahel. Daarbij wordt
gefocust op interventies van de afgelopen tien jaar met als vertrekpunt de toegenomen
militarisering in de regio. Dit zal namelijk een proces in gang zetten dat leidde tot de Franse terugtrekking waarbij onderzocht wordt wanneer en in welke mate Rusland via o.a. huurlingen (PMSC’s) invloed uitoefende. Voor het onderzoek naar de geselecteerde cases Mali, Burkina Faso en Niger wordt gebruikt gemaakt van de methode theory-testing process-tracing. Concreet wordt aan de hand van bevindingen uit de literatuur en voorgaand onderzoek een model opgesteld dat de verhouding tussen de militarisering van de Sahel, de Franse terugtrekking en de Russische inmenging theoretiseert. Hieruit worden hypotheses afgeleid en getest aan de hand van observaties. Een eerste vaststelling is dat er aanwijzingen zijn dat Rusland invloed uitoefende bij de gemilitariseerde lokale bevolking wiens onvrede leidde tot een staatsgreep, vooral door het bestaande anti-regeringssentiment te exploiteren. Vervolgens werden observaties gevonden dat Rusland via PMSC’s en lokale pro-Russische organisaties uit de civil society een anti-Frans narratief verspreidde bij de junta. Ten slotte werd met de uiteindelijke ontplooiing van Russische PMSC’s bevestigd dat de nieuwe machtshebbers voluit voor het aanbod van Moskou hebben gekozen. De impact van Russische inmenging op de Franse militaire terugtrekkingen van Opération Barkhane, Opération Sabre en Les éléments français au Niger werd dus in redelijke mate bevestigd, waarbij Rusland vooral een bestaand ongenoegen succesvol capteerde.
Meer lezen

Valorization of South Korean marine biowaste via hydrothermal carbonization: hydrochar synthesis and investigation of adsorption capacity

Universiteit Gent
2024
Elisa
Kooy
Winnaar NBN Sustainability Award
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze masterthesis behandelt het groeiende probleem van marien bioafval dat wordt gegenereerd door de consumptie van vis en schaaldieren, wat aanzienlijke milieu en socio-economische uitdagingen met zich meebrengt. Met de groei van de wereldbevolking wordt verwacht dat de productie van dergelijk afval zal toenemen, waardoor verantwoorde beheerstrategieën nodig zijn. Daarom werd het valorisatiepotentieel via hydrothermale carbonisatie (HTC) onderzocht. HTC werd op acht vis- en schaaldiersoorten uitgevoerd bij drie verschillende temperaturen (T = 200, 220, 240°C, t = 5u, w/b = 7). De geproduceerde hydrochars (HC) werden gekarakteriseerd door middel van point zero charge (PZC), elementaire en proximate analyse en FTIR. Hun adsorptiekarakteristieken werden geëvalueerd met behulp van kinetische en adsorptiemodellen en via éénpuntsadsorptie-experimenten met een anionische (methyloranje, MO) en kationische (methyleenblauw, MB) kleurstof. Daarnaast werd de invloed van de ionsterkte op de adsorptiecapaciteiten geëvalueerd. HC van schaaldieren vertoonde een hoger rendement (37- 69%) dan HC van vissen (15-22%). Bovendien vertoonde HC van schaaldieren een hogere PZC dan HC van vissen (7,93 versus 6,49). De adsorptiecapaciteit van de HCs (MB: 2,7-10,8 mg/g en MO: 5,9-9,2 mg/g) toonde een hogere adsorptiecapaciteit van MO voor de schaaldieren. De invloed van de ionsterkte in de adsorptie-experimenten werd aangetoond niet significant te zijn. Het verschil in opbrengst, PZC en adsorptieresultaten werd verklaard door de verschillen in de samenstelling van de soort vis en schaaldier, wat benadrukt hoe belangrijk het is om de inherente eigenschappen van de grondstof voor het gebruik van afval te achterhalen.
Meer lezen

Federalisme in crisis(tijden) In welke mate is er nog ruimte voor federalisme in een efficiënt crisisbeleid en hoe draagt noodrecht hiertoe bij?

KU Leuven
2023
Rani
Van de Gaer
Onderzoek naar de vormen en meerwaarde van noodbepalingen die de federale overheid toelaten te interveniëren in deelstatelijke bevoegdheidsmateries.
Meer lezen

Developing an Urban Green Accessibility Index for Flanders - A Comprehensive Analysis of Accessible Urban Green Spaces

KU Leuven
2023
Eline
Rega
Met groeiende steden wordt groene ruimte cruciaal voor de onze mentale en fysieke gezondheid. In deze scriptie werd de Urban Green Accessibility Index (UGAI) ontwikkeld en berekend voor Vlaanderen. Dit is een tool die de toegankelijkheid, kwaliteit en context van groen weergeeft. De resultaten tonen dat slechts 55% van de Vlamingen toegang heeft tot groen binnen 10 minuten wandelen van hun woonplaats. De informatie uit deze scriptie kan waardevol zijn voor beleidsmakers om deze tekorten aan te pakken.
Meer lezen

Animisme: relationaliteit in de context van metafoor en ontologie

KU Leuven
2023
Bernice
Brijan
Ondanks de hernieuwde aandacht voor animisme in de antropologie is animisme tot op heden zelden de focus geweest van een filosofisch discours. In deze studie staat daarom een kritische bestudering van benaderingen van animisme centraal in het licht van de zogenoemde "personalistische natuurteksten" uit de Hebreeuwse Bijbel. Meer specifiek richt de studie zich op de rol en betekenis van metaforisch taalgebruik in het zoeken naar een begrip van animisme.
Meer lezen

Frivoliteit en moderniteit. Parasols in de lange 19de eeuw: een analyse van de collecties van het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum in Brussel

KU Leuven
2023
Elena
Vanden Abeele
Deze scriptie analyseert de parasol als mode-accessoire in de lange 19de eeuw. Hierbij gaat de aandacht zowel naar de objecten zelf en hun plek in de mode, als naar hun plaats in de tijdgeest en zijn ideologieën. Het vertrekpunt van dit onderzoek zijn twee parasolcollecties uit de volgende Brusselse musea: het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum.
Meer lezen

Belasting van de gezinswoning in het schenkings- en successierecht in de drie gewesten

Universiteit Gent
2023
Lore
Tans
Belasting van de gezinswoning in het schenkings- en successierecht in de drie gewesten. Overdracht van de gezinswoning: planningstechnieken en hun fiscale gevolgen.
Meer lezen

Molly Spotted Elk (1903-1977) and The Surrealists: Transatlantic Modernisms in Interwar Paris

KU Leuven
2023
Charlotte
Greenaway
Molly Spotted Elk (1903-1977) was een Penobscot danseres, schrijver en actrice die in 1931 naar Parijs trok. Daar gaf ze advies aan de directie van het Ethnografisch museum in het Trocadéro paleis en werd ze een belangrijk onderdeel van de artistieke scène.

De Franse Surrealisten hadden vanuit hun primitivisme grote interesse voor al wat Native-American was, maar niet voor de dansen van Spotted Elk. Uit deze fundamentele tegenstelling blijken de verschillende, maar diachrone modernismes die bestonden in interbellum Parijs.
Meer lezen

Predictive Policing: Kwalitatief onderzoek naar een voorspellend criminaliteitsmodel in Nederland

Universiteit Gent
2023
Gert-Jan
Van de Walle
In dit kwalitatief onderzoek wordt nagegaan hoe het voorspellen van criminaliteit (predictive policing) in Nederland vorm krijgt, en hoe wij er in België van kunnen leren.
Meer lezen

The Motivations of Witoto Women to Become a Leader, Their Vision on Women Reinforcement and How Allies Can Support Them

Universiteit Gent
2022
Luca
Verhaeghe
Dit onderzoek baseert zich voornamelijk op de ervaringen van vrouwelijke Inheemse Witoto leiders afkomstig uit het Amazonewoud in Colombia. Hiervoor verrichtte ik een etnografisch veldwerkonderzoek tijdens de maanden februari, maart en april in 2022. Door de visie van deze vrouwen omtrent vrouwelijk leiderschap, de territoriale strijd en vrouwelijke versterking in beeld te brengen, tracht ik bij te dragen aan de dekolonisatie van de relatie tussen vrouwelijke leiders en hun bondgenoten. Daarnaast integreerde ik ook de visie van de socio-ecologische NGO 'Proterra' die als eerste een genderbenadering hanteerde in de samenwerking met deze gemeenschap.
Meer lezen

A Homeless Atlas - Shelter as a Hidden Housing Typology in New York City

KU Leuven
2022
Sophie
Demeestere
Het doel van deze scriptie is om de complexiteit en systematische structuur van een verborgen type huisvesting in het complexe stadslandschap van New York City bloot te leggen.
 
Deze studie is ontwikkeld als een grafische atlas om te laten zien hoe een verborgen daklozeninfrastructuur is ingekapseld in de ruimtelijke anatomie van New York City.
 
De grafische atlas illustreert zowel historische als huidige lagen van deze infrastructuur om aan te tonen hoe de opvang van daklozen verankerd is in de geschiedenis van de stad, hoe deze zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld en hoe deze heeft gereageerd op de COVID-19 pandemie.
 
New York, als één van de meest ongelijke en gesegregeerde metropolitane gebieden van het Westen, geeft een unieke inkijk in de daklozenproblematiek als een pertinente uitdaging voor steden wereldwijd.
 
Nu ook in Vlaanderen de ene crisis de andere opvolgt, en sociale ongelijkheid elke dag verder de pan uit swingt, is deze scriptie ook een parabel voor de gevolgen van toenemende neoliberalisering en sociale verloedering in de eigen nabije omgeving.
 
Het is dan ook een appèl aan de architectuur en stedenbouw om (opnieuw) een voortrekkersrol op te nemen in het debat rond huisvesting en mensenrechten in het algemeen.
Meer lezen

De succesfactoren van de Vlaamse COVID-19 vaccinatiecampagne

Universiteit Gent
2022
Célestine
Vandeputte
  • Justine
    Vanhooren
Deze masterproef trachtte om de succesfactoren van de Vlaamse COVID-19 vaccinatiecampagne in kaart te brengen, waarbij voornamelijk de keuzes van de verantwoordelijke besturen centraal staan.
Meer lezen

The Language of Trauma in Ken Saro-Wiwa's "Sozaboy"

Universiteit Gent
2022
Christopher
Hebert
De experimentele taal “Rotten Engels” die Ken Saro-Wiwa creëert in zijn veelgeprezen anti-oorlogsroman 'Sozaboy' is een bijzonder effectief middel om het trauma van oorlog en de ecologische impact van oorlog weer te geven.
Meer lezen

NATO and the CSTO in Afghanistan and Syria: a neo-realist and constructivist analysis

Universiteit Antwerpen
2022
Senne
De Kort
Dit is een neorealistische en constructivistische analyse van de NAVO en de CSTO in de oorlogen in Afghanistan en Syrië.
Meer lezen

Evaluatie van het Vlaams Woninghuurdecreet: studentenhuur

Universiteit Gent
2022
Lore
Tans
Evaluatie van het Vlaams Woninghuurdecreet dat inwerking trad op 1 januari 2019. Deze scriptie gaat meer specifiek over alle regels omtrent studentenhuur en toont de praktijk aan de hand van cases vanuit de vzw Op Krot.
Meer lezen

Discriminatie en vertrouwen van de LGBTQ+-community in de politiek: een internationaal perspectief

Universiteit Antwerpen
2022
Krusha Mae
Timmermans
Er is weinig informatie over de LGBTQ+-community en hun politiek vertrouwen. Meer specifiek is er weinig tot geen onderzoek gedaan naar de vraag of hun politiek wantrouwen wordt beïnvloed door de discriminatie die zij ervaren. Deze masterproef analyseert de mogelijke verschillen tussen het politiek vertrouwen, de discriminatie en de politieke participatie van de Belgische en de Hongaarse LGBTQ+-community, en of deze met elkaar verband houden. Uit de analyse van de ESS-enquêtegegevens blijkt dat dat niet het geval is voor al deze factoren. Discriminatie en politiek vertrouwen correleren over het algemeen wel, maar dat lijkt niet hetzelfde te zijn voor discriminatie en politiek vertrouwen van de Belgische en Hongaarse LGBTQ+-gemeenschap specifiek. Deze thesis laat zien hoe de LGBTQ+-community duidelijk niet kan worden veralgemeend naar andere minderheidsgroepen. Deze masterproef bevordert inzicht in hoe politiek wantrouwen, specifiek voor de LGBTQ+-community, kan voortkomen uit verschillende situaties en ervaringen, niet alleen uit de discriminatie die zij ervaren.
Meer lezen