Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Stilt voedselhulp alle honger?

Hogeschool VIVES
2026
Tessa
Pijlijser
“Je bent wat je eet”, maar wat betekent dat wanneer toegang tot voeding niet vanzelfsprekend is?
Deze bachelorproef onderzoekt hoe klanten van sociale kruidenier De Antenne in Oostende de werking beleven en hoe dit raakt aan hun levenskwaliteit. De groeiende structurele rol van voedselhulp in Vlaanderen en het beperkte centraal stellen van de stem van gebruikers vormen de aanleiding voor dit kwalitatief en participatief onderzoek. Hoewel sociale kruideniers inzetten op keuzevrijheid, participatie en menswaardigheid, blijft vaak onduidelijk hoe klanten dit aanbod ervaren en welke betekenis zij eraan geven.
Het onderzoek vertrekt vanuit een brede interpretatie van de werking, waarbij naast voedselhulp ook toegankelijkheid, begeleiding, ontmoeting en sociale contacten centraal staan. De centrale onderzoeksvraag luidt: “Welke betekenis geven klanten aan het aanbod van De Antenne, en hoe raken hun ervaringen aan verschillende aspecten van hun levenskwaliteit?” Daarbij werd aandacht besteed aan ervaringen, drempels, de afstemming van de werking op de leefwereld van klanten en het gebruik van praatkaarten als participatieve gespreksmethodiek.
Het literatuuroverzicht situeert voedselhulp binnen een historisch, maatschappelijk, beleidsmatig en mensenrechtelijk kader, waarin toegang tot voeding beschouwd wordt als een fundamenteel recht. De resultatenanalyse steunt op het WHOQOL-kader van de Wereldgezondheidsorganisatie en de capability approach van Amartya Sen en Martha Nussbaum.
Methodologisch werd gekozen voor semigestructureerde interviews. Tijdens de gesprekken werd vertrokken vanuit een open startvraag, waarna praatkaarten in de vorm van beeld- en emotiekaarten werden ingezet om gevoelens en ervaringen toegankelijker bespreekbaar te maken. De interviews werden opgenomen, getranscribeerd en aangevuld met observaties. Om de kwaliteitszorg van het onderzoek te bewaken werd gewerkt met een vast draaiboek, gestandaardiseerde kaartensets en een voorafgaande testfase.
De resultaten tonen dat De Antenne voor veel klanten meer betekent dan enkel een plaats waar betaalbare voeding aangeboden wordt. Respondenten beschrijven de werking als een plek van rust, ontmoeting en sociale verbondenheid. De warme sfeer, het respectvolle contact met medewerkers en vrijwilligers en de mogelijkheid om zelf keuzes te maken worden sterk gewaardeerd. Tegelijkertijd kwamen ook drempels naar voren, zoals schaamte, taalbarrières en gevoelens van afhankelijkheid. Kleine elementen zoals een warme ontvangst, duidelijke communicatie en een rustige sfeer blijken een belangrijke invloed te hebben op hoe klanten de werking beleven.
Daarnaast kwamen aanbevelingen naar voren rond toegankelijkheid, taaldiversiteit, ontmoeting en participatie. Ook de praatkaarten werden positief geëvalueerd omdat ze hielpen om gesprekken op gang te brengen en ervaringen bespreekbaar te maken. Tegelijk bleek dat hun meerwaarde sterk afhangt van de manier waarop ze door de interviewer worden ingezet en door respondenten worden geïnterpreteerd.
Deze bachelorproef besluit dat voedselhulp een complexe en persoonlijke invloed heeft op levenskwaliteit. Levenskwaliteit hangt niet enkel samen met toegang tot voeding, maar ook met waardigheid, keuzevrijheid, sociale relaties en de manier waarop hulp ervaren wordt. Daarom bepleit dit onderzoek het belang van écht luisteren naar klanten en hen actief te betrekken binnen voedselinitiatieven.
Meer lezen

Mandatory shifts in participatory food cooperatives: Members’ experiences and perceptions

KU Leuven
2026
Emma
Vannerom
  • Kobe
    Theylaert
Participatieve voedselcoöperaties streven ernaar duurzaam voedsel betaalbaarder te maken door hun leden te verplichten maandelijks enkele uren onbetaald werk te verrichten, waardoor de arbeidskosten dalen. Hoewel de bestaande literatuur over coöperaties veel aandacht besteedt aan de motivatie van leden om te participeren, is er weinig literatuur over participatie via verplichte shiften. De literatuur over vrijwilligerswerk benadrukt daarentegen hoe gevoelens van verplichting de motivatie negatief kunnen beïnvloeden. Daarnaast uiten sommige onderzoekers bezorgdheid over twee specifieke paradoxen in het model van participatieve voedselcoöperaties, namelijk het uitsluitende karakter van de shiften en hun onbedoelde gevolgen op macroniveau. Dit onderzoek bouwt voort op deze bestaande literatuur en maakt gebruik van gegevens uit 18 diepgaande interviews met leden van participatieve voedselcoöperaties in Vlaanderen en Brussel om de motivaties en percepties van leden te verkennen, evenals de paradoxen die in het model aanwezig zijn. De bevindingen benadrukken het belang van collectivistische motivaties, in het bijzonder het gemeenschaps- en eigenaarschapsgevoel dat leden ervaarden. De verplichte shiften bleken deze motivatie te versterken, omdat ze leden ertoe verplichten betrokken te blijven of een opstap bieden naar meer engagement. Hoewel leden de paradoxen van het model erkenden, zoals het uitsluitende karakter, bleven de meeste leden voorstander van de verplichte shiften, omdat zij deze shiften beschouwen als een cruciaal element van wat hun lidmaatschap waardevol maakt. Dit onderzoek draagt bij aan de bestaande literatuur door een beter inzicht te bieden in hoe leden verplichte vormen van participatie ervaren en door de houding van leden ten aanzien van de ethische paradoxen van participatieve voedselcoöperaties te verkennen.
Meer lezen

Een participatief actie-onderzoek naar inclusieve stadsvernieuwing en de integratie van de Comunidade do Pilar.

Universiteit Antwerpen
2026
Delphine
De Roy
Hoe kan een binnenstedelijke, gemarginaliseerde gemeenschap zoals de Comunidade do Pilar mee vormgeven aan inclusievere stadsvernieuwingsconcepten voor haar onmiddellijke en ruimere omgeving, en zo de noodzakelijke kennis ontwikkelen om haar recht op ruimtelijke inspraak beter te versterken en structureel te verankeren?
Meer lezen

Kennis van bachelorstudenten verpleegkunde over de patiëntenrechtenwet

HOGENT
2026
Bente
Van Parys
Deze bachelorproef onderzocht het kennisniveau van bachelorstudenten verpleegkunde over patiëntenrechten en de vernieuwde patiëntenrechtenwet van 2024. Aan de hand van een online vragenlijst bij 43 studenten werd nagegaan hoeveel kennis studenten hebben over patiëntenrechten en hoe zij hun eigen kennis hierover inschatten. De resultaten tonen aan dat studenten over een matige kennis beschikken en dat hogere opleidingsjaren niet automatisch leiden tot meer kennis. Daarnaast bleek dat studenten hun eigen kennis niet altijd correct konden inschatten. Het onderzoek benadrukt het belang van blijvende aandacht voor patiëntenrechten binnen verpleegkundige opleidingen.
Meer lezen

Key drivers and motivations for joining and participating in agricultural marketing cooperatives: The impact of farm size

KU Leuven
2025
Jef
Desmedt
  • Ariël
    Verschueren
  • Laurens
    Fievet
This thesis investigates the motivations and barriers that shape farmers’ participation in agricultural marketing cooperatives, with a focus on how farm size influences these dynamics. While established literature highlights economic, social, and governance-related drivers of participation, less is known about how these are perceived and prioritised by farmers of varying scales. Drawing on the Mutual Incentives Theory and elements of Self-Determination Theory, this study uses qualitative interviews with a diverse group of Flemish fruit and vegetable producers to explore motivational variation. Findings show that smaller farmers often highlight the cooperative’s stabilising role and deem their membership as critical, while larger farmers adopt a more strategic stance, valuing efficiency, autonomy, and access to alternative sales channels. Furthermore, the study reveals how collectivistic incentives, such as shared goals, are frequently internalised as individual business advantages. Ambitious, growth-oriented farmers, in particular, reported tensions between their entrepreneurial drive and the cooperative’s collective framework. This study contributes to the literature in three ways: by documenting how member motivations are interpreted through the lens of farm scale; by refining theoretical models of participation to account for strategic constraints; and by highlighting how motivation is shaped by context-specific perceptions, not fixed categories. These insights provide a more nuanced understanding of cooperative participation and offer broader relevance for motivation theory in collective organisational forms.
Meer lezen

Mapping Memory: Colonial Street Names and Public Memory in Belgium

Andere
2025
Lotte
Claerhout
Deze masterproef onderzoekt hoe België omgaat met de herinnering aan zijn koloniale verleden via straatnamen die nog steeds verwijzen naar het koloniale tijdperk. Aan de hand van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden wordt nagegaan waar deze straatnamen voorkomen, welke types namen het zijn en in welke politieke context ze behouden of hernoemd werden.

Op basis van gegevens uit de drie gewesten brengt het onderzoek in kaart welke koloniale straatnamen bleven bestaan, welke verdwenen en hoe die beslissingen samenhangen met lokale en institutionele factoren.

Een diepgaande analyse van vijf Vlaamse gemeenten (Balen, Dendermonde, Gent, Mechelen en Kortrijk) toont aan dat bijna alle bevestigde hernoemingen sinds 2002 gericht waren op verwijzingen naar koning Leopold II. Opvallend genoeg vonden deze naamsveranderingen uitsluitend in Vlaanderen plaats, wat wijst op duidelijke regionale verschillen in de omgang met het koloniale verleden.

Door koloniale sporen in de publieke ruimte letterlijk op de kaart te zetten, laat deze studie zien hoe België vandaag zijn verleden herinterpreteert en hoe discussies over identiteit, verantwoordelijkheid en historische rechtvaardigheid daarin een rol spelen.
Meer lezen

Sjorren aan de toekomst: een beleidsanalyse in functie van een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen

Universiteit Gent
2025
Cato
De Roover
Het onderzoek analyseert de kwetsbaarheid van Vlaamse jeugdbewegingen, die onder druk staan door gebrekkige infrastructuur, administratieve lasten, dalende ledenaantallen en veranderend vrijwilligersengagement. Via een kwalitatieve beleidsanalyse, gebaseerd op literatuur, interviews en een participatiemoment, werden vijf beleidsalternatieven ontwikkeld om een duurzame toekomst voor Vlaamse jeugdbewegingen te stimuleren. Twee daarvan, "Zelfstandiger Jeugdwerk" en "Opgewaardeerd Jeugdwerk", bieden het meeste potentieel. Het eerste bevordert de oprichting van ondersteunende vzw’s om lokale groepen meer autonomie te geven. Het tweede stelt een onderzoek en campagne voor om de maatschappelijke en economische waarde van jeugdwerk beter in de verf te zetten. Daarnaast formuleert de scriptie nog twee bijkomende aanbevelingen: het verminderen van de versnippering van administratieve taken via het Verenigingsloket en het versterken van de Vlaamse Jeugdraad als participatiekanaal.
Meer lezen

Oplossingsstrategieën voor het nieuwe demarcatieprobleem: een integratie van Resnik & Elliotts axiologische strategie met Wagners systemische strategie

Universiteit Gent
2025
Jan
Baecke
Niet-epistemische waarden spelen een onvermijdelijke rol bij alle fases van wetenschappelijk onderzoek. Hoe kunnen we legitieme waarde-invloeden onderscheiden van illegitieme? Ik stel een integratie voor van twee reeds bestaande strategieën in de literatuur: de axiologische strategie van David Resnik en Kevin Elliott (2023), en de systemische strategie van Wendy Wagner (2022). Beide strategieën kunnen elkaar in belangrijke mate aanvullen door elkaars individuele tekortkomingen wederzijds op te vangen en weg te werken. Zo zorgt Wagner er institutioneel voor dat de verschillende belangengroepen fysiek rond de discussietafel geraken, maar Resnik en Elliott helpen vervolgens om de “agenda” op te stellen van wat daar inhoudelijk
besproken moet worden indien we de onvermijdelijke waarde-invloeden in wetenschappelijk onderzoek kritisch voor het voetlicht willen brengen.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

De faciliterende rol van lokale besturen in inclusieve co-creatie: een vergelijkende casestudie van co-creatieprojecten in twee Vlaamse steden

KU Leuven
2025
Ella
Hermans
Lokale besturen spelen een sleutelrol in het creëren van een inclusieve samenleving. Toch ervaren kwetsbare groepen, zoals mensen in armoede, migranten, laaggeletterden en digitaal uitgesloten personen, vaak drempels om deel te nemen aan beleid en dienstverlening. Taalbarrières, wantrouwen en beperkte digitale vaardigheden zorgen ervoor dat hun stem minder gehoord wordt, terwijl hun betrokkenheid net cruciaal is om uitsluiting en ongelijkheid tegen te gaan.

Deze scriptie onderzoekt hoe inclusieve co-creatie vorm krijgt in Vlaanderen, via een vergelijkende casestudie in Genk en Beringen. Beide steden zetten sterk in op participatie, maar kiezen daarbij voor uiteenlopende strategieën. Genk werkt vanuit formele structuren met participatieambtenaren, wijkmanagers en instrumenten zoals het 'Burgerbudget'. Beringen kiest voor een relationele aanpak, waar nabijheid en vertrouwen centraal staan, en intermediairs zoals SAAMO Limburg bruggen bouwen naar moeilijk bereikbare groepen.

De analyse toont dat er geen universele succesformule bestaat. Duurzame co-creatie vraagt een geïntegreerde aanpak waarin structuren, netwerken, cultuur en middelen elkaar versterken. Een ondersteunende organisatiecultuur met vertrouwen, flexibiliteit en gedeeld leiderschap blijkt onmisbaar. Tegelijk zijn middelen zoals tijd, budget en expertise noodzakelijke voorwaarden om participatiedrempels daadwerkelijk te verlagen.

De kracht van co-creatie ligt dus in de combinatie van stabiliteit en nabijheid. Lokale besturen kunnen leren door structurele participatieverankering te koppelen aan relationele netwerken die aansluiten bij de leefwereld van burgers. Co-creatie wordt zo meer dan een methode: het is een proces van geduld, empathie en langdurige inzet, met het potentieel om inclusie in beleid en dienstverlening effectief te versterken.
Meer lezen

Leesmotivatie op de Toren van Babel: Wat maakt dat leerlingen met migratieachtergrond (niet) graag lezen?

KU Leuven
2025
Manon
Evrard
Dit onderwijsonderzoek situeert zich op de Toren van Babel in Gent, een school uitsluitend voor
anderstalige leerlingen. Uit de literatuur blijkt dat het leesniveau in Vlaanderen sterk daalt en dat
anderstalige leerlingen een steeds groter deel van de groep laagpresteerders representeren (De
Meyer et al., 2023). Recente literatuur ziet een significant verband tussen leesmotivatie en
leesvaardigheid, waardoor leesmotivatie een belangrijke factor is om op in te spelen als school (Toste
et al., 2020). Uit onderzoek van Gobyn et al. (2019) vloeien drie factoren voort die impact hebben op
leesmotivatie: autonomie, belonging en competentie. Het onderdeel belonging verdient hier
specifieke aandacht, aangezien verschillende studies ook uitwijzen dat school belonging, beïnvloed
door het diversiteitsbeleid van de school, een grote impact heeft op de prestaties van leerlingen met
een migratieachtergrond. Dit onderzoek wil de leesmotivatie van de taalbadleerlingen in kaart
brengen, achterhalen waarom ze (niet) gemotiveerd zijn om te lezen en vervolgens een aanzet geven
tot een leesbeleid dat rekening houdt met bovengenoemde factoren. De dataverzameling gebeurt
aan de hand van een vragenlijst, afgenomen bij alle 28 leerlingen uit het eerste jaar B-stroom, en 6
diepte-interviews met leerlingen die ook deelnamen aan de vragenlijst. Uit de resultaten blijkt dat de
meeste leerlingen een combinatie vertonen van autonome en gecontroleerde leesmotivatie. De
invloed van de school op leesmotivatie komt ook sterk naar voor. De vergaarde informatie en
inzichten in waarom leerlingen (niet) graag lezen zal gebruikt worden als startpunt om het leesbeleid
van de school vorm te geven.
Meer lezen

Crustatieve zorg voor mensen met ernstige persisterende psychiatrische aandoeningen : De meerwaarde door de ogen van patiënten

Universiteit Gent
2025
Nina
Harth
Probleemstelling : Personen met ernstige, persisterende psychiatrische aandoeningen (EPPA), zoals schizofrenie, zware depressie of eetstoornissen, ervaren langdurige en complexe zorgnoden. In de huidige zorgcontext dreigen personen met EPPA echter onder- of overbehandeld te worden. Om die reden werd crustatieve zorg ontwikkeld: een innovatief zorgmodel dat palliatieve principes toepast binnen de psychiatrie en focust op kwaliteit van leven. Hoewel eerste ervaringen met dit zorgmodel wijzen op een verbeterd welzijn van patiënten, ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing. Dit onderzoek wil dit hiaat vullen door het belevingsperspectief van personen met EPPA binnen crustatieve zorg te verkennen

Methode : Er werden 15 semigestructureerde interviews afgenomen bij personen met EPPA in drie Vlaamse voorzieningen die crustatieve zorg aanbieden Bijkomend werd foto-elicitatie ingezet om het narratief te ondersteunen. De interviews werden onderworpen aan een thematische analyse.

Resultaten : Uit de analyse kwamen vier hoofdthema’s naar voren: (1) sociale connectie; (2) zorg; (3) zingeving; en (4) identiteit. De analyse identificeerde spanningsvelden rond dwang en autonomie, sociale isolatie en organisatorische belemmeringen, die het welzijn beïnvloeden. Bewoners waardeerden vooral stabiliteit, structuur en nabijheid van zorgverleners, maar gaven ook aan nood te hebben aan meer inspraak, minder dwang en meer sociale connectie.

Conclusie : De resultaten tonen dat crustatieve zorg belangrijke (zorg)noden weet in te vullen. Tegelijkertijd beperken spanningsvelden het potentieel van het model. Het verminderen van deze spanningsvelden vraagt om versterking van inspraak in zorgtrajecten, actieve doorbreking van sociale isolatie, proactieve somatische zorg, en organisatorische ruimte om maatwerk te bieden.
Meer lezen

Hoe laten kinderen de pedagogische visie van een basisschool weerklinken in de voor- en naschoolse opvang?

Erasmushogeschool Brussel
2025
Nele
Sleurs
Het huidig onderzoek vond plaats in Leefschool Het Biezebos te Waregem. In een participatief ontwerponderzoek werd de pedagogische visie van de school vertaald naar de voor- en naschoolse opvang. Dit vertrok vanuit de kinderen, aangezien kinderparticipatie de rode draad vormde in dit verhaal. Via het creëren van ruimte voor de stemmen van de kinderen uit de opvang (alle leeftijden) ontstond de mogelijkheid voor de kinderen om effectief invloed uit te oefenen op de ontwikkeling en toepassing van de pedagogische visie. Zo werd in co-creatie met de directeur, de zorgcoördinator en de verantwoordelijke van de opvang een gedragen pedagogische visie voor de opvang ontworpen, waardoor er pedagogische afstemming werd gecreëerd tussen de school en de opvang.
Meer lezen

Bruggen bouwen naar zorg op maat. EEN KWALITATIEF EMPIRISCH ONDERZOEK NAAR DE HUIDIGE PASTORALE PRAKTIJK ROND VROEGTIJDIGE ZORGPLANNING IN VLAAMSE ALGEMENE ZIEKENHUIZEN

KU Leuven
2025
Gyrit
Ghillemyn
Tijdens het zorgproces kan een patiënt mee beslissen over welke zorg deze wel of niet wenst te ontvangen. Een patiënt kan dit actueel beslissen, maar er bestaan ook mogelijkheden om vooraf al na te denken over welke zorg men later wenst. Een mogelijkheid om hierover na te denken is via vroegtijdige zorgplanning (VZP). Dit is een continu proces, waarbij een zorgverlener met een patiënt en diens naasten spreekt over de waarden en wensen van de patiënt. Dit proces kan plaatsvinden in verschillende zorginstellingen, waaronder het ziekenhuis. Vroegtijdige zorgplanning is hier een multidisciplinaire aangelegenheid, waar de pastor ook in mee kan werken.
De focus van deze thesis ligt op de rol die pastores kunnen spelen in het proces van vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. De onderzoeksvraag die hierin centraal staat is: hoe ziet de huidige pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning in algemene ziekenhuizen in Vlaanderen eruit? Om een antwoord te formuleren op deze onderzoeksvraag wordt gebruik gemaakt van kwalitatief onderzoek, vooraf gegaan door een literatuurstudie.
Allereerst bestaat deze thesis uit een literatuurstudie. In deze literatuurstudie wordt eerst het concept van vroegtijdige zorgplanning uitgelegd. Ook wordt het juridisch luik rond vroegtijdige zorgplanning besproken. Hierna wordt ingegaan op vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Meer specifiek worden hier de kansen en uitdagingen besproken. Als laatste wordt de rol van de pastor in dit proces bekeken.
Het tweede deel van dit onderzoek bestaat uit het empirisch onderzoek. Dit onderzoek is een kwalitatief empirisch onderzoek. De resultaten voor dit onderzoek werden verzameld aan de hand van semigestructureerde interviews met acht ziekenpastores in Vlaanderen. Zij zijn in hun pastoraal werk bezig met vroegtijdige zorgplanning. Aan de hand van een thematische analyse werden deze interviews omgezet in zes hoofdthema’s waarvan enkele verder opgedeeld zijn in subthema’s. Samen beschrijven deze thema’s hoe de pastorale praktijk rond vroegtijdige zorgplanning eruit ziet in de ziekenhuizen waar de bevraagde pastores werken.
Uit de literatuur- en empirische studie kan geconcludeerd worden dat pastores een plek hebben in de multidisciplinaire werking rond vroegtijdige zorgplanning in het ziekenhuis. Zo hebben zij een focus die voordelig kan zijn in het proces. Ook voeren zij bepaalde interventies uit, waaronder het praten met patiënten, het invullen van wilsverklaringen en het vervullen van een brugfunctie. Deze interventies worden door de pastores vaak geregistreerd in het patiëntendossier van de patiënt. In het proces van vroegtijdige zorgplanning zetten de pastores ook enkele waarden centraal. Als laatste vinden ze het belangrijk om opleidingen rond vroegtijdige zorgplanning te volgen en eventueel ook zelf te organiseren. Op basis van deze resultaten worden in dit onderzoek ook enkele aanbevelingen gegeven voor ziekenhuizen en pastores. Deze beschrijven hoe zij kunnen werken rond vroegtijdige zorgplanning.

Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

Assisen in vraag gesteld: een kwantitatief onderzoek naar de publieke perceptie van lekenrechtspraak in België

Universiteit Gent
2025
Janne
Vandenberghe
Deze masterproef onderzoekt hoe het publiek het jurysysteem binnen het Belgische hof van assisen percipieert. Hoewel de assisenprocedure diep verankerd is in de Belgische rechtscultuur, staat zij steeds vaker onder druk door hedendaagse uitdagingen zoals budgettaire beperkingen en de roep om efficiëntie. Ondanks het fundamentele uitgangspunt van lekenparticipatie blijft de stem van de burger opvallend afwezig in academische en publieke debatten. Dit onderzoek vult die kenniskloof op door de centrale onderzoeksvraag te stellen: ‘Hoe wordt het systeem van de volksjury binnen het Belgische hof van assisen door het publiek ervaren?’

Om deze vraag te beantwoorden werd een gemengd juridisch-sociologisch kader ontwikkeld. De empirische kern van het onderzoek bestaat uit een kwantitatieve online survey (n=380). Deze survey onderzocht de houding van burgers tegenover de volksjury en hun voorkeuren inzake behoud of hervorming van het systeem. Sociodemografische kenmerken, juridische scholing en slachtofferschap werden meegenomen als verklarende variabelen. Het theoretisch kader werd opgebouwd via een kritische literatuurstudie en een vergelijkende rechtsanalyse met Frankrijk en Nederland.

De resultaten van de survey tonen een genuanceerde publieke houding. Enerzijds geniet de volksjury symbolische legitimiteit door haar democratisch karakter, anderzijds bestaan er aanhoudende twijfels over de juridische expertise van juryleden in complexe strafzaken. Twee derde van de respondenten steunt het systeem van de volksjury. Daarnaast verkiest maar liefst 83% een gemengd model waarin burgers en beroepsrechters samen beraadslagen. Juridische professionals en personen met een juridische opleiding stonden significant kritischer tegenover het huidige jurysysteem. Bovendien bleken attitudes ten aanzien van correctionele straffen een sterke voorspeller van steun voor de volksjury: respondenten die bestaande straffen te mild vonden, waren vaker voorstander van burgerparticipatie. Sociodemografische variabelen en slachtofferschap bleken daarentegen weinig verklarende waarde te hebben.

Dit onderzoek levert een bijdrage aan de juridische en criminologische literatuur door publieke houdingen tegenover het eeuwenoude instituut van participatieve justitie empirisch in kaart te brengen. Daarnaast is het beleidsmatig relevant, aangezien het de maatschappelijke steun voor hervormingsscenario’s in beeld brengt.
Meer lezen

Een podium voor de verpleegkunde. 50 jaar Week van de Verpleegkunde

KU Leuven
2025
Nona
Vinken
In deze masterproef heb ik onderzocht hoe de Week van de Verpleegkunde tussen 1975 en 2024 een podium vormde waarop verpleegkundigen hun professionele identiteit konden ontwikkelen en uitdragen. Terwijl de Belgische geschiedschrijving zich tot nu toe vooral heeft gericht op de identiteitsvorming van verpleegkundigen vóór het verkrijgen van hun juridisch statuut in 1974, betoog ik dat die formele erkenning geen eindpunt was, maar juist het begin van nieuwe vormen van professionele profilering. Aan de hand van archiefmateriaal en mondelinge bronnen heb ik geanalyseerd hoe het grootste jaarlijkse congres van het Nationaal Verbond van Katholieke Vlaamse Verpleegkundigen (N.V.K.V.V.) niet alleen een spiegel was van de evoluerende professionele identiteit van verpleegkundigen, maar ook een actieve rol speelde in de constructie ervan. Tussen 1975 en 1980 zocht de verpleegkunde, in het kielzog van het nieuwe statuut, naar erkenning als volwaardig en autonoom beroep, los van de medische autoriteit. De Week speelde hierop in door een eigen kenniscultuur te ontwikkelen en het beeld van een standvastige en zelfbewuste beroepsgroep zowel binnen de verpleegkundige gemeenschap als naar de samenleving toe uit te dragen. In de jaren 1980 en 1990 begonnen verpleegkundigen zich, onder druk van overheidsbesparingen in de zorgsector, steeds meer politiek te roeren, onder andere via bewegingen zoals de Witte Woede. Het N.V.K.V.V. gebruikte die spanningen om verpleegkundigen intern te versterken door hen neer te zetten als veerkrachtige en gespecialiseerde professionals. Tegelijkertijd groeide de congresweek uit tot een platform waarop zij hun eisen naar het beleid toe konden uiten. Tussen 2000 en 2024 werd de beroepsgroep steeds diverser, met meer specialisaties, niveaus en culturele achtergronden. Het N.V.K.V.V. maakte de Week inclusiever, zodat al deze verschillende verpleegkundigen zich als professionals konden profileren en hun stemmen konden laten horen. Sinds de coronacrisis van 2020 kreeg de congresweek ook een digitaal platform, wat de democratisering van het congres zowel versterkte als bemoeilijkte. Zo toont deze masterproef aan dat de Week van de Verpleegkunde niet alleen een spiegel van haar tijd was, maar ook een motor die de interne en externe dimensies van de professionele identiteit van verpleegkundigen sinds 1975 actief heeft versterkt.

Meer lezen

Op zoek naar de optimale schaal voor intergemeentelijke samenwerking rond jeugdbeleid: de invloed van politieke, economische en organisatorische factoren

Universiteit Gent
2025
Margaux
Cattrysse
Samen sterk voor jongeren
“Alleen kan ik een druppel op een hete plaat zijn. Samen met buurgemeenten voel ik dat we écht verschil maken voor jongeren.” Die uitspraak van een jeugdambtenaar vat mijn onderzoek samen: kleine gemeenten botsen op hun grenzen, maar samenwerking maakt hen sterker.
In dorpen zonder jeugddienst vallen jongeren vaak uit de boot. Wie een skatepark wil, een fuif organiseert of vragen heeft over mentaal welzijn vindt zelden ondersteuning. Grote steden hebben teams van jeugdambtenaren, kleine gemeenten vaak slechts één medewerker of geen. En dat terwijl uitdagingen toenemen: jeugdhuizen verdwijnen, fuiven nemen af en mobiliteit blijft moeilijk.
Samenwerking kan dit keren. Voorbeelden tonen dat het werkt: taxicheques in de Westhoek, OverKop-huizen waar jongeren laagdrempelig hulp vinden of het rijke vrijetijdsaanbod in bestaande samenwerkingen.
Mijn onderzoek naar zes samenwerkingen in Vlaanderen toont dat de ideale schaal ligt tussen drie en zes gemeenten. Vanaf vier wordt het financieel interessant, boven zes dreigt bureaucratie. Vertrouwen en nabijheid maken kleine groepen sterker en slagvaardiger.
Voor jongeren betekent dit geen beleidsnota’s, maar concrete kansen: fuiven die doorgaan, vervoer naar activiteiten, een plek om te chillen. Zoals een jeugdambtenaar zei: “We zien jongeren opnieuw opduiken die we anders kwijt waren.”
De valkuilen zijn bekend: politiek wantrouwen, scheve verdeling, te veel administratie maar met transparantie en duidelijke afspraken zijn ze te vermijden.
De conclusie is helder: alleen red je het niet, samen maak je het verschil.
Meer lezen

DE RELATIE TUSSEN WERKBELASTING EN DE TURNOVER INTENTIE VAN LEERKRACHTEN IN HET VLAAMSE ONDERWIJS. DE ROL VAN INTRINSIEKE MOTIVATIE

Universiteit Gent
2025
Janne
Van Cauter
Mijn masterproef onderzoekt de relatie tussen werklast en de turnover intentie van leerkrachten in het Vlaamse onderwijs, met bijzondere aandacht voor de rol van intrinsieke motivatie. Het theoretische kader is het Job Demands-Resources (JD-R) model, waarin werklast een taakeis is en intrinsieke motivatie als persoonlijke hulpbron fungeert.

Via een grootschalige kwantitatieve survey werden data verzameld bij 346 leerkrachten uit 40 Vlaamse basis- en secundaire scholen. De analyse toont dat een hogere werklast samenhangt met een sterkere intentie om het onderwijs te verlaten. Ook blijkt dat intrinsieke motivatie de kans op turnover intentie verlaagt, maar niet significant modereert tussen werklast en turnover intentie.

Mijn onderzoek wijst op de nood aan werkbare en motiverende werkomstandigheden in het onderwijs en levert zowel wetenschappelijke als beleidsrelevante inzichten aan voor het behoud van leerkrachten in een context van groeiende werkdruk en een structureel lerarentekort.
Meer lezen

De vergunning van projecten voor hernieuwbare energie: omgevings- en klimaatrecht als elkaars concurrenten?

Universiteit Antwerpen
2025
Thomas
Piot
Deze thesis onderzoekt hoe het omgevingsrecht een hindernis vormt voor de realisatie van windturbineprojecten in Vlaanderen, ondanks de toenemende nood aan hernieuwbare energie. Hoewel het omgevingsrecht oorspronkelijk werd ontworpen ter bescherming van milieu, ruimtelijke kwaliteit en burgerparticipatie, blijkt het in de praktijk vaak een complex en versnipperd geheel van regels te zijn dat windenergieprojecten vertraagt of zelfs verhindert. Via een analyse van concrete vergunningsdossiers en gerechtelijke uitspraken wordt aangetoond dat het huidige juridische kader onvoldoende afgestemd is op de urgentie van de energietransitie.

Lokale weerstand, ingewikkelde procedures en overlappende regelgeving zorgen voor rechtsonzekerheid en tijdverlies. Daarnaast blijkt de Vlaamse decreetgever weinig voortvarend in het nemen van noodzakelijke hervormingen. Ook andere hernieuwbare energieprojecten, zoals zonneparken of waterstofinstallaties, stoten op gelijkaardige juridische knelpunten. De thesis pleit daarom voor een coherenter, efficiënter en meer toekomstgericht vergunningskader dat zowel bescherming biedt als perspectief creëert voor duurzame energie-initiatieven.
Meer lezen

Designing Independence: A user-centered solution for active wheelchair users in cleaning their wheels

Universiteit Gent
2024
Soetkin
Cornelis
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze masterproef getiteld “Designing Independence: Een gebruiksgerichte oplossing voor actieve rolstoelgebruikers bij het reinigen van hun wielen” is geschreven door Soetkin Cornelis. Deze materproef werd ingediend tot het behalen van” Master of Science in de industriële wetenschappen: industrieel ontwerpen” aan de Universiteit Gent. Hierbij was dr. Bastiaan Caccarne de promotor en dhr. Henk Beyaert de begeleider.
Actieve rolstoelgebruikers leiden doorgaans een actief leven, met een carrière, gezin en hobby’s. Ze ervaren uitdagingen waar anderen niet bij stilstaan, zoals het zelfstandig reinigen van hun wielen. Dit specifieke probleem resulteert in het achterlaten van natte en/of vuile sporen en heeft ook emotionele en sociale gevolgen. Deze masterproef onderzoekt in opdracht van Move All The Way de ontwikkeling van een product dat actieve rolstoelgebruikers in staat stelt om op een eenvoudige, snelle en zelfstandige manier hun rolstoelwielen te reinigen. Hierbij wordt een sterk gebruiksgerichte aanpak gehanteerd, waarbij elementen uit de methodologie van Ulrich & Eppinger (2008) en de Double Diamond-methodologie (UK Design Council, 2005) worden gecombineerd in een eigen methodologie. Het onderzoek omvat een survey, interviews en drie reeksen gebruikerstesten, waardoor een diepgaand inzicht wordt verkregen in de ervaringen, noden en wensen van de doelgroep.
Het resultaat is een draagbaar product dat mechanisch rolstoelwielen reinigt. De uitwisselbare schoonmaaktools zijn aangepast aan verschillende reinigingsbehoeften Het reinigingsproces bestaat in het plaatsen van de tool tegen het wiel en het op de tool kantelen, waarna de band ter plaatse roteert en elk deel van de band wordt gereinigd. Doorheen het volledige proces is gewerkt met (voortdurende geëvalueerde en bijgestuurde) lijst met ontwerpcriteria wat verdere iteraties of varianten op dit product mogelijk maakt.
Meer lezen

Samen wonen zonder zorg(en)? Verkennend onderzoek naar de ervaring van bewoners van senior cohousing

Vrije Universiteit Brussel
2024
Britt
Hessels
Deze thesis onderzoekt de ervaring van bewoners, van wonen in een specifiek senior cohousingproject in België. Met de vergrijzing, economische verschuivingen en de vermaatschappelijking van de zorg als achtergrond, richt het onderzoek zich op alternatieve woonvormen om te voldoen aan diverse behoeften van een groeiende groep ouderen. Met behulp van vragenlijsten verspreid onder de bewoners van 9 Abbeyfieldwoningen in België, wordt inzicht verkregen in de invloed van wonen in een Abbeyfieldwoning op thema's als langer goed leven, fysieke gezondheid, sociale relaties, participatie en goed nabuurschap. Het onderzoek toont aan dat Abbeyfieldwoningen aantrekkelijk zijn voor 55-plussers vanwege sociale interactie, gemeenschapsgevoel en gemeenschappelijke activiteiten. Participatieve besluitvorming en wederzijdse zorg binnen senior cohousing verbeteren zowel fysieke als mentale gezondheid en versterken sociale relaties en levenskwaliteit. Bovendien biedt senior cohousing diverse mogelijkheden voor betrokkenheid en participatie, wat de collectieve dimensie van wonen in een Abbeyfieldhuis versterkt. De conclusie van dit onderzoek belicht diverse aspecten van wonen in een Abbeyfieldwoning. Terwijl een vaststaand profiel van bewoners, verhuisredenen en aantrekkingsfactoren worden geïdentificeerd, komen ook positieve ervaringen rond thema’s gelinkt aan samenwonen in een Abbeyfieldwoning aan bod. Echter wordt ook duidelijk dat dit niet zonder zorgen gebeurt. Het wonen in een Abbeyfieldhuis is geen vervanging voor residentiële zorg, maar een aanvulling op het woonaanbod voor ouderen. Het brengt nieuwe uitdagingen met zich mee die niet te negeren zijn, zoals omgaan met conflicten en een positieve samenwoonervaring bevorderen. Desondanks blijkt uit het onderzoek dat cohousing een alternatieve en waardevolle manier van samenleven is voor mensen boven de 55 jaar, die aandacht verdient in het bredere debat over huisvesting en zorg voor ouderen.
Meer lezen

Él Que se Apura, Pierde Tiempo He Who Rushes, Wastes Time* Charting the Course for a Just Energy Transition in the midst of a Green Hydrogen “Rush” in Magallanes, Chile: The Critical Role of Local Voices

Universiteit Gent
2024
Sil
Maslov
Mijn masterthesis onderzoekt de invloed van de dringende groene energietransitie en de daarbij snelgroeiende groene waterstofindustrie in Patagonië, Chili, op lokale gemeenschappen en het milieu. De studie benadrukt de spanningen tussen wereldwijde klimaatambities en de sociaal-ecologische rechtvaardigheid op lokaal niveau. Door middel van veldonderzoek en interviews met lokale activisten en betrokken burgers, breng ik de risico's van 'groen extractivisme' in kaart, waarbij schijnbaar duurzame technologieën leiden tot nieuwe vormen van exploitatie en marginalisatie. Mijn onderzoek pleit voor een inclusieve en rechtvaardige energietransitie, waarin lokale stemmen centraal staan.
Meer lezen

Participatie binnen De Zande

Hogeschool VIVES
2024
Marie
Degryse
  • Davina
    Dejonghe
  • Janick
    Van Loock
  • Margaux
    Maebe
  • Febe
    Vanderbeken
  • Chloë
    Van Steenbrugge
  • Chiandro
    Verschaeve
  • Julia
    Gheysens
De initiële vraag die deze bachelorproef in gang zette, kwam vanuit de gemeenschapsinstelling De Zande in Ruiselede. Het hoofddoel van dit onderzoek is om antwoorden te verschaffen op de vragen die binnen De Zande leven. Concreet brengen we in kaart hoe de participatie van jongeren in de gemeenschapsinstelling 'De Zande Ruiselede' verloopt, en hoe zij deze participatie ervaren. Daarnaast onderzoeken we ook de mate van participatie en de ervaring ervan bij de ouder(s) of voogd(en) van de jongeren. Participatie betekent het mee mogen beslissen en denken, en dit kan invloed hebben op het leven van de jongeren.

Onze hoofdonderzoeksvraag is “In welke mate ervaren jongeren en hun ouder(s)/voogd(en) participatiemogelijkheden binnen de gemeenschapsinstelling Ruiselede?”. Vanuit deze centrale onderzoeksvraag hebben we een aantal deelvragen opgesteld. Om deze vragen te beantwoorden, hebben we diverse onderzoeksmethoden gebruikt. We organiseerden cirkelgesprekken in vier leefgroepen om de jongeren te bevragen en voerden daarnaast individuele gesprekken met enkele jongeren.
Voor de ouder(s)/voogd(en) hebben we een enquête opgesteld. Om de respons op onze enquêtes te optimaliseren, organiseerden we aansluitend bij een ouderavond. Tijdens deze avond waren de ouders welkom om vragen te stellen omtrent onze enquêtes.

Met de resultaten van bovenstaande onderzoeksmethoden hebben we een SWOT-analyse opgesteld, waarin we de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de organisatie met betrekking tot participatie bespraken. Op basis van deze analyse kwamen we tot een aantal aanbevelingen voor De Zande, campus Ruiselede.

Uit het kwantitatief onderzoek waarin we ouder(s)/voogd(en) bevragen, kunnen we concluderen dat het grootste aandachtspunt de gesprekken met de individuele begeleiders zijn. Huisbezoeken, de ronde tafel, het trajectoverleg en de gesprekken met de contextwerker worden als waardevol ervaren en mogen behouden blijven. Daarnaast wensen sommige respondenten voor meer georganiseerde evenementen zoals familiedagen om de participatie te vergroten. Helaas ervaren enkele ouder(s)/voogd(en) dat de bereikbaarheid naar de gemeenschapsinstelling als moeilijk.

Vanuit ons kwalitatief onderzoek blijkt dat de jongeren hun stem kunnen laten horen tijdens hun traject. Echter, hun vragen of ideeën worden niet altijd opgevolgd. Ze ervaren vaak lange wachttijden op een antwoord, aangezien niet alle voorstellen haalbaar zijn. Een negatief antwoord op de vragen of voorstellen van de jongeren kan afhankelijk zijn van de begeleider die op dat moment dienst heeft. Ook moet de sanctie ‘kamermoment’ volgens de jongeren worden herzien.

Enkele aanbevelingen om de participatie van de ouders te bevorderen is onder andere om meer familiedagen te organiseren zodat er op een informele manier meebeslist kan worden binnen het traject van de jongere. Daarnaast hadden we het idee om een welkomstboekje te introduceren in de opstartprocedure van hun traject. Op die manier kunnen ouder(s)/voogd(en) meer kennis krijgen over wat participatie precies is en hoe deze tot uiting komt. Een andere belangrijk gegeven is de bereikbaarheid van de gemeenschapsinstelling. Er zou eventueel overlegd kunnen worden met het politieke bestuur om het openbaar vervoer toegankelijker te maken in die streek.

Er zijn ook een aantal aanbevelingen omtrent de participatie voor de jongeren. Een eerste actie is om meer gesprekken te organiseren tussen de jongere en de individuele begeleider. De jongeren geven ook aan dat ze meer behoefte hebben aan eerlijkheid en transparantie. Vervolgens willen we meer aandacht schenken aan de rol van de commissaris Eveline, die het aanspreekpunt is voor de jongeren.
Meer lezen

Hoe kan men jongeren betrekken bij het ontwikkelen van een jeugdcentrum in Leopoldsburg?

Hogeschool UCLL
2023
Zoë
Brock
In deze bachelorproef is onderzocht hoe men jongeren kan betrekken bij het ontwikkelen van een jeugdcentrum.
Meer lezen

Recently diagnosed obstructive sleep apnea patients: Knowledge, mindset, and journey

Universiteit Antwerpen
2023
Pauline
Vanhoof
Dit onderzoek toont het belang aan van de kennis en mindset van recent gediagnosticeerde obstructief slaapapneu patiënten. Verder wordt het belang van patiëntgerichte zorg benadrukt.
Meer lezen

A REVIEW OF THE HISTORIES PRESENTED IN RECENT LITERATURE ON HORIZONTAL ORGANIZATION. Finding common grounds for research into commons, cooperatives, participation and self-organization

Vrije Universiteit Brussel
2023
Dries
Van de Velde
A systematic and chronological overview of contemporary literature on horizontal organization (HO) is given; organizations with less hierarchy, more autonomy for the participants and tools for shared decision-making power: commons, cooperatives, participation/co-production and self-managing teams and organizations. This literature shows an evolution from 1900 towards an increasingly broad cultural understanding of organizations within the organizational sciences: at first the focus was only on the needs of the organization, nowadays a paradigm prevails that increasingly incorporates the needs of the participants and environmental factors.
Meer lezen

Ik ben hem niet: actie-onderzoek naar de stedelijke beleving van vrouwen met een migratieachtergrond in Antwerpen Noord

Universiteit Gent
2023
Lena
Verlooy
De ruimtenoden en behoeften van vrouwen met een migratieachtergrond zijn onvoldoende geïntegreerd in mainstream stadsplanning. Als gevolg voelen zij zich in de publieke ruimte niet welkom of onveilig. De thesis onderzoekt in samenwerking met vrouwen met een migratieachtergrond hoe een genderinclusievere stad eruit kan zien.
Meer lezen

Whodunnit? Conduct rules for experts attributing Flemish Renaissance and Baroque paintings

Universiteit Gent
2023
Ann
Van Eenaeme
Het al dan niet toeschrijven van een schilderij aan een oude meesters kan verregaande consequenties hebben. Deze thesis is een pleidooi voor een (regelgevend) kader voor deze activiteit, omdat dit op dit moment voor een groot deel onbestaand is.
Meer lezen

Small Spatial Greening Projects Influencing Gentrification Drivers

KU Leuven
2023
Bas
van der Putten
Studie rond het verschil tussen top-down en bottom-up approaches in vergroeningsprocessen. Inclusie van burgers in het proces blijken helpvol te zijn in de preventie van 'verkeerde' landschapsveranderingen, sociale veranderingen ten nadele van lange termijn bewoners, en eventuele misplaatsing van lage inkomstgezinnen.
Meer lezen