Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

WUSSY: het artistiek onderzoek achter het theaterdoek

LUCA School of Arts
2026
Roisin
Callaerts
  • Roisin
    Callaerts
Mijn scriptie is een artistiek onderzoek over mezelf als artiest die een toneelstuk maakt waarin ze komaf wil maken met haar eigen onzekerheid. Een stap die ze moet zetten voor ze als actrice in het werkveld kan stappen. Een onderzoek naar zelfacceptatie en wat ik als speler en maker nodig heb om mijn woorden tot bij een publiek over te brengen en hen te raken.
Meer lezen

“Dag lieve Ketnetters”: Het taalgebruik op de Vlaamse kinder- en jeugdzender Ketnet

Universiteit Antwerpen
2026
Maïté
Michiels
Als grootste Vlaamse kinder- en jeugdzender speelt Ketnet een belangrijke rol in de taalontwikkeling van jonge kijkers. Deze masterproef onderzoekt welke variatiepatronen het taalgebruik op Ketnet vertoont, met bijzondere aandacht voor het gebruik van standaardtaal, tussentaal en Engelse woorden.

Voor het onderzoek werden afleveringen van de programma’s Hallo Kroket, Karrewiet en #LikeMe geanalyseerd. Het taalgebruik werd onderzocht aan de hand van verschillende tussentaalkenmerken. Voor het Engels lag de focus specifiek op het gebruik van Engelse evaluatieve adjectieven. De resultaten werden vervolgens vergeleken met de taalrichtlijnen uit het Taalcharter van de VRT, waarin standaardtaal centraal staat. Voor Karrewiet geldt daarbij de strengste norm, aangezien het programma het Nieuwsnederlands hanteert.

Uit de analyse blijkt dat het taalgebruik op Ketnet varieert naargelang het programmagenre. Karrewiet sluit nauw aan bij de norm van het Nieuwsnederlands, terwijl Hallo Kroket en #LikeMe meer tussentaalkenmerken bevatten. Vooral de weglating van de eind-t in de korte functiewoorden dat, wat, niet en met komt regelmatig voor. Andere kenmerken, zoals het gebruik van ge of gij en niet-standaardtalige verkleinwoorden, blijven eerder beperkt. Ook het aandeel van het Engels blijkt opvallend klein, ondanks hun prominente plaats in de jongerentaal.

De resultaten tonen dus aan dat Ketnet bewust balanceert tussen de taalnorm en een geloofwaardige manier van communiceren met kinderen en jongeren. Hoewel de zender inspeelt op de leefwereld van zijn doelgroep, weerspiegelt het taalgebruik niet zozeer de Vlaamse jongerentaal.
Meer lezen

ALTER.UP, Een digitaal upcyclingplatform als duurzaam alternatief voor trendgevoelige overconsumptie

Universiteit Antwerpen
2026
Marthe
Schouwenaars
Deze masterproef, uitgevoerd binnen de opleiding Productontwikkeling, onderzoekt hoe een digitaal product-dienstsysteem consumenten kan stimuleren om kleding te upcyclen als duurzaam alternatief voor trendgevoelige overconsumptie. Vanuit een uitgebreid onderzoeks- en ontwerpproces werden menskundige, technologische en economische inzichten vertaald naar een concreet concept, ALTER.UP, een digitaal upcyclingplatform. Het iteratieve ontwerpproces, met conceptontwikkeling, prototyping, gebruikersvalidaties en verfijningen, vormt de kern van deze thesis en toont hoe een doordachte productontwikkelingsmethodologie kan leiden tot een innovatieve, gebruiksvriendelijke en duurzame oplossing.

ALTER.UP begeleidt gebruikers gedurende het volledige upcyclingproces. Via een 3D-lichaamsscan wordt een persoonlijke avatar aangemaakt waarop bestaande kledingstukken digitaal kunnen worden gevisualiseerd. Gebruikers kunnen vervolgens verschillende upcyclingontwerpen uitproberen en aanpassen aan hun eigen stijl, waardoor ze vooraf een realistisch beeld krijgen van het eindresultaat. Na het kiezen van een ontwerp biedt het platform stapsgewijze instructies, materiaalsuggesties en ondersteuning van experten en de community om de uitvoering te vergemakkelijken. Door onzekerheid over het eindresultaat weg te nemen en inspiratie, begeleiding en vertrouwen te bieden, verlaagt ALTER.UP de drempel tot upcycling. Zo worden consumenten gestimuleerd om bestaande kleding langer te gebruiken, de emotionele en esthetische waarde ervan te verhogen en de levensduur van kleding te verlengen als alternatief voor de aankoop van nieuwe kleding.
Meer lezen

EmbedLLM from legacy documents to embedded XR instructions: automatic context aware content generation to support manual task execution

Universiteit Hasselt
2026
Bram
Verstappen
This thesis addresses the cognitive friction associated with executing manual tasks using flat 2D documentation in spatial computing environments, where users must constantly shift attention between instructions, physical tools, and machinery. To solve this, we present EmbedLLM, the first automated, context-aware content reformatting framework that adapts both content design and presentation to the user’s environment and specific goal. EmbedLLM converts unstructured step-based PDF manuals into 3D spatially embedded instructions in Virtual Reality (VR). The system operates via a pipeline that abstracts the environment into a semantic scene graph, leverages a multi-stage Large Language Model (LLM) reasoning chain to construct step-based instruction nodes and semantic edges, and instantiates these panels using a novel, semantically aware force-directed 3D label placement algorithm to achieve spatial equilibrium and prevent visual clutter.
We evaluated EmbedLLM through a preliminary preference survey (n = 20) across diverse environments and a within-subjects user study (n = 12) comparing the framework to a traditional floating PDF window during 3D printer maintenance tasks. The preference survey showed that EmbedLLM achieves significantly higher environmental alignment than traditional baseline documents, with participants strongly favoring spatial orchestration for complex, structurally demanding procedures. However, the task execution study revealed a clear trade-off: active task support with EmbedLLM resulted in significantly longer completion times (996.93 s vs. 580.46 s) and increased cognitive load (3.00 vs. 2.31 on the NASA-TLX scale). Qualitative feed-back suggests these performance costs stem from the rigid sequential pacing of the generated interface and novices struggling with hardware terminology.
This work contributes the technical pipeline of EmbedLLM, a semantically enhanced physics layout algorithm, and empirical insights on context-aware XR instruction delivery. Future research directions include real-time situated action updates, user skill level adaptation, and integration with agentic GUI automation and text-to-3D models.
Meer lezen

The lost creatives

Karel de Grote Hogeschool
2026
Melisa
Kurti
  • Emile
    De Pooter
Via dit document willen we de verschillende complexe processen achter het verhaal van de verloren creatievelingen onder de aandacht brengen. Eerst en vooral willen we een belangrijke evolutie van dit project verduidelijken die zal helpen de tijdlijn duidelijker te maken.

Aanvankelijk begon dit verhaal als een soloproject van mij, Melisa, waarbij het de bedoeling was dat het verhaal live zou worden uitgevoerd. Maar op advies en steun van mijn leraren besloot ik over te schakelen naar een stop-motion formaat om het artistieke aspect en de vaardigheden die ik tijdens mijn academische jaren had verworven, waardoor ik ze goed kon laten zien, niet te verliezen. Tijdens het productieproces had ik Emile bij me, wat leidde tot de evolutie van het verhaal van de Lost artist naar wat nu het verhaal is van de lost creatives.

oorspronkelijk ging ik ( Emile ) aan een ander project meewerken. Dit is door onzekerheid over mijn mogelijkheid om af te studeren met een buis op project audio-video in twijfel getrokken. eens er besloten was toch mijn bachelorproef dit jaar te doen. Ik was niet meer welkom in mijn groep, wat ervoor zorgde dat ik halverwege het tweede semester er alleen voor stond. Ik was doorheen het jaar op de hoogte van Melisa haar visie op de bachelorproef en vond het een zeer interessant concept grotendeels vanuit mijn eigen levenservaring. Dus heb ik snel de beslissing gemaakt te horen of er nog plaats was voor een extra groepsgenoot die graag zijn mening en visie op het verhaal en onderwerp wilde delen. Hierdoor zijn we een team geworden dat zich volledig wijdt aan het verhaal van de lost creatives. Dat ons nou aan het hart ligt.

Meer lezen

Geschiedenis begint in de kleuterklas

Odisee Hogeschool
2026
Emilia
Van Impe
Met de invoering van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen binnen het Vlaamse basisonderwijs worden kleuterleerkrachten uitgedaagd om expliciet in te zetten op kennisopbouw. Voor veel leerkrachten vormt dit een nieuwe manier van werken, zeker binnen domeinen zoals geschiedenis. Op de stageschool Sint-Aloysius te Denderhoutem bleek dat er onzekerheid bestond over hoe een historisch thema zoals het Oude Egypte op een kennisrijke en ontwikkelingsgerichte manier aangeboden kan worden aan oudste kleuters. Vanuit deze vaststelling werd de centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe creëer je kennisrijke contexten voor de oudste kleuters rond het thema Oude Egypte vanuit de minimumdoelen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Een literatuurstudie bracht inzichten aan over kennisrijke contexten, effectieve didactiek, kennisopbouw en de nieuwe minimumdoelen. Daarnaast werden vier leerkrachten van de derde kleuterklas bevraagd via een online vragenlijst. Voor de evaluatie van kennisverwerving werd de klasmentor geïnterviewd. Op basis van deze gegevens werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte ontworpen en uitgetest in een derde kleuterklas. Uit de resultaten blijkt dat een kennisrijke context gekenmerkt wordt door doelgerichte kennisopbouw, rijke materialen, betekenisvolle activiteiten, herhaling en een actieve rol van de leerkracht. Zowel de literatuur als de bevraagde leerkrachten benadrukken het belang van een rijke speelleeromgeving waarin kleuters nieuwe kennis kunnen verwerven binnen en buiten hun leefwereld. Daarnaast blijkt dat verhalen, visuele ondersteuning, interactieve gesprekken en onderzoekende activiteiten belangrijke didactische strategieën zijn om kennisopbouw en taalontwikkeling te stimuleren. Op basis van de nieuwe minimumdoelen en het leerplan Op.stap werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte uitgewerkt. Het ontwerp omvatte onder meer een boekenhoek, ontdektafel, schrijfhoek met hiërogliefen, bouwhoek rond piramides, rollenspelhoek, beeldende activiteit rond papyrus en een wiskundige programmeeractiviteit. Tijdens de uitprobeerfase toonden de kleuters een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. De rijke impressies en concrete materialen bleken een belangrijke meerwaarde te zijn voor hun interesse en leerproces. De discussie toont aan dat het ontwerp een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van kennisrijke contexten binnen de derde kleuterklas. Tegelijk kent het onderzoek enkele beperkingen, zoals het beperkte aantal respondenten en de korte implementatieperiode van twee dagen. Hierdoor kunnen de resultaten niet veralgemeend worden naar andere contexten. Geconcludeerd kan worden dat kennisrijke contexten rond het Oude Egypte haalbaar zijn binnen het kleuteronderwijs wanneer kennis wordt aangeboden via spel, exploratie en betekenisvolle activiteiten. Het ontwikkelde ontwerp biedt een concreet antwoord op het gestelde praktijkprobleem en kan leerkrachten inspireren bij de implementatie van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen.
Meer lezen

VAN DEK NAAR DIEPTE: EEN LONGITUDINALE STUDIE NAAR DE IMPACT VAN EEN EDUCATIEVE ZEE-ERVARING OP OCEAN LITERACY EN NATURE CONNECTEDNESS

Universiteit Gent
2026
Binke
D'Haese
Een dag op zee aan boord van een onderzoeksschip: watermonsters nemen, bodemstalen bekijken, live marien onderzoek meemaken. Voor 63 deelnemers was het een unieke ervaring. Maar wat doet zo'n dag nu echt met je kennis over de oceaan, je verbondenheid met de natuur, en je bereidheid om er iets voor te doen?

Deze masterproef onderzocht de impact van een educatieve vaardag op oceaangeletterdheid en natuurverbondenheid bij volwassen deelnemers, via een longitudinaal onderzoeksdesign met drie meetmomenten: voor de tocht, direct erna en zes maanden later.
De resultaten tonen een genuanceerd beeld. Oceaankennis nam toe na de vaartdag en bleef zes maanden later overeind, wat wijst op duurzame cognitieve leerwinst. De affectieve dimensie vertelde een ander verhaal: het gevoel van verbondenheid met de natuur piekte direct na de ervaring, maar zakte daarna terug. Houding en gedragsintenties bleven grotendeels stabiel, wat deels verklaard wordt door de al hoge uitgangsscores van dit publiek.
Opvallend was dat de leerwinst niet afhing van hoe natuurverbonden iemand al was voor de tocht. Iedereen leerde evenveel, ongeacht achtergrond of voorkennis.
De studie bevestigt het potentieel van ervaringsgerichte mariene educatie als inclusief instrument, maar wijst ook op een belangrijke beperking: één dag volstaat niet voor blijvende gedragsverandering. Herhaling, verdieping en opvolging zijn noodzakelijk om de verwondering die een vaardag opwekt ook structureel te laten beklijven.
Meer lezen

Van meten naar beleven: het motiverend inrichten van langeafstandslopen in de lessen LO van de eerste en tweede graad secundair onderwijs.

Odisee Hogeschool
2026
Sverre
Van Britsom
Deze bachelorproef onderzocht op welke manier lessen langeafstandslopen in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kunnen worden ingericht om de motivatie van leerlingen te verhogen. De motivatie van leerlingen hangt niet alleen af van de loopopdracht zelf, maar ook van de manier waarop deze wordt aangeboden, begeleid en geëvalueerd.
De resultaten tonen aan dat leerlingen langeafstandslopen vaak ervaren als een traditionele en weinig gevarieerde activiteit, meestal in de vorm van rondjes lopen of de Coopertest. Dit leidt regelmatig tot verveling, stress en een negatieve houding tegenover lopen. Zowel de literatuur als de onderzoeksresultaten tonen aan dat motivatie kan worden verhoogd wanneer lessen inspelen op de psychologische basisbehoeften van autonomie, verbondenheid en competentie. Concreet betekent dit dat leerlingen meer keuzevrijheid krijgen, samen kunnen werken, duidelijke doelen krijgen en positieve feedback ontvangen. Daarnaast blijkt dat speelse en gevarieerde werkvormen een positieve invloed hebben op de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
Op basis van deze inzichten werden de website “Lopen met beleving” ontwikkeld. Deze website bundelt inzichten rond gedragsbepalers voor motivatie, aanbevelingen voor motiverend evalueren en uitgewerkte loopvormen die onmiddellijk inzetbaar zijn binnen de lespraktijk. Hiermee biedt het product een concreet antwoord op de onderzoeksvraag.
De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de combinatie van inzichten en praktische toepasbaarheid. Het onderzoek toont aan dat langeafstandslopen niet beperkt hoeft te blijven tot traditionele duurloopvormen. De ontwikkelde website ondersteunt leerkrachten LO hierbij met bruikbare materialen en inspiratie. Op die manier kan deze bachelorproef bijdragen aan een positievere beleving van langeafstandslopen en een grotere betrokkenheid van leerlingen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Meer lezen

Long-term public transport accessibility in Flanders and the Brussels-Capital Region, 2016–2025

KU Leuven
2025
Jonas
Vanhoef
Deze masterscriptie richt zich op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 2016 en 2025. De studie maakt gebruik van een gravity-based model om de uitrol van het decreet basisbereikbaarheid van de Vlaamse overheid te evalueren. Dit decreet was erop gericht het openbaar vervoer van een aanbodgestuurd naar een vraaggestuurd model te brengen door middel van een resem aanpassingen aan de dienstregeling. Door de reistijden van en naar middelbare scholen en musea te berekenen kon de lokale en regionale bereikbaarheid afgeleid worden. Aangezien de bereikbaarheid berekend werd voor 2016, 2023, 2024 en 2025 kon het onderzoek de evolutie van de bereikbaarheid volgen over de verschillende fases van implementatie van het nieuwe beleid. Hieruit bleek dat de verbetering tijdens fase 2 in 2024 teniet werd gedaan door scherpe dalingen die samenvielen met fase 3 in 2025. Alles samengenomen was er tussen 2016 en 2025 een negatieve impact op de bereikbaarheid op lokaal niveau. Op regionaal niveau was er eerder een stabilisatie waarneembaar. Verder werd in de scriptie ook onderzocht of er verschillen waren in veranderingen van de bereikbaarheid tussen gebieden met een hoge en lage bevolkingsdichtheid. En tot slot werd er voor twee casestudies gekeken naar de invloed van specifieke wijzigingen in het openbaarvervoersnetwerk, zoals wijzigingen in de busfrequentie, haltelocaties, en reistijden.
Meer lezen

Typologie van sharenting-inhouden op Instagram

Universiteit Antwerpen
2025
Nena
Huybrechts
Sharenting is een veelvoorkomende praktijk onder jonge ouders. Deze ouders hebben vaak verschillende motieven om aan sharenting te doen, maar zijn zich ervan bewust dat deze praktijk ook bepaalde gevolgen kan hebben voor de privacy en veiligheid van hun kinderen. Aan het begin van deze studie werd een literatuuronderzoek uitgevoerd om deze motieven en gevolgen te identificeren, om te definiëren wat als risicovolle inhoud geldt en om de mindful sharenting-technieken te identificeren die ouders kunnen toepassen. Vervolgens werd een kwalitatieve inhoudsanalyse uitgevoerd en werd een steekproef van openbare Instagram-berichten verzameld met behulp van relevante hashtags zoals #kids en #momlife. De berichten werden systematisch gecodeerd en geanalyseerd op basis van een vooraf opgesteld codeboek.

Het belangrijkste doel van deze studie was het ontwikkelen van een typologie van sharenting-inhoud en specifiek het onderzoeken van het delen van risicovolle inhoud en het gebruik van mindful sharenting-technieken. De resultaten tonen aan dat ouders voornamelijk foto’s delen van alledaagse momenten, verjaardagen en gezinsuitstapjes. Ongeveer 34% van de geanalyseerde berichten bevatte risicovolle inhoud. Dit waren berichten die identificeerbare informatie bevatten of waarin negativiteit of naaktheid werd getoond. 28% van de ouders in deze studie paste bewust technieken toe die wijzen op mindful sharenting, zoals alleen de achterkant van het kind tonen of het gezicht van het kind afdekken met een emoji om de privacy te beschermen. Deze bevindingen suggereren dat er sprake is van een beperkte maar groeiende bewustwording omtrent de bescherming van de online privacy van kinderen. Verdere bewustwordingscampagnes worden aanbevolen om ouders beter te helpen de potentiële risico’s van het delen van beelden van hun kinderen online te begrijpen.
Meer lezen

Framinganalyse van de zij-instromer in de Vlaamse pers tussen januari 2022 en juli 2025

KU Leuven
2025
Charlotte
Wright
In dit onderzoek werd nagegaan welke frames de Vlaamse kranten De Morgen, De Standaard, De Tijd, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en het magazine Knack hanteren in hun berichtgeving over de zij-instromer tussen januari 2022 en juli 2025. Hiervoor werd een kwalitatieve, inductieve framinganalyse uitgevoerd. Naast deze centrale onderzoeksvraag werden ook twee deelvragen onderzocht. De eerste deelvraag richtte zich op mogelijke verschillen in de gebruikte frames tussen de
verschillende jaren binnen de onderzoeksperiode. De tweede deelvraag ging na hoe de frames verschillen tussen de kwaliteitsmedia (De Morgen, De Standaard, De Tijd en Knack) en de populaire media (Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad).

Uit het onderzoek kwamen vier frames naar voren die het beeld van de zij-instromer in de Vlaamse pers tussen 2022 en midden 2025 vormgeven: ‘de uitvaller’, ‘de extra belasting’, ‘de meerwaarde’ en ‘de betekeniszoeker’. De eerste twee frames schetsen een eerder negatief beeld van de zij-instromer, terwijl de laatste twee frames juist een positief beeld uitdragen. Alle vier de frames kwamen terug in elk van de onderzochte jaren en waren aanwezig in zowel de kwaliteitsmedia als de populaire media.
Meer lezen

Het verband tussen scores op de Doctor Patient Scale, Skills Attitude Scale, Leeds Attitude Towards Concordance Scale en de Scale of Physician Empathy, en de communicatievaardigheden van arts assistenten in opleiding

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Billie
De Sterck
  • Mats
    Van Camp
  • Julia
    Lisek
  • Yael
    Bracquiné
Een effectieve communicatie tussen arts en patiënt is essentieel voor kwalitatieve zorg en een beter herstel. Zwakke communicatievaardigheden kunnen negatieve gevolgen hebben, zoals verhoogde stress en bezorgdheid bij patiënten. Eerder onderzoek toont aan dat arts-assistenten vaak tekortschieten op dit vlak.

Het doel van dit onderzoek is het nagaan of de attitudevragenlijsten, die door arts-assistenten worden ingevuld, een voorspellende waarde hebben voor de kwaliteit van hun communicatie. De attitudevragenlijsten meten aan de hand van stellingen, de houding van arts-assistenten ten opzichte van communicatie, het leren van communicatievaardigheden en hun benadering van ziekte of patiëntgerichtheid. De onderzochte attitudevragenlijsten zijn de Doctor-Patient Scale, Communication Skills Attitude Scale, Leeds Attitude Towards Concordance Scale en de Jefferson Scale of Physician Empathy. De communicatievaardigheden van de arts-assistenten werden gemeten via drie vragenlijsten ingevuld door externe beoordelaars na een consultatie met de arts-assistent. De beoordelingsinstrumenten die hiervoor werden gebruikt zijn de Maastrichtse Anamnese en Advies Scorelijst, de Consultation and Relational Empathy vragenlijst en de Non-verbale communicatievragenlijst.

Om significante verbanden tussen de attitudebeoordelingsvragenlijsten en communicatievaardigheden te analyseren, werd de Spearman-correlatiecoëfficiënt toegepast.

Verder werd onderzocht of demografische kenmerken (zoals specialisatie, geslacht, jaren klinische ervaring, universiteit van opleiding en bewustzijn van beoordeling) samenhangen met verschillen in communicatievaardigheden of attitudebeoordeling. Hiervoor werden de Mann-Whitney U-toets en de Kruskal-Wallis toets gebruikt.

De resultaten tonen aan dat de Leeds Attitude Towards Concordance Scale de grootste voorspellende waarde heeft voor de communicatievaardigheden van arts-assistenten. In tegenstelling hiermee blijken de Doctor Patient Scale, Communication Skills Attitude Scale en de Jefferson Scale of Physician Empathy geen significante voorspellende waarde te hebben. Daarnaast geeft het onderzoek aan dat demografische factoren invloed hebben op de communicatievaardigheden van arts-assistenten.
Echter de voorspellende waarde van de attitudevragenlijsten berust niet op de demografische factoren van de arts-assistenten.

Op basis van de resultaten worden jaarlijks communicatieworkshops voor arts-assistenten en het gebruik van communicatiechecklists tijdens stages aanbevolen.
Meer lezen

De Metamorfose van Zwartberg: Een Industrieel Landschap in Beweging

Universiteit Hasselt
2025
Robine
Lemmens
De voormalige mijnsite van Zwartberg kent een rijke gelaagde geschiedenis. Van een heidelandschap, naar een mijsite, tot een industrieterrein. Vandaag is het gebied geëvolueerd tot een anonieme gefragmenteerde plek. Mijn project wil identiteit en verbondenheid herstellen, vertrekkend vanuit het idee van voortdurende verandering. Via een flexibele, modulaire structuur die inspeelt op de noden van de gemeenschap, ontstaat ruimte voor diverse functies: winkels, bedrijven, recreatie en verblijf. Deze structuur groeit mee met de transitie van industrie naar natuur en weerspiegelt de vergankelijkheid van het landschap. Het masterplan stelt een clustering van functies voor. Oude industriegebouwen maken plaats voor zones met halfopen binnengebieden, ingericht voor zachte circulatie en rust. Met inheemse beplanting, water en heidefragmenten ontstaan plekken van ontmoeting en verstilling. Het contrast tussen bedrijvigheid en rustplekken creëert gelaagdheid en karakter. Zo krijgt deze generieke plek opnieuw betekenis in een toekomstgerichte visie
Meer lezen

The prevalence of Salmonella Dublin in Alberta’s dairy herds: A comparison between 2022 and 2024

Universiteit Gent
2025
Jessie
van Heumen
  • Waseem
    Shaukat
Zowel in 2022 als 2024 zijn er 454 boerderijen getest op Salmonella Dublin, in Alberta, Canada. De boerderijen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, waaronder Hutteriet en niet-Hutteriet. Hieruit bleek dat Hutteriet boerderijen eerder een daling van het voorkomen van de bacterie vertoonde in 2024 ten opzichte van 2022. Niet-Hutteriet boerderijen een stijging en een frequente verandering van status. De manier waarop een boerderij georganiseerd is speelt mee in hoe een bacterie zich verspreid.
Meer lezen

Game of Tones A longitudinal analysis of media tone towards political parties in Flemish newspapers (2004-2024)

Universiteit Antwerpen
2025
Janne
Verschraegen
Hoe politieke partijen in de media worden voorgesteld, beïnvloedt hoe burgers hen waarnemen, beoordelen en uiteindelijk ook stemmen. Evaluatieve toon functioneert daarbij als een belangrijke interpretatieve shortcut. Deze studie onderzoekt hoe de toon van nieuwsberichtgeving over Vlaamse politieke partijen geëvolueerd is tussen 2004 en 2024, en in welke mate er structurele verschillen bestaan tussen partijen en tussen kranten.

Met behulp van een RoBERTa-taalmodel wordt op zinsniveau het sentiment gemeten in meer dan 275.000 artikels uit zeven Vlaamse kranten. De analyse toont dat negatieve berichtgeving structureel overheerst, maar dat deze geleidelijk is afgenomen over de tijd. Tegelijkertijd worden systematische verschillen vastgesteld tussen partijen en tussen kranten. Vlaams Belang en N-VA worden over de hele periode het meest negatief voorgesteld, terwijl Groen vaker voorkomt in positieve contexten. Kwaliteitskranten zoals De Morgen, De Standaard en De Tijd zijn in het algemeen kritischer dan populaire kranten zoals Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. Opvallend is dat die kwaliteitskranten relatief minder negatief zijn over Vlaams Belang dan de populaire kranten.

Hoewel alle partijen een lichte afname in negativiteit vertonen, daalt het negatieve sentiment tegenover Vlaams Belang het sterkst, wat mogelijk wijst op een proces van normalisering. PVDA vormt hierop een uitzondering: de partij is de enige waarvoor het negatieve sentiment (licht) toeneemt over de tijd. Beperkingen van het onderzoek liggen in het feit dat het model niet gefinetuned werd op de Vlaamse politieke context, en dat de analyse geen objectieve maatstaf hanteert voor bias, maar enkel patronen van toon in kaart brengt. Toekomstig onderzoek kan nagaan welke factoren bijdragen aan verschillen in toon, bijvoorbeeld door te controleren voor electorale macht, partijcommunicatie en issue coverage.
Meer lezen

De interne antenne: naar een sterkere connectie tussen medewerkers en leidinggevenden bij VRT

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Shakira
Van Rymenant
In mijn bachelorproef zocht ik uit hoe het vertrouwen tussen de directie en medewerkers bij VRT kan groeien. Ik sprak met collega’s, analyseerde hun noden en ontwikkelde drie communicatieproducten die zorgen voor meer transparantie, persoonlijk contact en echte verbinding op de werkvloer.
Meer lezen

Leraar en leerondersteuner samen aan zet: De kracht van samenwerking bij de realisatie van een inclusief onderwijsaanbod voor leerlingen met een verstandelijke beperking

Universiteit Antwerpen
2025
Bo
Matton
Alle leerlingen hebben recht op kwaliteitsvol en inclusief onderwijs, ook zij met een verstandelijke beperking. Toch blijft de realisatie van inclusie complex. In Vlaanderen wordt ingezet op leerondersteuners die zowel leerlingen als leraren ondersteunen. Deze kwalitatieve studie onderzocht, op basis van 18 interviews met negen duo’s, hoe leraren en leerondersteuners samenwerken en welke invloed dit heeft op de attitude en het zelfvertrouwen (zelfeffectiviteit) van leraren. De resultaten tonen dat samenwerking die wordt gekenmerkt door afstemming, gedeelde kennis, wederzijds vertrouwen en een gezamenlijke identiteit leidt tot intensere vormen van samenwerking, met een positieve invloed op zowel de realisatie van een inclusief onderwijsaanbod als het geloof van leraren in hun eigen kunnen.
Meer lezen

Exploring Dilution Strategies and Prechamber Ignition on a Marine Engine Retrofitted to Methanol SI Operation

Universiteit Gent
2025
Sebastiaan
Malfait
  • Matthijs
    Van Duyse
Winnaar mtech+prijs
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
In deze masterproef onderzochten we hoe bestaande scheepsdieselmotoren kunnen worden omgebouwd om te draaien op methanol, een veelbelovende duurzame brandstof. Methanol is vloeibaar, eenvoudig op te slaan en kan klimaatneutraal geproduceerd worden. We testten een grote scheepsmotor op methanol en zochten naar manieren om de motor tegelijk efficiënt en schoon te laten draaien. Daarbij bleken twee technieken, extra lucht toevoegen en een deel van de uitlaatgassen terugvoeren, veelbelovend om zowel de uitstoot te verlagen als de zuinigheid te verbeteren. Daarnaast ontwierpen we een innovatieve prechamber die de verbranding stabieler kan maken. Zo toont dit onderzoek dat scheepsmotoren een groener leven kunnen krijgen zonder dat ze volledig vervangen moeten worden.
Meer lezen

Productconditie-evaluatie via multisensoriële beeldverwerking

KU Leuven
2025
Jan
Van Huffel
  • Kavishk
    Kathayat
Deze masterproef pakt de beperkingen van manuele kwaliteitscontrole aan door een modulair, hybride inspectiesysteem te ontwikkelen. Het platform combineert 3D-scans voor geometrische analyse (deuken, ontbrekende onderdelen) met 2D-beeldanalyse voor oppervlaktedefecten. Centraal staat een innovatieve AI-aanpak die zowel flexibele 'zero-shot' detectie (objecten vinden op basis van tekst) als hypernauwkeurige, getrainde modellen inzet. Door het fuseren van verschillende sensoren (RGB, diepte, nabij-infrarood) is het systeem gevalideerd op industriële steigerpijpen en e-bike batterijen, wat de brede toepasbaarheid voor veiligere en efficiëntere productie aantoont.
Meer lezen

Circulair gebruik van natuurmaaisel: Een case study voor veengebied De Zegge

Universiteit Antwerpen
2025
Lien
Van Breda
Het beheer van veengebied De Zegge genereert jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid natuurmaaisel, die tegen hoge kosten wordt afgevoerd naar composteringsinstallaties. Tegelijkertijd wordt natuurmaaisel in Vlaanderen erkend als biomassareststroom met circulair potentieel. Deze masterproef onderzoekt welke circulaire waardeketens toepasbaar en rendabel zijn voor De Zegge.
De jaarlijkse maaiselopbrengst wordt geschat op 94,5 ton droge stof. Een brede inventarisatie brengt tien mogelijke waardeketens rond natuurmaaisel in beeld, waarbij de ketens rond veenvrije potgrond, grasisolatie en graspapier het meeste perspectief bieden. Ook is er toekomstpotentieel voor boerderijcompostering, zodra het nieuwe wettelijk kader hiervoor wordt uitgerold. Belangrijke knelpunten voor circulaire inzet van natuurmaaisel zijn biologische stabilisatie, een efficiënte logistiek en de ontwikkeling van verdienmodellen die aantrekkelijk zijn voor alle partijen binnen een strikt en complex regelgevend kader. De vier geselecteerde waardeketens demonstreren echter voldoende technologische maturiteit, ecologische meerwaarde en economisch potentieel om deze knelpunten te overkomen.
Meer lezen

Pedagogische documentatie binnen de context van de Vlaamse derde kleuterklas: Een kwalitatieve studie naar methoden, doelen en hun onderlinge samenhang

Universiteit Antwerpen
2025
Adinda
Top
Genomineerde longlist Klasseprijs
Leraren hebben data nodig over de leervooruitgang van hun leerlingen om doordachte beslissingen te kunnen nemen over hun eigen onderwijspraktijk. In het kleuteronderwijs is dit moeilijker omdat kleuterleerkrachten slechts in beperkte mate beschikken over toetsdata zoals in het lager en secundair onderwijs. Ze zijn daardoor genoodzaakt om op andere manieren informatie te verzamelen over het leren van hun leerlingen. Pedagogische documentatie is een pedagogisch hulpmiddel waarbij leerkrachten in samenwerking met andere belanghebbenden het leerproces van kleuters zichtbaar maken. Deze informatie vormt de basis voor reflectie, het kritisch bekijken van het eigen handelen en het bijsturen van de eigen onderwijspraktijk. Toch is pedagogische documentatie nog relatief onbekend in het Vlaamse kleuteronderwijs. Dit kwalitatief onderzoek gaat, aan de hand van negen diepte-interviews, na welke methoden en doelen binnen pedagogische documentatie leerkrachten uit de derde kleuterklas hanteren en welke methoden en doelen aan elkaar gekoppeld zijn. De resultaten laten zien dat Vlaamse kleuterleerkrachten diverse methoden en doelen toepassen die aansluiten bij de theorie van pedagogische documentatie. Sommige methoden en doelen worden anders ingevuld dan beschreven in de literatuur of blijven achterwege. Zo documenteren Vlaamse kleuterleerkrachten voornamelijk schriftelijk en neemt, in het laatste kleuterjaar, het kindvolgsysteem in het documentatieproces een centrale plaats in. Tot slot blijkt uit de resultaten dat enkele methoden aan specifieke doelen gekoppeld zijn. Naast schriftelijke methoden kan ook audiovisueel materiaal Vlaamse kleuterleerkrachten een beeld geven van het leerproces. Meer participatie van kleuters en ouders kan daarbij zorgen voor een rijker en meer holistisch beeld. Verder onderzoek is nodig om na te gaan in hoeverre de resultaten doorgetrokken kunnen worden naar lagere kleuterjaren en om andere praktijken en toepassingen binnen pedagogische documentatie in de Vlaamse onderwijscontext verder te verkennen.
Meer lezen

Wandering through the osteocyte network of zebrafish vertebrae

Universiteit Gent
2025
Faith
Maes
Osteocyten, levende botcellen in de botmatrix, zijn de meest voorkomende botcellen bij zoogdieren. Ze reguleren botgroei, herstructurering en metabolisme via hun uitgebreid netwerk. Hoewel de zebravis een courant modelorganisme is in biomedisch onderzoek, richten de meeste studies naar zebravis botbiologie zich op botcellen die bot vormen (osteoblasten), gelegen op het botoppervlak en vroege ontwikkelingsstadia, vóór de ontwikkeling van osteocyten. Deze studie pakt het gebrek aan kennis over osteocyten in het volwassen zebravis skelet aan, specifiek hun morfologie, oriëntatie en distributie binnen de wervelkolom. We maken gebruik van continue seriële parasagittale coupes van volwassen zebravissen om de rugwervels te doorlopen. Lichtmicroscopie is gebruikt om osteocyten te meten en te beschrijven, en gepolariseerde lichtmicroscopie om de oriëntatie van het cellichaam en de cel uitlopers te identificeren ten opzichte van de oriëntatie van de vezels van de botmatrix. Osteocyt processen (of ook wel dendrieten genoemd) vormen een lacuno-canaliculair netwerk. De sterkte hiervan wordt beoordeeld door de osteocyt dichtheid te kwantificeren en de vertakking van dendrieten te evalueren. De studie focust op de osteocyt morfologie en de distributie van het lacuno-canaliculair netwerk tussen en binnen regio's van de wervels. Variaties in osteocyten grootte, vorm en distributie zowel tussen als binnen verschillende wervelregio’s werden geobserveerd. De osteocyten hebben een circulaire oriëntatie aan de uitersten van het wervellichaam (de eindplaten), maar zijn parallel met de anteroposteriore as in het midden van het wervellichaam. Dit komt overeen met de oriëntatie van de collageen vezels van de botmatrix. In de eindplaten van de wervelkolom is er een hoge abundantie van osteocyten ter hoogte van de Sharpey vezels met een dens netwerk van dendrieten die daarop loodrecht georiënteerd zijn. Het doornuitsteeksel heeft osteocyten met een verschillende morfologie. Ze zijn lang en dun met gepolariseerde lange dendritische processen die parallel georiënteerd zijn met de collageen vezels. Deze studie presenteert inzichten in osteocyten morfologie, densiteit en organisatie in wervellichamen van Danio rerio.
Meer lezen

Denken of doen over de auto: Mindset-analyse van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen (1940-1973)

KU Leuven
2025
Lenn
De Buysscher
Deze scriptie onderzoekt de evolutie van de gedachten van stadsplanners tijdens de heropbouw van Antwerpen in de periode 1940 tot 1973. Daarbij heeft deze scriptie specifieke aandacht voor de auto en bijhorende ontwikkelingen. Dit onderzoek gebruikt daarvoor bronnen uit het Felixarchief, het Vlaams Architectuur Instituut, het Rijksarchief te Antwerpen en verschillende bibliotheken van KULeuven. Die bronnen tonen via een close reading aan dat de gedachten van de stadsplanners doorheen de jaren heen evolueerden. Die evolutie was weliswaar niet rechtlijnig en verschillende elementen zoals stedelijk groen of historische monumenten kregen, afhankelijk van de periode, meer of minder aandacht binnen de gedachten van stadsplanners. Daarnaast beïnvloedde een combinatie van verschillende internationale tendensen de gedachten van de stadsplanners. Hun gedachten waren namelijk eerder een combinatie van verschillende invloeden uit andere landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland of de Verenigde Staten.
Meer lezen

Op weg naar zelfstandigheid!

Hogeschool PXL
2025
Jana
Kerfs
Winnaar Klasseprijs
In het tweede leerjaar van Vrije Basisschool De Puzzel bleek dat de leerlingen vaak onmiddellijk de hulp van de leerkracht inriepen bij het maken van een oefening. Hoewel de kinderen gemotiveerd waren, waren ze onzeker om een taak zelfstandig aan te pakken. Vanuit dit praktijkprobleem ontwikkelde ik een toolbox met acht praktische tools en een handleiding voor de leerkracht, gericht op het versterken van zelfsturing bij jonge kinderen.

De toolbox focust op vier executieve functies: taakinitiatie, organisatie, volgehouden aandacht en reactie-inhibitie. Op basis van observaties in een methodeschool, interviews met experten, deelname aan een workshop en een grondige literatuurstudie werden ontwerpcriteria opgesteld. Hierbij zijn belangrijke pijlers: het formuleren van haalbare weekdoelen in leerlingentaal, het beoordelen van zichzelf en het voorzien van aanpasbare ondersteuning (scaffolding) door de leerkracht. Daarnaast zijn de tools inzetbaar in alle leergebieden.

De tools werden getest in de klas en bijgestuurd waar nodig. De leerlingen en de leerkracht reageerden erg positief. Zo groeide de Wachtwijzer, een hulpmiddel om eerst na te denken alvorens te starten, uit tot een vast onderdeel bij dictees. Daarnaast werden ouders betrokken bij de zelfsturing van hun kind via de Zwem Bingo, een visuele checklist om te controleren of de zwemzak compleet is.

Met deze bachelorproef toon ik aan dat kleinschalige, doelgerichte ingrepen een positief effect kunnen hebben in de klaspraktijk. De toolbox is ontworpen voor de eerste graad van het basisonderwijs, maar kan mits aanpassingen ook in hogere leerjaren worden ingezet.
Meer lezen

MAG DE LEERLING OOK CREËREN? EEN BLIK OP KUNST EN CREATIVITEIT IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS: DE IMPLEMENTATIE VAN MINIMUMDOEL 16.04.

Universiteit Gent
2025
Magali
Du Four
Wat als kunst op school even vanzelfsprekend was als wiskunde of sport? In deze masterproef onderzoek ik hoe creativiteit vandaag een plek krijgt in de derde graad van het secundair onderwijs. Het resultaat is een pleidooi voor meer verbeelding tussen de schoolmuren. Want creatief leren is ook leren over het leven.

Kunst en cultuur spelen een essentiële rol in de persoonlijke en intellectuele ontwikkeling van jongeren. Toch worden kunstvakken in het secundair onderwijs vaak gemarginaliseerd, zo ook binnen de doorstroomrichtingen. De invoering van de nieuwe eindtermen had de ambitie om de rol van kunstvakken te versterken, onder andere door een bredere integratie van artistieke vorming binnen het curriculum. Of deze ambitie in de praktijk is waargemaakt, blijft de vraag.

In deze masterproef wil ik onderzoeken hoe sleutelcompetentie 16 – cultureel bewustzijn en expressie – concreet wordt ingevuld in de derde graad van het doorstroomonderwijs in Gentse katholieke scholen. De focus ligt specifiek op het minimumdoel 16.04: "De leerlingen doorlopen een artistiek-creatief proces vanuit verbeelding". Dit onderzoek kadert binnen bredere discussies over de plaats van kunstvakken in het onderwijs en de mate waarin ze bijdragen aan de algemene vorming van leerlingen. Met dit onderzoek wil ik specifiek nagaan in hoeverre en hoe het artistiek-creatieve aspect aan bod komt in de derde graad van het algemeen leerplichtonderwijs.


Meer lezen

Hoe kan je als leerkracht outdoor educatie integreren in het secundair onderwijs?

Hogeschool VIVES
2025
Steen
Luca
Dit onderzoek richt zich op hoe leerkrachten in het secundair onderwijs outdoor educatie kunnen
integreren. Via een literatuurstudie wordt onderzocht wat outdoor educatie inhoudt, welke
voordelen en nadelen eraan verbonden zijn. We bekijken ook hoe Noorwegen, een land met een
sterke reputatie rond outdoor educatie, hiermee omgaat.
Daarnaast werd er een enquête afgenomen bij leerkrachten uit het secundair onderwijs in België.
Daarbij werd gepeild naar hun ervaring met outdoor educatie, de drempels die zij ervaren en wat
hen zou kunnen ondersteunen. Uit de resultaten blijkt dat outdoor educatie bijdraagt aan de
cognitieve, fysieke en mentale ontwikkeling van leerlingen en vaardigheden zoals plannen,
communiceren en verantwoordelijkheid nemen. Toch ervaren leerkrachten obstakels zoals
tijdsgebrek, beperkte infrastructuur en een gebrek aan ervaring. Investeren in een groene
leeromgeving en praktische voorbeelden aanbieden kunnen helpen om deze drempels te verlagen.
Integratie begint bij durven: door te experimenteren, te leren door te doen en naar buiten te gaan.
Meer lezen

MEDISCHE PODCASTS ALS LEERMIDDEL BINNEN DE GENEESKUNDE: LUISTERPLEZIER OF OOK EEN LEEREFFECT?

Universiteit Gent
2025
Lotte
De Rick
  • Annelien
    Lombaert
Deze masterproef onderzocht of medische podcasts een effectief leermiddel zijn voor zorgprofessionals. Op basis van een literatuurstudie werden 33 relevante studies geanalyseerd. De meeste studies betrokken studenten geneeskunde en artsen in opleiding.

De resultaten tonen dat podcasts sterk gewaardeerd worden om hun toegankelijkheid, flexibiliteit en leerwaarde. Ze leiden bovendien tot kennisverwerving en -behoud, en soms ook tot zelfgerapporteerde veranderingen in klinisch handelen. Er is echter nog geen bewijs dat podcasts invloed hebben op klinische of patiënt-gerapporteerde uitkomsten.
Meer lezen

Wanneer is te veel, 'te veel'? Over het aantal kinderen per spermadonor (Deelonderzoek: Beleving van Donorkinderen)

KU Leuven
2025
Margot
Indekeu
De limieten op het aantal nakomelingen per donor (de donorquota) werden bepaald in een context van geheimhouding en anonimiteit rond donorconceptie. Ze zijn voornamelijk ingegeven door medische redenen, zoals het voorkomen van consanguïniteit. De opkomst van het internet en DNA-databanken, in combinatie met een maatschappelijke verschuiving naar meer openheid en recente wetswijzigingen, maakt het mogelijk dat nakomelingen van eenzelfde donor met elkaar in contact kunnen komen. Hierdoor is duidelijk geworden dat de wetten en richtlijnen in het verleden niet altijd nageleefd werden en dat er een gebrek is aan internationale wetgeving waardoor donorkinderen soms geconfronteerd worden met een onverwacht aantal donor half-sibilings. Deze onvoorziene contacten brengen nieuwe vragen en uitdagingen met zich mee, waardoor de psychosociale aspecten van het aantal nakomelingen per donor steeds meer op de voorgrond komen te staan.

In deze masterproef werd onderzocht hoe donorkinderen genetische verwanten die ontstaan zijn uit donaties van dezelfde donor beleven, binnen het bredere maatschappelijke vraagstuk rond donorquota. Om een diepgaand inzicht te verkrijgen in deze belevingen werd gekozen voor een explorerende, kwalitatieve onderzoeksbenadering. Semigestructureerde interviews werden afgenomen en geanalyseerd aan de hand van een thematische analyse, gebaseerd op de aanpak van Braun en Clarke (2006). Aan het onderzoek namen twaalf personen deel uit alleenstaande-moeder, moeder-moeder en moeder-vader gezinnen. Uit de analyse van de interviews blijkt dat de beleving van de deelnemende donorkinderen gevarieerd en complex is en zich situeert op verschillende niveaus: individueel (bewustzijn rondom donor half-siblings, impact op identiteit), interpersoonlijk (woordgebruik, betekenis van genen en verwantschap, vormgeven aan de relatie, relationele dynamieken, familiale grenzen) en beleidsmatig (kindperspectief, centraal register, donorquota). De deelnemers gaven aan een sterke behoefte te ervaren naar vrijheid om zelf betekenis en vorm te mogen geven aan de genetische connectie met hun donor half-siblings, zonder zich te moeten verdedigen voor hun gevoelens en gedachten. Tegelijkertijd was er ook een duidelijke behoefte aan informatie en ondersteuning, mede doordat er weinig sociale kaders bestaan om deze relaties te duiden. De meerderheid van de deelnemers vond dat er een internationaal, centraal register moet komen dat transparantie en overzicht biedt over het aantal nakomelingen per donor. Daarnaast was er unanimiteit over de noodzaak van een duidelijk donorquotum dat nageleefd en opgevolgd wordt.

Binnen de klinische praktijk is het belangrijk om begeleiding en ondersteuning te bieden aan donorkinderen bij het verkennen van mogelijke betekenissen van de genetische connectie met donor half-siblings, zonder deze voor hen in te vullen. Daarnaast spraken deelnemers de wens uit om het onderbelichte kindperspectief centraal te stellen in het maatschappelijke en politieke debat rond de praktijk van donorconceptie. Ze voelden daarbij een nood aan erkenning van donorkinderen als personen met eigen rechten en informatiebehoeften.
Meer lezen

Glulamstructuren hergebruikt: Analyse van terugwinningsprocessen en milieu-impact aan de hand van 7 recente casussen

Universiteit Gent
2025
Emiel
Feys
  • Emiel
    Defever
Deze masterproef onderzoekt het structureel hergebruik van gelijmd gelamelleerd houten elementen in bouwprojecten. Via zeven casussen werden processen en strategieën in kaart gebracht, wat de technische haalbaarheid en het potentieel op grote schaal aantoont. Een levenscyclusanalyse bewijst daarnaast de aanzienlijke milieuvoordelen ten opzichte van nieuw materiaal. Het eindwerk vormt zo zowel een praktische gids als een kwantitatieve onderbouwing van de milieuvoordelen van deze hergebruikpraktijk.
Meer lezen

Meer dan marktwaarde: strategisch grondbeleid als hefboom voor sociale huisvesting in Gent

Universiteit Gent
2025
Annelien
Nevens
Deze masterproef onderzoekt hoe Gent haar sociale huisvesting kan versterken via actief grondbeleid. Centraal staan twee actieve grondbeleidstrategieën: het voorkooprecht en land value capture. Via een mix van theoretische analyses, interviews en casestudies van kleinschalige projecten en grootschalige ontwikkelingen wordt onderzocht hoe deze strategieën sociale woningen opleveren en bijdragen aan architecturale, ruimtelijke en sociale kwaliteit.

De thesis toont dat actief grondbeleid een hefboom vormt voor sociale huisvesting in Gent, maar dat de slagkracht beperkt blijft door het ontbreken van een overkoepelende strategie en een beperkte institutionele inbedding. Het voorkooprecht ondersteunt kleinschalige, kwalitatief sterke projecten, terwijl land value capture sociale woningen integreert in grootschalige projecten. Beide instrumenten dragen bij aan een evenwichtige spreiding van sociale woningen en versterken de integratie, kwaliteit en leefbaarheid van het stadsweefsel.
Meer lezen