Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

VAN DEK NAAR DIEPTE: EEN LONGITUDINALE STUDIE NAAR DE IMPACT VAN EEN EDUCATIEVE ZEE-ERVARING OP OCEAN LITERACY EN NATURE CONNECTEDNESS

Universiteit Gent
2026
Binke
D'Haese
Een dag op zee aan boord van een onderzoeksschip: watermonsters nemen, bodemstalen bekijken, live marien onderzoek meemaken. Voor 63 deelnemers was het een unieke ervaring. Maar wat doet zo'n dag nu echt met je kennis over de oceaan, je verbondenheid met de natuur, en je bereidheid om er iets voor te doen?

Deze masterproef onderzocht de impact van een educatieve vaardag op oceaangeletterdheid en natuurverbondenheid bij volwassen deelnemers, via een longitudinaal onderzoeksdesign met drie meetmomenten: voor de tocht, direct erna en zes maanden later.
De resultaten tonen een genuanceerd beeld. Oceaankennis nam toe na de vaartdag en bleef zes maanden later overeind, wat wijst op duurzame cognitieve leerwinst. De affectieve dimensie vertelde een ander verhaal: het gevoel van verbondenheid met de natuur piekte direct na de ervaring, maar zakte daarna terug. Houding en gedragsintenties bleven grotendeels stabiel, wat deels verklaard wordt door de al hoge uitgangsscores van dit publiek.
Opvallend was dat de leerwinst niet afhing van hoe natuurverbonden iemand al was voor de tocht. Iedereen leerde evenveel, ongeacht achtergrond of voorkennis.
De studie bevestigt het potentieel van ervaringsgerichte mariene educatie als inclusief instrument, maar wijst ook op een belangrijke beperking: één dag volstaat niet voor blijvende gedragsverandering. Herhaling, verdieping en opvolging zijn noodzakelijk om de verwondering die een vaardag opwekt ook structureel te laten beklijven.
Meer lezen

Hope for basic hygiene in Uganda: Developing a participatory hygiene education package for vulnerable children in Uganda

Hogeschool UCLL
2025
Lieselotte
Ingels
Deze bachelorscriptie onderzoekt hoe goedkope, participatieve en visuele hygiënevoorlichting de basishygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen in Oeganda kan verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd tijdens een stage van zes maanden bij Uganda Hands for Hope (UHfH) in de sloppenwijk Namuwongo in Kampala, en door middel van vergelijkend veldwerk in het landelijke district Kamuli. De centrale onderzoeksvraag was: “Hoe kunnen goedkope, participatieve en educatieve hygiëne-interventies de hygiënepraktijken onder kwetsbare kinderen en adolescenten in Oeganda verbeteren?” Met behulp van kwalitatieve methoden zoals participerende observatie, diepte-interviews en focusgroepen, bracht het onderzoek belangrijke hiaten in het hygiënebewustzijn en de hygiënepraktijken aan het licht, ondanks de beschikbaarheid van waterinfrastructuur. Er werd een kindvriendelijk hygiënevoorlichtingspakket ontwikkeld en getest, met visuele hulpmiddelen zoals stickers, posters en boekjes met pictogrammen. Uit de resultaten bleek dat interactief, visueel materiaal de betrokkenheid van kinderen aanzienlijk vergrootte en hun hygiëneroutines verbeterde. Leraren en verzorgers meldden ook positieve gedragsveranderingen bij kinderen. De studie concludeert dat effectieve hygiënevoorlichting moet worden geïntegreerd in het dagelijks leven en zo moet worden ontworpen dat deze toegankelijk, betaalbaar en lokaal relevant is. Visuele en participatieve methoden bieden een krachtige manier om hygiënearmoede in informele nederzettingen en plattelandsgemeenschappen aan te pakken.
Meer lezen

Child Rights Lanka

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Voets
In Sri Lanka groeien veel jongeren op zonder kennis van hun kinderrechten. Tijdens een stage bij Child Action Lanka (CAL), een organisatie die zich richt op het ondersteunen van kwetsbare en straat-gerelateerde jongeren, leidde die vaststelling tot een onderzoek naar hoe een duurzame kinderrechtencultuur kan ontstaan in hun afterschool. Op basis van de Zelfdeterminatietheorie en gesprekken met jongeren, leerkrachten en een lokale onderwijsexpert werd een 8-stappenplan ontwikkeld dat veiligheid, verbondenheid en motivatie centraal stelt. Zo kunnen jongeren hun rechten niet enkel leren, maar ook beleven. Echte verandering begint bij een veilige basis, waar elk kind zich gezien en gehoord voelt, iets wat een kinderrechtencultuur op een duurzame en effectieve manier kan bieden.
Meer lezen

De Financiële en Ecologische Impact van Renovatiestrategieën Voor Vlaamse Eengezinswoningen

Universiteit Gent
2025
Jordi
Buseyne
Deze scriptie onderzocht 2160 renovatie strategieën op typische Vlaamse woningen. Het huidige renovatiedebat legt te veel nadruk op financieel rendement, terwijl het echte doel ecologische winst is: minder CO₂-uitstoot, minder energieverspilling en een gezonder binnenklimaat. Kostenefficiënte maatregelen zoals spouwmuur- en dakisolatie zijn economisch aantrekkelijk, maar hebben beperkt effect op de uitstoot. Alleen doorgedreven renovaties naar energielabel A, inclusief warmtepomp, leveren een structurele CO₂-reductie op. Mijn onderzoek toont dat het gedrag van bewoners de grootste invloed heeft op het klimaat. Een eerlijk systeem zou een betaalbaar basisverbruik garanderen, terwijl de grote verbruikers de volledige meerkost dragen, zodat duurzaamheid zowel effectief als sociaal rechtvaardig wordt.
Meer lezen

De Hersteltrajectkamer: Een procesevaluatie

Universiteit Gent
2025
Victor
Buyl
Deze masterproef evalueert de werking van de Hersteltrajectkamer - een nieuwe soort rechtbank in het Belgisch strafrechtsysteem. Hoewel hersteltrajecten pas tegen 2028 verplicht zijn in het volledige land, ging de Gentse rechtbank al van start. Deze scriptie toont aan dat het model breed gedragen wordt door de betrokkenen, maar dat een duurzame implementatie nog verdere inspanning vereist.
Meer lezen

Een goed leven binnen planetaire grenzen in Genk: Wijkhub Zwartberg

Universiteit Hasselt
2025
Britt
Pauwels
Deze masterscriptie onderzoekt hoe architectuur kan bijdragen aan een goed leven binnen de planetaire grenzen met de wijk Zwartberg in Genk als casestudy. Vanuit de thema’s duurzame mobiliteit, circulair bouwen en gemeenschapsvorming wordt de wijkhub ontworpen als een katalysator voor verandering. De scriptie combineert theoretisch onderzoek naar de evolutie van mobiliteit en duurzame strategieën met een concreet ruimtelijk ontwerp dat het mijnverleden van Zwartberg verbindt met een regeneratieve toekomst. Zo toont het project hoe infrastructuur meer kan zijn dan verplaatsing alleen, een middel tot verbinding tussen mens, omgeving en planeet.
Meer lezen

Slimme Omgevingen voor Kleine Patiënten: De invloed van virtual reality (VR) op angst in de pediatrische spoed-box

Hogeschool PXL
2025
Wasim
Vandepoel
In deze bachelorproef wordt onderzocht hoe Virtual Reality (VR) ingezet kan worden om angst bij kinderen tussen 6 en 12 jaar te verminderen tijdens hun verblijf op de spoedgevallendienst. Het onderzoek vertrekt vanuit de vaststelling dat angst een veelvoorkomend probleem is bij pediatrische patiënten, en dat technologische hulpmiddelen zoals VR mogelijk een positieve invloed kunnen hebben op hun beleving van medische procedures.
Via een combinatie van literatuurstudie, een CAT-analyse en een praktijkgerichte interventie werd nagegaan hoe VR kan bijdragen aan kindvriendelijke zorg. Daarnaast werd onderzocht hoe zorgverleners – waaronder verpleegkundigen, artsen en gastvrouwen – staan tegenover het gebruik van VR in hun dagelijkse praktijk. Uit de resultaten blijkt dat passieve educatie onvoldoende is om gedragsverandering te stimuleren. Een interactieve workshop, waarbij het spoedteam zelf de VR-bril kon uitproberen, leidde tot een duidelijke toename in kennis en bereidheid tot toepassing.
Hoewel VR momenteel nog niet actief wordt gebruikt op de spoedafdeling, toont deze studie aan dat er potentieel is voor implementatie. De bachelorproef levert concrete aanbevelingen en materialen aan, waaronder een protocol, handleiding en educatieve poster, om de introductie van VR in de pediatrische spoedzorg te ondersteunen.
Meer lezen

Impactvolle klimaateducatie die aanzet tot klimaatbewuste leerlingen

Odisee Hogeschool
2025
Ruben
Opdecam
De klimaatkennis van jongeren blijkt vaak gebrekkig en vertoont tal van misconcepties. Hoewel het belang van klimaateducatie internationaal erkend wordt – onder andere door UNESCO en de Verenigde Naties – en ook formeel zijn weg heeft gevonden naar de Vlaamse leerplannen, blijft de impact ervan in de klaspraktijk vaak beperkt. Het onderwijs heeft de verantwoordelijkheid om wetenschappelijke kennis hiaten te dichten en jongeren te voorzien van de vaardigheden en attitudes die essentieel zijn voor een duurzame toekomst. Een wetenschappelijk correct klimaatverhaal dat onderwijskundig sterk onderbouwd is én voldoet aan de bouwstenen van effectieve klimaateducatie, vormt de sleutel tot klimaatbewuster gedrag bij leerlingen.

Deze bachelorproef heeft vier doelstellingen: (1) inzicht verkrijgen in de huidige didactische aanpak van leerkrachten via een enquête; (2) achterhalen aan welke competenties effectieve klimaateducatie moet voldoen; (3) nagaan welke onderwijskundige bouwstenen en randvoorwaarden noodzakelijk zijn voor een educatieve interventie m.b.t. klimaatverandering; (4) een praktische handleiding ontwerpen voor een klimaatdag voor leerlingen uit de tweede graad secundair onderwijs.

De onderzoeksliteratuur en bevraging tonen aan dat het huidige klimaatonderwijs te sterk gericht is op kennisoverdracht. Klimaateducatie moet echter ook de actiecompetentie van leerlingen versterken en aanzetten tot gedragsverandering. Kennis is het vertrekpunt, niet het einddoel. Leerkrachten moeten hierbij gebruik maken van wetenschappelijk onderbouwde strategieën in samenhang met klimaatcompetenties, verankerd in pedagogisch-onderwijskundige kaders.

Dit bachelorproefonderzoek biedt een antwoord op de groeiende nood aan betekenisvolle en impactvolle klimaateducatie: jongeren raken, betrekken én inspireren. En bovenal: in beweging brengen. Want wat we jongeren vandaag meegeven, bepaalt hoe ze morgen in de wereld staan. Juist daarom is het onderwijs belangrijker dan ooit. Daar planten we de zaadjes van verandering. Elke leerkracht heeft de mogelijkheid om iets los te maken, om te inspireren, om te raken. Laten we die kans grijpen. Niet morgen, maar vandaag.
Meer lezen

Herstel boven straf: de Leuvense drugsopvolgingskamer en de nood aan uniforme wettelijke verankering

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Serré
Deze scriptie onderzoekt de juridische basis en structurele werking van de drugsopvolgingskamer (DOK) te Leuven, een relatief recent initiatief binnen het Belgische strafrechtsysteem dat herstelgerichte rechtspraak wil realiseren voor meerderjarige beklaagden met een ernstige verslavingsproblematiek. De DOK biedt een alternatief voor de klassieke strafvervolging waarbij gedragsverandering, maatschappelijke re-integratie en multidisciplinaire begeleiding centraal staan. De centrale onderzoeksvraag luidt: in welke mate is de huidige juridische basis van de DOK te Leuven voldoende, en is een expliciete wettelijke verankering wenselijk om de werking op een uniforme en transparante manier te garanderen?

De aanleiding voor dit onderzoek ligt in de vaststelling dat druggerelateerde criminaliteit vaak samenhangt met onderliggende problematieken zoals verslaving, sociale uitsluiting en psychische kwetsbaarheid. Klassieke bestraffingsmechanismen blijken in deze context vaak ontoereikend om recidive te voorkomen. De DOK tracht deze lacune te vullen door beklaagden de kans te bieden om, onder gerechtelijke opvolging en in samenwerking met justitieassistenten en zorgverleners, te werken aan hun herstel alvorens een definitieve veroordeling volgt.

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden werd een kwalitatieve, multidisciplinaire methode toegepast. Het onderzoek combineert een diepgaande juridische analyse van relevante wetgeving en beleidsdocumenten met field research. Dat field research bestond uit observaties van zittingen van de Leuvense DOK en semigestructureerde interviews met rechters en parketmagistraten die betrokken zijn bij de werking van de DOK. Daarnaast werd een vergelijkende analyse gemaakt met de Gentse drugsbehandelingskamer, die al sinds 2008 operationeel is.

De onderzoeksresultaten tonen aan dat de DOK te Leuven momenteel opereert binnen een hybride juridisch kader. De wettelijke basis ligt hoofdzakelijk in artikel 190sexies van het Wetboek van Strafvordering, dat hersteltrajecten mogelijk maakt binnen het strafprocesrecht. Deze bepaling wordt in Leuven aangevuld met lokale samenwerkingsprotocollen tussen het parket, de rechtbank en hulpverleningsinstanties. Hierdoor blijft de concrete invulling grotendeels afhankelijk van lokale actoren, met als gevolg een aanzienlijke variabiliteit in aanpak, doelgroepselectie en opvolgingsstructuur tussen verschillende gerechtelijke arrondissementen.

Deze situatie creëert juridische knelpunten op het vlak van rechtszekerheid, transparantie en gelijke behandeling. De afwezigheid van een uniforme wettelijke regeling maakt de toepassing van de DOK afhankelijk van toevallige geografische factoren en de betrokkenheid van individuele actoren. De vergelijking met het model in Gent toont aan dat structurele elementen zoals vaste actoren, regelmatige zittingen en een geïntegreerde multidisciplinaire samenwerking essentieel zijn voor een effectieve werking. In Leuven belemmert het ontbreken van deze elementen de impact van het model.

Op basis van deze analyse concludeert de scriptie dat een expliciete wettelijke verankering van de DOK noodzakelijk is. Deze verankering zou moeten voorzien in duidelijke minimumnormen inzake organisatie, rechten en plichten van beklaagden, rolverdeling tussen actoren en samenwerking met de zorgsector.Tegelijkertijd moet er voldoende ruimte blijven voor lokale autonomie en contextspecifieke toepassing. Een hybride wettelijk model, ingebed in het Wetboek van Strafvordering, biedt hiervoor de meeste garanties. Enkel binnen een dergelijk rechtsstatelijk en transparant kader kan de DOK uitgroeien tot een duurzaam en gelijkwaardig alternatief binnen het Belgische strafrecht.
Meer lezen

A green flag for the Flag System? Fostering a cultural change to tackle transgressive behavior in the Belgian Higher education

Andere
2024
Valéry Ann
Jacobs
Deze thesis situeert zich in de nasleep van de Belgische sociale #MeToo-beweging en belicht de toename van mediakritiek op grensoverschrijdend gedrag binnen het hoger onderwijs. Na het ontslag van een professor aan UHasselt in 2018 vanwege grensoverschrijdend gedrag, kreeg het thema meer aandacht door de veelbesproken rechtszaak rond de Belgische televisieproducent ‘De Pauw’. Vanaf begin 2022 kwamen er regelmatig berichten in de media over grensoverschrijdend gedrag aan alle Vlaamse universiteiten. Deze berichten brachten wijdverspreid grensoverschrijdend gedrag aan het licht, zoals pesten, intimidatie, discriminatie, geweld en (seksueel) wangedrag. Het (destijds) ontbreken van een duidelijke, eenduidige definitie, bijvoorbeeld in universitaire reglementen, ethische codes, maar ook in de Vlaamse Codex Hoger Onderwijs, belemmerde een goed begrip van het probleem en vertraagde een tijdige, gepaste en proportionele aanpak van deze incidenten. Deze thesis streeft ernaar een omvattende definitie van grensoverschrijdend gedrag te formuleren door middel van een narratieve literatuurstudie, waarbij de verschillende vormen ervan worden onderzocht. Het onderzoekt de systemische kwetsbaarheden in het hoger onderwijs die dergelijk gedrag in de hand werken en stelt op bewijs gebaseerde en praktijkgerichte maatregelen voor om dit tegen te gaan. Een belangrijk aandachtspunt van deze thesis is de ontwikkeling van een op bewijs gebaseerde training, geïnspireerd door het SENSOA Vlaggensysteem, aangepast om de verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag binnen instellingen voor hoger onderwijs te beoordelen en te bespreken. Deze training werd gevalideerd door de resultaten te vergelijken van deelnemers die de training volgden en nadien een enquête invulden over 15 scenario’s van grensoverschrijdend gedrag, met een controlegroep die dezelfde enquête online invulde zonder de training te volgen. De huidige resultaten tonen aan dat getrainde deelnemers grensoverschrijdend gedrag even goed beoordelen als de ongetrainde controlegroep, wat erop wijst dat personeelsleden aan instellingen voor hoger onderwijs in het algemeen al in staat zijn om zulke gevallen te beoordelen. De getrainde groep is echter beter in staat om hun eigen capaciteiten te evalueren en rapporteert een aanzienlijk positief leereffect bij het beoordelen van grensoverschrijdend gedrag. Hoewel de gebruikslimieten van het Vlaggensysteem worden opgezocht, blijkt het een waardevol kader om grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs beter te begrijpen en aan te pakken. Voordat definitieve conclusies getrokken kunnen worden, is verder onderzoek nodig in verschillende departementen, faculteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs. Pas dan kan hun potentieel worden gevalideerd, wat een echte cultuuromslag mogelijk maakt waarin grensoverschrijdend gedrag geen plaats meer heeft.
Meer lezen

Implementeren van best practices met het oog op duurzame campusmobiliteit op Campus Hasselt en Campus Diepenbeek

Universiteit Hasselt
2024
Jeroen
Luyck
  • Issam
    Aabbasy
In het kader van het project transitiemanager sloegen de Universiteit Hasselt, Hogeschool PXL en Hogeschool UCLL de handen ineen om samen met, onder meer, de Stad Hasselt en de gemeente Diepenbeek, een gedragsverandering bij studenten en personeelsleden te realiseren. Het onderzoek richt zich op de totstandkoming van mobiliteitsinitiatieven die bijdragen aan een duurzamer verplaatsingsgedrag op en rond onderwijscampussen. Hiervoor werden interviews gehouden met onderwijsinstellingen uit binnen- en buitenland. De best practices uit deze interviews hebben geleid tot de opstelling van maatregelenpakketten met toekomstige maatregelen voor de Universiteit Hasselt.
Meer lezen

Experimental study of the diffusion coefficient of high-voltage LNMO spinel positive electrodes for next-generation Li-ion batteries

Vrije Universiteit Brussel
2024
Manon
Winnock
Genomineerde longlist mtech+prijs
Lithium-ion batterijen spelen een belangrijke rol in de wereldwijde verschuiving weg van traditionele fossiele brandstoftechnologieën naar meer duurzame oplossingen voor energieproductie en -opslag. Echter, met de toenemende vraag naar Li-ion batterijen neemt ook de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen, waaronder kobalt, toe. Een mogelijke oplossing ligt in de ontwikkeling van kobaltvrije elektroden, wat de afhankelijkheid van schaarse hulpbronnen zou kunnen verminderen. Deze masterthesis richt zich op het bestuderen van de volgende generatie LiNi0.5Mn1.5O4 (LNMO) spinel positieve elektroden. Om het optimale ontwerp van Li-ion batterijen met deze LNMO positieve elektrode te modelleren, is het belangrijk om betrouwbare en kwantitatieve waarden te verkrijgen voor onder andere de lithium-ion diffusiecoëfficiënt. Het hoofddoel van deze thesis is daarom het ontwikkelen van een robuust begrip van de evolutie van de lithiumdiffusiecoëfficiënt in dunne film LNMO-elektroden door middel van diverse experimentele benaderingen. Doordat de elektrode een dunne film is in plaats van een composiet, kan een systeem worden gemodelleerd waarin andere componenten zoals bindmiddelen en geleidende toevoegingen worden vermeden. De technieken die worden gebruikt om de diffusiecoëfficiënt te bepalen zijn GITT, PITT en ICI. Met deze technieken kan de evolutie van de diffusiecoëfficiënt als functie van de spanning worden bepaald. De drie technieken resulteren in diffusiviteiten die qua grootteorde verschillen, maar dezelfde trends laten zien. Voor respectievelijk ICI, PITT en GITT worden diffusiecoëfficiënten gevonden die variëren van 10−9 tot 10−13 cm²/s, 10−11 tot 10−13 cm²/s en 10−13 tot 10−15 cm²/s. Door de verschillende technieken te vergelijken, wordt geconcludeerd dat PITT het meest betrouwbaar is om de diffusiecoëfficiënt te bepalen voor dunne film LNMO-elektroden, vooral in het hoge spanningsgebied. Bovendien wordt ook de impact van de dikte van de dunne filmelektrode onderzocht. Dit toonde een gedragsverandering vanaf een dikte van 200 nm.
Meer lezen

Spoedig comfort, Verpleegkundige aanpak van comfortmedicatie voor patiënten met een slechte prognose.

Thomas More Hogeschool
2024
Margot
Raymaekers
Deze bachelor proef richt zich op het verkennen van manieren waarop de communicatie tussen verpleegkundigen en naasten van patiënten met een slechte prognose binnen een spoedgevallendienst kan worden verbeterd. Specifiek zal worden onderzocht hoe de ontwikkeling en implementatie van een communicatiemethodiek kunnen bijdragen aan het versterken van de verbinding tussen verpleegkundigen en naasten.
Hoe kunnen communicatievaardigheden en kennis over comfortmedicatie van spoedverpleegkundigen verbeterd worden om zo de kwaliteit van zorg te verhogen en het comfort van patiënten en hun naasten te bevorderen? Vanuit deze onderzoeksvraag is gezocht naar een oplossing voor dit probleem. Er werd gebruik gemaakt van verschillende databanken.
Spoedverpleegkundigen staan dagelijks voor diverse uitdagingen, waarvan communicatie er één is. Echter kan een gebrek aan zelfvertrouwen en kennis over comfortmedicatie een belemmerende factor zijn voor effectieve en doeltreffende communicatie met naasten en patiënten. Er is dus dringende noodzaak om een effectieve bijscholing te ontwikkelen die gericht is op het vergroten van het zelfvertrouwen en de kennis van spoedverpleegkundigen, met als doel de kwaliteit van de zorg en het comfort van de patiënt te verhogen.
Uit de resultaten van de literatuurstudie blijkt het belang van eensgezinde communicatie tussen verpleegkundigen en naasten of patiënten, ondersteund door diverse vormen van communicatie. Ook bleek dat de WHO- pijnladder een belangrijke factor was in het effectief behandelen van pijn. Het gedragswiel biedt een waardevolle inkijk in het begrijpen van gedragsveranderingen bij zowel verpleegkundigen als patiënten en naasten.
Het prototype dat werd ontwikkeld, speelt in op het verbeteren van communicatievaardigheden en kennis over de verschillende comfortmedicatie. Het prototype bevat een presentatie, met daarna oefenen in een rollenspel. Hierna vindt ook een debriefingsmoment plaats. Dit prototype wordt geïmplementeerd aan de hand van de PDCA- cyclus
Meer lezen

Uitwerken van een sensibiliseringscampagne voor studenten en personeelsleden van de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg richting een duurzame modal shift

Universiteit Hasselt
2024
Seppe
Van Springel
  • Myrthe
    Bouckaert
De masterthesis richt zich op het realiseren van een duurzame gedragsverandering bij studenten en personeelsleden van de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg (AUHL), bestaande uit de onderwijsinstellingen PXL, UCLL en UHasselt. Het doel is om autoverplaatsingen te verminderen, duurzame vervoersmodi te stimuleren en parkeer- en verkeersproblemen rond de campussen te voorkomen. De centrale onderzoeksvraag is hoe strategische communicatie campusbeleidsmaatregelen kan inzetten om duurzame verplaatsingsgedragingen te bevorderen. De masterthesis combineert een literatuurstudie over het COM-B model met gedragsveranderingsstrategieën, traditionele en moderne communicatiemethoden, en technologische toepassingen. Het onderzoek omvat een analyse van COM-B componenten, uienschillen en kleurtabellen, campagnetijdlijnen en strategische communicatie. Dit biedt inzicht in het creëren van effectieve boodschappen en het beter afstemmen van communicatiestrategieën op studenten en personeel, wat de kans op succesvolle gedragsverandering vergroot.
Meer lezen

MONDGEZONDHEID BIJ VRACHTWAGENCHAUFFEURS Exploratief onderzoek naar het verbeteren van de mondzorggewoontes bij vrachtwagenchauffeurs op de werkvloer

Hogeschool UCLL
2024
Sarah
Detollenaere
  • Silke
    Achten
MONDGEZONDHEID BIJ VRACHTWAGENCHAUFFEURS
Exploratief onderzoek naar het verbeteren van de mondzorggewoontes bij vrachtwagenchauffeurs op de werkvloer
Meer lezen

PFOS-vervuiling: Juridische aspecten. Knowledge is power: wat kunnen we leren uit de aanpak van PFOS-vervuiling in de Verenigde Staten van Amerika?

Universiteit Gent
2023
Adeline
De Clercq
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Er bestaat zowel internationale als Amerikaanse regelgeving die tot doel heeft PFOS-vervuiling te bestrijden. In deze scriptie worden beide soorten regelgeving met elkaar vergeleken. Hoewel de Verenigde Staten van Amerika veel PFOS-vervuiling kennen, is hun PFOS-wetgeving zeer vooruitstrevend.
Meer lezen

Patiënten empoweren in hun zorgtraject tijdens een ziekenhuisopname

Arteveldehogeschool Gent
2023
Haïke
Grimmelprez
  • Jody
    Heyse
  • Yoni
    Ketels
Naar aanleiding van enkele gerealiseerde projecten omtrent beweging tijdens een hospitalisatie, werd de opdracht vanuit het AZ Sint Jan te Brugge gegeven om een 'beweegziekenhuisproject' op te starten.
Meer lezen

Ervaringen van mondhygiënisten in Vlaanderen omtrent hun professionele activiteiten: een kwalitatief onderzoek

Arteveldehogeschool Gent
2022
Sarah
Van Den Berghe
Een kwalitatief onderzoek over de ervaringen van Vlaamse mondhygiënisten hun werkomstandigheden.
Op basis van één-op-één semigestructureerde interviews werd een steekproef van veertien mondhygiënisten bevraagd over zes thema's, waaronder werksetting en takenpakket.
Meer lezen

Post-traumatic dysfunctional behavior and emotional distress in working dogs

Universiteit Gent
2022
Sofie
Salden
Post-traumatische stress stoornis is een belangrijk psychisch gezondheidsprobleem bij de mens. Een gelijkaardige stoornis werd opgemerkt bij honden, namelijk caniene PTSS. Deze masterthesis geeft een overzicht van de literatuur met betrekking tot deze stoornis bij werkhonden.
Meer lezen

Zelfmanagement bij hartfalen

Thomas More Hogeschool
2022
Sophie
Geens
Hartfalen is een klinisch syndroom waarbij de pompfunctie van het hart van de patiënt tekort gaat schieten. Door de vergrijzing van de bevolking zal de prevalentie van deze aandoening alleen maar stijgen. In België lijdt naar schatting 4% van de bevolking hieraan. Er lijden 200.000 mensen aan hartfalen. De levenskwaliteit zal dalen op verschillende vlakken, zowel op het sociale aspect als op het psychisch en lichamelijke aspect. Leefstijlinterventies zijn cruciaal om de impact van hartfalen op het dagelijkse leven en complicaties van de ziekte te verminderen. Deze interventies gaan over de inname van medicatie, het aanpassen van de voeding en het opvolgen van het gewicht. Bij therapieontrouw van medicatie gaan de klachten verergeren. Als de patiënt zich niet houdt aan de vochtbeperking, zal de vochtretentie en stuwing niet minderen. De lichamelijke activiteit gaat zorgen voor een betere inspanningstolerantie. Het is van groot belang dat de kortademigheid en de vermoeidheid afnemen. Er moet ingezet worden op therapietrouw van zowel medicatie als dieet. Vaak is dit voor patiënten zeer complex en gebeuren hier regelmatig fouten op. Dit kan verklaard worden doordat in de medische zorg de focus ligt op de farmacologische therapieën in plaats van op het ondersteunen van de patiënten bij gedragsverandering.

Vraagstelling: Literatuurstudie naar hoe zelfmanagement bij patiënten met hartfalen in de thuissituatie door eerstelijnsverpleegkundigen bevorderd kan worden.

Zoekstrategie: Tussen 4 oktober en 7 mei werd er een literatuurstudie uitgevoerd met behulp van volgende gecomputeriseerde databanken: PubMed, UpToDate, Google Scholar, Nature, ScienceDirect en Springerlink. De zoektocht leverde in totaal 41 artikels op waaronder 26 reviews, 5 richtlijnen, 1 secundaire kwalitatieve analyse, 1 kwalitatieve studie en 8 tijdschriften.

Resultaten: Uit een literatuurstudie is gebleken dat mHealth-apps een positieve invloed hebben in de eerstelijnszorg, de zorgkosten en de levenskwaliteit. Patiënten gaan op een actievere manier hun gezondheid in eigen handen nemen. Zelfmanagementgedrag wordt beïnvloed door de leeftijd, de comorbiditeit, de functionele/emotionele en economische status. Het prototype HeartCheck wil de competenties van de zorgvragers verhogen door op verschillende factoren in te spelen. Deze competenties gaan over communicatie, aandacht voor de mentale en fysieke toestand, adaptatie aan ziektesymptomen en integratie in de maatschappij. Wederzijds vertrouwen tussen de patiënt en zorgverlener is hierbij essentieel.

Conclusie: Zonder effectief management zal de levenskwaliteit van de patiënt met hartfalen verslechteren. Voor de zorgverleners bieden mHealth-interventies de mogelijkheid om bijwerkingen te monitoren en verbeterpunten te identificeren. Ook de vrijheid en draagbaarheid van mobiele apparaten bieden een enorm potentieel aan patiënten en zorgverleners. Er kan gesteld worden dat gepersonaliseerde zorg door de app een meerwaarde vormt voor patiënten met hartfalen binnen een bestaand zorgplan. Elke patiënt heeft specifieke zorgvragen die niet alleen bepaald worden door de mate van de ernst en het type van HF maar ook door de individuele vaardigheden en context van de patiënt.


Meer lezen

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

AP Hogeschool Antwerpen
2022
Eleonora
Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.
Meer lezen

Milieuvriendelijk Gedrag en de Perceptie van Free-riders

KU Leuven
2021
Marthe
Walgrave
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Uit een experimentele survey blijkt dat mensen zich laten beïnvloeden door het gedrag van anderen bij de keuze zich al dan niet klimaatvriendelijk te gedragen. De schrik voor 'freeriders' vormt zo een extra barrière voor mensen om zich in te spannen voor het klimaat.
Meer lezen

SARS-CoV-2 een (wereld) groot probleem, wat nu met het vaccin?

Thomas More Hogeschool
2021
Sofie
Beyers
  • Steffi
    Biermans
SARS-CoV-2 had een grote impact op zowel fysiek, psychosociaal als economisch vlak. De farmaceutische industrie werd aangespoord om snel een vaccin te ontwikkelen. Doch is niet iedere persoon vaccinatiebereid. Daarom werd er een bruikbare tool ontworpen om de vaccinatiebereidheid bij de Belgische bevolking te vergroten genaamd VacciNapp.
Meer lezen

The effect of somatosensory targeted memory reactivation during post-learning wakefulness on motor memory consolidation

KU Leuven
2020
Anke
Van Roy
Dit bewegingswetenschappelijk onderzoek onderzocht het effect van taak-specifieke tactiele stimulatie op het motorisch geheugen. Naast het waarnemen van gedragsveranderingen, werd evenals de hersenactiviteit geregistreerd om zo de onderliggende neurale mechanismen van dit proces te ontrafelen.
Meer lezen

Interaction between fam57b and cdipt in a model of 16p11.2 deletion syndrome

Vrije Universiteit Brussel
2020
Adrianna
Vandeuren
Ik bestudeerde de interactie van twee genen die van belang zijn voor het 16p11.2 deletiesyndroom in zebravissen. Door het kijken naar hun gedrag bleek dat de GABA-ergische inhibitorische neuronen een belangrijke rol spelen in het veroorzaken van symptomen.
Meer lezen

Moving Cancer Care: beweging na een kankerbehandeling.

Arteveldehogeschool Gent
2020
Niels
Gossé
  • Eva
    Van Immerzeele
  • Mattias
    Huyghebaert
Deze scriptie gaat over hoe de stap naar een actievere levensstijl kleiner gemaakt kan worden om zoveel mogelijk kankersurvivors aan te zetten tot bewegen. Dit rekening houdend met de verschillen wat betreft vroegere levensstijl maar ook wat betreft interesses en motivatie.
Meer lezen

The effects of UATC in addition to a classic moderate-intensity aerobic exercise program on body composition and cardiometabolic risk profile in adults with obesity.

Universiteit Hasselt
2020
Katrien
Vilters
  • Brenda
    Reynders
Dit onderzoek richt zich op het ontdekken van de additionele effecten van ultrasound vetweefselcavitatie bovenop een klassiek oefenprogramma in een populatie van volwassenen met obesitas.
Meer lezen

Creatie van betekenisvolle activiteiten via triadisch werken door personen met jongdementie, mantelzorgers en ergotherapeuten

Hogeschool West-Vlaanderen
2020
Amelie
Vanden Berghe
In deze bachelorproef werd nagegaan hoe personen met jongdementie, mantelzorgers en ergotherapeuten betekenisvolle activiteiten kunnen creëren via triadisch werken. Dit gebeurde met het oog op het behouden van de identiteit en eigenwaarde van de persoon met jongdementie. Daarnaast werd er een draaiboek voor de ergotherapeut ontwikkeld dat concreet inzetbaar is in de praktijk.
Meer lezen