Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de

ForTuin

Thomas More Hogeschool
2024
Mira
Wittevrongel
De voormalige Delhaize-site in Molenbeek wordt door CityDev omgevormd tot een project met woon- en leefgelegenheden. Tijdens de bouwaanvragen zorgt Entrakt voor een tijdelijke invulling van de site, waaronder ForTuin: een collectieve tuin die zowel publieke als leden-ruimtes omvat. De tuin bevat een demonteerbare structuur van gerecupereerde materialen en is ontworpen met een industriële uitstraling, verzacht door kleurrijke accenten en groene tegeltjes. ForTuin maakt gebruik van een duurzaam aquaponicssysteem waarbij vissen en planten elkaar voeden. Het project bevordert gemeenschapsvorming met voorzieningen zoals een terras, keuken, kantine en speelruimte voor kinderen. ForTuin is toegankelijk voor rolstoelgebruikers en biedt een inspirerend model voor duurzame stadsontwikkeling.
Meer lezen

Succesvolle communicatie voor leerkrachten, scholen en ouders van hoogbegaafde leerlingen

Hogeschool PXL
2024
Geert
Conard
"Hoogbegaafde leerlingen behalen altijd goede resultaten."

“Een hoogbegaafde leerling is slim genoeg,
die komt er wel op eigen houtje.”

Hoewel deze misvattingen vaak gehoord worden, is het verrassend hoe vaak hoogbegaafde leerlingen onderpresteren, en soms zelfs vroegtijdig de school verlaten zonder diploma. Communicatie tussen ouders en leerkrachten loopt vaak muurvast, met ernstige gevolgen voor het welzijn en de toekomst van de leerling en zijn gezin.

In dit onderzoek werden antwoorden gezocht op de onderzoeksvraag “Hoe beïnvloeden misvattingen over hoogbegaafdheid de communicatie tussen scholen, leerkrachten en leerlingen?". Geert Conard ontwikkelde een communicatietool die duidelijkheid schept over de meest voorkomende misvattingen voor leerlingen, leerkrachten en scholen. Door hiermee rekening te houden kan de communicatie aanzienlijk verbeterd worden.

Het communicatiemodel is echter niet het enige product wat werd afgeleverd, de resultaten werden verder aangevuld met heel wat persoonlijke ervaringen met als resultaat “Hoogbegaafdheid in dialoog”, een boek met waardevolle inzichten en handvatten voor leerkrachten en scholen om beter te communiceren met hoogbegaafde leerlingen en hun ouders.
Meer lezen

Van klaslokaal naar cyberspace: een diepgaande analyse van cyberpesten in klaschats en exposegroepen onder leerlingen in het secundair onderwijs

Universiteit Gent
2024
Hanne
Vermeire
Sociale media zijn een integraal onderdeel geworden van het leven van adolescenten, waarbij verschillende applicaties enorm populair zijn geworden. Naast deze populariteit die toeneemt in deze applicaties, neemt ook cyberpesten toe in dergelijke sociale media apps. Echter, er is nog weinig onderzoek verricht naar de aard en omvang van cyberpesten in nieuwe vormen zoals exposegroepen. Dit onderzoek beoogt dit hiaat op te vullen door inzicht te bieden in de aanwezigheid, motivaties en dynamieken van leerlingen in het secundair onderwijs met betrekking tot cyberpesten in deze contexten. De onderzoeksvraag richt zich op het bepalen van de aard en omvang van online pestgedrag onder leerlingen in het secundair onderwijs, specifiek binnen klaschats en exposegroepen. Een diepgaande analyse werd uitgevoerd met behulp van een vragenlijst, afgenomen bij 949 leerlingen uit het secundair onderwijs. Hierbij lag de focus op het verkennen van de omvang, aard en dynamieken van cyberpesten in klaschats en exposegroepen, zowel bij getuigen, daders als slachtoffers. De bevindingen onthulden dat een aanzienlijk aantal jongeren gebruikmaakt van klaschats, waarbij Snapchat en WhatsApp de meest populaire kanalen zijn. Bovendien kwam een grote meerderheid van de respondenten in aanraking met exposegroepen, voornamelijk op platforms zoals TikTok en Instagram. Online pestgedrag, waaronder roddels, gemene opmerkingen, uitsluiting, belachelijk maken, nadoen, en bedreigen, werden geïdentificeerd in klaschats en exposegroepen. Een belangrijke bevinding daarbij is dat vele respondenten aangeven dit gedrag te stellen omdat het grappig is en mogelijks niet de ernst ervan inzien. De gevolgen voor sommige respondenten waren groot waarbij sommige gevallen leidden tot depressie, negatieve gevolgen schoolresultaten, zelfverminking of zelfs suïcidale gedachten. Opvallend was dat aanzienlijk meer vrouwen dan mannen slachtoffer werden van exposegroepen onder de respondenten van dit onderzoek. Het onderzoek legde de perceptie van leerlingen over de rol van scholen in de aanpak van cyberpesten bloot. Respondenten erkennen dat scholen een cruciale rol moeten spelen in het bestrijden van cyberpesten. Echter, er bestaat twijfel over de effectiviteit van de huidige aanpak en interventies van scholen. Veel respondenten geven aan dat ze een gebrek aan vertrouwen hebben om gevallen van pestgedrag aan schoolautoriteiten te melden. Daarnaast werd ook aangegeven dat respondenten geen melding wouden maken aan schoolautoriteiten omdat het niet hun zaak is en ze zich niet willen moeien maar ook uit schrik voor eigen slachtofferschap. Het onderzoek benadrukt de noodzaak van bewustwording, vertrouwen en effectieve interventies vanuit het onderwijs, evenals een gezamenlijke inspanning tussen scholen en leerlingen om een veilige online omgeving te creëren.
Meer lezen

Het welzijn van niet begeleide minderjarigen bevorderen bij de overgang van de OKAN-klas naar het reguliere onderwijs

UC Leuven-Limburg
2024
Jehad
Omar
Voor niet begeleide minderjarige vluchtelingen is de overgang van hun vertrouwde omgeving in de OKAN-klas naar het reguliere onderwijs een grote stap. Het is essentieel om aandacht te besteden aan het optimaliseren van hun welzijn tijdens en na de overgang van de OKAN-klas naar het reguliere onderwijs. Het doel van dit onderzoek is handvatten bieden aan begeleiders en leerkrachten om het welzijn van de niet-begeleide minderjarigen te optimaliseren bij de overgang van de OKAN-klas naar het reguliere onderwijs.
Meer lezen

Challenges of SAF production under the requirements of the ReFuelEU aviation initiative

Universiteit Hasselt
2024
ibeth
diaz
De luchtvaartindustrie staat voor aanzienlijke milieuproblemen, waarbij duurzame vliegtuigbrandstoffen (SAFs) essentieel zijn voor het bereiken van netto nul uitstoot. De EU-verordening ReFuelEU Aviation verplicht een toenemend gebruik van SAF, beginnend bij 2% in 2025 en oplopend tot 70% in 2050. De vijf grootste Europese luchtvaartmaatschappijen—Air France-KLM, EasyJet, IAG, Lufthansa en Ryanair—integreren geleidelijk SAF, moderniseren hun vloten en verkennen groene waterstoftechnologieën. Ondanks inspanningen vormen hoge productiekosten en beperkte capaciteit obstakels. Strategisch management, partnerschappen en regelgeving zijn cruciaal voor de overgang naar een duurzame luchtvaarttoekomst.
Meer lezen

De aansprakelijkheid van en de rechtshandhaving door de overheid tijdens de COVID-19-pandemie: Vergelijkend onderzoek tussen België, India en Zweden

Universiteit Antwerpen
2024
Elena
Butaye
Deze meesterproef onderzoekt of het recht op (toegang tot de) gezondheidszorg werd gewaarborgd tijdens de COVID-19-pandemie en indien de overheid bij nalatigheid aansprakelijk gesteld kan worden. Dit onderzoek wordt geleid door volgende onderzoeksvragen:

1. Wat houdt het recht op toegang tot de gezondheidszorg in en wanneer is er sprake van nalatigheid indien de toegang tot gezondheidszorg niet wordt verleend?

2. Welke wetgeving/maatregelen werd(en) er genomen tijdens de COVID-19-pandemie, opdat het recht op (toegang tot de) gezondheidszorg werd gewaarborgd?

3. Werden de rechten van de patiënt voldoende gewaarborgd in de gezondheidszorg tijdens de COVID-19-pandemie?

4. Vanaf wanneer kan de overheid aansprakelijk gesteld worden voor diens nalatigheid in het voorzien van de nodige gezondheidszorg tijdens een pandemie?

Hoewel alle drie de landen hebben geprobeerd het recht op (toegang tot de) gezondheid(szorg) te waarborgen tijdens de coronapandemie, werden ze geconfronteerd met verschillende uitdagingen en tekortkomingen. Deze meesterproef benadrukt het belang van veerkrachtige gezondheidszorgsystemen, een snelle beleidsreactie op een pandemie, goed functionerende juridische kaders en effectief crisisbeheer in het omgaan met mondiale gezondheidscrisissen.
Meer lezen

De Sint-Martinuskerk te Beveren, een immersieve beleving via een audiovisuele rondleiding.

Odisee
2024
Robin
Van Mieghem
Tijdens een ‘onderdompelende’ activiteit in de kerk van Beveren gaf een leerling aan dat de ervaring bijzonder was. Deze spontane opmerking ligt volledig in de lijn van wat bisschop Lode Van Hecke en leraars godsdienst ook reeds stelden, namelijk dat er in het secundair onderwijs binnen het vak r.-k. godsdienst onvoldoende aandacht wordt besteed aan geloofsbeleving.

Draagt een te rationeel opgezet godsdienstonderwijs bij tot een groeiende vervreemding tussen leerlingen en de godsdienst met bijhorende geloofsbeleving? Dit onderzoek verkent de hypothese of een immersief bezoek aan een gebedshuis de geloofsbeleving, de motivatie voor en prestaties in het vak r.-k. godsdienst verbeteren. Specifiek wordt gekeken naar de impact van een immersieve audiovisuele rondleiding in de Sint-Martinuskerk te Beveren.

Het onderzoek begon met een uitgebreide literatuurstudie naar didactiek. Twee klassen van de Sint-Maarten Bovenschool in Beveren namen deel: het 6de jaar verzorging kreeg reguliere lessen, terwijl het 7de jaar kinderzorg en thuis- en bejaardenzorg een audiotour door de kerk volgde. De controlegroep kreeg een traditionele les met PowerPoint-foto's, terwijl de experimentele groep zelfstandig de kerk ontdekte via de ErfgoedApp en hierbij ook de mogelijkheid kreeg om de stilte te beleven.

Toetsen en enquêtes werden gebruikt om de invloed van geloofsbeleving op prestaties en motivatie te meten. Observaties ondersteunden deze bevindingen.

De spectaculaire resultaten tonen aan dat leerlingen die deelnamen aan de audiotour hogere en consistentere scores behaalden dan degenen die reguliere lessen volgden. De experimentele groep was ook meer gemotiveerd. Dit suggereert dat praktijkervaringen, zoals kerkbezoeken, waardevolle aanvullingen zijn op traditioneel onderwijs en bijdragen aan betere lesmethoden en motivatie in het godsdienstonderwijs.

Leerlingen die de kerk bezochten, scoorden hoger op kennisvragen en toonden meer motivatie en interesse dan de controlegroep. Hoewel de bevindingen positief zijn, blijft de generaliseerbaarheid beperkt door de kleine steekproef en de eenmalige uitvoering van het onderzoek. Voor sterkere conclusies is herhaling met een grotere en diverse steekproef nodig.

Andere scholen kunnen leren dat praktijkervaringen, zoals kerkbezoeken, significant bijdragen aan de motivatie en prestaties van leerlingen. Het is echter belangrijk om rekening te houden met kosten, audiovisuele middelen en voorbereiding door de leerkracht, evenals de lokale context en behoeften van de leerlingen.
Meer lezen

Rituele passage

KU Leuven
2024
Lanaya
De Naeyer
Deze masterproef is tot stand gekomen binnen de opleiding Interieurarchitectuur aan de KU Leuven, met als thema ‘The Bright Side of the Moon’. Deze publicatie biedt een inkijk in het ontwerpend onderzoek voor de masterproef ‘rituele passage’. Het onderwerp werpt een kritische en deconstructivistische blik op de transitie die plaatsvindt bij nabestaanden. Het onderzoek is voortgekomen uit persoonlijke ervaringen met plotseling verlies en het herbestemmen van ‘toegangbare plekken’ in zowel kerkgebouwen als publieke ruimtes. Als toekomstig interieurarchitect streef ik ernaar om telkens het persoonlijke, zowel van mezelf als van mijn omgeving, te integreren in het ontwerp, waardoor het begrip ‘interieur’ zich ontwikkelt tot een breder concept zonder grenzen.
Ik wil graag mijn dank uitspreken aan mijn begeleidende docenten, Tom Callebaut, Ignaas Back, Hilde Bouchez en Klaas Vanslembrouck, voor hun waardevolle begeleiding, kritische inzichten en motivatie tijdens het proces. Daarnaast wil ik mijn familie en vriend bedanken, en in het bijzonder mijn overleden vader, die mij altijd heeft gesteund en geholpen gedurende deze jaren. Deze masterproef is voor ons, papa.
Meer lezen

De kracht van context, de kunst van meten Valideringsstudie van een vignetteninstrument voor datageletterdheid van Vlaamse leraren basis- en secundair onderwijs

Universiteit Antwerpen
2024
Andy
Boydens
Onderzoek toont aan dat data-geïnformeerde beslissingen cruciaal zijn voor leerkrachten om effectief lesgeven. Daardoor is diepgaand empirisch bewijs over datageletterdheid, de kennis en vaardigheden om deze beslissingen te nemen in combinatie met specifieke kennisdomeinen eigen aan de werkcontext van
leerkrachten, noodzakelijk. De contextuele diversiteit van het onderwijslandschap daagt onderzoekers echter uit om datageletterdheid adequaat te meten. Leraren onderwijzen namelijk verschillende vakken en leergebieden, met een specifieke vakinhoud, curriculum en didactiek. Bovendien variëren leerkrachten in onderwijsniveaus, klassamenstellingen, lokale contexten en onderwijswaarden. Meetinstrumenten kunnen dus niet omheen deze contextpremisse.
Dit onderzoek gaat deze uitdaging aan door ontwerpprincipes van factoriele survey-experimenten (FSE) te integreren in een contextrijk vignetteninstrument voor het meten van de datageletterdheid van Vlaamse leerkrachten basis- en secundair onderwijs. Meer specifiek beoordeelde deze studie de inhouds- en
constructvaliditeit van dit instrument via een kwalitatieve aanpak. Op basis van twaalf think-aloud interviews van Vlaamse leerkrachten, die variëren in onderwijsniveau (basis- en secundair onderwijs) en hun gehanteerde evaluatiepraktijk (cijferrapporten versus letter-, woord- en symboolrapporten), rapporteert dit onderzoek twee
belangrijke bevindingen. Ten eerste bleek het vignetteninstrument, door de factoren onderwijsniveau en evaluatiepraktijk te integreren, in staat om inhoudelijk valide metingen te verrichten voor datageletterdheid (inhoudsvaliditeit). Respondenten gebruikten bij het beantwoorden van de vignetten hun specifieke vakkennis,
curriculumkennis en algemene pedagogische kennis. Daarnaast bleek het instrument ook in staat om leerkrachten hun pedagogisch-inhoudelijke kennis, hun kennis over hun leerlingen, onderwijscontext en onderwijswaarden aan te doen boren. Ten tweede bleek het instrument effectief te zijn om de contextuele diversiteit te overbruggen, waardoor ze in staat is om dezelfde kennis en vaardigheden, consistent en gelijkwaardig, te meten bij alle respondenten (constructvaliditeit).
Dit onderzoek effent daardoor het pad voor onderwijsonderzoekers en beleidsmakers om via een FSE-design datageletterdheid adequaat te meten én biedt eveneens een nieuw methodologisch perspectief binnen het
complexe datageletterde discours.
Meer lezen

Media in de kleuterklas: Het creatief denken stimuleren

Hogeschool PXL
2024
Britt
Roosen
Als bachelorproef onderwerp heb ik gekozen voor media in de kleuterklas. Ik heb onderzocht hoe ik het creatief denken bij kleuters van de derde kleuterklas kan stimuleren met behulp van een toolbox met verschillende mediamaterialen rond muzische vorming en diverse activiteiten.

Mijn ontwerp is een toolbox met verschillende mediamaterialen, diverse activiteiten, handleiding en een kijkwijzer. De toolbox is bedoeld voor gebruik in de kleuterklas en is zodanig ontworpen dat kleuters er zelfstandig en toegankelijk mee aan de slag kunnen. De open opdrachten in de toolbox geven de kleuters de ruimte en vrijheid om procesgericht met media te werken.
Meer lezen

Gebruik van onderzoeksevidentie bij leerkrachten lager en secundair onderwijs in Vlaanderen

Universiteit Antwerpen
2024
Bart
De Maesschalck
De aandacht voor evidence-informed werken in het onderwijs is enorm gestegen. Ook leerkrachten kunnen
evidence-informed werken door onderzoeksevidentie te gebruiken om hun lesgeven te informeren. In
Vlaanderen is onderzoek naar het gebruik van evidentie door leerkrachten schaars. Deze studie onderzocht de
gebruiksdoelen, attitudes en drijfveren van Vlaamse leerkrachten ten aanzien van het gebruik van
onderzoeksevidentie in het lager en secundair onderwijs en bracht ook de professionaliseringsactiviteiten in
kaart aan de hand van een vragenlijst. Daarnaast ging deze studie na of er verschillen zijn tussen leerkrachten in
het lager en secundair onderwijs, en of er voorspellers zijn die een effect hebben op de gebruiksdoelen van
onderzoeksevidentie. De resultaten tonen aan dat leerkrachten voornamelijk conceptuele benaderingen
gebruiken bij het toepassen van onderzoeksevidentie, waarbij de focus ligt op het veranderen van de zienswijze
van een probleem of oplossing. Autonome motivatie blijkt de belangrijkste drijfveer te zijn voor leerkrachten om
onderzoeksevidentie te gebruiken. Alhoewel leerkrachten bovengemiddeld deelnemen aan
updatingsactiviteiten, reflectieve activiteiten en samenwerkingsactiviteiten, krijgt het lezen van
onderzoeksevidentie minder prioriteit dan andere vormen van professionalisering. Er zijn twee cruciale
verschillen tussen leraren lager onderwijs en leraren secundair: leraren uit het secundair onderwijs doen meer
aan reflectieve activiteiten en bezitten meer gecontroleerde motivatie om onderzoeksevidentie te gebruiken ten
opzichte van hun collegae in het lager. Ten slotte blijken autonome motivatie en in meer of mindere mate
deelnemen aan updatingsactiviteiten voorspellers te zijn voor het gebruik van evidentie, terwijl gecontroleerde
motivatie een duidelijke voorspeller voor opgelegd gebruik van evidentie is. Deze bevindingen accentueren het
belang van ondersteuning en opleiding van de leerkracht om het gebruik van onderzoeksevidentie te bevorderen
en zo de onderwijskwaliteit te verbeteren. Verder onderzoek naar effecten op gebruik van onderwijsevidentie
bij leraren in Vlaanderen dringt zich op aangezien lesgeven meer impact op de leerresultaten heeft dan elk ander
aspect van onderwijs.
Meer lezen

Allemaal Digitaal

VIVES Hogeschool
2024
Nina
Noppe
  • Carol
    Remaut
  • Beau
    Ketels
  • Bieke
    Allegaert
  • Jasna
    Devriese
  • Neal
    Papegaey
  • Louise
    Dieryck
Tijdens deze bachelorproef gaan wij als studenten van hogeschool VIVES aan de slag met het project ‘Allemaal Digitaal’, dit in samenwerking met stad Kortrijk. Het project richt zich op de ‘digipunten’ in en rond Kortrijk. Dit zijn fysieke locaties waar inwoners toegang hebben tot computers, internet en digitale ondersteuning. Het is om deze digipunten bekender te maken bij een breder publiek. Wij merkten door ons onderzoek op dat deze locaties voornamelijk door dezelfde groep mensen worden gebruikt en dat nieuwe gebruikers moeilijk worden bereikt. Wij zijn van mening dat het essentieel is dat iedereen gelijke toegang heeft tot digitale middelen en vaardigheden, vooral gezien de toegenomen rol van digitale diensten, versneld door de COVID-19-pandemie. Digipunten zien wij als cruciale schakels in het bevorderen van digitale inclusie en het verkleinen van de digitale kloof. We willen de rol van deze digipunten binnen de gemeenschap versterken, zodat meer inwoners van Kortrijk hiervan op de hoogte zijn en er gebruik van kunnen maken.

Onze literatuurstudie behandelt enkele belangrijke termen en verduidelijkt deze. We beginnen met een uitleg over wat digitalisering inhoudt, gevolgd door een bespreking van digitale uitsluiting en digitale inclusie. Uit de literatuurstudie concluderen we dat digitalisering een voortdurende transformatie is waarbij digitale communicatie en toepassingen centraal staan. Het heeft een diepgaande impact op organisaties, onderwijs, gezondheidszorg en burgerschap. De voordelen en uitdagingen van digitalisering worden besproken in een SWOT-analyse.

We belichten ook de huidige visie op digitale uitsluiting, waarbij we erkennen dat mensen uit alle lagen van de maatschappij hier slachtoffer van kunnen zijn, ongeacht hun sociale status of opleidingsniveau. Ondanks de toenemende toegang tot internet blijft het niveau van digitale vaardigheden achter, wat het risico op digitale uitsluiting verhoogt. Daarnaast hebben we onderzoek gedaan naar bestaande initiatieven in Kortrijk en andere Belgische steden.

Na de literatuurstudie voerden wij een kwalitatief onderzoek uit, waarbij we experts interviewden die ons inzicht gaven in de aanpak van digitalisering en de bijbehorende uitdagingen. Daarnaast analyseerden we de reeds bestaande digipunten van Kortrijk en deelgemeenten om hun efficiëntie en toegankelijkheid te evalueren. We gingen hierbij in gesprek met buurtbewoners om hun ervaringen met deze initiatieven te begrijpen.

Na onze literatuurstudie in combinatie met ons onderzoek, werkten we een project uit met bijhorende aanbevelingen en suggesties. De stappen die we binnen ons project ondernomen hebben zijn gedetailleerd en chronologisch uitgewerkt binnen ons draaiboek. We werkten een poster, een uitnodiging, de Digimobiel met het draairad, goodiebag uit en herwerkten de bestaande folder.
Meer lezen

Agressiepreventie bij de psychosegevoelige populatie binnen de forensische psychiatrie

Thomas More Hogeschool
2024
Pieter
Boffin
Hoe verpleegkundigen op een opnameafdeling binnen de forensische psychiatrie effectiever kunnen omgaan met agressie bij psychosegevoelige patiënten.

Meer lezen

Radar verkeersteller

Thomas More Hogeschool
2024
Louis
Van Lommel
Dit document omvat alle informatie rond het radar verkeersmonitor project. Eerst wordt er uitleg gegeven over
de stageplek, de doelstelling van het project en hoe deze tot stand zijn gekomen. Gevolgd door een
theoretische basis radar en signal processing om het project beter te begrijpen. Daarna wordt de gebruikte
hardware tot in detail besproken met nadruk op enkele mechanische eigenschappen en een kijkje binnen het
productieproces. Tot slot wordt de toegepaste software besproken.
Meer lezen

Broeikasgassen en ESG: een BPM aanpak

Universiteit Hasselt
2024
Cobe
Pieters
  • Cobe
    Pieters
In de huidige bedrijfswereld wordt de integratie van milieuverantwoordelijkheid met bedrijfsresultaten steeds belangrijker. Een van de grootste uitdagingen hierbij is het gebrek
aan transparantie en kwaliteit van broeikasgasdata (BKG) in Environmental, Social, and
Governance (ESG) rapporten. Dit probleem belemmert een nauwkeurige beoordeling van
de milieu-impact van bedrijven en vermindert het vertrouwen van stakeholders. In deze
studie wordt een procesgerichte benadering voorgesteld om de kwaliteit en transparantie
van BKG-data in ESG-rapporten te verbeteren. We ontwikkelen een methode die gebruik
maakt van Business Process Model and Notation (BPMN) en proces mining technieken om
BKG-data op een gedetailleerd en gestandaardiseerd niveau te integreren en te visualiseren. Deze aanpak maakt gebruik van een BPMN-extensie om nauwkeurige en verifieerbare data te verkrijgen en te rapporteren. De bevindingen laten zien dat de integratie van
BPMN en proces mining gedetailleerde inzichten kan bieden in de emissiehotspots binnen
bedrijfsprocessen. Dit kan bedrijven in staat stellen om gerichte emissiereductie KPI’s
vast te leggen en de algehele datakwaliteit en transparantie van hun ESG-rapportering te
verbeteren. Deze studie is een fundamentele stap richting een verbeterde standaard voor
ESG-rapportering die kan leiden tot betere vergelijkbaarheid en verhoogd vertrouwen
onder belanghebbenden.
Meer lezen

Etnisch ondernemerschap in Beringen: Wat zijn de verschillen en gelijkenissen tussen de eerste, tweede en derde generatie Turkse migranten?

Universiteit Antwerpen
2024
Mahmut Can
Akbudak
Op internationaal niveau zijn er veel onderzoeken verricht omtrent etnisch ondernemerschap. In België en Vlaanderen is dat echter vrij beperkt. Dit onderzoek probeert hier een bijdrage aan te leveren. Het onderzoek focust meer specifiek op wat de verschillen en gelijkenissen zijn in ondernemerschap tussen Turkse ondernemers met een migratieachtergrond van de eerste, tweede en derde generatie in Beringen. De casestudy wordt uitgevoerd in Beringen, omdat die stad een grote Turkse gemeenschap en een rijke migratiegeschiedenis heeft. Er werden elf Turkse ondernemers geïnterviewd aan de hand van een interviewgids, waarbij de data werd getranscribeerd en opgenomen in de analyse. Uit de resultaten blijkt dat er evolutie te zien is in etnisch ondernemerschap in Beringen. Turkse ondernemers groeien en breiden hun economische activiteiten uit en focussen zich op klanten buiten de etnische groep. Ondanks de uitdagingen die Turkse ondernemers ondervinden, vermelden de geïnterviewde zaakvoerders dat hun etnische achtergrond een positieve rol speelt in hun ondernemerschap. Niettemin zijn er opportuniteiten beschikbaar voor beleid die de slaagkansen van etnische ondernemers zullen vergroten. Bovendien kan het interessant zijn voor academici en beleidsmakers om meer onderzoek te voeren rond de derde generatie etnische ondernemers omdat het een vrij jonge generatie is waarbij er weinig informatie beschikbaar is. Een onderzoek over dit onderwerp is sociaal en maatschappelijk relevant omdat het bijdraagt aan een groter begrip van de superdiversiteit in de samenleving. Daarnaast kan ondernemerschap bijdragen aan inclusie en groei ongeacht geslacht, ras of etniciteit.
Meer lezen

Een onderzoek naar de handelsmethoden op Facebookgroepen, community ’s en Marketplace in België

VIVES Hogeschool
2024
Esther
Platini
  • Esther
    Platini
Deze bachelor proef onderzoekt de digitale handelsmethode van reptielen op Facebookgroepen, community ‘s en Marketplace in België. De opkomst van sociale media als handelsplatform voor exotische dieren heeft geleid tot zorgen over dierenwelzijn en illegale handel. Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop reptielen via deze platforms worden verkocht, betrokken reptielsoorten en de mate van illegale activiteiten op deze platforms.

Om dit doel te bereiken, is er een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd, gevolgd door een systematische dataverzameling van advertenties op Facebook. Er zijn gegevens verzameld over de soorten reptielen die worden aangeboden, taal van de advertentie, de herkomst van de verkopers, type verkoper, reden van verkoop en de prijzen van de dieren. Daarnaast is de wetgeving over reptielen in België in de literatuurstudie opgenomen om de legaliteit van deze handel te beoordelen.

De resultaten tonen aan dat er veel verschillende reptielsoorten worden aangeboden, met baardagamen, koningspythons, korenslangen, wimpergekko's en luipaardgekko's als de meest geadverteerde. Een aantal advertenties bleken in strijd met de wetgeving, waarbij reptielsoorten werden aangeboden die verboden zijn in België of in specifieke regio's. De analyse wijst op een gebrek aan toezicht en handhaving van de regels op dit platform.

Regionale verschillen tonen aan dat Henegouwen het hoogste aantal verkopers had. Taalverschillen blijken ook de vermeldingen te beïnvloeden, waarbij Franstalige advertenties vaker de Latijnse soortnaam gebruikten. Het onderzoek concludeert dat de reptielenhandel op Facebook voornamelijk door hobbyisten wordt gedreven, met een aanzienlijke deelname aan particuliere kwekers. Prijzen en verkoopredenen worden zelden genoemd in advertenties en verschilden sterk.
Meer lezen

Eindrapport_Protocol_voor_Rode_Kruis_over_SGG

VIVES Hogeschool
2024
Griet
Stoffels
  • Gresa
    Sadiku
  • Samira
    Radwan
  • Valerie
    Pollefliet
  • Britt
    Vervaeke
  • Shaima
    Khan
  • Thayline
    Mahieu
  • Febe
    Vanoverschelde
In onze bachelorproef “Een protocol ontwikkelen voor vrijwilligers van het Rode Kruis West-Vlaanderen omtrent seksueel grensoverschrijdend gedrag” werd een literatuurstudie en een kwalitatief onderzoek uitgevoerd om relevante informatie te verkrijgen waarmee we een kaderprotocol konden opstellen.

We ontworpen in opdracht van het Rode Kruis West-Vlaanderen een kaderprotocol waarin concreet beschreven staat welke stappen vrijwilligers van de medische en psychosociale dienst van het Rode Kruis West-Vlaanderen dienen te ondernemen om slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) op muziekfestivals en –evenementen zo correct mogelijk te behandelen op medisch, te ondersteunen op psychosociaal en te begeleiden op gerechtelijk vlak en door te verwijzen naar bevoegde en gespecialiseerde diensten. Het uitgewerkt stappenplan gaat in werking vanaf het moment van aanmelding van het slachtoffer tot de doorverwijzing naar een gespecialiseerde dienst of totdat het slachtoffer de hulppost verlaat. Naast het protocol maakten we een flowchart met een overzichtelijk stappenplan van het uitgebreid protocol voor de vrijwilligers en een flyer met tips en doorverwijsmogelijkheden voor de slachtoffers. We keken ook kritisch naar ons eigen kaderprotocol. Zo gaven we Rode Kruis West-Vlaanderen enkele aanbevelingen mee die in acht moeten genomen worden vooraleer ze ons protocol effectief in de praktijk kunnen gebruiken.

Allereerst deden we een literatuurstudie waarin diverse relevante onderwerpen onder de loep werden genomen. Eerst namen we onze opdrachtgever, het Rode Kruis West-Vlaanderen onder de loep waarna we ons verdiepten in de begrippen grensoverschrijdend gedrag (GOG) en SGG. Verder deden we een studie naar het wettelijk kader rond SGG en welke handvaten er al bestaan rond dit thema. Het Zorgcentrum na Seksueel (ZSG), wat een protocol is en hoe dit wordt opgesteld werd ook onderzocht.

Daarnaast voerden we een kwalitatief onderzoek aan de hand van interviews. Door het afnemen van deze interviews ontdekten we wat er al dan niet gedaan en gezegd mag worden op medisch, psychosociaal en gerechtelijk vlak, wat de doorverwijsmogelijkheden zijn en wat niet mag ontbreken in ons protocol.

Tot slot stelden we het protocol op aan de hand van de resultaten en de antwoorden op onze onderzoeksvragen.
Meer lezen

zorggarantie voor ouders met een verstandelijke beperking

VIVES Hogeschool
2024
Eva
Laperre
  • Chanel
    Bonte
  • Rhune
    Dessein
  • Eva
    Laperre
  • Drieke
    Linseele
  • AnnaÏgue
    Mathurel
  • Margot
    Moons
  • Nyobe
    Saelens
  • Margo
    Vandekerkhove
We maakten een woord- en beeldverhaal. Dit konden we maken door een uitgebreide literatuurstudie te doen en een kwalitatief onderzoek uit te voeren. Dit woord- en beeldverhaal is gemaakt voor ouders met een verstandelijke beperking om zorggarantie en een zorgtafel uit te leggen. Hiernaast maakten we ook een handleiding, deze handleiding is bedoeld voor de aanmelders. De handleiding bevat het woord- en beeldverhaal met extra informatie over wat er moet verteld worden bij elke prent.
Meer lezen

8800 op Kinderkoers!

VIVES Hogeschool
2024
Justine
Delrue
  • Lana
    De Kerpel
  • Hanne
    Demey
  • Marie-Flore
    Janssens
  • Jorunn
    Hosseel
  • Femke
    Corneillie
  • Julie
    Decock
  • Shania
    Remaut
Stad Roeselare zet volop in op het uitwerken van een kwalitatief aanbod aan opvang voor kinderen. Vanuit het BOA-decreet wil men tegen begin 2026 een uitgewerkt lokaal beleid hieromtrent. We willen met deze bachelorproef er mede toe bijdragen dat kinderen ontplooiingskansen krijgen en begeleiders tegelijkertijd ontlast worden. Daarnaast vinden we het belangrijk om rekening te houden met de noden en behoeften van de ouders bij het uitwerken van een kwalitatief en toegankelijk opvangaanbod.

Om hierop te kunnen inzetten, formuleerden we een centrale onderzoeksvraag die als volgt luidt; ‘Hoe kunnen we samen met Stad Roeselare buitenschoolse opvanginitiatieven versterken bij de implementatie van de doelstellingen van het BOA-decreet?’.

Met de centrale onderzoeksvraag in het achterhoofd, gingen we aan de slag met reeds verworven resultaten van onderzoeksbureau Studio Dott. Het bureau bevraagde verschillende actoren omtrent vijf mogelijke ideeën om te implementeren in opvanginitiatieven. We gingen aan de slag met één van deze ideeën. Uit het onderzoek blijkt dat kinderen van zes tot twaalf jaar de meeste spelprikkels in de opvang missen. Vandaar dat er voor deze doelgroep werd gekozen.

Aan de hand van ons proefproject willen we voor een brede waaier aan gevarieerd spelmateriaal zorgen dat aantrekkelijk is voor onze doelgroep. Het proefproject resulteerde in de uitwerking van vier thematische wisseldozen. De vier gekozen thema’s zijn: avontuurlijk buitenspelen, cultuur, hobby’s en welbevinden. Deze werden geselecteerd uit een brainstormsessie met oog op de ontplooiing en ontwikkeling van onze doelgroep.

Om na te gaan of de dozen werken bij de kinderen, organiseerden we een testmiddag. Na deze testmiddag pasten we onze dozen aan, zodat de dozen effectiever ingezet kunnen worden. Daarna stelden we het systeem in werking. Gedurende drie weken werden de dozen uitgeprobeerd op drie scholen in Roeselare. De feedback vanuit de praktijk was positief.

De uitwerking van de wisseldozen dient als voorloper op mogelijke pilootprojecten in de toekomst. Aan de hand van verschillende sensibiliseringsmethoden; filmpje, persmoment … zorgden we ervoor dat ons proefproject in de kijker werd gezet. Op deze manier probeerden we mensen warm te maken om zelf pilootprojecten in te dienen.

Tot slot stelden we adviezen en suggesties op voor Stad Roeselare. Dit aan de hand van vier grote clusters; inhoud dozen, wisselsysteem, implementatie en alternatieve uitwerkingen. Bij de verdere uitwerking van het BOA-decreet, dienen deze zaken in acht genomen te worden.
Meer lezen

Constipatie bij kinderen: een veelvoorkomend, verst(r)opt probleem

Thomas More Hogeschool
2024
Yana
Verachtert
  • Maaike
    Van Dijck
  • Emma
    Delen
  • Eva
    Dijckmans
Literatuurstudie met: wat is constipatie, symptomen, oorzaken, diagnose, behandelingen, educatie en preventie
Praktijkluik: ontwikkelde box met een deel voor ouders, verpleegkundige en kinderen. De inhoud is aangepast aan de doelgroep.
Meer lezen

surftherapie toepasbaar bij jongeren in kansengroepen

VIVES Hogeschool
2024
Nienke
Delaere
  • Lindert
    Wilbers
  • Justien
    Cool
  • Axelle
    Vandermeersch
  • Elise
    Deven
  • Laura
    Van Cauwenberge
  • Sarah
    Vandorpe
  • Marjana
    Debyser
De bachelorproef ‘Surftherapie voor kansengroepen’ wordt uitgevoerd binnen de vzw Monstergolf. Monstergolf is een vzw die streeft naar een verbetering van de mentale gezondheid van haar deelnemers. Er wordt gewerkt via een ‘outdoor’ programma. Monstergolf werkt in de natuur en ervaringsgericht. De hoofdactiviteit van Monstergolf is surfen. Via surftherapie wordt er gestreefd naar een verbetering van gezondheid en verbetering van de levenskwaliteit.

Het project gaat gepaard met enkele uitdagingen, namelijk het financieel aspect, het team, de tijdsnood, de winter en het bereiken/activeren en motiveren van de jongeren. Als groep besloten een draaiboek op basis van dit onderzoek te stellen voor een vijfdaags surfkamp voor jongeren uit kansengroepen.

In het eerste deel van het onderzoeksrapport kunt u onze literatuurstudie raadplegen. In dit onderdeel behandelen we uitgebreid thema’s die relevant zijn om het vijfdaags kamp te gronden. We starten met het definiëren van surftherapie, om vervolgens de ontwikkeling van jongeren te bespreken. Daarnaast bespreken we de mentale gezondheid en de link met sport.

In het tweede deel van het onderzoeksrapport delen wij ons onderzoeksontwerp- en verloop. In dit onderzoek maken we gebruik van een kwalitatieve onderzoeksmethode, waarbij we diepgaand onderzoek verrichten. Met het onderzoek willen we zicht krijgen op de ervaringen, ideeën, denkwijzen, motieven, belevingen, gevoelens en de gedragingen van personen met bepaalde expertise binnen ons onderwerp. Aan de hand daarvan kunnen we een antwoord bieden op de onderzoeksvraag: ‘Hoe kan je surftherapie voor jongeren uit kansengroepen vormgeven en promoten?’.

Aan het einde van ons onderzoeksrapport delen we onze resultaten mee die we verkregen uit ons kwalitatief onderzoek. Bij de jongerenorganisaties, partnerorganisaties en de focusgroepen kwam er aan bod dat de meesten nog geen weet hadden van surftherapie en/of Monstergolf vzw. De meeste respondenten van onze focusgroepen hebben nog geen ervaring met surfen. Het promoten van een kamp vereist een veelzijdige aanpak. Een samenwerking met gemeenschappen en jeugdorganisaties biedt een meerwaarde. Het financieel aspect is van belang, want zonder is het onmogelijk om alles te verwezenlijken. Daarom is het een meerwaarde om samen te werken met instellingen, partners... en gebruik te maken van maatschappelijke hulpbronnen. Er moet rekening gehouden worden met de interesses van de jongeren om hen persoonlijk te benaderen, dit kwam voor bij al onze bevraagden. De betrokkenheid van een begeleider is essentieel bij de jongeren en de opvoedingsfiguren, want het betrekken van hen blijft een uitdaging. Begripvolle communicatie is essentieel wanneer er weerstand is bij jongeren en/of opvoedingsfiguren, en is het belangrijk om de weerstand te erkennen. De groepscontext is afhankelijk van de doelgroep en de dynamiek die er zich in bevindt. Veiligheid binnen de groep wordt aangegeven belangrijk te zijn voor alle bevraagden. Sociale media is een effectieve tool om met de jongeren te communiceren. De partnerorganisaties vertellen dat mond- tot-mondreclame effectiever is. Het samenwerken met instellingen die te maken hebben met jongeren die een vertrouwensband hebben, leidt zich ertoe actief te mengen in groepen en laagdrempelige ondersteuning te bieden. Dit kan een belangrijke rol spelen in het begeleiden van jongeren. De jongeren tonen waardering en dankbaarheid wanneer men succeservaringen behaalt. Het is belangrijk om geduldig te zijn met de doelgroep en hen de ruimte te bieden die ze nodig hebben, omdat dit essentieel is voor de individuele behoeften.

Tot slot werd ons meegegeven dat het woord therapie kan afschrikken en hier een voorzichtige aanpak in moet worden voorzien. Als laatste boodschap wordt ons meegegeven dat we niet mogen opgeven in wat we doen.
Meer lezen

MOMFLUENCERS EN SPONSORSHIPS: TO SHARE OR NOT TO SHARE?

Universiteit Gent
2024
Elodie
Devos
Ouders die foto's en informatie over hun kinderen delen op sociale media, ook bekend als sharenting, is de afgelopen jaren steeds populairder geworden. Hoewel het ouders toelaat om een gemeenschap op te bouwen en ervaringen te delen, kan het ook leiden tot een schending van de privacy en veiligheid van het kind. Dit onderzoek wil het gebruik van anti-sharentingtechnieken bij Vlaamse momfluencers in een commerciële context blootleggen. Het focust ook op hun impact op publieksinteractie in gesponsorde posts. Via een kwantitatieve inhoudsanalyse werden 234 gesponsorde posts van 13 Vlaamse momfluencers gecodeerd op basis van eerder onderzoek met enkele nieuwe toevoegingen en nuances. De resultaten tonen aan dat anti-sharenting technieken, zoals het niet afbeelden van het kind, wijdverspreid zijn onder momfluencers, maar geen significant effect hebben op de betrokkenheid van het publiek bij gesponsorde content. Daarentegen wordt een hogere betrokkenheid van het publiek waargenomen bij gesponsorde posts waarin kinderproducten worden gepromoot. Deze bevindingen benadrukken niet alleen de complexiteit van anti-sharentingtechnieken, maar ook het belang van ethische overwegingen bij het delen van persoonlijke informatie over kinderen op sociale media. Verdere verfijning van de meetmethoden voor publieksinteractie en verkennend onderzoek naar de rol van vaders in anti-sharentingtechnieken worden voorgesteld voor verder onderzoek.
Meer lezen

Herstelgericht werken in VBS De Wijzer

VIVES Hogeschool
2024
Senthe
Monbaillieu
  • Anna
    Shishkina
  • Frieke
    Roose
  • Zoë
    Hardeman
  • Mirl
    Lauwers
  • Simon
    Persyn
  • Louis
    Thorrée
  • Anouk
    Liagre
We integreerden de herstelgerichte visie in VBS De Wijzer in Kanegem. Dit is een basisschool met peuters, kleuters en lagere schoolkinderen. De visie integreerden we op basis van een onderzoek; een literatuuronderzoek, een kwantitatief en kwalitatief onderzoek. We integreerden verschillende acties op de school en deden ook een aantal aanbevelingen om de school herstelgerichter te maken.
Meer lezen

Inpakt

Universiteit Antwerpen
2024
Karen
De Mayer
Deze masterthesis, uitgevoerd aan de Universiteit Antwerpen binnen het kader van het tweede jaar aan de masteropleiding Productontwikkeling, richt zich op het onderwerp ‘herbruikbare transportverpakkingen voor sofa’s’. De thesis omvat een uitgebreide eerste fase, genaamd OPD (onderzoeks-en productdefinitie), waarin grondige analyses en onderzoek uitgevoerd worden om de haalbaarheid en de benodigde specificaties van herbruikbare verpakkingsoplossingen voor sofa’s te bepalen.

Het centrale doel was het creëren van een nieuwe, duurzame verpakking voor het transport van sofa’s. De nadruk lag hierbij op een herbruikbaar product dat zowel sneller als ergonomischer in gebruik is, waardoor het aantrekkelijk is om het herhaaldelijk te gebruiken.

Het onderzoek leidde tot een innovatieve verpakking die voldeed aan alle gestelde criteria. Het ontwerp is geïnspireerd door de voordelen van de in de bouwsector veelgebruikte Big Bags, met snelle en gemakkelijke bruikbaarheid en een focus op ecologisch verantwoord design. Door het combineren van wasbare, modulaire hoezen, onderplaten en ergonomische handvaten, is een innovatief en duurzaam ontwerp tot stand gekomen. Dit ontwerp bevordert een positieve milieu-impact en zorgt voor een efficiënter transport van goederen.
Meer lezen

Participatie binnen De Zande

VIVES Hogeschool
2024
Marie
Degryse
  • Davina
    Dejonghe
  • Janick
    Van Loock
  • Margaux
    Maebe
  • Febe
    Vanderbeken
  • Chloë
    Van Steenbrugge
  • Chiandro
    Verschaeve
  • Julia
    Gheysens
De initiële vraag die deze bachelorproef in gang zette, kwam vanuit de gemeenschapsinstelling De Zande in Ruiselede. Het hoofddoel van dit onderzoek is om antwoorden te verschaffen op de vragen die binnen De Zande leven. Concreet brengen we in kaart hoe de participatie van jongeren in de gemeenschapsinstelling 'De Zande Ruiselede' verloopt, en hoe zij deze participatie ervaren. Daarnaast onderzoeken we ook de mate van participatie en de ervaring ervan bij de ouder(s) of voogd(en) van de jongeren. Participatie betekent het mee mogen beslissen en denken, en dit kan invloed hebben op het leven van de jongeren.

Onze hoofdonderzoeksvraag is “In welke mate ervaren jongeren en hun ouder(s)/voogd(en) participatiemogelijkheden binnen de gemeenschapsinstelling Ruiselede?”. Vanuit deze centrale onderzoeksvraag hebben we een aantal deelvragen opgesteld. Om deze vragen te beantwoorden, hebben we diverse onderzoeksmethoden gebruikt. We organiseerden cirkelgesprekken in vier leefgroepen om de jongeren te bevragen en voerden daarnaast individuele gesprekken met enkele jongeren.
Voor de ouder(s)/voogd(en) hebben we een enquête opgesteld. Om de respons op onze enquêtes te optimaliseren, organiseerden we aansluitend bij een ouderavond. Tijdens deze avond waren de ouders welkom om vragen te stellen omtrent onze enquêtes.

Met de resultaten van bovenstaande onderzoeksmethoden hebben we een SWOT-analyse opgesteld, waarin we de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de organisatie met betrekking tot participatie bespraken. Op basis van deze analyse kwamen we tot een aantal aanbevelingen voor De Zande, campus Ruiselede.

Uit het kwantitatief onderzoek waarin we ouder(s)/voogd(en) bevragen, kunnen we concluderen dat het grootste aandachtspunt de gesprekken met de individuele begeleiders zijn. Huisbezoeken, de ronde tafel, het trajectoverleg en de gesprekken met de contextwerker worden als waardevol ervaren en mogen behouden blijven. Daarnaast wensen sommige respondenten voor meer georganiseerde evenementen zoals familiedagen om de participatie te vergroten. Helaas ervaren enkele ouder(s)/voogd(en) dat de bereikbaarheid naar de gemeenschapsinstelling als moeilijk.

Vanuit ons kwalitatief onderzoek blijkt dat de jongeren hun stem kunnen laten horen tijdens hun traject. Echter, hun vragen of ideeën worden niet altijd opgevolgd. Ze ervaren vaak lange wachttijden op een antwoord, aangezien niet alle voorstellen haalbaar zijn. Een negatief antwoord op de vragen of voorstellen van de jongeren kan afhankelijk zijn van de begeleider die op dat moment dienst heeft. Ook moet de sanctie ‘kamermoment’ volgens de jongeren worden herzien.

Enkele aanbevelingen om de participatie van de ouders te bevorderen is onder andere om meer familiedagen te organiseren zodat er op een informele manier meebeslist kan worden binnen het traject van de jongere. Daarnaast hadden we het idee om een welkomstboekje te introduceren in de opstartprocedure van hun traject. Op die manier kunnen ouder(s)/voogd(en) meer kennis krijgen over wat participatie precies is en hoe deze tot uiting komt. Een andere belangrijk gegeven is de bereikbaarheid van de gemeenschapsinstelling. Er zou eventueel overlegd kunnen worden met het politieke bestuur om het openbaar vervoer toegankelijker te maken in die streek.

Er zijn ook een aantal aanbevelingen omtrent de participatie voor de jongeren. Een eerste actie is om meer gesprekken te organiseren tussen de jongere en de individuele begeleider. De jongeren geven ook aan dat ze meer behoefte hebben aan eerlijkheid en transparantie. Vervolgens willen we meer aandacht schenken aan de rol van de commissaris Eveline, die het aanspreekpunt is voor de jongeren.
Meer lezen

Artificiële Intelligentie in het onderwijs

VIVES Hogeschool
2024
Istvan
Demey
Deze bachelorproef onderzoekt de optimale en veilige integratie van artificiële intelligentie (AI) in het Vlaams secundair onderwijs. Het onderzoek richt zich op de mogelijkheden van AI om een meerwaarde te bieden in het onderwijs en de gevaren die daarmee gepaard gaan. Door middel van een literatuurstudie, een enquêteonderzoek onder actieve leerkrachten en experimenteel onderzoek, wordt een breed overzicht gegeven van de huidige stand van zaken en de toekomstige potenties van AI in het onderwijs.
Uit de enquête blijkt dat veel leerkrachten reeds AI-tools gebruiken voor lesvoorbereiding en gepersonaliseerd leren, maar dat er een aanzienlijke kenniskloof bestaat die het optimaal gebruik van AI belemmert. Dit benadrukt de noodzaak voor gerichte opleidingen en ondersteuningsprogramma's. De literatuurstudie toont aan dat AI aanzienlijke voordelen kan bieden, zoals efficiëntieverbeteringen en gepersonaliseerde leerervaringen, maar ook risico's met zich meebrengt, zoals bias, ethische kwesties en mogelijke negatieve effecten op de creativiteit en het kritisch denken van leerlingen.
Het experimentele onderzoek illustreert praktische toepassingen van AI in het klaslokaal en biedt concrete voorbeelden en richtlijnen voor leerkrachten. De studie concludeert dat een gestandaardiseerde en goed gereguleerde aanpak essentieel is voor de succesvolle implementatie van AI in het onderwijs. Door het adresseren van de opleidingsbehoeften van leerkrachten en het ontwikkelen van ethische richtlijnen, kan AI een positieve en duurzame impact hebben op het onderwijs en de leerervaring van leerlingen in Vlaanderen.
(ChatGPT, persoonlijke communicatie, 30 mei 2024)
Meer lezen

VR in de Klas: innovatie met een verontrustende keerzijde

Odisee
2024
Lucas
Pauwels
Deze scriptie onderzoekt het gebruik van Virtual Reality (VR) in het secundair onderwijs en de effecten hiervan op de motivatie en kennisretentie van leerlingen. Het doel is dan ook om te bepalen of de toepassing van VR in de klas moet worden voortgezet of heroverwogen.
Meer lezen

De beleving van de leerlingen met de verschillende typologieën bij het L-decreet op school X.

VIVES Hogeschool
2024
Illona
Staelens
Dit praktijkgericht onderzoek naar inclusief onderwijs legt speciale nadruk op de ervaringen van leerlingen en het formuleren van verbeteringsaanbevelingen. Het omvat een uitgebreide literatuurstudie over de oorsprong en ontwikkeling van inclusief onderwijs, gevolgd door een praktijkgericht onderzoek dat gedurende een volledig academiejaar werd uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek werden interactieve interviews gehouden met leerlingen, waarbij verschillende materialen zoals een toverstok (wondervraag), smiley's om gevoelens aan te duiden die aansloten bij de leefwereld van de kinderen, en een spiegel waarop ze gevoelens konden tekenen, werden gebruikt om hun ervaringen te documenteren. De bevindingen benadrukken de noodzaak van voortdurende inspanningen om inclusief onderwijs te bevorderen. Het artikel biedt aanbevelingen voor individuele en leraargerichte ondersteuning, evenals een pleidooi voor voortdurend onderzoek en evaluatie van inclusief onderwijspraktijken.
Meer lezen

In welke mate beïnvloeden de hoge energie- en loonkosten de huidige financiële uitdagingen van het AZ Sint-Lucas, en welke impact hebben deze factoren?

VIVES Hogeschool
2024
Hélène
De Jonckheere
De grootste financiële uitdagingen in de gezondheidszorg zijn de hoge energie- en loonkosten. Beiden wegen zwaar door de laatste jaren en komen tot stand door verschillende factoren. De energiefactuur steeg met 4 miljoen euro over 3 jaar tijd, ondanks de vele inspanning van de ziekenhuizen om zoveel mogelijk op groene stroom over te schakelen of te investeren in andere duurzame oplossingen. Steun hiervoor van de overheid bleef ook beperkt. Daarnaast kwam de inflatie met een ongelijke stijging van het honorarium. Hierbij komt dan nog het personeelstekort door ziekteverzuim en uitstroom van studenten/personeel. Vervanging brengt een duurdere loonkost met zich mee. COVID-19 heeft een zekere impact gehad maar is niet de hoofdreden, omdat ziekenhuizen voor deze periode al in rode cijfers zaten. Ook andere factoren spelen een rol want ook bijvoorbeeld de prijs van voeding is gestegen.
Meer lezen