Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Gehoorverlies in het kinderdagverblijf

Arteveldehogeschool Gent
2026
Julie
Wauman
In kinderdagverblijven is de kennis over de begeleiding van jonge kinderen met gehoorverlies vaak beperkt. Hierdoor hebben begeleiders weinig houvast in de dagelijkse praktijk. Deze bachelorproef brengt de kennis en noden van deze kinderverzorg(st)ers in kaart en werkt een mogelijke ondersteuning uit. Drie kinderdagverblijven werden bevraagd aan de hand van een gestructureerde vragenlijst. De resultaten tonen aan dat de kennis over gehoorverlies, hoorhulpmiddelen en luisteromstandigheden vaak beperkt en wisselend is. Begeleiders geven aan dat ze nood hebben aan praktische en eenvoudig toepasbare informatie. Op basis van deze bevindingen en een literatuurstudie werd een informatiebrochure ontwikkeld. De brochure bevat basisinformatie en concrete tips voor in de praktijk. Ze sluit aan bij de noden uit het werkveld. De brochure ondersteunt, maar vervangt geen externe begeleiding of samenwerking met externe partners zoals revalidatiecentra.
Meer lezen

Postoperatieve pijnbehandeling na chirurgie met blokverdoving.

Hogeschool PXL
2026
Judith
Debacker
Mijn scriptie gaat over postoperatieve pijn na een orthopedische ingreep waarbij blokanesthesie is toegepast, ook wel reboundpijn genoemd. Ik heb de incidentie van pijn onderzocht en samen met artsen en anesthesisten een nieuw protocol samengesteld waarbij ik vooral de rol als verpleegkundige mee uitwerkte.
Meer lezen

The Metabolic Phenotype of Post-ICU Patients: Energy Metabolism After Critical Illness

Vrije Universiteit Brussel
2026
Eline
Verheyen
Na een opname op de intensieve zorg begint het herstel vaak pas echt. Toch weten we nog verrassend weinig over hoeveel energie deze patiënten nodig hebben en hoeveel energie uit hun voeding uiteindelijk werkelijk door het lichaam wordt opgenomen.

In mijn thesis onderzocht ik beide aspecten van de energiebalans. Ik combineerde systematische literatuurstudies met analyses van patiëntgegevens uit het UZ Brussel. Mijn resultaten tonen aan dat post-ICU-patiënten gemiddeld niet méér energie verbruiken in rust dan andere gehospitaliseerde patiënten, maar dat de verschillen tussen patiënten groot zijn. Dat maakt objectieve metingen belangrijk om de voeding af te stemmen op de individuele patiënt. Daarnaast bracht ik als eerste de beschikbare kennis over energieabsorptie bij post-ICU-patiënten in kaart en werkte ik mee aan de opstart van een prospectieve studie. Daarmee toont mijn thesis niet alleen aan waar de huidige kennis stopt, maar ook welke stappen nodig zijn om de voedingszorg voor deze patiëntengroep verder te verbeteren.
Meer lezen

Hormonale invloeden op zeeziekte

Antwerp Maritime Academy
2026
Margaux
Hermans
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
Meer lezen

Een participatief actie-onderzoek naar inclusieve stadsvernieuwing en de integratie van de Comunidade do Pilar.

Universiteit Antwerpen
2026
Delphine
De Roy
Hoe kan een binnenstedelijke, gemarginaliseerde gemeenschap zoals de Comunidade do Pilar mee vormgeven aan inclusievere stadsvernieuwingsconcepten voor haar onmiddellijke en ruimere omgeving, en zo de noodzakelijke kennis ontwikkelen om haar recht op ruimtelijke inspraak beter te versterken en structureel te verankeren?
Meer lezen

Hoe kan ik als eerstelijns hulpverlener het cliëntensysteem van een volwassen persoon ondersteunen bij gecompliceerde rouw?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Amber
De Koninck
Rouw is een normaal onderdeel van het leven, maar soms blijft iemand vastzitten in een intens en langdurig rouwproces. Deze bachelorproef onderzoekt hoe eerstelijnshulpverleners het cliëntensysteem (familie en naasten) kunnen ondersteunen wanneer een volwassen persoon met gecompliceerde rouw geen professionele hulp wil aanvaarden. Vanuit literatuuronderzoek en een persoonlijke praktijkervaring wordt ingegaan op de impact van gecompliceerde rouw op zowel de rouwende als diens omgeving. Daarnaast worden de noden van naasten in kaart gebracht en worden concrete handvatten aangereikt voor hulpverleners, waaronder een sociale kaart en een brochure met toegankelijke informatie en ondersteuningsmogelijkheden. De bachelorproef benadrukt dat niet alleen de rouwende, maar ook het cliëntensysteem nood heeft aan erkenning, informatie en begeleiding om het rouwproces samen draaglijker te maken.
Meer lezen

Tussen afscheid en verbondenheid Euthanasie in de thuiscontext als relationeel gezinsproces

Odisee Hogeschool
2026
kimberly
Vangheluwe
Euthanasie in de thuiscontext wordt vaak benaderd vanuit de autonomie van de patiënt en de medische besluitvorming. Deze bachelorproef toont echter aan dat euthanasie veel meer is dan een individuele keuze: het is een ingrijpend gezinsproces waarin partners, kinderen, mantelzorgers en andere naasten samen afscheid nemen en omgaan met verlies.

Vanuit een gezinswetenschappelijk perspectief onderzoekt deze bachelorproef welke rol de gezinswetenschapper kan opnemen in het ondersteunen van gezinnen tijdens een euthanasietraject in de thuiscontext. Aan de hand van een literatuurstudie, een praktijkgerichte probleemverkenning en twee geanonimiseerde casussen worden de emotionele en relationele processen binnen gezinnen in kaart gebracht. Daarbij staan thema's zoals gezinsveerkracht, anticiperende rouw, relationele autonomie, communicatie en de positie van kinderen centraal.

Het onderzoek toont aan dat gezinnen niet alleen behoefte hebben aan medische begeleiding, maar ook aan ondersteuning die ruimte creëert voor open communicatie, gedeelde betekenisgeving en emotionele afstemming. In het bijzonder blijkt dat kinderen baat hebben bij eerlijke, leeftijdsadequate informatie en betrokkenheid tijdens het afscheid.

Als antwoord op deze noden werden twee praktijkgerichte hulpmiddelen ontwikkeld: gesprekskaarten die moeilijke gesprekken binnen gezinnen ondersteunen en een narratief kinderboekje, Egel zegt zachtjes tot ziens, dat kinderen op een warme en begrijpelijke manier helpt omgaan met afscheid, liefde en verlies. Deze bachelorproef benadrukt de meerwaarde van de gezinswetenschapper als brugfiguur tussen de medische wereld en het gezin en pleit voor een meer relationele benadering van euthanasie in de thuiscontext.
Meer lezen

Productie en evaluatie van elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten voor fecale metabolomics via LA-REIMS

Odisee Hogeschool
2026
Elia Amnon
Bar On
Binnen een klinische en biomedische context zijn snelle en robuuste analysemethoden voor untargeted metabolomics essentieel. Laser-assisted rapid evaporative ionisation massaspectrometrie (LA-REIMS) maakt directe analyse van biofluïda mogelijk, maar de analytische prestaties worden bepaald door de intrinsieke matrixeigenschappen van het staal. Elektrogesponnen nanovezelmembranen kunnen via surface-assisted laser desorption/ionisation (SALDI) de desorptie en ionisatie verbeteren en zo de analyses versterken. Het potentieel van silicagebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics is echter nog onvoldoende geëvalueerd.

In deze studie wordt onderzocht in welke mate elektrogesponnen tetraethylorthosilicaat (TEOS)-gebaseerde nanovezelmembranen de prestaties van LA-REIMS-analyses voor fecale metabolomics beïnvloeden.

De productie van TEOS-membranen omvat het elektrospinnen van een sol-geloplossing, gevolgd door een thermische behandeling om een superhydrofiel membraan te verkrijgen. De morfologie en hydrofiliciteit worden gekarakteriseerd met scanning-elektronenmicroscopie, watercontacthoekmetingen en infraroodspectrometrie. De analytische prestaties worden geëvalueerd via LA-REIMS-analyse van fecale stalen en vergeleken met rechtstreekse analyse van feces en met geoptimaliseerde MetaSAMP-membranen. Data-analyse omvat principal component analysis, evaluatie van reproduceerbaarheid en vergelijking van metabolomische dekking.

LA-REIMS-analyses tonen aan dat met fecale stalen geïmpregneerde TEOS-membranen een metabolomische vingerafdruk genereren die vergelijkbaar is met die van feces as-such, met detectie van een groter aantal features. Tegelijkertijd worden, vergeleken met zowel MetaSAMP-membranen als feces as-such, beperkingen vastgesteld in reproduceerbaarheid en signaalintensiteit, met lagere signaalintensiteiten en meer variabele features (p < 0,01).

Na optimalisatie van de membraandikte en het staalvolume worden TEOS-membranen verkregen die significant hogere signaalintensiteiten opleveren dan feces as-such (p < 0,01; g > 1), met een hoger aantal gedetecteerde features (p < 0,01) en een aanvaardbare reproduceerbaarheid (> 75 % van de features met een variatiecoëfficiënt ≤ 30 %).

De resultaten tonen aan dat elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen doeltreffend zijn als SALDI-substraat binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics. Toekomstige studies kunnen zich richten op het optimaliseren van de membraanproductie, functionalisatiestappen en het verder afstemmen van de LA-REIMS-methode.
Meer lezen

ALTER.UP, Een digitaal upcyclingplatform als duurzaam alternatief voor trendgevoelige overconsumptie

Universiteit Antwerpen
2026
Marthe
Schouwenaars
Deze masterproef, uitgevoerd binnen de opleiding Productontwikkeling, onderzoekt hoe een digitaal product-dienstsysteem consumenten kan stimuleren om kleding te upcyclen als duurzaam alternatief voor trendgevoelige overconsumptie. Vanuit een uitgebreid onderzoeks- en ontwerpproces werden menskundige, technologische en economische inzichten vertaald naar een concreet concept, ALTER.UP, een digitaal upcyclingplatform. Het iteratieve ontwerpproces, met conceptontwikkeling, prototyping, gebruikersvalidaties en verfijningen, vormt de kern van deze thesis en toont hoe een doordachte productontwikkelingsmethodologie kan leiden tot een innovatieve, gebruiksvriendelijke en duurzame oplossing.

ALTER.UP begeleidt gebruikers gedurende het volledige upcyclingproces. Via een 3D-lichaamsscan wordt een persoonlijke avatar aangemaakt waarop bestaande kledingstukken digitaal kunnen worden gevisualiseerd. Gebruikers kunnen vervolgens verschillende upcyclingontwerpen uitproberen en aanpassen aan hun eigen stijl, waardoor ze vooraf een realistisch beeld krijgen van het eindresultaat. Na het kiezen van een ontwerp biedt het platform stapsgewijze instructies, materiaalsuggesties en ondersteuning van experten en de community om de uitvoering te vergemakkelijken. Door onzekerheid over het eindresultaat weg te nemen en inspiratie, begeleiding en vertrouwen te bieden, verlaagt ALTER.UP de drempel tot upcycling. Zo worden consumenten gestimuleerd om bestaande kleding langer te gebruiken, de emotionele en esthetische waarde ervan te verhogen en de levensduur van kleding te verlengen als alternatief voor de aankoop van nieuwe kleding.
Meer lezen

Strategische markttoetreding tot de Duitse voedingssupplementensector

Hogeschool UCLL
2026
Brent
Goris
Verschillende Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector richten zich in de beginfase voornamelijk op de Belgische, Nederlandse en Franse markt. Dit is grotendeels te verklaren door het feit dat zowel het Frans als het Nederlands in Vlaanderen de meest gesproken talen zijn, wat de toetredingsdrempel tot deze markten verlaagt. Echter grenst België ook aan een andere veelbelovende markt: de Duitse markt. Met ruim 83 miljoen inwoners is deze markt qua omvang bijna even groot als de Belgische, Nederlandse en Franse markt samen. Maar hoe kan een Vlaamse kmo actief in de voedingssupplementensector succesvol intrede doen tot deze markt?

Het doel van dit onderzoek is dan ook om de Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector een beter beeld te geven van deze markt en haar potentieel. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe kan de Vlaamse onderneming We’R Nutrition zich strategisch voorbereiden op een succesvolle markttoetreding in Duitsland?
Onder ‘strategische voorbereiding’ wordt in deze context verstaan: het grondig in kaart brengen van de Duitse markt voor voedingssupplementen, waarna de onderneming een beter inzicht krijgt in de relevante factoren die een potentiële markttoetreding bepalen en beïnvloeden.

Om een antwoord te kunnen formuleren op deze onderzoeksvraag werden er een aantal deelvragen opgesteld waarin er een combinatie van desk- en fieldresearch voorkomt. Zo wordt er binnen deskresearch onder andere dieper onderzoek gedaan naar de Duitse markt waarin het marktpotentieel duidelijk in kaart wordt gebracht. In het kader van fieldresearch werden Duitse consumenten effectief bevraagd over hun aankoopgedrag en voorkeuren met betrekking tot voedingssupplementen. Uit de resultaten van de bevraging bleek dat een meerderheid van de Duitse consument wetenschappelijke productonderbouwing en transparantie zeer belangrijk vindt. Daarnaast werd een case study uitgevoerd op een Belgisch merk, dat reeds succesvol zijn intrede heeft gedaan op de Duitse markt, en werden de bevindingen uit het deskresearch afgetoetst met de praktijk door middel van een eigen praktijktoetsing tijdens de stageperiode bij We'R Nutrition.

Op basis van deze resultaten wordt ten slotte een strategisch stappenplan uitgewerkt, met concrete aanbevelingen die We’R Nutrition kan toepassen om een effectieve en doordachte intrede te realiseren op de Duitse markt. Op die manier biedt dit onderzoek niet enkel voor We'R Nutrition, maar ook voor andere Vlaamse kmo's binnen de voedingssupplementensector, een waardevol referentiekader bij het overwegen van een internationale uitbreiding naar de Duitse markt. Het is aan de ondernemingen zelf om na het lezen van de aanbevelingen een uiteindelijke go/no-go-beslissing te nemen.
Meer lezen

REBUILDING AND VALIDATING AN AERODYNAMIC BALANCE FOR WIND TUNNEL TESTING

Vrije Universiteit Brussel
2026
Reda
Lamrani
Een tweeassige krachtbalans voor de windtunnel van de VUB-onderzoeksgroep FLOW: ontworpen, gebouwd, gekalibreerd en gevalideerd op drie klassieke windtunnelmodellen.
Meer lezen

Evolutionary genetics of human cold adaptation using Drosophila melanogaster

KU Leuven
2026
Febe
Cappelaere
Mijn thesis was een verkennend onderzoek dat Drosophila melanogaster homologen van genen die geassocieerd zijn met menselijke koude-adaptatie wou functioneel karakteriseren in koude fysiologie.
Meer lezen

ALS training in het Kanifing General Hospital in The Gambia

Hogeschool PXL
2026
Britt
Motten
  • Aude
    Nuyts
  • Nomie
    Haazen
Mijn scriptie in het kort gaat over het verbeteren van Advanced Life Support (ALS)-training voor verpleegkundigen in een ziekenhuis in een lage-inkomenscontext (Kanifing General Hospital in Gambia).

Het doel van het onderzoek is om te bekijken of een aangepaste ALS-training, gebaseerd op simulatiegericht leren en herhaalde oefening, een invloed heeft op de kennis, praktische vaardigheden en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen bij reanimatie.

In de literatuurstudie werd onderzocht welke didactische methoden het meest effectief zijn voor ALS-opleidingen. Hieruit bleek dat vooral simulatiegebaseerd leren, gecombineerd met feedback en regelmatige herhaling, leidt tot betere leerresultaten en meer zelfvertrouwen. Daarnaast werd duidelijk dat kennis en vaardigheden snel afnemen zonder opfrissing.

Op basis van deze inzichten werd een contextgerichte ALS-training ontwikkeld en uitgevoerd in Kanifing General Hospital. De training werd aangepast aan de beperkte middelen in het ziekenhuis en bestond uit een korte theoretische sessie, praktische simulaties en visuele hulpmiddelen zoals een flowchart/poster.

Om het effect van de training te meten, werd gewerkt met een voor- en nameting bij verpleegkundigen uit de spoed-, medische en chirurgische afdelingen. De resultaten tonen een duidelijke verbetering in kennis en zelfvertrouwen, vooral bij het gebruik van de AED en het toepassen van ALS-protocollen.

De conclusie van de scriptie is dat een gestructureerde, contextgerichte en herhaalde ALS-training op basis van simulatie effectief is om de competentie van verpleegkundigen te verbeteren, zelfs in omgevingen met beperkte middelen.
Meer lezen

Hoe verlicht AI het werk van leerkrachten met weinig AI-ervaring?

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Magnus
Van Dyck
  • Tayyba
    Chaudery
  • Ikram
    Saïd
  • Hafsa
    El Mousati
  • Brent
    Vanhoof
AI verlicht vooral taken zoals lesvoorbereiding, differentiatie, evaluatie, administratie en creatieve opdrachten. Leerkrachten kunnen hierdoor sneller materiaal ontwikkelen en efficiënter werken. Tegelijk blijft een kritische houding noodzakelijk: AI‑output moet gecontroleerd worden, scholen moeten duidelijke richtlijnen voorzien en leerkrachten hebben opleiding en tijd nodig om te experimenteren. AI ondersteunt het denkproces, maar mag het nooit vervangen.
Meer lezen

Forensisch betrouwbare 3D-reconstructie met Gaussian Splatting

Universiteit Hasselt
2026
Jamie
Withofs
Deze masterproef onderzoekt de inzetbaarheid van Gaussian Splatting als betrouwbare techniek voor forensische 3D-reconstructie van misdaadscènes. Gaussian Splatting is een recente neurale weergavemethode die vanuit multi-view videobeelden fotorealistische 3D-modellen genereert via ellipsvormige volumetrische primitieven, zogenaamde splats, die samen een continue en vloeiende representatie van de scène vormen. De techniek onderscheidt zich van klassieke mesh-based methoden door haar uitzonderlijke visuele kwaliteit en efficiënte renderingpipeline, maar brengt tegelijkertijd een fundamenteel forensisch probleem met zich mee: tijdens de trainingsoptimalisatie heeft het model de neiging om geometrische informatie bij te verzinnen om gaten in de initialisatiedata op te vullen. Wanneer de reconstructie als juridisch bewijsmateriaal dient, is dergelijke hallucinatie onaanvaardbaar, omdat elke weergegeven vorm of afstand herleidbaar moet blijven tot authentieke, meetbare brondata.

Om dit probleem aan te pakken werd een volledige onderzoeks- en ontwikkelingspipeline opgezet in samenwerking met de Federale Gerechtelijke Politie Limburg. De dataverzameling combineerde videobeelden en meervoudige LiDAR-scans van een gecontroleerde testscène. De videobeelden werden verwerkt via een COLMAP-gebaseerde Structure from Motion (SfM) pipeline die de relatieve camera-poses en een sparse puntenwolk reconstrueerde. De LiDAR-scans werden samengebracht tot één dense referentiepuntenwolk via iteratieve ICP-gebaseerde registratie met outlier filtering op basis van IQR-analyse, radiale filtering en asgeoriënteerde filtering, en vervolgens geëxporteerd als een geïntegreerd .e57-bestand.

De kern van de bijdrage is een alignment pipeline die de sparse COLMAP-puntenwolk uitlijnt met de dense LiDAR-data. De resulterende transformatiematrix wordt toegepast op alle camera-extrinsieken, zodat de LiDAR-geometrie als initialisatiebasis kan dienen voor de Gaussian Splatting-training zonder de architectuur van de trainingsomgeving te wijzigen. Een eigen visibility-based downsampling-stap geeft daarbij prioriteit aan de LiDAR-punten die zichtbaar zijn vanuit de gecalibreerde camera-posities, wat de trainingsefficiëntie verhoogt zonder de geometrische volledigheid te compromitteren.

De Gaussian Splatting-training werd vervolgens uitgebreid met constraints die de geometrische trouw aan de LiDAR-meetdata waarborgen. In de volledig geconstrained variant worden zowel de positie-optimalisatie als de densification van Gaussians uitgeschakeld, waardoor elke splat exact op zijn initiële LiDAR-positie blijft staan. Dit levert een forensisch maximaal betrouwbaar model op, ten koste van visuele volledigheid in zones met beperkte LiDAR-dekking. Een uitgebreide parameterstudie onderzocht vervolgens tussenliggende configuraties, waarbij de interactie tussen de positie learning rate, de opacity learning rate, de opacity regularization en het MCMC-herplaatsingsmechanisme systematisch in kaart werd gebracht. De resultaten tonen aan dat een werkelijk compromis slechts beperkt haalbaar is: een gedeeltelijke vrijstelling van de positie-optimalisatie levert voor structurele elementen zoals wanden en vloer een aanvaardbare visuele kwaliteit op, maar biedt onvoldoende garantie voor dunne objecten met beperkte LiDAR-puntdichtheid. Op basis van de studie werden twee aanbevolen configuraties geformuleerd: één voor gebruik als visueel illustratiemateriaal voor rechters en jury's, en één als volledig geconstrained forensisch bewijsmiddel.

Aanvullend werd een forensische toolchain ontwikkeld die de integriteit van de reconstructie kwantitatief en visueel onderbouwt. De Lichtfeld Studio-module berekent per Gaussian een betrouwbaarheidsscore op basis van de afstand tot zijn initiële LiDAR-positie, en visualiseert deze als een groen-geel-rood kleuroverlay. Een hallucination mask maakt een binaire splitsing tussen originele en nieuw aangemaakte splats, met kleurcodering voor de mate van positionele drift. De juridische validatiemodule voert een kwantitatieve alignmentvalidatie uit op basis van RMSE en overlappercentage, en genereert een integriteitsgeborgd JSON-rapport met SHA-256-hashing over alle relevante velden, een gedocumenteerde chain of custody en een onafhankelijk verifieerbaar RFC 3161-tijdstempel. Tot slot werd een Electron-gebaseerde rechtbankviewer ontwikkeld die dit rapport omzet naar een formeel PDF-deskundigenverslag.

De evaluatie bevestigt dat Gaussian Splatting via de ontwikkelde constrained pipeline forensisch inzetbaar is, mits een duidelijk onderscheid wordt gehanteerd tussen het gebruik als illustratiemateriaal en het gebruik als geometrisch bewijsmiddel. In het laatste geval fungeert de Gaussian Splatting-reconstructie als visuele toelichting bij de LiDAR-puntenwolk, die als primaire meetreferentie bewaard en ingediend dient te worden. De ontwikkelde toolchain biedt de forensische praktijk een transparant en controleerbaar raamwerk om dit onderscheid procedureel te verankeren.
Meer lezen

Van abstracte data naar intuïtieve feedback: Het potentieel van Mixed Reality op de Meta Quest voor reanimatietraining binnen de geneeskunde.

HOGENT
2026
Dogukan
Uyanik
Traditionele reanimatietraining voor verpleegkundigen steunt vaak op externe 2D-interfaces voor feedback, wat leidt tot het split-attention effect. De hulpverlener moet hierbij de aandacht verdelen tussen de fysieke handeling op de reanimatiepop en een extern scherm, wat de cognitieve belasting verhoogt en de leercurve belemmert. Deze bachelorproef onderzoekt hoe Mixed Reality (MR) technologie dit proces kan optimaliseren door real-time, intuïtieve feedback direct in het gezichtsveld
van de gebruiker te projecteren. Het doel van dit onderzoek was de ontwikkeling van een Proof of Concept (PoC) op de Meta Quest 3, waarbij sensordata van een reanimatiepop in real-time wordt gevisualiseerd via een Unity-applicatie. Een significante technische barrière in dit proces was de gesloten aard van de beschikbare communicatieprotocollen. Hoewel de fabrikant eigen ecosystemen aanbiedt, ontbreekt een publiek toegankelijke en gedocumenteerde SDK die directe integratie met de Meta Quest 3 en de Unityomgeving mogelijk maakt. Daarnaast vormt de beperkte native ondersteuning voor Bluetooth Low Energy (BLE) binnen de standaard Unity-ontwikkelomgeving voor Android-gebaseerde headsets een extra hindernis.
Om dit probleem te overbruggen, is een diepgaand technisch onderzoek uitgevoerd
naar het communicatieprotocol van de pop. Door middel van reverse engineering
technieken waaronder het decompileren van officiële software en het analyseren van Bluetooth Low Energy (BLE) pakketjes via HCI snoop logs en Wireshark op een gerouteerd Android-toestel zijn de verborgen handshakes en datacharacteristics
ontcijferd. Het resultaat is een werkend prototype dat live sensordata (zoals compressiediepte en frequentie) vertaalt naar ruimtelijke visualisaties, waaronder een ghost avatar en een dynamisch reagerend hartmodel. De voorlopige resultaten van deze PoC tonen aan dat MR in staat is om de kloof tussen haptische ervaring en visuele feedback te dichten. Dit onderzoek legt hiermee de technische fundamenten voor een nieuwe generatie medische simulatietools die verpleegkundigen effectiever kunnen voorbereiden op kritieke levensreddende situaties.
Meer lezen

Region-Based Selective Remeshing for User-Guided Generative 3D Model Editing

Universiteit Hasselt
2026
Xander
Vervaecke
Een 3D-model maken kan vandaag in enkele seconden met AI tools zoals Meshy: je geeft een korte beschrijving of afbeelding en het systeem levert een model. Maar zodra je er iets klein aan wil veranderen, loop je vast. De meeste tools kunnen een bestaand model niet gericht bijwerken, ze genereren simpelweg een volledig nieuw model waardoor ook de delen die je net wél goed vond mee veranderen. Het alternatief, professionele software zoals Blender, vraagt maanden oefening.
Deze masterproef onderzoekt of generatieve AI gebruikt kan worden om een bestaand 3D-model in gecontroleerde stappen aan te passen, terwijl elk deel dat de gebruiker niet wou veranderen exact behouden blijft. Het voorgestelde systeem laat de gebruiker een schets tekenen op het model en in één zin beschrijven wat er moet veranderen. Op basis daarvan worden enkele voorstellen getoond als afbeelding die iteratief aangepast kunnen worden, waarna het gekozen voorstel wordt omgezet naar een nieuw 3D-model.
De technische kern is een methode genaamd ASMR-3D (Alignment, Selection, Mesh Reconstruction). Die legt het nieuwe en het originele model over elkaar, bepaalt automatisch welk gebied de gebruiker wou wijzigen en bouwt enkel dat gebied opnieuw op door selectieve remeshing. Alle overige punten van het model blijven exact op hun plaats en een dunne overgangszone maakt de transitie vrijwel onzichtbaar.
Het systeem werd geëvalueerd in een gebruikersstudie met veertien deelnemers zonder ervaring in 3D-modelleren. De onveranderde delen bleven ongeveer 27 keer trouwer aan het origineel dan bij een volledige regeneratie. Een gebruikersstudie liet veertien gebruikers toe om het systeem vrij te gebruiken en te beoordelen. Op de User Experience Questionnaire behaalde het systeem op vijf van de zes schalen de hoogste categorie ("uitstekend"), en alle deelnemers gaven aan het opnieuw te willen gebruiken. De belangrijkste resterende beperkingen zijn de hertexturering, die nu het hele model opnieuw inkleurt in plaats van enkel het bewerkte deel en de interface om de automatische selectie bij te sturen.
Meer lezen

Hoe kunnen geboortezorgteams in materniteiten in Vlaamse ziekenhuizen ondersteund worden om diversiteit bij moslima’s niet enkel als uitdaging, maar als opportuniteit te zien en te benutten tijdens hun begeleiding en zorgverlening op de materniteit?

Hogeschool VIVES
2026
Lize
Vantomme
  • Jasmine
    Planckaert
  • Amélie
    Huygens
  • Kiara
    Zwertvagher
Deze bachelorproef onderzoekt hoe cultuursensitieve zorg kan bijdragen aan een betere geboortezorgervaring voor moslima’s op de materniteit in Vlaanderen. Door de toenemende culturele en religieuze diversiteit worden vroedkundigen vaker geconfronteerd met uiteenlopende verwachtingen rond zwangerschap en bevalling, zoals privacy, bescheidenheid, familiebetrokkenheid en religieuze praktijken.

Het onderzoek vertrekt vanuit de ervaringen van zorgverleners en brengt in kaart welke uitdagingen zij ervaren in de dagelijkse praktijk, zoals taalbarrières, communicatieproblemen en onzekerheid rond het omgaan met religieuze en culturele verschillen. Tegelijk toont de studie aan dat deze diversiteit niet alleen als een moeilijkheid wordt gezien, maar ook als een kans om de zorg te verbeteren en de vertrouwensrelatie met patiënten te versterken.

Daarnaast wordt onderzocht welke ondersteuningsmiddelen momenteel beschikbaar zijn in ziekenhuizen, zoals interculturele bemiddeling en communicatietools, en in welke mate deze effectief worden toegepast. Hieruit blijkt dat er vaak een gebrek is aan structurele richtlijnen en opleiding rond cultuursensitieve geboortezorg.

Op basis van deze bevindingen werd een praktische toolbox ontwikkeld voor geboortezorgteams. Deze bevat onder meer een teamreflectietool, informatiemateriaal over culturele en religieuze aandachtspunten bij moslima’s, communicatiehulpmiddelen en praktische richtlijnen voor de dagelijkse praktijk.

De scriptie besluit dat cultuursensitieve zorg geen extra drempel hoeft te vormen, maar net een meerwaarde kan zijn voor zowel zorgverleners als patiënten, op voorwaarde dat er voldoende ondersteuning en structurele verankering aanwezig is binnen de zorgorganisatie.
Meer lezen

Theorie ontmoet praktijk: een innovatieve learning skid voor de techniekers van morgen

Hogeschool VIVES
2026
Henri
Vervenne
  • Quentin
    Mary
Tijdens onze bachelorproef ontwierpen en realiseerden we een traningsmodule rond motion control. Deze testopstelling wordt ingezet om techniekers op een praktijkgerichte manier inzicht te geven in de aansturing en positionering van bewegingen binnen een industriële omgeving. De learning skid ondersteunt door middel van een bijhorende e-learning een technische opleiding rond toepassingen met servomotoren, frequentieregelaars en asynchrone motoren.

Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

De Rol van Fort van Breendock tijdens de Duitse Bezetting in België

Thomas More Hogeschool
2026
Luca
Guarrera
Fort van Breendonk

Stel je voor dat een plek die ooit bedoeld was om een land te verdedigen, later verandert in een plaats van angst, pijn en onderdrukking. Dat is precies wat er gebeurde met het Fort van Breendonk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Oorspronkelijk werd het fort gebouwd tussen 1904 en 1914 als onderdeel van de verdedigingslinie rond Antwerpen. Maar in mei 1940, tijdens de Duitse inval, viel het vrijwel zonder verzet in handen van de Duitsers.

Vanaf dat moment veranderde alles. Het fort werd door de SS omgevormd tot een detentiekamp waar gevangenen werden opgesloten, mishandeld en gedwongen tot zware arbeid. Mensen leefden er in angst, zonder te weten wat hun toekomst zou worden.

Wat dit verhaal extra aangrijpend maakt, is dat niet alleen verzetsstrijders, maar ook onschuldige burgers werden vastgehouden. Het fort werd een symbool van terreur en controle.

In mijn thesis onderzoek ik hoe het Fort van Breendonk van een verdedigingsfort veranderde in een plaats van onderdrukking, en welke rol het speelde tijdens de Duitse bezetting van België.

Dit is niet zomaar geschiedenis. Het is een verhaal van menselijk leed, overleven en herinnering.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

CIRCULAIRE AMBITIES, JURIDISCHE GRENZEN? EEN ANALYSE VAN DE NIEUWE BATTERIJENVERORDENING

Universiteit Gent
2026
Pieter-Jan
Debbaut
Batterijen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Van smartphones tot elektrische wagens: de vraag naar batterijen groeit razendsnel. Toch gaat de productie van batterijen gepaard met aanzienlijke milieuproblemen: voor elke nieuwe batterij zijn zeldzame grondstoffen nodig die via mijnbouw worden gewonnen en afgedankte batterijen bevatten gevaarlijke stoffen. De overgang naar een zogenaamde circulaire economie, waarbij materialen zo lang mogelijk in omloop blijven en afval tot een minimum wordt beperkt, is dan ook een centrale doelstelling van de Europese Unie. Om die overgang te sturen, vaardigde de EU in 2023 een nieuwe Batterijenverordening uit (Verordening (EU) 2023/1542). Deze masterproef onderzoekt in welke mate die verordening daadwerkelijk bijdraagt aan een circulaire batterijwaardeketen en welke juridische en praktische drempels een effectieve uitvoering in de weg staan. Daartoe werd eerst uitvoerig in kaart gebracht wat de EU verstaat onder circulaire economie, hoe dit concept in de loop van de tijd is geëvolueerd en welke juridische principes eruit voortvloeien. Op basis van wetenschappelijke literatuur en EU-beleidsdocumenten werden negen kernelementen van circulariteit omgezet naar concrete juridische toetsingscriteria. Vervolgens werd de Batterijenverordening aan deze criteria getoetst. De conclusie is genuanceerd. De verordening vormt onmiskenbaar een stap vooruit: de verschuiving van een richtlijn naar een rechtstreeks toepasselijke verordening, de introductie van het batterijpaspoort, de verruiming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid naar industriële batterijen en elektrische voertuigen en de invoering van strikte recycling- en terugwinningsdoelstellingen zijn substantiële verbeteringen. Dit beeld werd bevestigd door verkennende interviews met Umicore (een batterijrecycler) en Bebat (een OPV), die de ambities van de verordening principieel ondersteunen. Toch vertoont de verordening ook belangrijke juridische tekortkomingen. Ten eerste worden enkele belangrijke eisen, zoals concrete prestatienormen en maximale koolstofvoetafdrukken, pas later uitgewerkt via uitvoeringsregelgeving. Daardoor weten bedrijven nog niet altijd precies waaraan zij zullen moeten voldoen. Bovendien bestaat het risico dat de circulaire ambitie van de verordening later wordt afgezwakt, afhankelijk van hoe streng die uitvoeringsregels uiteindelijk worden ingevuld. Ten tweede vallen batterijen voor elektrische voertuigen, nochtans de grootste en meest impactvolle categorie, niet onder de verplichting om batterijen verwijderbaar en vervangbaar te maken. Ten derde maakt de verordening hergebruik en herfabricage mogelijk, maar geeft zij deze opties geen juridische voorrang op recyclage. Dat wringt met het uitgangspunt dat producten en materialen zo lang mogelijk op hun hoogste waarde moeten worden behouden. Ten slotte ontbreekt een geharmoniseerd handhavingskader. Lidstaten mogen zelf bepalen welke sancties zij opleggen, waardoor het risico bestaat dat de verordening niet overal in de EU even streng wordt toegepast. Op basis van deze bevindingen worden concrete juridische verbeteringsvoorstellen geformuleerd: het opnemen van minimale materiële drempels in de verordening zelf, de uitbreiding van ontwerpverplichtingen naar EVbatterijen, de invoering van financiële prikkels voor waardebehoudende strategieën en een bindend coördinatiemechanisme met aanverwante EU-wetgeving. Dit onderzoek toont aan dat de Batterijenverordening een ambitieus maar juridisch onvolledig instrument is. De circulaire ambitie is reëel, maar de juridische uitwerking schiet op meerdere punten tekort om die ambitie volledig te verzilveren.
Meer lezen

De rol van verpleegkundige interventies in de ambulante crisiszorg bij adolescenten na een suïcidepoging

HOGENT
2026
Marieke
Van der Eecken
Suïcide is de derde belangrijkste doodsoorzaak bij adolescenten tussen de 15 en 29 jaar oud. Daarnaast hebben deze adolescenten een verhoogd risico op een nieuwe suïcidepoging. Ondanks de groeiende aandacht voor ambulante crisiszorg, is er onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing voor verpleegkundige interventies gericht op detectie en secundaire preventie van suïcidaal gedrag bij deze doelgroep. Deze literatuurstudie onderzocht welke verpleegkundige interventies binnen de ambulante crisiszorg bijdragen aan de detectie en secundaire preventie van suïcidaal gedrag bij adolescenten na een suïcidepoging.
Meer lezen

Kennis van bachelorstudenten verpleegkunde over de patiëntenrechtenwet

HOGENT
2026
Bente
Van Parys
Deze bachelorproef onderzocht het kennisniveau van bachelorstudenten verpleegkunde over patiëntenrechten en de vernieuwde patiëntenrechtenwet van 2024. Aan de hand van een online vragenlijst bij 43 studenten werd nagegaan hoeveel kennis studenten hebben over patiëntenrechten en hoe zij hun eigen kennis hierover inschatten. De resultaten tonen aan dat studenten over een matige kennis beschikken en dat hogere opleidingsjaren niet automatisch leiden tot meer kennis. Daarnaast bleek dat studenten hun eigen kennis niet altijd correct konden inschatten. Het onderzoek benadrukt het belang van blijvende aandacht voor patiëntenrechten binnen verpleegkundige opleidingen.
Meer lezen

Inclusie in de musicalsector

Hogeschool VIVES
2026
Fran
Van Besauw
Mijn scriptie onderzoekt hoe inclusief en divers de Vlaamse musicalsector vandaag is, zowel voor publiek als voor performers. Via een literatuurstudie en een online survey wordt duidelijk dat musical warm en verbindend aanvoelt, maar dat er nog belangrijke drempels bestaan: beperkte representatie, onvoldoende fysieke toegankelijkheid en weinig publiekswerking naar diverse groepen. Makers erkennen het belang van inclusie, maar botsen op beperkte middelen en expertise. De scriptie besluit dat inclusie een artistieke en maatschappelijke meerwaarde biedt en formuleert aanbevelingen om de sector toegankelijker en toekomstgerichter te maken.
Meer lezen

THE INFLUENCE OF HEALTH LITERACY AND SELF-STIGMATISATION ON HELP-SEEKING BEHAVIOR IN PEOPLE LIVING WITH OBESITY

Vrije Universiteit Brussel
2026
Hanne
Vandevelde
In deze masterthesis werd onderzocht welke rol stigma en health literacy (gezondheidsvaardigheden) hebben op hulpzoekgedrag bij patiënten met obesitas.
Meer lezen

ALS HET WELKOM EEN AFSCHEID WORDT.

Arteveldehogeschool Gent
2026
Febe
Ruysschaert
Het verlies van een kind tijdens of kort na de zwangerschap is één van de meest ingrijpende ervaringen die ouders kunnen meemaken. Waar zwangerschap en geboorte doorgaans geassocieerd worden met vreugde en toekomstverwachtingen, worden ouders bij perinataal verlies geconfronteerd met intens verdriet, onzekerheid en rouw. In deze kwetsbare context neemt de vroedvrouw een centrale rol in, maar de zorgverlening bij perinataal verlies brengt ook een emotionele belasting en onzekerheid in het professioneel handelen met zich mee voor de zorgverlener zelf.

Deze bachelorproef onderzoekt hoe de vroedvrouw ouders die in het ziekenhuis geconfronteerd worden met perinataal verlies op een professionele, empathische en gestructureerde manier kan ondersteunen. Daarbij wordt rekening gehouden met medische, psychologische, juridische en sociale aspecten, evenals met de impact van deze zorg op de vroedvrouw.

Aan de hand van een literatuurstudie werden de verschillende vormen van zwangerschapsverlies, de relevante Belgische wet- en regelgeving en de fysieke en psychologische gevolgen voor ouders geanalyseerd. Daarnaast werd de rol van de vroedvrouw belicht op het vlak van communicatie, rouwbegeleiding, multidisciplinaire samenwerking en zelfzorg. Uit de resultaten blijkt dat vroedvrouwen een cruciale rol spelen in het bieden van erkenning, duidelijke informatie en continuïteit van zorg, maar dat zij nood hebben aan concrete en toepasbare richtlijnen om deze zorg op een veerkrachtige manier te kunnen blijven aanbieden.
Meer lezen

Eerste hulp bij postpartumpsychoses

Arteveldehogeschool Gent
2026
Nona
De Vylder
De overgang naar het moederschap is voor veel vrouwen een ingrijpende periode. Hoewel de meeste moeders zich aanpassen aan het ouderschap, kan bij een kleine groep vrouwen een ernstige psychiatrische aandoening optreden, namelijk postpartumpsychose. Deze zeldzame aandoening treft ongeveer 1 tot 2 op de 1.000 vrouwen na de bevalling en kan, indien niet tijdig herkend en behandeld, ernstige gevolgen hebben voor zowel moeder als kind (Spinelli, 2009).
Vroedvrouwen spelen een cruciale rol in de postnatale zorg, aangezien zij vaak tot de eerste zorgverleners behoren die intensief contact hebben met de moeder en haar gezin. Hierdoor bevinden zij zich in een unieke positie om vroege signalen van postpartumpsychose te detecteren en passende ondersteuning en doorverwijzing te initiëren. Ondanks de toenemende aandacht voor perinatale mentale gezondheid ervaren vroedvrouwen nog steeds onzekerheid over hun rol en beschikbare interventies bij postpartumpsychose.
Deze bachelorproef onderzoekt welke proactieve en doelgerichte interventies vroedvrouwen kunnen inzetten om moeders met postpartumpsychose en hun omgeving adequaat te ondersteunen. Aan de hand van een literatuurstudie wordt ingegaan op herkenning, doorverwijzing en ondersteuning binnen een multidisciplinaire context. Het doel van deze bachelorproef is het versterken van de vroedkundige praktijk en het bijdragen aan kwaliteitsvolle postnatale zorg voor vrouwen in een kwetsbare periode.
Meer lezen

Doorbreek de stilte

Universiteit Gent
2025
Linde
Janssens
In deze masterproef onderzoek ik hoe het al dan niet zwijgen over trauma binnen familiesystemen invloed heeft op de instandhouding ervan over generaties heen. Met behulp van psychoanalytische kaders en hedendaagse literatuur tracht ik te begrijpen hoe het zwijgen, of juist het benoemen, van intergenerationeel trauma helend of verstrikkend kan werken. Misschien begint de bevrijding niet enkel bij het verleden begrijpen, maar ook bij het erkennen van de manier waarop het in ons leeft, vandaag.
Meer lezen