Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Strategisch taalbeleid in het secundair onderwijs: een kwalitatieve studie naar professionalisering van leraren in functie van functioneel meertalig onderwijs

Universiteit Gent
2026
Michiel
Debaere
De toenemende meertaligheid in het Vlaamse secundair onderwijs stelt leerkrachten voor
uitdagingen. Functioneel meertalig onderwijs (FML) biedt een kader om de thuistaal van leerlingen als leerkapitaal in te zetten. Het schooltaalbeleid kan hierin een ondersteunende rol spelen door leerkrachten te professionaliseren. Deze masterproef onderzoekt in welke mate het schooltaalbeleid van secundaire scholen met een meertalige leerlingenpopulatie een sterke leeromgeving voor leerkrachten creëert die de implementatie van FML ondersteunt. Binnen een kwalitatief onderzoeksdesign werden 31 schooldocumenten geanalyseerd en semigestructureerde interviews afgenomen bij acht leerkrachten uit drie secundaire scholen. Hiervoor werd een deductieve checklist gebaseerd op het raamwerk van Merchie et al. (2016b) gebruikt en een thematische analyse van de schooldocumenten en interviews uitgevoerd. Op deze manier werden
de effectieve kenmerken van professionaliseringsinitiatieven, kenmerken van FML, en de invloed op de klaspraktijk in kaart gebracht. De bevindingen tonen dat de drie scholen in verschillende mate een sterke leeromgeving creëren. De inhoudelijke focus op FML en collectieve participatie binnen professionalisering bleken het meest bij te dragen aan de implementatie van FML. De aanwezigheid van effectieve kenmerken van professionalisering in het schooltaalbeleid is echter niet voldoende; afstemming tussen de taalvisie van het schooltaalbeleid en de professionalisering van leerkrachten bleek doorslaggevend te zijn voor de implementatie van FML. Opvolging van professionalisering bleef onderbelicht, terwijl leerkrachten dit net als een cruciale vorm van ondersteuning aanduiden. De implementatie van FML bleek bovendien leerkrachtafhankelijk te zijn. Deze studie benadrukt het belang van een schooltaalbeleid dat meertaligheid waardeert en
professionalisering hierop afstemt, en formuleert implicaties voor schoolbeleid en de Vlaamse onderwijscontext.
Meer lezen

Welke operationele, technologische en regelgevende voorwaarden moeten vervuld zijn zodat ING stablecoin-gebaseerde betalingsnetwerken kan gebruiken om internationale transacties sneller en goedkoper te maken dan het huidige correspondentbankmodel?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Johan
Van Steen
Stap 3 gaat over je scriptie zelf. Per veld:
Korte inhoud van je scriptie. Een beknopte samenvatting, neutraler van toon dan je artikel. Dit kun je gebruiken:
Deze bachelorproef onderzoekt onder welke operationele, technologische en regelgevende voorwaarden ING stablecoin-gebaseerde betalingsnetwerken kan inzetten om internationale transacties sneller en goedkoper te maken dan het huidige correspondentbankmodel. Via een kwalitatieve casestudy, gebaseerd op literatuur van onder meer de BIS en de ECB, de MiCA-verordening en expertgesprekken, wordt een voorwaardenkader uitgewerkt op drie niveaus: technologie, organisatie en regelgeving. De analyse toetst dit kader aan drie marktinitiatieven (JPMorgan Kinexys, Société Générale EURCV en het Qivalis-consortium) en mondt uit in een concreet stappenplan voor een MiCA-conforme implementatie.
Meer lezen

Onderwijsongelijkheid bespreekbaar maken in de klas: Een verkennend onderzoek naar de inzet van het spel Kansrijk? in de onderwijspraktijk

Thomas More Hogeschool
2026
Lien
Resseler
Het bordspel Kansrijk? helpt toekomstige leerkrachten om onderwijsongelijkheid niet alleen te begrijpen, maar ook écht te voelen. Het onderzoek toont hoe het spel werkt, wat het losmaakt bij studenten en welke extra tools nodig zijn om het spel goed te begeleiden.
Meer lezen

The Role of Coffee Cooperatives in the Socio-Economic Transition of Rebel Returnees in Sulu, Southern Philippines

Universiteit Gent
2025
Moh. Shanizee
Sarabi
Reintegrating former rebels into civilian life remains a major challenge in post-conflict societies, where sustainable livelihoods and social cohesion are essential for long-term peace. The Philippines is one of the most conflict-affected countries in the world, sharing the 29th spot with Afghanistan and ranks second in ASEAN after Myanmar. The Bangsamoro Autonomous Region in Muslim Mindanao (BARMM) in the southern Philippines has been particularly affected by decades of armed conflict and
institutional weaknesses, notably in provinces such as Sulu. In response, the Philippine government is promoting the integration of returnees into coffee cooperatives as part of its peace and reintegration strategy. Despite persistent volatility, the BARMM, particularly Sulu province, has emerged as one of the country’s leading coffee-producing regions contributing over a quarter of national production and providing a strategic pathway to economic recovery. It is therefore crucial to understand how these cooperatives contribute to both livelihoods and social reintegration. This study examines how membership in a coffee cooperative is associated to the socio-economic transition of rebel returnees in Sulu. Based on the Disarmament, Demobilization, and Reintegration (DDR) framework and social capital theory, a comparative cross-sectional design with survey data from 101 returnees was used. Through regression analysis and structural equation modelling, we show that membership in a cooperative is associated with higher productivity, financial stability, and stronger social capital, even if infrastructural challenges, conflict vulnerabilities, governance, and market difficulties persist. The study demonstrates how locally rooted cooperatives can transform conflict legacies into peace dividends that foster economic gains, social cohesion, and inclusive development. These findings highlight the potential of cooperatives as a pathway for durable socio-economic transitions in fragile contexts. Moreover, the study underscores the importance of targeted support, capacity building, and improved market access to enable returnee cooperatives to fully realize their role in promoting sustainable livelihoods, facilitating social reintegration, and contributing to lasting peace.
Meer lezen

Nieuw kapitalisme: Juridische middelen om kapitaal te sturen naar ESG bedrijven

Vrije Universiteit Brussel
2025
Sara
Faes
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Mijn masterproef omvat een onderzoek naar welke ESG criteria reeds zijn opgenomen in de Belgische Corporate Governance Code en hoe deze laatste kan worden verbeterd opdat ESG de nieuwe bedrijfsfilosofie wordt.
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

Investor protection in ESG ratings: A law and economics approach

KU Leuven
2025
Aline
Soenen
Duurzaamheid speelt vandaag de dag een sleutelrol in de financiële wereld, en roept tegelijk veel vragen op. ESG-ratings worden steeds vaker gebruikt door investeerders, terwijl de betrouwbaarheid en de transparantie ervan niet altijd gegarandeerd zijn. Deze masterthesis analyseert de agency kosten in verband met ESG-ratings. Daarnaast wordt de recente Europese regulering onder de loep genomen om te evalueren of deze adequaat is voor het aanpakken van de huidige uitdagingen, met nadruk op beleggersbescherming. Tot slot worden aanbevelingen gedaan voor verbeteringen in het proces.
Meer lezen

Wandering through the osteocyte network of zebrafish vertebrae

Universiteit Gent
2025
Faith
Maes
Osteocyten, levende botcellen in de botmatrix, zijn de meest voorkomende botcellen bij zoogdieren. Ze reguleren botgroei, herstructurering en metabolisme via hun uitgebreid netwerk. Hoewel de zebravis een courant modelorganisme is in biomedisch onderzoek, richten de meeste studies naar zebravis botbiologie zich op botcellen die bot vormen (osteoblasten), gelegen op het botoppervlak en vroege ontwikkelingsstadia, vóór de ontwikkeling van osteocyten. Deze studie pakt het gebrek aan kennis over osteocyten in het volwassen zebravis skelet aan, specifiek hun morfologie, oriëntatie en distributie binnen de wervelkolom. We maken gebruik van continue seriële parasagittale coupes van volwassen zebravissen om de rugwervels te doorlopen. Lichtmicroscopie is gebruikt om osteocyten te meten en te beschrijven, en gepolariseerde lichtmicroscopie om de oriëntatie van het cellichaam en de cel uitlopers te identificeren ten opzichte van de oriëntatie van de vezels van de botmatrix. Osteocyt processen (of ook wel dendrieten genoemd) vormen een lacuno-canaliculair netwerk. De sterkte hiervan wordt beoordeeld door de osteocyt dichtheid te kwantificeren en de vertakking van dendrieten te evalueren. De studie focust op de osteocyt morfologie en de distributie van het lacuno-canaliculair netwerk tussen en binnen regio's van de wervels. Variaties in osteocyten grootte, vorm en distributie zowel tussen als binnen verschillende wervelregio’s werden geobserveerd. De osteocyten hebben een circulaire oriëntatie aan de uitersten van het wervellichaam (de eindplaten), maar zijn parallel met de anteroposteriore as in het midden van het wervellichaam. Dit komt overeen met de oriëntatie van de collageen vezels van de botmatrix. In de eindplaten van de wervelkolom is er een hoge abundantie van osteocyten ter hoogte van de Sharpey vezels met een dens netwerk van dendrieten die daarop loodrecht georiënteerd zijn. Het doornuitsteeksel heeft osteocyten met een verschillende morfologie. Ze zijn lang en dun met gepolariseerde lange dendritische processen die parallel georiënteerd zijn met de collageen vezels. Deze studie presenteert inzichten in osteocyten morfologie, densiteit en organisatie in wervellichamen van Danio rerio.
Meer lezen

Een duurzaamheidstoets van het nieuwe goederenrecht in relatie tot ondernemingen: was duurzaamheid écht een belangrijke doelstelling?

Universiteit Gent
2025
Noor
Buyssens
Samenvatting van mijn thesis:

Duurzaamheid was een belangrijke doelstelling bij de totstandkoming van het nieuwe goederenrecht. Bijgevolg onderzoekt dit werk het nieuwe goederenrecht, dat sinds 2021 in werking trad, door de lens van duurzaamheid, met een bijzondere focus op ecologische duurzaamheid. Centraal staat daarbij steeds de rol van de onderneming. Deze focus op ondernemingen vormt een nieuwe invalshoek binnen bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht.

Vertrekkend vanuit de onderwerpen die in bestaande literatuur over duurzaamheid in relatie tot het nieuwe goederenrecht aan bod komen, gaat deze bijdrage verder op die onderwerpen die in het bijzonder relevant zijn voor ondernemingen: res communes, opstalrechten (waarbij zijn rol in de circulaire vastgoedeconomie en bij het recent ingevoerde volume-eigendom wordt besproken), en ten slotte de milieu-erfdienstbaarheid.

Voor elk van deze onderwerpen worden de tekortkomingen en obstakels geanalyseerd die ertoe leiden dat zij duurzaamheid belemmeren of onvoldoende ondersteunen. Telkens wordt onderzocht hoe en op welke manier duurzaamheid nu precies wordt tegengewerkt. Zo wordt aangetoond hoe de figuur van de res communes juridisch is uitgehold en daardoor in de praktijk nauwelijks bescherming biedt, hoe het eenheidsbeginsel – en meer bepaald het zelfstandigheidsbeginsel – de ontwikkeling van een circulaire economie binnen de vastgoedsector tegenwerkt, en hoe de invoering van (eeuwigdurend) volume-eigendom grote risico’s creëert op ongebreidelde vastgoedgroei, waarbij duurzaamheid slechts een voorwaardelijk en toevallig neveneffect blijkt te zijn. Ook de milieu-erfdienstbaarheid blijkt onder het huidige goederenrecht onwerkbaar.

Na het analyseren van deze knelpunten worden telkens mogelijke oplossingen of, minstens, suggesties en denkpistes aangereikt die kunnen bijdragen tot verdere verbetering. Kritiek wordt hier immers niet als destructief benaderd, maar juist als een eerste stap richting vooruitdenken.

Het werk sluit af met een filosofische noot waarin de rode draad tussen de besproken onderwerpen wordt blootgelegd. Diep onder de juridische spanningen die zich voordoen rond duurzaamheid blijkt een “structureel” probleem te schuilen: het goederenrecht is historisch gebouwd op liberale en kapitalistische fundamenten, wat duurzame ontwikkeling structureel belemmert. Dit werk eindigt dan ook met een oproep tot structurele verandering en geeft een eerste stap in de richting van dergelijke verandering.
Meer lezen

Ils occupent, (i)elles s’occupent: Een cultuursociologische analyse van zes vormen van durf in de Brusselse skatescene

Vrije Universiteit Brussel
2025
Charlotte
Cool
Deze studie onderzoekt hoe (sub)culturele genderhiërarchieën binnen de Brusselse skatescene zowel worden gereproduceerd als geherconfigureerd. Hoewel skateboarden doorgaans gepresenteerd wordt als open, vrij en inclusief, blijft het in de praktijk doordrongen van een geïnstitutionaliseerde mannelijke hegemonie. Internationaal is er relatief weinig aandacht voor hoe vrouwelijke en non- binaire skaters patriarchale structuren actief bevragen; in België ontbreekt onderzoek naar de skatecultuur volledig. Deze studie adresseert die lacune via een kwalitatieve casestudy, gebaseerd op diepte-interviews en participerende observatie, met bijzondere aandacht voor het Brusselse collectief BX’Elles. De resultaten worden thematisch geanalyseerd via zes vormen van durf waarmee niet- traditionele skaters navigeren tussen uitsluiting en culturele hertekening: durven identificeren, beginnen, plaatsnemen, herconfigureren, verzetten en differentiëren. De studie toont hoe genderongelijkheid zich manifesteert via symbolisch geweld, verhoogde bewijslast en structurele belemmeringen tot ruimtegebruik. Tegelijkertijd bouwen niet-traditionele skaters via initiatieven zoals Only Girls-sessies en publieke, gendergemengde tours aan alternatieve praktijken waarin zorg wordt gevaloriseerd als subcultureel kapitaal. Opvallend is dat mainstreaming, vaak door mannelijke coreskaters afgewezen als bedreiging voor authenticiteit, voor deze groepen net een toegangspoort vormt. Vanuit die bredere openheid geven zij een nieuwe invulling aan de oorspronkelijke, subversieve skatewaarden van ruimteclaiming, marginaliteit en collectiviteit. Toch blijven deze transformaties precair zolang de hegemonische neutraliteit van mannelijke skaters onaangeroerd blijft. Beleidsmatig pleit dit onderzoek daarom voor co-creatieve infrastructuur, steun voor exclusieve sessies, en educatieve trajecten gericht op mannelijke bondgenootschappen, eventueel gebundeld in een Brussels skatefestival.
Meer lezen

Familiale vermogensplanning via een maatschap

Hogeschool West-Vlaanderen
2025
Jari
Diet
Deze bachelorproef onderzoekt de maatschap als instrument binnen familiale vermogensplanning. De centrale vraag luidt hoe deze rechtsvorm optimaal kan worden ingezet om vermogen fiscaal voordelig en juridisch sluitend over te dragen naar de volgende generatie, zonder dat de ouders hun controle volledig verliezen.

Het theoretische luik schetst eerst het juridische kader: de oprichting, werking en beëindiging van een maatschap, met bijzondere aandacht voor de contractuele vrijheid, stemrechten, de rol van de zaakvoerder en de vereisten rond boekhouding en administratieve verplichtingen. Vervolgens worden de fiscale aspecten geanalyseerd, waaronder de erfbelasting, de toepassing van de antimisbruikbepaling en de spanningslijn tussen controle en overdracht. Ook alternatieve technieken, zoals de beheersvolmacht, worden besproken.

In het praktijkgedeelte wordt een casus uitgewerkt waarbij een gezin zijn effectenportefeuille overdraagt via een maatschap. De financiële vergelijking toont dat een zorgvuldig uitgewerkte maatschap een aanzienlijke besparing in erfbelasting oplevert, oplopend tot bijna €188.000, ondanks de oprichtings- en begeleidingskosten.

De thesis besluit dat de maatschap een krachtig en flexibel instrument blijft binnen familiale vermogensplanning. Wel is maatwerk onmisbaar: overmatige controle door de ouders kan leiden tot fiscale herkwalificatie en nadelige gevolgen. Met de juiste balans tussen controle en afstand biedt de maatschap families een duurzame en fiscaal voordelige manier om hun vermogen over te dragen.
Meer lezen

Financieringsstrategieën voor kapitaalintensieve sectoren: een onderzoek naar investeringsrationalisatie in de wijnbouw

Universiteit Hasselt
2025
Tom
Sleutjes
De Belgische wijnindustrie wordt gekenmerkt door hoge kapitaalvereisten, wat de instapdrempel voor nieuwe wijnproducenten aanzienlijk verhoogt. In deze masterproef is onderzocht welke financieringsstrategieën de kapitaalbehoefte van wijnproducenten kunnen verlagen en de toetreding tot de sector toegankelijker kunnen maken.

Er is gekozen voor een kwalitatieve onderzoeksopzet waarbij 12 semigestructureerde interviews zijn afgenomen met drie groepen respondenten (wijnbouwers, bankiers en wijnadviseurs) om inzichten te verkrijgen vanuit diverse perspectieven. De interviewdata zijn thematisch geanalyseerd.

Uit het onderzoek blijkt dat traditionele bankfinanciering voor wijnondernemers vaak lastig te verkrijgen is vanwege strenge voorwaarden en risico-inschattingen. Alternatieve financieringsvormen, zoals coöperatieve modellen, crowdfunding en blended finance, tonen echter belangrijk potentieel om de kapitaalbehoefte te verlichten. Daarnaast komt naar voren dat schaalvergroting en een gefaseerde groeistrategie cruciaal zijn. Ten slotte benadrukken zowel bankiers als producenten de toenemende rol van duurzaamheid en ESG-criteria in financieringsbeslissingen.

De bevindingen suggereren dat een doordachte mix van traditionele en innovatieve financieringsstrategieën de kapitaalbarrières in de Belgische wijnindustrie aanzienlijk kunnen verlagen. Door investeringen te optimaliseren, alternatieve financieringsbronnen in te schakelen en klassieke kredietvormen beter af te stemmen op de lange terugverdientijd van wijn, ontstaat er een toegankelijker financieringsklimaat.
Meer lezen

Family offices: how are they different

Universiteit Gent
2025
Pieter
Rosiers
Een kwantitatief onderzoek naar de impact van kapitaalstructuur - meer bepaald of een bedrijf deel uitmaakt van een family office of van private equity / venture capital. Aan de hand van allerlei testen en robuustheidscontroles, wordt sterk resultaat gevonden dat aantoont dat een family office in impact niet echt verschilt van private equity, maar dat een venture capital fonds véél meer groei kan realiseren binnen zijn portfoliobedrijven dan venture capital.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

Gepercipieerde recente veranderingen in Slotermeer

Andere
2025
Diego
Garzon
O.b.v. 14 kwalitatieve interviews is er veel data over hoe bewoners veranderingen in hun wijk ervaren. Hierbij komt naar voren welke spanningen er zijn, hoe die ontstaan en wat hen opvalt aan de nieuwe bewoners. Een belangrijke inzicht is dat de gepercipieerde veranderingen in bevolkingssamenstelling niet overeenkomt met de feitelijke cijfers, wat laat zien dat langwonenden geen contact hebben met deze groepen en de sociale cohesie door de nieuwe groepen niet bevorderd wordt, ondanks dat beleid dit wel beoogt.
Meer lezen

Sociale confrontatie in huis: wat rijke mensen vertellen over hun huispersoneel

Universiteit Gent
2024
Carole
Kesteloot
Groepen met een hogere sociaaleconomische status worden in geringe mate onderzocht in de sociale wetenschappen. Nochtans genieten ze van veel privileges en vormen van macht waar velen niet over beschikken. Wat brengt een ontmoeting in hun woning teweeg met iemand die minder bevoorrecht is en die hun huishoudelijke en zorgtaken komt verrichten? Deze thesis bestudeert de percepties en opvattingen van mensen met een hoge sociaaleconomische status in het Brusselse aan de hand van 20 diepte-interviews. De resultaten duiden op een ambivalent antwoord. Ze zijn bewust van hun privilege en geluk, maar tegelijk zien ze hun personeel als een onmisbaar onderdeel van hun leven en stellen ze deze positie niet in vraag. Ze hebben hun personeel nodig, want zonder hen kunnen ze hun levensstijl niet behouden. Machtsmechanismen van seksisme, racisme en klassisme worden in stand gehouden binnenin het privégebied van mensen met hoge sociaaleconomische status.

Meer lezen

RECENTE ONTWIKKELINGEN IN DE RECHTSPRAAK BETREFFENDE DE OVERDRACHT VAN FAMILIEBEDRIJVEN

Universiteit Gent
2024
Phebe
De Meurichy
De recente ontwikkelingen in de rechtspraak betreffende de overdracht van familiebedrijven.
Meer lezen

De goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke obstakels bij energievoorzieningen in appartementsgebouwen.

Universiteit Gent
2024
Eva
Bouserie
Mijn scriptie bespreek de goederenrechtelijke en verbintenisrechtelijke obstakels die zich opwerpen wanneer men wil overgaan tot de installatie van zonnepanelen en laadpalen in appartementsgebouwen. Door middel van literatuuronderzoek, interviews met syndici en aanwezigheid op algemene vergaderingen heb ik getracht om tot een zo begrijpelijk, toepasbaar en nuttig mogelijk eindwerk te komen. De scriptie is bedoeld als overzicht en leidraad voor elke belanghebbende, met of zonder juridische voorkennis of achtergrond.
Meer lezen

PLEIDOOI VOOR BROEDRUIMTE

Universiteit Gent
2024
Jef
Potargent
  • Astrid
    Berlengé
DEEL 1: ATLAS VAN BROEDPLEKKEN:
In een continu veranderende maatschappij, lijkt een verlies van het
gemeenschapsgevoel op te treden. Om de uitdagingen die voor ons
liggen te lijf te gaan, lijkt er een nood aan een nieuwe maatschappelijke
infrastructuur. Een infrastructuur die erin slaagt mensen samen te brengen,
een concreet antwoord te bieden op hedendaagse vragen en wijken te
transformeren tegen ongewenste stedelijke tendensen in. Deze plekken
lijken te ontstaan, vaak bottom-up en kleinschalig maar met lokaal
een grote impact. Mensen werken samen op nieuwe manieren en gaan
inventief te werk om hun eigen leefwereld en die van andere mensen in
hun omgeving vorm te geven. Hetzij uit noodzaak, hetzij uit persoonlijke
motivatie, wordt er zo concreet gewerkt aan een nieuwe typologie binnen
de sociale infrastructuur.
Dit eerste luik van deze (tweedelige) thesis probeert een begrip te
maken van dit soort plek en bloot te leggen welke instrumenten en
strategieën erachter schuilen. Vooraleerst werd na een eerste verkenning
een afbakening gemaakt van geschikte cases, op basis van een aantal
kenmerken die wij als noodzakelijk aanvoelden. Deze filter werd uitgedrukt
aan de hand van het begrip ‘broedplekken’. Zich verhoudend ten opzichte
van anderen die dit begrip reeds gebruikten, formuleerden we een eigen
definitie voor het begrip aan de hand van drie pijlers: het concretiseren van
maatschappelijke thema’s, het vooropstellen van sociaal kapitaal en het
adaptief karakter.
Deze drie kenmerken omvatten alle bekeken cases maar leveren zeker
geen eenduidig resultaat op. In de manier waarop deze definitie tot uiting
komt, zit een grote verscheidenheid. Dit komt door de vele facetten waaruit
een broedplek bestaat. Om hier vat op te krijgen, bouwden we deze thesis
op in twee delen. Een eerste deel behandelt in zes afzonderlijke essays
een verschillend aspect omtrent broedplekken en bespreekt enkele
exemplarische cases, om zo te bouwen aan een bril om de broedplek te
bekijken. Deze werden geordend aan de hand van de drie kenmerken van
de definitie, om die gericht uit te diepen. In een 2de deel bekijken we dan
een selectie van zeven cases op alle facetten en maken we een grafische
vertaling van de inzichten die we kregen door verdere analyse. De twee
onderdelen samen brachten ons het besef dat ‘de ideale broedplek’ niet
te definiëren valt, maar dat we wel tot een waaier aan instrumenten,
strategieën en motieven komen die in wisselende samenstellingen achter
de cases schuilgaan.
Zo kunnen broedplekken testkamers zijn voor nieuwe aanpakken op bredere
maatschappelijke vraagstukken. Hun sterkte blijkt bovendien te liggen in
het verbinden van meerdere thema’s en zo testkamer te bieden richting een
duurzame transitie, zonder deze op zichzelf te proberen bewerkstelligen.
Het tweede en derde essay diepen de tweede pijler, het sociaal kapitaal,
uit. Zo blijkt een nauwe samenwerking met een stadsbestuur cruciaal
voor het duurzaam verder leven van een broedplek. Indien de verhouding
tussen de twee ontbreekt, lijkt de impact van korte duur. Daarnaast
lijken broedplekken ook een interessante piste voor stadsbesturen zelf,
aangezien ze een instrument kunnen zijn om aan gemeenschapsopbouw
te doen. Hiervoor is de toegankelijkheid van broedplekken cruciaal. Ze
willen zich enerzijds openstellen voor een breed publiek maar hebben
anderzijds nood aan drempels zodat bepaalde groepen zich er ook veilig
voelen. Een continue balans, waarbij zaken als de toegang, zichtbaarheid
en de symboliek van zowel het gebouw als de ingrepen hierop een rol
spelen. De derde eigenschap is die waarmee broedplekken zich het
meeste onderscheiden van bestaande typologieën: hun adaptief karakter.
We merken dat broedplekken vaak startten uit tijdelijke invullingen, wat
noopt tot een creatieve aanpak. Ze evolueren echter doorheen de tijd en
nemen zo meerdere gedaantes aan. Om hiermee om te gaan, is er een
bijzondere aandacht voor de infrastructuur die de brug maakt tussen de
vaak onaangepaste gebouwen en hun missie. Dit maatwerk zorgt voor een
flexibiliteit. Deze flexibiliteit uit zich in een multifunctionaliteit, zowel in tijd
als in ruimte, waarmee broedplekken zich onderscheiden van bestaande
publieke gebouwen. Deze kunnen zich hierdoor laten inspireren, al kunnen
ze de aanpak ook niet zomaar kopiëren.
Deze thesis legt zo veel bloot, al roept ze evenveel vervolgonderzoeken
op. Daarom werd er in drie vervolgonderzoeken dieper ingegaan op een
bepaald thema via ontwerpend onderzoek. Deze steunen op de lessen die
uit deze Atlas getrokken werden en proberen enkele bijkomende vragen te
beantwoorden.

DEEL 2: PLEIDOOI VOOR BROEDRUIMTE: De Herontwikkeling van het Maria-Magadalenaklooster naar een semi-permanente broedplek. Dit werk sluit aan op de ‘atlas van broedplekken’ een casuïstische analyse van broedplekken. Broedplekken zijn stedelijke laboratoria, die zowel sociale als ruimtelijke weefsels verdichten door maatschappelijke uitdagingen te concretiseren
op een plek. Ze stellen de ontwikkeling van sociaal kapitaal voorop en zijn constant in evolutie. Ze hebben een adaptief karakter waardoor ze kort op de bal kunnen spelen bij veranderingen in de maatschappij.
Uit de analyse in de atlas leerden we dat tijdelijkheid een handig middel kan zijn voor broedplekken. Een tijdelijke bezetting zorgt ervoor dat men flexibel moet zijn op ruimtelijk en organisatorisch vlak. Het geeft broedplekken het vermogen om snel te kunnen reageren op de urgente behoeften van de buurt. Een tijdelijke opzet heeft een sociaal-experimenteel karakter dat lokale buurtontwikkeling kan ondersteunen. Tegelijk dwingt tijdelijkheid een noodgedwongen afscheid af. Duurzame oplossingen vragen om stabiliteit, wat tijdelijke invullingen niet altijd kunnen bieden. Het maakt broedplekken
dus ook kwetsbaar. Gebruikers worden aan de deur gezet vanaf dat de renovatie of herontwikkeling van de site begint. Het engagement gaat zo verloren en sociale linken worden verbroken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit niet gebeurt? ‘Een Pleidooi voor broedruimte: De herontwikkeling van het Maria-Magdalenaklooster naar een semi-permanente broedplek’ handelt over de paradoxale aspecten van tijdelijke buurtontwikkeling, toegepast op de case Mona van Toestand in het Maria-Magdalenaklooster. Het doel van Toestand is om de lokale partners en de buurt tijdelijk te begeleiden om een gezamenlijke plek te maken voor en door iedereen, met de hoop dat ze hierna op hun eigen benen kunnen staan. De sociale impact primeert in het project van intensieve maar kortstondige ondersteuning. Het model van Toestand, gefocust op
tijdelijkheid, heeft echter haar limieten. Wat gebeurt er na hun vertrek? Het moet sommige initiatieven alleen achterlaten, wat het succes van buurtontwikkeling en sociale ondersteuning ondermijnt. Kan deze tijdelijke invulling ook fungeren als een test voor
toekomstig gebruik van de ruimte die niet alleen de buurtontwikkeling ondersteunt, maar ook helpt bij de herontwikkeling van een site? Wat kunnen we leren uit deze tijdelijke
bezetting en welke aspecten nemen we mee om de toekomst van dit klooster vorm te geven?
Deze thesis zoekt via ontwerpend onderzoek naar manieren om een semi-permanente broedplek vorm te geven, die tijdelijkheid met stabiliteit combineert. We gebruiken deze tijdelijke invulling als hefboom om het Maria-Magdalenaklooster te
herontwikkelen. We verbeelden drie verschillende toekomstscenario’s voor
het Maria-Magdalenaklooster. De architecturale ontwerpen van de broedplek gaan om met de paradox van tijdelijkheid door de stabiliteit van een langetermijnvisie en de wendbaarheid van tijdelijkheid te combineren. Voortbouwend op het engagement van Toestand zoeken de toekomstscenario’s naar een balans tussen de belangen van de private eigenaar, de gebruikers en de buurt. De scenario’s focussen op de samen-
werking tussen actoren en programma’s en werken met minimale architecturale ingrepen. Ze zijn gestructureerd volgens een tijdlijn, een stappenplan dat het traject richting de toe-
komst bevattelijk probeert te maken. Vanuit de reflectie op de ontwerpen destilleren we tot slot de essentie. We maken een pleidooi, formuleren eisen die als advies kunnen dienen bij de herontwikkeling van het Maria-Magdalenaklooster.
Meer lezen

Strategies and Trajectories in the 'Space of Possibles': Artists' Odyssey in Navigating the Contemporary Art Field

Universiteit Gent
2024
Anna
Vyazemskaya Snauwaert
Deze masterscriptie onderzoekt hoe beginnende kunstenaars het kunstveld betreden en navigeren met behulp van Grounded Theory. De studie onderzoekt of de theoretische kaders van Bourdieu's veldtheorie, Bowness' 'cirkels van erkenning' en Wohl's 'creatieve visies' toepasbaar zijn in de hedendaagse Vlaamse en Brusselse context. De studie maakt onderscheid tussen naar binnen en naar buiten gerichte strategieën en benadrukt het belang van beide voor het begrip van de trajecten van beginnende kunstenaars. De data suggereren dat verschillen in kapitaalsamenstellingen bij beginnende kunstenaars slechts gedeeltelijk de variatie in trajecten binnen de 'ruimte van mogelijkheden' verklaren. Beginnende kunstenaars volgen niet noodzakelijk het lineaire traject voorspeld door de 'cirkels van erkenning'. Het concept van 'creatieve visies' werd bevestigd. Tot slot onderscheidt de studie vier theoretische trajecten van beginnende kunstenaars die elk op hun eigen specifieke manier het kunstveld navigeren, afhankelijk van hun interactie met het commerciële of onafhankelijke segment ervan.

Sleutelwoorden: beginnende kunstenaar, strategie, ruimte van mogelijkheden, Pierre
Bourdieu, habitus, kapitaal, cirkels van erkenning, creatieve visies
Meer lezen

Él Que se Apura, Pierde Tiempo He Who Rushes, Wastes Time* Charting the Course for a Just Energy Transition in the midst of a Green Hydrogen “Rush” in Magallanes, Chile: The Critical Role of Local Voices

Universiteit Gent
2024
Sil
Maslov
Mijn masterthesis onderzoekt de invloed van de dringende groene energietransitie en de daarbij snelgroeiende groene waterstofindustrie in Patagonië, Chili, op lokale gemeenschappen en het milieu. De studie benadrukt de spanningen tussen wereldwijde klimaatambities en de sociaal-ecologische rechtvaardigheid op lokaal niveau. Door middel van veldonderzoek en interviews met lokale activisten en betrokken burgers, breng ik de risico's van 'groen extractivisme' in kaart, waarbij schijnbaar duurzame technologieën leiden tot nieuwe vormen van exploitatie en marginalisatie. Mijn onderzoek pleit voor een inclusieve en rechtvaardige energietransitie, waarin lokale stemmen centraal staan.
Meer lezen

Bridging The Gap Between Urban Planning and Development - Generating Value by Shifting Risk and Reward

Universiteit Gent
2024
Wouter
Coucke
De master thesis onderzoekt de complexe interactie tussen stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars bij het vormgeven van de gebouwde omgeving, gekenmerkt door een dynamisch samenspel van visie, onderhandeling en uitvoering tussen deze disciplines. Hoewel zowel ontwikkelaars als stedenbouwkundigen waarde hechten aan professionele samenwerking en erkennen dat dit leidt tot kwalitatief betere projecten en snellere goedkeuringen, wijzen de afgenomen interviews op het bestaan van een grote kloof, gekenmerkt door wederzijds wantrouwen, uiteenlopende doelstellingen en een uiteenlopend discours. Ontwikkelaars geven prioriteit aan winst en rendabiliteit, wat vaak botst met de lange termijnwaarde, de sociale impact en het gemeenschappelijk welzijn, waar stedenbouwkundigen zich op richten. Verschillende opvattingen over eigendomsrechten, een aanvaardbare vergoeding voor de genomen risico's, en verschillende visies omtrent de aanpak van het verdichtingsvraagstuk en de realisatie van betaalbare woningen, verergeren de kloof verder.

Vastgoedontwikkeling is een risicovolle, complexe, multidisciplinaire en kapitaalintensieve onderneming die de interactie en afstemming van verschillende belanghebbenden en een actief risicobeheer vereist. Wanneer risico's correct zijn geïdentificeerd, geanalyseerd en geëvalueerd, kunnen ze worden beheerst door deze te vermijden, te elimineren, te verminderen, te delen, over te dragen en uiteindelijk het restrisico te accepteren. Hoewel risicobeheer een complexe is, is het zeker niet uitsluitend een rationele benadering. Ervaring speelt ook een rol, en de risicoperceptie van ontwikkelaars wordt onder meer beïnvloed door de verwachtingen van consultants, financiële instellingen en investeerders.

Vanuit een stedenbouwkundig perspectief zijn de maatschappelijke risico's breder en de relevante tijdshorizon veel langer dan de doorlooptijd van het ontwikkelingsproces. Het vermogen van een projectontwikkelaar om risico's te delen of zelfs over te dragen aan een andere partij hangt grotendeels af van de professionaliteit en onderhandelingskracht van die andere partij. Hoewel ervaringen met publiek-private samenwerkingen niet eenduidig zijn, bieden ze wel het potentieel om ontwikkelingsrisico's te delen en de nodige publieke capaciteit en competenties op te bouwen om risico's te begrijpen en zelfs te beheren.

Het bereiken van een evenwicht tussen private ambities en maatschappelijke impact is een cruciaal element van stedenbouw en ontwerp. Dit evenwicht wordt vaak aangeduid als de 'kwaliteit' of 'waarde' van het project. Er bestaan echter verschillende waardebegrippen en deze worden in de masterthesis onderzocht. Ruilwaarde verwijst naar de waarde van een goed of dienst in handel, vaak uitgedrukt in geld. De focus op ruilwaarde geeft vaak voorrang aan monetair gewin onder het kapitalisme, waardoor bredere sociale en culturele waarden, die een belangrijke rol spelen in stedelijke ontwikkeling, mogelijks worden verwaarloosd. De conceptie van stedelijke ruimte wordt beïnvloed door dominante visies op sociale en culturele gebruikswaarde en veel minder door persoonlijke emotionele waarden. Het heersende regime, waarvan de stedenbouwkundigen de vertegenwoordigers zijn, controleert de productie van sociale ruimte door middel van de conceptie ervan , en dit kan botsen met de puur economische focus op ruilwaarde, vaak aangenomen door projectontwikkelaars.

Effectieve kwaliteitsborging in ruimtelijke ontwikkeling vereist duidelijke discussies tussen ontwikkelaars en autoriteiten over de onderliggende aannames, ambities en strategieën om een goed projectresultaat te bereiken. Om stedelijke kwaliteit te evalueren, is een genuanceerde en veelzijdige benadering noodzakelijk. Kwaliteitskamers, opgericht in allerlei vormen om projectkwaliteit te evalueren en te waarborgen, missen formele autoriteit en een coherente aanpak, en de toepassing ervan wordt niet dooer iedereen positief beoordeeld. Het is daarom aangewezen om de noodzaak en de werking van deze kwaliteitskamers te evalueren en desnoods te herzien.

De algemene uitkomst van de interviews is een falen van een effectief ruimtelijk beleid in Vlaanderen. De centrale Vlaamse overheid wordt als zwak en afwezig beschouwd, terwijl kleinere lokale overheden onderbemand en niet toegerust zijn om complexe vergunningsaanvragen aan te pakken. De 'laissez-faire'-aanpak kan historisch worden gesitueerd, maar heeft geleid tot een ongekende verstedelijking, aangejaagd door kansen voor grondeigenaren om speculatieve waarde te creëren en te behouden door het verkrijgen van vergunningen. Dit gedrag wordt vaak toegeschreven aan projectontwikkelaars, maar hun werkterrein is verschoven naar de herontwikkeling van bestaande locaties en gebouwen.

Het debat over ruimtelijke ordening richt zich hoofdzakelijk op het verlenen van vergunningen, met een zeer sterke nadruk op formaliteiten. Het vergunningsproces is ook overmatig gereguleerd en de nadruk op juridische formaliteiten heeft geleid tot een verlies aan strategische visie, terwijl belangrijke planningsuitdagingen blijven bestaan. Het ontbreken van duidelijke ontwikkelingskaders creëert bovendien onzekerheid, wat efficiënte en innovatieve stedelijke ontwikkeling belemmert.

De Vlaamse overheid moet opnieuw de controle verwerven over planning en programmering door middel van een synergetische aanpak aan te nemen waarbij beslissingen meer centraal worden genomen en middelen worden gebundeld, en waarbij stedelijke ontwikkelingskaders op subregionaal niveau worden vastgelegd. Zodra het ontwikkelingskader is bepaald, is het een stevig werkinstrument voor zowel stedenbouwkundigen als ontwikkelaars. De betrokkenheid van provincies op dit tussenniveau, of een andere subregionale instantie, moet verder worden onderzocht. Bovendien moeten een aantal dubbelzinnige ruimtelijke concepten worden herzien door ze te beoordelen vanuit hun collectieve gebruikswaarde en de grenzen met puur emotionele waarde, zodat ze bruikbare concepten worden in plannings- en vergunningsprocedures.

De vergunningsprocedure dient grondig herzien te worden, onder andere om de mogelijkheden van lichtvaardige beroepen op basis van persoonlijke emotionele waarden of zakelijke motieven te beperken, en om de mogelijkheid om de hele vergunningsbeoordeling compleet over te doen in de adminsitratieve beroepsprocedure, zonder daarmee rekening te houden met voorafgaande afspraken en overwegingen, af te schaffen. De rol en reikwijdte van de zogenaamde Kwaliteitskamers moet worden gestructureerd en geïntegreerd in het vergunningsproces, o.a. door de mogelijkheden van ontwikkelingskosten en ontwikkelingsakkoorden uit te breiden. Een fundamentele vraag in dit alles is wat de rol van de stedenbouwkundige in dit alles is.

Tenslotte heeft de analyse van de case study aangetoond dat Upgrade Estate in staat is relaties op te bouwen met zijn stakeholders en een product te ontwikkelen dat voldoet aan de behoeften van zijn huurders en investeerders, gebaseerd op grondig marktonderzoek. De behoefte aan het product, de marketingaanpak en, tot op zekere hoogte, de architecturale vorm van de Loop 5-gebouwen creëren een gevoel van collectiviteit dat Upgrade Estate in staat stelt zijn operatie te financieren op basis van naamsbekendheid en reputatie, wat het resultaat is van een zeer sterke relatie met zijn investeerders, een stabiel maar relatief laag financieel rendement, het nemen van sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid, een uitstekende corporate marketingmachine en een bewezen staat van dienst. De financiering van het project gebeurt via een innovatief financieringssysteem dat aan de aandacht van de de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) ontsnapt lijkt te zijn. Om de risico's voor de eindinvesteerders te beperken, zou de FSMA dit soort structuren dringend moeten herzien, met name met betrekking tot deugdelijk bestuur, marktconforme waardering en transparantie.
Meer lezen

Etnisch ondernemerschap in Beringen: Wat zijn de verschillen en gelijkenissen tussen de eerste, tweede en derde generatie Turkse migranten?

Universiteit Antwerpen
2024
Mahmut Can
Akbudak
Op internationaal niveau zijn er veel onderzoeken verricht omtrent etnisch ondernemerschap. In België en Vlaanderen is dat echter vrij beperkt. Dit onderzoek probeert hier een bijdrage aan te leveren. Het onderzoek focust meer specifiek op wat de verschillen en gelijkenissen zijn in ondernemerschap tussen Turkse ondernemers met een migratieachtergrond van de eerste, tweede en derde generatie in Beringen. De casestudy wordt uitgevoerd in Beringen, omdat die stad een grote Turkse gemeenschap en een rijke migratiegeschiedenis heeft. Er werden elf Turkse ondernemers geïnterviewd aan de hand van een interviewgids, waarbij de data werd getranscribeerd en opgenomen in de analyse. Uit de resultaten blijkt dat er evolutie te zien is in etnisch ondernemerschap in Beringen. Turkse ondernemers groeien en breiden hun economische activiteiten uit en focussen zich op klanten buiten de etnische groep. Ondanks de uitdagingen die Turkse ondernemers ondervinden, vermelden de geïnterviewde zaakvoerders dat hun etnische achtergrond een positieve rol speelt in hun ondernemerschap. Niettemin zijn er opportuniteiten beschikbaar voor beleid die de slaagkansen van etnische ondernemers zullen vergroten. Bovendien kan het interessant zijn voor academici en beleidsmakers om meer onderzoek te voeren rond de derde generatie etnische ondernemers omdat het een vrij jonge generatie is waarbij er weinig informatie beschikbaar is. Een onderzoek over dit onderwerp is sociaal en maatschappelijk relevant omdat het bijdraagt aan een groter begrip van de superdiversiteit in de samenleving. Daarnaast kan ondernemerschap bijdragen aan inclusie en groei ongeacht geslacht, ras of etniciteit.
Meer lezen

Lichamelijkheid en seksualiteit bij vrouwen in de postnatale fase: Een kwalitatief belevingsonderzoek

Universiteit Gent
2023
Jade
Blyckaerts
Seksualiteit en intimiteit horen bij het leven. De (vrouwelijke) beleving van seksualiteit en intimiteit ondervinden impact van een zwangerschap, moederschap, een veranderd lichaam, en de (vaak geïnternaliseerde) blik van de samenleving en iemands dichte omgeving. Na een bevalling gaat de aandacht vooral naar het pasgeboren kind en het moederschap. Aandacht voor lichaamsbeleving en intimiteitsbeleving lijkt naar de achtergrond te verdwijnen. Dit onderzoek verzamelt en analyseert de verhalen en discussies omtrent lichaamsbeleving en intimiteitsbeleving van vrouwen in de postnatale fase.
Meer lezen

Het Verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Spoorweglieden in de regio Mechelen en de aansluitende zones Leuven, Tienen en Landen

Universiteit Gent
2023
Ruben
Lateur
Verzet door de spoorweglieden in de regio's Mechelen, Leuven, Tienen, Landen en de tussenliggende zones tijdens WOII. Het onderzoek bestaat uit een prosopografie, een analyse van de verzetsactivititeiten en een netwerkanalyse. De erkenningsdossiers van het verzet vormen de empirische basis.
Meer lezen

De transitie naar circulaire bouwmaterialen vraagt ruimte! Een manifest voor Hasselt-Genk.

Universiteit Gent
2023
Raven
Heirman
Dit is de mens in Vlaanderen vandaag. In spreidstand tussen het ecologische plafond en het sociale fundament: de dakpannen zijn eraf en de fundering bleek niet stabiel genoeg. Mijn thesis neemt de transitie naar circulaire bouwmaterialen en de ruimte die daarvoor nodig is als aanknopingspunt. Aan de hand van data, verhalende elementen, kaartmateriaal, … worden er vier ruimtelijke praktijken voorgesteld op vier verschillende schaalniveaus. De transitie naar een nieuwe samenleving wordt vormgegeven aan de hand van diverse aspecten uit de samenleving: zowel het sociale, het economische als het ecologische.
Meer lezen

The Billie project: kwalitatief onderzoek naar de percepties van jongeren over het leven van mensen met ernstige psychische problemen

Universiteit Gent
2023
Oona
Moeyaert
Via de story completion methode werden 47 verhalen verzameld bij jongeren uit de derde graad secundair onderwijs. Aan de hand van deze verhalen werd onderzocht welke positie jongeren toeschrijven aan mensen met een psychische kwetsbaarheid en vanuit welke rollen deze positie in de samenleving wordt beschreven.
Meer lezen

Kunstenaars en de Antwerpse broederschap van romanisten. Een typologie van confraterneel lidmaatschap, 1572-1681

KU Leuven
2023
Nathan
Faviana
Tussen 1572 en 1681 sloten elf kunstenaars zich aan bij de Antwerpse broederschap van romanisten, een exclusieve corporatie die thuisgekomen Romevaarders verenigde. Deze masterproef ontleedt hoe het lidmaatschap van die meesters gekarakteriseerd kan worden. Ze is het resultaat van een multidisciplinair onderzoek op het kruispunt van geschiedenis en kunstwetenschappen waarin de betrokken kunstenaars en hun werken in een ruimer sociaal weefsel gesitueerd worden.
Meer lezen

Verleden verhandeld, toekomst gevonden: Het desistance verhaal van voormalige drugshandelaren

Universiteit Gent
2023
Evelien
Lootens-Stael
Deze scriptie bestudeerde hoe persoonlijke, sociale en structurele factoren het veranderingsproces van het ontstaan naar het beëindigen van een criminele carrière in de handel van drugs beïnvloeden.
Meer lezen

The housing trajectories of single parent refugees during a housing crisis in Flanders

Universiteit Gent
2023
Hanne
Deckmyn
Deze masterproef gaat over de toegang van eenoudervluchtelingen tot de krappe woningmarkt in Gent. Hierbij werden de drempels, institutionele omstandigheden en machtsverhoudingen onderzocht, evenals de strategieën die alleenstaande alleenstaande oudervluchtelingen gebruiken om deze drempels te overwinnen. Deze studie is het resultaat van kwalitatief onderzoek gebaseerd op participerende observatie en diepte-interviews.
Meer lezen