Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

The Coalition Politics Behind Sudden Welfare Reform A Multiple Streams Analysis of Belgian Unemployment Benefit Reform

KU Leuven
2026
Dahlia
Deweer
In mijn thesis onderzoek ik waarom de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, die onder de regering-Michel I politiek geblokkeerd bleef, onder de bredere regering-De Wever I in amper zes maanden werd gerealiseerd. Aan de hand van twaalf elite-interviews wordt aangetoond dat niet alleen de ideologische samenstelling van een coalitie van belang is, maar ook de relatieve positie van partijen, gedeeld politiek eigenaarschap en de controle over cruciale momenten in het besluitvormingsproces. Onder Michel I bevonden CD&V en MR zich in politiek kwetsbare posities en raakte het voorstel niet tot de echte coalitieonderhandelingen. Onder De Wever I konden vijf partijen de hervorming vanuit verschillende politieke verhalen ondersteunen, terwijl de sterkste voorstanders bovendien de institutionele hefbomen in handen hadden. De studie toont zo hoe coalitiepolitiek kan verklaren waarom een jarenlang geblokkeerde welvaartsstaatshervorming plots bijzonder snel mogelijk wordt.
Meer lezen

Wood identification and color technological research on 17th-century Flemish cabinets containing ebony (imitation)

Universiteit Antwerpen
2026
Flynn
Hermsen
In de 17de eeuw was Antwerpen een belangrijk Europees handelscentrum voor luxegoederen. Daartoe behoorden ook rijkelijk vervaardigde kabinetten, die vaak versierd waren met kostbare materialen en decoratieve technieken, zoals zilver, zijde, paneelschilderijen, ivoor, schildpad en ebbenhout. Ebbenhout is een zeldzame, dure, exotische zwarte houtsoort die werd gebruikt voor fineer en lijstwerk. Historische bronnen wijzen er echter op dat meubelmakers ook imitatietechnieken toepasten om het uitzicht van ebbenhout na te bootsen. Deze thesis onderzoekt de materialen en methodes die bij deze imitaties werden gebruikt, met als doel ambachtelijke praktijken bloot te leggen die vandaag nog grotendeels onbekend zijn. Hiervoor werd een gemengde aanpak gehanteerd, waarbij historisch onderzoek werd gecombineerd met wetenschappelijke analyse van een selectie 17de-eeuwse Vlaamse kabinetten. Dit omvatte houtidentificatie via optische microscopie en scanning-elektronenmicroscopie (SEM), en chemische karakterisering met draagbare X-ray fluorescentie (pXRF) en SEM-EDX. De analyse bevestigde een wisselende aanwezigheid van ebbenhoutimitatie op de onderzochte objecten. Visuele inspectie bleek nuttig om imitatie in fineer en lijstwerk op te sporen. In drie kabinetten werd vermoedelijk Pyrus sp. geïdentificeerd in plaats van Diospyros sp. Voor het onderzoek naar kleurtechnieken leverden XRF-metingen op de kabinetten en op testpanelen, gebaseerd op eigentijdse geschreven bronnen, een veelbelovende overlap op, maar bleven er hiaten. De studie wordt beperkt door analytische beperkingen, waardoor de resultaten slechts een gedeeltelijk beeld geven van de bredere praktijk van ebbenhoutimitatie in het 17de-eeuwse Vlaanderen. Toch is verder onderzoek nodig om de omvang en de technieken van deze vroege vorm van materiaalsubstitutie volledig te begrijpen, onder meer via uitgebreidere XRF-referentiemetingen op zowel ebbenhout als inheemse houtsoorten.
Meer lezen

Deux Fantaisies pour la Guitare - Francesco Molino: A comparative study between a 19th-century and 21st-century guitar in a modern performance setting

LUCA School of Arts
2026
Nele
Vanmunster
De 19e-eeuwse of romantische gitaar verschijnt steeds vaker op het concertpodium, maar wordt vandaag anders gebruikt dan in haar oorspronkelijke context. Dit onderzoek onderzoekt hoe de romantische gitaar binnen een hedendaagse uitvoeringspraktijk kan worden ingezet zonder historische speelwijzen strikt na te bootsen. Hiervoor werden de 'Deux Fantaisies pour la Guitare', gecomponeerd door Francesco Molino (1768-1847), bestudeerd. Hoewel Molino in de eerste helft van de 19e eeuw een van de meest gekende gitaarleerkrachten en -componisten in Parijs was, worden zijn werken tegenwoordig zelden uitgevoerd.

Door de werken op zowel een romantische als een moderne klassieke gitaar uit te voeren, werd een directe vergelijking tussen beide instrumenten mogelijk. Daarnaast werden gitaarmethodes van Molino, Carulli en Sor geanalyseerd om inzicht te krijgen in de speel- en compositiepraktijk van de periode. Een logboek documenteerde het onderzoeks- en beslissingsproces.

Het onderzoek toont aan dat de romantische gitaar unieke klankkleuren en expressieve mogelijkheden biedt, vooral in 19e-eeuws repertoire. Dit is het gevolg van de meer cantabile- en legato-achtige speelstijl die op de romantische gitaar mogelijk wordt gemaakt. Dit vraagt echter enige aanpassing van de performer, aangezien men zowel de zich eigengemaakte techniek, houding en klankvorming opnieuw dient te herzien ten opzichte van onze gewoontes op de klassieke gitaar. Daarnaast zullen ook enkele bewuste keuzes gemaakt moeten worden door de performer rond het gebruik van nagels, type snaren en de gebruikte stemming op de gitaar.

Dit onderzoek toont eens te meer aan dat zowel de klassieke als de romantische gitaar tijdens performances naast elkaar gebruikt kunnen worden om het publiek op een unieke manier aan te spreken, zonder dat de ene als inferieur aan de andere dient te worden beschouwd. De romantische gitaar wordt hierbij best aanzien als een op zichzelf staand instrument met unieke eigenschappen dat de interpretatie van het 19e-eeuwse repertoire kan verrijken, zeker binnen een hedendaagse uitvoeringscontext.
Meer lezen

Het onbetaakbaarheidsnarratief: Over de invloed van mediaberichtgeving op het vertrouwen in en de steun voor het Belgisch wettelijk pensioenstelsel

KU Leuven
2026
Jessica
Steenacker
De Belgische bevolking veroudert snel. Sinds het einde van de jaren 1980 maken beleidsmakers zich dan ook zorgen over de mogelijke gevolgen die deze vergrijzing zou kunnen hebben voor de overheidsfinanciën en, specifieker, voor het wettelijk pensioenstelsel. Dit stelsel, dat georganiseerd is binnen de Belgische sociale zekerheid en gefinancierd wordt via repartitie, steunt immers in belangrijke mate op een evenwicht tussen het aantal werkende bijdragers en het aantal gepensioneerde uitkeringsgerechtigden. Doorheen de voorbije decennia hebben verschillende studies en beleidsrapporten ondertussen gewezen op de dringende noodzaak aan diepgaande, structurele hervormingen die het wettelijk pensioenstelsel robuuster en toekomstbestendig zouden maken. Tot op heden blijven deze hervormingen echter uit. In deze context is doorheen de afgelopen decennia een dominant onbetaalbaarheidsnarratief ontstaan, waarin de vergrijzing vooral wordt voorgesteld als een financiële last en waarbij de financiële duurzaamheid van het wettelijk pensioenstelsel impliciet in vraag wordt gesteld. Recente maatschappelijke signalen doen echter vermoeden dat dit narratief potentieel zeer reële gevolgen kan hebben voor het vertrouwen in en de steun voor dit stelsel, die beide gegrond zijn in de principes van wederkerigheid en intergenerationele solidariteit en die ook zonder dit narratief al onder druk staan door de maatschappelijke effecten van vergrijzing. De gehanteerde mediaframing van het onbetaalbaarheidsnarratief zou deze dynamiek mogelijk kunnen versterken. Volgens theorieën zoals het illusory truth effect en het Thomas-theorema kan herhaalde negatieve berichtgeving immers een vicieuze cirkel van wantrouwen en onderfinanciering in gang zetten, met mogelijk systeemfalen tot gevolg. Om te onderzoeken of het onbetaalbaarheidsnarratief daadwerkelijk invloed uitoefent op vertrouwen en steun, werd een kwantitatief onderzoek opgezet onder de vorm van een between-subjects vignetsurvey. Een steekproef van de Belgische beroepsactieve bevolking, getrokken door middel van multichannel purposive sampling, werd willekeurig blootgesteld aan één van drie experimentele condities: mediaberichtgeving over de betaalbaarheid van het wettelijk pensioenstelsel met negatieve, neutrale of positieve waardengeladenheid. Nadien werden hun scores voor vertrouwen en steun systematisch opgemeten, en werd ook gepolst naar relevante achtergrondkenmerken. De onderzoeksresultaten tonen aan dat de waardengeladenheid van mediaberichtgeving geen rechtstreeks effect lijkt te hebben op het globale vertrouwen of op de globale steun voor het Belgisch wettelijk pensioenstelsel, maar dat beide vooral samenhangen met enkele demografische, sociaaleconomische en ideologische factoren. Toch lijken enkele cruciale, onderliggende dimensies van vertrouwen en steun echter wel gevoelig voor de gehanteerde framing en ook specifieke sociale groepen blijken vatbaarder voor sommige onderzochte framingeffecten. Tenslotte kon, opvallend genoeg, geen noemenswaardig verband worden vastgesteld tussen vertrouwen en steun, ondanks de wijdverspreide veronderstelling in academische en beleidskringen van een sterk, zelfs causaal verband tussen beide.
Meer lezen

Beyond income deciles: understanding the variation in welfare losses caused by EU ETS2 among Belgian households

Universiteit Antwerpen
2026
Jules
De Feyter
Deze studie onderzoekt hoe de kosten en baten van EU ETS2 verdeeld zullen worden over Belgische huishoudens. Ze biedt een omvattende analyse van zowel verticale als horizontale verdelingseffecten. In tegenstelling tot conventionele analyses die zich uitsluitend richten op inkomensdecielen, onderzoekt deze studie hoe welvaartseffecten variëren naargelang demografische en sociaaleconomische huishoudkenmerken, en verschillen in uitgavenpatronen. De analyse is gebaseerd op een geïntegreerde dataset op huishoudniveau met informatie over inkomen, uitgaven en bijbehorende emissies. EU ETS2 wordt gemodelleerd als een CO2-belasting van €45/tCO₂ onder zeven beleidsscenario’s die alternatieve aanwendingen van de middelen uit het Sociaal Klimaatfonds (SKF) weerspiegelen. Met behulp van zowel bivariate als multivariate methoden toont de studie aan dat huishoudens met een laag inkomen, huishoudens in Wallonië, alleenstaanden en huishoudens die afhankelijk zijn van vaste of vloeibare brandstoffen voor woningverwarming de grootste EU ETS2 welvaartsverliezen ervaren. De verdelingseffecten verschillen echter aanzienlijk tussen de beleidsscenario’s, wat benadrukt hoezeer ze worden bepaald door beleidskeuzes. Door deze bevindingen te koppelen aan principes van distributieve rechtvaardigheid formuleert deze studie drie beleidsaanbevelingen. Ten eerste zouden middelen uit het SKF gericht moeten worden op nauw afgebakende kwetsbare groepen om regressieve uitkomsten te beperken. Ten tweede verdient de situatie van huishoudens in Wallonië, alleenstaande huishoudens en huishoudens die afhankelijk zijn van vaste of vloeibare brandstoffen voor woningverwarming bijzondere aandacht, om een disproportionele horizontale verdeling te vermijden. Ten derde moet de gerichte ondersteuning toenemen bij stijgende EU ETS2-emissierechtenprijzen.
Meer lezen

The shadow of coloniality over Namibia's green hydrogen rush

Universiteit Gent
2025
Kirsten
Masil
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze thesis onderzoekt de transitie naar groene waterstof in Namibië door een dekoloniaal perspectief, met een focus op hoe het concept coloniality zich manifesteert in het Namibische waterstofdiscours. Door gebruik te maken van Critical Discourse Analysis (CDA) en de dekoloniale theorie, verkent het onderzoek welke ideeën in het narratief van de Namibische overheid wijzen op coloniality of power, knowledge en being. De analyse brengt vier belangrijke thema’s aan het licht: de nadruk op economische groei, de afhankelijkheid van buitenlandse investeringen en kapitaal met als hoofddoel de export van waterstof, het geloof dat industrialisatie de enige weg is naar sociaal-economische welvaart, en de framing van Namibië als een wereldwijde voorloper op het gebied van waterstof. Deze thema’s tonen patronen van ecologisch imperialisme, waarbij Namibië’s toekomst wordt vormgegeven door externe actoren en neoliberale economische structuren. De bevindingen laten zien dat Namibië’s strategie historische afhankelijkheidspatronen versterkt, waarbij exportgerichte beleidsmaatregelen en buitenlandse investeerders voorrang krijgen boven lokale energie-soevereiniteit. Het discours negeert alternatieve kennissystemen, wat duidt op coloniality of knowledge. Daarnaast weerspiegelt het discours coloniality of being door Namibië voornamelijk te positioneren als leverancier van grondstoffen, waarbij de toekomstvisie sterk wordt afgestemd op westerse modellen. Dit onderzoek draagt bij aan de dekoloniale energietransitie-studies door empirische inzichten te bieden in de koloniale invloeden binnen Namibië’s groene waterstofnarratief. De studie pleit voor een rechtvaardigere en meer inclusieve energietransitie die bestaande machtsstructuren doorbreekt en ruimte maakt voor diverse epistemologieën. Het roept op tot kritische reflectie over hoe koloniale erfenissen nog steeds het energiebeleid in het mondiale Zuiden beïnvloeden.
Meer lezen

Decentralised Motion Planning for Holonomic Multi-Agent Systems Using a Hybrid ADMM-CBF Approach: Application to Industrial Magnetic Levitation Platforms

KU Leuven
2025
Bavo
Tistaert
  • Stan
    Servaes
Genomineerde shortlist mtech+prijs
De industrie vereist elke dag complexere processen en logistiek, wat heeft geleid tot de opkomst van multi-agent systemen. Hierbij werken meerdere robots, voertuigen of machines in dezelfde omgeving. Dit stimuleert de behoefte aan multi-agent bewegingsplanners die de bewegingen van deze agents op een efficiënte en veilige manier coördineren en plannen.

Daarom presenteert deze scriptie een nieuwe, op model predictieve controle (MPC) gebaseerde bewegingsplanner voor holonomische multi-agent systemen, door een gedecentraliseerde formulering van de alternating direction method of multipliers (ADMM) te combineren met een gecentraliseerde formulering van control barrier functions (CBF's). De methode is ontwikkeld met het oog op, maar niet beperkt tot, industriële magnetische levitatieplatforms zoals het Beckhoff XPlanar-systeem.

De klassieke gecentraliseerde MPC-benadering blijkt te schalen met ∼ O(N^2,96), waardoor de methode onuitvoerbaar wordt bij een toenemend aantal agents. Hoewel gedecentraliseerde ADMM de tijdcomplexiteit aanzienlijk vermindert, kan deze de veiligheid niet garanderen, d.w.z. er bestaat een risico op botsingen. Daarom wordt de methode aangevuld met een extra optimalisatieprobleem waarin CBF's zijn opgenomen. Het resultaat is een veilige methode die schaalt met ∼ O(N^1,82). Deze veiligheidsgarantie stelt ons in staat om het aantal ADMM-iteraties vast te leggen, waarbij een afweging wordt gemaakt tussen prestaties en rekenkracht.

Om de realtimeprestaties verder te verbeteren, biedt dit werk een C++-implementatie van de hybride methode, die gebruikmaakt van de gedecentraliseerde ADMM-structuur door de code te parallelliseren. Dit vermindert de rekentijd voor 5 en 10 agents met respectievelijk 90,1% en 60,5%. De hybride methode wordt vervolgens kwalitatief en kwantitatief vergeleken met de gecentraliseerde MPC-methode. Ten slotte wordt een proof of concept gepresenteerd door de algoritmen te implementeren en te testen op het XPlanar-systeem.
Meer lezen

In de schaduw van het licht. Voorstellingen van culturele anderen en andere culturen, gerepresenteerd in geïllustreerde tijdschriften ten tijde van Belgisch imperialisme (c. 1868-1908)

KU Leuven
2025
Robin Oscar
Spruyt
Vanaf het midden van de negentiende eeuw sloot België zich als jonge natiestaat aan bij een bredere Europese tendens van imperialisme, waarbij het bezit van kolonies werd gezien als een schitterende parel in de erekroon van het moederland. In dat ideologische klimaat nam de media tijdens de Leopoldiaanse periode (1885-1908) een onmiskenbare maar onderbelichte rol op in het populariseren, normaliseren en verspreiden van een koloniaal wereldbeeld. Het creeëren van een culturele ‘andere’, waaraan het geïdealiseerde westerse ‘zelf’ zich kon spiegelen, bleek daarin van enorm belang voor het vormgeven van een nationale identiteit.
In dit werk wordt uitgebreid onderzocht hoe die culturele anderen (en andere culturen) gerepresenteerd werden in de Belgische, Nederlandstalige geïllustreerde pers tussen 1868 en 1908: een periode van wereldwijde kolonisatie, conflict en nationalisme. Door middel van een diepgaande visuele en discursieve analyse van drie geografische casussen – de Oriënt, Afrika en Azië – biedt dit onderzoek inzicht in de verschillende manieren waarop niet-westerse volkeren en regio’s werden gevisualiseerd. De analyse steunt op enkele centrale theoretische kaders binnen het postkoloniale denken, waaronder Edward Saids orientalism, Johannes Fabians denial of coevalness en Gayatri Spivaks concept van othering. Die kaders maken het mogelijk om beeld en tekst te lezen als ideologisch geladen constructies, eerder dan louter informatieve weergaven van een vertekende werkelijkheid.
Bevindingen, op basis van circa 900 geanalyseerde foto’s en gravures met hun bijbehorende teksten, laten consistente patronen zien in de visuele en discursieve constructie van de ‘andere’, ondanks geografische en culturele verschillen. De Oriënt werd overwegend afgebeeld als een exotisch, religieus fanatiek en passief land. De bevolking, gegeneraliseerd tot ‘Arabieren’, werd gestript van culturele, religieuze en ethnische diversiteit; de islam beschuldigt als drijfveer van geweld en bloedvergiet in Afrika. In die context propageerde Leopold II de overname van Congo als een filantropisch project tegen Arabische slavenhandel; een rookgordijn om de eigen wanpraktijken te maskeren. Afrika werd afgeschilderd als een continent waar primitiviteit primeerde, waar de bevolking wild, kinderlijk en onbeschaafd was, en waar de klok pas begon te tikken na de komst van westerse kolonisten. In Oost- Azië kon slechts Japan rekenen op enige culturele bewondering, door de zichtbare modernisering naar ‘westers’ model die er zich voltrok. China daarentegen was een vernederd land, aangetast door opium, bewoond door een volk dat als karikaturaal en wreed werd gekenmerkt. In Zuid-Azië, waar Groot- Brittannië en Nederland respectievelijk bewind voerden in India en Indonesië, werden economisch gewin en tropische schoonheid ingezet als bewijsstukken van succesvolle kolonisatie: voorbeeldmodellen van volgroeide kolonies, waaruit België inspiratie kon puren voor haar eigen kolonie.
De studie toont ten slotte aan dat de Belgische geïllustreerde pers niet op zichzelf stond, maar nauw aansloot bij bredere transnationale discursieve trends. De afgebeelde ‘culturele ander’ was in wezen een projectie van een vermeend superieur, westers zelfbeeld, dat voortdurend werd bevestigd door beroep te doen op een een zogenaamd inferieure ‘andere’.
Meer lezen

Tussen voelen en vertellen: De emotionele cultuur tijdens de jaren 1960 in Vlaanderen

KU Leuven
2025
Lies-An
Desaever
Dit onderzoek focust zich op het voelen en het vertellen. Centraal staan de emotionele
herinneringen en herinnerde emoties van vertellers die opgroeiden tijdens de jaren 1960. Aan de hand van mondelinge interviews werd onderzocht hoe de emotionele cultuur in Vlaanderen tijdens dit decennium verschoof, en hoe de emotionele stijlen tussen stad en platteland verschilden. Daarvoor werden achttien vertellers geselecteerd die zowel op het West- en Oost-Vlaamse platteland als in de steden Kortrijk en Gent opgroeiden tijdens hun tienerjaren.

De analyse onderscheidt drie thema’s die inzicht geven in de toenmalige emotionele cultuur: het emotionele zelf, het gezin en de gemeenschap, en de invloed van technologie en de opkomst van de consumptiecultuur. De interviews tonen aan dat er een overgangsfase plaatsvond in de emotionele beleving, waarin de externe en relationele emoties aan belang verloren ten voordele van het interne zelf. Binnen de emotionele opvoeding is er vooral een verschil te zien, waarbij autoriteitsfiguren streefden naar stabiliteit en discipline, terwijl jongeren naar vrijheid en verbondenheid verlangden. De opkomst van de consumptiecultuur en de verspreiding van technologie beïnvloedde eveneens het emotioneel zijn. Er ontstond een tendens van verbondenheid en afstand, collectief geluk, maar vooral een stijgend individualisme.

Dit onderzoek biedt een andere kijk op het verleden door de focus te leggen op het belang van emoties. Het brengt de belevingsdimensie van het persoonlijke en geleefde verleden in beeld en toont hoe jongeren hun emoties ontwikkelden in een veranderende samenleving. Het theoretische fundament van dit onderzoek combineert inzichten uit de emotiegeschiedenis en mondelinge geschiedenis, en vult hiaten aan met multidisciplinaire literatuur. Zo levert dit onderzoek zowel methodologisch als inhoudelijk een bijdrage aan de historiografie. Het bewijst een vruchtbaar pad voor verder onderzoek naar de wisselwerking tussen emotie, herinnering en identiteit in verschillende historische contexten.
Meer lezen

How do political parties affect the financial health of Flemish municipalities?

Universiteit Gent
2025
Ruben
Vander Haeghen
Dit onderzoek bekijkt de invloed van politieke partijen op het financieel beleid van Vlaamse gemeenten. Op basis van een originele dataset van 267 gemeenten (2014–2023) analyseerde ik de rol van politieke ideologie en electorale motieven op vier domeinen: belastingdruk, uitgaven, begrotingssaldo en schuldontwikkeling. De resultaten tonen dat ideologie vooral bepalend is voor belastingbeleid, rechtse besturen heffen systematisch lagere belastingen, terwijl uitgaven stijgen in coalities met ideologische diversiteit door interne onderhandeling. Begrotingstekorten blijken vooral te volgen uit de verkiezingscyclus en pieken in de aanloop naar verkiezingen, ongeacht ideologie. Schuldgroei wordt daarentegen nauwelijks beïnvloed door politieke factoren, een verwijzing naar het minder zichtbare karakter en de lange termijn aard van leningsbeslissingen.
Meer lezen

Wegwijs in voeding: een historische analyse van voedingsvoorlichting in Vlaanderen sinds 1960

Hogeschool UCLL
2024
Ayla
Van den Eynde
  • Femke
    Moyens
Voeding is altijd een belangrijk onderdeel van mensen hun leven geweest en meer dan ooit is er nood aan concrete en betrouwbare informatie over voeding op maat van de consument. Adviezen over wat ‘gezonde voeding’ nu juist inhoudt en modellen die mensen visueel helpen om tot een gezond voedingspatroon te komen, worden al meerdere decennia gepubliceerd. In België werd het eerste officiële voorlichtingsmodel, het Klavertje Vier, in de jaren 1960 gepubliceerd en de daaropvolgende jaren veranderden voedingsvoorlichtingsmodellen drastisch. Het doel is te achterhalen hoe deze modellen zijn geëvolueerd tot de Voedingsdriehoek zoals we hem vandaag kennen. En te kijken op welke informatie de Belgische en later de Vlaamse overheid zich baseerde om deze modellen te creëren.
Aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie zijn we allereerst op zoek gegaan naar de evolutie van de voedingswetenschap omdat dit de basis is van voedingseducatie en voorlichtingsmodellen. De kennisbank van het CAG en (achtergronddocumenten van) Gezond Leven brachten waardevolle informatie aan. Vervolgens onderzochten we de oorsprong van voedingseducatie waarbij het CAG en artikels gepubliceerd door Peter Scholliers en historische kookboeken zoals ‘Ons Kookboek’ interessante bronnen waren. Voor de evolutie van de modellen hebben we diverse bronnen geraadpleegd: websites, boeken en kookboeken... Ook hebben we Erika Vanhauwaert geïnterviewd, zij stond namelijk aan de basis van de ontwikkeling van de Voedingsdriehoek, waardoor ze waardevolle ongepubliceerde informatie kon geven. Krantenartikels uit De Standaard en HLN, gaven ons een breed beeld van wat de reactie was op de modellen door het algemene publiek en experten.
Voedingsvoorlichtingmodellen zijn vaak veranderd in Vlaanderen doorheen de jaren. Sinds het begin van voedingsonderzoek in de late 19e eeuw tot nu is voedingsvoorlichting geëvolueerd van simpele brochures en boekjes om deficiëntieziekten te voorkomen, naar visuele modellen op voedingsmiddelenniveau om welvaartsaandoeningen te voorkomen en naar modellen die een zo holistisch mogelijk beeld proberen te schetsen van voedingspatronen. Voedingsadviezen werden eerst door zowat iedereen verspreid, maar vandaag de dag houdt de overheid zich bezig met de publicatie van een eenduidig voorlichtingsmodel. Ook het doelpubliek waartoe de modellen zich richtten veranderde, eerst waren het vooral educatietools voor gezondheidsprofessionals, waarna ze meer en meer voor de algemene bevolking werden ontwikkeld. Het onderzoek dat voorafgaat aan de publicatie van de modellen wordt steeds uitgebreider met de jaren om zoveel mogelijk factoren te implementeren voor een zo integraal mogelijk beeld op gezondheid. Ondanks dit uitgebreid onderzoek stuiten de modellen echter steeds op kritiek en is het duidelijk dat modellen geregeld herzien en aangepast moeten worden om te blijven voldoen aan veranderingen in de maatschappij.
Voeding is een snel evoluerende wetenschap en van fundamenteel belang voor de algemene gezondheid. Uit het verleden leren we dat het belangrijk is om duidelijke en onderbouwde voedingsadviezen en voorlichtingsmodellen de wereld in te sturen die makkelijk te begrijpen zijn voor de algemene bevolking en aangepast worden op basis van de nieuwste wetenschappelijke consensus.
Meer lezen

‘Gradients in Vernacular Tissues: Navigating the Mekong Delta’ & ‘Bridging Cultures: Applying Mekong Delta Strategies in Flanders, a Case Study of Lint’

KU Leuven
2024
Ruben
Dejaegher
  • Hasse
    Peeters
Deze thesis onderzoekt hoe principes uit de vernaculaire of volksarchitectuur van de Mekongdelta toegepast kunnen worden op Vlaamse dorpen, zoals Lint. Door het analyseren van gradiënten van natheid, commons en urbanisatie, laat de studie zien hoe gemeenschappen in Cambodja en Vietnam in harmonie met hun omgeving leven. Het ontwerp voor Lint vertaalt deze lessen naar duurzame oplossingen, zoals modulair bouwen, collectief ruimtegebruik en intergenerationeel wonen. Het onderzoek biedt een alternatief voor de huidige Vlaamse ruimtelijke planning, dat gekenmerkt wordt door versnippering en individualistisch ruimtegebruik, en laat zien hoe gemeenschapsgericht en ecologisch verantwoord bouwen kan bijdragen aan sociale cohesie en veerkrachtige dorpen.
Meer lezen

Inburgering, Taalverplichtingen & Sociale Prestaties voor Derdelanders: een juridische kijk op 'Taalwelvaartschauvinisme'

KU Leuven
2024
Simon
Venmans
Hoe kijkt het Belgische en Europese recht naar het ontnemen van sociale uitkeringen aan derdelanders wegens hun gebrek aan Nederlands? Deze politieke trend, wat ik ‘taalwelvaartschauvinisme’ noem, stoot bij haar omzetting in wetgeving op verschillende juridische, maar ook praktische bezwaren.
Meer lezen

Vergunningverlening op krediet in een vol stikstofbad. Een milieurechtelijke en wetenschappelijke analyse van de Vlaamse PAS.

Universiteit Antwerpen
2024
Sybren
Cardoen
De gemiddelde totale stikstofdepositie bedraagt in Vlaanderen 22,5 kg N/ha.jaar, met uitschieters tot 49,4 kg N/ha.jaar. Deze depositie is voornamelijk afkomstig van verzurende en vermestende ammoniakemissies. Atmosferische stikstofdepositie in de vorm van NHx en NOx leidt tot bodemverzuring, wat kan resulteren in een afname van soortenrijkdom, en tot vermesting, wat kan leiden tot het verdwijnen van stress-tolerante soorten. Onder meer als gevolg van de overmatige stikstofdepositie bevindt 90% van de stikstofgevoelige habitattypen zich in een zeer ongunstige staat van instandhouding. In 65% van deze habitats ligt de stikstofdepositie boven de kritische depositiewaarde (KDW).

De habitatspecifieke kritische depositiewaarden die in de Vlaamse programmatische aanpak stikstof (PAS) worden gehanteerd, zijn gebaseerd op achterhaalde wetenschappelijke kennis, waardoor de kwaliteit van habitats ook onder deze grens significant kan worden aangetast. Hierdoor worden zowel de impactscore als de neerwaartse depositietrend die worden gehanteerd binnen de vergunningenkaders van het stikstofdecreet, onbruikbaar in de passende beoordelingsprocedure van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn. Ook de herziene habitatspecifieke KDW’s van Wamelink et al. (2023) kunnen significante negatieve effecten niet uitsluiten. In het licht van het voorzorgsprincipe kan alleen de onderste grens van de KDW-range, vastgesteld door Bobbink et al. (2022), significante effecten voldoende uitsluiten.

De PAS betrekt instandhoudingsmaatregelen en preventieve maatregelen in de programmatische passende beoordeling (PB), gericht op het realiseren van een reductie van 50% van de gemiddelde overschrijding van de KDW tegen 2030. Het vergunningenkader van het stikstofdecreet maakt vergunningverlening ‘op krediet’ mogelijk, waarbij vooruitgelopen wordt op de toekomstige positieve gevolgen o.b.v. de voorgestelde maatregelen. Hierdoor is de totale actuele hoeveelheid stikstofdepositie, passend beoordeeld binnen de Vlaamse D-PAS, onverenigbaar met de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Daarnaast blijkt uit de programmatische PB niet dat projecten onder de de minimisdrempels geen significante gevolgen kunnen veroorzaken voor de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.

Sleutelwoorden: Stikstofdepositie, Habitatrichtlijn, Natura 2000, Kritische depositiewaarden, PAS, Passende beoordeling, Stikstofdecreet, Hof van Justitie.
Meer lezen

Drivers of Macroeconomic Income Inequality : Theory and an Empirical Analysis

Universiteit Gent
2024
Jaco
De Bacquer
Drijfveren van macro-economische inkomensongelijkheid in OESO-landen, met een specifieke focus op de rol van inflatie.
Meer lezen

Wonen in de naoorlogse stad

Universiteit Gent
2024
Nienke
Degraeve
Deze masterscriptie onderzoekt de rol van gedeelde ruimte in de leefbaarheid van naoorlogse Weense Gemeindebau, de sociale woningbouw van 1945-1970, in relatie tot de leefbaarheid en duurzaamheid van deze (sociale) woonbuurten. De naoorlogse woonblokken zijn vaak monotoon en beperkt in functie vanwege de beperkte middelen en woningnood na WOII en worden op vele andere plaatsen afgebroken, in Wenen echter niet. Aangezien de gebouwen zelf weinig voorzieningen bieden, zijn nabijgelegen buitenruimtes en sociale voorzieningen essentieel voor de leefbaarheid. Door historische context, stedenbouwkundige planning en drie case studies te analyseren, wordt aangetoond dat aandacht voor stedenbouwkundige en sociale integratie cruciaal is.
Meer lezen

Bouwen Aan Een Actief Agrarisch Grond- En Pandenbeleid

Universiteit Gent
2024
Bart
Laridon
Deze thesis verkent en ontwikkelt een duurzaam en actief agrarisch-ruimtelijk beleid, gericht op het versterken en beschermen van de Vlaamse agrarische structuur tegen toenemende verstedelijking en niet-agrarisch ruimtegebruik. De studie identificeert zowel tekortkomingen in het huidige beleid als de belangrijkste uitdagingen voor de agrarische sector. Er werd onderzocht welke instrumenten ingezet kunnen worden in zo’n beleid. Dit resulteert in een prototype voor een actief agrarisch grond- en pandenbeleid. Hiermee formuleert het thesisonderzoek concrete oplossingen die het behoud en optimalisatie van de Vlaamse agrarische structuur kunnen ondersteunen. De aanbevelingen onderstrepen de urgentie voor een geïntegreerde beleidsvisie en -aanpak, waarin omgevings- en landbouwbeleid nauw worden afgestemd. De betrokkenheid van lokale en regionale overheden en andere stakeholders is cruciaal voor de succesvolle implementatie en effectiviteit van dit beleid.
Meer lezen

Using ecological macroeconomic models to simulate carbon policy scenarios: are alternatives to green growth beneficial to the feasibility of reaching current climate goals?

Universiteit Gent
2023
Alexander
Van Overmeiren
Beleidsmakers baseren zich op dit moment op groene groei, maar dat botst op veel kritiek. Ecologisch economen stellen onder andere degrowth voor als alternatief. Deze scriptie onderzoekt aan de hand van macro-economische simulaties welke mate van degrowth koolstofneutraliteit haalbaarder maakt.
Meer lezen

Frivoliteit en moderniteit. Parasols in de lange 19de eeuw: een analyse van de collecties van het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum in Brussel

KU Leuven
2023
Elena
Vanden Abeele
Deze scriptie analyseert de parasol als mode-accessoire in de lange 19de eeuw. Hierbij gaat de aandacht zowel naar de objecten zelf en hun plek in de mode, als naar hun plaats in de tijdgeest en zijn ideologieën. Het vertrekpunt van dit onderzoek zijn twee parasolcollecties uit de volgende Brusselse musea: het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum.
Meer lezen

Totalitarisme in de moderne wereld. Hannah Arendt en Zygmunt Bauman

Vrije Universiteit Brussel
2022
Achilles
Van Gestel
Een literatuurstudie van Arendts 'The Origins of Totalitarianism' en Baumans 'Modernity and the Holocaust', aangevuld met andere werken van Seyla Benhabib, Serena Parekh en Bart de Wever. Ook werden een aantal andere boeken van Bauman en Arendt besproken.
Meer lezen

In welke mate zijn de (internationale) scheepvaart en offshore windmolenparken verzoenbaar in het Belgische deel van de Noordzee?

Vrije Universiteit Brussel
2022
Camille
Meyhui
In deze scriptie wordt onderzocht op welke manier de scheepvaart en offshore windmolenparken op het Belgische deel van de Noordzee met elkaar verzoend kunnen worden. De Noordzee omvat de drukst bevaren vaarroute ter wereld, waardoor de scheepvaartdensiteit op het Belgische deel van de Noordzee niet te onderschatten is. De scheepvaart is daarenboven al jarenlang een belangrijke bron voor de Belgische economie. Vandaag wordt offshore windenergie aanzien als de oplossing voor het energievraagstuk en de klimaatproblematiek. België beschikt reeds over 399 operationele offshore windturbines, die ook een grote economische impact met zich meebrengen. Aangezien het Belgische deel van de Noordzee zeer klein is qua oppervlakte, stelt zich de vraag of beide activiteiten verzoenbaar zijn. Hinderen ze elkaar? Sluiten ze bij elkaar aan? Kan het Belgische deel van de Noordzee een verdere groei van deze activiteiten nog meester?
Meer lezen

Can circular building solutions provide a positive impact? Determining the environmental and financial impact of internal walls.

Universiteit Gent
2022
Jade
Claes
In deze scriptie wordt een evaluatiemethode onderzocht om de duurzaamheid van circulaire bouwoplossingen te kwantificeren. Daarna wordt deze evaluatiemethode toegepast op een case studie, namelijk de circulaire pilootwoning in Berchem van het CBBW project. De milieu-impact en kost van circulaire JUUNOO wanden wordt vergeleken met vaak gebruikte binnenwanden in de Belgische bouwsector.
Meer lezen

Voltooid leven in de verleden tijd? Een exploratie van levensmoeheid bij Belgische ouderen vanaf 1850

KU Leuven
2022
Stefanie
Meul
Deze masterproef is in de eerste plaats een begripsgeschiedenis van levensmoeheid. Door de vermeldingen van levensmoeheid in historische bronnen vanaf 1850 onder de loep te nemen en deze historisch te kaderen wil dit onderzoek de totstandkoming van het huidige fenomeen verklaren. Daarnaast krijgen ook onderwerpen als zelfdoding, psychiatrische diagnostiek en ouderdom een historische uitdieping. Het huidige concept voltooid leven is immers een clusterbegrip, wat de complexiteit van de problematiek mee verklaart.
Meer lezen

De evolutie van de Beneden-Durme door de interactie van fysische en antropogene factoren

Universiteit Gent
2021
Tim
Van den Branden
De thesis belicht de complexe mens-natuur interactie in het landschap. De recente evolutie van de rivier Durme vormt het perfecte voorbeeld om deze interactie te onderzoeken. Aan de hand van historische kaarten, oude foto's en luchtbeelden werd onderzocht wat de rol van menselijke activiteiten is in de opmerkelijke transformatie die deze rivier onderging.
Meer lezen

De gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord en de Herstructureringsrichtlijn: De controversiële invoering van een Europese Relative Priority Rule

Universiteit Gent
2021
Louis
Destoop
Dit werkstuk bestudeert en beschrijft de verschillende voor- en nadelen die gepaard gaan met de relative priority rule, een regel die vanuit Europees initiatief in het nationaal recht kan worden opgenomen.
Meer lezen

Captain Ludd in an Era of Demographic Change: Ageing, Automation and Inequality

Universiteit Gent
2021
Arthur
Jacobs
In een gekalibreerd overlapping generations model wordt het verband tussen vergrijzing en automatisering op theoretische wijze onderzocht. De resultaten worden empirisch gevalideerd door de bevindingen te toetsen aan werkelijke data. Automatisering kan een factor zijn die de negatieve impact van vergrijzing op per capita groei verzacht, maar het draagt wel bij aan toegenomen ongelijkheid tussen de opleidingsniveaus en een afnemend aandeel van arbeid in het nationaal inkomen.
Meer lezen

Chinese investments in the European Union - a critical approach

KU Leuven
2020
Pablo
Muylle
Chinese outward FDI increased sharply over the last decades, subjecting them to considerable
public debate. Yet, empirical research concerning Chinese investments in the EU is sparse. In
this thesis, we attempt to investigate in a comprehensive way if and how Chinese investments
in the EU differ from investments with other origins. Our empirical analysis focuses on factors
attracting Chinese investments in France and on how Chinese ownership affects the size, performance, and productivity of French firms. By applying an IV probit model, we find that that
higher international experience of the target firm attracts Chinese investors, but also that they
are comparatively less discouraged by the poorer financial health of their targets. Furthermore,
using an IV fixed effects model, we find clear evidence that Chinese ownership is associated
with a smaller size, poorer performance, and lower productivity of the French subsidiary. These
results remain valid after rigorous robustness testing by using propensity score matching and
restricting our sample to various subsamples, although the negative effect associated with Chinese ownership loses significance taking into account the level of democracy and annual growth
rate of the owner’s country. This may imply that Chinese investments are “special” by the
important role of the state and by the economic environment in China stimulating its firms to
catch up quickly.
Meer lezen

Democratization of Leninist Parties: Causes for the Chinese Communist Party and Chinese Nationalist Party's Divergence of Reform Outcomes during the Late 20th Century

Universiteit Gent
2020
Jasper
Roctus
Dit proefschrift richt zich op het verklaren van de sterk verschillende uitkomsten van de democratiseringsprocessen in de Volksrepubliek China en de Republiek China (Taiwan) in de late 20ste eeuw. Hierbij is de vraag gesteld waarom de Chinese Nationalistische Partij (KMT) slaagde in haar democratische hervormingen, terwijl de Chinese Communistische partij tot op de dag van vandaag vasthoudt aan haar monopolie op politieke macht.
Meer lezen

Europese organisaties! Voor of tegen de EU-wet tegen ‘conflictmineralen’?

Universiteit Antwerpen
2020
Jessy Thomas
Ohanu Kalonda
De nieuwe Europese wetgeving tegen conflictmineralen die van kracht gaat op 1 januari 2021 heeft enkele gaten. In dit werkstuk worden de sterktes en de zwakheden beschreven.
Meer lezen

Hoe passen de preferentiële oorsprongsregels in ASEAN en de EU binnen zijn multilaterale omkadering in de WHO?

KU Leuven
2019
Louise
Delforge
Oorsprongsregels zijn 'the next frontier'. Globale tariefverminderingen en toenemende complexiteit van de internationale handel zorgen voor een onderbenutting van tariefverminderingen, waartoe oorsprongsregels de sleutel zijn. Op multilateraal vlak kan hieraan tegemoet gekomen worden door transparantie te verhogen, harmonisatie en overleg te stimuleren.
Meer lezen